Naar de inhoud

'PATATI PATATA

seniorennet.beseniorennet.be

Feel good in TITI's elektronisch kletscafé waar het leven gezien wordt door een Oiljsterse vrouwenbril...en feel je niet good, dan retour à domicile!

Archief

Voilà...








Hier is ze! Axelle. Net 24 uren jong. Om het in prinselijke bewoordingen uit te drukken: een” echt vroowtje”. Eentje  in mini formaat.

“Zeer alert babietje” wist de dame van Kind & Gezin. Mijn gedacht! Dag na dag ervaren we een willetje van jewelste en stembanden van olala. Mio marito weet zeker dat mijn genen er voor een flink stuk tussen zitten en dochter bijgevolg lang nog niet beseft wat er haar te wachten staat!

 

Eigenlijk is Axelle er al ruim drie weken, maar ze heeft haar grootje zodanig in de ban dat er van blogjeschrijven bitterweinig in huis komt. Voeg daarbij dat ons ventje voor het eerst zware toetsen moet doorstaan. Een degelijke voorbereiding op de “blok” in de humaniora naar verluid. Aangezien mademoiselle vóór elke voeding zowat de halve buurt de boom in jaagt met haar gekrijs, hebben wij het logement van kleinzoon maar verlengd tot volgende week dinsdag. Verlengd ja. Kleinzoon logeert hier immers ( met uitzondering van de week-ends) sedert medio oktober. Komt door die vroeg ingezette proefweeën van zijn moeder.

 

Op en neer gaande baarmoederactiviteiten tot 70% op de monitor hebben wekenlang ons rustige, gezapige leventje totaal overhoop geschopt. De telefoon werd een soort van hoogspanningscabine. Dochter zat, beter gezegd lag, er gelaten bij. De dromende, verrukkingsvolle uitdrukking op haar snoetje nam rechtevenredig toe met de omvang van haar lichaam. Drie keer werd ze veiligheidshalve opgenomen. Het is te zeggen, werden wij opgenomen want schoonzoon zat puur toevallig steeds in het buitenland. Telkens na anderhalve dag opname retour à domicile. Voor mijn kind om gek te worden, voor mij één troost: drie kilo’s kwijt. Foetus-watching is stukken heilzamer dan de Weight-Watchers.

 

De vierde opname werd het lang verwachte schot in de roos. Na vijftien eindeloos durende uren werd mijn kind verlost van haar zoete last. Daar lag ze dan, ons kakelvers snoesje, in dat kleine bedje. Het resultaat van negen maanden liefdevol en zorgzaam verlangen en dit elf jaar na de geboorte van onze kleine prins. Een tikkeltje rood nog maar bij elke ademstoot werd ze mooier en mooier. Verdwenen alle kommer van de voorbije weken, weg de moeite in mijn ouder wordende botten. Zin om haasje-over te springen had ik en samen met ons ventje een indianendansje te doen rond de totem genaamd “Nieuw Leven”. Met dochter gelukkig geen problemen, meer nog, na een vijftal uren intensieve rust, zweefde ze door de kamer, pamperde en voedde haar droomkind met de flair van een doorgewinterde nanny.

Meteen andere vragen die spontaan opwellen. Lukt de voeding wel? De reflexen oké? De ontlasting?

 

En dan was er het thuisfront. De verjaardagsparty van kleinzoon diende de week daarop voorbereid. Maar zeven vriendjes waren uitgenodigd. Kastaars tussen 11 en 13 jaar. Zeven rappers stuk voor stuk, zeven uitgehonderde magen, zeven freaks van dezelfde jengel en beat tunes. Maar gek worden deden we niet, net niet. Gek werd ik eerder door de voorbereidingen van zijn nieuwspresentatie. Een soort dagblad samenstellen op het niveau van het zesde basisjaar. Gezamenlijke opdracht  met twee klasgenotes. Twee kwebbel- en giecheltantes om u tegen te zeggen. Twee opeenvolgende woensdagen en een zaterdag- en zondagnamiddag zijn ze langs gekomen. Bekaf waren we ’s avonds.

 

Amper bekomen begon de voorbereiding van kleinzoons eerste grote spreekbeurt, nog zo’n samenwerkingsgeval. Dit keer echter met een rustig kereltje, eentje van allochtone origine, een schat van een jongen. Een probleem: de jongen had alle moeite om de spraakwaterval die mijn kleinzoon is bij te benen. Dus de zinsconstructies aan zijn spreektempo aangepast en een drietal avonden intensieve dictielessen gegeven. Tussendoor huistakencontroles en toezicht gehouden op het bedenken van enkele limericks door ons ventje en twee van zijn beste vrienden, genre:

 

Een fier meisje woonde in een grote stad

Ze was haast elke dag op pad

Ze spiegelde zich dolgraag in de etalages

van de winkels, botste  zo tegen een  boerenkinkel

en viel pardoes op haar gat.

