Naar de inhoud

'PATATI PATATA

akke.beakke.be

Feel good in TITI's elektronisch kletscafé waar het leven gezien wordt door een Oiljsterse vrouwenbril...en feel je niet good, dan retour à domicile!

Archief

Een vaart rijden met het Scheppingswerk.

Wellustelingen....

episode...

75...


6 Maart- Dag van de Heiligen Perpetua en Felicitas, martelaressen en tweede Zondag van de Vasten.

Halleluja, Heer, ik ben eruit! Ja, God moet mij straffen. Serge is zijn afgezant en ik zal hem gehoorzamen. Ik weet nu dat ik mijn straf verdien. Ik weet ook dat ik nog vele malen boete zal moeten doen.Want telkens als ik Max bekijk, zie ik hem bezig met haar. Heer, Gij kunt U niet voorstellen wat een marteling dat voor mij is.

 
Het is nu zondag, Heer. Weet Gij wat mijn kwelgeest in de keuken staat te doen? Rozijnenbrood bakken.

 Jawel!  En dat middenin de Vasten! Op de dag des Heren brood bakken, dat is royaal de spot drijven met Uw scheppingswerk nietwaar? Neen, Heer, ik ga niet naar beneden. Ik vrees dat de demonen mij zouden dwingen om dat deeg naar zijn hoofd te gooien.

Zie mij voor U, Heer, opnieuw vol schaamte en berouw bij deze woorden, bij deze zware fouten. Ik verafschuw ze uit heel mijn hart omdat ik de zo goede en beminnenswaardige God hiermee beledigd heb. Is dit mijn dank voor Uw liefde, die Gij mij zo spontaan gegeven hebt? Ik heb mijn ondankbaarheid, mijn egoïsme en haat veel te ver doorgedreven. Ik onderwerp mij aan uw oordeel. Aanvaard, O Heer, mijn boete.

Heb dank, O, mijn Heer

 

9 maart - Dag van de heilige Francisca Romana, weduwe.

Heer, mag ik U alstublief vragen Zijne Heiligheid onze Paus bij te staan. Ik heb er eerlijk waar geen goed oog in en hij sukkelt al jaren. Heer, ik smeek U, maak er toch geen martelaar van. Dat verdient hij niet. De wereld heeft hem nodig, als Gij ziet wat er overal allemaal gebeurt.

Heer, Ge moogt geen tv opzetten en gazet openslaan of de kogels vliegen rond een mens zijn oren. Op de duur wordt iedereen daaraan gewoon. Voor twee doodgeschoten jongens draait zelfs het journaal zijn hand niet meer om. Ik zou eens willen weten hoeveel moeders in Amerika alle dagen hun hart vasthouden. Ik zou ze geen eten willen geven, Almachtige. Dan nog hoor je vrouwen  op tv vertellen dat ze fier zijn omdat hun jongen naar Irak moet. Weet Gij wat ik daarover denk, Heer? Ofwel zijn ze zot ofwel omgekocht door de tv. Als er een land is waar ze U, Heer, op handen dragen, dan is het Amerika toch!

 

Ik heb U niet te bevelen, Heer, maar ik vind dat Gij aan onze Heilige Vader of zijn secretaris gerust moogt zeggen dat ze meer haar op hun tanden moeten hebben. Die president vraagt U elke keer om zijn land te zegenen en ondertussen eist hij miljoenen belastingsgeld om die oorlog te kunnen betalen. Hoe durft hij Uw naam vernoemen! Gij, Heer, die altijd vrede op aarde wenst. Nee, Heer, mij moeten ze niet wijsmaken dat die president en zijn mannen mensen van goede wil zijn. Schijnheiligen zijn het, die siroop aan Uw baard smeren.

 

Nog iets. Ik heb gisteren de biecht gesproken bij Serge. Zijn penitentie is tamelijk hard, Heer. Hij spreekt nu van de duivel uit mijn lichaam te drijven. Alleen kastijding zal mij zuiveren, zegt hij. Ik ben daar wel niet zo voor te vinden. Maar, allez, alle baten helpen. Hij heeft ook gevraagd om mij daarop van nu af aan geestelijk voor te bereiden. Ik bid U om mij hierin te steunen.

Heb dank, O, Heer.


Wordt vervolgd

3 reacties Reageer op dit bericht

Waar de muren van Jericho al goed voor zijn!

Wellustelingen....

episode...

74...


3 december - Dag van de Heilige Franciscus-Xaverius, Belijder.

 De stem van de Almachtige is boos. Hij zegt: Gij, Gerda verkettert God en verzoekt de duivel. Uw gebeden zijn schijnheilig. Uw lijden is begeerte naar wraak. Serge heeft gelijk dat hij mij dat zo vlakaf zegt. Zelfs zondaars moet men beminnen zoals zijn evennaasten.

 

Maar ik vind dat de Almachtige gemakkelijk kan spreken. Hij zit niet met een overspelige echtgenoot! Tegen Serge heb ik ook gezegd dat het geen lachen is iemand te moeten beminnen, die mij en mijn zoon tot schaamte, schande en smaad veroordeelt.

 

Alstublieft, Almachtige, Eeuwige God, die mij zowel door kastijding geneest als door vergeving bewaart, aanhoor Uw nederige smekelinge en dienares. Maak dat ik mij verheug over de rust van de verlangde vertroosting en steeds de gave van Uw Vaderlijke Goedheid moge genieten.

Heb dank, O, mijn Heer.

