Naar de inhoud

toen

akke.beakke.be

Archief

VANDAAG jaren terug 10 juni max van praag

10 juni 1991 Max van Praag Max van Praag (Amsterdam, 24 juni 1913 – Hilversum, 10 juni 1991) Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest van Praag onderduiken als gevolg van zijn Joodse afkomst. Hij scoorde veel hits in de jaren vijftig, waaronder Als ik tweemaal met mijn fietsbel bel en Daar zijn de appeltjes van Oranje weer. Van Praag vormde in die tijd samen met Willy Alberti het duo De Straatzangers. Onder die naam hadden de heren diverse hits, waaronder Aan het strand stil en verlaten (1955) en Als de klok van Arnemuiden (1959). Sinds 1958 organiseerde hij jaarlijks het Loosdrecht Jazz Concours. Ook opende hij zijn eerste grammofoonplaten-winkel in Utrecht op de Amsterdamsestraatweg. Hij breidde het bedrijf, samen met zijn vrouw Sari en zoon Chiel, uit tot een van de grootste platenwinkelketens van Nederland. In 1974 openden zij in winkelcentrum Hoog Catharijne hun succesvolste winkel. Echter in de jaren tachtig kwam de cd in opmars. De vernieuwing werd niet gevolgd door de financiële adviseurs. Max en Sari moesten noodgedwongen hun winkels sluiten. In 1991 overleed hij aan de gevolgen van de ziekte van Parkinson. De broer van Max is Jaap van Praag, oud-voorzitter van Ajax. Bekende kinderen zijn Chiel van Praag, televisie- en radiopresentator, en Marga van Praag, voormalig verslaggeefster bij en presentatrice van het NOS Journaal. was een Nederlandse zanger, die vooral in de jaren vijftigvan de twintigste eeuw een aantal successen boekte.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:24 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 10 juni Ray Charles

10 juni 2004 Ray Charles Ray Charles Robinson (Albany (Georgia), 23 september 1930 – Beverly Hills (Californië), 10 juni 2004) was een blinde Amerikaanse zanger en pianist. Hij was een groot vertolker van de moderne blues en de rhythm-and-blues, maar ook soul, jazzen popmuziek stonden op zijn muzikale menukaart. In de jaren 50 ontwikkelde hij de blues en rhythm-and-blues verder door de introductie van elementen uit de kerkelijke gospelmuziek, waarin zowel een krachtige pianobegeleiding als het vrouwenkoor een prominente rol speelt. Zo was Ray Charles, meestal begeleid door een groep zangeressen (The Raelettes), een vroege soulartiest met nummers als I got a woman, The night time is the right time en What'd I Say. Ook de jazz had een plaats in zijn repertoire. Tijdens concerten werd Ray Charles vaak begeleid door een big band. In 1960 volgde een verandering van stijl: violen en popsongs deden hun intrede. De blues en rhythmand-blues hadden afgedaan. Ray Charles scoorde enkele grote hits met Hit the road Jack en I can't stop loving you. Notoir is zijn nummer Busteddat hij schreef nadat hij een jaar in de gevangenis gezeten had voor het bezit van heroïne. In 1980 speelde Ray Charles een kleine rol in de film The Blues Brothers. Zijn muziek was ook in veel andere films te horen. Ray Charles stierf op 10 juni 2004 op 73-jarige leeftijd, ten gevolge van leverkanker, in zijn huis te Beverly Hills, Californië, in bijzijn van familie en vrienden. Hij is begraven in een mausoleum of the Golden West op Inglewood Park Cemetery in Los Angeles. Over het leven van Charles is een film gemaakt met in de hoofdrol Jamie Foxx: Ray (2004). In 1979 werd Charles opgenomen in de Georgia Music Hall of Fame.



