Naar de inhoud

'PATATI PATATA

akke.beakke.be

Feel good in TITI's elektronisch kletscafé waar het leven gezien wordt door een Oiljsterse vrouwenbril...en feel je niet good, dan retour à domicile!

Archief

Le baiser de Brancusi

Wellustelingen....

episode...

39...

Pretlichtjes verschenen in haar groene ogen. Playtime dus. Wou ze mijn vraag ontwijken? Ze ging zitten op het vloerkleed en nam de houding aan  van “De Denker” van Rodin.


‘Moeilijke vraag, vreselijk moeilijke vraag. Even denken! Hou ik van hem? Ik hou van zijn donkere ogen, ook van zijn neusvleugels, de drieëneenhalve rimpels op zijn voorhoofd. Ik hou beslist van zijn iets te grote oren, vooral de linker, van de twaalf haren op zijn borst, ook van het bruine wratje boven zijn navel, niet van het litteken door blindedarmoperatie en ook niet van de knobbel op zijn rechter middenteen. Maar veel, veel, verschrikkelijk veel van la baguette de Marianne . En  ’t meest van al  hou ik …”


Ze wipte recht, besprong me in de sofa en zoog  mijn tong met alle kracht in haar mond. Beet. Slurpte. Kreunde. Ging nog heftiger en gulziger te keer.

‘En na le baiser de Brancusi, la poitrine à la Marianne !’

 Ze bestreek haar tepels met cognac en liet mij  een dronken zuigeling zijn.


Laat me liever  een  Goya of een Modigliani worden! Laat me de borsten van Marianne, een zeldzaam juweel, in een vloeiend lijnenspel van houtskool schetsen of die prachtig donkerroze gezwollen tepels borstelend uitdeinen in hun fragiel roze ‘tempelhof’. De boezem van Marianne  was een feest, dat me telkens weer overrompelde, me benevelde van bewondering. Om haar trots. Haar heerlijkste sieraad. Mijn glorieweg naar ons paradijs.


Toen ik me oprichtte, bleven haar handen door mijn haar woelen. Ik keek haar aan en zag een ander beeld. Ik, als Camille Claudel, in trance haar borsten koesterend met handen en ogen, en haar boetserend tot een vereeuwigd levend beeld. Ik murmelde:

‘Camille, ja de kleine Camille.’

‘Welke Kamiel?’

‘ Camille Claudel, schatje, het buitengewoon begaafd liefje van de grote Rodin. Had ik maar haar talent om uit één  klomp smeuige klei deze twee parels te kneden! Camille Claudel, Musée d’Orsay, Parijs, vorige zomer! Remember?

‘Tuurlijk, wij hebben daar op z’n minst twintig minuten voor dat kastje gestaan. En toen je me plots kuste, de gezichten van  die dikke, Amerkaanse trutten! Jongens toch, shame and scandal! Ik denk dat Camille en wij hen op dat moment meer van Parijs hebben getoond dan alle gidsen samen.

Ach, Max, Parijs!  La ville des amants en dat met jou! Dansen op de boule’ Mich om middernacht en nadien pootje baden in de tuinfontein van het hotel.
Zingen bij  het graf van Gainsbourg :’Tu vas, tu vas et tu viens entre mes reins’. Onze déjeuner sur l‘herbe, Max, achter die zuilengalerij in dat prachtig parkje. Hoe zou ik dat kunnen vergeten? En in Londen bij Harrods, toen ik van jou die afzichtelijke paardenrenhoeden op mijn hoofd kreeg. De verkoopster kon er niet om lachen en ze moest  zwijgen, verdorie, natuurlijk met al onze volle Harrods-zakken op haar toonbank. Elke plaats, waar jij me gekust heb, zit veilig opgeborgen in de klepjes van mijn hart. Heb jij me al laten genieten, venteke! En bijgebracht, veel bijgebracht.’


‘ Dat, liefje, is hét grote voordeel een oudere man als minnaar te hebben. Die weten héél wat… maar niet alles!’
 
Wordt vervolgd.

1 reactie Reageer op dit bericht

Een bijzondere avond...

Wellustelingen....

episode...

38...

Toen, een schemeravond  en het regende flink, in de auto vlakbij de laan naar mijn huis zag ik Gerda op het fietspad vóór mij uit stappen. Niet met haar typische tante Sidonia-stap. Ze liep als op wolkjes. Met kleine pasjes, beslist nog gebeden en psalmen prevelend, paraplu ongeopend, beslist in trance van haar obscuristisch kransje bij Serge. Zodanig aan het zweven dat ze zich nauwelijks van iets bewust was. Ik vertraagde, stond bijna stil.

 

Wat mij toen overviel, begrijp ik nu nog altijd niet.Wat ik wel wist, wat ik verdomd goed wist, was dat ik dat mens haatte. Zij was er te veel! Jubelen wou ik, zou ik, als ik dat ding daar op het asfalt zag creperen, doodbloeden als een nutteloze slak.

Ik startte bruusk, reed recht op haar af, zag haar ontdaan opschrikken en een paniekerige blik achterom werpen. Een fractie van een seconde. Toen was het voorbij. Ik gaf het stuur een ruk en reed, gevoelloos, leeg en ontredderd, niet langer mezelf, langzaam naar huis.

 

In bed vroeg ik me ijzig kalm af of het werkelijk in mijn bedoeling gelegen had Gerda dood te rijden.

Ja! Ik had dat -in een fractie van een seconde maar- echt gewild. Dat creatuur was er te veel. Een mestkever die moest vernietigd worden. Haat kan niet dieper of killer zijn.