 

 

 

21 Januari-  Dag van de heilige Agnes, Maagd en Martelares

Heer, mijn God, eerst en vooral wil ik U vragen onze gebeden in de kapel ’s morgens te willen verhoren en dan speciaal die van mij voor onze Heilige Vader. Ik vind dat hij nu serieus achteruitgaat. Heer, Gij hadt hem moeten zien van de week op tv. Mijn hart kromp ineen. Ik verstond van hem geen gebenedijd woord. Heer, ik smeek U nederig op mijn blote knieën, laat al die goddelozen zien wat Gij kunt en geef onze Heilige Vader een beetje meer stem. Dan kan ik hem verstaan en door hem spreekt Gij, mijn Heer, ook tot mij.

Heer, mijn God, wat staat er mij te doen?

Denkt Gij dat de demonen nu ook in mij zijn gevaren omdat ik wens dat Max en zijn hoer zouden bezwijken onder de muren van Jericho, dat zij zouden creperen en wentelen in de gruwelijkste pijnen?

 

Echt waar, Heer, ik ben niet slecht. Ik vraag alleen gerechtigheid. En toch bezweert Serge me dat ik moet boeten. Eerlijk gezegd, ik vraag mij toch af waarom ik zou moeten boeten. Maar Serge is door Uw hand gewijd, Hij is priester. Hij zal het dus wel beter weten. Ik bid U, help mij bij mijn tweestrijd.

Heb dank, O, mijn Heer


Wordt vervolgd


1 reactie Reageer op dit bericht

Nederig verzoek aan het Eerwaardig Vat.

Wellustelingen....

episode...

73...


11 october- Moederschap van de Heilige Maagd Maria

Wees gegroet, O Heilige Moeder, die als maagd de Koning ter wereld bracht. Vandaag eer ik Uw moederschap. Aanhoor mijn gebed, maar eerst mijn verzoek.

Moeder Maria, Eerwaardig Vat, het botert niet tussen mijn zoon en zijn vrouw. Van in het begin heb ik geweten dat die twee niet door onze Heer voor elkaar zijn voorbestemd. Jawel, zeer Kuise Moeder, zijn Pat is geen gemakkelijke hoor! De Vrucht van uw Lichaam is gekruisigd, maar die van mij draagt alle dagen zijn kruis. Maar ik zwijg uit liefde voor mijn zoon.

 

Ik denk, Hoogverheven Moeder, dat het tijd wordt, dat er in dat gezin een kindje komt. Ik vraag mij af of Gij, die tot de verbazing van de natuur de Heilige Schepper ter wereld bracht, of Gij aan dat koppel geen duwtje kunt geven?Ik zou toch zo gaarne een kleinkind hebben. Het zou mijn aards bestaan opnieuw zin geven.

 

Gij weet, roemwaardigste Maria, hoe triestig mijn leven hier is. Uw Josef ging niet op een ander, de mijne wel. Na het baren, O Heerlijk vat van Godsvrucht, zijt gij ongeschonden gebleven. Ik was echter gescheurd langs alle kanten. Pat weet dat, Heilige moeder. Bij de stam van de Cijnensen zijn het allemaal zware borelingen. Ook is ze bang om haar slanke lijn te verliezen. Moest het aan mijn zoon zijn zaad liggen, dan kruip ik op mijn knieën naar Lourdes heen en terug.

Waarom ik U dat nu pas vraag?Wel, Mystieke Roos, omdat zij het altijd heeft over de vriendschap die een mens van dieren krijgt, veel meer dan van mensen zegt ze. Haar vriendin heeft een hondenkwekerij en hondenhotel overgenomen en Pat zit daar ganse dagen aan een stuk. Ik zie het aankomen, Heilige Moeder, en daarom heb ik het achtste gebod overtreden. Ja, Spiegel van Gerechtigheid, Uw dienares heeft gelogen. Ik heb haar verteld dat mijn Francis tegen geen hondenhaar kan. Dat ik met hem vreselijk gesukkeld heb toen hij een klein manneke was. ’t Was eruit voordat ik het wist.

 

O, Zetel van Wijsheid, klap alstublieft die hond uit haar hoofd. O Heer,ik bid U, verleen mij te mogen ondervinden dat de Heilige Maagd mijn voorspraak is, omdat wij door Haar mochten ontvangen de Gever van het Leven en probeer daar in Keerbergen iets te forceren.

Heb dank, O, Heer

 

3 december - Dag van de Heilige Franciscus-Xaverius, Belijder.

 De stem van de Almachtige is boos. Hij zegt: Gij, Gerda verkettert God en verzoekt de duivel. Uw gebeden zijn schijnheilig. Uw lijden is begeerte naar wraak. Serge heeft gelijk dat hij mij dat zo vlakaf zegt. Zelfs zondaars moet men beminnen zoals zijn evennaasten.

 

Maar ik vind dat de Almachtige gemakkelijk kan spreken. Hij zit niet met een overspelige echtgenoot! Tegen Serge heb ik ook gezegd dat het geen lachen is iemand te moeten beminnen, die mij en mijn zoon tot schaamte, schande en smaad veroordeelt.

 

Alstublieft, Almachtige, Eeuwige God, die mij zowel door kastijding geneest als door vergeving bewaart, aanhoor Uw nederige smekelinge en dienares. Maak dat ik mij verheug over de rust van de verlangde vertroosting en steeds de gave van Uw Vaderlijke Goedheid moge genieten.

Heb dank, O, mijn Heer.


Wordt vervolgd


Reageer op dit bericht

Smeekbede voor autopech.

Wellustelingen....

episode...

72...


 

 

29 augustus -Onthoofding van de Heilige Johannes de Doper, Gedachtenis van de Heilige Sabina, martelares.

Mijn God, ik aanbid U in alle ootmoed. Ik bemin U uit geheel mijn hart en bemin mijn evennaaste gelijk mezelf uit liefde voor U. Is mijn schoondochter ook een gewone evennaaste, Heer? Als dat zo is zit ik met een probleem. Hoe kan ik iemand beminnen, die voor mijn bloedeigen zoon niet doet wat een normale vrouw zou moeten doen?

