VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 paul mccarney
VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 paul mccarney
VANDAAG jaren terug 18 juni 1942 paul mccarney18 juni 1942 paul mccartney James Paul McCartney MBE (Liverpool, 18 juni 1942) is een Brits popzanger en componist. Hij werd bekend als basgitarist, pianist, gitarist, zanger en songwriter van The Beatles. Sinds 1997 mag hij zichzelf Sir noemen. Paul McCartney werd geboren in het Walton-ziekenhuis, waar zijn moeder Mary Mohin McCartney werkte als verpleegkundige. Zij stierf in 1956 aan borstkanker.
In 1957 leerde McCartney via een gemeenschappelijke vriend John Lennon kennen, werd lid van diens band The Quarrymen en schreef samen met hem, George Harrison en Ringo Starr geschiedenis als lid van The Beatles. McCartney schreef veel van het materiaal van de Beatles samen met John Lennon, alhoewel ze maar af en toe echt samen een lied schreven - meestal schreef de een het grootste stuk en maakte de ander het af. Hun werkrelatie was meer een wedstrijd dan een samenwerking, maar door een afspraak die ze al vroeg maakten kregen alle songs voor de Beatles, waaraan een van hen of allebei meewerkten, Lennon-McCartney als auteursvermelding. McCartney werd over het algemeen gezien als de knapste van de vier Beatles en had de grootste vrouwelijke aanhang. Hij had een langdurige relatie met de actrice Jane Ashervoordat hij Linda Eastman, een fotografe, ontmoette. Hij trouwde met Linda in 1969. Samen kregen ze drie kinderen: Mary, Stella en James. Linda had al een dochter, Heather, uit een eerder huwelijk. Een van McCartneys bekendste composities, Yesterday, is gecoverd door een recordaantal artiesten en staat hiervoor genoteerd in het Guinness Book of Records. Andere ballades die ook een universele aantrekkingskracht hebben zijn onder andere Hey Jude, Let It Be en Eleanor Rigby Nadat de Beatles in 1970 uit elkaar gingen begon McCartney onmiddellijk aan een solocarrière. Hij bracht het album McCartney uit met daarop het bekende Maybe I'm Amazed. Daarna volgde het album Ram dat slecht werd ontvangen. Feitelijk was dit album door zijn low-fi aanpak zijn tijd ver vooruit en tegenwoordig wordt Ram beschouwd als een van zijn beste albums. In 1971 richtte Paul McCartney een nieuwe band op: Wings. Ondanks de vele personeelswisselingen was Wings erg succesvol in de jaren 70. De enige drie constante leden van Wings waren Paul McCartney, Linda McCartney en Denny Laine. Wings maakte een aantal succesvolle albums zoals Band on the Run en Venus and Mars. Ook werd een aantal grote hits gescoord met onder andere My Love, Live and Let Die, Band on the Run, Listen To What The Man Said, Silly Love Songs en With a Little Luck. Het nummer Mull of Kintyre, opgenomen als ode aan het gelijknamige schiereiland in Argyll (Schotland) waar Paul McCartney een huis heeft, werd de grootste hit. Deze single was de meest verkochte single ooit tot hij in 1984 voorbij werd gestreefd door Do They Know It's Christmas van Band Aid. Plannen voor een nieuwe wereldtournee van Wings in 1980 werden afgelast in januari 1980 toen McCartney op het vliegveld van Tokio werd gearresteerd voor het bezit van softdrugs. Hij werd na tien dagen vrijgelaten, maar de tournee werd toch afgezegd. In 1980 werkte Wings door aan nieuwe nummers, maar die werden niet uitgebracht. Laurence Juber en Steve Holly verlieten daarom Wings. Uiteindelijk werd op 27 april 1981 bekendgemaakt dat ook Denny Laine Wings zou verlaten en dat daarmee Wings ophield te bestaan. Wegens zijn arrestatie in Tokio en de moord op John Lennon besloot McCartney voorlopig niet meer op tournee te gaan. Lennon werd op 8 december 1980 voor zijn huis in New York doodgeschoten. McCartney reageerde aanvankelijk door thuis de telefoon van de haak te leggen en zich zodoende onbereikbaar te houden. Later verklaarde hij: 'Ik kan het nu nog niet verwerken. John was een geweldige kerel. Hij zal door de hele wereld worden gemist, maar in de herinnering blijven voortleven wegens zijn kunst, muziek en bijdragen tot de wereldvrede.'[
Begin jaren 80 schreef McCartney nummers met Stevie Wonder. Uit deze samenwerking ontstond de hit Ebony & Ivory, dat op McCartneys album Tug Of War terechtkwam (1982). Op dat album staat ook het nummer Here Today, dat McCartney schreef als eerbetoon aan John Lennon. Een andere artiest waar McCartney in de jaren 80 mee samenwerkte, is Carl Perkins, de bekende rockabilly-zanger uit de jaren 50, bekend van het nummer Blue Suede Shoes, die samen met McCartney het nummer Get It zong op het Tug of War-album. McCartney raakte bevriend met Perkins in 1964, toen Perkins aanwezig was in de studio waar The Beatles een paar van zijn nummers coverden (Honey Don't en Everybody's Trying To Be My Baby voor hun album Beatles for Sale en Matchbox voor de ep Long Tall Sally). Ook werkten Perkins en McCartney samen aan het nummer My Old Friend, dat op Perkins' album Go Cat Go belandde. Verder werkte McCartney samen met Michael Jackson. Uit deze samenwerking ontstond het nummer The Girl Is Mine. Het nummer belandde op Jacksons album Thriller en het werd als single meteen een nummer 1-hit. Later maakten de twee nog de nummers The man en Say Say Say. Van de laatste zijn verschillende remixes gemaakt. Toen Michael Jackson in 1984 de rechten van de songs van The Beatles opkocht, eindigde de vriendschap tussen McCartney en Jackson. In 1984 maakte hij de geflopte film Give My Regards to Broad Street. De bijbehorende soundtrack bevatte naast de hit No More Lonely Nights nieuwe bewerkingen van oude Beatles- en Wings- nummers. Dat jaar scoorde McCartney wel een grote hit met de single We All Stand Together en de bijbehorende animatiefilm Rupert and the Frog Song, gebaseerd op de Britse stripfiguur Bruintje Beer en geschreven en geproduceerd door McCartney zelf. Op 13 juli 1985 was McCartney een van de artiesten die mocht optreden op Live Aid, waar hij afsloot met Let It Be. In 1986 verscheen het album Press To Play. Dit album werd een matig succes en de recensies varieerden van uitgesproken negatief tot laaiend enthousiast. Wat in ieder geval vóór het album pleit is dat McCartney met producer Hugh Padgham van onder andere Genesis en The Police getracht heeft