WAT WEET JE OVER FRIET
WAT WEET JE OVER FRIET
WAT WEET JE OVER FRIETFriet, frieten of patat is een gerecht van gefrituurde aardappelreepjes De naam van friet of patat is afgeleid van patates frites, Belgisch-Frans voor 'gefrituurde aardappelen'. De aardappel werd door de Spanjaarden vanuit Zuid-Amerika in de zestiende eeuw naar Europa gebracht. Tegenwoordig spreekt men in Frankrijk van pommes frites. In Vlaanderen wordt meestal van friet, frieten, frietjes en soms ook fritten gesproken, in de drie zuidelijke provincies van Nederland en in het zuiden van Gelderland spreekt men van friet of frites, in de rest van Nederland wordt vaak het woord patatgebruikt. Het gebruik van het woord "patat" kan in Vlaanderen, Zeeland, Nederlands Limburg en Noord-Brabant verwarring veroorzaken, bij de eerste twee omdat het woord daar "aardappel" of "klap/slag" betekent en in de laatste gevallen omdat het woord er niet of nauwelijks gebruikt wordt. Amerikanen spreken van French fries, een term die voor het eerst in 1856 in druk voorkomt in het kookboek Cookery for Maids of All Work door E. Warren. Deze vertaling zorgt echter voor verwarring, aangezien ze aan lijkt te duiden dat frieten oorspronkelijk Frans zijn. De benaming komt echter van het oud-Engelse werkwoord to french, wat in de lengte doorsnijden betekent. In de rest van de Engelstalige wereld wordt meestal over chips gesproken. Duitstaligen hebben het over Pommes (frites). Gefrituurde stukjes aardappel zouden voor het eerst bereid zijn op het Iberisch schiereiland. Theresa van Avila liet de voedzame plant verbouwen in de kloostertuinen van de hervormde karmelietessen.[1] In België zou de geschiedenis van friet beginnen rond 1680. De inwoners van Namen, Andenne en Dinant hadden toen de gewoonte om te vissen in de Maas en de kleine visjes die ze er vingen in olie te bakken. Tijdens vorstperiodes of bij gevaarlijke stromingen werd het echter riskant om te vissen. Als alternatief sneden de inwoners aardappelen in de vorm van kleine visjes, die ze dan eveneens in de olie bakten. Dit verhaal is afkomstig van de Belgische historicus en gastronoom Jo Gérard, naar zijn zeggen uit een oud familiedocument van zijn betovergrootvader Joseph Gérard.[2] Het werd echter nooit gepubliceerd en is bijgevolg nooit door anderen gecontroleerd of bevestigd. Bij het verhaal kunnen ook inhoudelijk vraagtekens geplaatst worden. Zo zijn (Naamse) frieten in de zeventiende eeuw een anachronisme, daar de aardappel pas rond 1735 in de streek werd geïntroduceerd. Bovendien was het, gezien de toenmalige economische situatie, ondenkbaar dat de gewone man zoveel vet had willen besteden aan de bereiding van frieten. Een andere verklaring voor het ontstaan van friet is afkomstig uit Frankrijk. De Fransen eisen evenzeer de creatie van hun patates frites op, en verwijzen daarbij naar 'de allereerste friture' die op de Pont Neuf zou hebben gestaan. Rond 1900 waren frieten al gemeengoed in België, maar in Nederland nog vrijwel onbekend. Het is niet bekend waar en wanneer in Nederland de eerste frites is gemaakt of verkocht. De Nederlandse snack- en fastfooddeskundige Ubel Zuiderveld oppert in Een eeuw frites in Nederland de mogelijkheid dat dit rond 1905 geweest zou kunnen zijn op de kermis van Bergen op Zoom, maar in het Venloosch Weekblad van 17 juni 1882 adverteert Café Restaurant Beel al met "Biefstuk met Patates Frites en een glas Münchener" voor 60 cent.[3] Wel is zeker dat via Belgische vluchtelingen in Nederland gedurende de Eerste Wereldoorlog al menig Nederlands gastgezin op grotere schaal met frites kennismaakte. De eerste keer dat frieten in de Nederlandse literatuur opduiken is in de herinneringen van Willem Walraven (Eendagsvliegen, Amsterdam: Van Oorschot 1971, p. 83-84) aan zijn Rotterdamse jaren (1907-1909). Hij verhaalt over "het mooie Françaisetje die een dronken moeder had en die op het Rode Zand des avonds zong bij haar stalletje: Des pommes frites!/De belle friture!/Des pommes Frites! A frite!". M.J. Brusse meldt in 1912 de aanwezigheid van 'patat friet'-huizen in de rosse buurt rond de Rotterdamse Zandstraat. De meest gebruikte aardappels voor friet zijn 'melige' aardappelen (zo genoemd wegens hun hoge zetmeelgehalte). De bekendste daarvan is het bintje. Dit ras is geschikt als frituuraardappel omdat het een lange vorm heeft, de ogen aan de oppervlakte liggen en de juiste samenstelling heeft. Bovendien kunnen de kleinere aardappels gebruikt worden als kookaardappel. Andere aardappelrassen die voor de frietproductie geschikt zijn: Agria Asterix
Challenger Innovator Felsina Première Victoria Ukema Aardappels mogen voor verwerking tot friet niet te koud bewaard zijn, omdat er dan te veel suikers gevormd worden. De frieten kleuren vervolgens tijdens het frituren donkerbruin. Dit kan voorkomen worden door ze te blancheren en ze daarna af te spoelen en te drogen. Hierdoor wordt het suikergehalte gereduceerd waardoor de frieten niet meer bruin kleuren In het algemeen ontstaat bij bruin bakken van voedingsmiddelen het schadelijke en potentieel carcinogene acrylamide. Het ontstaan is te wijten aan een nevenreactie van de Maillardreactie, een chemische reactie die optreedt tussen reducerende suikers en aminozuren onder invloed van warmte. Asparaginezuur en de reducerende suikers glucoseen fructose zijn de cruciale precursors voor de vorming van acrylamide. Aangezien de hoeveelheid vrij asparagine veel groter is dan de hoeveelheid reducerende suikers, zijn het de suikers die de graad van acrylamidevorming bepalen. De vorming van acrylamide kan door verschillende parameters beïnvloed worden. Zo is bijvoorbeeld het aardappelras van belang, omdat verschillende aardappelrassen verschillende samenstellingen voor wat betreft reducerende suikers hebben. Daarnaast kunnen de condities waaronder de aardappelen bewaard worden, zoals de opslagtemperatuur, een verschil maken in de hoeveelheid suikers en bijgevolg de hoeveelheid gevormd acrylamide. Een andere belangrijke parameter is de temperatuurwaarbij de aardappelen gefrituurd worden. Hoe hoger de temperatuur, des te meer acrylamide gevormd wordt. Bij friet is dit grotendeels te voorkomen door de rauwgesneden aardappel enige tijd in heet zout water met een scheut azijn te leggen. Dit heeft als bijkomend voordeel dat de friet krokanter wordt, doordat het zout vocht aan de aardappel onttrekt. Dit kan desgewenst al uren van tevoren gedaan worden, in het kader van de mise-en-place. Voor friet worden drie groepen bakproducten gebruikt. Voor de keuze kunnen verschillende motieven een rol spelen, bijvoorbeeld smaak, kosten, gebruiksgemak en gezondheidsaspecten. Tijdens het bakproces neemt de aardappel enige olie of vet op. Een goede verhouding tussen de te frituren porties en de hoeveelheid olie of vet, is maximaal 1:10 Van oudsher wordt friet gebakken in ossenwit (gezuiverd rundvet). Velen roemen het authentieke, ietwat scherpe smaakaccent. De horeca gebruikt het nauwelijks meer, omdat het duurder is. Hetzelfde geldt voor paardenvet, dat tegenwoordig een zeldzaamheid is. Rund- en paardenvet worden soms ook gemengd. Vast vet kan onhandiger zijn bij het verversen en schoonmaken, omdat het stolt bij afkoelen. Dierlijk vet heeft een al dan niet terecht imagoprobleem, omdat het vooral uit verzadigd vet bestaat. Het bevat daarentegen geen gevaarlijke transvetten.
