Naar de inhoud

'PATATI PATATA

akke.beakke.be

Feel good in TITI's elektronisch kletscafé waar het leven gezien wordt door een Oiljsterse vrouwenbril...en feel je niet good, dan retour à domicile!

Archief

De hulpbehoevende evenaaste

Wellustelingen....

episode...

91...


De browning beefde niet in mijn hand. Ik was zelfs zelden zo kalm geweest. Hij bleek almaar meer van streek. Zijn voorhoofd glom.

‘Haar dagboeken zijn de beste bewijsstuken. Er was niet alleen dat seksueel misbruik. Eens zij naar jouw pijpen danste, heb je haar bestolen op de koop toe. Om haar geld was het je te doen, geef toe! Uitsluitend om haar geld!’

‘Geld? Welk geld, man?’

 

Het loeder deed een vergeefse poging om verbaasd-spottend te glimlachen. In werkelijkheid zag hij er afschuwelijk uit.

‘Niet de restjes van haar huishoudgeld, noch de halfjaarlijkse intresten van haar beleggingen bij Francis. Dat waren habbekratsen voor jou, jij gore havik. Je wilde alles tot de laatste cent!’

Instinctief voelde ik aan, dat hij zich meer en meer rekenschap gaf van het feit dat ik perfect op de hoogte was en mijn beschuldigingen geen ijle lucht waren. Vooral de browning en mijn zelfverzekerdheid brokkelden hem af.

‘Je rekende erop dat een naïef mens als Gerda in de val zou trappen. Als die hoerenloper van haar man aan een prostituee zijn geld hing, was het maar meer dan billijk dat jij, afgezant van de heer, het beetje vermogen van die religiewaanzinnige zou krijgen.

Maar je was aan het verkeerde adres, nietwaar! Gerda loste niets. Francis zou het trouwens wel verhinderd hebben!’

‘Max, ik had Gerda een eerlijk voorstel willen doen... ik had…’

‘Hou je smoel, ik verwittig nu de politie.’

‘Ik heb je vrouw niet…’

‘Wat, smerige leugenaar!?’

Toen deed ik het onbewust. Van een revolver wist ik alleen dat je de veiligheidspal gesloten moet houden. Ik had er niet op gelet bij het laden ervan. Ik haalde nu blind de trekker over.

De kogel blafte langs Serge’s gezicht ergens tegen de voorkant van het altaar en kaatste verder terug. Een knal, met tientallen echo’s, die tussen ons een snoer van wrede angst legde.

Serge klappertande. Mijn benen trilden. Ik schreeuwde mijn speeksel tegen zijn glimmend voorhoofd.

 

‘Nu ga je bekennen. Nu, of …’

Hij zakte voorover. Verborg het hoofd in de handen. Huilde rauw. Stootte gebroken uit:

‘Ik wou het niet… Nooit de bedoeling gehad… Ik begrijp nog niet wat mij bezielde. Al die demonen van haar… zitten in mij… Ik werd een monster… Een monster zonder geweten, zonder hart. Ik …’

‘De feiten, verdomme, de feiten!’

Hij jammerde, klein, verloren, totaal gebroken en op:

‘Ruzie, wij hadden ruzie… het geld. Gerda wou niet. Ik nam de pentekening  mee… op de Zavel is een opkoper… Gerda  had mij dat geld beloofd.  Vast beloofd. Toen…  niets.  Ze hebben mij bedreigd…de datum was al drie dagen verstreken… Ik moest die schuld…’

‘Schuld? Welke schuld?’

De geslagen hond keek smekend op. Fluisterde toonloos:

“Speelschulden…in Antwerpen, het milieu aldaar…Ik gok, Max, al jaren…  Grof geld.’

 

Hij schreide.  Zelfs uit zijn trillende handen  leken tranen te druppelen. Zielig die kloot.

Als ik nu schoot, dwars door zijn verdorven brein. Hem hier, in zijn eigen godshuis, afmaakte, vertrappelde, van de grond veegde als een giftige adder. Eén seconde. Amper één luttele beweging en het was voorbij. Nee, die straf was te mild voor hem. Duizendvoudig moest hij boeten voor zijn misdaden. Duizendvoudig sterven aan zijn eigen schuldkruisen. Tot zelfs zijn naakte botten nog bloed bekenden.

Zijn stem kwam schor, nauwelijks hoorbaar, uit een verre diepte terug:

“Ik wist dat zij einde maand een deel van de intresten zou ontvangen. Met de lening erbij…ze wou niet… Ik moest betalen, Minstens drieduizend euro…onmiddellijk. Die kerels zijn gewetenloos, die…je hebt er geen idee van, Max…’

 

‘Jij verslaafde parasiet, je wou alles van Gerda!’

‘Nee, Max, echt niet. Ik wou alleen die lening. Ik zou haar later teugbetalen samen met de intresten. Geloof me toch!’

Hij hijgde huilerig-klagend:

‘Max, je moet me geloven. Het is de waarheid. Ik sta voor een berg schulden. Een kleine veertigduizend euro. Op verschillende plaatsen. Ik kan nergens meer heen. Ik wou geld lenen bij de dames, maar durfde niet.  Alleen Gerda heeft geholpen. Eveneens twee kleine stukken uit de kerk. Heb ik stiekem verkocht. Maar Adrienne ziet alles en zou de politie erbij halen. Daarom was ik zo blij dat Gerda er was, echt waar. Zij is zo ontvankelijk voor een hulpbehoevende evennaaste…’

‘Voor een plas drek, ja, niet een evennaaste. Wat is religie voor jou anders dan commercie. Een middel, een masker om je smerige handel te verbergen. Niet alleen dat gokken, maar ook bestiale perversiteiten. Je hebt Gerda keer op keer verkracht!’