Koken kan ze amper. Dat weet Gij allang, Heer. Strijken ook niet. Al de was en strijk gaan buiten. Eerlijk gezegd, ’t is een lui vel. Rotbedorven door haar brave en simpele ouders. Die mensen hebben veel te veel geërfd in één keer. Die kunnen daar niet mee omgaan. Wees matig, zelfs met de matigheid. Dat was de regel in mijn ouderlijk huis. Gegoede burgers van huize uit zijn gewend met geld om te gaan. Nieuwe rijken niet. Wel volgende week gaat zij tenissen in Frankrijk, met haar club. Onze Francis heeft mij dat verteld en ik denk niet dat het hem aanstaat. Maar hij moet zo dikwijls zwijgen. Daarom, Heer, heb ik voor hem ajuinsoep, stoverij met patersbier en vogelen zonder kop klaargemaakt en ingevroren. Nu moet Gij luisteren, Heer. Ik wou haar dat deze namiddag meegeven en weet Gij wat ze zei? Dat zij die bazaar niet meenam, zij moest gaan turnen en als Francis honger had, dat hij naar het restaurant kon gaan.  Jawel, Heer, ik heb mijn boosheid voor de toeren van mijn man wel zeer ver doorgedreven. Met Uw genade, wil ik mijn plichten vervullen, maar ge ziet, Heer, hoe een moeder dan uitspeelt. Heer, Mijn God, verdrijf uit mijn ziel de duisternis. Ik smeek U, aanhoor mijn gebed.

Heb dank, O, Heer!

 

18 september- Dag van de Heilige Joseph van Cupertino, Belijder.

Heer, uw dochter lijdt. Het was gisteren terug schandalig laat toen hij naar huis is gekomen en het was geen woensdag. Heer, Almachtige God van mij, verhoor toch mijn gebed. Mag ik U smeken als zij in zijn auto zit, hem een platte band te doen krijgen. Geen accident, Heer, gewoon een platte band. Ergens waar er geen garage is. Hij kan geen band steken. Zijn handen staan averecht voor zoiets. Daarmee zal zij inzien wat voor vlees zij in haar kuip heeft. Heer, ik weet dat dit een onwaardige bede is van uw dienares, maar alleen Gij kunt mij vertroosting brengen. Heer, als Gij mij aanhoort, zal mijn boetedoening groot zijn. Maar van een  andere kant mijn plezier ook.

Heb dank, O, Heer!


Wordt vervolgd.


1 reactie Reageer op dit bericht

Onreine gedachten uitwisselen met het Ark van Verbond

Wellustelingen....

episode...

72...


Eén tranerige litanie over Marianne en mij. Hoe ze ons verafschuwde en dood wenste. De panische angsten die ze uitstond voor de verantwoording, die ze ooit in het hiernamaals aan haar Heer zou moeten geven. Haar gedachten waren onrein, door en door bevlekt. Bladzijden en bladzijden lang bleef ze erover zeuren.

Ik schudde er onbegrijpend het hoofd bij En dat voor zo’n devote, naar buiten uit zo minzame en medevoelende vrouw! Ze wist al zolang dat ze van mij niets meer te verwachten had! Zo stupide was ze ook niet! Of was het juist door die absurde godsdienstwaanzin, dat Gerda op zo’n manier redeneerde?

 

 

Toen begon ik aan het derde dagboek, het roze. Het moeilijkst leesbare.

Het is noodzakelijk bepaalde passages uit dit schrift in hun geheel over te nemen Woordelijk getrouw zonder er een punt of komma aan te wijzigen -spelfouten heb ik uiteraard wel verbeterd- omdat ze ten slotte het juiste beeld ophangen en de ware toedracht van Gerda’s dood belichten.

Toch wordt de morbide  sluier af en toe opgekleurd met een vleugje kinderlijke, naiëve  humor.  Resultaat van zestig jaar dagelijkse bijbel- en missaallectuur. Van oogkleppen dragen en eenrichtingsverkeer. Van vroom leven.  Ook die passages wou ik aan u kwijt, waarde lezer. 


Het begin:

15 augustus - De Heilige Maagd Maria  wordt ten Hemel opgenomen.

Allerheiligste Moeder, Gouden Hemelpoort, op mijn almanak van de Druivelaar staat O.L.V. Hemelvaart. Ik heb iets tegen dat woord Hemelvaart. Van als ze naar de maan gegaan zijn. Adrienne en Florence horen ook liever dat Gij ten Hemel zijt opgenomen.


Roemrijke afstammelinge van David, Gij hadt Serge moeten bezig horen in Uw Heilige Mis. Ge zoudt meer dan content geweest zijn. Met zijn zachte stem vertelde hij zijn parochianen opnieuw hoe een groot teken  zichbaar werd aan de hemel en een vrouw, die, omkleedt met de zon  en de maan onder haar, op haar hoofd een kroon van twaalf sterren droeg. Iedereen hing aan zijn lippen, Heilige Moeder. Men kon een muiske horen lopen in de kerk.

Wel, Koningin van de Heilige Rozenkrans, vroeger vóórdat die hoer in Max zijn leven verscheen, was deze dag voor mij een bijzonder heuglijke dag, een van de schoonste dagen van het jaar. Vandaag moest ik al mijn moed bijeenrapen om U te gaan vieren. Eens in de kerk, gaat het beter hoor, maar thuis! Gij hadt in uw huishouden geen weelde, maar Gij hadt een doodbrave man. Bij mij is het andersom. Vroeger had hij soms nog tijd om af en toe met mij naar de Delhaize te rijden. Maar de laatste maanden moet ik maar mijn plan trekken. Een geluk dat ik mijn zoon heb. Verleden zaterdag en zondag heeft Max met  zijn miejef 624 kilometer afgelegd en ik ben nog geen  halve liter naft waard.