 

Het metrum zit met haken en ogen in elkaar, doch ze staan op papier,  drie stuks.

 

Doch the worst was yet to come…de voorbereidingen op “den blok” en deze week de uiteindelijke toetsen. Nederlands en Frans, liepen van een meer dan leien dakje maar die wiskunde…. Ben ik een oen inzake internet, mijn rekenkundig vermogen gewoon is beneden alle peil en kleinzoon is hongerig naar oefeningen. Neen, niet de reeds opgeloste uit zijn werkboek, nieuw materiaal wou hij. Voor het eerst na vijftig jaar een passer ter hand genomen, hoeken leren bepalen met een geodriehoek ( voorheen nooit van gehoord laat staan gezien) en een loep. De negenproef… rats vergeten, destijds het minste van mijn zorgen, voor het eerst Google de hemel ingeprezen  en zodoende een halve eeuw later, voornamelijk om gezichtsverlies te voorkomen, die kloteproef boven water gehaald.

 

Symmetrieassen en diagonalen, metend rekenen van vierkante centimeter naar vierkante kilometer, kneepjes bij hoofdrekenen met natuurlijke getallen tot 10 miljoen en met kommagetallen, de gelijkwaardigheid bepalen tussen procenten, decimale breuken en kommagetallen, de kenmerken van vierhoeken, meetkundige relaties vastleggen, diagrammen uitwerken,toepassingen (de vraagstukken van voorheen) over treinen en wagens met gelijke eindbestemming, rijdend aan verschillende gemiddelde snelheden, elk met diverse welpaalde stops onder de baan  en dat soort zaken meer leren oplossen … I know now, allez ik denk het. Met uitzondering van eentje. Een vergelijking over het gewicht van een olifant en diens herseninhoud ten overstaan van deze van een volwassen man. Heb ik daar op gesuft, mensen en finaal heeft kleinzoon het dan voor mij opgelost. Hoe luidt het spreekwoord? “ Verstand komt met de jaren!”.




14 reacties Reageer op dit bericht

Sintje Merten in het land van Aalst


Kleinzoon en het sprookje rond de SINT…










Hij wist het al toen hij 7 was beweert hij. Opscheppen kan hij als geen andere. Zoiets leerde hij met ouder worden, met stoer en cool doen zoals dat nu heet. De foto’s van drie jaar geleden bewijzen duidelijk zijn ongelijk. Ongelijk dat hij nu smalend weglacht.
De wortel op de schoorsteenmantel, het flesje Orval met leeg glas, de ingekleurde tekening met zijn speelgoedwensen voor de Sint en hij in rode pyjama met hunkerde snoet, dat was cinema, dat waren trucjes van meme om haar fotoalbum vol te krijgen.

 

Als je bijna elf wordt weet je toch beter. Dan hoef je dat speelgoedgedoe niet langer. Met bijna elf ben je immers een fervente gamer op internet. Dat zijn meme daar niet bij kan en er het apezuur van krijgt, tja het zij zo. Meme is blijven steken en hij gaat mee met zijn tijd. Moet mee, wil hij op school met zijn vrienden een interessante discussie aangaan. Hij weet al goed hoe het er in zijn leefwereld en een ietsje daarbuiten aan toe gaat en vooral wat er te koop is. Hij wil bij de “have’s “ behoren en niet bij de “have not’s”.Daarom dat hij nu geld vraagt, geen muntjes liefst briefjes blauwe kleur, hoewel één oranjekleurig…uitzonderlijk misschien? Zoniet moet hij nog vier jaar wachten op die miscroscoop, zelfs een tweedehandse.

 

Allemaal de schuld van opa die zijn hoofd heeft zot gemaakt over de grondsoorten, de verfijnde uitrusting van kleine insecten, de wortels van planten en de vuiligheid in salami bijvoorbeeld. Die vuiligheid, wel hij wil die zien want hij is gek op salami. Het vergrootglas van opa is té beperkt. Toen hij klein was vond hij het een toverglas maar nu…amusant voor jochies dat wel, doch niets voor hem. Nu hij, dankzij een videoopname, zowat alles weet over celdeling bij zoogdieren en mensen. Nu hij al maanden meemaakt hoe zo’n kleine blaasjes eerst een soort van dikkopje vormen in de buik van mama, dan een foetus en uiteindelijk een baby met alles d’erop en d’eraan, die maakt dat zijn mooie mama bijna op het ontploffen staat en die sakkerse zus wil maar niet naar buiten komen. He knows!. Het moet zijn dat zus het fijn vindt tussen al die sponsjes in die placenta. Ook dat kent hij, de placenta, de koek van de moeder en niet het broedkamertje zoals meme hem vroeger had wijsgemaakt. Ach die meme van hem en haar zelfgemaakte woorden altijd. Wie spreekt nu over een broedkamertje bij mensen!?. Trouwens alles was duidelijk te zien op de 3D opname toen zus 25 weken was. De vedette van de klas was hij toen juf het ceedeetje afspeelde. Zijn zus live sepiakleurig en hij gaf commentaar. Gegierd hebben ze toen zus met haar oortjes en neusje speelde. Hij maar vertellen over die dikke navelstreng, hoe de voeding via zijn mama wordt aangevoerd en de plasjes van zus worden afgevoerd. Dat het een meisje zou worden zag het kleinste kind, rond poepje en niks balletjes dus…

