Naar de inhoud

toen

akke.beakke.be

Archief

VANDAAG jaren terug 5 juli 1886 felix timmermans

5 juli 1886 Leopoldus Maximilianus Felix Timmermans (Lier, 5 juli 1886 – aldaar, 24 januari 1947) was een Vlaams schrijveren dichter. Hij was een van Vlaanderens meest vertaalde en productieve auteurs. Zijn bekendste werk is zijn roman Pallieter. Hij schreef ook onder het pseudoniem Polleke van Mher en een enkele keer als Stelijn Koldijs.[ Hij was autodidact en schreef toneelstukken, romans met een historisch karakter, novellen, religieus getinte werken, en gedichten. Naast schrijver was Timmermans ook schilder en tekenaar. Hij illustreerde zijn eigen boeken alsook sommige boeken van zijn collega en vriend Ernest Claes. Hij was ook de boekbandontwerper van de meeste van zijn boeken. Timmermans werd op 5 juli 1886 om 23u geboren als dertiende in een gezin met veertien kinderen.[2] [] Zijn vader, Joannes Gummarus, was een reizende koopman in kant. Zijn moeder, Angelina van Nueten, woonde tegenover het ouderlijk huis van Joannes Gummarus. Ze wisselden liefdesbrieven uit doorheen het raam en huwden op 7 februari 1866.[ Een dag na zijn geboorte werd Timmermans gedoopt in de Lierse Sint-Gummaruskerk. Zijn 17-jarige zus Valeria werd zijn meter, haar vriend Felix van der Slagmeulen zijn peter. De naam Felix, waaronder Timmermans het bekendst is geworden, heeft hij dus aan zijn dooppeter te danken. Als kind tekende Felix al patronen. Zijn schoolcarrière verliep niet vlekkeloos. Zo moest hij zijn vierde leerjaar dubbelen. Hij verliet de school op zijn vijftiende na zijn zesde leerjaar, nadat in de zomer van 1901 tyfus werd vastgesteld. Hij kreeg zelfs de laatste sacramenten toegediend, maar herstelde na lange tijd toch. Nadien ging hij niet meer naar school, maar volgde wel avond- en zondagslessen in de tekenschool. In Antwerpen maakt hij kennis met werk van Rubens en Bruegel. Vanaf zijn zeventiende begon hij gedichten te schrijven die ook regelmatig werden gepubliceerd in Lier Vooruit. Deze gedichten werden gebundeld en in 1907 uitgegeven onder de titel Door de dagen. In 1906 werden een aantal verzen gepubliceerd in Dietsche Warande & Belfort.[5] Gestimuleerd door de lectuur van Stijn Streuvels schreef hij vervolgens enkele naturalistische werken. In 1910 brak hij als schrijver door met het zwartgallige Schemeringen van de dood, dat mee ontstond onder invloed van Raymond de la Haye, een bevriend kunstschilder, en van geestesgenoot Flor Van Reeth, die de verhalenbundel illustreerde en aan wie het boek werd opgedragen.
Door een breuk werd Felix Timmermans opgenomen in het ziekenhuis. Hij vreesde voor zijn leven doordat er allerlei complicaties optraden. Op 12 oktober 1912 trouwde hij met Marieke Janssens. Ze hadden drie dochters: Cecilia, ook bekend als Lia (1920), Clara (1922) en Tonet (1926) en een zoon Gommaar (1930). Deze kinderen werden ook actief in de kunstwereld. Ze illustreerden onder andere werken van hun vader en schreven diverse biografieën over hem. Vlak voor de Eerste Wereldoorlog schreef hij zijn bekendste werk, Pallieter, dat in 1916 werd uitgegeven. Het wordt door velen als zijn meesterwerk gezien. In 1921 werd het in het Duits vertaald en uitgegeven.
De Vlaamse sfeer en de breugeliaanse taferelen in Pallieter wekten het enthousiasme van de Nederlandse kunstschilder Anton Pieck op en die zou aan een map met op de roman gebaseerde tekeningen zijn begonnen, ware het niet dat hij Vlaanderen nog nooit zelf gezien had. In deze tijd nam de Haagse kunsthandelaar Cox contact met Pieck op, die ook in Den Haag woonde: Timmermans was bij Cox op bezoek en had assistentie nodig bij het afdrukken van een ets. Tussen Timmermans en Pieck ontstond een hechte, jarenlange vriendschap.[
Op Timmermans' initiatief vroeg uitgever Van Kampen Pieck de tiende druk van Pallieter te illustreren. Timmermans wijdde Pieck in in Vlaamse zaken door schetsen bij zijn brieven aan Pieck te voegen: klederdrachten, karren, huisgevels, een kapel met een Madonnabeeld. De schetsen waren vaak antwoorden op vragen van Pieck, maar de illustraties verschillen te veel van Timmermans' schetsen om te kunnen worden beschouwd als uitwerkingen daarvan. De tiende druk verscheen in 1921.[ Op 8 november 1997 had in Lier de wereldpremière plaats van "Pallieter" de musical, geschreven door Willy Van Couwenberghe. In 1998 kreeg deze musical de cultuurprijs van de Stad Lier uit handen van minister Marleen Vanderpoorten. ] Felix Timmermans was een activist. Na de Eerste Wereldoorlog vluchtte hij naar Nederland om een veroordeling te ontlopen. Hij keerde begin 1920 ongehinderd terug. In 1922 kreeg hij de Staatsprijs voor Literatuur. In 1936 werd zijn vijftigste verjaardag zowel in Vlaanderen, Nederland als Duitsland met veel aandacht gevierd. Tijdens de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog was Timmermans redacteur van het Vlaamsnationalistische Volk. In 1942 ontving hij aan de Hamburgseuniversiteit de Rembrandtprijs. Als Vlaamsnationalist en in Duitsland bekende schrijver was hij een graag geziene figuur bij Duitse officieren tijdens de Duitse bezetting. Na de bevrijding van Lier op 4 september 1944 werd hij beschuldigd van culturele collaboratie en werd bijgevolg onder huisarrest geplaatst. De aanklacht werd geseponeerd op 22 december 1946. De reacties hierop uit de literaire wereld waren uiteenlopend. Als luidste klonk de stem van Toussaint van Boelaere. De criticus, die aanvankelijk een grote fan was van Timmermans, viel hem af omwille van zijn verdenking van culturele collaboratie.[8] Op 6 augustus 1944 werd Timmermans getroffen door een kransslagadertrombose (hartinfarct). Hij stierf in Lier op 24 januari 1947. De begrafenisdienst vond plaats in de Sint-Gummaruskerk, waar hij ook was gedoopt. Timmermans werd begraven op het kerkhof Kloosterheide te Lier. Als aanwezigen op zijn begrafenis vermelden kranten onder andere Lode Baekelmans, Gerard Walschap, Maurice Gilliams, Antoon Thiry, Lode Monteyne en Willem Elsschot.[9] Stijn Streuvels, genoemd als een "intiemen vriend" van Timmermans, werd ook verwacht, maar werd thuis gehouden door een zware verkoudheid.[10] In 1997, bij de herdenking van de 50e verjaardag van het overlijden van Felix Timmermans, werd in Lier een bronzen buste onthuld (beeldhouwster Anne-Marie Volders).