Ik heb in zijn bureau een afrekening van de Visa gevonden. Op één maand drie gepeperde rekeningen van restaurants. En Gij nu, Ongeschonden Maagd!  Tot tegen de Franse grens rijden ze. Om te gaan eten! Op het Rouppeplein heeft hij 354 euro betaald voor twee personen! Toen ik dat onder de ogen kreeg! Ik ben er nog niet goed van!

 Adrienne, dat schaap, kreeg precies een slag van de hamer. Zij moet rondkomen met een pensioentje van 961 euro. Serge vindt zulks hemeltergend. Er zijn zoveel werken van naastenliefde en barmhartigheid  nodig, zei hij. En gelijk heeft hij. Allez, Ark van Verbond, hoe Gij het draait of keert 354 euro! Het gaat er vanboven in en het komt er toch vanonder uit!


Mijn zoon vindt dat allemaal normaal! Het is het duurste restaurant van België, zegt hij. Het schijnt dat de koningen daar gaan eten. Ik denk niet dat Boudewijn, onze koning zaliger en Koningin Fabiola daar ooit een voet hebben binnengezet. Dat waren zeer godvruchtige mensen, die leefden sober. Van een goed en schoon koppel gesproken, Morgenster!

Zo’n mensen worden uiteengerukt. Mijn zot blijft hier maar rondlopen. Allerheiligste Maagd, denk alstublieft niet dat ik hem in zijn graf wens, ik ben niet zo verdorven, hoor! Maar ik zou er geen traan om laten.

Gezegend zijt Gij, o dochter door de Heer, want door U hebben wij de vrucht van het leven ontvangen. In de geur van uw welriekende zalven lopen wij, de maagden die uw bovenmatig liefhebben. Verheven zijt Gij, Heilige Moeder, boven alle vrouwen.

Heb dank, o, Heer.

 


Wordt vervolgd


1 reactie Reageer op dit bericht

Levenslange ondewerping



Wellustelingen....

episode...

71...


 

Ik had haar doen verlangen naar een geestelijk, innig en blijvend samengaan. Ze had zich als jong meisje een bruid van God gewaand en wou dezelfde bruid zijn voor mij. Maar die vleselijke gemeenschap was er te veel aan. Ze hield van haar man, schreef ze, maar niet van dat vies ding tussen zijn benen. Ze had geen keuze. Dat ding moest, want ze wou moeder worden. De enige reden waarom zij niet was toegestreden tot een kloosterorde.

 

In feite hadden haar ouders haar hoofd gek gemaakt over dat moederschap. Kwestie van de eigendommen van de familie te kunnen doorgeven. Ze konden die toch niet aan de Staat nalaten? En Gerda was altijd een gehoorzaam kind geweest. Haar kinderwens was dus gehoorzaamheid aan het ouderlijk gezag.

Ja, ze had mij uitgekozen omdat ik haar beviel. Ze vond mij een schone man. Ik was verzorgd, proper gekleed en kon het vooral mooi uitleggen. Bovendien zou vader Vanbesien zorgen voor een andere, beter betaalde job voor mij en Gerda kreeg so wie so later de winkel. Eerst moest er een kind komen. Ten hoogste twee. Maar niet meer! Kroostrijke gezinnen dat was voor de sukkelaars. Die hadden toch niets te verdelen.

In sommige gevallen moest een mens de woorden vanop de kansel niet al te nauw nemen. Zeker niet als er te erven viel.

 

Daarom was een beginnend journalist meer dan welkom. Die waren toch altijd de baan op. De speleman zou daar niet dikwijls op het dak zitten. Haar moeke had haar dit op het hart gedrukt. Gerda gehoorzaamde. Altijd. Ook aan mij, haar man. Eerst een keer per maand. Na de geboorte van Francis alleen op hoog- en feestdagen!

Inderdaad eens Francis er was, veranderde het spel van de hormonen Gerda in één grote kuisheidsgordel.

 

Zij had schrik dat de coïtus haar melkstuwing zou hinderen. Ze speende hem daarom met plezier zeven maanden lang.

Tiens, Adrienne kwam ook ter sprake. Uitgebreid! Een vriendelijke, hulpvaardige en devote buurvrouw. Steeds bereid om Gerda bij te staan.  Vooral wanneer zij vroeger‘s avonds alleen was met haar zoontje. Adrienne wist alles over kindjes en kindjes krijgen.

Kinderloze vrouwen zijn vaak experten op dit gebied Bovendien was Adrienne ongehuwd, maar ze kende het echtelijk leven van A tot Z, door haar parochiale werken!

 

Uit “ervaring” wist Adrienne dat een vrouw na een zwaar kraambed, (Francis woog 5 kg bij de geboorte), zeker nog twee jaar nodig had om haar lichaam in orde te krijgen en vooral haar…binnenwerk! Gerda gehoorzaamde opnieuw. En met geestdrift. Afzonderlijke slaapkamers werden definitief een feit.

Waarom, Heer, ben ik dan zo van streek en belust op haat? Gerda stelde dergelijke vragen aan haar God, maar kreeg blijkbaar geen afdoende antwoorden en formuleeerde ze dan maar zelf:

Is het omdat hij zich afgeeft met een del? Een vrouw die ongemanierde dingen met om het even welke man doet? Omdat zij zich dik laat betalen en er niet op let of zijn onderlijf al dan niet gewassen is?