 

Tja, hij had zo gehoopt op een uitzonderlijk geschenk vooral vandaag. Later haar  verjaardag vieren op een feestdag, geen school, iedereen altijd thuis…. Maar de dag is nog lang, je weet maar nooit…anderzijds vrouwen laten steeds op zich wachten zegt zijn papa…wachten, altijd maar wachten…”Zoals op de duiven” voegt opa er aan toe “duiven gelost in Barcelona bij slecht weer, altijd wachten geblazen, man!”

 

7 reacties Reageer op dit bericht

Vorstelijk eten.

26....

oktober...

2008...


Lammekezoet en pellepatatten: un plat préféré

 

niet van Titipoes, hoewel een drietal keren per jaar, kan ik aan de verleiding niet weerstaan. Zoals deze avond bijvoorbeeld, heerlijk die gebakken haring en om al dat vet door te spoelen een abdijtriple… njam, njam… Serieus ik kan er niet aan weerstaan, mijn wederhelft nog minder, goed wetende dat wij ons vanavond te pletter zullen drinken (water) en vannacht beurtelings uit bed moeten voor noodzakelijk en hoogdringend wc-bezoek.

 

Wiens plat préféré is het dan wel? Van niemand minder dan koning Albert I! Nah! Weten ze zelfs bij de VRT niet waar een ruig exemplaar van de nieuwe lichting chefs wekelijks “le plat préféré” van een of andere overledene serveert. Overleden beroemdheden weliswaar: Brel, La Callas, de Funès, Dali en Fredje Mercury. Stuk voor stuk extravaganza in hun doen en laten, trouwens gewone mensen zoals jullie en ik zijn inzake eetgewoonten totaal oninteressant voor de media. Kwisjes, zangers nomineren, live commentaar bij en moord of ramp en met plezier onze privacy te grabbel gooien in Man bijt Hond dat is meer ons ding. Dat Titipoes nu en dan verzot is op gebakken haring met aardappelen in de schil of schorseneren in een licht zurig sausje daar kraait geen haan over. Gelukkig maar.

 

Waar ik het vandaan heb dat de opa van onze koning tuk was op zo’n haring? Van mijn moeder en meer nog van mijn grootmoeder. Hoe zij dat wisten? Haha… destijds goed bewaard familiegeheim! Indien de VRT na jaren het lef heeft om met veel tamtam het lievelingsgerecht van de moordenaar van 6 miljoen joden te serveren, kan niemand mij weerhouden om de plat préféré van een populaire koning-soldaat uit de doeken te doen.

 

Mijn grootvader had tot in 1927 zijn zaak gevestigd in een herenhuis in de Rogierstraat (Brussel). En statig huis, eentje om in te verdwalen en katje-aloe te spelen [1]  een huis met vele trappen en kamers, vertelde mijn make. Een typisch burgershuis met sous-sol of sous-terrain, dat een paar jaar verhuurd werd aan een alleenstaande dame. Een dame met klasse, die prachtige hoeden droeg. Af en toe nodigde zij mijn grootmoeder en haar twee dochters uit op koffie steeds opgediend in zilveren kopjes en chocolademelk met fijne amandelkoekjes en dan volgde, tot grote vreugde van mijn toen nog eentalige oma, een gesprekje in het Nederlands. Mijn oudste tante heeft steeds beweerd dat de dame in kwestie een Hollandse was, volgens grootmoeder sprak de dame alleen “op de letter” omdat zij uit betere kringen kwam.

 

Mijn make herinnerde zich vooral de prachtige gesculpteerde commmode met zwart marmeren blad en daarop tal van foto’s in zilveren en fraai gevormde koperen kaders. Allemaal foto’s van een en dezelfde man maar in diverse houdingen: met en zonder uniform, met en zonder kepie en eretekens, met een geweer in een bos, op een paard of in een fraaie zetel en slechts eentje waar zij met hem op stond, al dansend, hij met gesteven col en zij met een speciale pluim in opgestoken kapsel.

