Naar de inhoud

toen

akke.beakke.be

Archief

vandaag jaren terug 02 sep 1964 keanu reeves

02 sep 1964 Keanu Charles Reeves (Beiroet, Libanon, 2 september 1964) is een Canadees filmacteur. Zijn voornaam betekent "koele wind over de bergen" in het Hawaïaans. Zijn vader is afkomstig uit Hawaï en zijn moeder is Brits. Ze ontmoetten elkaar in een periode dat ze allebei in Libanon werkten. Reeves groeide op in Toronto. In een tijdspanne van vijf jaar bezocht hij liefst vijf middelbare scholen, waaronder de 'Etobicoke School of the Arts', waar hij later werd weggestuurd. Schertsend zegt Reeves weleens dat hij werd weggestuurd omdat hij volgens eigen zeggen te viezig en onstuiming zou zijn en te veel in het rond rende[bron?]. Ook lijdt Reeves aan dyslexie. Zijn eerste succes was in de film River's Edge (1987), maar zijn eerste grote rol was in de ijshockeyfilm Youngblood met Rob Lowe. De rol die hem wereldwijd populair maakte was die van Ted in Bill and Ted's Excellent Adventure uit 1989. Hij speelde samen met Charlize Theron en Al Pacino in The Devil's Advocate. Later speelde hij samen met Charlize Theron in Sweet November. Tegenwoordig is hij bekend door zijn hoofdrol in de sciencefictionfilmtrilogie The Matrix, waarmee hij meer dan 200 miljoen dollar verdiende, wat hem de bestbetaalde acteur aller tijden maakt. Reeves kreeg op 31 januari 2005 een ster op de Hollywood Walk of Fame. In 2012 verscheen de documentaire Side by Side, die Reeves produceerde en waarvoor hij verschillende interviews afnam, waarin verschillende regisseurs als James Cameron en Martin Scorsese spreken over de geschiedenis van de digitalisering van de film. Reeves' regiedebuut, Man of Tai Chi, ging in 2013 in première, ook acteert hij in de film. Hoewel hij aanspraak zou kunnen maken op een Amerikaanse, Britse of Libanese nationaliteit is Reeves officieel een Canadees. Na de scheiding van zijn ouders in 1966 emigreerde zijn moeder namelijk met de kinderen naar Toronto. Reeves speelde in 1991 ook in de destijds zeer populaire video-clip van Paula Abdul met de titel Rush, Rush. Reeves is basgitarist in de band Dogstar. Reeves kreeg in 1992 een MTV Movie Award voor meest begeerde man, voor zijn acteerprestatie in Point Break Reeves wordt genoemd in de aflevering Best Friends Forever van de animatieserie South Park, waar hij wordt vergeleken met een redder van het universum. Reeves' zus Kim is geboren in Sydney, Australië. Kim Reeves lijdt al geruime tijd aan leukemie en woont op het Italiaanse eiland Capri. Reeves' toenmalige vriendin Jennifer Syme (overleden in 2001 bij een auto-ongeluk) beviel in december 1999 van een doodgeboren dochter, Ava Archer Syme-Reeves. The Matrix is een Amerikaanse sciencefictionfilm uit 1999, onder regie van de Wachowski's. The Matrix is het eerste deel uit een trilogie. De andere twee delen zijn The Matrix Reloaded en The Matrix Revolutions. Alle delen zijn uitgegeven door Warner Bros. Thomas A. Anderson is programmeur bij een softwareontwikkelaar en heeft een illegale parttime bijverdienste onder het hackeralias "Neo". Neo wordt gecontacteerd door een groep 'rebellen' onder leiding van Morpheus. Deze onthult aan Neo dat de wereld waarin hij leeft een schijnwereld is die zij benoemen als "de Matrix". De Matrix is in werkelijkheid een computersimulatievan de wereld zoals deze was in 1999, gemaakt om mensen onder controle te houden. Morpheus geeft Neo de keuze om uit de Matrix te ontsnappen naar de "echte wereld", of onwetend terug te keren en er te blijven. De "echte wereld" is in de toekomst, hoewel niemand weet welk jaar het is. Wat Morpheus wel weet is dat ergens in de 21e eeuw kunstmatige intelligentie werd uitgevonden die de macht van de mensheid uiteindelijk overnam. Mensen dienen nu als herbruikbare energiebron voor de machines. De Matrix is een illusie om hen onwetend en kalm te houden. Neo wordt door de energiecentrale uitgespuwd in de 'echte wereld' en door de bemanning van de Nebuchadnezzar (het schip van Morpheus) opgepikt. In ijltempo wordt hij opgeknapt en opgeleid.
De Matrix is namelijk geen foutloze simulatie en sommige regels in de programmatuur kunnen uitgebuit worden. Dit is essentieel, want de Matrix wordt bewaakt door Agenten, intelligente programma's die overal kunnen opduiken en functioneren als een soort antivirus om onregelmatigheden op te sporen en te elimineren. Agent Smith is de belangrijkste van deze 'antivirussen' en de gevaarlijkste tegenstander van Neo en de rebellen. Tijdens zijn verblijf op het schip krijgt Neo een goede band met Trinity. Morpheus gelooft dat Neo "de Ware" is (Engels: 'the One', anagram van 'Neo'), diegene van wie voorspeld is dat hij de oorlog tussen de mensheid en de machines tot een eind kan brengen. Om dat zeker te weten moet echter "het Orakel" geraadpleegd worden, dit is een oude vrouw die in de Matrix leeft. Cypher, ook ooit door Morpheus "bevrijd" maar beu in de "echte wereld" te leven, heeft hen echter verraden aan de Agenten. Voor de bemanning de Matrix weer kan verlaten, wordt Morpheus gevangengenomen. Alleen Neo en Trinity slagen erin levend terug te keren uit de Matrix. Daar zetten ze een onmogelijke reddingsmissie op touw.
Hoofdrolspelers
Keanu Reeves (Neo, Thomas Anderson) Laurence Fishburne (Morpheus) Carrie-Anne Moss (Trinity) Hugo Weaving (Agent Smith) Joe Pantoliano (Cypher) Gloria Foster (the Oracle)