2153640-3a9061e7c90fbd4883844513e59508b7.JPG

2153640-9b49f6d933bf297625aa7e0f11477cd3.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:20 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 9 juni Benny Neyman

9 juni 1951 Benny Neyman Wilhelmus Albertus (Benny) Neyman (Maastricht, 9 juni 1951 – Soesterberg, 7 februari 2008) was een Nederlandse zanger. Neyman werd geboren in Maastricht. Op zijn zesde kreeg hij een gitaar met Sinterklaas en nam les. Hij luisterde graag naar de radio en kocht af en toe een plaatje. Eind jaren 60 maakte hij kennis met de muziek van Engelse popbands. Na zijn MULO-diploma volgde hij begin jaren zeventig een opleiding aan de Kleinkunst Academie in Amsterdam. Neyman brak in de tweede helft van de jaren zeventig door, zijn eerste succes kwam in 1980 met het nummer Ik weet niet hoe, een cover van Agapimu van Mia Martini. In 1985 scoorde Neyman zijn grootste hit met Waarom fluister ik je naam nog (nummer 1-positie in de Nederlandse hitparades). In de Radio 2's Top 2000 editie 2007 nam het de 384e positie in, wat tot dan toe zijn hoogste klassering is in het bestaan van de oudejaarslijst.] Vanaf de tweede helft van de jaren tachtig had Neyman geen grote hits meer. Wel bracht hij nog een groot aantal goed verkopende albums uit en had hij een aantal theatertournees. In 1995 bracht hij onder meer enkele Franstalige en Griekse klassiekers op de bühne. Neyman ontving in 1996 een Gouden Harp. Hij brak in de zomer van 2006 met zijn management en begon met zijn gezondheid te sukkelen. Zijn echtgenoot Hans van Barneveld werd in 2006 zijn nieuwe manager. In oktober 2007 verscheen Neymans laatste album Onverwacht. Zijn laatste optreden, een hommage aan de overleden Conny Vandenbos, vond plaats op 2 december 2007. Neyman maakte op 21 december 2007 bekend dat hij leed aan kanker, in een vergevorderd stadium [ en dat de aard van de ziekte niet duidelijk was Op 7 februari 2008 overleed Benny Neyman op 56-jarige leeftijd. Neyman zong ook liedjes over zijn geboortestreek, die buiten Limburg weinig bekendheid kregen. Een uitzondering is de ballade M'n land. De coupletten beschrijven Limburg, dat door de tijd en uitbuiting verandert, maar in het refrein toch mooi is en blijft: Maar mooi is mijn land, en mooi zal het blijven Waar de Maas stroomt van Mook tot aan Maastricht Dat glooiende land van mergel en mijnen Daar zal ik ooit sterven, wellicht.



2153416-a3874dd95bcbee2aeacf6e27468f788c.JPG

2153416-37870a590b7ab00e169c7a22f832b687.JPG

2153416-13f84b6392c083520494f984fa3b8063.JPG

2153416-562b801b4d4032c81934a0f624facfb3.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:59 Reageer op dit bericht