Die nachtmerrie ging weer voorbij. Ik wou er nooit meer aan herinnerd worden. Gerda bleef. Live. Bedreigend. Me op alle mogelijke en onmogelijke manieren kwetsend, vernederend, uitdagend en uitlachend. Marianne nog schandelijker afschilderend en me daardoor nog meer pijn doend. Ik wou haar de strot dichtsnoeren. Ik had meer dan genoeg van dat wijf. En wie geeft me ongelijk? Wie?

Ik, zei denkduiveltje. Redelijk blijven, vriend. Duw al die demonen weg. Leef je leven met Marianne. Zij is je houvast, je enige baken. Laat haar ongekrenkt, onbeschadigd en schuldeloos voor jou blijven wat zij is. Zij is het overwaard. Stoor je niet aan de kwalijk gonzende rest. Keep cool!

Nee, verdomme, ik liet me niet bemodderen door dat serpent, noch door haar pastoor en zeker niet door die haai van een schoondochter. Tijd bracht raad. Wijsheid en aanvaarden.Was die tijd nu misschien gekomen in het jaar na Walters dood?

 

Niettemin bleef ik de eerstvolgende weken dag en nacht aan Serge’s verhalen terugdenken. Het stond duidelijk op mijn gezicht te lezen. Marianne merkte het. Stelde pertinente vragen. Maakte haar Max zich zorgen? Gerda? Het werk? Francis? De schoondochter?

Ik schudde het hoofd. Gaf soms ontwijkende antwoorden (Ja, het werk. “Jool’s” bleef zakken. Boze gezichten bij de raad van bestuur. Vragend-angstige gezichten op de redactie. En ja, ook Gerda met haar sektegedoe en…kom, dat raakt ons toch niet), sneed vlug een ander thema aan of ging over tot de daad, waarna we beter ons evenwicht terugvonden.

Maar het bleef knagen. Het hield niet op.

Als om van Marianne ongevraagd klaarheid te krijgen over haar ware bedoelingen, had ik het af en toe over trouwen.

“Ja, ja, ja en graag, graag, graag, maar Gerda, Gerda, altijd Gerda.  Alsjeblief, Max, niet weer’ ,weerde ze mijn vragen wrevelig af.

‘Stel dat zij in een aanval van heilig vuur toch toehapt in een scheiding of dat zij er niet meer zou zijn, lieveling?’

‘Ventje, gaat het nog, ja? Zij is er èn Keerbergen is er ook. Ik zou alles geven om zelfs met jou samen te wonen, nu meteen. Maar ik ben bang, Max. Je weet het. Gerda is tot alles in staat. Hoe vaak heb je me dat al gezegd. Ze is gek, knettergek. Stel je voor dat ze haar kuren krijgt, op de Keizerinlaan aan kantoor of in mijn straat, voor mijn deur. Ze is ertoe in staat, hoor! Ik kan dat niet aan, lieverd, ik mag er niet aan denken. Plaats je even in mijn situatie. Jarenlang een zwaarzieke vader. ’s Morgens wakker worden met slechts één vraag: welke problemen vandaag? Nu eindelijk de man van mijn leven bij mij, maar met een serieus zwaard van Damocles boven zijn kop en boven de mijne.’

 

‘Lieveke, breek je hoofdje daar niet over. Zij is het niet waard’

‘Denk je echt dat ik blind ben? Dat ik niet weet hoe jij je voelt als je naar huis moet? Sedert die hufter van een Francis zo opzettelijk indiscreet is geweest, opzettelijk ja, ben je veranderd. Niet altijd, maar toch vaak. Afwezig, gespannen. Je loopt soms op de toppen van je tenen. En waarom? Omwille van die gekkin thuis. Als je me ’s avonds belt vanuit je werkkamer, hoor ik haar krijsen. Kippevel krijg ik ervan. En dan weten dat  mijn venteke zoiets moet meemaken, dag na dag. Ze is bezeten, Max, en niet alleen door haar kruisbeelden. Ze is bezeten door één gedachte: jou eronder krijgen, je geestelijk kraken en mij ook. En het doel heiligt vaak de middelen, nietwaar!’

‘Maar zoetje toch…’

‘Zoetje heeft Röntgen-ogen en weet je wat die zien?  Een man die lijdt, een man die niet alles vertelt, een man die bewust veel verzwijgt om zoetje geen verdriet aan te doen. Dat ziet zoetje en ze houdt daar helemaal niet van.’

‘Marianne, in alle ernst, hou je oprecht van mij?’

Wordt vervolgd

Reageer op dit bericht

Niet te doen!

’t Houdt verdorie niet meer op…







Voetbal, koers, Olympische Spelen, tussendoor tennis, jumping en formule 1. In het naseizoen start de Jupiler League en dan de prijsuitdelingen: de beste ci en de beste là. Dure grappen voor de zenders, maar ja, voor elk wat wils en sport is toch synoniem voor vermaakindustrie. Daardoor maatschappelijk gezien van immens belang doch binnenskamers...olala! Wie is daar de dupe van? Wij, de vrouwen, de sportanalfabeten. Daarom krijgen wij avond na avond   heruitzendingen van heruitzendingen van heruitzendingen geserveerd. Volgend jaar smeren ze  gegarandeerd “ Schipper naast Mathilde” op ons brood. De “Paradijsvogels” zijn al aan de beurt geweest. Nu laveert de VRT tussen het zoveelste “Kampioenen”gezwam, “Flikken” en “Witse”. Of met Jan voor de tweede keer naar Mekka. Spirituele tussennoot heet dat.