Het thema van de film: 'is de wereld een illusie?' is al een oude vraagstelling in de filosofie. Plato besteedde hier al aandacht aan in zijn allegorie van de grot. Ook zijn er al eerder films over deze vraagstelling gemaakt. Welt am Draht (Wereld aan een draad), een tweedelige sf-film, was te zien op de Duitse televisie in 1973. De film is geregisseerd door Rainer Werner Fassbinder en is gebaseerd op het boek Simulacron-3, ook uitgegeven als Counterfeit World van de Amerikaanse sfschrijver Daniel F. Galouye uit 1964. Het verhaal gaat over een personage dat er naar langzaam achter komt dat zijn wereld een illusie is en in werkelijkheid een geavanceerde alle zintuigen omvattende simulatieof virtual reality is in een computer en hij probeert hieruit te ontsnappen. Zijn wereld blijkt slechts een van vele simulaties te zijn, en de vraag rijst of de wereld die de simulaties heeft gecreëerd niet zelf ook een simulatie is. De film werd opnieuw gemaakt in 1999 in Hollywood onder de titel The Thirteenth Floor. Neo krijgt de keuze een rode pil te slikken en uit de matrix gewekt te worden, of een blauwe pil te slikken en alles van zijn ontmoeting te vergeten. Deze gebeurtenis begint in de westerse maatschappij een spreekwoordelijke betekenis te krijgen: ook buiten de context van de film wordt "rode pil" gebruikt als een symbool voor ontwaken uit illusies. Het idee achter de Matrix is gebaseerd op het jodendom, het gnosticisme, het boeddhisme en westerse filosofen als Plato. Een kenmerkende overeenkomst tussen de thematiek van de Matrix en het denken binnen het boeddhisme is het bestaan van een echte (goddelijke) en een schijnwereld (Maya) (zie ook hindoeïsme). Zoals een slaper zijn droom beleeft, zo bestaat het aardse leven in het goddelijke. De naam Morpheus (in de Griekse mythologie de god van de dromen) is dan ook niet toevallig gekozen. De overeenkomsten tussen de Matrix en het jodendom ligt met name in de keuze bewust (rode pil) of onbewust (blauwe pil) te leven of in een illusie. Het jodendom beschrijft het onbewuste messiasschap van de Messias.
Oracle: So, what do you think? You think you're the One? Neo: I don't know.
De Joodse Messias is een mens met zijn falen en twijfels De Matrix is een praktisch voorbeeld van René Descartes' beroemde stelling: Cogito ergo sum ('Ik denk, dus ik ben'). Namelijk dat je altijd en alleen zeker kunt zijn van je eigen bestaan maar dat al het andere een illusie kan zijn. De stelling van Descartes is dan ook de filosofische grond waar de film The Matrix op is gebaseerd. De invloeden van Plato zijn te zien als Neo uitgeplugd en bevrijd wordt, en voor het eerst de waarheid ontdekt. Plato beschrijft de filosoof als iemand die zich kan bevrijden, omdraaien en de waarheid kan zien (allegorie van de grot). Eerst zal het licht van de zon (de waarheid) hem verblinden (het zal hem pijn doen aan de ogen). Bij Neo is dit precies hetzelfde. Hij grijpt naar zijn ogen, en moet overgeven Het idee van de Matrix komt ook overeen met het filosofische gedachte-experiment waarbij hersenen in een vat worden geplaatst en aangesloten op een krachtige computer. De hersenen beleven als het ware een simulatie die in feite niet bestaat maar alleen geproduceerd wordt door een computer. De Matrix is geïnspireerd door cyberpunk-verhalen zoals Neuromancer van William Gibson. Ook de term "de Matrix" is waarschijnlijk aan deze roman ontleend.
Er zijn verschillende definities voor het woord matrix. Ten eerste kan een matrix omschreven worden als een moederweefsel waaruit een orgaan, tumor of ander weefsel ontstaat. Ten tweede kan het omschreven worden als de plaats van oorsprong. Beide definities kunnen verwijzen in de film naar de cocons waar de mensen in vast zitten en opgroeien. Een derde definitie van het woord matrix is in zijn algemeenheid een twee-dimensionaal stelsel dat een belangrijk wiskundig hulpmiddel is voor het oplossen van stelsels van vergelijkingen. In de elektronica wordt dit begrip gebruikt voor het aanduiden van een schakeling, die bestaat uit x horizontale lijnen en y verticale lijnen en waartussen op bepaalde kruispunten verbindingen worden aangeduid. In de film ziet Neo verscheidene keren de virtuele wereld als een aaneenschakeling van getallen in drie dimensies. Hij ziet dan eigenlijk het informaticaprogramma die de machines gebruiken om de virtuele wereld te creëren. De matrix verwijst dan naar dit informaticaprogramma in drie dimensies Morpheus en Neo kunnen de macht van De Matrix alleen overwinnen met hun irrationele geloof. Dankzij hun geloof creëren ze een kracht die sterker is dan De Matrix. Morpheus blijft geloven dat Neo de Uitverkorene is ondanks het feit dat Neo op de beslissende momenten steeds faalt. Alleen wanneer Neo op het eind van de film gaat geloven in zijn rol in de wereld, kan hij de agenten verslaan. Op dat moment zegt Morpheus: He's beginning to believe. De film kreeg Oscars voor filmediting, editing van geluidseffecten, visual effects en één voor geluid. Een belangrijk effect, dat al eerder gebruikt werd in andere films, maar dat in de film erg spectaculair is, is het vertragen van real time om effecten te laten zien, dit concept noemt men bullettime. Het succes van de eerste film zorgde ervoor dat ook twee opvolgers werden gemaakt, The Matrix Reloaded en The Matrix Revolutions, beide uit 2003. Volgens recensenten overtroffen geen van beide het eerste deel van de trilogie, noch qua verhaallijn noch qua special effects.