VANDAAG jaren terug 9 juni Donald Duck

9 juni 1934 Donald DuckDonald Duck is een fictieve eend die voorkomt in veel van de strips en tekenfilms gemaakt door The Walt Disney Company. Zijn volledige naam is Donald Fauntleroy Duck.De naam Donald Duck duikt voor het eerst op in The Adventures of Mickey Mouse, een boekje uit 1931. Hier wordt een zekere Donald Duck genoemd als vriend van Mickey Mouse. Deze Donald Duck speelt verder geen rol in het boekje. Wel is op een van de afbeeldingen een eend te zien, die echter weinig weg heeft van de latere Donald Duck. Donald Duck zoals hij nu algemeen bekend is debuteerde in de cartoon The Wise Little Hen uit 1934, een van de filmpjes uit de serie Silly Symphonies. Donald werd voor deze film ontworpen door Art Babbitt en Dick Huemer, twee animators die aan het filmpje werkten. Hij zag er in dit filmpje nog sterk uit als een eend, met een lange snavel en vleugels. Na dit debuut speelde hij mee in een aantal Mickey Mouse-filmpjes en kreeg al snel zijn eigen tekenfilmserie. Ook had Donald een bijrol in de krantenstrips van Mickey Mouse. Vanaf 1936 kreeg hij een eigen krantenstrip, getekend door Al Taliaferro en geschreven door Ted Osborne. De wereld rond Donald Duck werd hierna met name verder uitgewerkt door Carl Barks, die nieuwe vaste personages als Dagobert Duck, Willie Wortel en Guus Geluk in de strips introduceerde. Ook ontwierp Barks de stad waar al deze personages wonen, Duckstad. Donalds snavel en nek waren in het begin veel langer, en zijn handen waren meer vleugelachtig dan nu. Donald lijkt daardoor tegenwoordig minder op een echte eend dan in zijn eerste jaren als tekenfilm-/ stripheld. Zijn kwakende stem is in de filmpjes wel altijd gebleven. De strips van Donald Duck zijn ook niet hetzelfde gebleven. Vroeger waren er vaak meer plaatjes en minder tekst. De grappen zaten verstopt in de tekeningen. Later kwamen er meer grappen in de tekst, in de "tekstwolkjes" bij de plaatjes. Donald en de andere figuren gingen meer praten. Woordspelingen werden belangrijker. Donald Duck is over de hele wereld beroemd geworden. Naast de vele stripverhalen zijn er honderden films van hem gemaakt. Donald was voor het eerst in Nederland te zien in 1938. Men kreeg toen in Nederland slechts twee filmpjes te zien. Daarnaast was hij af en toe te zien in krantenstrips van Mickey Mouse, als bijfiguur. In 1950 bracht uitgeverij Mulder & Zoon in Nederland de eerste boekjes op de markt met Donald Duck in de hoofdrol. In oktober 1952 volgde De Geïllustreerde Pers met het eerste nummer van het weekblad Donald Duck, dat tot op heden bestaat. Donald speelt in totaal in meer dan honderd korte filmpjes mee (dat zijn filmpjes die acht tot tien minuten duren) en, samen met andere stripfiguren als Mickey Mouse, in meer dan vijftig lange films. In ongeveer veertig landen zijn Donald Duck-strips te koop. Sinds 1984 is zijn voetafdruk te vinden in de Walk of Fame. Op 9 augustus 2004 kreeg hij, ter ere van zijn zeventigste verjaardag, eveneens een ster in deze beroemde straat. Donald Duck is mede beroemd geworden door zijn opmerkingen en zijn gedrag in de filmpjes. De bekende eend spreekt als een mens, maar is zo koppig als een ezel. Hij wil alles goed doen, maar bijna altijd gaat het juist andersom, zeker wanneer zijn