2159999-055bfbe3e91e8205be8b4d46de44bd46.JPG

2159999-9c0db40cfef2d2546e660c589dd4bef6.JPG

2159999-e9c7a323aecb3b812e99c88277f9c934.JPG

2159999-79007e39906c2b6468611400225332eb.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door rami om 09:06 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 5 juli 1968 alex zulle

5 juli 1968 Alex Zülle (Wil, 5 juli 1968) is een voormalig Zwitsers wielrenner. Zülle begon zijn profcarrière in 1991. Hij was een goed klimmer en vooral een buitengewoon goed tijdrijder. In deze discipline werd hij in 1996 wereldkampioen. Hij behoorde vanaf het midden van de jaren 90 tot de beste ronderenners. Dit leidde in 1995 tot een tweede plaats in de Ronde van Frankrijk en in 1996 en 1997 tot eindzeges in de Ronde van Spanje. In 1998 werd hij daarom een van de voornaamste kanshebbers gezien op de eindzege in de Ronde van Frankrijk. Hij raakte echter betrokken bij de dopingaffaire van zijn team, Festina, en werd samen met de rest van zijn team uit de ronde gezet. Zülle bekende het gebruik van doping, werd geschorst, maar kwam een jaar later terug met opnieuw een tweede plaats in de Ronde van Frankrijk. In 2002 had hij nog een serieuze opleving. Hij won een etappe en het eindklassement in de Ronde van Zwitserland, 2 ritten in de Ronde van Romandië, een etappe en het eindklassement in de Ronde van Valencia en een rit in de Ronde van de Algarve, maar in de grote rondes kon hij weinig potten meer breken. In 2004 zette hij een punt achter zijn carrière.



2159998-30435a2585d5aecf5bd978781e45bca0.JPG

2159998-4f56e2476793b9769088db6dd058c72f.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door rami om 09:04 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 5 juli 1687 de appel en de beginselen