 

Ja; ik heb het EK voetbal gevolgd. Van moetens. Kwestie van rust in het kot te houden. Die man van mij heeft twee buitenechtelijke passies: zijn Klara en zijn pottenstampers. En neen, die voetbal heeft mij niet bekoord. Scoringsdrift? Bij vlagen gezien dankzij de talloze replays, voornamelijk door de Russische jochies, Kroaten en de Spanjaarden. De laatsten zogezegd met de hulp van hierboven aan hun manieren te zien. God aan de cornervlag of in het strafschopgebied, waarom niet? Oogstrelende dribbels? Nauwelijks. Braziliaanse finesses? Vergeet het. Smerige tackles des te meer. De Mannschaft heeft er een patent op. Aanvoerder Ballack en Schweindingens hebben geluk dat de FiFa-spelregelementen haaks staan op de wetgeving inzake vrijwillige slagen en verwondingen. Nederland, daarentegen, was braver, enfin, tijdens het napraatje in het perslokaal toch. Haast niet te herkennen het clubje van Marco tijdens de eerste week! Oranje zwaailichten alom buiten,  maar voor de camera  Terneuzenaren op een zondag: ingetogen, uiterst voorzichtig met woorden, de  moeizaam ingehouden pretentie droop eraf. Bescheidenheid is niet langer van deze wereld en zeker niet van Holland, toch? Conclusie van dit EK: meer elleboogstoten, been - en voettrappen dan doeltrappen. Voetbal een feest!? Tarara. Big business, dat wel.

 

Morgen vangt het pedaalcircus aan. In alle media slechts een vraag: spuitvrij of niet? Met wie komt het journaille eigenlijk lachen? Ze staan allemaal op scherp, hoorde ik de reporter zeggen. Scherp!? Och gottekens toch, kadavers met truitje aan reden voorzichtig het trapje af. Mueslivreters zo te zien. Veganisten. Catwalklatten gelijk en dat moet op eigen krachten de Mont Ventoux op! Waar is de tijd van een Ballerini, de dikbil van het peloton? Spieren als gevlochten scheepstouwen op de glimmend geöliede, gebruinde dijen. Natuurlijk was het opgespoten. Juist, Van Impeke was een berggeit, een lichtgewicht, doch naar verluidt volgde Ritaatje met een peertje cleane pipi. Merckx, Indurain, Delgado, Hinault da’s de amfetaminegeneratie en de laatste vijf jaar zijn de Epo-boys aan de beurt. Mio marito heeft ooit in zijn journalistieke beginperiode pistiers gezien met teelballen ter grootte van  bergappelsienen. De oude Schotte, vader aller Flandriens, die man geneerde zich echt niet:

“Als den doktoor iets geeft is de tammigheid weg. Ge wordt veel agressiever en ge gaat als de beste demarreren. Het is just als bier drinken. Na drie pinten komt de tong los en na de vierde weet ge van geen ophouden meer!” Hoeveel jaren geleden den Briek? Doping… so what!?

 

Wij vrouwen, moeten zeker niet met vermanend vingertje naar de renners wijzen. Want van hormonenbommen gesproken…eigen gewin grotendeels aangevuld met pharmaproductie. Onze dochters slikken al jaren de pil en wij profiteren van een menopausale behandeling. Wat is het verschil tussen de ene die geen kinderen en vapeurkens wil en de andere die en danseuse een berg op wil?

Al eens aan gedacht wat er ons, vrouwen, te wachten staat indien die rondegasten niet “begeleid” worden? Nu duurt een etappe tussen de drie en de zes zenduren, zonder “iets” zitten ze rond het avondjournaal nog niet op een col. Valverde en Co, no dudes, mannen.  Geneer jullie niet, por favor!

Reageer op dit bericht

Een vergeten bestaan roept vragen op, veel vragen...


Wellustelingen....

episode...

37...


Ik ontsloot de deur. Duwde hem bruusk het portaal op en wierp de deur met een smak achter hem dicht.


Toen was ik heel alleen met mijn snerpende stilte. Mijn wezenloze leegheid. Mijn armoe. Loog Serge? Knoopte hij Marianne’s naam aan een andere? Opzettelijke, kwetsende en schaamteloze fantasie van een gewetenloze bemoeial, die zich alles meende te mogen veroorloven omdat hij priester was, in zijn meute van aartsdomme volgelingen ongenaakbaar, een  oppermachtig rechter.

 

Natuurlijk was het opgemaakt spel. Natuurlijk zat Gerda er tussen. En misschien ook Pat. Natuurlijk hadden zij in de vals-gewillige pastoor Serge de gedroomde go-between gevonden om hun loslopende vertelsels gestalte te geven.

En natuurlijk hadden zij erop gerekend dat hun verhaal me knock-down zou slaan. Natuurlijk…Maar…

Nu kropen de stekels te voorschijn. Als heimelijke betweters, die weten waar te prikken om pijn en bloed te zien. Die lispelden en hamerden, zongen en schroeiden, doodden om in de smart nog dieper te kerven.

 

Er bestaat geen rook zonder vuur!

Ik had van het begin af aan vermoed, dat Marianne nog tal van andere mannen had gekend. Daarom was zij te stielbedreven, te ervaren in de finesses van un amour parfait. Daarom was ik me eerst domme, overbodige vragen gaan stellen om te besluiten dat, wat voorbij was, geen verschil meer uitmaakte; dat ik maar een geluksboer was, die lekker smulde van wat anderen voor mij vlijtig hadden geprepareerd.

 

Doch de stekels wilden niet wijken. Bleven pijn en bloed zoeken.