 

Ons make en ook haar zus waren toen té jong om de heer op de foto te herkennen. Mijn grootmoeder wist beter. Toen op een gegeven dag mijn grootvader zin had in gebakken haring met aardappelen in de schil en de typische geur zich doorheen heel het huis verspreidde, verontschuldigde mijn grootmoeder zich bij haar huurster voor dit ongemak. De lieve dame kreeg de tranen in de ogen, bekeek de foto’s op haar commode en vertrouwde mijn grootmoeder toe dat “hij” er zo tuk op was. Ze had het voor hem zo vaak bereid: lammekezoet met pellepatatten en een frisse kruik bier erbij!



[1]  Katje aloe: verstoppertje



6 reacties Reageer op dit bericht

Achtergesteld!



Achtergestelde gezinnen. Wij behoren erbij. De voorbije dagen met de neus op de feiten gedrukt en ons rot geschrokken hij en ik. Een mens leeft in de vaste overtuiging dat hij een weliswaar modaal doch relatief zorgeloos leventje leidt, nu blijkt dat uitgerekend dat wat voor ons een vorm van welstand inhoudt eigenlijk achterstand was. En nog geen beetje!

 

Goed wij hebben de wagen al vier jaar uitgewuifd, wij hebben geen vaatwasmachine, slechts één tv-toestel, geen dvd-speler, geen Amerikaanse koelinstallatie, geen Miele stoomapparaat, geen BBQ, geen jacuzzi, geen sauna, slechts één vaste telefoon en een GSM die zelden wordt gebruikt, geen gesofistikeerd koffiezetapparaat, geen droogkast,zelfs geen digitaal fototoestel, buitenlandse reizen hoeven niet meer en wij doen geen beroep op de diensten van een wasserij en poetsdame. Kortom vergeleken met het gros van onze kennissenkring zijn wij een ouderwets stel, totaal vervreemd van hedendaagse trendy faciliteiten. Antieke lummels tussen onze antieke spulletjes. Bon, het zij zo en het deert ons in de verste verte niet. Blijkt nu dat we eigenlijk arme luizen zijn en, beste lezer, wij beseften dat hoegenaamd niet!

 

Meer nog wij zouden het wellicht nooit geweten hebben indien de geldmarkt niet op hol was geslagen. Waar en wie we ook ontmoeten, iedereen is er het hart van in. Plots blijkt iedereen geld te hebben verloren. Zwaar verloren. De ene meer dan de andere aan de zure gezichten te zien. Zo te horen heeft de doorsnee Belg, de Vlamingen toch, aandelen à volonté. In mijn straat is het al Fortisgekanker wat de klok slaat. Geen flauw benul hadden wij ervan dat wij tussen zo’n pak zeer welstellende burgers wonen. Goed van sommigen zie je meteen aan de levenswijze dat ze hun schaapjes op het droge hebben: twee tot drie wagens, design interieur en een overvloed van Vuitonhandtassen, een stulpje aan de kust of kinderen met B&B etablissement ergens in de Provence. Anderen daarentegen, de eeuwige klagers over hun beperkt pensioentje, die alle mogelijke instanties plat lopen om na te gaan waar er iets extra te rapen valt, de uitgesproken profijtjagers die je zelden in een buurtwinkel ziet staan, zij die naar de Aldi aan de overkant van onze stad gaan, het soort van lui dat een eurocent in twee zou bijten, dat ooit betrapt werden omdat zij hun huisvuil in andermans zakken deponeerden en zich niet generen om zakken met kledij bestemd voor een goed doel mee te jatten, dat soort van mensen bezit blijkbaar een flink pak goedehuisvader aandelen.  Begin deze week is er eentje afgevoerd met de ambulance: hartritmestoornissen na het onheilspellend journaal!

Het mensdom kop noch staart krijg ik eraan!



9 reacties Reageer op dit bericht

Voor mama

5 oktober 1944





Terwijl mijn stad haar oorlogswonden likte, de kleine collaborateur opgejaagd werd door mannen van het Verzet en Pierlot en Gutt in Brussel hun historische radiospeeches instudeerden, bracht in het moederhuis van de kliniek een jonge vrouw haar eerste kind ter wereld, heel alleen. Aanstaande vaders waren taboe in de verloskamer, weggehoond door de nonnen-verpleegsters. Vierendertig was ze, zes jaar hadden ze beiden naar dit moment getracht, uitgekeken. Hij had vaak de moed opgegeven, maar zij, zij gaf niet op. Hoe vertelde ze het ook weer? Zegezeker, ja, dat was ze. Op een goeie dag zou zij hun kind krijgen, een zoon. Zijn naam: Francis, naar haar vader. Ze had zelfs roze truitjes gebreid. Zo zegezeker!