‘ Dat was het niet’, mompelde hij met een vertwijfeld hoofdschudden, ‘Neen, geen verkrachting. Ze vroeg er zelf om.’

‘Wat!? Verdomde oerleugenaar. Alles gebeurde tegen haar wil. Ze was bang voor jou. Je bracht haar in een soort trance. Ze schrijft het en Gerda liegt niet. Ze besefte niet eens wat je met haar uitspookte!’

Hij steunde, in een laffe vorm van schuldbekentenis:

‘Ik heb haar nooit vooraan gepenetreerd. Het waren rituelen. Zelfs verboden genot… dat zogezegde genot… kan een zware straf zijn. Jij, Max, jij begrijpt dat niet.’

‘Jij, jij verzuipt in  eigen leugens. Hoe zei je het ook weer?  Een gebied waar alleen geesten huizen! Je sacristie behoort daar ook toe? Middeleeuwse boetedoening! Ze raakte er zelfs bewusteloos bij, smeerlap!’

Reageer op dit bericht

De confrontatie



Wellustelingen....

episode...

90...


Het motregende nog steeds. De vage schemering kroop mistig uit de aarde. Ik leek heel alleen op een zwarte plek.

Ik stopte bij de vervallen pastorij in het dorp. Belde aan. Geen reactie. Ik wachtte nog een minuutje en liep toen naar de kerk. De zijdeur stond op een kier.

Serge zat op een van de voorste stoelen bij het altaar. In jeans en hemdsmouwen. Een kwajongen op z’n zondags. Hij keek op. Een bleek verbaasd en toch uitnodigend sereen gezicht. Alsof hij me verwachtte en bij voorbaat wist wat ik hem te zeggen had:

‘Ha, de Max!’

Ik bleef wijdbeens voor hem staan, de rechterhand rond de revolver in mijn zak. Nog niets zeggend. Tegen vette varkens spreekt men niet. Die keelt men.

‘Tempori parce’, monkelde hij. ‘Wees zuinig met de tijd. Wat kan ik voor jou doen?’

 

Ik reageerde niet. Hij bekeek me scherper. Argwanend. Dan weer zijn vaderlijke beroepstoon van zielenherder:

‘Max, kerel, hoe jij eruit ziet, zeg! Wat voor spoken heb jij ontmoet! Kom, ik heb nog een halve fles uitstekende Saint Estephe.’

‘Blijf waar je bent!’ siste ik giftig. ‘Verroer verdomme niet of ik plak je hersenen aan je altaar!’

‘Potius mori ’, begon hij onzeker te stamelen, opeens erg bang lijkend.

‘Hou op met je gezever. Je weet verdomd heel goed waarom ik hier ben!’

‘Neen, Max, ik weet het echt niet.’

 

‘Jij hebt Gerda omgebracht, jij zwijn, en je rekent erop mij of wie dan ook die moord in de schoenen te schuiven.’

‘Max, ik …wat is dat voor larie…ik..’

Hij wou opstaan, Schijnbaar diep verontwaardigd. Verblekend ineenkrimpend. Ik stoote hem brutaal terug.

‘Jij hebt Gerda van de trap geduwd en haar met een zwaar voorwerp de schedel verbrijzeld. Beken, smeerlap, geef toe dat jij het hebt gedaan!’

‘Waar haal je dat allemaal vandaan, Max?  Ik heb met die vreselijke zaak niets, hoegenaamd niets te maken. God is mijn getuige…’

‘Loop met je god naar de kloten. Of nee, roep liever zijn hulp in, nu je hem broodnodig hebt.’

 

Serge’s lippen bewogen schichtig. Hij bad, de huichelaar. Smeekte zijn god om steun. Gesmoord bracht hij uit:

‘Max, ik begrijp niet wat er met jou aan de hand is. Je draait door, man. Waar haal je toch al die onzin, die leugens vandaan? Ik herken je niet meer!’

‘’Ik heb haar dagboeken gevonden!’

‘Welke dagboeken? De politie heeft toch alles doorzocht en…!’

‘De politie heeft helemaal niks. Ik doorzie het nu allemaal. Jij en niemand anders heeft het gedaan. Jij! Jij!’

‘Nee, Max!’

‘Ja, smeerlap, ja!’

Zijn adem ging sneller op en neer. Hij deed opnieuw een poging om op te staan, keek nu wit geschrokken in de loop van de browning.

‘Vooruit, schoft, de waarheid!’

‘Max, ik zweer je…’

‘Hoe heb je haar vermoord!’

‘Ik heb echt niet…’

‘Uit haar schriften heb ik opgemaakt hoe je haar behekst hebt met je demonische vertelsels, hoe je haar gestraft hebt eerst met paedicatio-aanrandingen …’

‘Wat!??’

‘Dat is, monster dat je bent, het uitvoeren met geweld van anale coïtus op een volwassen persoon, om een medisch gerechtelijke term te gebruiken. Knoop dit in je hoofd, je zal hem nog vaker horen. Nadien heb je haar vaginaal gepenetreerd, haar goedgelovigheid en naïviteit schandalig misbruikt  en tenslotte heb je haar omgebracht,  jij verdorven rotzak.’


Hij staarde me eerst verwilderd aan, daarna vertwijfeld, hatelijk en duivels wraakzuchtig. Een in het nauw gedreven roofdier, dat bloed rook en zich uit behoudsnood zelfs op zijn eigen schaduw zou storten.