Ik herinnerde me dat Marianne heel vaag vertelde over de start van haar loopbaan. Secretariaat op een notariaat, een openbaar ambt dus! Waar, hoe, wanneer precies? Losse antwoorden. Deed er niet toe Begraven tijd. Alleen het nu telde en dat was een hemel…

Nee, die angels moesten eruit.

 

Laat ze dan, verdomme, een vetbetaalde hoer zijn geweest, een sluwe meid, die alleen op poen en heertjes op leeftijd jacht maakte.

Laat er haar dan, vóór mij, maximaal van geprofiteerd hebben, tot heil van haar vader (voor wie zij het misschien in de eerste plaats deed), tot heil van een uitpuilende kleerkast, juwelen, een wagen en misschien een wekelijkse peperdure kapper aan het Stephanieplein.

Laat haar verdomme ook een suite genomen hebben in het Conradhotel en zich daar enkele uren echt in het zweet getrimd hebben met de een of andere deftig-devoot opgevoede rijkeluisgluiperd, die nu als de eerlijkste en zedigste  notaris of  advocaat door het leven ging.

 

Mij niet gezien, verdomme, niet. Het was haar keuze geweest. Even goed een manier om makkelijk aan de kost te komen als de soms bedrieglijke beurstransacties van een gewiekste speculant. Had ik het recht haar daarom ter verantwoording te roepen, haar verleden om te spitten?

Nee, duizendmaal nee.

Ik kreeg een misselijk gevoel.

Het beeld van Serge kwam op mij af als een aasgier, me innerlijk stuk bijtend en dood vretend. Die schoft, want hij deed me dit allemaal aan, maakte me ziek. Het zweet brak me uit. Verdomme, daar waren ze weer, die kolieken. Ik hapte naar lucht, trachtte de pijn in de buik weg te duwen en kwakte mijn ellende, twijfels, angst en zelfs zekerheden als een hoopje groenachtig slijm op het tapijtje in mijn werkkamer. Ik mocht niet toegeven aan de plotse duisternis.


Marianne bleef voor mij wat ze was.

Ik kon trouwens niet meer zonder haar. Haar wild lijf was vergroeid met het mijne. Zij kwam mij de porieën uit als een weldoende levensdronk. Ik zou met haar tot mijn honderdste verjaardag kunnen neuken. Feestelijk, triomfantelijk, vreselijk woest en goed neuken.


Sedert wanneer hecht jij geloof aan de woorden van een pastoor, fluisterde denkduiveltje.Gebruik je klein verstand!  Ben je vergeten dat Marianne de eerste maanden van jullie relatie altijd dezelfde kledij droeg? Oké, ze is een kei in het combineren.  Ze kan met een prul de catwalk op. Je weet toch wel dat vrouwen met plezier de inhoud van hun kleerkasten showen, vooral op kantoor? Uitpuilende kasten bij Marianne! Hoe krijg je het in je hoofd!
A propos, niet overdrijven, vriend. Je bent wel goed in bed, maar tot je honderdste met een vrouw als Marianne? Met de hulp van  een stalen verpleegster, ja!

 



Wordt vervolgd

Tav Gazel: Alora Madame, content nu? Twee vliegen in één klap
 vandaag. Braaf van Titi hé?


 

2 reacties Reageer op dit bericht

De kleine kantjes van serviceclubs



Wellustelingen....

episode...

36...


Zijn woorden kwamen nu heel behoedzaam, tergend luid en toch als omfloerste klanken, die tussen ons bleven hangen in een aureool van valse medeplichtigheid:

‘Max, Marianne Dries vertoefde ooit graag in het gezelschap van oudere, steenrijke heren. Je hoort mij niet beweren dat ze een soort call-girl of een goedbetaalde hoer was, om het platjes te zeggen. Nee, dat niet. Ze frequenteerde wel die kringen, waar discretie…op prijs werd gesteld en gezelschap …royaal gehonoreerd.’

 

Ik verstrakte. Werd marmer. Marmer dat zweette. Begon te bloeden binnenin. Smolt van ongeloof, verbijstering, woede, onmacht en opstandigheid. Kolkende en versmachtende opstandigheid, die dat klerikale loeder naar de keel wou grijpen..

Hij verwachtte het en stond snel op. Kaarsrecht en brutaal afwachtend. De vuisten klaar en zeker nog leniger dan ik om mij meteen zonder pardon in mijn eigen huis nog wel, in elkaar te timmeren.

 

‘Jij schurftige vlegel, jij, jij…’

‘Max, blijf kalm. Het is mijn plicht je dit alles te zeggen. Niet zozeer om Gerda of het redden van je huwelijk, maar om jezelf, Max, je mag niet het zoveelste slachtoffer worden van die vrouw.’

‘Maar het is verdomme niet waar!’

‘Het is wél waar, Max. Een man, vraag me geen naam, een zeer welgestelde man uit de omgeving heeft me over haar gesproken. Hij was ten einde raad. Wilde mijn advies inwinnen. Weigerde zich nog langer te laten pluimen door die vrouw, die alleen geld op het oog had, hem chanteerde en ten slotte dreigde zijn carrière om zeep te helpen.’

 

‘En dat kwam hij je allemaal vertellen zo…”

‘En hij was niet de enige, Max. Een tweetal jaren later vertelde de persoon in kwestie me dat een vriend van hem, lid van dezelfde service- club, een industrieel….”

“Ook die kwam bij jou langs om even te biechten …Hou op, man!’