 

Haat zwangerschap verliep rustig en normaal, voor zover een zwangerschap in oorlogstijd rustig en normaal kan verlopen. Op drie oktober ’s avonds een plasje water, nog eentje. De aanstaande vader  haast een beroerte nabij, zij niet. Zij kreeg vleugels, haar langverwachte zoon kwam er aan. De Engelse soldaat en huisgast reed hen beiden naar de kliniek in een jeep. Achtenveertig uren later hoorden de jonge vader en Mickey, de Engelse soldaat, plus een viertal van zijn makkers een door merg en been schroeiende schreeuw gevolgd door het geschrei van een pasgeboren kind, blijkbaar eentje met een abnormale stembanden.

 

Niet de langverwachte zoon, maar een dochter werd het. Een oerlelijk wicht. Kwam door de  té langdurige  en moeilijke bevalling,.meende de jonge moeder. De jonge vader hoopte dat de natuur zich met de tijd zou herstellen, zoniet…  Een vernepelingske, was ik, gewoon onooglijk. Niet aan te zien dat gerimpeld blauwig gezichtje onder de felroze te grote muts. Ik was gehaald “met de ijzers” aan de stand van mijn hoofd meer dan duidelijk te zien, van daar de muts als camouflage. Het leek op niets. Mijn jongste tante zei “Oei, oei zo’n mager dutske, zou dat kopke nog goedkomen?” en grootmoeder floot haar terug “Vaneigenst en ’t zit vol verstand, wacht maar!”

 

Tweede probleem: de naam. Hadden ze niet, een dochter was nooit bij hen opgekomen, kon gewoon niet, het zat niet in de familie. Mickey dacht aan zijn liefje in Sussex en suggereerde haar naam: Mary en vroeg of hij de godfather mocht zijn. Dat mocht, zo werd ik Marie met nog een stuk of wat namen eraan ter ere van bijna iedereen die de voorbije vijftig jaar in de familie gestorven was. Als tiener oervervelend, maar al bij al niet zo slecht, je sleept immers een stuk van je stamboom, van je geschiedenis mee. Iets waar ik nu na vierenzestig jaar een tikkeltje trots op ben.

Gebeurt dat nog heden ten dage? Jasper, Sofie, Cesarine, Petrus De Meester. Het zal niet. Trouwens met al die tijdelijke relaties kan je zo’n kleintje niet de last van het juk van de wispelturigheid of verdriet van één of beide ouders laten dragen.

 

Sedert het overlijden van mijn make, staat 5 oktober niet zozeer in het teken van mijn verjaardag. Het is mijn speciale dag van eerbetoon aan mijn geweldige moeder. Bijna zeventien jaar geleden is zij plots uit mijn leven gegaan zoals ik in het hare ooit binnenkwam. Zij en ik. Heel alleen in een ziekenhuiskamer. Drie te korte dagen en twee nachten. Hersenbloeding. Dagen waarin ik geen minuut heb geslapen, ben bij haar in het ziekenbed gekropen, haar in mijn armen genomen en verteld, urenlang. Mijn meest intieme gespek ooit met haar gevoerd. Bekentenissen gedaan, die ik in normale omstandigheden nooit zou doen. Of toch wel, begrip en vergiffenis, vind je duizendvoudig in een moeder, zelfs een stervende moeder.




“Lelijk in de luier

Mooi in de sluier”

 

Een zegswijze aangebracht door Thea uit Zeeland, waarvoor alle dank.






10 reacties Reageer op dit bericht

Boerenverstand gevraagd!

Bewezen peanuts, borrelnootjes zijn het en blijven het…











die maandenlange heisa rond staatshervorming, BHV, de welles-nietes houding van het NVA. Vorige week deze tijd stond het Vlaamse Parlement bij wijze van spreken in vuur en vlam, Peeters was kop van Jut en Boer Joie wentelde zich genoegzaam in zijn martelaarschap. De financiële problematiek in de USA leek een ver-van-mijn-bedshow tot Fortis de handdoek in de ring smeet en de malafide, onbesuisde praktijken van de seigneurs van de Haute Finance aan de oppervlakte kwamen.

 

Het hoofd van De Waele moet plots niet langer rollen, Koekelberg en zijn canapeuses zitten  in de frigo, het maagdelijk blad van Reynders ligt in de papiermand en alle ogen en hoop zijn gericht de federale overheid. Op amper een week tijd, nauwelijks zeven luttele dagen, verwachten we een nooit geziene en krachtige inspanning en dito samenwerking over alle taalgrenzen heen van een orgaan dat door rechtse oelewappers op sterven na dood werd verklaard.

 

Als het om onze zuurverdiende spaargelden gaat, om het in standhouden van onze zo moeilijk verworven welvaart door een dramatische internationale malaise wie maalt dan nog om welke splitsing ook. Alleen een stel malafide beroepsidioten ja!





4 reacties Reageer op dit bericht

Hypo...wat?