2174313-dee4877e57f9df4ff4e7cc66d02ddf3f.JPG

2174313-d9ac7a6c638f7553d7441322cd1e1219.JPG

2174313-e9ce682c377f37f6749205c4aac8cbd1.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:52 Reageer op dit bericht

vandaag jaren terug 02 sep 1910 henri rousseau

02 sep 1910 Henri Julien Félix Rousseau (Laval, 21 mei 1844 - Parijs, 2 september 1910) was een Frans kunstschilder. Hij droeg de bijnaam "Le Douanier", omdat hij bij de douane werkte. Zijn werk bleef lang onopgemerkt, maar eenmaal ontdekt werd het bejubeld om zijn artistieke kwaliteit. Henri Rousseau werd geboren in Laval. Hij nam dienst in het leger en werkte onder andere in een tolhuisje aan de rand van Parijs. Pas op 40-jarige leeftijd begon hij met schilderen. Hij had geen artistieke opleiding genoten en kon dus onbelemmerd door tradities van de klassieke opleidingen werken. Tijdens zijn leven werd zijn werk niet gewaardeerd en zelfs belachelijk gemaakt, Rousseau zelf bleef echter altijd in zijn kunst geloven. Hij probeerde te werken in de stijl van de volgelingen van Ingres, maar dit is hem nooit gelukt. Hij kreeg veel kritiek op zijn kinderlijke stijl, en het werd hem verweten dat hij maar wat aanprutste. Als je zijn werk echter beter bekijkt, zie je dat zijn manier van schilderen zeer geraffineerd is. Zijn werk werd ook juist gewaardeerd vanwege de onschuldige primitieve kwaliteiten ervan. Het waren de Spaanse schilders die hem als eerste opmerkten en hem tot de avant-garde rekenden. In 1908 hield Pablo Picasso een banket ter ere van Henri Rousseau, waar ze hem spottend belaadden met medailles en hem uitlachten. Rousseau is nooit buiten Frankrijk geweest, en moet zijn inspiratie dan ook uit geïllustreerde boeken en botanische tuinenhebben gehaald. Overigens beweerde hij tijdens zijn diensttijd naar Mexico te zijn uitgezonden. Henri Rousseau stierf op 66-jarige leeftijd.
De werken van Henri Rousseau behoren tot het postimpressionisme. Hij werkte in een naïeve of primitieve stijl. Hij werkte lang aan zijn schilderijen en heeft dan ook geen groot oeuvre. Rousseau schilderde over het algemeen landschappen, soms een stadsbeeld, met op de voorgrond een figuur. Hij noemde dit zijn 'portretlandschappen'. Het meest bekend van hem zijn zijn junglescènes, die hij inspireerde op zijn bezoeken aan het Natuurhistorisch Museum en de kassen in de Jardin des Plantes in Parijs. [1]
Het eerste schilderij van de jungle dat hij schilderde, was Tigre dans une tempête tropicale, ook Surpris! genoemd, uit 1891. Hij schilderde in lagen, beginnend met een blauwe lucht en eindigend met allerlei dieren en bloemen op de voorgrond. Voor zijn jungles gebruikte Rousseau een zeer ruime variëteit, meer dan 50, groentinten. In zijn jungles zijn altijd dieren verborgen.[2] [3] In het Museum of Modern Art in New York hangt 'de Slapende Zigeuner'. Hierop is een leeuw afgebeeld die aan een slapende vrouw snuffelt. Dit schilderij werd afgewezen voor de officiële salon van 1897 en vervolgens tentoongesteld op de Salon des Indépendants.[4] In 1911 werd er in de Salon des Indépendants een retrospectief tentoongesteld. Zijn werk was tevens te zien op de eerste tentoonstelling van Der Blaue Reiter.



2174311-1a9f7c1664db7f71c28f9931308b02bd.JPG

2174311-52b4843f1e5867001f9e1ae703fbc8d7.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:48 Reageer op dit bericht