 

Haar Heer zweeg echter in alle talen. Daardoor kreeg Gerda de indruk, dat de hele omgeving haar uitlachte en met de vinger wees. Alleen haar vriendinnen toonden medeleven en Gerda klampte zich aan hen vast. Ook aan de sterkte van het gebed en de zo dankbare steun van pastoor Serge. De priester, die niet alleen als afgezant van haar Heer maar vooral als mens zoveel voor haar betekende

O wee, als ik dan terugkeerde van mijn eerloze duivelin, haar misselijk parfum meebracht en Gerda mijn glazige ogen zag. In die ogenblikken had zij huilend van schaamte in de grond willen zinken.

Alles in Gerda brandde op van pijn. Van woede, ontzetting en onmacht. Ze riep samen met haar vriendinnen alle kwalen uit over haar twee kwelgeesten. Gevierendeeld moesten wij. Niet tot as veroordeeld in de hel. Wel daar voor eeuwig en altijd branden: ik aan de ene kant en Marianne aan de andere kant.

Zo gingen die dagboeken door.


Wordt vervolgd


1 reactie Reageer op dit bericht

De lectuur vangt aan!



Wellustelingen....

episode...

70...


Maar onderaan al die oude jaargangen van Knack, Trends en Elsevier. Koord rond, knopen en buiten. Komaan, de eerste jaargang. Neen, een halve was al voldoende zwaar.

Ik tilde het pak uit de kast en zag opeens tegen de muurwand, rechtopstaand drie dunne schriftjes. Drie volledige tafels van vermenigvuldiging op twee groene en een vuil roze kaft.Ik jubelde het uit.

 

Dat waren ze, haar dagboeken! Ik herkende ze meteen. Ik had er Gerda een paar keer mee betrapt in de keuken. Niet te geloven. Ik had ze gevonden. Mijn slaaploze nachten, mijn nachtmerries, haar judaspenningen. Mijn Vloesberghe-fobie! Gerda’s gezwets. Kermits Sisyphustales.

 

Ze stonden daar. Mijn wettelijke onschuld, daar gewoon tegen de muurwand. Mijn handen trilden.

Verbranden ga ik jullie, bij Marianne in de tuin. In de verste hoek van de tuin. Ik had ze. Eindelijk! Ze stonden daar voor het grijpen! Jongens, jongens, zelden had ik me zo opgelucht gevoeld en voldaan geweten.

 

Ik belde meteen Marianne. Ze slaakte gedempte juichkreetjes:

‘Vanavond beginnen wij met champagne…in bad! En de rest, on verra!”

Ik zweefde al even ongeremd als zij. Ik deed de voordeur op slot. Installeerde me in het salon en begon te bladeren. Dag en datum stonden zorgvuldig genoteerd. Zelfs de naam van de heilige van die dag had ze niet vergeten. Benieuwd wat me nu zou geopenbaard worden. Devote saus over een schotel overspel. Goddelijke banbliksem over wellust.

En ik las.:

 

Het ging in het begin inderdaad uitsluitend over mij en haar. Over mij en mijn hoer. Sporadisch over Francis en Pat. Met zijnoten over Serge en haar kerkvriendinnen. Over hun parochiale werken en intense godsvrucht.

Nooit of nooit, zo schreef ze, zou ze het mij kunnen vergeven dat ik een minnares had. Dat ik me dag na dag dieper in de hellegloed waagde en mijn lichaamsdelen bevuilde aan dat schepsel.

Mijn dood en het levend verbranden van die heks mocht zij niet wensen. Doch ze deed het en met volle graagte. Vroeg dan de Heer duizendvoudig om vergiffenis. Ze wou zelfs weten of ze even smerig, bevlekt was als ik, omdat zij zo’n slechte gedachten koesterde. Ze zou haar biecht gaan spreken bij Serge en zien wat hij ervan dacht!

 

Ze begreep niet dat God haar urenlange smeekbeden niet aanhoorde en mij niet op het juiste pad terugbracht. God had al meer zondaars op de goeie weg gezet. Maar of er daar hoerenlopers bij waren, dat had Serge niet verteld. Zij zou het hem vragen.

Ik las hoe Gerda ooit toch echt verliefd op mij was geweest. Hoe ik haar lichaam had doen zinderen van verlangen!  Niet te geloven! Ik?  Haar verlangens opgewekt? Ik zou niet weten wanneer, maar nu kwam de kat op de koord!



Wordt vervolgd


Reageer op dit bericht

De confrontatie

Wellustelingen....

episode...

69...


 

Het regende nog steeds. De week voordien hadden we een bakhete zondag met 28 graden Celcius gehad. Nu was het kil. Onaangenaam, grijs en nat. Het bleef maar druppelen. En daarna, onze typische drache nationale!

 

Ik besloot tot een laatste zoektocht in de villa. Ik moèst de dagboeken vinden. Ze waren er. Dat stond voor mij als een paal boven water. Maar waar, waar?

Lukte het niet, dan zou ik de achterbank en de koffer van de wagen volladen met de meest dringende rest van mijn persoonlijke zaken. Mijn pc en Epson, mijn fototoestellen. Enkele van mijn dierbare klassiekers, die ik nu en dan graag herlas. Mijn collectie cd’s, de gereedschapskist van vader (puur jeugdsentiment), mijn broodvormen en de twee zakken bloem! Natuurlijk enkele foto’s van Francis, zeker die met mijn ouders. Nog enkele kistjes Medoc, enkele flessen Graves, de resterende vijf flessen uitzonderlijke Sauternes. De verhuis van Stan en Laurel wou ik eerst met Marianne bespreken. For every problem there is a solution, ook voor mijn kippen.

 

First things first: mijn tenen. De sok plakte aan de nagels door het gestold bloed. Ik kon beide tenen vrij goed bewegen. Het viel in feite nog mee. Overwegend dank zij de kwaliteit van Church. “Even verzorgen en misschien morgen bij de dokter langs.