Dit betreft meestal een samengesteld product, dat vanwege de lage kosten veel in de industrie wordt gebruikt, bijvoorbeeld voor goedkope voorgebakken diepvriesfriet. Als hoofdbestanddeel dienen verschillende plantaardige oliën en vetten, die in een chemisch proces worden gehard. Het bevat relatief veel verzadigd vet en transvet, en wordt daarom als minder gezond beschouwd. Een ander voorbeeld is ontgeurd kokosvet, dat vooral uit verzadigd vet bestaat, maar geen transvet bevat.
Er zijn diverse geschikte soorten olie om friet in te bakken, die elk een eigen smaak meegeven. Van belang is, dat het rookpunt van de olie hoger moet liggen dan de baktemperatuur van 180 °C. Veelgebruikte soorten zijn zonnebloemolie, raapzaad-/koolzaadolie, sojaolie en palmolie. Olijfolie (gewone of "vierge") kan ook prima, maar het gebruik van "extra vierge" olijfolie wordt afgeraden, omdat er schadelijke stoffen kunnen vrijkomen bij hoge temperaturen. De merk-frituuroliën zijn meestal een mix van oliesoorten, die goedkoop ingekocht kunnen worden op de wereldmarkt. Plantaardige olie bevat deels gezonder onverzadigd vet, en weinig transvet.
Frituurvet bevat voornamelijk verzadigd vet. Frituurolie daarentegen bevat veel meer onverzadigde vetten en deze zijn van nature gezonder. Onder de slogan verzadigd vet = verkeerd ; onverzadigd vet = oké wordt op dit gezondheidseffect gewezen door het Voedingscentrum. Cafetaria's schakelen steeds meer over op gezondere frituurolie, zij zijn te herkennen aan het logo Verantwoord Frituren. Toch zijn de meningen omtrent dit thema nogal gewijzigd de laatste tijd.[4] Onverzadigde vetten zijn weliswaar op zich gezonder, maar door het verhitten en door lucht- en lichtinvloeden worden ze gedeeltelijk omgezet in voor de mens gevaarlijke transvetzuren. Het is van belang om onverzadigde vetzuren (vooral de meervoudig onverzadigde vetzuren) niet bloot te stellen aan oververhitting en niet te vaak en te lang te gebruiken. De gebruikte olie of vet moet dus regelmatig vervangen worden. Er vindt een kentering plaats in het denken over deze materie. Wetenschappers neigen naar het advies om te frituren in verzadigd dierlijk vet (rundvet, bijvoorbeeld van het merk Ossewit), mits dit vet met mate wordt gebruikt en gegeten. Verzadigde vetzuren zijn stabieler (minder gevoelig voor temperatuurs-, licht- en luchtinvloeden) en veroorzaken daardoor in veel mindere mate transvetzuren. Toch blijft ook hier het advies om het vet niet te hoog te verhitten. Oververhitting is niet alleen nadelig voor het vet maar ook voor de producten die in dit vet worden gebakken. De geschiktste (plantaardige) olie om in te frituren is kokosolie. Kokosolie bestaat voornamelijk uit verzadigde vetzuren en is het stabielste plantaardige vetzuur. Het is relatief goed bestand tegen hogere temperaturen; zelfs bij frituren op een temperatuur van 180 °C blijft kokosolie een stabiel vetzuur, dit wil zeggen dat het niet snel oxideert of beschadigt, in tegenstelling tot reguliere frituuroliën zoals zonnebloemolie.[5] [6] [7] De vetten die naast kokosolie het minst beschadigen door verhitting zijn palmolie, cacaoboteren boter.[8 Friet kan gesneden worden in verschillende diktes vanaf 1,5 mm (zeer dun) tot 20 mm (dik). De dikte bepaalt of er vooral knapperig gefrituurde korst gegeten wordt, of dat ook een zachte aardappel van binnen geproefd wordt.
De frieten worden twee keer gebakken. Een eerste keer gaan de frieten het frituurvet of frituurolie (van ongeveer 145 °C) in om voorgebakken te worden. Tijdens het voorbakken (5 à 6 minuten) wordt de rauwe aardappel langzaam bijna gaar gefrituurd, waardoor de aardappel een groot gedeelte van zijn vocht verliest. Na het voorbakken laat men de frieten minimaal een half uur rusten, waarna ze in frituurvet (of -olie) van 180 °C afgebakken worden tot ze een mooie goudgele kleur hebben. Er zijn voorgebakken frieten verkrijgbaar (ook diepgevroren) die nog maar één keer gebakken hoeven te worden. Een ander alternatief is ovenfriet. Deze friet heeft in de fabriek al een bewerking ondergaan waardoor men de friet zonder te frituren kan bereiden in de oven.
De procedure voor het maken van Nederlandse friet komt grotendeels overeen met die voor Belgische frieten. Als grondstof voor de Nederlandse friet worden, net als in België, meestal Nederlandse aardappelrassen gebruikt. Wat in Nederland als Vlaamse friet verkocht wordt, heeft dezelfde dikte als de 'gewone' friet die in Nederland over de toonbank gaat. De staafjes zijn echter iets breder gesneden. Franse pommes frites heeft ongeveer dezelfde dikte als de friet in Nederland en België. Daarnaast bakt men in Frankrijk (en restaurants in België en Nederland) ook pommes pont-neuf (Pont Neufaardappelen) van 2 cm dik alsmede pommes allumettes(luciferaardappelen) en pommes pailles (stroaardappelen). Deze laatste varianten zijn zeer dunne gesneden en worden eenmalig gebakken (in tegenstelling tot andere friet, die eerst op een lagere temperatuur wordt voorgebakken) Engelse friet (chips) heeft de dikte die de Nederlandse friet vroeger ook had en is daarmee iets dikker dan de huidige Nederlandse en Belgische friet. Ze wordt op ongeveer dezelfde wijze gefrituurd. In
het Verenigd Koninkrijk is het de gewoonte friet te bestrooien met zout en azijn en te eten met vis. Fish and chips is er ongemeen populair als fastfood Naast de originele soorten friet die in de culinaire handboeken staan is er door vestiging van Amerikaanse hamburgerrestaurants in Nederland en België een vijfde dikte bijgekomen: de French fried potatoes of French fries, die dunner zijn dan gewone friet en Franse frietjes worden genoem Raspatat is een Groninger soort patat uit geperste aardappelpuree. Het is ontstaan in de Rixonafabriek in de Groningse plaats Warffum. Tegenwoordig wordt de patat in Venray geproduceerd. Friet wordt in restaurants als bijgerecht gegeten, maar friet is ook los te koop. De verkoop gebeurt in een snackbar (in de Nederlandse volksmond ten noorden van de Moerdijk ook wel patatzaak, in ZuidNederland friettent en frietkraam), in de frituur (ook wel frietkot in Vlaanderen) en de cafetaria. Traditioneel werd friet geserveerd in een puntzak; deze is makkelijk af te scheuren zodat de handen niet vet worden van de mayonaise (België en Nederland). Tegenwoordig wordt de friet in Nederland meestal verkocht in plastic bakjes en in België bijna altijd in een kartonnen bakje met papieren servet. In Engeland werd friet ook wel verpakt in een oude krant. Dit gebruik duurde tot omstreeks 1980 toen de wetgever dit verbood. Tegenwoordig wordt vaak een plastic of kartonnen bakje gebruikt. Voorgebakken friet is te vinden in het vriesvak van de meeste supermarkten. Sommige soorten zijn geschikt om af te bakken in de oven. Sinds een aantal jaren zijn er frieten te koop die in de magnetron bereid kunnen worden. Ook zijn er frieten die minder frituurvetopnemen en daarmee minder ongezond zijn In het algemeen wordt friet op smaak gebracht door er zout over te strooien. De Britten eten hun friet veelal met azijn of met ketchup. De Amerikanen gebruiken alleen ketchup om de frieten in te dopen. In de Lage Landen wordt friet vanouds gegeten met mayonaise of fritessaus. Sinds ca. 1990 ontstaan er steeds meer varianten voor sauzen en bijgerechten.