‘Max, blijf redelijk. Doe die revolver weg.’

‘Jij bekent nu en dan ga ik met jou naar de politie!’


Wordt vervolgd


 

Reageer op dit bericht

Noblesse oblige.



Portefeuilledwang!

 

“Waar halen ze het lef vandaan?” dat is de vraag die ik me al wekenlang stel tussen Terzake en het Weerbericht in. Komt door die rode curvelijn en de stem die vraagt hoe warm mijn zomer is? Fortis-sponsoring.

 

Als je denkt schaamtelozer kan niet, wel het kan wel. Vorige maandag, in Amsterdam. Tweehonderd “kleine” overbezorgde Hollandse aandeelhouders mochten vragen stellen aan de Fortis top zijnde: een geparachuteerde socialist ex-ASLK, nieuwbakken CEO  en het Fortis-icoon, burggraaf Lippens Maurice himself. Historische infosessie volgens de kranten. Burggraaf Lippens sloeg mea culpa. Ik zag hem in het journaal zowaar nederig het hoofd buigen en met vooraf ingestudeerde brok in de keel en goed getimde stemvibraties beweren dat hij alle begrip had voor de ontgoocheling van de aandeelhouders. Hij wist dat de pijn niet alleen ging over het feit dat hun dividend niet cash werd uitbetaald. Hij vroeg hun vertrouwen , smeekte om hun geloof want het ging hem aan het hart.

 

Het kleinste kind weet dat hypocrisie altijd het sterkste punt van de adel is geweest, maar dit slaat alle records. Deze ganzenlevervreter in maatpak, ritselaar met woekerwinsten nu één groot deemoedig vat? Komt op hetzelfde neer als een De Winter die plots een vurig pleidooi houdt pro SP-a. Zou hij aan de leugendetector durven hangen, de burggraaf? Beseft hij hoeveel afgerukte ledematen hij op het geweten heeft door zijn kredietfaciliteiten aan de wapenboeren? De schofterige ijdeltuit! Jammer dat er geen openlijke tuchtiging daar in Amsterdam is gekomen. Ik hoop op een krachtig kabaalprotest tijdens de volgende sessies in ons land. IJdele hoop, ook alhier zal er weinig van in huis komen en Lippens zal gaan zoals hij gekomen is: ondroordringbaar zoals zijn Fortiskluizen.

 

En ondertussen zitten heel wat mensen dik in de nesten. Jonge mensen door de verhoogde woonkredieten, starters die rekenen op bedrijfskredieten en een verhoging van verzekeringspremies is op komst. De oorzaak? Wat banken aan de ene kant verliezen, plukken ze aan de andere zijde, te weten de onooglijke vruchtjes van onze spaarzaamheid: spaarboekjes en –varkentjes. Wat jaren onmogelijk was, kan plots wel. Basisrenten stijgen, verhoging van groei- en getrouwheidspremies, stimuli bij onlinesparen, garanties tot 2010 zonder minimuminleg en zonder kosten enfin het kan niet meer op. De kranten staan de voorbije dagen vol van advertenties. Banken en filialen waarvan die ik voordien nooit heb gehoord schieten als paddestoelen uit de grond. Alleen Test-Aankoop raadt aan de kleine lettertjes te lezen .

 

Tja, oplichters floreren vaak in de hoogste kringen. Volgende week zijn de Wetstraatezen  er opnieuw bij. Benieuwd wat het wordt. BHV of mazout? Ik tip op verkiezingen. De zoveelste…

3 reacties Reageer op dit bericht

Woede en haat

Wellustelingen....

episode...

89...


 

Ik sloot het laatste dagboek, stopte het met de twee andere in een uitgerafelde tas uit de muurkast en bleef roerloos op de trap zitten.

Met stijf dichtgeknepen ogen. Niet willend dat al die obscene beelden van mijn eega, honds parend met een priester, als jodelende kwelgeesten naar mij toedoken. Het was te veel ontzetting. Ik verdroeg het niet.

 

Maar die beelden vermengd met haar vreemde, onzinnige, bange en schokkende woorden, met dat hele chaotische gebeuren, bestookten me feller en feller. Met hun ongeloof. Hun hoon. Hun waarheid vooral. Die me beetje bij beetje veel méér openbaarden.

Gerda! Ik wist het nu! Verdomd ik wist het allemaal! De waarheid stond hier in dit schriftje, als in een gruwel van bloedletters gekerfd. Die bonsden en dreunden in mijn hoofd.

Die waarheid. Ze maakte me ijskoud. Deed me kermen en blazen van afgrijzen, opstandigheid, woede, machteloosheid en onbegrip. Dat varken van een pastoor had Gerda het hoofd ingeslagen.

Hij en niemand anders. Hij was haar moordenaar.

Hij. Hij. Hij!

 

Ik had daar nog uren kunnen zitten.

Ik deed het niet. Ik had een opdracht. Serge rekenschap vragen. Hem doen boeten. Hem laten inrekenen. Eerst en vooral Vloesberghe opbellen. Hem in een notedop vertellen wat ik wist. Hem meteen tot onmiddellijk ingrijpen aanporren. Neen, wacht. Die eer gunde ik mij. In de allereerste plaats.

Dit was de rekening, die ik vooraf met zo’n smeerlap had te klaren. Met die godverdomde schurk, die mij allicht de moord op Gerda in de schoenen had willen schuiven.

 

Die demonische slijmerd van een ploert was beter lid geworden van de Spaanse Karmelieten van het Heilig Gelaat. Die dubieuze kring van afvallige paters in dat godverloren dorp El Palmar de Troya, net onder Sevilla, waar de anti-paus Clemente Dominguez Gomez als een halfgare blinde mol had geregeerd.