 

Ik besloot eerst naar Marianne’s woning te rijden. Ze had me een huissleutel gegeven. Fijn, veilig gevoel. Ik had nu eindelijk een echte thuis. Ik drukte het nummer van Darcy in en gaf haar een kort relaas van de uitvaartparty. Haar collega was ziek gemeld. Het zou vanavond wat later worden, verontschuldigde ze zich.

‘In dat geval blijf ik hier nog wat verder zoeken, lieveke.”

‘Wanneer ga je daar nu eindelijk mee stoppen, Max? Je hebt je al suf gezocht en het levert niets op. Rond halfzeven ben ik thuis. Wat krijgt venteke straks?’

 

Haar stem kreeg weer dat heterig zwoele, die bedwelmende hypnose. Als een drug van geraffineerde sensualiteit. Met speelse tederheid en vol belofte:

‘Aspergeroomsoepje met enkele grijze garnalen, lamskroon met flageolets en gepersileerde krieltjes, een flesje Margaux of een Bourgogne. Nadien, als hij nog zin heeft, huisbereide kiwisorbet. Een nadien, nadien, al de rest. Je t’aime, mon trésor. Ik verlang naar jou, lieverd, naar onze dagen, onze nachten samen. Amote!’

 

Wat kon me dat rotweer schelen! Wat die moord,  Vloesberghe, Pat en de dagboeken! Marianne was er en bleef er voortaan voor mij. Iedere minuut van ons leven. Wij waren samen. Tot het einde. Tot onze laatste zucht.

Héla, vriend, ontnuchterde denkduiveltje. Flippen is voor vanavond. Ga liever zoeken! Kermit gaat beslist nog deze week op pad om een deel van de inboelel hier te verkopen. Ze is loops, ze heeft geld geroken!  

Natuurlijk moest ik de realiteit onder ogen zien en ja, Pat zou Francis wel weten te bewerken, om zo snel mogelijk het een en ander te liquideren.

Op de stoepen van mijn buren stonden dozen en samengebonden pakken papier.

Hoogstwaarschijnlijk morgen ophaling. Ik had stapels liggen en besloot die methodisch weg te werken. Eerst in de hal. Te beginnen met de grote muurkast. Speciaal ingebouwd met legplanken en bovenaan een ruimte voor koffers en reistassen.

Massa’s knipsels lagen er. Ooit had ik ze beslist belangrijk gevonden, doch nooit meer naar omgekeken. De buitenlandse bladen waarin ik de voorbije jaren een bijdrage had kunnen plaatsen. Al die Sterns, Spiegels en Vrij Nederlanden. Ik kon het echt niet over mijn hart krijgen ze zomaar weg te doen, ijdeltuit die ik was.



Wordt vervolgd


Reageer op dit bericht

De pens afdraaien en bedrog

Wellustelingen....

episode...

68...



Pat veerde recht. Ik wou haar doorlaten en… aauw! Ik hoorde mijn uitroep van pijn. Kon net een vloek bedwingen. Het koor zweeg enkele ogenblikken. Ik zag eventjes niets meer. Alleen witte en zwarte stipjes. De pijn was scherp. De teef had met haar naaldhak de neus van mijn schoen bijna doorboord. Als dit geen teenfractuur was!

 Ze keerde terug, nam haar plaats in en fluisterde gniffelend:

‘Troost je. Dit is maar het begin!’

De zwarte karavaan trok in drie rijen langzaam voorbij. Keerde terug van het altaar en trachtte een glimp van die brullende idioot vooraan op te vangen.

 

Niet mee inzitten, vriend, fluisterde denkduiveltje. Je hebt een valabel excuus om er meteen als de bliksem vandoor te gaan. Maar  zie jij wat ik zie. Die zes rieten mandjes propvol biljetten. Begrijp je nu die schone cadeau van Serge met zijn gratis dienst! ’t Is hier vollen bak! Het tienvoudige heeft hij verdiend ! Een pastoor en gratis? Dat kan in Columbia of in de Marollen.  Maar hier niet!

 

Mijn tenen bleven kloppen, doch de grote pijn verdween langzaam. Bij het verlaten van de kerk alweer prijs: een  witte stamp tegen het middenrif. Kermit :

‘Je was beter niet gekomen.’

‘Ik doe wat ik moét doen.’

‘Je gaat toch niet mee naar het kerkhof? Doe mij dat niet aan! Heb je de mensen al zien staren? Je moet geen schriftgeleerde zijn om te weten wat ze denken!’

‘Ik betaal, dus ik bepaal. Bek dicht, jij!’

‘Ssstt!’ mompelde Francis.

 

Eindelijk, eindelijk was de ceremonie van de teraardebestelling voorbij. Eefje, Fred en Karel zochten mij op. Eefje was, zoals altijd, overbezorgd. De baas zou beter meteen naar die voet laten uitkijken. Karel had via via mijn pensioenaanvraag vernomen. Iedereen op de redactie, de oude garde toch, was er het hart van in. Ook in de drukkerij was er enige commotie ontstaan. Ze hadden allen begrip voor mijn situatie. Maar het kwam te onverwacht en te hard aan. Fredje nam mijn beide handen. Zijn eerlijke ogen werden vochtig. Ik wist dat zijn hersenen koortsachtig de juiste woorden zochten:

 

‘Chef, we gaan u missen. Maar ge moet u dat niet zo aantrekken. Wij slaan er ons door. Voor u is het allemaal veel erger. Sedert die…dag zijt ge geen minuut uit ons hoofd geweest. Dju toch, dat iemand zoals gij zoiets moet tegenkomen! Een mens zou van veel minder zot worden. Chef, nog iets, hadden wij geweten dat wij bloemen mochten meebrengen, we zouden het gedaan hebben. Eefje is rond geweest, wij hebben dat geld gestort, hoor!’