vandaag jaren terug 02 sep 1949 albert west

02 sep 1949 Albert West, pseudoniem van Albertus Petrus Henricus Gerardus Westelaken ('s-Hertogenbosch, 2 september 1949 – Tilburg, 4 juni 2015), was een Nederlands zanger en producer. Albert West werd geboren als Albert Westelaken en groeide op in een katholiek gezin van 9 kinderen. Na zijn lagere schoolbezocht hij de St. Angelus ULO in Den Bosch. Als Albert Westelaken werd hij in 1963 op 14-jarige leeftijd zanger van het Brabantse dansorkest The Shuffles. In 1969/1970 scoorde de band zijn grootste hit met Cha-la-la, I need you. Het lied stond negentien weken in de Nederlandse Top 40 en wereldwijd werden er vijf miljoen singles van verkocht. Bitter Tears was zijn tweede hit met The Shuffles. In 1971 werden vijf singles uitgebracht, die allemaal een hit werden. Bijna twee jaar lang stond de band elke week in de Top 40.[1] In 1973 verliet hij die groep om als Albert West een solocarrière te starten. In mei dat jaar werd zijn single Ginny come lately (een cover van Brian Hyland) een hit in Nederland, Duitsland en Oostenrijk. In Oostenrijk was het drie maanden lang nummer 1. Hiermee startte hij een solocarrière die vooral gekenmerkt werd door covers van ballads uit de jaren zestig, zoals Tell Laura I love her en Put your head on my shoulder. In 1975 deed West mee met het Nationaal Songfestival met het nummer Ik heb geen geld voor de trein (later kwam er een Engelse versie met de titel You and me), maar verloor van TeachIn met Dinge-dong. Met de Engelse versie Ding-a-dong wonnen ze het Eurovisiesongfestival. In september 1976 had hij een hit met Memory of life, geschreven door Hans Vermeulen. Hierna ging hij een eigen muzikale richting in, maar de volgende jaren had hij met Hans van Hemert als producer weinig succes. In 1981werd Martin Duiser zijn producer en bracht West de single Don't leave me this summer uit. In 1984 opende zijn manager Jan Viseen eigen studio en scoorde West opnieuw een hit met Hot Havanna nights. Hij had als producer ook een hitje met Stille Willie van de BB Band. West ging in 1986 samenwerken met verschillende bekende Engelse en Amerikaanse artiesten. Chris Andrews schreef nummers voor hem en na vele jaren scoorde hij met Give a little love weer een grote hit, deze keer samen met Albert Hammond. Met deze artiest bracht hij een succesvol album uit, Hammond & West, waarop van beide artiesten oude en nieuwe nummers stonden. Op het album West & Friends uit 1988 zong West oude nummers met artiesten als Helen Shapiro, Tony Christie en Brian Hyland. Het album werd na een televisiespecial met goud bekroond. Zijn 25-jarig artiestenjubileum in 1989 vierde hij met een album (25 jaar), waarop oude nummers opnieuw werden opgenomen en waaraan onder andere zangeressen Dana en Claudia Robine meewerkten. Aan het einde van dat jaar presenteerde West voor de NCRV een aantal televisieprogramma's. In 1993 scoorde West voor het eerst sinds 1986 weer een hit met Mockin' Bird Hill, een nummer dat dankzij een reclamefilmpje voor een verzekeringsmaatschappij in de belangstelling kwam. Hij bereikte met dat nummer de 24ste positie, terwijl op datzelfde moment de band Roots Syndicate met hun versie van hetzelfde nummer de eerste plaats behaalde. Met Bart de Graaff van Veronica vierde hij in 1995 het tienjarig jubileum van Zomertruuk, een door Nederland rondtrekkend muzikaal programma. Op 24 juni van datzelfde jaar zong hij op de Wereldjamboree van Scouting het door Henk Westbroek geschreven nummer The future starts today, dat tijdens de openingsceremonie op 2 augustus door de NOS live werd uitgezonden met een publiek van 30.000 scouts uit de hele wereld. Vanaf september presenteerde hij het televisieprogramma Op Nieuwe Toeren, waarin uitsluitend Nederlandse muziek naar voren werd gebracht. Ter gelegenheid van de veertigste Nationale Boomfeestdag (georganiseerd door UNICEF en Stichting Colombine) in 1996, nam hij de single Het is tijd op. De opbrengst van het nummer ging naar verschillende natuurprojecten in ontwikkelingslanden. In 1999 kwamen The Shuffles bijeen voor een reünie-concert op het Gildeplein in Rosmalen. Samen met de Band Zonder Banaan nam West in 2003 de single Itsy bitsy teenie weenie yellow polkadot bikini opnieuw op. In hetzelfde jaar werd West benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.[2]
In augustus 2005 scoorde West voor het eerst sinds 1993 weer een hit met Is this the way to Amarillo, dankzij een optreden in een reclamespot voor Bavaria. In hetzelfde jaar maakten Nederlandse militairen in Afghanistan een ludiek filmpje op de muziek van het lied en plaatsten het op YouTube. Hierop vertrok West naar dat land om voor de militairen op te treden.[3] In 2009 vierde de zanger zijn 45-jarig artiestenjubileum met een theatertour en nam hij deel aan het programma De beste zangers van Nederland. Op 27 december 2012 kreeg hij een ruggenmerginfarct. [4] [5] Een bloedpropje tussen zijn vierde en vijfde nekwervel had verlammingsverschijnselen aan voornamelijk de linkerkant van zijn lichaam veroorzaakt.[6] Op 4 juni 2015 overleed, de in Rosmalen woonachtige, Albert West op 65-jarige leeftijd na een week op de intensive care te hebben gelegen als gevolg van een aanrijding in Maren-Kessel met zijn revalidatiedriewieler.[1] Hij was in botsing gekomen met een wielrenster en had daarbij hersenletsel opgelopen. Die middag stond er aanvankelijk een afspraak in de agenda over een nieuwe cd. De uitvaartdienst werd op 12 juni gehouden in de Sint-Janskathedraal in Den Bosch. Dezelfde dag werd hij begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Rosmalen.



2174309-0c8334105b4e1bbbf2e94d66ffe06712.JPG

2174309-87d211a772836c633ab7fa8af6437693.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:45 Reageer op dit bericht

WAT WEET JE OVER DE BOWLINGBAL

Een bowlingbal is een bal die gebruikt wordt bij het bowlen. Een bowlingbal is doorgaans gemaakt van urethaan, plastic, kunststof of een combinatie van deze materialen. Bowlingballen komen in verschillende uitvoeringen voor, vaak verschillend in gewicht. Ballen gebruikt voor tien-pins bowlen hebben doorgaans een diameter van 21,6 centimeter, en mogen niet meer wegen dan 7,2 kilogram. Er bestaat geen minimumgewicht. Tien-pins bowlingballen hebben meestal aan een kant drie vingergaten waarmee men de bal kan vasthouden met de ringvinger, middelvinger en duim, maar er bestaan ook modellen met gaten voor alle vijf de vingers. Ballen voor vijf-pins bowlen hebben geen vingergaten, en zijn kleiner dan die voor tien-pins bowlen zodat een bowler deze bal in de palm van zijn hand kan houden. Deze ballen hebben doorgaans een diameter van 12,1 tot 12,7 centimeter, en wegen tussen de 1,47 en 1,64 kilogram. Elke bal bevat van binnen een kern, die ervoor zorgt dat de bal zich op een bepaalde manier gedraagt.[ De meeste bowlingbanen hebben een standaard set bowlingballen van verschillend formaat die mensen kunnen gebruiken, maar veel professionele bowlers hebben hun eigen bal. Deze ballen zijn vaak speciaal gemaakt om aan te sluiten op de hand van een bowler, zoals met extra dikke of extra diepe vingergaten. Er bestaat geen vaste kleur voor bowlingballen. Derhalve komen ze in veel uiteenlopende kleurcombinaties voor De sport bowlen is al eeuwenoud. In oude tijden werden vaak stenen gebruikt als ballen. De eerste bowlingballen komen uit de Verenigde Staten, en waren gemaakt van hout. Vooral eikenhout was een populair materiaal. Vanaf 1906 deden ballen van hard rubberhun intrede. Deze bleven standaard tot de jaren 60/70. Daarna deden plasticen ballen en polyesterballen hun intrede. Dit was een grote revolutie voor de bowlingbal waardoor de sport bowlen nu beter beoefend kan worden.