Rouwbeklag en medeleven tonen…







ligt altijd heel gevoelig. Wie kan er in hemelsnaam troost bieden aan een moeder die haar kind verliest? Wie kan inschatten wat er in een jonge weduwe met twee kleine kinderen omgaat? Of een oudje dat na zestig jaar huwelijksleven haar partner verliest?

Woorden van troost bij een verdriet dat niemand kan vatten, ik vind ze nooit…

 

Ik vind ze hoegenaamd niet wanneer een aureool van goedheid aan de afgestorvene wordt toegemeten, terwijl hij of zij dit helemaal niet verdiende. Ja, goed van de overledene geen slecht woord, maar laat het in toch binnen de perken blijven. Op een overlijdensbericht in het regionale krantje las ik liefdevolle, zeemzoete woorden, woorden van dank voor een goedgevuld en bijzonder waardevol leven. Goedgevuld was de man zijn leven wel, hij was voorzitter en/of bestuurder van een twaalftal verenigingen. Fanfare, voetbalclub, politiek, boogschuttersmaatschappij, amateurtoneel alles wat je in een klein of middelgroot dorp aan vermaak kunt bedenken hij had er mee te maken. Tussendoor nog acht kinderen verwekt. Zou zo’n man als vader, als echtgenoot echt waardevol geweest zijn ?Misschien financieel doch emotioneel?

 

Vorige maand werd Antoinette begraven. Madame Antoinette. Ik wist zelfs niet dat ze afgereisd was naar de plaats van haar dromen. Las de rouwbrief aan de toonbank van mijn slager en vernam van twee klanten dat het een schone dienst was geweest. Een schone dienst, tiens? Zouden lelijke diensten ook bestaan? Meneer pastoor had erop gewezen dat het heengaan van Madame Antoinette voor de parochie een leemte liet die moeilijk te vullen was.Het zal wel.  Madame Antoinette zat overal in waar een diep kristelijke vrouw kon inzitten. Een geboren organisatrice: catechese voor de communicantjes, ziekenzorg, parochiefeesten en goede doelenakties, begeleidster van bedevaarten, adventgebeurtenissen, wafelslag voor senioren, deelde hosties uit aan huis bij oudjes en zieken, zat in een koor, vrijwilligster bij kind en gezin ( de weeg genaamd) voor zuigelingenkontrole.

Enfin, noem het en  Madame Antoinette deed het. Een bewonderenswaardige vrouw, ware het niet dat zij haar vier kinderen vlak voor hun huwelijk het huis had uitgejaagd zonder een rooie duit en dat zij jarenlang Maurice, haar man, ten aanschouwe van elkeen voor sloof en slaafje nam.

 

Op haar rouwbrief dus geen zeemzoete woorden, enkel het hoogst nodige. Net zoals zij jarenlang voor haar gezin had gedaan: enkel het hoogst, hoogst nodige.

 

5 reacties Reageer op dit bericht

For every problem there's a solution...

Wellustelingen....

episode...

121...


Geef toe, beste lezer, u vindt me knettergek. Zeker als u een man bent. Een moord begaan uit liefde, niet zozeer uit passie? Wie wreekt zich nu vrijwillig en doelbewust, wetende da  jarenlange opsluiting tussen een bende halfgare chaote  en gestoorden wacht? Wat zegt u? Krankzinnig! Ik?

Een vijfenzestig-plusser met een pak geld veilig belegd, een villaatje met alles erop en eraan, boordevol antiek plus een niet onaardig pensioen! Had u het anders aangepakt? Hoe? Genieten! Waarvan als ik vragen mag  Toch geen business seat op Anderlecht en napraten in de Saint Guidon over een stelletje baltrappers? Petanque na mijn middagdutje, tussen een stel weduwen en weduwenaars? Golf spelen en lumbago krijgen? Reizen? Ik heb de halve wereld gezien. Bijna tweemaal gecrasht. De pest gekregen aan lawaaierige luchthavens, controles en te lange wachttijden, zelfs met lijnvluchten. Routinematige service door routinematig hotelpersoneel. Bestaat er iets zieligers dan een man, die uitgebreid heel alleen tafelt? Een leuk mokkeltje nu en dan?  Kwakje kwijt en geen capsones! Nee, bedankt.

 

Ach, beste lezer, ik heb alle begrip voor uw reactie. Na het verdwijnen van “De Klapper” werd het begrip “opruststelling” voor mij meer en meer realiteit. Stonden woorden als genieten en profiteren ook op mijn verlanglijstje. Vaag, doch ze waren er. Met alle dromen en wensen eraan verbonden. Door Gerda, met alle begoochelingen en doembeelden erbij. Misschien bent u er nog lang niet aan toe, zit u momenteel in het spitsuur van uw leven: loopbaanstress, opgroeiende kinderen, te hoge hypotheek, wat klad in de relatie, te weinig persoonlijke ontspanning, te veel intimidatie en bemoeizucht van buitenaf. Daarenboven al die deskundigen, ze schieten uit de grond als paddestoelen en, geef toe, ze kruipen er even vlug weer onder. Topmanagers en -sporters hebben hun mental coaches, aso’s hun social workers, hangjongeren hun straathoekwerkers, uit de echt gescheiden paren hun bemiddelaars en goedgelovigen nog altijd hun pastoors. Honden hun hondenscholen! Baasje, tegen betaling, aanleren hoe hij Fifi-met-de-stamboom laat apporteren. Waar het poepje mag en waar niet. Alstublief, zeg!