Duistere praktijken met vrouwen en kinderen waren schering en inslag geweest in die zogezegd door de ware godheid geheiligde gemeenschap. Tot een tiental geestelijken dringend naar een ziekenhuis in Sevilla werden afgevoerd: hun penis doorboord met een ring, rug en buik rooddoorstreept en bloederig opengeslagen met bespijkerde stokken. In de naam van hun god kende zelfs het walgelijk ongeoorloofde geen grenzen meer.

 

Ik stond recht. Mijn lichaam voelde aan als een stuiptrekking.Een plots oude man was ik. Met stramme loden armen en een zware sleur van andere ledematen en organen. Doch ook een man, die heel goed wist wat hem te doen stond. Dat zegde de browning in mijn regenjaszak.

Ik haalde hem eruit, liet enkele kogels gedachtenloos in mijn handpalm rollen. Stopte ze even mechanisch in de lader. Hield de revolver rustig mikkend voor mij, Grijnsde breed-verachtelijk, alsof ik een Al Capone trawant was geworden. Liet de revolver weer in mijn zak glijden. Nam de tas met de schriften. Sloot de buitendeuren af en reed weg.


Wordt vervolgd


Reageer op dit bericht

Kiekekot brengt heil

Wellustelingen....

episode...

88...


Delen van volgende passages zijn moeilijk leesbaar, vooral de introductie. Uit het gewirwar van lettertekens en halve zinnen heb ik uiteindelijk onderstaande gedistilleerd.

 

21 juni - Bestolen heeft hij de schurk. Mijn twee kristallen kandelaars en de parels van mijn moeder zaliger. Ik dacht mijn laatste uur gekomen. Ik kan met moeite voet bewegen. En mijn hart blijft bonzen. Het houdt niet op en Serge is een uur weg. Hij is zot geworden! De zwarte vlekken voor mijn ogen verminderen. Slagen op mijn hoofd. Ik ben mijn nieuwe bril kwijt, afgevallen.

 

Moeite om mijn stylo vast te houden. Mijn vingeren beven. Mijn handen, ikk kan dat niet bedwingen. Serge is een beul en een verkrachter. Een bedrieger van de smerigste soort. Heb vlakaf gezegd dat Adrienne en Florence donderdag alles zullen weten. Ik zwijg niet meer, voor niemand.

Hij vloekte en maar schelden. Serge zei woorden die ik  niet kon verstaan maar ik wilde dat niet verstaan hoor. Dat ik een sloerie en een loopse teef was. Ik moest zwijgen, anders zou iedereen weten dat ik hem verleid heb. Door met mijn bloot achterste voor hem te waggelen.

Serge weet dat hij naar zijn geld kan fluiten.

 

Zijn klauwen gingen naar omhoog. Ik vreesde dat hij mijn keel zou toeknijpen. Een slag op mijn hoofd en ik flauw te vallen. Ik greep de stoel goed vast. Viel niet flauw.

De sleutels van mijn kamer vond hij niet. Ze zaten in mijn zak. Hij hoorde ze zeker en vast rammelen. Over mijn lijk smerige dief, heb ik geroepen. Riskeer het niet om nog één vinger naar mij uit te steken. Als er met mij iets ergs gebeurt, zult ge groen lachen, dat zweer ik op het hoofd van mijn zoon.

 

Hij spuwde in mijn gezicht. Hij weet dat ik al zijn beestige streken in mijn dagboeken heb staan. Die liggen sedert vrijdag bij mijn notaris, zei ik. Als er iets voorvalt krijgt Max die. Heb gelogen om geen slaag meer te krijgen, alle baten helpen. Maar ik ga dat toch doen, nog deze week. De stoel weggetrokken, ik viel. Serge bleef schoppen,  Mijn staartbeen brandt in mijn rug. Hij heeft de schuiven opengetrokken. Ik kroop weg naar de tuin.

Heb zeker een halfuur achter het kiekekot gezeten. Was hij gekomen, dan kon ik roepen op de mannen, die in de nieuwe straat aan het bouwen zijn. Die zouden me wel gehoord hebben. Hij mag niet meer in mijn buurt komen. Zoals hij nu is, is hij tot alles in staat. Zal ik toch naar de politie gaan? Ik moet zien dat ik mij bescherm. Die pastoor is een monster!

 

 

 

Wordt vervolgd

Reageer op dit bericht

Vacature geldig tot 24/08/2008


Analfabeet én slechtziend?

Word taxichauffeur in Beijing!

 

 

Dit is een tip van Wieneke van Vucht, een jonge redactrice die in opdracht van het Nederlandse praatprograma Pauw & Witteman momenteel in Peking zit. Het schaap nam al enkele keren een taxi en is er een minuut later gewoon uitgebonjourd.

Waarom? Communicatieproblemen, de chauffeur sprak geen Engels en zij geen Chinees. Op zich nog geen probleem want het kind heeft een voorraad hotelkaartjes mee in het Chinees. Doch wat als de taximan niet kan lezen? Of wat als hij kan lezen maar slechtziende is? Wieneke heeft er al meer dan een met een vergrootglas bezig gezien. Een chauffeur met de neus tegen de voorruit geplakt is er echt geen uitzondering.