aansluiting te vinden bij nieuwe interessante stromingen die in de jaren 80 in zwang raakten. Het is een experimenteel album zoals je dat van de drijvende kracht achter Sgt Pepper, Ram en Wings Over America mag verwachten. Het album Flowers In The Dirt, dat in 1989 verscheen, werd door critici beter ontvangen. Het bevat de hit My Brave Face, dat McCartney samen met Elvis Costelloschreef. Op diens instigatie gebruikt McCartney op dit album voor het eerst sinds de jaren 60 weer zijn Hofner-basgitaar. Stilistisch gezien lijkt McCartney enigszins terug te keren naar de periode '64-'66, mede dankzij het Rickenbacker 12-string-gitaarwerk van Robbie McIntosh van The Pretenders en door de productie van Beatle-fan Mitchell Froom (onder andere Crowded House, Suzanne Vega). Ter promotie van Flowers In The Dirt ging McCartney in 1989-90 voor het eerst sinds het uiteenvallen van Wings weer op wereldtournee. McCartney en zijn vrouw Linda waren uitgesproken vegetariërs en dierenrechtenactivisten. In 1991 introduceerde Linda McCartney haar eigen serie vleesvervangers op de Britse markt. In 2009 richtte Paul de campagne Meat Free Monday op. Op 11 maart 1997 werd Paul door koningin Elizabeth II opgenomen in de Orde van het Britse Rijk. Sindsdien mag hij de persoonlijke titel Sir (ridder) voeren. In hetzelfde jaar verscheen het door Jeff Lynne geproduceerde album Flaming Pie. Nadat Linda in 1998 overleed aan borstkanker, trouwde McCartney in juni 2002 met Heather Mills, een ex-model en anti-landmijnactivist. Samen kregen ze op 28 oktober 2003 een dochter, Beatrice Milly. In mei 2006 werd bekend dat de twee besloten te gaan scheiden. In 2002 ging Paul McCartney weer voor het eerst in negen jaar op wereldtournee. Op 25 april 2003 stond hij met de Back In The World tournee in het GelreDome in Arnhem. Ook gaf hij voor het eerst in zijn carrière een concert in Rusland, op het Rode Plein in Moskou. Op 2 juli 2005 opende McCartney samen met U2 het Live 8-concert in Hyde Park in Londen met de Beatlesong Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band. Een dag later werd deze live-uitvoering als
download beschikbaar gesteld en kwam deze vanuit het niets op nummer 1 terecht in de downloadcharts. Overigens sloot Paul McCartney die dag ook Live 8 af. In 2008 wilde McCartney weer op wereldtournee. Deze tournee werd eigenlijk voor 2007 gepland maar eerst wilde hij zijn echtscheiding van Heather Mills afronden. Op 17 maart 2008 besloot de rechtbank dat McCartney 24,3 miljoen pond (30,9 miljoen euro) aan Heather Mills moest betalen. Ook moest hij ten behoeve van de opvoeding van hun kind 35.000 pond per jaar betalen. Op 22 oktober 2009 werd bekend dat Paul McCartney in december van dat jaar een korte tournee zou doen door Europa. De tournee kreeg de titel The Good Evening Europe Tour. Op 9 december werd het GelreDome in Arnhem aangedaan. Dat is de eerste keer in zes jaar dat Paul McCartney weer naar Nederland kwam. Hij heeft hierbij een paar nummers voor het eerst in Nederland gespeeld, waaronder Mrs Vandebilt van het album Band on the Run, waarvan hij overigens bijna de helft speelde. Het concert kreeg zeer goede recensies van verschillende kranten. Vanaf maart 2010 ging McCartney in de Verenigde Staten verder met de Up and Coming Tour. De samenstelling van de McCartney-band is Paul Wickens (keyboards), Abe Laboriel Jr. (drums), Rusty Anderson en Brian Ray (gitaren). McCartney onthulde begin 2011 dat hij een nieuw album zou gaan uitbrengen. Op 9 oktober van datzelfde jaar trouwde hij met Nancy Shevell. Op 4 juni 2012, een paar weken voor zijn 70e verjaardag, trad McCartney op bij het Diamond Jubilee Concert ter ere van het 60-jarige ambtsjubileum van de Britse koningin Elizabeth II, naast onder andere Tom Jones, Elton John en Stevie Wonder. Enkele weken later trad hij ook op op de openingsceremonie van de Olympische Zomerspelen 2012in Londen. Verder kreeg McCartney dat jaar een ster op de Hollywood Walk of Fame, vlak naast de reeds aanwezige sterren van de overige Beatles en ontving hij de Legion d'honneur van de Franse president François Hollande voor zijn verdiensten op cultureel vlak. Op 12 december 2012 werd bekend dat McCartney wijlen Kurt Cobain zal vervangen als voorman van Nirvana, voor het eerst in 20 jaar weer samen, tijdens het benefietconcert voor de slachtoffers van orkaan Sandy. Samen namen ze Cut Me Some Slack op, dat is geschreven voor de documentaire Sound City van Foo Fighters-frontman en voormalig Nirvana-drummer Dave Grohl. Op 24 januari 2015 verscheen van McCartney een samenwerkingsproject met zangeres Rihanna en rapper Kanye West. De single FourFiveSeconds werd meteen uitgeroepen tot alarmschijf en op NPO 3FM gebombardeerd tot 3FM Megahit.[] Daarnaast hebben West en McCartney Only one opgenomen. Op FourFiveSeconds zingt Rihanna, rapt Kanye en speelt McCartney op de akoestische gitaar en het orgel. Het is de voorloper van het achtste album van Rihanna, waar ze in de zomer van 2014 mee begon.[] Op 4 februari onthulde Lady Gaga dat ze samen met McCartney een nummer heeft opgenomen nadat ze vorig jaar hiertoe het verzoek kreeg van hem. Op 7 juni 2015 nam McCartney in de Ziggo Dome een tulp in ontvangst, die op initiatief van een fan Tulipa Paul McCartney is genoemd. Aan de tulp is 20 jaar gewerkt. De tulp heeft een rode bloem met witte rand. Deze kleuren verwijzen naar McCartneys geboortestad Liverpool. Het zijn ook de kleuren van actie, passie en liefde en, op aangeven van McCartney zelf, van 'vrede'.[5] Op 12 juni 2016 sloot McCartney de 47e editie van het Limburgse festival Pinkpop af. Door de jaren heen heeft McCartney ook werk onder pseudoniemen uitgegeven. In de meeste gevallen ging het om experimenteel of minder commercieel werk. In 1968 produceerde hij I'm the Urban Spaceman van de Bonzo Dog Doo-Dah Band. Op het album staat McCartney echter vermeld als Apollo C. Vermouth. In 1977 bracht McCartney een orkestuitvoering uit van het album Ram onder de naam Percy "Thrills" Thrillington. Als Bernard Webb schreef hij in 1966 het nummer Woman voor Peter & Gordon, omdat hij benieuwd was of het publiek een liedje van hem ook zou waarderen als niet bekend was dat het een McCartneynummer betrof. Het nummer werd een kleine hit.