2174109-83b2740b328bb7cf022905b71a21c3d0.JPG

2174109-42d4fa5965e0f4b77a8196f2f85103a4.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:18 Reageer op dit bericht

vandaag jaren terug 01 sep 1920 hubert lampo

01 sep 1920 Hubert Léon Lampo (Antwerpen, 1 september 1920 – Essen, 12 juli 2006) was een Vlaams schrijver. Hij is vooral bekend geworden door zijn roman De komst van Joachim Stiller (1960), die in 1976 werd verfilmd en waarvan tijdens zijn leven 44 Nederlandstalige drukken en talrijke vertalingen verschenen. Lampo is in het Nederlandse taalgebied niet alleen een belangrijke grondlegger, maar tevens de met afstand bekendste exponent van het magisch realisme, een stroming die zich kenmerkt door de realistische weergave van 'bovennatuurlijke' verschijnselen, eigenschappen en gebeurtenissen. Magie, esoterie en het paranormale worden daarbij zodanig ongemerkt en geleidelijk een aanvankelijk alleszins realistische vertelling binnengesluisd dat de lezer, misleid als hij is door zijn vertrouwdheid met de door de schrijver opgeroepen setting en de zich daarbinnen afspelende handeling, zich van de meest wonderlijke ongerijmdheden pas werkelijk bewust wordt, lang nadat hij ze in wezen al voor zoete koek heeft aangenomen en geslikt. Deze techniek op zich was weliswaar niet nieuw, want een schrijver als bijvoorbeeld H.G. Wells had er zich al vaak met succes van bediend, maar Lampo paste haar toe op een voor de Nederlandse literatuur vrijwel geheel nieuwe thematiek (het hier bewust bedoelde voorbehoud geldt enkele vroegere werken van Simon Vestdijk (De Kellner en de Levenden) en Ferdinand Bordewijk (Fantastische Vertellingen), die achteraf zonder twijfel tot het magisch realisme gerekend mogen worden). De behendige en aanstekelijke manier waarop Lampo de techniek in zijn verhalen benutte en de wijze waarop hij gaandeweg zijn mysterieuze bruggen wist te slaan tussen historische motieven enerzijds en anderzijds de grote grabbelton aan thema's, waarvan er vele later een gemeenschappelijke noemer zouden vinden in de term "new age", gaven hem een uitgebreide lezerskring tot ver buiten de grenzen van de lage landen. Het feit dat hij en Johan Daisne de enige echt uitgesproken vertegenwoordigers van het magisch realisme in ons taalgebied waren en dat Lampo van die beiden veruit de grootste lezerskring aan zich wist te binden, verschafte hem bovendien een plaats in de Nederlandse en Belgische school- en geschiedenisboeken en tientallen jaren prijkte zijn werk op vrijwel alle lijsten van verplichte lectuur in het voortgezet onderwijs. Internationaal gezien was het magisch realisme geen stroming van slechts een of twee auteurs, aangevuld met een enkel boek uit het oeuvre van een paar collega's, maar kon Lampo rekenen op een publiek dat eerder al de Italiaanse auteur Massimo Bontempelli (die de stroming in 1937 haar naam gaf), en het achteraf als magisch-realistisch geduide werk van E.T.A. Hoffmann (Der goldene Topf, 1816), Edgar Allan Poe (Tales, 1840 en 1845), Gustav Meyrink (Der Golem, 1915), Alain-Fournier (Le grand Meaulnes, 1913) en H. Rider Haggard (She, 1887, The People of the Mist, 1894, The Wizard, 1896, Ayesha, 1905 en tal van andere titels) had omhelsd. Lampo werd tot op hoge leeftijd met talrijke laureaten en prijzen geëerd, maar door veel literaire critici gaandeweg ook steeds vaker verguisd, enerzijds vanwege zijn stijl en anderzijds omwille van de vermeend naïeve manier waarop hij magie en realiteit in zijn werk vermengde. Terwijl hij met name in de jaren 60 en 70 met eer, roem en lof was overladen, zag hij zijn lezersschare nadien weer in een onthutsend tempo ineenschrompelen. Meest illustratief hiervoor is wel het feit dat hij op de lijst van de gedurende het jaar 2004 door Vlaamse bibliotheken meest uitgeleende auteurs al tot de 430e plaats was gedaald. Lampo maakte er overigens ook zelf bepaald geen geheim van dat hij zich door de allengs aanzwellende kritiek ten zeerste miskend en gekrenkt voelde. Het geboortehuis van Hubert Lampo staat aan de Beerschotstraat in de Antwerpse voorstad "Het Kiel", slechts twee straten verwijderd van het stadion waar die zomer de Zevende Olympische Spelen plaatsvonden. Lampo's vader was chef de bureau in staatsdienst bij de Post; zijn moeder gaf les in het stedelijk onderwijs. De ouders van Lampo waren in de tweede generatie socialist en, in tegenstelling tot een overgrote meerderheid van de Vlaamse bevolking, niet katholiek gedoopt.
De schrijver is zodoende afkomstig uit een kleine minderheid van de Vlaamse bevolking die zich meer met de ontvoogding van de arbeidersklasse identificeerde dan met de Vlaamse strijd en die zich hoegenaamd niets gelegen liet liggen aan de opvattingen van meneer pastoor. Hubert Lampo behaalt in 1938 zijn diploma als onderwijzer. Na zijn militaire dienst - waar hij een administratieve functie krijgt - stopt hij met lesgeven en wordt journalist (1945-1965). In 1948 wordt hij rijksinspecteur en sinds 1965 hoofdinspecteur der Openbare Bibliotheken. Als hij in 1965 tot hoofdinspecteur benoemd wordt, stopt hij met de journalistiek. Lampo's vroege jeugd voltrok zich in de jaren 30, naar hij later zelf zou zeggen een "beloken" tijd van economische crisis en opkomend fascisme. Toen hij twintig jaar oud was brak de Tweede Wereldoorlog uit, een periode die diepe, onuitwisbare voren door zijn bewustzijn zou trekken, als gevolg waarvan het nazisme in zijn latere literaire werk zou uitgroeien tot het "Kwaad" met hoofdletter "K". De passage over de arrestatie van de Joden in zijn roman De eerste sneeuw van het jaar (1985) behoort tot de indrukwekkendste uit zijn meer dan 50-jarige schrijverschap. En hoewel hij weliswaar bij herhaling blijk gaf van vergevingsgezindheid jegens die of gene individuele collaborateur, bleef hij altijd onverbiddelijk waar het de collaboratie als zodanig betrof.