For every problem there is a solution, dacht Wieneke. Haar zouden ze niet langer liggen hebben, dus als de donder geoefend om de straatnaam en hotelnaam plus minus verstaanbaar te leren uitspreken. Gegarandeerd succes? Elders wel in Beijing niet. De chauffeurs beginnen te ratelen dat oren en zien vergaan. Tracht het kind met alle mogelijke gebaren hen bij te brengen dat ze er geen moer van snapt, dan maken de chauffeurs gewoon een wegwerpgebaar. Op dat moment is het opschieten geblazen zoniet krijgt de hulpeloze passagier nog een sliert Chinese verwensingen mee.

 

Nochtans de organisatoren hebben aan alles en nog wat gedacht, zeker voor dit soort van perikelen. Zo is er een speciaal nummer dat de taximan kan bellen als hij, figuurlijk dan, de pedalen kwijtraakt. Andere chauffeurs hebben ook een soort meertalige folder in de auto liggen. Daarop staan twintig belangrijke zinnen in het Engels, Frans en Chinees. Een handige taxichauffeur pakt meteen deze kaart, de passagier wijst aan en klaar is Kees.

 

Inmiddels kent Wieneke de weg naar haar hotel al vrij goed; doch dat de ene weg 34 yuan kost en de andere 70 maakt haar soms boos. Niets aan te doen, de meertalige folder vermeldt heel wat doch de zinnen “ Niet omrijden hoor. Er is een kortere weg“  uitgerekend die staan niet vermeld. In de achteruitkijkspiegel ziet ze hem gremelen, ze weet wat hij denkt: “ Met al de Chinezen, maar dit met deze!”.


2 reacties Reageer op dit bericht

Weekgebeuren

Waar begint de week mee? Met …







China… en de China-mania hangt me de keel uit. Teveel is teveel. Sla je een krant open: China. Zet je de tv aan: China. Knack en Co plus de radio idem dito. Tja, die 250 camera’s en 19 captatiewagens moeten renderen. Zware kostennota’s van het journaille moeten verzilverd, vandaar dus. En ze krijgen er de Olympische Kampioen deadlines en ultimatums nu ook bij. Eerst ging hij louter ten persoonlijke titel, op eigen kosten bovendien. Van een kantelmoment in het leven van een regeringsleider gesproken! Op het nipperke heeft hij een uitnodiging van de Chinese regering uit de brand gesleept. Daardoor komt de reis de kosten van de kanselarij en moet De Gucht mee, als brandblusser.
Dat de Chinese regeringsleiders interesse hebben voor de premier uit Plopsaland maak dat aan  grootje wijs. Weten jullie wie er ook floreert? De lallende lobroek uit Ans, Michel Daerden, minister van iets in een of andere deelregering. Van bij het ontbijt zegedronken in afwachting van de eerste Belgische medaille. Voor hem geen geroosterde sprinkhanen,  wel champagne en kaviaar.

Nog dagen wordt dat mediacircus ons voorgeschoteld. Nog dagen de stellingen van wijze en minder wijze mensen over de mensenrechten aldaar, over chinees gesjoemel met kindertjes en vuurwerk ter opwaardering van hun imago, over hun leiderschap inzake nepgoederen. Nog dagen zeiken over de oorlog in dertig landen terwijl hun atleten het tegen elkaar gezwind openemen.

 

En op straat spreekt er geen kat over die spelen. Niemand heeft mij gevraagd of ik wist wie goud haalde met de floret. Niemand die moord en brand schreeuwt over de paardenrechten op de Spelen. Want als ik mijn krant mag geloven, en ik geloof De Morgen, wordt er in Peking nogal wat afgerommeld met de poten van de paarden. Pardon, met de voeten van de paarden. Ik weet het bij dieren spreekt men gewoonlijk van poten, maar in de wereld van amazones en ruiters niet. Poten klinkt te ruig voor zo’n veredeld dier. Beautiful head and straight legs, hoorde ik tijdens de dressuur vertellen. Wat er scheelt aan de voeten van de paarden? Naar het schijnt zitten die vol kunststof. Zo zou een internationaal vermaard hoefsmid verklaard hebben zeker te weten dat er ze er paarden beslaan die eigenlijk niet meer te beslaan zijn, paarden met bijna een halve voet eraf. Stalhouders en organisatoren zwijgen in alle talen. Hallo Gaia en consoorten!

 

Reageer op dit bericht

De bekentenissen

Wellustelingen....

episode...

87...



 

19 juni - Heer, Mijn God, mijn verdriet is niet te beschrijven. Eigenlijk is het geen verdriet, maar koleire en grote schaamte. Gij weet, Heer, dat ik van jongs af aan moest horen dat ik niet van de slimste ben. Nu besef ik dat ik echt oerdom ben.

Had ik van bij het begin van mijn huwelijk meer naar Max geluisterd. Doen zoals hij en mijn voeten aan iedereen vegen! Max is zo opgevoed, ik echter niet. Met hem wordt er rekening gehouden!

Met mij gaat iedereen een gang. Iedereen, Heer, ook mijn zoon, soms toch. Gij niet, Heer, Gij aanvaardt de mens zoals hij is, slim of dom, gezond of gebrekkig. Gij maakt geen onderscheid. Maar Gij zit daarboven, waar alles peis en vree is. Moest Gij terug naar hier kunnen komen, Gij zoudt Uw ogen nogal opentrekken!

 

Gij hebt er geen gedacht van wat hier allemaal gaande is! Ver moet Gij zelfs nie  zoeken, Almachtige. Uw eigen priesters, gewijd door de bisschop in Uw naam, generen zich niet om de gelovigen een peer te stoven. Ik weet wel, Heer, het zijn allemaal geen Serges. Maar waarom hebt Gij zo’n slechterik op mijn weg gezet? Wat heb ik U misdaan, Heer? Ik verdien dit toch niet? Op zo’n manier moet Gij toch niet verbaasd zijn dat menig mens salut zegt tegen Uw kerk? Wat zoudt Gij willen, Heer, als zelfs Uw eigen volk Uw tien geboden niet opvolgt!