Friet wordt vaak gegeten als snack in bepaalde combinaties met sauzen. Deze samenstellingen hebben soms kleurrijke namen, die vaak sterk regionaal bepaald en bekend zijn. In Vlaanderen worden frieten meestal besteld als "een pakje met x" of "een grote/kleine (friet) met x", in Nederland zijn combinaties van sauzen vaak (regionaal) bekend onder specifieke benamingen: Friet met of Patat met is friet met mayonaise. In Nederland serveren de meeste snackbars tegenwoordig fritessaus, omdat dat goedkoper is (gezien het minder olie bevat) en de emulsie langer houdt op de warme frieten. Dit wordt door de meeste klanten niet als problematisch ervaren, ook omdat fritessaus als minder ongezond wordt beschouwd door het lagere vetgehalte. In Nederland wordt onder "Patat met" dus veelal friet met fritessaus verstaan. Echte mayonaise wordt dan apart besteld, waarbij verschil wordt gemaakt tussen Hollandse mayonaise (iets zoeter van smaak) en Belgische mayonaise (iets zuurder van smaak). In België blijft men de voorkeur geven aan mayonaise.
Friet speciaal of Patat speciaal is friet met mayonaise, (curry)ketchup en uien. In Nederland wordt de ketchup soms vervangen door curry maar meestal kan er gekozen worden tussen beide soorten. De term friet speciaal is ook in België bekend. Friet met saté- of pindasaus wordt in de volksmond ook wel aangeduid met friet saté of patatje pinda Patatje Joppie is friet met Joppiesaus (eigenlijk een mengsel van mayonaise, ketchup enzovoort). Dit wordt vooral in het zuiden van Nederland, met name in Noord-Brabant, geserveerd.
Patatje halfom is friet met piccalilly en mayonaise. Deze combinatie van sauzen is over het algemeen niet erg bekend onder de naam "halfom". Deze term wordt wel erkend in Zuid-Holland en het westen van Noord-Brabant, maar dat verschilt van plaats tot plaat Patat flip is friet met pindasaus en mayonaise. (Dit wordt in sommige regio's Patatje oorlog genoemd. friet met pindasaus, mayonaise en rauwe (gesnipperde) uitjes. friet met pindasaus en mayonaise (wordt in sommige regio's Patatje flip of Patatje Pinda-Mayo genoemd). friet met pindasaus, mayonaise, curry en rauwe (gesnipperde) uitjes (voornamelijk Noord-Brabant en omgeving Leiden, wordt ook wel kernoorlog genoemd). friet met mayonaise, currysaus en rauwe (gesnipperde) uitjes, maar zonder ketchup (ongebruikelijk, heet normaliter speciaal). friet met mayonaise, ketchup, currysaus, pindasaus en uien (ongebruikelijk). In België is een "Friet oorlog" friet met stoofvleessaus, mayonaise en ketchup. De toevoeging oorlog is een verwijzing naar het slordige toevoegen van de ingrediënten, alsof het om een slagveld gaat. Ook de toevoeging van curry (in het verleden vaak ketchup) zal in het ontstaan van de naam hebben bijgedragen en zo bezien is het een lugubere naam. Er waren nog wel andere namen voor dit recept in omloop, die soms een even nare connotatie hebben, zoals het patatje overweg of patatje rotzooi. Er is getracht een minder lugubere benaming in te voeren (bijvoorbeeld 'frietje feest' of 'friet vrede'), maar dit sloeg in het geheel niet aan. Patat Chillimayo is een frietje geserveerd met een saus van mayonaise en chilisaus ('vlammensaus'). Deze saus kan het beste gemaakt worden met drie delen romige mayonaise en één deel chilisaus. De pittige chilisaus maakt dat de mayonaise een licht pittige en zoete smaak krijgt Patat Samurai is een scherpere variant op de chillimayo. Het frietje wordt geserveerd met een saus van mayonaise en sambal.
Andere toevoegingen die ook wel worden aangeduid als friet/patat met zijn andalousesaus, tartaar, piccalilly, cocktailsaus, Joppiesaus, ketchup (curry of tomaten) en stoofvleessaus (zeker in Vlaanderen).
Een supertje of friet(je) super is de naam voor een frikandel met friet die in één bakje geserveerd worden. Deze variant van het frietje is bekend in sommige delen van Noord-Brabant en Gelderland, in Limburg wordt dit dan weer een Frikandel Super genoemd. Op sommige locaties wordt de frikandel vervangen door een gehaktbal of een andere snack. Een supertje is doorgaans iets goedkoper dan een friet met een losse snack erbij. De bekendste vorm van een supertje is het "supertje speciaal". Rondom Tilburg, 'sHertogenbosch en Oss krijgt men dan curry, mayonaise en uien erbij. Deze variant heet rond Nijmegen echter gewoon "supertje". In Bergen op Zoom betekent "speciaal" dat men er naast de curry, mayonaise en uien ook nog pindasaus bij krijgt. Benaming die veel in Nederlands Limburg voorkomt (regio Venlo) voor een Frikandel met zuurvlees, bedekt met friet speciaal.
Benaming die in Noord-Brabant wordt gebruikt. Dit is een variant op het "Supertje", waarbij de frikandel speciaal bedekt wordt door friet.
Een waterfiets of "friet(je) waterfiets" is een vooral Nijmeegse variant op het supertje. Deze populaire snack bestaat uit twee frikandellen, bedekt met friet. Daarbovenop zijn mayonaise (of frietsaus), curry en uitjes gedaan, en bij correcte uitvoering van deze snack zit boven op de sauzen nog een klein schepje friet. Een Catamaran bestaat uit een frietje speciaal met daarboven aan de zijkanten twee frikandellen speciaal. Deze Catamaran is vooral bekend in Noord-Brabant. Friet saté is friet met saté. De term wordt ook gebruikt voor een patat met pindasaus.
Frietje stoofvlees, ook wel genoemd "Frietje Stoof" is, zoals de naam al zegt, friet met stoofvlees/hachee, behalve in Vlaanderen, waar het "friet met stoofvlees" of "friet met stoverij" genoemd wordt, wordt het in Nederland ook in Zeeland, Noord-Brabant, Limburg en delen van Gelderland geserveerd. Een variant is het Limburgse 'frietje zuurvlees'. Limburgs: Friet Zoervleesj of Friet Zoervleisj.
De Kapsalon is een vrij recente uitvinding, oorspronkelijk uit Rotterdam, bestaand uit een aluminium bakje met patat, kebab of shoarma, en optioneel kaas. Dit wordt gegrild als er kaas op de kapsalon zit, waarna salade en sauzen naar keuze worden toegevoegd (vaak knoflooksaus en sambal) Friet Pita bestaat uit een bakje friet met shoarma of gyros, groenten en knoflooksaus.
Een Frietje Leopard bestaat uit een Mexicano, daarbovenop friet speciaal en tot slot een frikandel. Vernoemd naar de Leopard Tank bij de Nederlandse Krijgsmacht.
Een mitraillette is een broodje met daarop frieten, één of meerdere sauzen en een snack uit het assortiment van de desbetreffende frituur, meestal een hamburger. Een mitraillette komt hoofdzakelijk in België voor. De Franse variant, met stokbrood, heeft regelmatig kebab als bijgerecht. Een bazooka is gelijkaardig aan een mitraillette, maar de snack in het broodje is een mexicano, geen hamburger.