Onder de naam Paul Ramon (een naam die hij ook af en toe gebruikte voordat hij met The Beatles doorbrak en die de inspiratie vormde voor de naam van de groep Ramones) speelde hij in 1969 mee in het nummer My Dark Hour van de Steve Miller Band. In de jaren 90 bracht hij twee experimentele albums uit als The Fireman, in samenwerking met Youth van (o.a.) Killing Joke. Dat The Fireman Paul McCartney is, was aanvankelijk vrij obscuur: bandnaam en plaattitel verwijzen in combinatie met elkander naar het Beatlenummer Penny Lane ('...the fireman rushes in...'). Het label, Juggler Records, verwijst naar het vignet van McCartney Productions Ltd (mpl), waarop een jongleur staat afgebeeld. Verder staan er enkele vervormde geluiden op die aan McCartneys stem doen denken en een foto op de binnenhoes van een naakte dame die erg lijkt op McCartneys dochter Mary. Tijdens de wereldtournee van 2002-2003 werd muziek van The Fireman gebruikt als voorprogramma. Tot dat moment was zelfs bij de fans nauwelijks bekend dat het hier om werk van Paul McCartney ging. Bij latere tournees stond de DJ Freelance Hellraiser in het voorprogramma, die diverse nummers uit de solocarrière van McCartney mixte. McCartney en hij brachten in 2005 een dubbel-LP uit vol met dit soort mixen. Zowel de LP als de artiesten kreeg de naam "Twin Freaks" mee.
VANDAAG jaren terug 17 juni 1980 venus wlliams
VANDAAG jaren terug 17 juni 1980 venus wlliams17 juni 1980 venus wlliams Venus Ebony Starr Williams (Lynwood, 17 juni 1980) is een professioneel tennisspeelster uit de Verenigde Staten. Zij is de oudere zus van Serena Williams. Venus heeft in het enkelspel tot nu toe vijf keer Wimbledon en twee keer het US Opengewonnen, en is bovendien viervoudig olympisch kampioene (in 2000 won zij er zowel het enkel- als het dubbelspel, en zowel in 2008 als in 2012 het dubbelspel). In het dubbelspel (telkens samen met haar zus) heeft zij alle grandslamtoernooiengewonnen, te weten: vier keer het Australian Open, twee keer Roland Garros, zes keer Wimbledon en tweemaal het US Open. In het gemengd dubbelspel won zij in 1998 met Justin Gimelstob het Australian Open en Roland Garros. In de periode 1999–2016 maakte Williams deel uit van het Amerikaanse Fed Cup-team – zij behaalde daar een winst/verlies-balans van 23–4. In 1999 ging zij met de beker naar huis. Ondanks een loopbaan met veel blessureleed en andere medische misère wordt zij beschouwd als een van de beste tennisspeelsters ooit. Venus Williams debuteerde op 1 november 1994 bij het WTA-toernooi van Oakland. Zij won in de eerste ronde in twee sets (6-3 en 6-4) van haar 26-jarige landgenote Shaun Stafford. Williams stond in 1997 voor het eerst in een finale: op het US Open, waarin zij verloor van de Zwitserse Martina Hingis. In 1998 veroverde Williams haar eerste WTA-titel, op het toernooi van Oklahoma, door de ZuidAfrikaanse Joannette Kruger te verslaan. In 2000 behaalde Venus goud tijdens de Olympische Zomerspelen van Sydney: in de finale won zij van de Russin Jelena Dementjeva met 6-2 en 6-4. Daar in Sydney won Venus samen met haar zus Serena eveneens goud bij het dubbelspel: zij wonnen in een eenzijdige finale (6-1, 6-1) van het Nederlandse duo Miriam Oremans en Kristie Boogert. Op het US Open 2007sloeg Venus Williams een record bij de opslag van de vrouwen: zij sloeg een opslag met 207,6 kilometer per uur. De zussen behaalden ook in 2008 de gouden medaille tijdens de Olympische Zomerspelen van Peking: zij wonnen in een al even eenzijdige finale (6-2, 6-0) van het Spaanse duo Anabel Medina Garrigues en Virginia Ruano Pascual. Bij de afsluiting van 2008 won Venus de WTA Championships in Doha, waardoor zij zich een jaar lang officieus wereldkampioene van het vrouwentennis mocht noemen. In het najaar van 2011 werd bij haar de auto-immuunziekte Syndroom van Sjögren geconstateerd. Zij lag hierdoor maanden uit de roulatie. Het was zelfs onzeker of zij ooit nog op haar oude niveau zou kunnen terugkeren, maar na maanden van revalidatie lukte het haar toch weer om bij de top terug te keren. Tijdens de Olympische Zomerspelen van 2012 in Londen wonnen Venus en Serena Williams voor de derde keer goud: in de finale versloegen zij het Tsjechische koppel Andrea Hlaváčková en Lucie Hradecká met tweemaal 6-4. In het enkelspel won Venus eenmaal olympisch goud, zeven titels op de grandslamtoernooien, eenmaal het eindejaarskampioenschap, plus 40 overige WTA-titels. Haar hoogste positie op de WTAranglijst is de eerste plaats, die zij bereikte in februari 2002 en die zij elf weken wist vast te houden, waarna zij werd onttroond door haar zuster Serena. In het dubbelspel won Venus drie maal olympisch goud, veertien grandslamtoernooien, plus vijf overige WTA-titels, zonder uitzondering alle met haar zus Serena. Haar hoogste positie op de WTA-ranglijst is ook hier de eerste plaats, die zij bereikte in juni 2010 en die zij acht weken wist vast te houden, waarna zij werd onttroond door haar landgenote Liezel Huber. In het gemengd dubbelspel won Venus twee grandslamtitels, plus een zilveren medaille op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro.