 

Mensen die niet in U geloven hebben het gemakkelijk, hoor! Kijk simpel naar Max. Zonde bestaat voor hem niet. Boetvaardigheid is alleen voor zotten en kwezels, beweert hij. Elk normaal wezen weet dat hij niet mag stelen, bedriegen of iemand de kop inslaan. Max heeft daarvoor geen god nodig, zegt hij. Zijn hemel zit tussen zijn oren, zegt hij en zijn paradijs werkt op een bureau in Brussel.

Ik zal U altijd nodig hebben, Heer, vooral volgende week donderdag. Tijdens de bedevaart naar Groot Bijgaarden, ter ere van de heilige Wivina, ga ik Adrienne, Justine en Florence alles over Serge vertellen. Over zijn streken met het geld, misschien een beetje over mijn boetedoening, maar niet hoe ik misbruikt werd. Daarvoor is mijn schaamte te groot. Sta mij bij, Heer, laat het licht van Uw Goedheid schijnen en vertroosting brengen voor uw schaamtevolle dienares.

Heb Dank, O, Heer.



Wordt vervolgd


 

Reageer op dit bericht

De bevestiging



Wellustelingen....

episode...

86...


 

 17 Juni - Heer Jezus Christus, Gij hebt gezegd: vraagt en gij zult verkrijgen, zoek en gij zult vinden, klop en u zal worden opengedaan.  Zou ik die drie dingen terzelfdertijd mogen doen, Heer? Ik geraak er anders niet meer  uit. Dat fameus kwartiertje van Serge is zeker een dik uur geworden! 

Toen hij arriveerde, zag ik dat hij in zak en as zat. Nochtans in de vroegmis zoudt ge dat niet gezegd hebben. Opperste Rechter, moest ik nu weten in welke psalmen, en waar in het Boek der Openbaring of in het Evangelie ik moet zoeken om al die vragen in mijn hoofd te beantwoorden, ik zou nu bij U niet aankloppen. Maar ik weet niet waar te beginnen.

 

 

Alwetende, Serge heeft U toch ook al verteld van zijn problemen? Miljoenen mensen hebben reeds tot U gebeden om hun verstand te verlichten, om hen te helpen met Uw wijsheid. Ook tot de Heilige Moeder. Aan de grot van Lourdes, in Oostakker, in Beauraing overal hangen de muren vol met plastieken handjes, beentjes en platen als dank voor  genezing en steun. Zelfs  in onze kerk hangen er enkele. Als Gij dat voor al die mensen doet, is het dan niet mogelijk Uwe priester ook te helpen? Ik weet het, Heer, er zijn dingen gebeurd die het licht niet verdragen. Maar hij was niet alleen. Uw boetelinge heeft er ook schuld aan, zelfs al heb ik dat eerst niet geweten.

 

Vandaar, Oppermachtige, dat ik mij nederig tot U wend om hem te helpen. Hij had ten zeerste gehoopt op een grotere tussenkomst van de gemeente, doch de gemeenteraad, overwegend liberalen en socialisten, heeft de beloofde 5000 euro zomaar verworpen. Onze collecte heeft amper 200 euro opgebracht en van  de wafelslag moet de afrekening nog gemaakt worden.

Justine zegt dat ze al zal tevreden is als de kosten gedekt zijn. Een ongeluk komt nooit alleen, Heer. Hij heeft tevens zware kosten aan zijn auto. Die wagen is al meer dan zeven jaar oud. Ik moet toegeven, hij heeft er van in den beginne mee gesukkeld. Garage in en garage uit. Hij rijdt nu met de auto van Florence.. Maar Serge wil van haar goedheid geen misbruik blijven maken.

 

Hij smeekte me om hem een lening toe te staan van 4500 euro. Hij zou dat op twaalf maanden kunnen afbetalen met een goeie intrest.  Misschien zelfs nog eerder. Voor mij was dat een peulschil, beweerde hij. Allemaal goed en wel, maar die peuschil zit bij mijn zoon.

Serge begrijpt niet dat Max wel zijn geld terugkrijgt en ik niet. Hij zei dat ik veel te weinig haar op mijn tanden heb. Het stomste wat een ouder kan doen, is al zijn geld toevertrouwen aan kinderen, zei hij. Precies of Francis me bij de bok zal zetten! Ik zou niet weten waarom ik geheimen  moet hebben voor mijn bloedeigen zoon.

 

‘Omdat je aan dat geld nooit aan kunt, als je het nodig hebt, Gerda, omdat je altijd een reden moet opgeven, omdat zoiets meneer niet zint en omdat ik absoluut nu wil weten of je me gaat helpen, daarom!’

Hij begon opnieuw te roepen. Ik sloot vlug de terrasdeur. De oren van Ingrid de kuisvrouw altijd open staan. Ik heb hem duidelijk gemaakt dat niet ik, maar hij geld nodig had. En als hij gekomen was om wild tegen mij te schreeuwen, hij wist waar de deur was.

 

Hij veranderde onmiddellijk in een lam en verzocht mij heel nederig of hij maandagvoormidddag nog even mocht binnenkomen. Hij zou een schuldbekentenis bij hebben en een afbetalingsplan. Ik kon dat zelfs aan Francis tonen.