Poutine bestaat uit friet bedekt met verse kaas, gedrenkt in jus en eventueel nog extra ingrediënten. Het is een Canadees gerecht en het geniet vooral grote populariteit in Quebec waar het wordt gezien als het nationale gerecht. Boulets-frites Boulets-frites is vooral bekend in Luik en omgeving. Het bestaat uit friet met een Boulet à la Liégeoise (gehaktbal met sauce lapin of sauce chasseur). De langste friet ter wereld mat 9,794 meter en werd door Stephan Tyvaert in Gent gemaakt. Het officiële door de International Federation of Competitive Eating erkende record friet eten is 1,15 kg in 8 minuten en staat op naam van Cookie Jarvis.
In 2008 opende in Brugge het eerste frietmuseum ter wereld.[9] Tijdens het begin van de Irakoorlog is er in Amerika sprake van geweest om de naam 'French fries' te veranderen in 'Freedom fries', omdat Frankrijk tegen deze oorlog was.
vandaag jaren terug 10 sep 1989 eliabeth van beieren
vandaag jaren terug 10 sep 1989 eliabeth van beieren10 sep 1898 Elisabeth Amalie Eugenie in Beieren (München, 24 december 1837 – Genève, 10 september 1898) was hertogin in Beieren en prinses van Beieren uit het huis Wittelsbach en later – door haar huwelijk met keizer Frans Jozef I – keizerin van Oostenrijk en vanaf 8 juni 1867 tevens koningin van Hongarije. Ze is algemeen bekend onder haar bijnaam Sisi, zoals haar familie haar noemde. Met deze naam ondertekende ze ook haar brieven naar intimi. Sissi, met dubbele s, is wijdverbreid vanwege de titel van de op haar leven gebaseerde filmtrilogie. Elisabeth was de tweede dochter van hertog Maximiliaan Jozef in Beieren en prinses Ludovika, dochter van koning Maximiliaan I Jozef van Beieren. Met haar zeven broers en zussen bracht ze een gelukkige kindertijd door in het Hertog Maxpaleis aan de Ludwigstrasse nr. 8 in München. De hertogelijke familie had ook een zomerverblijf, Schloss Possenhofen, in Possenhofen aan de Starnberger See. Hun ouders hadden geen verplichtingen aan het Beiers hof en zo hadden de kinderen een tamelijk onbekommerde jeugd. Elisabeth was bijzonder zorgeloos en liberaal opgevoed door haar vader. In 1853 begeleidde de 15-jarige Elisabeth haar moeder en oudere zuster Helene op een reis naar het Oostenrijkse Ischl (tegenwoordig Bad Ischl), waar Helene de aandacht van haar 22-jarige neef, keizer Frans Jozef – die in Ischl zijn 23e verjaardag zou vieren – moest trekken. Deze viel echter op Elisabeth (die op haar beurt eigenlijk leek voorbestemd voor Frans Jozefs broer Karel Lodewijk) en op 24 april 1854 trouwde de inmiddels 16-jarige Elisabeth met de 23-jarige keizer in de Augustijnenkerk te Wenen. Elisabeth had van het begin af aan moeite zich aan de strenge Habsburgse hofetiquette te onderwerpen met name omdat ze in haar vrijheid werd beperkt. Zo bleef ze een buitenstaander. Ze baarde in korte tijd drie kinderen: Sophie, Gisela en Rudolf. Haar schoonmoeder aartshertogin Sophie bemoeide zich met de opvoeding van Elisabeths kinderen en liet haar niet toe zich met de opvoeding van haar eigen kinderen te bemoeien. Na Rudolfs geboorte begon het huwelijk slechter te worden, vooral door de overspeligheid van Frans Jozef en door de militaire opvoeding die Franz Jozef bij Rudolf had voorgeschreven, deze manier van opvoeden hield koudwaterkuren, het vergezellen van Frans Jozef bij urenlange troepenparades en urenlang exerceren in. Deze methode hield bij Rudolf van zijn tweede tot zijn zevende jaar aan. Omdat Elisabeth meestal op reis was om het Weense hof te ontduiken, wist ze weinig tot niks van de manier waarop haar enige zoon werd behandeld, maar toen ze hier wél van hoorde schreef ze onmiddellijk naar haar man om hem te dwingen de manier van opvoeden te wijzigen. Uiteindelijk geeft de keizer toe en de militaire opvoeding wordt vervangen door een vriendelijkere opvoeding. Rudolf zou zijn moeder hier altijd dankbaar voor blijven. Elisabeth begon zich naarmate ze ouder werd steeds vreemder te gedragen, bijvoorbeeld door het verbergen van haar gezicht voor de buitenwereld. Zelf heeft ze hierover gezegd: "Ik verberg mijn gezicht achter een waaier, zodat de dood ongestoord zijn werk kan doen." In haar familie, de Wittelsbachers, was waanzin een veelvoorkomende kwaal. Ook haar neef en vriend Lodewijk II van Beierenhad er last van. Elisabeth trok de aandacht door haar anorexia waardoor ze periodes last had van hongeroedeem. Ze probeerde allerlei speciale diëten, zoals het eten van slechts sinaasappels of het drinken van melk. Ze was steeds op reis en verwaarloosde haar man en haar plichten. Tijdens de reizen nam zij op zee en tijdens wilde ritten te paard zoveel risico dat er sprake moet zijn geweest van suïcidaal gedrag.[bron?] Om het hof en haar man te ontlopen bezocht zij onder andere Madeira, Engeland, Nederland en Hongarije. In Amsterdam raakte zij zeer bevriend met de toen al gevierde circusdirecteur Oscar Carré, die haar paardrijlessen gaf. Toen ze zag dat haar zoon zijn strenge militaire opvoeding niet aankon, ontstond er een groot conflict tussen Elisabeth en haar schoonmoeder. Het gevolg was dat Elisabeth Frans Jozef een ultimatum stelde, net na de zevende verjaardag van Rudolf. Ze eiste de zeggenschap over haar kinderen en haar complete vrijheid terug. Ze wilde ook dat graaf Leopold Gondrecourt, die verantwoordelijk was voor de nogal harde opvoeding van Rudolf, opstapte. Frans Jozef stemde toe en vanaf dat moment verloor aartshertogin Sophie veel van haar macht met betrekking tot Frans Jozef. Elisabeth stelde na het vertrek van Gondrecourt een andere leraar/opvoeder aan, de zeer liberale Joseph Latour von
Thurmburg. Rudolf zou zijn moeder zijn leven lang dankbaar blijven omdat ze dat voor hem gedaan had, ook al was de relatie tussen moeder en zoon niet altijd even goed. Elisabeth zag het als haar taak om Hongarije en Oostenrijk weer tot elkaar te brengen. De band tussen de beide landen was na de Hongaarse Revolutie van 1848 tegen de regering van Wenen zeer slecht. Elisabeth wist de landen te verenigen en in 1867 werd de OostenrijksHongaarse dubbelmonarchie opgericht. Elisabeth, die altijd al met de Hongaren had gesympathiseerd, werd koningin van Hongarije. Samen met haar echtgenoot werd ze in Boeda (Boedapest) op 8 juni 1867 tot koningin van Hongarije gekroond. Ongeveer tien maanden later werd hun vierde kind Marie Valerie (1868-1924) geboren. Met de toenemende populariteit van Elisabeth in Hongarije, daalde haar populariteit navenant in de overige koninkrijken en landen van de Donaumonarchie. Met name in het Habsburggetrouwe Bohemen zag men met argusogen aan hoe de opstandige Hongaren – onder invloed van Elisabeth – allerlei voorrechten kregen die henzelf werden onthouden.