VANDAAG jaren terug 17 juni 1898 escher17 juni 1898 escher Maurits Cornelis Escher (Leeuwarden, 17 juni 1898 – Hilversum, 27 maart 1972) was een Nederlandse kunstenaar, die bekend is om zijn houtsneden, houtgravures en lithografieën, waarin hij vaak speelde met wiskundige principes. Zijn gravures verbeelden vaak onmogelijke constructies, studies van oneindigheid en in elkaar passende meetkundige patronen (vlakverdelingen) die geleidelijk in volstrekt verschillende vormen veranderen. Enkele zeer bekende voorstellingen die hij tekende zijn ontworpen rond onmogelijke objecten zoals de Penrose-trap. Pas in de jaren vijftig van de vorige eeuw kreeg hij in bredere kring erkenning als kunstenaar, vooral in de VS. Kristallografen en wiskundigen ontdekten in zijn werk symmetrieën en thema's uit hun vakgebieden. Eschers grafische werk wordt vanaf 1960 in wetenschappelijke (leer)boeken gebruikt.[ Hij signeerde zijn werk met MCE. In de jaren zestig werd zijn werk – tot Eschers verbazing – vanwege de fantastische parallelle werelden door hippies en popsterren omarmd Tekenen, waarin twee handen elkaar tekenen Lucht en water I en Lucht en water II, waarin een samenspel van licht en schaduw ervoor zorgen dat vissen in het water overgaan in vogels in de lucht Dag en nacht, waarin zwarte vogels voor een daglandschap overgaan in witte vogels die 's nachts vliegen Klimmen en dalen, waarin rijen mensen in een oneindige lus trappen op- en aflopen, op een constructie die onmogelijk gebouwd kan worden en die alleen getekend kan worden door gebruik te maken van gezichtsbedrog en perspectief Escher werd geboren als de jongste zoon van waterbouwkundig ingenieur George Arnold Escher en diens tweede vrouw, Sara Gleichman.[De familie bewoonde een pand in de Grote Kerkstraat te Leeuwarden, een deel van het voormalige paleis van prinses Maria Louise van Hessen-Kassel, waarin nu het museum Princessehof gevestigd is. Een van zijn kunstwerken is op de buitenzijde van dit pand aangebracht. De uit Duitsland stammende familie telde intellectuelen en andere kunstenaars zoals Eschers jongere neef de componist Rudolf Escher. Binnen het gezin werd hij Mauk genoemd. In 1903 verhuisde de familie naar Arnhem, waar Escher de HBS volgde. Hij was goed in tekenen, maar verder was hij geen goede leerling: hij moest tweemaal overzitten en zijn resultaten waren pover.[3] Zijn vader vond dat Escher een degelijke opleiding moest krijgen, zodat hij enkele maanden bouwkunde studeerde aan de TH Delft. Maar in 1919 ging Escher naar de School voor Bouwkunde en Sierende Kunsten in Haarlem. Al gauw schakelde hij over naar de richting van de sierende kunsten, waar hij les kreeg van Samuel Jessurun de Mesquita, een schilder en graficus uit een Portugees-Joodse familie. Escher zou met zijn door hem zeer gewaardeerde leermeester contact blijven houden tot 1944, toen De Mesquita - die op grond van zijn bijna adellijke Portugese stamboom meende van deportatie verschoond te zullen blijven - in het concentratiekamp Auschwitz werd vermoord. Na het verlaten van de school in 1922 reisde Escher regelmatig en graag naar Spanje en vooral Italië, waar hij de Zwitsers-Russische Jetta Umiker ontmoette, met wie hij in 1924 trouwde en drie zoons kreeg: George, Arthur en Jan. In deze zuidelijke landen tekende Escher landschappen (die hij zou gebruiken in latere werken) en planten, en in Spanje bestudeerde hij de Moorse decoraties. Escher en zijn vrouw vestigden zich in Rome tot in 1935, toen het regime van Mussolini voor Escher onaanvaardbaar werd, en de familie verhuisde naar Château-d'Œx in Zwitserland. Escher voelde zich niet thuis in Zwitserland en in 1937 verhuisde de familie naar Ukkel, nabij Brussel. Op 20 februari 1941 ging het gezin Escher terug naar Nederland en verhuisde het naar de Nicolaas Beetslaan 20 in Baarn. In 1943 werd de woning door de Duitsers gevorderd en op oudejaarsdag 1943 verhuisde het gezin naar villa Ekeby, Van Heemstralaan 56. Midden jaren vijftig werd de grond van de villa verkaveld en Escher kocht een kavel en liet een huis bouwen. Na de verkaveling werden de huisnummers gewijzigd en woonde hij, vanaf 1955 op Van Heemstralaan 28, waar hij tot 1970 bleef.[4] [5] Deze periode is Eschers productiefste, maar twee operaties weerhielden hem ervan prenten te maken. Tijdens zijn wandelingen door de bossen bij Baarn ontstonden de ideeën voor zijn werken Drie Werelden, Modderplas en Rimpeling.[5]Eschers vrouw verhuisde in 1968 terug naar Zwitserland, waar ze de rest van haar leven zou doorbrengen.
In Baarn wordt op meerdere plekken aandacht geschonken aan de graficus Escher. Sinds 1994 bevindt zich boven de ingang van het gemeentehuis een kunstwerk in glas en in de hal is een muurplastiek in zwart-wit. In Baarn werd in het herinneringsjaar 1998 bij Sociëteit 'de Vereniging' aan het Stationsplein het stenen beeld Hommage aan Escher geplaatst. Ook kreeg Baarn in dat jaar de Escherlaan, waarbij de huizen aan deze straat aan de voorgevel een tegel met Eschermotief dragen. Op de rotonde in de Amsterdamsestraatweg staat het beeld Concentrische Schillen. In het Baarnsch Lyceum zijn voorbeelden te zien van toegepaste werk van hem. Escher verhuisde in 1970 naar het Rosa Spier Huis in Laren (NH), een rusthuis voor kunstenaars waar hij een eigen atelier had. Hij overleed in 1972 op 73-jarige leeftijd te Hilversum en werd begraven op de Nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Wijkamplaan te Baarn. Escher had een sterke voorkeur voor technieken waarmee men met een zwart vlak begint en het zwart later weghaalt. Escher gebruikte dan ook houtsnede, houtgravure, lithografie en (in mindere mate) mezzotint. Tijdens zijn HBS-opleiding maakte hij ook enkele lino's. Van Jessurun de Mesquita erfde Escher een voorliefde voor houtsnede op langshout, maar later (vanaf 1931) gebruikt Escher ook houtgravure (op kopshout), omdat men hiermee gedetailleerder kan werken. Houtsnede zou echter voor Escher een veelgebruikte techniek blijven. In 1929 maakte Escher zijn eerste lithografie. Met lithografie kan men ook grijstinten gebruiken, maar het contrast is beperkt. In 1946 waagt Escher zich dan ook aan mezzotint, ook wel 'zwarte kunst' genoemd, omdat hiermee sterker contrast mogelijk is. Mezzotint vergde echter te veel geduld en Escher zou in totaal slechts zeven mezzotinten maken. Escher bezat een grote technische vaardigheid. Een voorbeeld hiervan is de prent Draaikolken, waarin afbeeldingen van rode en groene vissen het vlak vullen. Beide kleuren werden afgedrukt met hetzelfde blok hout, maar bij het afdrukken van de ene kleur was het blok 180 graden gedraaid ten opzichte van de afdruk van de andere kleur. In het begin was techniek belangrijk voor Escher (en dat zou ook zo blijven), maar op een gegeven ogenblik was technische vaardigheid niet meer het hoofddoel. Escher wil dan de wonderlijke ideeën in zijn hoofd uitdrukken in prenten, en techniek was hiervoor slechts een middel In Eschers vroegste werk vinden we vooral landschappen, waarvoor hij inspiratie vond in Italië, en ook wat stillevens en portretten. Pas vanaf zijn veertigste maakte Escher "Escheriaanse" prenten. Hieronder volgt een opdeling van de onderwerpen die typisch zijn voor Escher. De opdeling is artificieel, dekt niet alle prenten, heeft overlappingen en er zijn ook andere opdelingen gepubliceerd.
Met regelmatige vlakvulling bedoelt men een prent die volledig gevuld is met gelijkvormige figuurtjes die elkaar nergens overlappen. Escher inspireerde zich hiervoor op de Moorse kunstwerken zoals hij die zag in het Alhambra in Spanje. In de Moorse kunstwerken waren de figuurtjes abstract, maar bij Escher stellen ze herkenbare dingen voor (meestal diertjes zoals reptielen, vissen en vogels). Soms transformeren de figuurtjes (bijvoorbeeld van vissen in vogels) zoals in de prenten Metamorfose I (1937) enMetamorfose II (1939-1940, 4 meter lang), welke uiteindelijk samen werden verwerkt en uitgebreid tot de verlengde versie Metamorfose III (ontwerp 1968, voltooiing en onthulling 1969) die in het toenmalige hoofdpostkantoor van Den Haag met behulp van een diaprojector en met de hulp van schoolkinderen en huisschilders op doek geschilderd werd. Dit doek heeft in totaal een spanwijdte die achtenveertig meter bedraagt. Door ingrijpende verbouwingen van het pand was er geen plaats meer voor. Het heeft sinds 7 januari 2008 een nieuwe bestemming gekregen in Lounge 4 van Schiphol [6] .