5 juli 1687 Op 5 juli 1687 publiceert Isaac Newton het driedelig werk De Philosophiae Naturalis Principia Mathematica (Latijn voor: Wiskundige beginselen van de natuurfilosofie). Het wordt beschouwd als de invloedrijkste wetenschappelijke publicatie ooit. In het werk introduceert Newton drie wetten die de basis vormen van de moderne natuurkunde. Newton bewijst met onweerlegbare wiskundige logica o.a. de zwaartekracht en de beweging van planeten Isaac Newton (Woolsthorpe-by-Colsterworth, 4 januari 1643 – Kensington, 31 maart 1727) (juliaanse kalender: 25 december 1642 – 20 maart 1727)[ was een Engelse natuurkundige, wiskundige, astronoom, natuurfilosoof, alchemist, officieel muntmeester en theoloog. In de wiskunde ontdekte hij onder meer de differentiaalrekening en de integraalrekening (met Leibniz) en verder het Binomium van Newton en benaderingsmethoden. In zijn hoofdwerk Philosophiae Naturalis Principia Mathematica uit 1687 beschreef Newton onder andere de zwaartekracht en de drie wetten van Newton, waarmee hij de grondlegger van de klassieke mechanica werd. Op het gebied van optica schreef hij het standaardwerk Opticks, vond hij de Newtontelescoop uit en ontwikkelde hij een theorie over kleuren, gebaseerd op het prisma, dat van wit licht een zichtbaar spectrum maakt. Hij bestudeerde ook de geluidssnelheid. Volgens een peiling uit 2005 beschouwden leden van de Britse Royal Society Newton als de grootste geleerde in de hele geschiedenis van de wetenschap. Anders dan Albert Einstein was Newton naast theoreticus ook een briljant experimentator.[] Newton werd geboren als enig kind van Isaac Newton en Hannah Ayscough in Woolsthorpe-byColsterworth, een gehucht van Colsterworth in het graafschap Lincolnshire op 15 kilometer ten zuidwesten van Grantham. Volgens de gregoriaanse kalender, die in Engeland pas in 1752 de juliaanse kalender verving, werd Newton geboren op 4 januari 1643. Volgens de juliaanse kalender, die gedurende Newtons leven van kracht was in Engeland, leefde hij van 25 december 1642 tot 20 maart 1727.[ Newtons ouders waren niet onbemiddelde boeren. Zijn vader overleed drie maanden voor zijn geboorte. Hij werd te vroeg geboren en aanvankelijk werd voor zijn leven gevreesd. Toen hij drie jaar oud was, hertrouwde zijn moeder met de Anglicaanse geestelijke Barnabas Smith, een welgestelde maar kinderloze weduwnaar, bij wie zij dadelijk introk in het naburige North Witham. Newton werd aan de zorgen van zijn grootmoeder en zijn oom overgelaten. De motieven voor dat laatste zijn niet helemaal duidelijk. Zijn moeder lijkt wel degelijk van hem gehouden te hebben.[5] Het heeft hem echter voor het leven getekend. Uit Newtons persoonlijke aantekeningen blijkt, dat hij de tweede man van zijn moeder gehaat heeft. Tot zijn zestiende volgde hij zijn lagere- en middelbareschoolopleiding in Grantham, waar hij bekend werd door zijn fraaie mechanische modellen: poppenmeubels voor meisjes, een kar met handaandrijving voor de inzittende, zonnewijzers, windmolensen vliegers met lantaarns die hij 's nachts opliet.
Toen Newton tien jaar was, werd zijn moeder voor de tweede maal weduwe en keerde ze terug naar Woolsthorpe. Isaac kreeg er een halfbroer en twee halfzussen bij. Zijn moeder hoopte dat haar oudste zoon het landbouwbedrijf dat ze van haar tweede man had geërfd, zou uitbaten. Het boerenbedrijf boeide Newton echter helemaal niet en hij vroeg om verder te mogen studeren. Hij vertrok op zijn achttiende jaar (1660) naar Cambridge. De ontmoeting met de wiskundige Isaac Barrow maakte een diepe indruk op hem. Hij bestudeerde er onder andere de Elementen van Euclides, de Geometria van Descartes, de Arithmetica infinitorum van Wallis en de Dialogo van Galilei.
In 1669 werd hij benoemd tot Lucasian professor, dat wil zeggen hoogleraar wiskunde aan de Universiteit van Cambridge, een leerstoel ingesteld door Henry Lucas. In die tijd moesten alle wetenschappers van de universiteiten van Oxford en Cambridge gewijde geestelijken van
de Anglicaanse Kerk zijn, maar bij deze leerstoel werd bij wijze van uitzondering vereist dat de hoogleraar niet als zodanig actief zou zijn, waarschijnlijk om meer tijd voor de wetenschap vrij te kunnen maken. Newton vroeg en kreeg van koning Karel II ontheffing van de verplichting om tot geestelijke gewijd te worden. Newton was namelijk in het geheim aanhanger van het Unitarisme, een verboden ketterij in die tijd. Zo werd een conflict tussen Newtons godsdienstige opvattingen en de Anglicaanse kerk vermeden. Newton werd in 1672 een Fellow of the Royal Society (FRS) en was van 1703 tot 1727 voorzitter van dit wetenschappelijk genootschap. In 1696 verhuisde Newton naar Londen om muntmeester (aanvankelijk Warden of the Mint) te worden. [6] Hij pakte het werk op zijn gebruikelijke systematische manier aan, hermuntte alle Britse munten met groeven op de zijkant om het snoeien van munten onmogelijk te maken en bestreed onder meer valsemunters, die soms ter dood veroordeeld werden. Van 1699 tot zijn dood was hij directeur van de Munt (Master of the Mint). Voor zijn werk bij de Munt werd hij geridderd door Queen Anne in 1705. In 1717 zorgde Newton voor de overgang van het pond sterling van de zilveren naar de gouden standaarddie bijdroeg aan de welvaart van Engeland. Door dit werk werd Newton rijk. Wel verloor hij £ 20.000 aan de speculatiegekte van de South Sea Company. Newton verklaarde that he could not calculate the madness of people (dat hij de waanzin van mensen niet kon berekenen).[
In zijn persoonlijke leven was Newton volgens een deel van zijn biografen een excentrieke persoonlijkheid.[] Illustratief voor zijn onbegrensde nieuwsgierigheid is het verhaal dat Isaac Newton zo ver ging een rijgnaald langs zijn eigen oogbal tot aan het bot van zijn oogkas te steken om zo de werking van het menselijk oog te achterhalen.[ Isaac Newton schreef in 1675 in een brief aan zijn collega-onderzoeker en rivaal Robert Hooke het volgende: "Als ik verder heb gezien dan anderen, komt dat doordat ik op de schouders van reuzen stond." Aan het einde van zijn leven schreef Newton: "Ik was als een jongen die op het strand speelt en zich vermaakt door een nog mooiere steen of schelp te vinden, terwijl de grote oceaan van de waarheid onontdekt voor mij lag."