‘…en ook client bij hem, Max. De persoon in kwestie oefende een openbaar ambt uit, een vertrouwensman in familiezaken. Die industrieel kwam als client advies inwinnen en, de wanhoop nabij, als vriend zijn hart uitstorten. Ik heb hem ontvangen in de pastorij…’

‘…en geluisterd. Ze waren beter meteen samen naar de politie gestapt.’

 

‘Ik heb die industrieel ontvangen op verzoek van mijn parochiaan, Max. Een priester is alles in één persoon: geduldige luisteraar, milde raadgever, psycholoog en soms psychiater, dokter zelfs.’

‘En wat ben jij nu voor mij, smeerlap?

‘Op dit moment ben ik een echte vriend, Max’, klonk het zeer beheerste, bijna plechtstatige antwoord.

‘Je ogen moeten geopend worden, Max. Keer met beide voeten op aarde terug of je loopt blind in je ongeluk’

‘Leugens, leugens!’

‘Max, ik wil je helpen, je waarschuwen, je behoeden voor de totale val. Wat ben ik er ten andere mee je leugens te verkopen? Ik lieg niet. Ik wil je alleen helpen.Vraag me niet hoe het er in die kamers van dat rendez-vous huis aan toe ging. Van die twee mannen weet ik zeker…’

 

‘Noem hun namen!’

‘Vraag ze aan die vrouw. Natuurlijk heb ik hen gesuggereerd de politie in te lichten. Doch zo’n dekseltjes hielden ze liever gedekt. Voor jou ligt het anders. Voor jou is misschien nog niets verloren. Eis verantwoording. Dwing haar de volle waarheid te zeggen. En breek met haar. Breek nog vandaag met haar, Max.’

‘Ik weet niet meer hoe ik je noemen moet!’ stootte ik  klagend uit ‘Je bent geen zieleknijper, maar een farizeeër in de echte zin van het woord.’

‘Je vriend ben ik, Max, je vriend!’

‘Trap het af, buiten! Ik wil je hier nooit meer zien, zelfs als Gerda het je vraagt. Buiten!’

‘Nos jungit amicitia’, prevelde hij nog, ‘vriendschap verenigt ons, Max!’

‘Buiten, smeerlap!’

 




Wordt vervolgd

Reageer op dit bericht

De waarheid

Wellustelingen....

episode...

35...


Hij wees naar de deur en ging weer zitten, wiste met zijn witte zakdoek de zweetdruppels van zijn voorhoofd en bleef me aanstaren met die glazige naar binnen gerichte blik. Een man in twijfel. Duidelijk bang voor zichzelf. Moeite doend om beheerst te blijven.

 

Ik haalde de cognac. We nipten. Nog een poos zwijgend. Er scheen plots veel meer tussen ons dan een twistgesprek van een schuinloper met een alles-begrijpende priester.

Wat wist hij van Marianne? Wat betekende véél? Was dat misschien de ware reden waarom hij me onder vier ogen wilde spreken en me zelfs gevraagd had de deur van mijn werkkamer op slot te doen?

 Ik slokte de cognac in één brandende teug naar binnen en beet:

‘Wel?’

‘Nu je me eerlijk hebt opgebiecht wat die vrouw voor jou betekent - en dat blijkt heel wat - valt het nog moeilijker de waarheid te zeggen.’

‘Welke waarheid?’

‘Wie en wat Marianne in werkelijkheid is.’

 

‘En dat weet jij?’ hoonde ik.

‘Ja.’

‘Van horen zeggen, roddels en leugens vergaard door jullie kliek met Gerda als eerste viool.’

‘Nee, Max. Dit alles is uitsluitend tussen ons. Toevallig weet ik veel over je zogezegde fantastische vriendin. Een biechtvader verneemt heel wat.’

‘En biechtgeheimen mogen niet geschonden worden!”

‘In dit geval vind ik het nodig. Ik wil je redden, Max.’

‘Ach, hoepel op met je zalfbus.’

“Max, ik denk dat je niet goed luistert. Ik herhaal dat ik toevallig heel wat heb vernomen over die vrouw.’

‘Die vrouw heeft een naam!’

‘Juist. Marianne Dries. Woont al lang alleen met haar invaliede vader, destijds bierhandelaar, uit de echt gescheiden en hartpatiënt. Klopt ja?’

 

Ik knikte. Nu was het mijn beurt om hem wazig aan te kijken. Mijn hand greep automatisch de fles cognac. De alcohol bleef zuinig in zijn glas geelbruinen.

 ‘Max, jongen, nu moet je eens goed luisteren. Bij twee of drie gelegenheden viel in mijn biechtstoel de naam van Marianne Dries. Ik spreek nu niet van gisteren of eergisteren, wel van zes, zeven jaar geleden.’

‘Komaan, zeg!’

‘Ik begrijp dat je het zonderling vindt, dat een naam me na al die tijd zomaar weer te binnen schiet. Maar het is geen verzinsel. Ik ga je zelfs iets meer zeggen. Vroeger maakte ik, als het strikt nodig was, aantekeningen na de biecht. Geloof me, ik ben echt niet de enige priester die zoiets doet.’

Hij zweeg even. Hernam daarop bedaard:

‘Herinner je je die fameuze traffic in gestolen auto-onderdelen? Kleine vier jaar geleden op de as Luik, Antwerpen en Rotterdam? De politie heeft de kopstukken gevat, omdat de biechtvader een tip gaf zonder de naam van een van de chauffeurs te noemen.’

 

‘Met Marianne gaat het niet om gestolen onderdelen.’

‘Ik had wel reden om haar naam te noteren. Zij stal op haar manier.’

‘Wat?!’