Andere voorbeelden van prenten waarin regelmatige vlakvulling wordt gebruikt zijn Lucht en water I, Lucht en water II en Dag en nacht. Escher maakte veel prenten met regelmatige vlakvulling en het bleef lange tijd een vruchtbare bron van inspiratie.
Een voorbeeld hiervan is de prent Tekenen. Enerzijds lijkt het alsof Escher een afbeelding heeft gemaakt van een eerste driedimensionale hand, die een tweede, tweedimensionale hand tekent, anderzijds lijkt het alsof de eerste hand juist tweedimensionaal is, en getekend wordt door de tweede hand, die driedimensionaal is. Een ander voorbeeld is Prentententoonstelling, waarop een man naar een prent kijkt waarop hij zelf afgebeeld is. Reptielen is een combinatie van regelmatige vlakvulling en de relatie twee dimensies - drie dimensies: Escher beeldt een openliggend schrift af, waarin een regelmatige vlakvulling getekend is, maar een van de reptieltjes in de regelmatige vlakvulling stapt uit het schrift en maakte een toertje op de tafel.
Een voorbeeld hiervan is Klimmen en dalen. Op deze prent lopen mensen op een soort wenteltrap met maar één wenteling, maar waarvan begin en einde aan elkaar zijn vastgemaakt, zodat de mensen steeds kunnen klimmen zonder ooit hoger te geraken. Andere voorbeeldjes zijn Belvedere, waarop een onmogelijke kubus wordt afgebeeld, en Waterval, waarop een onmogelijke driehoek wordt afgebeeld.
Escher had een voorkeur voor eigenaardige gezichtspunten. Een voorbeeld is Boven en onder, waarop eenzelfde tafereel vanuit twee verschillende gezichtspunten wordt bekeken.
Voorbeelden hiervan zijn Cirkellimiet I, II en III, en Vierkantlimiet. Deze voorbeelden zijn allemaal regelmatige vlakvullingen, maar aan de randen worden de afgebeelde figuurtjes steeds kleiner, zodat er uiteindelijk schijnbaar oneindig veel figuurtjes afgebeeld zijn. Ringslangen is een ander voorbeeld hiervan.
Een voorbeeld hiervan is de prent Drie werelden; de drie werelden zijn: de bomen die weerspiegeld worden in de vijver, de bladeren die op de vijver drijven, en de vis die erin zwemt. Escher was ook gefascineerd door spiegelingen. In het werk van Escher vinden we dus veel kleurcontrast, structuur, symmetrie en spiegelingen terug. Isometrische illusies Het is bijvoorbeeld in Hol en bol niet duidelijk of iets juist dichtbij of ver weg is. Het is het effect van een isometrische illusie.
Zijn gravures verbeelden vaak onmogelijke constructies, studies van oneindigheid en in elkaar passende geometrische patronen die geleidelijk in volstrekt verschillende vormen veranderen. Vele van de werelden die hij tekende zijn ontworpen rond onmogelijke objecten zoals de Necker-kubus en de Penrose-driehoek. Escher ging vaak uit van regelmatige betegelingen van veelhoeken die door uit- en instulpingen mensen, dieren en andere figuren voorstelden. De kristallografe Caroline MacGillavry bracht Escher in contact met de wetenschappelijke wereld en organiseerde tentoonstellingen van zijn werk op wetenschappelijke congressen. Haar publicaties over Escher maakten hem bekend in de VS. De meetkundige Donald Coxeter maakte een studie van Eschers werk. ] Hij signeerde zijn werk met MCE. In de jaren zestig werd zijn werk – tot Eschers verbazing – vanwege de fantastische parallelle werelden door hippies en popsterren omarmd.
VANDAAG jaren terug 17 juni 1945 eddy merckx17 juni 1945 eddy merckx Op 17 juni 1945 wordt Edouard Louis Joseph baron Merckx geboren in het Vlaamse dorpje Kiezelgem. Eddy Merckx zal uitgroeien tot een van de succesvolste wielrenners aller tijden met 525 gewonnen wedstrijden op zijn erelijst, waaronder Milaan-San Remo (7x), Parijs-Roubaix (3x), de Giro d'Italia (5x) en de Ronde van Vlaanderen (2x). In 1972 verpulvert hij het werelduurrecord. Zijn bijnaam was de "kannibaal," vanwege zijn drang om altijd maar te winnen. De wedstrijd waar hij het meest in schittert, is de Ronde van Frankrijk die hij wint in 1969, 1970, 1971, 1972 en 1974. In 1975, tijdens de tour krijgt Merckx een stomp in de lever van een toeschouwer. Hij verliest de Tour en zijn onoverwinnelijkheid. Edouard Louis Joseph (Eddy) baron Merckx (Meensel-Kiezegem, 17 juni 1945) is een voormalig Belgisch wielrenner. Hij was actief van 1961 tot 1978. Na die tijd richtte hij een fietsenbedrijf op genaamd Eddy Merckx. Hij staat met 525 gewonnen wedstrijden in de wielersportjournalistiek als de beste wielrenner aller tijden te boek. Het Franse tijdschrift Vélo betitelde hem in 2000 als "de grootste ooit in het wielrennen". Hij won de Tour de France en de Giro d'Italia vijf keer, won alle klassiekers behalve Parijs-Tours, hij won de Vuelta a España en als professional én als amateur het wereldkampioenschap, en brak het werelduurrecord. In 2011 kreeg hij een eredoctoraat aan de Vrije Universiteit Brussel Eddy Merckx is de oudste zoon van Jules Merckx en Jenny Pittomvils. Hij groeide op in Sint-PietersWoluwe waar zijn ouders een kruidenierswinkel uitbaatten. Als kind keek Merckx erg op naar Stan Ockers. Toen deze wielrenner in 1956 verongelukte was hij net als veel van zijn landgenoten diep geschokt en verdrietig. In 1961 begon Merckx zijn wielercarrière. Drie jaar later werd hij wereldkampioen te Sallanches (Frankrijk) bij de liefhebbers. In 1966 won hij de eerste van zeven Milaan-San Remo's, een record dat nog steeds niet is geëvenaard. Een jaar later werd hij in Heerlen, Nederland, wereldkampioen wielrennen op de weg, een onderscheiding die hij nog twee keer zou winnen. Datzelfde jaar huwde hij ook Claudine Acou. Het huwelijk verliep tweetalig, maar toch waren veel Vlamingen boos omdat het jawoord in het Frans uitgesproken werd. Op 14 februari 1970 kregen ze een dochter, Sabrina Merckx en twee jaar later, op 12 augustus 1972 werd hun zoon Axel Merckx geboren, die later ook profwielrenner zou worden. In 1968 won Merckx als eerste Belg de Ronde van Italië (de Giro). Toen hij een jaar later weer aan de wedstrijd meedeed werd hij uit de wedstrijd gehaald wegens dopinggebruik. Merckx huilde toen voor het oog van de pers (tijdens het geruchtmakende interview met radiopresentator Jan Wauters) en blijft tot op de dag van vandaag