‘Hij zal versteld zijn van de intrest die ik aan zijn moeder beloof. Acht vijfenzeventig procent netto, Gerda, Daar kan die zoon van jou niets  op tegenhebben! Alles zwart op wit. De rekening is vlug gemaakt!’

Ik moest Serge tot driemaal toe beloven dat ik hierover goed zou nadenken. Ging ik akkoord, dan zou het toch mogelijk zijn de helft van de lening cash te voorzien, wou hij nog weten.

 

Hij zegende mij en vertrok, keerde zich om halfweg de oprit om en zwaaide glimlachend ten afscheid.

Ingrid  kwam vragen of ze een en ander van Delhaize moest meebrengen.   

“Ja, madame’, merkte ze op, ‘ wat een keel en dat voor een pastoor! Roept hij in de kerk ook zo? Geen wonder dat de mensen op een ander naar de mis gaan! Ik mag me daar niet mee bemoeien, madame. ’t Is niet omdat ik niet katholiek ben, maar die man heeft serieus een slag van de molen gekregen.  Ze zeggen ook dat hij geweldig drinkt!’

‘De mensen weten altijd iets te vertellen, Ingrid, en meneer pastoor is doorgaans een fijne en beleefde man. Maar hij heeft nu een paar probleempjes…’

‘Probleempjes, madame?  Hij staat overal in ’t krijt! Zijn rammelkar,  al drie weken bij onze garagist. Alfons begint er niet aan want meneer pastoor moet eerst zijn oude facturen betalen. De baas van mijn man, heeft hem buitengeworpen en gezegd dat hij op een ander moest gaan om zijn stallingen te laten afbreken. Al zeven maanden wacht hij op zijn voorschot. Mijn man zegt dat die zaal één groot kot is. Staat op invallen. Goed voor afbraak. Dan heeft die gast nog het lef om een tussenkomst van de gemeente te vragen! Naar het schijnt hebben ze hem vierkant uitgelachen.Geen halve cent, zei onze schepen. Hij is daar ook zo beginnen te tieren, zelfs te vloeken. Het is niet om u te kleineren, madame, maar die kruisdragers denken dat alles hun gepermitteerd is en dat iedereen voor hen moet kruipen. Die tijd is al jaren voorbij, gelukkig maar!’

 

Heer, mijn God, hebt Gij dat allemaal gehoord?  Gij wist het, nietwaar! Gij hebt mij willen sparen, al die tijd. De woorden van Ingrid zijn het teken waar ik U om  gevraaagd heb.

 Serge blijft me beliegen. De voorschotten, die ik hem heb toevertrouwd, mijn monstrans en mijn gebedenboek? Allemaal aftroggelarij, allemaal leugens. De maat is nu meer dan vol! Ik zal hem dwingen de waarheid te vertellen. Ik moet maandag weten wat hij met mijn geld heeft uitgespookt. Meer nog, ik eis dat hij me terugbetaalt. Als het moet dan vertel ik alles aan Francis. Genoeg is genoeg! Adrienne, Florence en Justine worden eveneens ingelicht. Wie weet wat heeft hij hun reeds afgetrocheld! Serge is een schurk.  Nu heb ik hem door!

Heb Dank, O, Heer, voor de woorden van Ingrid, Uw goddelijk teken, ik heb zoveel twijfel gehad. Nu zijn mijn vermoedens bevestigd.


Wordt vervolgd


1 reactie Reageer op dit bericht

Hete ijzers...





Wellustelingen....

episode...

85...

 16 Juni - Zoals Ge weet, Heer, was het niet gemakkelijk om de knoop door te hakken, gisterenavond. Ze zeggen dat je het ijzer moet smeden terwijl het heet is  Mijn ijzer is allang heet, geloof me!.

 

Serge zat op de altaartrap te bidden bij mijn binnenkomen. Hij keek zelfs niet op toen de deur opgenging. Ik heb middenin stilletjes plaatsgenomen. Na een goeie vijf minuten kwam hij bij mij. Hij draaide de stoel vóór mij om zodat wij tegenover elkaar zaten.. Ik zag dat hij geweend had.

Hij had met U gesproken, Heer. Hij had U verteld hoe hij vergiffenis aan U en mij wou vragen. Gij begrijpt toch, Heer, dat het mijn christelijke plicht was om hem wandelen te sturen. Dat is toch niet normaal, Almachtige. Wat hij wou doen, in Uw Huis nog wel!

 

Zou het kunnen, Heer, dat hij weet dat zijn schuldenlast bij U zodanig groot is, dat hij begint door te draaien? Ik vrees van wel. Ik heb hem gezegd, dat God geen enkel schaap laat vallen, zelfs zijn zwartste niet. Dat ik voelde dat Gij, in Uw grote Genade, mij evenmin liet vallen. Serge zei dat er tussen hem en mij een levensgroot verschil is: hij is priester. Ja, natuurlijk. Maar hij had daar eerder moeten aan denken!

 

Hij ging op de knieën zitten. Zijn hoofd boog naar de vloer en hij kuste mijn voeten, de toppen mijn schoenen eigenlijk. Ik wist niet wat ik zag, Heer, en nog minder wat ik moest zeggen:

‘Maar allez ,Serge, wat doe je nu, gebruik je verstand!’

‘Christus heeft mij dit voorgedaan. Hij heef de voeten van zijn volgelingen gewassen en gekust. Wie of wat belet een priester om nederig en dankbaar de voeten van zijn volgelinge, zijn meest oprechte volgelinge, te kussen? Wie of wat belet die volgelinge om aan de laatste wens van haar schuldenaar te voldoen? Kom, Gerda, vrees niet, volg mij!’