‘Max…’ Zijn woorden kwamen nu heel behoedzaam, tergend luid en toch als omfloerste klanken, die tussen ons bleven hangen in een aureool van valse medeplichtigheid.


Wordt vervolgd

5 reacties Reageer op dit bericht

De aap komt stilaan uit de mouw...

Wellustelingen....

episode...

34...

En nu zat hij tegenover mij. In mijn werkkamer. Met de deur zelfs op slot. Op zijn aandringen nog wel!  

 

Hij grijnsde:

‘Kijk, Max, wij zijn geen goede vrienden. Je biedt me wel uit beleefdheid een glaasje Pomerol aan. Maar je zou me liever de deur wijzen’.

‘Dat zeg jij. Ik niet.’

‘Kom, laten we niet schijnheilig doen en de koe meteen bij de horens vatten. Je weet waarom ik je alleen wil spreken!’

‘Absoluut keine Ahnung, Serge.’

‘Over Gerda en jou uiteraard. Vooral over jou.”

‘Kom je ronselen, Serge? Ik treed niet toe tot jullie clubje, man!”

‘Doe niet belachelijk, Max.Onze kleine gebedsgenootschap bestaat uitsluitend uit dames en dat wil ik zo houden. Je bent beter af met  een beperkte, intens overtuigde kring dan met een hoop onverschillige meelopers. Maar dit terzijde. Je gedrag, Max.’

 

‘Daar heb jij je niet mee toe bemoeien.’

‘Toch wel, Max.’

‘Jij hebt je kerk, je waanzinnig kliekje theomanisten en…’

‘Hoe noem je dat?’

‘…en wat er daarbuiten tussen Gerda en mij gebeurt, gaat jou geen moer aan!’

‘Je beseft niet hoeveel ellende en wat een verdriet je je vrouw aandoet.’

‘Ik heb haar een scheiding voorgesteld. Zij wil niet. Ze wil me alleen kloten. Niet mijn woorden, de hare!’

‘Dat zal Gerda wel op een andere manier gezegd heben.’

‘Ach wat! Als ze gelanceerd is, stort zij nog meer verbale vuilnis over mij uit.’

 

Serge zuchtte diep, fluisterde:

‘Tendit in ardus virtus.’

“Hou op met die zever!’

Zijn stem zalfde vergevend:

‘Kloekmoedigheid zoekt het moeilijke om het te overwinnen, Max. blijf je vrouw trouw. Duw haar niet in de miserie. Zij heeft je nodig. Denk aan je zoon, zijn reputatie, de jouwe.’

‘Wat kan mij die reputatie schelen, man!’

‘In dit kleine dorp, de mensen…’

‘Luister goed, Serge, ik ga open kaart met jou spelen en dan wil ik dat je het meteen aftrapt. Is dat klaar?’

 

‘Ik heb je nog veel te zeggen. Max, véél.’

‘Ik wil Gerda verlaten. Scheiden. Voor goed. Wenst zij dat niet, dan zijn er andere oplossingen. Ik blijf in geen geval bij haar. Gesnapt?’

‘Die zogezegde minnares van jou… Gerda heeft me verteld wat zij weet en dat is niet veel om fier over te zijn!’

‘Wat weten zij en jij over Marianne! Wat weten Francis en Pat over haar. Pat mag dan nog de speurhond spelen!’

‘Max, die vrouw is slecht!’

‘Slecht? Omdat zij van mij houdt. Omdat zij en ik seks hebben waar jij in je natste dromen nog niet kan naar smachten!’

‘Dit gaat te ver, Max.’

‘Ik was net eenenzestig toen ik Marianne leerde kennen. Ga het Gerda maar vertellen. Een tsunami van een vrouw; als je in je impotentie kan snappen wat dat inhoudt. Een vrouw, die je oppeuzelt of verslindt. Een vrouw als een gordel van smaragden. Verblindend, passioneel, verrijkend. Een fenomeen met daarenboven  een hart van goud, mijn…’

‘Max…’

 

Hij stond op. Hij transpireerde. Zijn ogen waren glazig. Zijn mond halfopen. Hij trilde als een espenblad. Als kreeg hij een wilde en onbeheerste zaadlozing, giechelde denkduiveltje.

‘ Max, mocht je me nu een cognac inschenken, ook voor jou, onze laatste samen!’

‘Ik wil dat je weggaat, nu!’

‘Neen, ik moet je nog véél zeggen.’

‘Houd je preken maar.’

‘Het gaat over Marianne!’

‘Wat?’

‘Haal de cognac!”



Wordt vervolgd 

Reageer op dit bericht

Theomanistenclubje

Wellustelingen....

episode...

32...

Hij was een boom van een vent, die pastoor. In feite een dorre boom die zichzelf overleefde en het duidelijk een loodzware last vond. Hij leek vergroeid met het dorp. Een jaar of zestig schatte ik hem. Nooit naar zijn leeftijd of achtergronden gevraagd. Interesseerde mij geen bal.


Vroeger, zo werd verteld, was zijn kerkje tijdens de zondagsmissen goed gevuld geweest. Dan konden hij en Bernard, de onderpastoor die hij deelde met de parochies uit naburige dorpen, hun salaris tegenover de gemeenschap verantwoorden. Doch met het uitvlakken van de geloofstrouw en de steeds uitdeinende kerkontvolking, verdween eerst Bernard en verloor -vreemd genoeg- pastoor Serge de belangstelling voor zijn afvallige parochianen, om zich meer en meer toe te spitsen op een handvol koppig verslaafden aan het kruisbeeld.

 

Tot hen behoorde uiteraard Gerda. In mijn ogen vormden ze een nieuwsoortige sekte. De sekte van de theomanisten.