beweren dat men geknoeid had met de test. Hij zou de Giro daarna nog vier keer winnen. Eddy Merckx reed voor Italiaanse ploegen Faema, Faemino en Molteni, waarvoor de Giro belangrijker was dan de Ronde van Frankrijk. In 1969 won hij voor de eerste maal de Tour: hij won zes ritten, het eindklassement (gele trui), het puntenklassement (groene trui) én het bergklassement. Hij werd een nationale held omdat het 30 jaar geleden was dat een Belg nog eens de Ronde van Frankrijk gewonnen had (dat was namelijk Sylvère Maes). Tijdens de beklimming van de Tourmalet kan niemand hem meer volgen, waarop hij dan maar de overige 140 kilometer, op de Soulor, op de Aubisque en in de kilometers lange vlakke finale, alleen rijdt. Hij wint met acht minuten voorsprong op de achtervolgers. Merckx zou de Ronde van Frankrijk nog vier keer winnen: in 1970, 1971, 1972 en 1974. In 1973 reed hij niet mee, velen denken uit angst voor een nederlaag tegen Luis Ocaña, die dat jaar ook won. Merckx reed toen in plaats van de Tour mee in de Vuelta(Ronde van Spanje), een wedstrijd die hij ook won. Merckx won de Ronde Van Frankrijk in totaal vijf keer, een record dat voorheen enkel door Jacques Anquetil was behaald en na Merckx ook nog door Bernard Hinault en Miguel Indurain geëvenaard zou worden. In 2004 brak Lance Armstrong het record en won de Tour voor een zesde en in 2005 zelfs een zevende maal. In 2012 werden de Tourzeges van Armstrong echter geschrapt na een dopingrapport en uiteindelijk bekentenis. Hierdoor blijft het recordaantal Tourzeges op vijf staan.
Eind 1969 kwam Merckx zwaar ten val tijdens een wielerwedstrijd in Blois. Het fietsen, dat tot dan toe voor hem als vanzelf ging, werd vanaf dat moment moeizamer en uitputtender. Om de haverklap begon hij toen de positie van zijn zadel bij te stellen. Des te opmerkelijker is wel dat hij toch nog een zeer groot aantal van de wedstrijden die hij meereed gewonnen heeft, ondanks deze vervelende kwetsuur. In het jaar 1971 won hij zelfs 54 van de 120 wedstrijden die hij reed. Daar waar het in het wielerpeloton gangbaar is de winst in kleinere koersen aan de knechten toe te bedelen, gunde Eddy Merckx niemand anders dan zijn daadwerkelijke meerdere de overwinning. Omdat hij de beste was en in zijn honger naar overwinningen de concurrentie zowat verslond, kreeg hij de bijnaam De Kannibaal. In 1972 brak hij in Mexico-Stad het werelduurrecord dat pas 12 jaar later door Francesco Moser op een speciaal ontworpen fiets opnieuw gebroken zou worden. In 2000 besloot de UCI dit record niet langer te erkennen. Het record van Merckx werd in ere hersteld en verbeteringen worden alleen erkend wanneer ze op een fiets gereden worden gelijk aan die van Merckx in 1972 Eddy Merckx werd gedurende zijn ganse wielercarrière drie keer betrapt op het gebruik van doping. Een eerste maal was tijdens de Ronde van Italië van 1969. Op 1 juni 1969 werd Merckx, als drager van de roze leiderstrui, na de aankomst van de zestiende etappe in Savona positief getest op het gebruik van fencamfamine. Zowel in het A-staal als in het B-staal van de tegenexpertise was de concentratie fencamfamine volgens Professor Genovese onbetwistbaar uitzonderlijk hoog. Deze dopamine agonist was afkomstig van het stimulerende middel Réactivan, een product dat in die tijd erg populair was in het wielermilieu en het jaar voordien ook in Giro nog werd teruggevonden bij Felice Gimondi. Bij een nieuwe controle, daags na zijn positieve plas, ditmaal op verzoek van Merckx en in aanwezigheid van drie getuigen, werden door de Universiteit van Milaan geen sporen van fencamfamine aangetroffen. Niettemin werd Merckx door de Italiaanse Wielerfederatie geschorst voor één maand. Intussen leidde de hele dopingaffaire tot een heuse politieke en diplomatieke rel tussen België en Italië. Frans Van Mechelen, toenmalig minister van Nederlandse Cultuur en Sport, oefende druk uit op de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken om een grondig onderzoek uit te voeren. Zelfs Pierre Harmel, Belgisch minister van Buitenlandse Zaken, vond het nodig een telegram te sturen naar zijn Italiaanse collega Pietro Nenni met het dringende verzoek 'het mysterie van Savona op te lossen'.[3] En in de Italiaanse Senaat werd de bevoegde minister tweemaal geïnterpelleerd over de wettelijkheid van het Italiaanse dopingreglement. Op 5 juni besliste de BWB op grond van procedurefouten om de schorsingsperiode terug te brengen tot één week. Dit leidde tot grote consternatie bij heel wat andere renners zoals Jean Stablinski en Jan Janssen die spraken over een ongeoorloofde voorkeursbehandeling en zelfs dreigden met een staking. Uiteindelijk, na heel wat juridisch getouwtrek, besliste het FICP (de afdeling beroepsrenners van de Internationale Wielerunie) onder leiding van voorzitter en Tourbaas Félix Lévitan op 14 juni om Merckx "het voordeel van de twijfel te gunnen" en de eerder uitgesproken schorsing van één maand op te heffen. Zo kon Merckx toch nog op tijd verschijnen aan de start van de Tour op 28 juni. De tweede keer dat Eddy Merckx positief werd bevonden was na zijn overwinning in de Ronde van Lombardije van 13 oktober 1973, toen sporen van norefedrine in zijn urine werden aangetroffen. Pas drie weken na afloop van de Ronde, op 8 november, werden de feiten openbaar gemaakt. Merckx bekende dat zijn ploegdokter Angelo Cavalli hem de hoestsiroop Mucantil had voorgeschreven ter behandeling van een bronchitis maar beweerde ook niet te weten dat er verboden producten in zaten. Cavalli was ironisch genoeg de arts van de Italiaanse Wielerfederatie die hem vier jaar eerder in Savona positief had bevonden op fencamfamine. Ook nu werd Merckx gediskwalificeerd ten voordele van Gimondi maar ditmaal kon hij zijn straf van één maand schorsing en een boete van 150.000 lire niet ontlopen. De derde en laatste keer dat Eddy Merckx positief testte was na de Waalse Pijl van 1977, toen hij werd betrapt op het gebruik van pemoline, in het wielermilieu beter bekend onder de merknaam Stimul, [6] een amfetamine dat nog niet lang op de dopinglijst stond. Niet minder dan vierentwintig Belgische wielrenners liepen tegen de dopinglamp waaronder enkele grote namen zoals Walter Godefroot en Freddy Maertens. Volgens professor en notoir dopingjager Michiel Debackere was Merckx' positieve controle helemaal geen verrassing vermits zijn broer apotheker was geworden met een thesis over pemoline. In 2007 heeft Merckx het gebruik van dit middel toegegeven. In 2007 werd Merckx, samen met onder andere Dietrich Thurau, Rudi Altig en Gianni Bugno niet uitgenodigd om het wereldkampioenschap wielrennen in Stuttgart bij te wonen. Gemotiveerd om het wielrennen voortaan 'zuiver' te houden, wilden de organisatoren komaf maken met iedereen die in het