 

Serge nam mijn hand en leidde mij naar een biechtstoel. Hij deed de deurtjes open en ik moest op zijn bank plaatsnemen. Hij wou dat ik zijn biecht aanhoorde. Ik sputterde tegen.

Dit was zijn eerlijkste verlangen, zijn laatste wens. Ik moest niet spreken alleen luisteren, zei hij. Ik luisterde maar ik zat daar echt niet op mijn gemak, Heer. Wat hij me toen allemaal opgebiecht heeft, mijn haren kwamen ervan omhoog.

 

Wist Gij, Heer, dat zijn moeder hemel en aarde heeft bewogen om aan een kind te geraken. Bij zo ver, dat ze aan de Heilige Maagd beloofde haar eestgeborene aan God te schenken. Een priester of een pater en als het een meisje was, zou het een nonneke worden. Na Serge zijn er nog twee gekomen. Maar hij had het aan zijn been. Hij was haar offer. Hij wou echt geen priester worden, eerder dokter of advocaat. Hij vond dat een betere manier om de mensen te helpen. Maar hij had geen keuze: ofwel seminarie ofwel zijn biezen pakken. Hij was toen nog geen zeventtien.

 

Het schoonste van al, Heer, zijn oudste zuster wou niets lievers dan in het klooster treden en die mocht niet. Ze hadden haar nodig op de boerderij. Hij vertelde me dat hij in zijn jonge jaren nogal opstandig en zeer opvliegend was, ook in het seminarie. Hij hoopte dat hij er zou buiten vliegen. Maar ze wisten toen al dat de roepingen aan het verminderen waren en dat ze, als het zo doorging, binnen twintig jaar zwarte priesters zouden moeten invoeren om nog iemand te hebben in al hun parochies. Daarom heeft het seminarie veel door de vingers gezien, ook zijn temperament. En zo is hij dan toch nog gewijd.

Hij heeft er nochtans serieus aan gedacht zijn kap over de haag te smijten. Als priester had hij echter zijn vaste verdienste en woonst. De crisis was toen al aan de gang en als gewezen pastoor werk vinden? De vrouwen stonden niet aan te schuiven om hem te trouwen! In Brussel of Antwerpen zou dat minder een probleem zijn geweest. Maar Serge was een kind van de boerenbuiten, hij hield niet van grote steden. Hij heeft er dan maar het beste van gemaakt. Hoe ouder een mens hoe bezadigder.

 

In een kleine gemeenschap  zoals de onze viel zijn leven nog goed mee, zei hij. Maar ik moest niet denken dat het priesterschap een gemakkelijke job is. De mensen willen dat je er voor hen bent, op elk uur van de dag. Dat gaat zo in kleine dorpen. Als priester moet je overal problemen aanhoren en trachten op te lossen. Neem een handvol onderwijzers  dokters, rechters en moeders samen, dan heb je ongeveer wat een priester moet zijn. Een geestelijke is meer dan een medemens. Moet altijd  een goed luisterend oor en de juiste raad hebben. Maar een priester is ook een man  met noden, pijnen en dromen.Hij fluiserde me zuchtend toe:

 

‘Wie luistert naar de mens in de priester? Ik heb geen thuis, geen vrouw.. Ik kan geen stoom aflaten. Ik heb niemand. Ik ben full- full-timer, Gerda, vierentwintig uur per dag! Toen heb ik een goed mens zoals jij leren kennen, een gelovige vrouw en een fantastische moeder. Ik heb die geweldige vrouw dag na dag zien wegkwijnen van verdriet door de ontrouw van haar man. Een man die zo’n  vrouw niet waard is. Een man die met ons geloof de spot drijft. Een man die met plezier zijn vrouw door hellevuren laat gaan en al onze hulp weigert. Max was je gek aan het maken, Gerda. Besef dat toch! De angsten die hij je bezorgde! De schuld- en wraakgevoelens, diep in jou.

 

Jij het topunt van vergevingsgezindheid! De demonen in je lichaam, wie heeft jou begrepen, wie heeft jou geholpen om ze te verdrijven? Kan jij je inbeelden wat dit voor mij al die jaren betekend heeft? De vrouw naar wie mijn diepste gevoelens uitgaan, de vrouw die iets te laat in mijn leven kwam…’

 

Ik vroeg Serge om met die verwarde biecht op te houden. Kon het niet langer meer aanhoren. Waar eindigde de waarheid? Waar begon de leugen?

‘Gerda, ik wil dat je alles  weet. Weinig mensen bezitten de gave gewoon logisch te denken. Jij wel. Ik weet het, je zelfbeeld is te negatief. Je beseft de kracht niet die je uitstraalt, de invloed die van jou uitgaat! Dat doorzettingsvermogen van jou! Ik ben iemand zoals jij onwaardig, ik een priester. De dames gaan meteen arriveren voor de avondreünie. Gerda, alsjeblief, sta me nog een kwartiertje van je tijd toe. Neen, niet vandaag. Morgen, bij jou thuis. Ik moet met iemand kunen praten. Gerda, hoe vaak heb ik in het verleden tijd voor jou gemaakt? In ruil voor al die uren, kan je me die luttele minuten toch niet weigeren. De poetsvrouw komt toch ’s vrijdags? Je bent dan  niet alleen met mij! Ik heb je raad nodig, Gerda. De situatie is zo dramatisch dat vleselijke lust nu voor mij totaal onbestaande is. Gerda, alsjeblief!’

 

 

 

 

 

Wordt vervolgd

 

 

 

 

 


Reageer op dit bericht

Meer van 'PATATI PATATA

↑ Terug naar de berichten