Elisabeth had niet alleen een grote liefde voor Hongarije. Ook Griekenland en – in navolging van haar lievelingsdichter Heinrich Heine – de Griekse klassieke oudheid, oefenden een grote aantrekkingskracht op haar uit. Ze leerde zelfs Nieuwgrieks en was deze taal op een gegeven moment zo machtig dat ze een vertaling maakte van een novelle van een andere favoriete Duitse schrijver, Paul Heyse. Diens novelle Die Einsamen verscheen in een door de keizerin, onder het pseudoniem Gloriette, geschreven vertaling, te Athene, in 1893.[1] Op Korfoe liet ze een slot met de naam Achilleion bouwen, waar ze maar kort van heeft kunnen genieten. Het huis beviel haar bovendien meteen al niet. Nadat kosten noch moeite waren gespaard voor de bouw en inrichting, liet ze bijna meteen na oplevering een groot gedeelte van de meubels weer verschepen naar Wenen, waar ze werden opgeslagen. Na haar dood erfde haar dochter Gisela het huis, dat zij in 1907 aan keizer Wilhelm II van Duitsland verkocht. Elisabeth werd ook beroemd door haar invloed op de mode en om haar schoonheid, dieet, lichamelijke oefeningen en sport, die haar het uiterlijk gaven van een anorexia nervosa-patiënte. Elisabeth was 1 meter 72 lang, maar woog in het algemeen tussen de 45 en 50 kilo, buiten haar zwangerschappen om uiteraard. Toen er voor het eerst sporttoestellen werden besteld voor in de Hofburg, dacht men dat deze voor Franz Jozef en andere heren bedoeld waren. Men was dan ook zeer verbaasd toen men vernam dat Elisabeth deze sporttoestellen gebruikte. Op middelbare leeftijd was ze, vooral in haar eigen ogen, niet mooi meer en haar huid was sterk verouderd. Daarom verborg zij zich achter zware voiles en opgeheven waaiers, ook omdat ze het haatte aangestaard te worden. Er mochten vanaf 1875 geen foto's meer van haar worden gemaakt, zodat naar haar eigen zeggen haar schoonheid eeuwig zou blijven. De ouder wordende Elisabeth was steeds op reis of, zo men wil, op de vlucht. In 1889 doodde de 30-jarige kroonprins Rudolf in Mayerling zijn 17-jarige geliefde barones Marie von Vetsera en pleegde daarna zelfmoord. Elisabeth kwam deze slag niet te boven en verzonk in een depressie. Vanaf dit moment droeg de keizerin alleen nog maar zwarte kleding en deed afstand van al haar sieraden. Elisabeth voelde zich schuldig aan de dood van haar zoon. Ze was zelf niet bij de bijzetting van haar zoon in de Kaisergruft aanwezig, maar een aantal dagen daarna bezocht ze het graf, een getuige hoorde Elisabeth roepen: "Rudolf, Rudolf!" Elisabeth probeerde zelfs via een medium, haar oude jeugdvriendin Irene Paumgarten, contact te krijgen met Rudolf. Keizer Frans Jozef gaf de zelfmoord na enige tijd openlijk toe, maar alle informatie over de dood van de kroonprins was tot 1918 in Oostenrijk-Hongarije verboden. Aartshertog Frans Ferdinand werd de nieuwe troonopvolger. Voor Elisabeth begon een tijd van nog rustelozer reizen dan ze tot dan toe al had gedaan. Ze was vrijwel nooit meer in Wenen en reisde voor een deel zelfs op de bonnefooi, wat – gelet op het enorme gezelschap dat haar begeleidde – tot veel complicaties leidde. Ook ontwikkelde de keizerin in deze tijd de gewoonte om her en der onaangekondigd op bezoek te gaan. Onder meer koningin Victoria van het Verenigd Koninkrijk en koning Willem III der Nederlanden viel deze "eer" te beurt. Ook verscheen ze onaangekondigd aan het Griekse hof. De
wacht herkende haar niet en nam haar niet serieus toen ze vertelde dat ze de keizerin van Oostenrijk was. Uiteindelijk bleken de koning en koningin (George I en Olga) niet thuis te zijn. Daarop besloot Elisabeth dan maar langs te gaan bij de kroonprins, Constantijn. Die was evenmin thuis, maar zijn vrouw, de Pruisische prinses Sophie wel. De keizerin nodigde zichzelf uit en stond er op in het Grieks te converseren, hoewel de Griekse kroonprinses deze taal niet machtig was.[2]
Op 10 september 1898 werd Elisabeth in Genève door de Italiaanse anarchist Luigi Lucheni met een geslepen vijl doodgestoken. Lucheni had aanvankelijk de hertog van Orléans willen vermoorden, maar de hertog was niet in Genève en Luigi had niet genoeg geld om naar Italië te reizen. Een krant had melding gemaakt van de aankomst van 'gravin Hohenembs', het incognito van de keizerin, in het hotel Beau Rivage. Ze was daar op uitnodiging van de familie Rothschild. Dit krantenbericht was Lucheni niet ontgaan. Hij begon het hotel in de gaten te houden. Om 13.40 uur wilde Elisabeth met de lijnboot naar Montreux terugvaren. Elisabeth en haar hofdame gravin Irma Sztárayliepen langs de kade van het Meer van Genève, op weg naar de haven waar de lijnboot klaar lag, toen Lucheni zijn kans greep. Hij liep op de dames af, keek snel onder de parasol om er zeker van te zijn dat het de keizerin was, en stompte, met in zijn hand een vijl verborgen, hard op de borst van Elisabeth. Elisabeth viel, stond op, fatsoeneerde haar kapsel, liep vervolgens nog honderd meter naar de boot en zakte op de boot in elkaar, waar ze nog even bij kennis kwam. 'Wat is er met mij gebeurd?' waren haar laatste woorden, voordat ze weer bewusteloos raakte. Op een geïmproviseerde draagbaar werd ze naar het hotel Beau Rivage teruggebracht en daar werd de 60-jarige Elisabeth, zonder dat ze nog bij kennis was geweest, om 14.40 uur door de artsen doodverklaard. De scherpe vijl had een kleine wond in het hartzakje en het hart zelf veroorzaakt. Op de huid was niet meer dan een kleine druppel bloed te zien, maar de keizerin stierf aan de inwendige bloeding. Elisabeth werd op 17 september 1898 in de Kapuzinergruft te Wenen bijgezet. Lucheni werd tot levenslang veroordeeld, maar hing zich in 1910 met zijn eigen riem op. Bijna niemand nam hier notie van. Voor Frans Jozef betekende de dood van zijn vrouw een nieuwe klap, na de zelfmoord van Rudolf en het overlijden van zijn schoonzus Sophie van Alençon-Orléans, die bij een brand tragisch om het leven was gekomen. Hij stelde als aandenken aan zijn vrouw een Elisabeth-orde in en bouwde in 1901 als monument voor Elisabeth een kerkje op de Schneeberg, de Elisabethkirche. Toen de aanslag plaatsvond, had juist Wilhelmina der Nederlanden vier dagen eerder de troon bestegen. Wilhelmina's moeder, prinses Emma, verlangde tevergeefs dat zij de geplande rijtoer die zij die middag – 10 september 1898 – door Den Haag zou maken, zou afgelasten. Destijds vormden vooral gewelddadige anarchisten een bedreiging voor vorsten en regeringsleiders. De Amerikaanse president James Garfield was in 1881 vermoord, tsaar Alexander II van Rusland in datzelfde jaar. In 1902 werd een mislukte aanslag gepleegd op koning Leopold II van België en in 1908 respectievelijk 1913 werden de koning van Portugal en die van Griekenland vermoord.[3] Sophie Frederika Dorothea (5 maart 1855 - 29 mei 1857) Gisela Louisa Marie (12 juli 1856 - 27 juli 1932), gehuwd met prins Leopold van Beieren Rudolf (21 augustus 1858 - 30 januari 1889), kroonprins, gehuwd met prinses Stefanie van België Marie-Valerie (22 april 1868 - 6 september 1924), gehuwd met Frans Salvator van Oostenrijk, kleinzoon van Leopold II van Toscane Elizabeth was als keizerin beschermvrouwe en hoofd van de Orde van het Sterrenkruis. Zij was ook beschermvrouwe en hoofd van de andere Oostenrijkse damesorden. Het was indertijd nog niet gebruikelijk om dames in ridderorden op te nemen. Zo droeg Elizabeth alleen damesorden uit Oostenrijk, Mexico en Spanje. Paus Pius IX schonk haar in 1868 een Gouden Roos, een bijzonder huldeblijk van de Heilige Stoel. Deze gouden roos in een kristallen vaas kon niet worden gedragen maar wel worden neergezet.