verleden op dopinggebruik werden betrapt. De afwijzing lokte bij Merckx heel wat verontwaardiging uit. [8] Dat Merckx ook trouw blijft aan zijn vriend en dopingzondaar Lance Armstrong wordt hem door sommige critici nog steeds kwalijk genomen.[ Veel buitenlandse wielersupporters konden het niet verkroppen dat Merckx zo vaak won. Zelfs Jacques Goddet, de organisator van de Tour de France vroeg Merckx om in 1973 niet aan zijn wedstrijd mee te doen. De wielrenner ontving dreigbrieven en andere haatuitingen, maar vaak zonder echt negatieve gevolgen. Het ernstigste voorval vond plaats in 1975, toen Merckx trachtte voor de zesde maal de Tour te winnen en de 55-jarige Franse toeschouwer Nello Breton een harde slag in Merckx' lever gaf tijdens de beklimming van de Puy de Dôme. Breton beweerde de slag niet met opzet te hebben gegeven en zei dat hij geduwd werd en zijn evenwicht wou behouden. Hij werd later veroordeeld tot het betalen van een symbolische schadevergoeding van 1 frank. Merckx werd ernstig gehinderd door de blessure die hij eraan overhield. Bovendien brak hij de volgende dag zijn kaak. Bernard Thévenet won dat jaar de Tour, Merckx eindigde op de tweede plaats. Midden jaren zeventig kreeg Merckx ook felle kritiek omdat hij als sportman reclame had gemaakt voor een sigarettenmerk Naar aanleiding van een gerechtelijk onderzoek naar een grootschalige fraudezaak bij de politiezone Brussel-Zuid werd Eddy Merckx in maart 2012 door de Brusselse onderzoeksrechter Van Espen in verdenking gesteld van actieve corruptie (omkoping van een ambtenaar) bij de openbare aanbesteding van 46 fietsen. Op vraag van Merckx zou Anderlechts politiecommissaris Philippe Boucar in de offertes van de concurrenten hebben geneusd en hem hun prijzen hebben doorgespeeld. Zo kon Merckx kort daarna een beter, lees goedkoper, geantedateerd bod uitbrengen en alsnog het contract binnenhalen. In ruil zou Merckx Boucar en zijn vrouw gratis of tegen een flinke korting een dure MXMfiets hebben gegeven. Op 8 augustus 2016 maakte het Brussels parket bekend dat Merckx samen met Boucar, Gerald Noon, de gewezen korpschef van Brussel-Zuid en nog een tiental anderen in staat van beschuldiging worden gesteld en op 27 september voor de raadkamer dienen te verschijnen. De verdediging beklemtoont dat de aanbestedingen steeds van hogerhand werden goedgekeurd en kondigt aan extra onderzoeksdaden te zullen vragen,[ ] allicht met de bedoeling om een verjaring van de feiten te bekomen. Zijn laatste officiële wielerwedstrijd reed Eddy Merckx in Kemzeke: de Omloop van het Waasland van 1978. Vervolgens trok hij zich op 18 mei dat jaar terug uit de wielerwereld en richtte een fietsbedrijf op. Hij treedt nog regelmatig op als commentator bij wielerwedstrijden. Merckx woont al lang in Meise, Vlaams-Brabant. In 1996 werd hij door de koning tot baron verheven. Begin 2008 lanceerde de gewezen wielrenner als ambassadeur de nieuwe campagne van Damiaanactie. Hij kon het werk van de organisatie in de strijd tegen lepra en tuberculose op het terrein in de Democratische Republiek Congo zelf vaststellen. Op 22 maart 2012 verscheen de Britse biografie Eddy Merckx, The Cannibal, waarin de Italiaanse cardioloog Giancarlo Lavezzaro zegt dat Merckx een bijzondere hartafwijking heeft, zonder symptomen, maar wel met het gevaar van acuut hartfalen. Na de derde rit in de Giro van 1968, nam Lavezzaro een cardiogram af bij de renner. Daaruit bleek de hartafwijking. "
Zoals bij vergelijking van de onderstaande lijst met de erelijsten van andere wielrenners blijkt, is Merckx tot nu (2015) toe, onbetwist de succesvolste. Er moet opgemerkt worden dat hij van de 6 klassiekers buiten categorie (Luik-Bastenaken-Luik, Milaan-San Remo, Parijs-Roubaix, Parijs-Tours, Ronde van Lombardije en Ronde van Vlaanderen) nooit Parijs-Tours heeft gewonnen[] en dan ook moet onderdoen voor Rik van Looy die ze wel alle gewonnen heeft. Van de 1800 wedstrijden die hij reed, won hij er 525, waaronder 445 van de 1582 als beroepsrenner. Hij won drie keer in één seizoen zowel
de Ronde van Italië als de Ronde van Frankrijk. Er zijn slechts 2 renners die zowel het algemene klassement, het puntenklassement en het bergklassement van een grote ronde in hetzelfde jaar wonnen: Eddy Merckx in de Ronde van Italië 1968 en de Ronde van Frankrijk 1969 en Laurent Jalabert in de Ronde van Spanje 1995. Ook in de deeldisciplines zoals het tijdrijden, de baan, weg; sprint en het gebergte behoorde hij tot de top:
VANDAAG jaren terug 16 juni 1829 geronimo
VANDAAG jaren terug 16 juni 1829 geronimo16 juni 1829 Geronimo Geronimo (Gila Wilderness, Arizona, 16 juni 1829 – Fort Sill, Oklahoma, 17 februari 1909) was een Noord-Amerikaanse indianenleider, behorende tot de stam van de Apaches, meer bepaald de Chiricahua-Apaches. Zijn Apachenaam luidde 'Goyaałé' (hij die geeuwt). De naam Geronimo is hiervan een verbastering. Hij ontsnapte diverse keren uit het reservaat van San Carlos, dat door de Amerikaanse regering aan de Chiricahua-Apaches was toegewezen. Telkens werd hij door het Amerikaanse leger opgespoord, eerst onder de leiding van generaal George Crook (1883–1884), daarna onder de leiding van kolonel Nelson A. Miles (1884–1886). Geronimo gaf zich uiteindelijk definitief over in september 1886; er was een troepenmacht van ongeveer 5000 man nodig om 36 indianen te vangen. Alle Chiricahua-Apaches werden naar Florida gedeporteerd. In 1894 werden ze 'vrijgelaten' en naar Oklahoma