Als wiskundige staat Newton bekend als de medeontdekker van de infinitesimaalrekening (een verzamelterm voor differentiaalrekening en integraalrekening), samen met Gottfried Wilhelm Leibniz, met wie hij een geweldige ruzie heeft gehad over de prioriteit van deze bijdrage, zonder welke technische toepassing van de wiskunde nu niet meer is voor te stellen. Het binomium van Newton is naar hem genoemd, alsmede een numerieke iteratie-methode, die tegenwoordig de methode van Newton-Raphson heet. Verder zijn de formule van Newton-Cotes voor numerieke integratie en ook de 'formules van Newton' voor voorwaartse en achterwaartse interpolatie naar hem genoemd.
Werkkamer van Isaac Newton aan de Universiteit van Cambridge. De appelboom herinnert aan de anekdote van de appel en de maan en is een stek van de oorspronkelijke boom bij Newtons familieboerderij. Er heeft een schuurtje gestaan, waarin Newton zijn alchemistische experimenten uitvoerde.
Newton schreef van 1684 tot 1686 de Philosophiae Naturalis Principia Mathematica in het Latijn, beter bekend als de Principia. Hierin beschreef hij wat nu de wetten van Newton heten, waarmee hij de
grondlegger werd van de klassieke mechanica. De wetten van Newton definiëren de basisbegrippen impuls (hoeveelheid beweging, massa × snelheid), kracht en massatraagheid in hun onderlinge samenhang waarmee, anders dan in de fysica van bijvoorbeeld Aristoteles, een kwantitatieve beschrijving en voorspelling van beweging mogelijk is. Het centrale idee van de gravitatietheorie, dat lichamen met massa elkaar aantrekken, was volstrekt nieuw. Bovendien werd deze hypothese wiskundig geformuleerd. Hij kon, gebruikmakend van de wetten, de banen van planeten om de zon nauwkeurig narekenen. De empirische wetten voor planeetbanen, die Johannes Kepler al tussen 1609 en 1619 had ontdekt en geformuleerd als de wetten van Kepler, kregen hiermee een theoretische basis. De baan van de komeet Halley, alsmede de vorm van de staart konden er ook mee worden verklaard. De getijdenbewegingen kon Newton met dezelfde wetten verklaren, uit de aantrekkingskracht van de maan en die van de zon. De door hem ontwikkelde nieuwe wiskunde, de differentiaalrekening, speelde bij dit alles een instrumentele rol.
Tijdens de pestepidemie in 1666 moest de jonge Newton zijn studie in Cambridge onderbreken en keerde hij terug naar zijn geboorteplaats. Uit die periode stamt de anekdote van de appel en de maan. Hij bestaat in vier versies en wordt door verschillende schrijvers uit die tijd genoemd. Newtons neef John Conduitt schreef, dat Newton op zijn ideeën over zwaartekracht kwam in de boomgaard van zijn moeder, waar hij een appel uit een boom zag vallen. Newton bedacht daarop dat dezelfde zwaartekracht van de Aarde zover reikt, dat het de Maan in haar baan houdt. Hierdoor brak Newton met het tweeduizend jaar oude idee van Aristoteles dat op Aarde (bijvoorbeeld voor een appel) en in de hemel (voor een hemellichaam als de Maan) andere natuurwetten gelden. De schrijver William Stukeley noteerde een gesprek uit 1726 in zijn Memoirs of Sir Isaac Newton's Life waarin Newton zelf zich herinnerde hoe het begrip gravitatie in hem op kwam: "Het werd veroorzaakt door het vallen van een appel, toen ik zat te peinzen." De anekdote geeft een stap aan in het rijpingsproces van Newton. Op het terrein van National Physical Laboratories in Teddington (ten zuidwesten van Londen) staat een boom die volgens de overlevering gekweekt is uit een zaadje van de legendarische appelboom waaruit Newton een appel zag vallen. Naast de Principia publiceerde hij de Opticks, een werk over optica in het Engels. Newton toonde aan dat wit licht is samengesteld uit alle kleuren van de regenboog met zijn bekende prisma-experiment: verder ontleden van die kleuren bleek niet mogelijk en samengevoegd leveren deze kennelijk elementaire kleuren weer wit licht op. Ook zijn experiment met de Newtonschijf toont dit aan. Licht bestond volgens Newton uit deeltjes, waarmee hij breking en weerkaatsing van licht verklaarde. Dit deeltjesmodel werd later vervangen door het golfmodelvan zijn oudere tijdgenoot Christiaan Huygens, dat interferentie makkelijker kon verklaren. Een door hem ontdekt interferentie-effect is naar hem vernoemd: de Newtonringen. Pas in de 20e eeuw werd er toch weer een deeltjesaspect onderkend aan licht - het foton -, dankzij Albert Einsteins bijdragen aan het foto-elektrisch effect en de kwantummechanica. Ter voorkoming van chromatische aberratie ten gevolge van kleurschifting, die bij breking door lenzen onvermijdelijk is, bedacht en construeerde Newton de Newtontelescoop, die nog steeds toegepast wordt. Newton beschreef ook diffractie (buiging) van licht - het experiment met de stoffige spiegel - dat in 1801 door Thomas Young werd verklaard, al was het dan met het golfmodel. Newton vond onafhankelijk een andere formulering van de lenzenformule.
Voor de warmteleer formuleerde Newton een wet voor afkoeling, waarbij de afkoelsnelheid evenredig is met het temperatuurverschil met de omgeving. De temperatuur van een heet voorwerp daalt daardoor exponentieel in de tijd tot de omgevingstemperatuur is bereikt. Een eeuw later zou deze afkoelwet worden uitgewerkt door Joseph Fourier, om te beginnen met de Wet van Fourier, en vervolgens met een wiskundig geavanceerde Théorie analytique de la chaleur. Newton kan niet als de grondlegger van de hydrodynamica worden beschouwd (dat was Blaise Pascal), maar hij beschreef wel het gedrag van wat nu Newtonse vloeistoffen heten, die een viscositeit hebben die onafhankelijk is van de schuifspanning. Deze beschrijving zou zonder de differentiaalrekening ondenkbaar zijn.