Nog tijdens de oorlog, in 1943, verscheen Lampo's debuut: Don Juan en de laatste nimf, een novelle die niet alleen de kiem van het in later werk veel pregnantere magisch realisme al duidelijk in zich droeg, maar die tegelijk een uitgebreide reeks fictieve verhalen zou gaan aanvoeren, die zich in een ver verleden afspelen. Historische fictie... tegenwoordig loopt iedereen ermee weg, maar destijds was Lampo, zeker in onze Lage Landen, nog een vrij eenzame fakkeldrager voor dit genre. In hetzelfde jaar verscheen ook nog De jeugd als inspiratiebron, een essay over jongeren als personage in de Vlaamse letteren. Iedere schrijver poogt zijn opvattingen scherp te stellen door reflectie over eigen werk en dat van anderen. Lampo zou essays blijven schrijven die bewijzen dat zijn interessesfeer verder reikte dan de literatuur. Al in de eerste decennia van zijn loopbaan hield hij zich bezig met dingen die – toen althans – geen betrekking hadden op zijn literair werk. Vaak ging het om opdrachten voor monografieën over auteurs of schilders, maar even dikwijls betrof het eigen stokpaardjes zoals Charles-Joseph de Graeve, de Gentse fantast uit de 18de eeuw en zijn République des Champs Elysées, die het voorwerp werden van het boekje Toen Heracles spitte en Kirke spon. Lampo's eerste roman, Hélène Defraye, verscheen in 1945. Net als Don Juan is het een ambitieus geschrift voor een auteur zo jong als Lampo toen was. De hoofdpersoon is een intellectuele vrouw - een van de eersten, zo niet de eerste in de Vlaamse literatuur. Tijdens de oorlog gaf Lampo korte tijd les in het Stedelijk Onderwijs. Nadien volgde hij Lode Zielens op in het Museum voor de Vlaamse Letterkunde (thans AMVC -Letterenhuis). Omstreeks deze tijd nam hij de taak van redactiesecretaris van het Nieuw Vlaams Tijdschrift op zich. Die functie bleef hij officieel uitoefenen tot in 1965. Daarnaast verzorgde de schrijver de wekelijkse pagina Kunst en Cultuur van het socialistische dagblad De Volksgazet waarvoor hij honderden recensies zou schrijven, zowel over literatuur alsook over beeldende kunsten en theater. De ruiter op de wolken uit 1949 – het jaar tevoren werd Lampo rijksinspecteur van de openbare bibliotheken – is een realistische roman met autobiografische elementen.
Hubert Lampo, in 1982 gefotografeerd op de Grote Markt in zijn geliefde Antwerpen, wist het zeker: "Dit is het beste frietkot van de stad"
Idomeneia en de kentaur (1951) is het speelse verhaal over de liefde van een kentaur voor een Atheense hetaere, meteen de minnares van de plaatselijke tiran. Het gaat (alweer) om een novelle over een onvervulde liefde met tragische afloop. Toch blijft vooral de humor bij, zoals de opzettelijke
anachronismen, waaronder verwijzingen naar het politieke en literaire bedrijf. Vanaf Idomeneia publiceerde Lampo zijn boeken in Nederland. Eveneens in 1951 verscheen het essay De roman van een roman, een onderzoek naar de genese van het door hem toen zeer bewonderde Le grand Meaulnes van Alain-Fournier. De historische roman De belofte aan Rachel uit 1952 is een variant op het Jozef-verhaal uit het Oude Testament. De Belofte is een politieke roman - een reflectie over wat Lampo en zijn generatie in de jaren 30 en 40 meemaakten en een pleidooi voor een democratisch humanisme. Met Terugkeer naar Atlantis keerde Lampo in 1953 vast naar Antwerpen terug. Tijdens het ontstaan van de roman vermoedde hij nog niet dat de Scheldestad in al zijn latere werk een grote rol zou spelen. Het boek speelt in een deels verzonnen gebied in de Kielse polder. Met De Duivel en de Maagd (1955) schreef Lampo de eerste roman in ons taalgebied over Gilles de Rais, de adjudant van Jeanne d'Arc en meteen de eerste literaire tekst die zinspeelt op de mogelijke liefde van Gilles voor Jeanne.