gebracht waar Geronimo zijn laatste jaren doorbracht als boer en verkoper van souvenirs aan toeristen. Ook werd hij er lid van de gereformeerde kerk. Geronimo's angst dat zijn volk zou uitsterven, was terecht. Destijds waren er meer dan 1.200 Chiricahua. Tegen de tijd dat ze werden vrijgelaten waren er nog 265 over. Volgens zijn naasten speet het Geronimo dat hij zich aan Miles had overgegeven en dat hij niet tot aan de laatste man het had uitgevochten in de Sierra Madre. Op een winternacht in 1909 viel Geronimo, toen 79 jaar oud, van zijn paard. Hij lag tot de volgende ochtend in een greppel en stierf een paar dagen later aan een longontsteking. Op zijn sterfbed somde Geronimo de namen op van zijn krijgers. Hij werd begraven op het Apache-kerkhof van Fort Sill, te midden van 300 Chiricahua. Achterkleinzoon Harlyn Geronimo voert een juridische strijd om het lichaam van zijn overgrootvader te kunnen herbegraven op diens geboortegrond in Arizona. Maar volgens een hardnekkig gerucht zijn de schedel en enkele botten van de Apacheleider in 1918 geroofd door een dispuut van Yale-studenten genaamd Skull and Bones. Een van de grafschenners zou Prescott Bush zijn geweest, vader en grootvader van twee Amerikaanse presidenten.[ Geronimo was tevens de codenaam voor de militaire missie die de Verenigde Staten op 1 mei 2011 uitvoerden om Osama bin Ladengevangen te nemen of te doden in zijn vermoedelijke schuilplaats in Abbottabad (Pakistan).[
VANDAAG jaren terug 16 juni 1890 stan laurel
VANDAAG jaren terug 16 juni 1890 stan laurel16 juni 1890 Stan Laurel Stan Laurel, echte naam Arthur Stanley Jefferson (Ulverston, 16 juni 1890 – Laurel was de zoon van Arthur en Madge (Margaret) Jefferson, beiden actief in de Britse theaterwereld. Hij werd geboren in het huis van zijn grootouders in 3 Argyle Street, Ulverston [1] Laurels ouders hadden het vaak druk met hun werk, waardoor Laurel de eerste jaren van zijn leven vooral bij zijn grootmoeder, Sarah Metcalfe, doorbracht. Hij studeerde aan de King James I Grammar School in Bishop Auckland [] en The King's School in Tynemouth. Tevens studeerde hij een tijdje aan de Rutherglen Academy.[ In 1910 kwam Laurel voor het eerst naar de Verenigde Staten, als lid van het Fred Karno-gezelschap waar ook Charlie Chaplindeel van uitmaakte.] Laurel bleef in de VS als vaudeville-artiest achter en speelde incidenteel in een film. Tussen 1916 en 1918 trad Laurel een paar keer op met Alice en Baldwin Cooke, met wie hij de rest van zijn leven goede vrienden bleef. In 1921 werkte hij al incidenteel een keer samen met zijn toekomstige partner Oliver Hardy in de stomme film The Lucky Dog. De twee waren toen echter nog geen duo en speelden afzonderlijke rollen. Rond dezelfde tijd ontmoette Laurel Mae Dahlberg, die een grote invloed had op zijn leven. Hij nam op haar aandringen officieel de artiestennaam Stan Laurel aan. Tevens kreeg hij via haar een contract bij Universal Studios om korte komische films te gaan maken. De eerste was Nuts in May in 1917. Dit contract hield echter niet lang stand vanwege een reorganisatie binnen Universal. In 1924 deed Laurel afstand van het theater om zich geheel op een carrière als filmacteur te richten. Hij kreeg een contract bij Joe Rock voor twaalf korte films. Het contract stelde echter dat Dahlberg niet in deze films mee mocht spelen. Rock vond namelijk dat zij Laurel te veel hinderde in zijn werk. In 1926 trouwde Stan met zijn eerste vrouw, Lois Neilson. Hij trouwde later in zijn leven nog drie keer, waaronder twee keer met Virginia Ruth Rogers. Zijn laatste solo film was Should Tall Men Marry? in 1928. In 2017 werd in het Fries Film Archief in Leeuwarden een 35mm nitraatfilm ontdekt, die een verloren gewaand fragment[] bevatte uit het tweede deel van de film Detained uit 1924.[ Van dit fragment was wel een beschrijving bekend, de Hanging Scene, maar dat was uit de originele film geknipt, waardoor in de kopieën dit fragment ook ontbreekt. De complete film is gedigitaliseerd en werd in 2018 gepresenteerd.[ . In 1926 (zij het pas officieel in 1927) begon zijn samenwerking met Oliver Hardy bij de Hal Roachstudio. Al snel werden zij bekend als komisch duo en speelden ze samen in veel stomme films. Later speelden zij ook, aanvankelijk met tegenzin, in gesproken films. Gedurende hun samenwerking was Laurel het creatieve brein van het tweetal. Hardy, gemakzuchtig van nature, wimpelde vragen over zaken als productie en scenario's meestal af met "Ask Stan." De twee traden tot 1957 op in 106 korte en lange films. Ook maakten ze theatershows in zowel Amerika als Europa. Na de dood van Hardy in 1957, stopte Laurel definitief met acteren. Hij woonde Hardy’s begrafenis niet bij wegens ziekte, en volgens eigen zeggen zou Hardy het wel begrijpen. Laurel werkte nadien enkel nog als producer en scriptschrijver voor andere komieken. Mensen die hem kenden beweerden dat Laurel zwaar aangeslagen was door de dood van Hardy, en deze nooit geheel heeft kunnen verwerken. Komiek Jerry Lewis, vriend van Laurel, beweerde dat Laurel zo verlamd was dat hij weigerde uit te gaan. In 1961 kreeg Laurel een Academy Award vanwege al zijn prestaties op het gebied van komedie. Hij woonde de laatste jaren van zijn leven in een klein appartement in het Oceana Hotel in Santa Monica. Hij bleef trouw aan zijn fans; zo sleet hij zijn dagen met het beantwoorden van brieven en telefoongesprekken. Laurel was gedurende zijn leven een kettingroker, tot hij op zijn zeventigste plotseling besloot te stoppen. Stan Laurel overleed op 74-jarige leeftijd, enkele dagen nadat hij een hartaanval had gehad.
Op Laurels begrafenis hield Dick Van Dyke een toespraak. Laurel had voor zijn overlijden echter zelf zijn grafschrift laten opstellen: "If anyone at my funeral has a long face, I'll never speak to him again" (als iemand op mijn begrafenis een verdrietig gezicht heeft, praat ik nooit meer met hem). Hij ligt begraven op het Forest Lawn Memorial Park in de Hollywood Hills Santa Monica, 23 februari 1965) was een Brits filmacteur die het bekendst werd als de 'dunne' helft van het komische duo Laurel en Hardy.