Aan een voorwerp dat op de grond ligt, wordt door de zwaartekracht getrokken, maar het ondervindt volgens de derde wet van de grond een even grote, tegengesteld gerichte reactie- of normaalkracht. Het voorwerp blijft dus stilliggen. Een voorwerp in de vrije ruimte boven het aardoppervlak krijgt zo'n reactiekracht niet (als de wrijving van de lucht verwaarloosd wordt) en raakt dus in 'vrije val'. Omdat volgens de zwaartekrachtwet de zwaartekracht evenredig is met de massa van het voorwerp, hebben alle voorwerpen in vrije val in het luchtledige op dezelfde plaats dezelfde constante versnelling. Op het aardoppervlak bedraagt deze ongeveer 9,81 m/s², aan de evenaar iets minder.
De toepassing van identieke wetten op 'hemelse' en 'aardse' verschijnselen betekende een fundamentele breuk met de tweeduizend jaar oude theorie van de oude Griekse natuurfilosofen: volgens hen waren de wetten die op de aarde golden anders dan de 'hemelse' wetten die in het heelal golden. De bevindingen van onder anderen Tycho en Kepler dat de planeten zich in elliptische banen bewogen in plaats van in de meer 'volmaakte' cirkel stuitten daarom op veel weerstand. Ook de ontdekking van Galilei dat de zon zonnevlekken bevatte werd met ongeloof en zelfs agressie ontvangen door de toenmalige intellectuelen. Newton toonde met zijn zwaartekrachtswetten onweerlegbaar aan dat in het heelal dezelfde natuurkundige regels van kracht waren als op de aarde. In de loop van de 18e en 19e eeuw zou de klassieke mechanica in wiskundig opzicht aanzienlijk uitgebreid worden door grootheden als Leonhard Euler, Lagrange, Laplace en William Hamilton. Het wetenschappelijke wereldbeeld werd steeds meer deterministisch. Het scherpst werd dit geformuleerd door Laplace, die in 1814 stelde dat het in principe mogelijk moet zijn om vanuit het heden de hele geschiedenis en de hele toekomst van het universum langs rekenkundige weg vast te stellen. Aan het eind van de 19e eeuw kwam de statistische mechanica erbij, die nog uitging van in essentie deterministisch gedrag van een zeer groot aantal deeltjes; deze is vooral bruikbaar voor gasmoleculen. Een staaltje van het voorspellend vermogen van de gravitatietheorie werd gegeven toen de nauwkeurigheid van waarnemingen van planeetbanen in de loop van de 19e eeuw toenam. Er werden afwijkingen ten opzichte van de 'klassieke' baan van Uranus waargenomen. Dit leidde tot de hypothese van het bestaan van een nog onbekende planeet, die met zijn eigen zwaartekrachtveld de baan van Uranus in het zwaartekrachtveld van de zon verstoorde. In 1846 werd inderdaad een planeet, die Neptunus zou gaan heten, op de berekende plaats waargenomen. De grondlegging van de klassieke mechanica was niet alleen voor filosofen, theoretici en astronomen van het hoogste belang, ook de toepasbaarheid in meer praktische zaken kan nauwelijks overschat worden. Tot dan toe bestond technologische ontwikkeling voornamelijk uit knutselen op goed geluk, gebaseerd op praktische ervaring. Sinds Newtons definitie van de basisbegrippen kracht, impuls en massa is het mogelijk geworden natuurwetenschap en technologie te combineren, zodat een technisch ontwerp in relatief eenvoudige gevallen met wiskundige precisie kan worden doorgerekend. In veel andere gevallen kunnen met vereenvoudigde modellen verantwoorde benaderingen worden gerealiseerd. De eenheid van kracht, de newton, is daarom naar hem vernoemd.
Aan het einde van de 19e eeuw werd (door Lord Kelvin) wel gedacht dat de kennis van de natuurkunde vrijwel volledig was. Maar juist toen liep de klassieke natuurkunde tegen grenzen aan. De lichtsnelheid bleek in alle richtingen gelijk te zijn (Michelson-Morley-experiment). Indien er een zogenaamde ether als voortplantingsmedium in de kosmos zou bestaan, gekoppeld aan een universeel en absoluut coördinatenstelsel, dan zou de beweging van de aarde door het heelal een invloed moeten hebben op de gemeten lichtsnelheid. De baan van de planeet Mercurius bleek een rozet in plaats van een ellips zoals de Wetten van Kepler uit de Wetten van Newton voorspelden. Bovendien bleek
Newtons veronderstelling van een uniforme tijd in het universum in strijd te zijn met de pas ontwikkelde algemene theorie van het elektromagnetisme. Vanaf 1905 breidde Albert Einstein Newtons beginselen met zijn relativiteitstheorie wezenlijk uit, en loste die problemen op. Vrijwel tegelijkertijd constateerde Max Planck dat stralingsenergie niet helemaal continu, maar met kleine pakketjes tegelijk wordt afgegeven. Met de klassieke mechanica kon men dit niet verklaren. Deze pakketjes noemde hij quanta en dat gaf de aanzet tot de kwantummechanica, waarmee het deterministische wereldbeeld werd ondermijnd en de weg werd gebaand voor de statistische benadering van de onderliggende natuurwetten van de materie. Hiermee kon men de subatomaire verschijnselen beter beschrijven en verklaren dan met de 'klassieke' Newtoniaanse wetten. Behalve voor exacte wetenschappen had Newton ook voor andere onderzoeksterreinen belangstelling. Hoewel Newton zijn roem geheel dankt aan zijn prestaties als natuur- en wiskundige, is hij een groot deel van zijn leven meer bezig geweest met theologie en andere Bijbelse disciplines dan met exacte wetenschap. Hierin lag zelfs zijn grootste passie. Hij schreef: "Ik heb een fundamenteel geloof in de Bijbel als Gods Woord, geschreven door hen die geïnspireerd waren. Ik studeer de Bijbel dagelijks. Al mijn ontdekkingen zijn gedaan als antwoorden op mijn gebed"[]. Hij schreef veel over onder meer Bijbelse chronologie en tekstkritiek. Na zijn dood werden enkele van zijn theologische werken uitgegeven. Hoewel de wetten van de beweging en de universele zwaartekracht de bekendste ontdekkingen van Newton werden, waarschuwde hij tegen ze te gebruiken om het heelal te zien als een zelfstandige machine. Hij zei: "Zwaartekracht verklaart de bewegingen van de planeten, maar het kan niet uitleggen wie de planeten in beweging heeft gezet. God regeert alle dingen en weet wat wordt of kan worden gedaan." Naar hedendaagse inzichten was Newton veel bezig met zaken die men nu als pseudowetenschap zou zien, zoals alchemie. Men vindt dit soms moeilijk te rijmen met zijn algemeen erkende wetenschappelijke verdiensten.[ ] Newton verschilde daarin niet van de meeste grote geleerden van zijn tijd. Tot ver in de 18e eeuw hadden natuurfilosofen een actieve belangstelling voor alchemie en astrologie. Newtons nagelaten persoonlijke bibliotheek bleek na inventarisatie[]126 boeken over alchemie[te bevatten, wat duidelijk maakte dat dit een van zijn grote passies was. Dankzij zijn reputatie op het gebied van de alchemie kreeg Newton op instigatie van Charles Montague de betrekking van ‘warden’ (muntmeester) aan de Koninklijke Munt in Londen. In 1936 verwierf de econoom John Maynard Keynes een groot deel van Isaac Newtons alchemistische manuscripten voor het King's College te Cambridge. 369 boeken uit Newtons persoonlijke bibliotheek hadden een wetenschappelijk karakter, 170 waren werken over de Rozenkruisers, de kabbala en alchemie. Newton had zelf een alchemistische index aangelegd met 100 auteurs, 150 teksten en 5.000 paginaverwijzingen op 900 trefwoorden. Jan Golinski veronderstelde dat Newton dit deed in de hoop er een samenhangend geheel en een samenhangende leer uit te kunnen afleiden. Betty T. Dobbs zei dat Newton de alchemistische literatuur tot de 17e eeuw gedurende 30 jaar zonder onderbreking zeer zorgvuldig had bestudeerd.[ De biograaf van Newton Richard Westfall[schrijft: "Newton verloor zijn eerste liefde [bedoeld is de alchemie] nooit uit het oog". Westfall gaat ervan uit dat alchemistische overwegingen ook bij Newtons 'Hypothesis of Light' (1675) waren opgenomen en dat Newtons beschouwingen over de banen van de planeten door de alchemie beïnvloed waren. Betty T. Dobbs schrijft: "Zijn herinvoering van het concept van aantrekking in zijn 'Principia', en zijn afwijzing van een zich op de 'Ether' beroepende mechanica als verklaring voor de zwaartekracht leken Westfall en mij een voldoende argument voor de invloed van de alchemie op zijn denken. Veel alchemistische verhandelingen gaan immers uit van niet-mechanische actieve principes die conceptueel vergelijkbaar zijn met de zwaartekrachttheorie van Newton."
John Maynard Keynes, die veel van Newtons alchemistische geschriften had verworven, verklaarde:
"Newton was niet de eerste vertegenwoordiger van het tijdperk van de rede, hij was de laatste van de magiërs."[