Elisabeth droeg geen van de Beierse damesorden. Beschermvrouwe en Hoofd van de Orde van het Sterrenkruis Beschermvrouwe en Hoofd van de Orde van de Naastenliefde Beschermvrouwe en Hoofd van de Orde van de Slavinnen van de Deugd Beschermvrouwe en Hoofd van het Instituut van Elisabeth-Theresia Dame Grootkruis van de Orde van Sint-Karel, een damesorde van het Keizerrijk Mexico Dame van de Koninklijke Orde van Maria Louisa (Spaans: "Real Orden de Damas Nobles de la Reina María Luisa"), een damesorde van het Koninkrijk Spanje
De Gouden Roos Elisabeth liet haar kinderen en kleindochter een groot vermogen (10 miljoen gulden of 4,5 miljoen euro, in 2001 een miljard schilling) na. Zij had haar echtgenoot voor haar kostbare reizen, paarden en bouwproject laten betalen, maar belegde ondertussen haar ruime toelage in Zwitserland. Haar kostbare juwelen waren spoorloos. De 600 gedrukte bladzijden, vaak met haar man en zijn hof spottende, gedichten die de keizerin in de trant van haar geliefde voorbeeld Heinrich Heine schreef, waren vanwege hun republikeinse sympathieën aan de zorg van de Zwitserse regering toevertrouwd. Zij mochten pas in 1950 worden uitgegeven en de opbrengst moest gaan naar weeskinderen en "de voor politieke misdrijven veroordeelden" in Oostenrijk. Pas in 1980 werden de gedichten uitgegeven, onder redactie van Elisabeths biografe Brigitte Hamann. Voor welke politiek vervolgden de opbrengsten precies bedoeld waren, is niet bekend. De gedichten werden overigens nauwelijks gekocht, zodat van winst geen sprake was. Elisabeth heeft tegenwoordig een welhaast mythische status, maar haar rol in en invloed op de politiek moet niet overschat worden. In de Oostenrijkse geschiedschrijving wordt ze maar zijdelings genoemd. In de 20ste eeuw werd ze tot een icoon, vergelijkbaar met prinses Diana; een vrijheidslievende geest in het starre hofceremonieel, een tragisch figuur. Haar leven heeft film- en theatermakers en schrijvers geïnspireerd. Alom bekend is de Sissi-trilogie van Ernst Marischka met Romy Schneider in de titelrol: Sissi (1955) Sissi – De jonge keizerin (1956) Sissi – De woelige jaren (1957). Deze films worden in veel landen nog regelmatig op tv uitgezonden en hebben veel aan de mythe Sissi bijgedragen. Haar levensverhaal werd in 1991 opnieuw verfilmd onder de titel Sissi en in Wenen ging in 1992 de musical Elisabeth in première. In het keizerlijk paleis van Wenen bevindt zich direct naast het appartement van de keizer een Sissi-museum, dat vooral aan haar privéleven is gewijd. In 1997 werd de animatie-serie Princess Sissi geproduceerd. De in 1991 gemaakte film die het werkelijke leven van de depressieve en neurotische keizerin liet zien, werd bij het grote publiek geen succes. Van 1999 tot en met 2001 werd in het Scheveningse Circustheater de musical Elisabethopgevoerd met Pia Douwes in de rol van Elisabeth. In 2009 werd in de Stadsschouwburg in Antwerpen ook de musical Elisabeth gebracht. Dit keer speelde Ann Van den Broeck de rol van Elisabeth. In 2009 verscheen er een tweedelige Oostenrijkse tv-serie, 'Sisi', met Cristiana Capotondi als keizerin Elisabeth. De serie werd geregisseerd door Xaver Schwarzenberger. Over Elisabeth zijn talrijke boeken geschreven. Ook Nederlandse auteurs, zoals Martin Ros en Wim Ewals, schreven biografieën over de keizerin. Lucas Zandberg schreef een roman over het werkelijke leven van Elisabeth.
vandaag jaren terug 10 sep 1935 paul van vliet
vandaag jaren terug 10 sep 1935 paul van vliet10 sep 1935 Paul van Vliet (Den Haag, 10 september 1935) is een Nederlandse cabaretier. Ook is hij goodwillambassadeur voor UNICEF. Paul van Vliet werd op 10 september 1935 in Den Haag geboren op Denneweg 64, het huis van zijn grootmoeder. Het pand is nu in gebruik bij de Haagse Kunst Kring. Zijn grootvader van vaders kant, Pieter van Vliet jr., was een vooraanstaand lid van de Anti-Revolutionaire Partij en zat daarvoor jarenlang in de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Zijn ouders, Paul van Vliet sr. en Louise van Lakerveld waren beiden beeldend kunstenaars. Vader Van Vliet was tekenleraar, poppenspeler en schreef stukken voor het amateurtoneel. Ook zijn drie oudere zusters waren, soms professioneel, werkzaam in de beeldende kunsten. Paul van Vliet speelde zijn eerste kleine creaties in de familie kring, letterlijk tussen de schuifdeuren. Hij bezocht tussen 1940 en 1945 vier lagere scholen. Hij kwam met het laatste kindertransport in de hongerwinter naar Friesland, waar hij in Garijp snel “verfrieste” en binnen drie weken vloeiend Fries sprak. Hij noemde zich toen Pauke Vlietstra. In juni 1945 keerde hij terug naar Den Haag. Op 3 maart 1945 was het huis van de familie Van Vliet bij het bombardement op het Bezuidenhout totaal verwoest. Het gezin raakte alles kwijt en bouwde na de oorlog een nieuw bestaan op in het Haagse Benoordenhout. Na de lagere school bezocht Paul van Vliet het Chr. Gymnasium Zorgvliet, waar hij in 1954 eindexamen alpha deed. In zijn middelbare schooltijd ontwikkelde hij zijn theatertalent verder met zelf geschreven cabaretprogramma’s, die hij samen met schrijver-acteur Dolf de Vries op de planken zette. Niet wetend wat hij moest worden werkte hij een halfjaar als leerling-journalist bij de Nieuwe Haagse Courant en ging daarna vervroegd in militaire dienst. Hij diende bij het Garde Regiment Fuseliers Prinses Irene als welzijnszorgofficier van de Westenbergkazerne in Schalkhaar. Daar verzorgde hij het entertainment voor de troepen met o.a. zelfgeschreven revues. Legendarisch waren in dit verband zijn Romeinse Spelen, waarvoor hij een heel bataljon in witte lakens verkleed liet wegrennen, worstelen en zwaardvechten.
In 1956 ging Paul van Vliet naar Leiden om geschiedenis te studeren. Na een jaar zwaaide hij om naar Rechten, waarin hij in 1963 zijn meestertitel behaalde. In 1957 richtte hij met Floor Kist het Leidsch Studenten Cabaret op. Dit gezelschap verwierf grote faam in de jaren 1957 – 1969. Honderden voorstellingen werden gespeeld door de groep, waarvan ook zijn latere vrouw Liselore Gerritsen en pianist Kai van Oven deel uitmaakte. Van het programma “Laat je zoon studeren” werden lp’s en tvprogramma’s gemaakt. Met een tournee door Noord- en Zuid-Amerika werd de cabareteske periode van de studenten afgesloten.