 Ze vergaderden een drietal avonden per week in de kerk. Er werd verteld dat ze zich daar opsloten, in een nauwe kring bij het altaar zaten, met alleen het flauwflikkerend licht van een enkele  hoge kaars op hun van aanbidding gespannen witgrijze gezichten.

Gerda slofte, als een oude vrijster, iedere ochtend naar de kerk. Ze woonde trouw elke vroegmis bij. Maar als tempel had de kerk voor haar toch een beetje afgedaan. De kerk leek meer bij- dan noodzaak.

De spirituele symbolieken met al de nieuwe, vreemdsoortige rituelen en eigen gezangen, die Serge van een kort verblijf in Salt Lake City had meegebracht, overtuigden de theomanisten méér dan het gewone bijwonen van een mis of het samen voorlezen uit de bijbel.

 

Pastoor Serge, die zichzelf rechtstreeks afgezant van de Heer was gaan noemen - in feite nog tamelijk braafjes vergeleken bij zestig ministers   in Kongo,  die  “ambassadeur de Jésus-Christ” op hun visitekaartje vermeldden-  oefende  fysiek en psychisch een hypnotiserende invloed uit op Gerda en die enkele andere oudere vrouwen.


Twee van haar clubgenoten hingen elke zaterdag, bij het piepen van de dag, rond in de stationsbuurten van Brussel. Daklozen opsporen, verworpenen, het gruis van de aarde, die tussen hun vodden, plasticzakken en kartonnen dozen lagen te vegeteren. Ja, ze werden gevoed, de sukkels. Geestelijk voedsel toegediend door twee begijnen: het noodzakelijk heil van hun Heer doorspoelen met een slokje leidingwater, gewijd door Serge.  

 

Hoe de vork met Gerda’s sekte juist aan de steel zat, heb ik nooit willen weten. Ik vermoed alleen dat Serge sluw genoeg was (en dat was hij zeker) om er vooral eigen belang aan vast te knopen.

Doorgewinterde kerkcommercant als hij was en gelet op de explosie van de rijkmakende geloofsbedrijvigheid in de States, was het hem vóór alles om de poen te doen. Dat zijn theomanisten hem niet in de steek zouden laten, wist hij zeer goed. Die brave besjes waren door hem zorgvuldig geselecterd: goedgelovig en goed bij kas.


Twee ongehuwde  zussen  (hun vader was destijds gekend als welgestelde veeboer dus grootgrondbezitter), de weduwe van de notaris, een drietal dametjes, dat Serge graag en vaak met zijn wagen  naar Nederland en Luxemburg voerde. Buurvrouw Adrienne, manusje voor alle kerk- en pastorijwerk. En Gerda niet te vergeten. Gerda, die na het overlijden van haar moeder, laatstlevende ouder, meteen het huis had verkocht en de elf miljoen oude Belgische franken zéér voordelig bij Francis had belegd

Ze deed met haar geld wat ze wou, maar ik was bijna  zeker van dat zij een deel van haar halfjaarlijkse intresten (en tegen 7.25%  was dat in die tijd beslist niet te onderschatten  aan Serge’s werken spendeeerde.Wat zou die zich dan bekommeren om vijftig of honderd parochianen meer of minder in zijn missen! Hij boerde op zijn eentje stukken beter met zijn dames van Maria en Inri. Die zaten op bankrozen stuk voor stuk.

2 reacties Reageer op dit bericht

Diplomatie en hysterie

Wellustelingen....

episode...

31...

En ze deed het. Ze schakelde niet alleen Francis en zijn vrouw in. Ook haar zielenherder en hartenbroeder pastoor Serge, werd erbij betrokken.

Later ontdekte ik, dat Pat me op een woensdagnamiddag in haar vlammend rode Honda als een oorlogsschip volgde. Ze deed volstrekt geen moeite niet op te vallen. Integendeel.

Toen ik uitstapte bij het villaatje en achterom keek, stond ze al vlijtig het adres te noteren. Och, om dat “huiveringwekkend” woord van Gerda te gebruiken: dat ze allemaal naar de kloten lopen!

 

Francis legde het diplomatischer aan boord. Eerst met verontschuldigingen ( ‘Echt, pa, ik meen het, dat was niet mijn bedoeling. Maar ja, die insinuaties van Freya. Ik wou je geheim helemaal niet verklappen. Ik wist wel wat een storm dat bij ma zou ontketenen. Maar je moet ook inzien dat er door die toestand opeens bepaalde zekerheden voor mij wegvallen’).

Dan met een soort wijselijk overleg (‘Pa, ik weet het, het vlees is zwak en  zeker met een vrouw zoals je beschrijft. Elkeen kent al eens een avontuur, een langere of kortere relatie. Echtscheidingen zijn de doodgewoonste zaak van de wereld. Maar ma is geen, tja, hoe moet ik het zeggen, ma is geen normale vrouw. Dat overdreven religieuze heeft haar omzeggens teruggebracht naar de Middeleeuwen. Je moet haar ontzien. Laat haar je naar de brandstapel wensen. Verdraag haar gemeenste stemmingen. Zij is nu eenmaal een hysterica’).

 

Ja, dacht ik erbij, noem haar maar zo. Dat is de best passende omschrijving. Een hysterica, een vrouw, die in een bestendig verkrampte en verlammende zenuwtoestand verkeert, toestand die meestal voortkomt uit storingen in het geslachtsleven. Voeg die afwijking bij haar erg overdreven godsdienstwaanzin en je hebt het perfecte schrikbeeld van iemand, die niet meer van deze wereld is en er toch haar gif wil blijven spuiten.