2159995-51278d8ff29ce4e5571720c2d9411ba0.JPG

2159995-3bbbac5b2aff1b288fa3ea6bdfb6be55.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:00 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 4 juli 1776 noord america

4 juli 1776 Dertien Europese kolonies in Noord-Amerika roepen met de Declaration of Independence de Federale republiek der Verenigde Staten van Noord-Amerika uit. Noord-Amerika is een continent dat volledig op het noordelijk halfrond ligt en bijna volledig binnen het westelijk halfrond. Het wordt ook wel beschouwd als een noordelijke subcontinent van de Amerika's.[1] Het wordt in het noorden begrensd door de Noordelijke IJszee, in het oosten door de Atlantische Oceaan, in het westen en zuiden door de Grote Oceaan en in het zuidoosten door ZuidAmerika en de Caraïbische Zee. Noord-Amerika heeft een oppervlakte van ongeveer 24.709.000 km², ongeveer 4,8% van de oppervlakte van de Aarde of ongeveer 16,5% van het landoppervlak. Het aantal inwoners wordt geschat op bijna 579 miljoen mensen (2016) verdeeld over 23 onafhankelijke staten. Noord-Amerika is het op twee na grootste continent qua oppervlakte, na Azië en Afrika en het op drie na grootste qua werelddeelbevolkingsaantal na Azië, Afrika en Europa. De naamgeving wordt doorgaans geaccepteerd als een vernoeming naar de Italiaanse ontdekkingsreiziger Amerigo Vespuccidoor de Duitse cartografen Martin Waldseemüller en Matthias Ringmann. Het continent wordt in het noorden begrensd door de Noordpooloceaan, in het westen door de Grote Oceaan en de Beringzee en in het oosten door de Atlantische Oceaan en de Golf van Mexico. In het zuiden wordt het continent gescheiden van Zuid-Amerika door de landengte van Panama en diens kanaal. De kustlijn van het vasteland van het continent is lang en onregelmatig. Na de Golf van Mexico is de Hudsonbaai veruit de grootste watermassa binnen het continent; andere watermassa's zijn de Golf van St. Lawrence en de Golf van Californië (Zee van Cortés). Er liggen talrijke grote en kleine eilanden langs de kust van het continent, waaronder Groenland, de noordpoolarchipel en de Antillen. Het westen van het continent bestaat uit een grote cordillera (Noord-Amerikaanse Cordillera), die bestaat uit verschillende bergketens. De belangrijkste daarvan zijn de Rocky Mountains, de Coast Mountains, het Alaskagebergte, de Sierra Nevada en de Sierra Madre. Het hoogste punt van NoordAmerika is de Denali in de Alaska Range (6194 m). Het laagste punt (86 m onder zeeniveau) ligt eveneens in de Noord-Amerikaanse cordillera: in Death Valley, Californië. Het Missouri-Mississippi riviersysteem is met 6020 kilometer het langste van Noord-Amerika. Samen met de Ohio-rivier en talrijke andere zijrivieren, is het het grootste continentale watersysteem van de wereld. Andere belangrijke rivieren zijn de Colorado, Columbia, Delaware, Mackenzie, Nelson, Rio Grande, Saint Lawrencerivier, Susquehanna en Yukon. Het Bovenmeer (82.414 km²), het meest westelijke meer van de Grote Meren, is het grootste meer van het continent. De Saint Lawrencezeeweg, die de Saint Lawrencerivier en de Grote Meren verbindt, stelt oceaanschepen in staat om tot het hart van Noord-Amerika door te dringen.
Noord-Amerika, dat minder dan 10° van zowel de evenaar als de noordpool is verwijderd, heeft een zeer gevarieerd klimaat, van een tropisch klimaat in de regenwouden en savanne in de laaglanden van Centraal-Amerika tot gebieden waar permanent ijs ligt in Centraal-Groenland. Op de toendra's in het noorden van Canada en het noorden van Alaska heerst een subarctisch klimaat, terwijl er op het continent ook woestijnen te vinden zijn. Toch heeft een groot deel van het continent een land- of zeeklimaat, hetgeen zeer gunstig is voor de landbouw.
Er wordt verondersteld dat de eerste menselijke inwoners van Noord-Amerika van Aziatische oorsprong waren; zij staken 20.000 jaar geleden Alaska over en trokken toen zuidwaarts door de vallei van de Mackenzierivier. De Europese ontdekking en nederzetting in Noord-Amerika dateren uit de 10e eeuw,
toen Noormannen (986) heer en meester waren in Groenland. Hoewel het bewijsmateriaal fragmentarisch is, bereikten zij Oost-Canada rond het jaar 1000 onder leiding van Leif Eriksson. Van groter effect op de verdere geschiedenis van het continent waren de ontdekkingsreizen van Christoffel Columbus in 1492 en John Cabots reizen naar Oost-Canada (1497). Portugese en Franse expedities hebben ook een grote invloed gehad op het continent.