Ik had geen flauw idee waar hij het over had. Eefje begreep mijn verbazing niet en verduidelijkte:

‘Meneer Cijnens, op de rouwbrief stond toch duidelijk vermeld: noch bloemen, noch kronen. U, enfin, de familie wou  liever een storting voor de sociale werken van de stichting  van mevrouw.’

Wat had Pat opnieuw bekokstoofd? Waarom had niemand, ook Francis niet, mij hierover ingelicht?

‘Een kleine vijfhonderd euro hebben wij rondgehaald. Iedereen heeft gegeven voor u, chef, en ons Eefje heeft dat allemaal gearangeerd, nietwaar, kind?

 

Hoe fier Fredje ook was, dit zinde me echt niet. Dit stonk naar geldklopperij. Terug in de wagen, eiste

‘Wat is hier gaande, Patricia?’ vroeg hij sec.

De berispende toon en het gebruik van haar volledige voornaam – ze had er een afschuw aan- ontketende een witte woede:

‘Merci, ik zal me nog eens inzetten voor jullie familie! Jij te lui om je poten uit te steken en hij dààr te laks om zijn smoel open te doen. Ik heb de benen vanonder mijn lijf gelopen voor je moeder, de schaamte van mijn leven opgelopen. Serge, Adrienne en ik, we hebben ons pens afgedraaid en nu stank voor dank. Loop alle twee naar de duivel! De pot op, verdomme!’

Francis richtte zich heel kalm tot de chauffeur en bood zijn excuses aan voor het gedrag van zijn echtgenote. De jongeman kende blijkbaar het klappen van de zweep. Knipoogde naar mij en concentreerde zich verder op het verkeer. Pat had gelijk.

 

Ze had inderdaad haar pens afgedraaid! 

In het restaurant zo’n zeventig, mogelijk tachtig personen. Zeven kelners. Aperitief naar keuze, van champagne tot frisdranken. Ik kon mezelf om de oren slaan dat ik mijn schoondochter carte blanche had gegeven.

Pat had stoom afgelaten en haar make-up in orde gebracht. Ze acteerde geweldig als leading lady van deze rouwparty: een en al bescheiden drukte, een verhaaltje hier, een teder gebaar daar. Ze introduceerde hààr priester, Adrienne en Madeleine aan iedereen. Serge imponeerde met zijn Latijnse uitspraken. Kermit genoot. Dit was lifestyle op z’n best.

 

Ik ging aan tafel naast Francis zitten. Hij zag er even afwezig-verveeld uit als ik. Vanavond zou er in Keerbergen hartig gepraat worden over de  stichting van Gerda. Dat wist ik. Mijn zoon zat met haar fonds in zijn maag, ik met haar dagboeken.

 

Na het voorgerecht stapte ik op. Koel groetend. Zonder handjes te drukken of blabla. Het was me allemaal te veel.





Wordt vervolgd



Reageer op dit bericht

De uitvaart

Wellustelingen....

episode...

66...


Mijn zoekttocht staakte toen de stoffelijke resten van Gerda werden vrijgegeven. Mijn lege woning werd omgebouwd tot rouwhuis. Bedrijvencentrum voor de organisatie van begrafenissen. Hoofdkwartier van de organisatoren van een méér dan plechtige uitvaartceremonie. Alle rolluiken naar beneden en vanonder tot boven lichten aan. Kermit kikkerde ervan op. Zij, Adrienne, Madeleine en Serge namen de touwtjes in handen. Francis en ik lieten begaan.

 

De redacteur van de vierhonderd aankondigingen, driehonderd prentjes en misblaadjes was Serge. Madeleine en Adrienne, ceremoniemeesteressen en bloemendecoratrices. De rest van hun club verdeelden de taken: stoelenzetsters, altaarversiersters en familiekelderoppoetsters.

 

Pat trommelde telefonisch haar tennisclubleden, fitnessdametjes en vermoedelijk de helft van Keerbergen op. Schreef en herschreef haar deelnemerslijsten. Besprak alle details met een fotograaf. Stond in voor de catering. Regelde vervoer met zwarte Mercedessen. Zocht samen met Serge koor en muziek uit. Wou per se dat Francis en ik een speciaal en identiek pak huurden. Mijn ‘dat zie je van hier’ ontketende de zoveelste golf van verwijten en ik trok mij terug in mijn werkkamer.

 

Gerda werd niet zomaar begraven. Je zou haast denken dat ze als bruid aan haar god werd geschonken.

Toen ik vernam dat Pat een kist ter waarde van 2485 euro had besteld, heb ik de geldkraan dichtgedraaid. Deze absurde schone schijn zou me anders een fortuin kosten!

 

Ik wou bij Marianne zijn. Weg van deze comedia d’ell’arte en ik kon verdomme geen kant uit. Stel dat iemand toevallig iets zou vinden. De “bevelhebbers” snuffelden natuurlijk niet in mijn kasten en laden, maar zowel Pat als Adrienne waren meesterlijk in hun rol en comandeerden voortdurend Ingrid, onze poetsvrouw, en haar opruimingsspatrouille.

 

Serge was geflankeerd door twee collega’s. De organist speelde heel zachtjes Bach. Een zevenkoppig koor stond perfect uitgedost in gelid. Serge deed zijn apostel inderdaad de ontroerendste eer aan. Dit had ik van hem niet verwacht. Of toch?

Zijn dames hadden hun beste beentje voorgezet. Hun allerbeste. Het kleine kerkje blonk. Het zilverwerk schitterde en het koper glansde. De tapijten gestofzuigd. De witte fresia’s verspreidden hun heerlijke geur. Gerda’s neus zou krullen, haar ogen stralen, moest het nog kunnen.