En dan was er natuurlijk pastoor Serge! Ik zie hem nog die avond op de drempel van mijn huis staan. Weifelend een verboden hand naar de mijne uitstekend. Dan zorgvuldig de schoenen vegend en tussen de tanden mompelend:

‘Mole ruitsua.”

Hij begroette me af en toe met een Latijns gezegde. Deze keer haalde hij Horatius aan: Het stort in puin door zijn eigen gewicht.

‘Amen’, knikte ik,  ‘Ze zit boven. Ga maar. Je kent de weg.”

‘Nee, Max,  ik kom niet voor Gerda.’

‘Als je niet voor haar komt,  dan kom je beslist voor een van mijn rode diamanten. Clos l’Eglise zevenennegentig! Perfect gechambreerd. Die goddelijke voorzienigheid toch! Chapeau!”

‘Deze keer geen wijn, niks. Ik wil slechts met jou praten, Max, onder vier ogen.’

 

Reageer op dit bericht

Met de mond vol tanden staan...

Eindeschooljaarblues




Neen, ons ventje heeft ze niet gehaald, zijn beloofde 85%. Nipt 80.

“Niet slecht, toch beduidend minder dan verwacht, vriend.”. Hij antwoordde dat de juf dit jaar ook stukken minder was dan verwacht. Daar sta je dan als grootouder.

 

Vooral die 7 voor “Frans” stoorde ons. Lang niet zoveel als hem beweerde hij en trouwens het was onze schuld. De schuld van zijn mama en van mij. Hij had ons toch met handen en voeten eerder uitgelegd en bewezen dat het Frans dat de juf sprak anders wat dan dat van ons. “Schoolfrans” en “thuisfrans” da’s een serieus verschil. Trouwens Sévérine, met haar Franssprekende mama had maar 8 gehaald. Indien het zo iemand niet lukt wat zou het hem dan gaan lukken! Hoe vaak had de juf aan Sévérine niet hoeven te vragen of de uitspraak wel juist was? Rolde de juf met de “R” zoals mama en meme? Neen! Vlaamse kinderen hoeven dat niet van haar, alleen Fransozen doen dat! Om het apezuur te krijgen zo'n mentaliteit, zou Theaatje zeggen. Daarbij de juf raakte nooit uit die Franse accenten uit en als ze een zin voorleest is het net kipkap. Begin er dan maar aan als het dictee is. Natuurlijk kon hij de woordjes en zinnen precies schrijven, doch hij moest nadenken door die verkeerde accenten en kipkap-taal. Nadenken vergt tijd, dat weet meme toch, door na te denken raakte hij soms een ietsiepietsie achterop en zo was hij een woordje of een deeltje van de zin kwijt.

“Niet flauw doen, vent, een dictee wordt steeds herlezen” liet ik opmerken.

 

Natuurlijk en ja, bij het herlezen trachtte hij de ontbrekende woordjes erbij te schrijven, doch dat vond de juf dan weer heel slordig van hem. Meme mocht niet vergeten dat 12 leerlingen “eronder “ zaten voor Frans. De directrice kon er niet mee lachen. Stom van haar! Ze wist toch dat de ouders van Nele en Sam reeds na de kerstvakantie haar over  de juf hadden aangesproken. De papa van Jeroen geeft Nederlands en Engels aan de grote jongens in de humaniora en die meneer had ook al van zijn oren gemaakt over de taallessen, vooral de zinsontledingen. Jeroen had het hem verteld. Daarom dat Jeroen het niet meer leuk vond in de klas en vaak weende. De juf lachte hem steeds weer uit om zijn meisjesmaniertjes en omdat hij zwak was in probleemstellingen. Om haar te foppen had ons ventje zijn vriendje geholpen, hem laten even spieken en ja…ze werden betrapt.

 

Vandaar ook dat papa niet akkoord ging, toen mama de juf wou voorstellen om haar even bij te werken.

“Stel dat ze zich beledigt voelt en de kleine daar de dupe van wordt” had papa gezegd. Ja, hij had het gesprek van zijn ouders afgeluisterd terwijl hij op het toilet zat. Af en toe gebeurde dat nog, luistervinkje spelen, doch alleen wanneer het over hem ging. Vroeger, toen hij nog klein was en hij iets niet mocht weten, bijvoorbeeld over mij, zijn meme of over peter, ging het er in het Frans of Engels aan toe. Dat kan niet meer, dus is het nu Duits geworden. Wat zijn ouders niet weten is dat hij op Runscape met Duitstalige jongens speelt!

 

“En weet je wat, meme? Volgend schooljaar, zit ik in het zesde. Ik hoop dat ze onze klas gaan splitsen want die juf daar is ook niet veel zaaks!”

Dat had hij opgevangen, tussen het spelen door, van de ouders van Dina omdat mama ernaar gevraagd had.

 

“Bon, het is simpel” concludeerde opa “volgend schooljaar doe je gewoon zoals de juf het wenst in de klas en thuis zoals het hoort!”

Kleinzoon keek mio marito aan en schudde onbegrijpend het hoofd. Zo’n onzin had hij van opa nooit voorheen gehoord. Neen, dat kon ons ventje niet maken, zie.

“Waarom niet?” vroeg mijn man.

“Omwille van mama” ,antwoordde hij beteuterd, “ met jouw systeem ga ik beslist alles verwarren. En weet je wat mama krijgt van dat schoolfrans? Grijze haren, zegt ze en dat wil ik niet!”

3 reacties Reageer op dit bericht

Meer van 'PATATI PATATA

↑ Terug naar de berichten