Hoewel de bevolking van Canada en de Verenigde Staten nog grotendeels een Europese oorsprong heeft, wordt zij steeds meer een mengelmoes van allerlei culturen; veel mensen zijn er vanuit Azië, Latijns-Amerika en Afrika geïmmigreerd. Ook is de verstedelijking drastisch toegenomen; ongeveer 74% van de inwoners van het continent wonen in stedelijke gebieden. Een groot deel van de bevolking heeft zich geconcentreerd in en rond grote agglomeraties. De bevolking van Mexico, ongeveer 60% van Europese en inheems-Amerikaanse oorsprong, is ook steeds meer naar de steden getrokken (ongeveer 72%). De grootste stedelijke agglomeraties op het continent zijn Mexico-Stad, New York, Los Angeles en Chicago. De totale bevolking wordt geschat op 528.720.000 (juli 2008). Er wordt verondersteld dat de eerste menselijke inwoners van Noord-Amerika van Aziatische oorsprong waren; zij staken 20.000 jaar geleden Alaska over en trokken toen zuidwaarts door de vallei van de Mackenzierivier. De Europese ontdekking en nederzetting in Noord-Amerika dateren uit de 10e eeuw, toen Noormannen (986) heer en meester waren in Groenland. Hoewel het bewijsmateriaal fragmentarisch is, bereikten zij Oost-Canada rond het jaar 1000 onder leiding van Leif Eriksson. Van groter effect op de verdere geschiedenis van het continent waren de ontdekkingsreizen van Christoffel Columbus in 1492 en John Cabots reizen naar Oost-Canada (1497). Daarnaast hebben Portugese en Franse expedities een grote invloed gehad op het continent.
Geologisch gezien is Canada een van de oudste regio's in de wereld. Meer dan de helft van de regio bestaat uit rotsen uit het Precambrium die boven de zeespiegel zijn sinds het begin van het Paleozoïcum.[3] Canada's minerale rijkdommen zijn divers en uitgebreid.[3] Op het Canadees Schild en in het noorden zijn er grote ijzer-, nikkel-, zink-, koper-, goud-, lood-, molybdeen- en uraniumreserves. Grote diamantconcentraties zijn recentelijk ontwikkeld in het poolgebied[4] en maken van Canada een van 's werelds grootste diamantproducenten. Over het gehele Schild zijn er voor het extraheren van deze mineralen veel mijnbouwsteden. De grootste en bekendste daarvan is Sudbury (Ontario). Sudbury is overigens een uitzondering hoe de mineralen in het gebied gevormd zijn. Er zijn belangrijke aanwijzingen dat het Sudbury Basin een oude inslagkrater is. Het nabijgelegen, maar minder bekende Temagami Magnetic Anomaly heeft opvallende overeenkomsten met het Sudbury Basin. De magnetische anomalieën zijn zeer vergelijkbaar met het Sudbury Basin, wat betekent dat het een tweede metaalrijke inslagkrater kan zijn. Het Schild wordt bedekt door uitgestrekte boreale bossen, die belangrijk zijn voor de houtkapindustrie. De aaneengesloten staten kunnen worden onderverdeeld in vijf fysiografische provincies: De Amerikaanse cordillera Het Canadese Schild Het stabiele platform De kustvlakte De gebergtevorming van de Appalachen De geologie van Alaska is een typisch voorbeeld van die van de cordillera, terwijl de grote eilanden van Hawaï bestaan uit Neogeen vulkanen ontstaan boven een hotspot.
Midden-Amerika is geologisch actief met vulkaanuitbarstingen en aardbevingen doen zich van tijd tot tijd voor. In 1976 werd Guatemala getroffen door een grote aardbeving met 23.000 doden. Managua, de hoofdstad van Nicaragua , werd verwoest door aardbevingen in 1931 en 1972, waarbij de laatste het leven kostte van ongeveer 5000 mensen. Drie aardbevingen verwoestten El Salvador, één in 1986 en twee in 2001. In 2009 richtte een aardbeving grote schade aan in het noorden en midden van Noord- en Midden Costa Rica. Vulkanische uitbarstingen komen vaak voor in de regio. In 1968 barstte de Arenal in Costa Rica uit met 87 doden als gevolg. De vruchtbare gronden van verweerde vulkanische lava hebben het mogelijk gemaakt om de dichte bevolking met de productieve hooglandgebieden te ondersteunen. Midden-Amerika heeft veel bergketens. De langste zijn de Sierra Madre van Chiapas, de Cordillera Isabelia en de Cordillera de Talamanca. Tussen de bergketens liggen vruchtbare valleien die geschikt zijn voor de bevolking. In feite woont het grootste deel van de bevolking van Honduras, Costa Rica en Guatemala in valleien. De valleien worden ook gebruikt voor de productie van koffie, bonen en andere gewassen De uitgebreide landbouwsector van Noord-Amerika (vooral in Canada en de Verenigde Staten) is het resultaat van zowel gunstige klimatologische omstandigheden, vruchtbare gronden, als technologie. De irrigatie heeft bepaalde dorre en semi-aride gebieden in productieve oasen veranderd. NoordAmerika produceert het grootste deel van het graan, vlees, katoen, sojabonen, tabak en tarwe van de wereld. Ook wordt er een verscheidenheid van ander voedsel en industriële grondstoffen en gewassen geproduceerd. Delfstoffen zijn ook overvloedig, vooral steenkool, ijzererts, bauxiet, koper, aardgas, aardolie, kwik, nikkel, potas en zilver. De vroeger grote industriesector is meer en meer vervangen door de dienstensector.
De route van de Pan-Amerikaanse weg in Noord-Amerika is het deel van een netwerk van wegen van bijna 48.000 km lang, dat loopt over het vasteland van de Amerika. Er bestaat formeel geen vaste lengte van de Pan-Amerikaanse weg, omdat de Amerikaanse en Canadese regeringen nooit officieel hebben gedefinieerd welke specifieke routes onderdeel uitmaken van de Pan-American Highway en Mexico officieel vele takken heeft die verbinding maken met de Amerikaanse grens. De totale lengte van het Noord-Amerikaanse deel van de snelweg bedraagt echter ongeveer 26.000 km.
Veel van de landen van Noord-Amerika werken samen in een gedeeld telefoonsysteem, bekend als het Noord-Amerikaanse nummeringsplan (NANP), dat een geïntegreerd telefoonnummerplan is voor 24 landen en gebieden: de Verenigde Staten en hun territoria, Canada, Bermuda, en 17 Caribische landen.