Direct na zijn studie begon Paul van Vliet met de verwezenlijking van een sluimerende droom: een eigen cabaretgezelschap in een eigen theater. Na maanden zoeken vond hij samen met Ferd Hugas een leegstaand pakhuis in de Nieuwe Schoolstraat in het oude centrum van Den Haag, op 500 m van zijn geboortehuis. Voor de verbouwing tot een "intiem" theater leende Paul van Vliet 64.000 gulden. Op 18 december 1964 vond de opening plaats en presenteerde Cabaret PePijn het eerste programma “Oh, Pardon”. Burgemeester Kolfschoten verrichtte de opening met de woorden: “La Grande Reine est morte, vive le Petit Prince” want enkele uren eerder was het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen afgebrand. Het gezelschap bestond behalve Paul van Vliet, uit Liselore Gerritsen, Judith Bosch (het 1e jaar) en pianist-componist Rob van Kreeveld. Het theatertje met zijn 100 stoelen was uitverkocht en zou dat telkens blijven tot in 1971, toen Cabaret PePijn ophield te bestaan en de leden hun eigen weg gingen. Met uitzondering van Rob van Kreeveld, die tot 1979 met zijn jazzy kwartet de muziek voor de eerste one man shows bleef verzorgen. Paul van Vliet schreef voor Cabaret PePijn vier programma’s. Platen en tv-optredens volgden en na een eerste grote landelijk tournee in 1966 was Cabaret PePijn ook
buiten Den Haag een begrip geworden. Het optreden van Paul van Vliet bij de ondertrouw van Prinses Beatrix en Prins Claus in de Ridderzaal waar hij Prins Claus een overjas aanbood zorgde voor een boost in zijn carrière. In één klap was Paul van Vliet een bekende Nederlander en zijn conference werd uitgebreid beschreven in alle Nederlandse dagbladen. Door later nog dikwijls voor de Koninklijke familie op te treden kreeg hij de bijnaam De Hofnar en Oranje Paultje. Nadat de leden van Cabaret PePijn in 1971 uit elkaar waren gegaan, bleef Theater PePijn onder beheer van Paul van Vliet bestaan. Het theater groeide uit tot een broedplaats en springplank voor jonge cabaretiers. Diverse grote namen zijn er ooit klein begonnen. Theater PePijn zegt met tweehonderd voorstellingen per jaar het drukst bespeelde vestzaktheater van Nederland te zijn. In 2001 kwam er een fusie tot stand tussen Theater PePijn en Diligentia. Beide theaters vallen nu onder één directie met Paul van Vliet als wakend oog. Om het kastekort van theater Pepijn te dekken geeft Paul van Vliet met zijn bekendste collega’s zoals Youp van ’t Hek, jaarlijks een benefiet in het Circustheater te Scheveningen. Nog tijdens de Cabaret PePijn-jaren gaf Paul van Vliet zijn eerste solovoorstelling “Een Avond aan Zee” in de grote zaal van het oude Kurhaus. Het werd zijn definitieve doorbraak naar een groot publiek. Uit het hele land stroomde het publiek toe en na de zomer kon men de kas opmaken met een bezoekerspercentage van 110%.[bron?] De absolute topper en grote trekker was Bram van de Commune, de eerste van zijn vele later bekende komische types, die al snel een nationaal figuur werd. De “Avond aan Zee met Paul van Vliet” werd een traditie, die eerst in de Kurzaal en vanaf 1975 in het Circustheater dertig zomers, tot 2004, werd voorgezet. Na de ontbinding van Cabaret PePijn begon de lange solocarrière van Paul van Vliet. Zijn shows hebben tot de huidige dag altijd behoord tot de best bezochte voorstellingen van Nederland en Vlaanderen en werden allemaal met hoge kijkcijfers (in 1977 bijna zeven miljoen) op de televisie uitgezonden. Ook Vlaanderen werd veroverd, waar hij een van de populairste Nederlandse artiesten is geworden. Hij speelde soms wekenlang in de Antwerpse Arenbergschouwburg. Zijn lied “Vlaanderen” wordt door velen beschouwd als het tweede volkslied van de Vlamingen.[bron?] In 1973 maakte hij samen met Floor Kist zijn eerste Engelstalige show “the Truth behind the Dykes”. Na een aarzelend begin werd het programma in het Amsterdamse Nieuwe De La Mar theater een zomerhit. Dit stimuleerde tot nieuwe Engelse shows in Amsterdam en een aantal buitenlandse tournees naar o.a. New York, Washington, San Francisco, Tokio, Singapore etc. In 1986 speelde hij met groot succes een week in Londen. Dit werd het slot van de buitenlandse avonturen. De Engelse shows werden veel te duur door de reis- en verblijfskosten van tien man, terwijl Paul van Vliet ook de publiciteit en productie zelf moest betalen.
In 1976 was hij intussen verhuisd naar een oude boerderij in de polder bij Breukelen. Aanvankelijk met Liselore Gerritsen van wie hij enige jaren later scheidde en daarna met Lidewij de Jongh en haar twee kinderen. Paul en Lidewij trouwden in 1983.
In 1992 werd Paul van Vliet door Audrey Hepburn geïnstalleerd als eerste ambassadeur van UNICEF. Hij maakte sindsdien reportages van het werk van UNICEF op vier continenten. Paul van Vliet promoot UNICEF in en buiten zijn shows en vertegenwoordigt UNICEF bij diverse officiële gelegenheden en leent zijn stem exclusief voor UNICEF-spots en UNICEF-films. UNICEF reikt elk jaar de Paul van Vliet Award uit aan een organisatie die zich inzet voor kinderen in Nederland. De prijs bestaat uit een bedrag van tienduizend euro, beschikbaar gesteld door de Efteling. In 1994 werd Paul van Vliet gevraagd als professor Henry Higgins, de hoofdrol in de Nederlandse productie van de musical My Fair Lady. De beste Higgins ooit, volgens Henk van Gelder in NRC Handelsblad. Na twee succesvolle jaren, waarin My Fair Lady steeds werd bijgeboekt, keerde hij in
1997 terug naar zijn eigen wereld: de one man show. Hij creëerde t/m 2004 nog drie programma’s en een Tour de Chant met het Residentie Orkest o.l.v. Jurre Haanstra (1999 en 2000). In 2007 maakte hij een uitstapje naar het grote toneel met Anne-Wil Blankers in Liefdesbrieven. Vanwege grote belangstelling werd deze theaterhit twee seizoenen herhaald (2008 en 2009). In 2012 keerde Paul van Vliet terug naar Den Haag, waar hij door burgemeester Jozias van Aartsen persoonlijk werd ingeschreven. Sindsdien woont hij in het verbouwde pakhuis aan het Smidswater, waar vroeger zijn kantoor was gevestigd. Hand in hand hiermee lanceerde hij op de zondagmiddag in de Koninklijke Schouwburg een programma met een keuze uit zijn repertoire onder de titel “Zondag in Den Haag”. Voor deze voorstelling kreeg hij de hoogste waardering van het schouwburgpubliek en noteerde hij tevens zijn hoogste bezettingspercentage van de laatste 25 jaar. Een nieuwe serie, op dezelfde tijd en plek volgde; de Koninklijke Schouwburg, waarvan hij in 2015 van de directie symbolisch de sleutel kreeg ter bevestiging van zijn nieuwe “theatrale thuis”. Hij bracht een nieuwe voorstelling, Alleen op Zondag, die hij in seizoen 2017-2018 voor het laatst ten tonele bracht. [2] De voorstelling bevatte een selectie van zijn beste repertoire, aangevuld met nieuwe teksten. Op 5 februari 2017 trad hij voor de 300ste keer op in Carré. Op 27 mei 2018 stond hij officieel voor de laatste keer op de planken als cabaretier. .