 

Laat u niet ringeloren door al die gebakken lucht, die u dagelijks in de meest attractieve verpakkingen rond de oren wordt gekletst. Mag er nog zoiets als gezond verstand zijn? Boerenlogica! Het kost geen cent.

Ja, ik was medeproducent aan de massaverdwazing. Ja, ik heb de consumptiedrift, missschien niet de uwe, doch beslist deze van uw ouders gestimuleerd tot in het belachelijke. Daardoor was mijn vaderschap, op z’n zachts gezegd, vaak een puinhoop. Anderzijds, toch nog een degelijke leerschool voor Francis.

 

Hij zal perfect weten hoe het niet moet, ginder in het verre China. Natuurlijk gaat hij erheen. Geen twijfel. Hij heeft nog alles tegoed met Valerie. Het beste komt eraan voor hem. Zijn wedergeboorte. Valerie in verblindende spots zetten, haar tenger lijfje dankbaar strelen, de kleinste wens uit haar ogen lezen, ervaren dat twee mensen inderdaad in staat zijn mekaars wereld totaal te vullen, haar zijn godenkind, zijn vrouw, zijn wederalles noemen. Met haar de liefde bejubelen. Met haar samen een overbreekbare eenheid vormen. Zoals ik met mijn vrouw, mijn Marianne. Nog alleen bij haar wil ik zijn. Samen. In het geëindigd voortbestaan na dit leven. In de as, in het stof van ons geluk.

 

For every problem, there is a solution, beste lezer. The rest is silence.



EINDE

2 reacties Reageer op dit bericht

Stilte

Wellustelingen....

episode...

120...


DE REST IS STILTE

 

 

 

Ik lig in een ziekbed. In een kleine kamer. Het is zonderling stil. Bijna plechtig en geheimzinnig stil. Ik heb het koud. Ijzig koud. Ontwaak ik uit een diepe verdoving? Is dit de realiteit rond mij? Ik blijf beneveld. Onzeker. Toch nestelt zich een gelaten berusten in mij.

 

Ik haal diep adem en kreun van de klemmende pijn aan de borst. Ik zie een verbandharnas, mijn borst is volledig ingepakt.

Ik herinner me alles heel duidelijk. De schietpartij. De huwelijksmis. Marianne op de zetel. Vermoord. Daarom heb ik Serge gedood. Dát wou ik. Ik leef echter nog. En dát wou ik niet.

 

Is er een long geraakt? Waar drong de kogel door? Straks komt een dokter het me wel vertellen. Het kan me geen moer schelen. Ik leef nog en waarom? Om op te draaien voor mijn misdaad? Voor zijn …misdaden? Nee, ploert, dat genoegen gun ik je niet. Ik wil om jou geen jaren en jaren in een cel. Ik leid de dans. Jij niet. Ook niet de jury van een assisenhof. Ik beslis.

Ben ik in een ziekenhuis of in de ziekenboeg van de gevangenis? Wat hierna? Ik wil Vloesberghe spreken. Hij zal beslist komen. Een indringend bezoekuur. Ik wil hem spreken van man tot man. 

Vloesberghe is een mens  naar mijn hart. Bedaard en  begrijpend. Ik moet hem de hele zaak uit de doeken doen. Maar eerst dient er voor Marianne gezorgd. Vloesberghe vragen om Francis te contacteren. Mijn zoon moet een passend en intiem afscheid regelen. Jenneke zal hem daarbij helpen. Mijn zoon moet mij vertegenwoordigen. Mijn zoon en zijn Valerie. Marianne’s as laten verspreiden tussen witte magnolia’s, haar lievelingsbloemen.

 

Een verpleger komt de kamer binnen, noteert iets op de fiche aan het bed.

“Ik wil inspecteur Vloesberghe spreken, heel dringend. Wilt u hem verwittigen?’

“Ik zal de behandelende arts inlichten. Hij oordeelt, ik niet!”

Zijn antwoord is kort en zakelijk. Hij verdwijnt. Geen spoortje warmte en medeleven. Zo worden dus misdadigers te woord gestaan. Geen  woord te veel. Die arts heeft niet te oordelen. Had me zelfs niet in leven mogen houden. Leven zonder mijn vrouw, alleen met haar nagedachtenis? Hoeft niet. Kan niet. Wil ik absoluut niet.