2159677-847a7cd604ba3b6e88f48134b632672a.JPG

2159677-26a07c23521ae0bb89d9a7205b9b497d.JPG

2159677-c1d4da0551c0bab8f97180fefbd08879.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:06 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 4 juli 2003 barry white

4 juli 2003 Barry White (Galveston, 12 september 1944 – Los Angeles, 4 juli 2003) was een Amerikaans soul- en discozanger en -producer. Zowel solo als met het door hem gedirigeerde The Love Unlimited Orchestra had hij diverse hits. Barry White werd als Barry Eugene Carter geboren in Galveston, Texas, en groeide op in Los Angeles. Op 10-jarige leeftijd werd hij lid van een gang, en op de leeftijd van zestien jaar werd hij veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf wegens diefstal van Cadillac-autobanden ter waarde van $30.000. Eind jaren zestig begon White's muziekcarrière, aanvankelijk nog slechts als producer. Zijn grootste succes was het opzetten van Love Unlimited, een damesgroep met drie leden (waaronder zijn latere vrouw Glodean James), waarvoor hij de klassieker Walkin' in the Rain (With the One I Love) schreef. White had een aantal liedjes geschreven en zocht een mannelijke vocalist om deze op te nemen. Uiteindelijk liet hij zich overhalen dit zelf te doen, wat leidde tot het succesvolle album "I've Got So Much to Give" met de hit I'm Gonna Love You Just a Little More Baby. Zijn volgende succes was de oprichting van het Love Unlimited Orchestra. Tegen alle verwachtingen in werd het volledig instrumentale Love's theme een grote hit. White behaalde zijn grootste successen in de jaren 70. In de periode van de disco, maar ook later, heeft hij nog diverse hits gehad. Tijdens een verblijf in het ziekenhuis, waar hij herstelde van de gevolgen van een beroerte, overleed White aan een nierziekte. In 2013 kreeg hij postuum een ster op de Hollywood Walk of Fame.



2159673-13eac05980a51e09258a977871de01d4.JPG

2159673-f26f1dac41ba7573243ce6ec65453c04.JPG
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door rami om 09:01 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 4 juli 1927 gina lollobrigida

4 juli 1927 Gina Lollobrigida, eigenlijke naam Luigina Lollobrigida, (Subiaco, Italië, 4 juli 1927) is een Italiaanse actrice, die in de jaren 50 en 60 van de 20e eeuw haar grootste bekendheid kreeg door haar rollen in een aantal Hollywoodfilms. Zij was een generatiegenote van Marilyn Monroe, en werd beschouwd als de Europese en Italiaanse tegenpool van deze Amerikaanse ster. Als Italiaanse in Hollywood effende zij het pad voor haar landgenote Sophia Loren, die haar korte tijd later zou volgen en die haar faam nog zou overtreffen. Lollobrigida was de dochter van een meubelmaker. In haar jonge jaren nam zij deel aan een aantal schoonheidswedstrijden. Bij de Miss Italia-verkiezingen van 1947 werd ze derde.
Haar groeiende naambekendheid lag aan de basis van een aantal verschijningen in Italiaanse romantische komedies. Die films werden door sommige filmcritici als van mindere kwaliteit beschouwd, maar ze droegen wel bij aan haar populariteit bij het grote publiek. Een van die lichte komedies heette heel toepasselijk Miss Italia (1950). Een van de Engelse titels van de film La donna più bella del mondo (The World's Most Beautiful Woman) uit 1955 werd ook haar bijnaam. In 1952 werd ze voor het eerst gevraagd door Franse cineasten: ze werd twee keer aan steracteur Gérard Philipe gekoppeld. In de succesrijke mantel- en degenfilm Fanfan la Tulipe (Christian-Jaque) misleidde ze hem als waarzegster. In René Clairskomedie Les Belles de nuit was ze een van Philipe's droomvrouwen. Een jaar later volgde haar Amerikaanse filmdebuut met John Hustons avontuurlijke komedie Beat the Devil waarin ze de vrouw van Humphrey Bogart vertolkte. In de tragikomedie Trapeze (1956) dongen trapeze-artiesten Tony Curtis en Burt Lancaster om haar hand. In Italië groeiden ook de romantische komedie Pane, amore e fantasia (1953) en het vervolg Pane, amore e gelosia (1954) uit tot grote kaskrakers. Ze werkte drie keer samen met Jean Delannoy. Vooral haar optreden als de beeldschone en sensuele zigeunerin Esmeralda aan de zijde van 'bultenaar' Anthony Quinn in het op het gelijknamige werk van Victor Hugo gebaseerde historisch drama Notre-Dame de Paris (1956) werd een enorm succes. De komedie Anna di Brooklyn (Vittorio De Sica, 1958) toonde haar als knappe weduwe die na het overlijden van haar man uit de Verenigde Staten terugkeerde naar haar vaderland Italië en in haar geboortedorp het hoofd van op één na alle mannen op hol bracht. In King Vidors sandalenfilm Solomon and Sheba (1959) vertolkte ze de mooie koningin van Seba die een relatie aanging met koning Salomo van Israël. De film werd al even gunstig onthaald. In datzelfde jaar werd ze in de rol van dienstmeid in Jules Dassins drama La legge (weer) door alle mannen van het dorp begeerd. Een van haar weinige latere rollen speelde ze in het drama Un bellissimo novembre (Mauro Bolognini, 1969). Ze was Cettina, een levenslustige en erg sensuele 40-jarige vrouw. die speels inging op de avances van haar 17-jarig neefje. Daarna speelde ze nog maar in een handvol films. In de jaren tachtig speelde ze gastrollen in Falcon Crest en The Love Boat alsmede een ondersteunende rol in de miniserie Deceptions. Naast met acteren hield ze zich begin jaren zeventig bezig met fotojournalistiek. Ook exposeerde ze een aantal keren met door haar gemaakte beeldhouwwerken. Het geld dat ze daarmee verdiende, werd geschonken aan goede doelen als Artsen zonder Grenzen en UNICEF. In 1985 werd ze door de Franse president François Mitterrand opgenomen in het Legioen van Eer. In 2018 kreeg ze voor haar filmcarrière een ster op de Hollywood Walk of Fame. In 1949 trouwde ze met de Joegoslavische arts Milko Škofič. In 1966 had Gina, nog steeds getrouwd, een affaire met de komiek Jerry Lewis, waarna ze in 1968 van haar man scheidde. In 1999 nam zij zonder succes deel aan de verkiezingen voor het Europees Parlement 1999, de vijfde rechtstreekse verkiezingen die plaatsvonden van 10 t/m 13 juni 1999. Zij was ook actief als zakenvrouw en fotografe.
Tegenwoordig leidt ze een teruggetrokken leven. De dochter van haar neef is de Italiaanse schaatsster Francesca Lollobrigida.



2159672-bdd39fd32d641355422451eaf4329862.JPG

2159672-01b87833c7da950257aed567be2eab5a.JPG

2159672-8517790a852f5f9d46679885f73d0b05.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:00 Reageer op dit bericht

Meer van toen

↑ Terug naar de berichten