 

Maar ze lag daar koninklijk opgebaard in haar gesculpteerde voleiken kist van 2485 euro, midden een zee van bloemen: “Aan onze diepbetreurde moeder”, “Van uw rouwende vriendin Adrienne”, “Aan de engel der Zieken”, “Voor onze zuster in geloof”. Bloemen van Darcy en ook van de uitgeverij. Zelfs van het gemeentebestuur. Van het personeel van Francis. Ook van enkelen van zijn klanten.

 

Ik stond voor de kist. Gerda lag erin en ze stond er eveneens naast.

Ze droeg een te grote zwarte hoed, die scheef zat op haar hoofd. Ik zag een stukje benige neus en een bevroren grimas boven de te kleine ingetrokken kin. De foto was een vergroting, volledig gedisproportioneerd. Genomen op de trouwdag van Francis, bij het verlaten van de kerk. En ik was eruit weggewerkt. Een grotesk beeld. Gelukt als flauwe grap, doch vandaag totaal ongepast.

 

Adrienne plaatste ons zoals het hoorde. Francis, Pat en mij rechts van de kist. Zij en de clubgenoten links. De klok luidde en de rampentoeristen en kijklustigen schuifelden binnen. Het handjes schudden begon en de ogen spraken boekdelen.

Ogen als laserstralen. Spottende ogen. Triomfantelijke ogen. Nederige ogen. Niet-goed-wetende-waarheen-te-kijken ogen. Ogen vol warmte en medeleven van Eefje, Fredje en Karel. Ogen vol minachting. Ogen met begeerte, want weduwenaar met villa, poen en dik pensioen. Wufte, zwaar opgemaakte ogen. Verveelde ogen. Lensogen. Bespiedende ogen. Hautain blikkende ogen. Vermoeide ogen. Bierogen. Bijziende ogen, serpentenogen en troostende ogen. De ijzige ogen van Simonne  en de spleetogen van haar wormvormig aanhangsel. De bonvivant-ogen van Gerard.

 

De komst van Serge maakte een einde aan de parade. Een priester die mij verloste in de ware zin van het woord! Bedankt Serge. Adrienne commandeerde met handgebaren. Tot mijn verwondering begreep ik alles.

De kleine kerk zag, letterlijk en figuurlijk, zwart van het volk. Hier en daar een stipje grijs en bruin. Met één uitzondering: Pat in koninklijk wit. Zeer modieus. Heel zelfverzekerd. Witte kousen, witte schoenen, witte handschoenen. Solarium gebruind, zwaar opgemaakt gezicht. Felrode lippen, hoog opgestoken donker haar. Daarover een hoofddoek in ragfijn  wit kantwerk, kunstig gedrapeerd over de schouders. Evita van Brabant.

 

Ze plaatste zich tussen Francis en mij en stak onmiddelllijk sissend van wal:

 ‘Je moest door de grond zinken van schaamte, schoft. Nog geen bloem voor ma. Je mocht zeker niet van madam Dries. Francis is er het hart van in. Je gaat het een en ander meemaken vandaag en morgen. Wacht maar.’

Ik hield me zo afstandelijk mogelijk. Ik stond naast een kist met daarin een hol lichaam, dat in feite nooit enig warm contact met mij had gehad. Het enige bindmiddel was Francis geweest. Toen hoorde ik de zacht-zalvende stem van Serge:

 

‘We zijn hier allen om een diepbedroefde familie bij te staan. Doch vooral om een laatste en passende hulde te brengen aan de ons zeer dierbare Gerarda, Maria, Martha Vanbesien. Een vrouw, veel te goed en te braaf voor deze duistere wereld, die met de dag meer en meer geregeerd wordt door duivelse machtswellustigen. Een vrouw die leefde naar Gods woord. Een vrouw die uitverkoren was. Een kind van god.

Ze heeft me ooit toevertrouwd dat ze in haar jeugd één grote droom had: de bruid van de Heer te mogen worden. Tussen droom en daad staat de uiteindelijke bestemming, dierbare parochianen. En God had Gerda voorbestemd om een liefhebbende en trouwe echtgenote te worden. Vooral een voorbeeldige moeder. Een moeder die de christelijke waarden aan haar zoon wist door te geven.

Haar andere roeping beleefde zij hier in dit Huis van God, samen met haar vriendinnen. Samen beoefenden ze hier de deugden van zelfverloochening, naastenliefde en vertrouwen in de goedheid van elke mens. Ook vergiffenis schenken aan die medemens. Verdraagzaamheid tonen en begrip opbrengen voor het anders-zijn van elkeen.Het zou kunnen dat juist dit begrip en haar gekende hulpvaardigheid Gerda noodlottig werden. Ik vrees dat we de ware toedracht misschien nooit gaan kennen. Maar in elk gebed zullen wij, haar vriendinnen en ik, steeds onze geliefde zuster gedenken. Mag ik u daarom allen, beminde parochianen, vrienden en kennissen, uitnodigen om samen met het koor zingend te bidden, de tekst op pagina drie “De poorten gaan open, een ziel wordt verwacht.’

 

Ik zag Francis voorzichtig in een broekzak tastten. Hij vouwde een biljet van 100 euro zo klein mogelijk op. Pat had twee briefjes van 50 heel demonstratief in de hand. Wat kregen we nu!  Die mis hier was toch gratis had Serge gezegd.

Een lijkdrager, getraind in bedroefd kijken, kwam naast mij staan en stak discreet zijn rechterhand uit richting voet altaar, waar Serge en zijn collega’s hun opwachting maakten. Ik had geen flauw idee wat hij bedoelde.


Wordt vervolgd



1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van 'PATATI PATATA

↑ Terug naar de berichten