vandaag jaren terug 10 sep 1938 karl lagerfeld
vandaag jaren terug 10 sep 1938 karl lagerfeld10 sep 1935 Karl Otto Lagerfeld (Hamburg, 10 september 1938]) is een Duitse modeontwerper, kunstenaar en fotograaf, die sinds 1952 voornamelijk in Parijs woont en werkt. Hij is een van de invloedrijkste couturiers aan het einde van de twintigste en in het begin van de eenentwintigste eeuw, en is ook op andere creatieve terreinen actief, met name de fotografie. Op 3 juni 2010 werd hij door de Franse president Nicolas Sarkozy benoemd tot Commandeur in het Legioen van Eer. De bijbehorende versierselen waren ontworpen door het juweliersatelier van Chanel.[2] In najaar 2010 toonde het Maison Européenne de la Photographie te Parijs een overzicht van zijn fotografische werk.[3] In voorjaar 2011 was deze tentoonstelling te zien in het Chiostro del Bramante te Rome. In 1955 begon hij voor Pierre Balmain, om in 1958 over te stappen naar Jean Patou. Een jaar later nam hij daar ontslag om freelance te gaan werken voor onder andere Valentino. In 1964 trok hij zich terug om in Italië kunst te gaan studeren. In 1967 kwam hij terug en begon te werken als design consultant voor Italiaanse modehuis Fendi. In de jaren zeventig werd hij vooral bekend door zijn werk bij modehuis Chloé, waar hij bleef tot Stella McCartney in 1997 het roer van hem overnam. Sinds 1983 is hij hoofdontwerper van het modehuis Chanel. Tussen 1984 en 1997 had hij zijn eigen modelijn Karl Lagerfeld en vanaf 1998 zijn eigen label Lagerfeld Gallery. In 2005 verkocht hij de merknaam Karl Lagerfeld en zijn twee winkels in Parijs en Monaco voor een onbekend gebleven contant bedrag aan Tommy Hilfiger.[4] Voor het Italiaanse merk Hogan (schoenen, tassen, confectie) ontwierp hij de voorjaars-/zomercollectie 2011 en de herfst/wintercollectie 2011/2012. De zomercollectie 2011 toonde hij in de door hemzelf bedachte en geregisseerde film La Lettre, over een jong stel gespeeld door Baptiste Giabiconi en Magdalena Frackowiak
Chloë, 1975 Lagerfeld for men, 1978 Photo, 1991 Jako, 1998 Kapsule, 2008 Paper Passion, 2011 In het openbaar draagt hij altijd een zwart kostuum, een wit, hooggesloten overhemd en een donkere zonnebril. Hij is een groot liefhebber van boeken; zijn woningen in Parijs, Rome, Monaco en New York bevatten meer dan 300.000 boeken, waaronder een immense verzameling kunst- en fotografieboeken; hij heeft een eigen uitgeverij, 7L, een imprint van de Göttingense uitgeverij Steidl[5] en in Parijs een eigen fotoboekenwinkel, ook onder de naam 7L; in 2012 heeft hij een in een boek verpakt parfum op de markt gebracht, Paper Passion, ontwikkeld door Geza Schön, een Berlijnse parfumeur. Lagerfeld spreekt diverse talen, waaronder Duits, Frans, Engels en Italiaans. Sinds 1987 fotografeert hij zijn eigen reclamecampagnes. In 2000 verloor hij door een zelf ontwikkeld dieet, 3D (Designer, Doctor, Diet), 47 kg aan gewicht. In 2002 laat hij zijn Chanel-shows in Parijs, Tokio and Las Vegas muzikaal begeleiden door de Belgische electropopband Vive la Fête.[6] Op 9 april 2008 bevestigde Rockstar Games dat Lagerfeld een rol heeft in de game Grand Theft Auto IV. Hij speelt de rol van DJ Karl als presentator van een van de radiozenders in het spel genaamd "K109 The Studio". De informatie was vooraf bekendgemaakt en onderdeel van de marketingcampagne van het spel dat op 29 april 2008 uitkwam. De Nederlandse band Moke is sinds 2007 uitgedost in kleding van Karl Lagerfeld.[7] Signé Chanel: werken bij Chanel / un film de Loïc Prigent. - Amsterdam: Homescreen, 2007 - 1 dvdvideo (130 min.) Frans gesproken, Nederlands ondertiteld. Bevat: 1. Wachten op Karl; 2. De twijfels; 3. De rituelen; 4. Slapeloze nachten; 5. De show. Videoversie van de televisieserie: Frankrijk: Arte France
etc., 2005. INHOUD: Verslag van de totstandkoming van de haute couture collectie van het modehuis Chanel. Lagerfeld confidential / prod. par Grégory Bernard; un film de Rodolphe Marconi. - Amsterdam: Homescreen, 2010. - 1 dvd-video (96 min.). Frans gesproken, Nederlands ondertiteld. - Videoversie van de film: Frankrijk: Realitism Films etc., 2006. INHOUD: Portret van de ontwerper voor het modehuis Chanel. De nieuwe kleren van de keizer: het sprookje van Hans Christian Andersen / geïll. door Karl Lagerfeld; vert. uit het Duits: Edgar Vos. - Amsterdam: Zirkoon, 1993. - 52 p. Vert. van: Des Kaisers neue Kleider. - Münster: Coppenrath, 1992. ISBN 90-6177-601-5 geb. in foedraal. Prentenboek met gekleurde illustraties en goud, gemaakt door twee modeontwerpers. Het 3D dieet / Karl Lagerfeld, Jean-Claude Houdret; Ingrid Sischy interviewt Karl Lagerfeld; vert. uit het Duits door Wiet de Klerk; foto's: Karl Lagerfeld. - Amsterdam: Byblos, 2004. - 222 p. ISBN 90-5847090-3. Vert. van: Die 3-D-Diät. - Göttingen: Steidl, 2002. INHOUD: Beschrijving van de medische en sociale kanten van obesitas en het 3D dieet, met recepten. Work in Progress / Karl Lagerfeld; eds. and bookdesign Eric Pfrunder, Gerhard Steidl; text Jean-Luc Monterosso, Elisabeth Quin, Anne Cartier-Bresson. - Göttingen: Steidl, 2011. - 192 p. ISBN 978-386930-261-4. - Oorspr. uitg. o.d.t.: Parcours de travail, 2010. Catalogus van de fotooverzichtstentoonstelling in het Maison Européenne de la Photographie, Parijs, 15/09/2010 - 31/10/2010.
vandaag jaren terug 10 sep 1945 jose feliciano
vandaag jaren terug 10 sep 1945 jose feliciano10 sep 1945 José Feliciano (Lares, 10 september 1945) is een Puerto Ricaanse zanger. Door zijn aangeboren glaucoom is hij vanaf zijn geboorte blind. Desondanks heeft hij vele internationale hits gehad, waarvan Feliz Navidad een van de bekendste is. Feliciano was vanaf zijn derde jaar al met muziek bezig. Toen hij vijf was, verhuisde zijn familie naar Harlem (New York). Hij bespeelde verschillende instrumenten, waaronder de accordeon, maar hij wilde graag gitaar leren spelen. Daarom sloot hij zich soms 14 uur per dag op in zijn kamer om naar rockalbums uit de jaren vijftig te luisteren. Op zijn zeventiende stopte Feliciano met school om in nachtclubs te spelen. Dit was om zijn familie te onderhouden. In hetzelfde jaar sleepte hij in Detroit zijn eerste professionele contract binnen. In 1967 schreef Feliciano het nummer No Dogs Allowed naar aanleiding van de weigering zijn blindengeleidehond toe te laten tot Groot-Brittannië, waar hij een optreden zou geven. De strenge quarantaine-maatregelen van die tijd waren ingesteld uit angst voor hondsdolheid. De liveversie van het lied werd in 1970 een hit. In 1971 scoorde hij zijn grootste hit: Che sarà stond één week op de eerste plaats in de Daverende Dertig. Tijdens datzelfde verblijf in de zomer van 1967 in Engeland gaf hij ook een liveoptreden aan boord van het zendschip de "Laissez Faire". Op 17 april 2014 verscheen het bericht in de media dat Feliciano zou zijn omgekomen bij een autoongeluk. Maar het bleek te gaan om salsazanger en -componist Jose Luis 'Cheo' Feliciano. Hij komt ook uit Puerto Rico, maar is tien jaar ouder dan José