 

Dankzij de geneeskunde wacht de rechtbank mij nog. Mijn proces. Bonbons voor de media. Lezers en kijkers gegarandeerd. Priestermoord verstoort huwelijksmis. Mijn misdadigerstronie op breedbeeld. Omkaderd met reclamespots over pasta, smeerkaas en luiers. Natuurlijk zal ik gevonnist worden. Moordenaars gaan zelden vrijuit. Ook al zijn er uitzonderingen. Ook al heb ik een stevig alibi. Ook al zullen mijn zoon en Pat, voor zover ze eerlijk is, Eefje en de collega’s gunstig voor mij getuigen.

 

Marianne kon ik in geen geval gedood hebben. Serge wel. Motieven à volonté. Ik zal mijn hele geschiedenis zo precies mogelijk uit de doeken doen. Gerda’s dagboeken vermelden, maar niet het roze schriftje. Mijn laatste gesprek met Serge. Zijn bekentenissen. Zijn waaanzinnige wraakzucht tegenover mij, om mij in de allereerse plaats te treffen. Me zelfs voor Marianne’s dood te laten opdraaien. Alle details mogen ze me vragen. De rechtbank zal uitgebreide, waarheidsgetrouwe antwoorden krijgen. Inzien waarom ik, kapot van verdriet, haat en ellende, nog maar één doel had. Serge omleggen en mezelf berechten.

 

Mijn advocaat kan vrijspraak bepleiten. Zo’n vonnis zal de rechter wel niet uitspreken. Mijn schuld staat so wie so rotsvast. Ik heb bewust gemoord.

Hoeveel ga ik krijgen? Twintig of vijfentwintig jaar? Minder? Minder of meer, het laat me volkomen onverschillig. Welke straf het ook moge zijn, uitzitten zal ik ze niet. In geen geval. Verder leven zonder Marianne is voor mij immers de allergrootste straf.




Wordt vervolgd


 

Reageer op dit bericht



Wellustelingen....

episode...

119...

 

  

Hij was zelfs niet langer bang. Moedig, onschuldig, sterk en eerlijk wou hij schijnen in dit finaal treffen. Het was zijn eigen regie. Een plot zoals de dood van zijn Heer aan het kruis.

Serge strekte beide armen in de hoogte toen mijn rechterhand naar de zak van mijn regenjas ging. Zijn goddelijke zegen voor het paartje. Zijn overgave, die in zijn ogen zijn grootste overwinning zou worden. Op mij, op mijn schuld.

 

Hij wist dat ik hem ging doden. Hij smeekte er nu zelfs zijn Heer om. Straf mij, o Heer, voor al mijn zonden en misstappen, straf mij voor de dood van twee vrouwen, die stierven om mijn haat te koelen op mijn beul. Laat mij branden in Uw hel, doch wees me genadig. Laat me in het duistere vuur van Uw hemelrijk toeven tot ik hem daar, mijn moordenaar, ook in de hellegloed zie belanden, die ketter, voor wie Gij nooit of nimmer enig erbarmen moogt kennen. Onze Vader, die in de hemelen zijnt, geheiligd zei uw naam… en vergeef ons onze zonden, zoals wij vergeven aan onze schuldenaren…leid ons niet in bekoring…

 

Zijn lippen prevelden nu koorstachtig. Het gebeurde allemaal in een mum van tijd.

Ik duwde het bruidspaar brutaal terzijde en stond oog in oog met Serge. Zijn armen nog steeds in de hoogte. Zijn blik bleef trots, uitdagend en misprijzend op mijn bleek gezicht stralen.

Toen schoot ik.

In de hartstreek. Nog eens en nog eens. Het tumult brak los. Drie, vier struise mannen sprongen schreeuwend naar mij toe. Wierpen zich als een meute hygena’s op mij.

Ze kwamen echter te laat. Ik bracht de browning naar mijn rechterslaap. Wou afdrukken. Voelde die slag tegen mijn borst. Dat rukken en sleuren. De stoten tegen mijn kin en rug. Schoppen tegen mijn benen. De hele last van de klauwende, hysterich brullende en vloekende mensen. Dat alles kwam een paar seconden te vroeg en verhinderde mijn opzet.

Mijn zelfmoord.


Ik werd alleen de scherpe  inslag van een kogel in de schouder gewaar. Geen echte pijn. Amper een korte, droge schok of  was het een vuistslag? Ik weet het niet meer.

De revolver werd me ontnomen. Bloed sijpelde. Er werd alweer gevloekt, geslagen en geschopt. De grond beefde. Scheurde open. Dàt was de echte hel.

Daarop verloor ik het bewustzijn.



Wordt vervolgd


 


 

1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van 'PATATI PATATA

↑ Terug naar de berichten