neefjes Kwik, Kwek en Kwak zich ermee bemoeien. Die hebben vaak ondeugende plannetjes, waarvan Oom Donald dan het slachtoffer is. Donald is een eend van 12 ambachten en 13 ongelukken. Hij houdt het zelden ergens langer dan een week uit, omdat hij zo onhandig is of omdat hij in de problemen komt door zijn opvliegende karakter. Soms doet hij zijn werk echt goed, maar vrijwel altijd komt er een moment dat hij, meestal bij een extreem belangrijke klus voor een burgemeester, minister of staatshoofd, een blunder begaat waardoor de zaak in de soep loopt en Donald snel naar een ver oord (bijvoorbeeld Timboektoe) moet vluchten omdat iedereen boos op hem is. Zo'n blunder ontstaat ook vaak als hij een probleem veroorzaakt, bang is om ontslagen te worden en Willie Wortel inschakelt om hem te helpen door iets voor hem uit te vinden waarmee hij het probleem voortijdig denkt te kunnen oplossen, zodat hij in dienst kan blijven. Deze uitvinding veroorzaakt dan juist een veel groter probleem door een verkeerde werking of een vervelend bijeffect, waardoor Donald dan alsnog ontslagen wordt.
Vaak heeft hij ook een slecht betaald baantje als muntenpoetser in het geldpakhuis van zijn schatrijke oom Dagobert Duck, die Donald in dienst neemt omdat hij familie is en omdat Donald bovendien een fikse schuld bij zijn oom heeft. Munten poetsen is feitelijk ook het enige werk dat Donald echt goed kan. Oom Dagobert neemt hem dan ook vaak weer aan als hij elders ontslagen wordt. Het geldpakhuis is voor Donald ook een schuilplaats waar hij zich kan verstoppen als hij bang is om door anderen ontdekt te worden. Door de manier waarop Donald Duck is getekend, is goed te zien hoe hij zich voelt, wat hij wil en in welke gemoedstoestand hij verkeert. Donald heeft zeer veel verschillende gezichtsuitdrukkingen: boos, heel erg boos, verbaasd, droevig, blij en slim, maar ook chagrijnig of juist tevreden. Als Donald tevreden is krullen de uiteinden van zijn snavel omhoog, als hij verdrietig is wijzen zijn "mondhoeken" omlaag. Aan de achterkant van zijn kop heeft hij altijd een paar veertjes overeind staan. Als Donald erg nijdig is, staan bijna alle veren overeind. Vaak is dan ook aan zijn pet te zien hoe het met hem gaat: als hij kalm is, staat zijn pet recht op zijn kop. Als hij boos is, hangt zijn pet over zijn ogen. Als hij verbaasd is, vliegt het petje soms helemaal van zijn hoofd af. Naar verluidt is Donald Duck een combinatie van alle mensen waaraan Walt Disney − de grondlegger van het megabedrijf The Walt Disney Company − zelf een grote hekel had.[5] Waar de meeste andere Disneyfiguren zoetsappig, vriendelijk en goedaardig zijn, is Donald Duck driftig en opvliegend. In de Amerikaanse strips, met name de oudere afleveringen, valt Donald dan ook vaak op door zijn asociale gedrag. Ook de personages met wie hij in deze strip in aanraking komt vallen vaak op door onbeleefd en asociaal gedrag, In Hoe lees ik Donald Duck wordt Donalds reactionaire karakter besproken. Donald behoort volgens de schrijvers van deze kritische studie tot de geprivilegieerdewitte middenklasse. Wanneer hij op avontuur is in het buitenland, kiest hij steeds de zijde van Midden-Amerikaanse dictators en andere potentaten.[