De komst van Joachim Stiller (1960) groeide uit tot Lampo's bekendste boek. De auteur leed onder psychische spanningen, voortkomend uit het stuklopen van drie huwelijken in successie; tijdens het schrijven dook onvoorzien het messiaanse archetype op; dit verleende aan de roman zijn uiteindelijke betekenis en had een therapeutische uitwerking op de auteur. De verklaring van dit fenomeen vond de agnosticus Lampo in de geschriften van Carl Gustav Jung. Naast Freuds persoonlijke onderbewuste poneerde Jung een collectief onbewuste waaraan wij allen deel hebben en van waaruit beelden met een grote symbolische betekenis kunnen opduiken. Als redactiesecretaris van het Nieuw Vlaams Tijdschrift, recensent van de Volksgazet, presentator van Vergeet niet te lezen (het toenmalige boekenprogramma van de BRT-televisie) en als inspecteur van de openbare bibliotheken, was Lampo invloedrijk - een man van het socialistische en vrijzinnige establishment. Als zodanig zat hij in de weg van jongere auteurs die met de avant-gardedweepten en modernisme, nouveau roman en engagement propageerden. Daar komt nog bij dat Lampo in hun ogen niet recht in de leer was omdat hij niet te beroerd was katholieke auteurs te recenseren en met Joachim Stiller een figuur op te voeren die men kon vereenzelvigen met Jezus Christus. Hermione betrapt, waarin de historicus Rudolf Reyniers na twintig jaar zijn dood gewaande jeugdliefde terugvindt, is geen magisch-realistische roman. Toch appelleert het aan een verlangen dat bij velen leeft. In 1963 kreeg Lampo voor De Komst van Joachim Stiller de Driejaarlijkse Staatsprijs. Het jaar daarop verscheen de novellebundel Dochters van Lemurië.
In 1965 vestigde Lampo zich met zijn vrouw Lucia in de Kempen en zette zijn medewerking aan de Volksgazet en het Nieuw Vlaams tijdschrift stop. Uitgeverij Desclée de Brouwer vroeg de schrijver om een autobiografisch werk voor haar Open Kaart-reeks; het werd De draad van Ariadne (1967), Lampo's speurtocht naar de wortels van het eigen werk. Een uitgebreide, herziene versie ervan verscheen in 1978 onder de titel Joachim Stiller en ik. In 1967 bundelde Lampo zijn verspreide opstellen in het eerste deel van De Ring van Möbius. Deel twee verscheen in 1972. Beide delen bevatten korte essays en opnieuw bewerkte krantenartikelen, de meeste ervan handelend over Vlaamse literatuur.
In de roman De Heks en de Archeoloog (1968) komt het graalthema voor het eerst om de hoek kijken. De Goden moeten hun getal hebben, later herdrukt als Kasper in de Onderwereld, ontstond in 1969 als boekenweekgeschenk. Het is een mythische roman die de Oudgriekse Orpheusmythe parafraseert. Hoofdpersoon Kasper Bentheim, een gewezen concertpianist, wordt als krankzinnige verpleegd in Geel, maar ontsnapt en gaat op zoek naar zijn dood gewaande geliefde. Zo komt hij in Antwerpen terecht, een stad die hij voor de woonplaats van de doden houdt.
In 1970 bezocht Lampo voor het eerst het prehistorische monument Stonehenge op de Salisbury Plain in Zuid-Engeland. Het maakte een diepe indruk op hem, en zou prominent gaan figureren in zijn toekomstige werk. Omstreeks diezelfde tijd zette Lampo zich aan de vertaling van een boek dat hem al lang boeide, te weten het beangstigende Malpertuis van de Franstalige Gentenaar Jean Ray en legde daarmee een fundament voor de herleving van diens werk. Dienstbaar aan gerespecteerde voorgangers was Lampo ook toen hij in 1971 een bewerking in hedendaags Nederlands van de roman Liefde van P.-F. Van Kerckhoven verzorgde en zodoende een vergeten boek aan het licht bracht.
Totaal anders dan De ring van Möbius is De Zwanen van Stonehenge (1972), een bijna 400 pagina's tellende bundel opstellen met als ondertitel Een leesboek over magisch realisme en fantastische literatuur. Het is een rondleiding door het rijk van de fantasie en een intellectueel-literair zelfportret ineen. In 1972 verscheen ook de novellebundel De vingerafdrukken van Brahma. Naderhand haalde de uitgever het boek uit elkaar en bracht de titelnovelle apart op de markt. Nog weer later, in 1991, diende De vingerafdrukken als basis voor de veel complexere roman De man die van nergens kwam.
De neus van Cleopatra (1975) – een bundel opstellen met in het midden, bij wijze van intermezzo, een verhaal – is een non-conformistisch, speels boek over bizarre fenomenen in de literatuur en daarbuiten. En al even anarchistisch is Kroniek van Madoc (1975) waarin Lampo op zoek gaat naar het verloren boek Madoc van "Willem die Reinaert maakte". In 1976 verschenen, vlak na elkaar, de romans De prins van Magonia en Een geur van sandelhout. De eerste ontstond na de vraag van het Davidsfonds om een bijdrage voor de bundel Sociale Verhalen, die ook werk van Gerard Walschap, Hugo Claus, Piet van Aken en anderen bevat. Het is een poëtische roman, gesitueerd in de Tweede Wereldoorlog. Intussen kwam de Joachim Stiller-verfilming van Harry Kümel op de Vlaamse en de Nederlandse televisie. Na de publicatie van Joachim Stiller en ik (1978) ging in 1979 Jef Van der Heydens verfilming van Kasper in de Onderwereld in première 1980 was het jaar waarin de lijvige magisch-realistische thriller Wijlen Sarah Silbermann verscheen. Het boek speelt in het stadje Zoetelede, nauw verwant aan het Nedermunster uit het verhaal De Madonna van Nedermunster (en aan het "echte" Zoutleeuw). De roman dankt zijn charme aan de combinatie van dit decor met een onopgeloste moord uit de Tweede Wereldoorlog, het plaatselijke carnaval en het graalthema. Intussen schreef Lampo het scenario voor de tweedelige televisiedocumentaire Arthur van Anton Stevens, die in 1981 werd uitgezonden en die hij zelf presenteerde. Dit avontuur kreeg zijn neerslag in een boek. Vier jaar na de film volgde het essay Arthur, waarvoor de Nederlandse fotograaf Pieter-Paul Koster de natuurfoto's leverde. Het kwam in het Nederlands, Frans, Engels en Duits op de markt.