Donald Duck zou – net als zijn tweelingzus Dumbella – op 9 juni 1934 zijn geboren. Verschillende stripauteurs, zoals Keno Don Rosa, dateren zijn geboorte echter eerder, namelijk rond 1920. In deel XI van De jonge jaren van Oom Dagobert komt hij al voor (als kind) in 1930. Uit de film Donald Duck gets drafted (1942) blijkt dat zijn volledige naam Donald Fauntleroy Duck is. Zijn tweede naam staat in een kort fragment vermeld op een oproepformulier voor het leger. De vader van Donald is Woerd Snater Duck. Donald is in oudere verhalen zelf ook weleens Woerd Snater genoemd. Zijn moeder is Hortensia Duck. Zijn temperament heeft Donald waarschijnlijk van zijn beide ouders, die werden ook heel vaak boos om kleine dingen. Donald woont samen met zijn drie neefjes Kwik, Kwek en Kwak, die de zoontjes zijn van Dumbella. De drie neefjes zijn een keer bij hem op bezoek gekomen en sinds die tijd nooit meer vertrokken. Vaak zijn de neefjes slimmer dan Donald zelf. Een ander bekend familielid van Donald is zijn neef Guus Geluk, die bijna altijd geluk heeft en mede daardoor behoorlijk arrogant is. Guus voelt zich een stuk beter dan Donald en denkt dat hij veel slimmer en leuker is. De twee zijn dan ook grote rivalen en hebben vaak ruzie, hoewel ze soms ook goed met elkaar overweg kunnen. Katrien Duck en Donald hebben in veel verhalen een knipperlichtrelatie. Donald doet voortdurend zijn best om Katrien in te palmen maar verpest het bijna altijd, met name voor zichzelf. Guus Geluk heeft eveneens een oogje op Katrien, een van de redenen dat de twee elkaar voortdurend dwarsliggen. Door zijn constante geluk krijgt Guus vaak wel dingen voor elkaar die Donald niet lukken. Er is nooit een officiële stamboom van de hele Duck-familie geweest. Allerlei tekenaars hebben door de jaren heen steeds hun eigen personages toegevoegd, waarvan sommige (zoals Dagobert Duck) zeer belangrijk zijn geworden, terwijl veel andere familieleden slechts eenmalig ooit in een verhaal zijn voorgekomen Donald is een antropomorfe eend met oranje-gele benen, voeten en snavel. Hij draagt altijd een matrozenpak, bestaand uit een shirt (in de stripverhalen is dit meestal zwart en op (voor)platen blauw) een rode strik en een blauwe pet. Hij draagt geen broek en hij heeft wel tanden, maar dit is
alleen te zien als hij ze poetst of als hij razend is. Donald staat bekend om zijn temperament en onhandigheid. Donald woont in Duckstad en daar woont ook het merendeel van zijn familie, waaronder de schatrijke Oom Dagobert. Laatstgenoemde maakt vaak misbruik van de situatie waarin Donald verkeert door hem slecht betaald werk te laten verrichten of door hem op gevaarlijke klussen te sturen, al dan niet met een toegevoegd dreigement hem te onterven. Dagobert neemt de neefjes en Donald wel vaak mee op de gekste avonturen. Ze gaan samen de hele wereld rond op zoek naar schatten en nog meer geld. Donald moet zijn oom dan vaak weer te hulp schieten. Donald heeft ook een aantal verschillende huisdieren, die echter lang niet in alle verhalen voorkomen. De Sint-Bernard Loebas is het vaakst te zien en speelt ook mee in veel oude krantenstripjes. In sommige lange verhalen jaren uit de zestig heeft Donald ook een kat, Tobber. Ook heeft hij in sommige verhalen een of meer goudvissen. Donald heeft een Duckatti. Deze auto is voornamelijk gebaseerd op de American Bantam uit 1939.