In 1983 verscheen de roman Zeg maar Judith waarin Lampo - tegen zijn gewoonte in - expliciete herinneringen inlaste aan ziekte en dood van zijn vader. In datzelfde jaar werden Terugkeer naar Atlantis, De Komst van Joachim Stiller en Een geur van sandelhoutgebundeld uitgebracht onder de titel De Antwerpse romans. In 1988 verscheen de omnibus Oorlogsjaren, met daarin De ruiter op de wolken, De Prins van Magonia en De eerste Sneeuw van het Jaar. Die laatste roman (1985) bevat herinneringen aan hoe de schrijver aan tewerkstelling in Duitsland ontsnapte en het verzetstijdschriftje waaraan hij meewerkte. In 1989 werd Lampo doctor honoris causa aan de Université Stendhal in het Franse Grenoble – de eerste keer dat die eer een schrijver uit het Nederlandse taalgebied te beurt viel aan een buitenlandse universiteit. Dit droeg bij tot de uitbarsting van energie die begon met de roman De Elfenkoningin, spoedig gevolgd door De verdwaalde carnavalsvierder, De man die van nergens kwam en de verhalenbundel Schemertijdmuziek. Deze boeken behoren overduidelijk tot het vertrouwde Lampo-universum. Bekende thema's en situaties keren terug: in De Elfenkoningin ontmoet de lezer Pieter-Frans Van Kerckhoven en komt de Tweede Wereldoorlog aan bod. Nieuw is de vaak anarchistische humor, nu eens expliciet, dan weer verhuld, maar steeds getuigend van een gebrek aan eerbied voor de folklore van de Vlaamse letteren.
Lampo's laatste romans zijn met een lossere pols geschreven en opgebouwd met een grote structurele vrijheid. Even prominent zijn het optimisme en het vertrouwen in de verbeterbaarheid van het mensdom dat eruit spreekt. In De Elfenkoningin blijkt dat onder meer uit de rol van een (geïdealiseerde) vrijmetselarij. Lampo was overigens vrijmetselaar.[1] Deze boeken zijn omvangrijker dan de voorgaande. Ze tellen meer personages en spelen in meer decors. Ze zijn ook anders gestructureerd: de ene, realistische verhaallijn, die leidt naar het optreden van een archetype, maakt plaats voor twee of zelfs drie verhaallijnen, die bovendien elk in een andere tijd spelen. In De man die van nergens kwam combineert de schrijver de geschiedenis van de ketter Eligius Pruystinck uit de tijd van de Reformatie met de liefde van de 19e-eeuwse hoofdredacteur Merlaan en de operazangeres Lise Clément en met een plot in het heden. In De verdwaalde Carnavalsvierder' is het verleden aanwezig dankzij de geschriften van de priester Kempeneers. Teksten slaan trouwens ook in de andere romans vaak een brug tussen vroeger en nu en fungeren als katalysator voor de nieuwsgierigheid van de hoofdpersoon. Kort na het verschijnen van de verhalenbundel Schemertijdmuziek in 1992, vertrok Lampo naar Polen waar hij een reeks colleges zou geven aan de universiteit van Wrocław. Een neerslag daarvan is te vinden in De wortels van de verbeelding (1993). In 1994 volgde de roman De geheime academie, in zekere zin een voortzetting van De Elfenkoningin en De verdwaalde carnavalsvierder. In de herfst van 1993 organiseerden het Humanistisch Vrijzinnig Centrum voor Lectuurvoorziening en het Archief en Museum van het Vlaamse Cultuurleven (AMVC) in Antwerpen het colloquium Hubert Lampo - vijftig jaar schrijverschap. Tegelijk liep in het AMVC een tentoonstelling. De lezingen van dit colloquium zijn samengebracht en uitgegeven in de bundel Hubert Lampo, 50 jaar schrijverschap.
De meest uitgebreide synthese over Lampo's werk die tot nu toe verscheen, is de studie Hubert Lampo, de schrijver van het onzichtbare door Paul Van Aken (1996). In augustus 2000 organiseerde de Vrije Universiteit Brussel op initiatief van de filosoof prof. Hubert Dethier een druk bezocht colloquium over het oeuvre van Hubert Lampo. Enkele tientallen kenners uit binnen- en buitenland kwamen aan het woord tijdens een vierdaagse lezingenmarathon. Bij deze
gelegenheid kwam de omnibus Innerlijke domeinen uit. Ongeveer gelijktijdig verscheen een nieuwe editie van Terugkeer naar Atlantis. Nog geen jaar later ontving Lampo in Antwerpen de Prijs van het Vrijzinnig Humanisme. In 2003 werd het Vlaams-Nederlandse Hubert Lampo Genootschap opgericht, gewijd aan de studie en promotie van het oeuvre en het gedachtegoed van Hubert Lampo. Tot slot verschenen de Franse vertaling van De Duivel en de Maagd, onder de titel Le Diable et la Pucelle in Rijsel (2002) en de omnibus Heimwee naar de Sterren in het voorjaar van 2003, recentelijk nog gevolgd door twee speciale edities van De komst van Joachim Stiller.
Hubert Lampo was 85 jaar toen hij overleed. Voordien was hij al geruime tijd zwaar ziek geweest. Hij leed aan de ziekte van Alzheimer en had grote problemen met het verwerken van de dood van zijn (vierde) vrouw, die een jaar eerder overleden was. Lampo stierf te Essen, in het bejaardenhuis waar hij sinds haar dood gewoond had. Hij werd op zaterdag 22 juli 2006 om 10.45 uur te Wilrijk gecremeerd. Zijn asurn ligt begraven op Schoonselhof, het domein van de stedelijke begraafplaats van Antwerpen



2174107-98702e6369f47b536700fe80556f688f.JPG

2174107-b3f2156ba65cf1f1eca2aa9c078e64ba.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door rami om 09:15 Reageer op dit bericht

Meer van toen

↑ Terug naar de berichten