2153414-a837194e14c59a439c355ce2d1d2aa0d.JPG

2153414-1de5f2aba56a063ac629fb749cf12261.JPG
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:57 Reageer op dit bericht

boerenkrijg

De Boerenkrijg, ook Beloken of Besloten tijd geheten, was een opstand van de Vlaamse landelijke bevolking (Brigands) in 1798, gericht tegen de Franse bezetters van de Zuidelijke Nederlanden. Zij vond haar oorzaak in de algemene misnoegdheid over de antigodsdienstige politiek en de plundering van het land door de Fransen. De wet van 5 september 1798 op de algemene dienstplicht was de druppel die de emmer deed overlopen. De opstand werd al na twee maanden met geweld de kop ingedrukt en was, alhoewel het verzet op sommige plaatsen nog tot 1799 werd verdergezet, eind 1798 al over zijn hoogtepunt heen. Vergeleken met de vele honderdduizenden doden bij de opstand in de Vendée enkele jaren voordien was de Boerenkrijg slechts een schermutseling, maar ook in Zuid-Nederland was de repressie door het Franse regime bijzonder hard. Later werd de opstand geromantiseerd als een belangrijke gebeurtenis in Belgische natievorming en vervolgens de Vlaamse ontvoogdingsstrijd in de Belgische staat. Op 12 oktober 1798 kwam de Vlaamse en Brabantse boerenbevolking in opstand tegen de Franse bezetters, die de opstandelingen brigands (struikrovers) noemden. Het verzet had als leuze Voor Outer en Heerd ("voor altaar en haard", dit betekent: "voor Kerk en gezin"). De Fransen hadden de Zuidelijke Nederlanden drie jaar voordien (1795) in handen gekregen, na een overwinning op het ZuidNederlandse leger van de Habsburgse keizer Frans II. Het strenge regime van de militaire bezetting door de Franse revolutionairen (vanaf de Slag bij Fleurus op 26 juni 1794, tot het uitvaardigen van het decreet van 1 oktober 1795), de vele confiscaties, extra heffingen en de oorlogsleningen, zonder de minste inspraak van de plaatselijke bevolking, hadden het regime weinig geliefd gemaakt. De bewoners van de Zuidelijke Nederlanden en het prinsbisdom Luik waren door dit decreet van 1 oktober 1795 Franse staatsburgers geworden. Alle eeuwenoude privaatrechtelijke en publieke gebruiken waren afgeschaft. In de Vlaamse, Duitse en zelfs Waalse streken werd het Frans als officiële taal slechts door een minderheid verstaan en werden de officiële publicaties zo goed als niet begrepen. De redenen tot dit gewapend verzet waren dan ook de hoge belastingen, de antigodsdienstige politiek van sluiting van de kerken gepaard gaande met de vervolging van de niet-beëdigde priesters (die de door de paus afgekeurde eed van trouw aan de Franse grondwet en "haat aan het koningschap" niet wilden afleggen). Door de Wet op de algemene dienstplicht (ook gekend als de wet Jourdan-Delbrel) van 5 september 1798 (19 fructidor VI) werden alle jongemannen tussen 20 en 25 jaar opgenomen in het Franse "bevrijdings"leger. Een algemene dienstplicht was voorheen onbekend, omdat legers bestonden uit vrijwilligers aangevuld met huurlingen. Verloop[bewerken] Er verschenen plakkaten (aanplakbrieven) in de grote steden op kerken en openbare gebouwen met o.a. de tekst: "Nederlanders ! blyft nu bijeen, wy moeten standvastich wezen". De begindatum van de opstand was gepland op donderdag 25 oktober 1798 door de "Brabantse patriotten". Zij hadden steun gevraagd aan buitenlandse mogendheden, Engeland en Pruisen. Het verzet kreeg beperkte steun onder de vorm van Engelse wapens. Willem V van Oranje hoopte op een herstel van de Verenigde Nederlanden en ook Pruisen beloofde hulp. Maar op 12 oktober 1798 vond een eerste incident plaats bij Overmere (tussen Gent en Dendermonde) naar aanleiding van een inbeslagname bij een boer-belastingweigeraar. Dienstweigeraars bij de gedwongen rekrutering waren ondergedoken en hadden zich verenigd tot een verzetslegertje. In de gemeenten die de beweging onder controle kreeg, velden zij de "vrijheidsbomen", vernielden zij de registers van de burgerlijke stand en de conscriptielijsten, werden niet-beëdigde
priesters opnieuw aangesteld en werden vrijwilligers gerekruteerd in afwachting van de komst van de geallieerde troepen. De steden bleven afzijdig, ook omdat ze beter gecontroleerd werden. Sommige groepen trokken naar de kust, de Engelsen tegemoet. Twee landingen van de Engelse schepen mislukten, eerst te Vlissingen (op 21 oktober 1798) en dan te Blankenberge (op 23 en 24 oktober 1798). De opstandelingen leden een nederlaag te Ingelmunster. Er vielen 200 doden. Ook in Zuid-Oost-Vlaanderen werd de opstand reeds op 20 oktober 1798 de kop ingedrukt. De stad Mechelen werd kortstondig bevrijd op 22 oktober 1798 (zie Boerenkrijg in Mechelen). Franse symbolen werden vernietigd en documenten werden verscheurd. Dezelfde dag nog heroverden de Fransen de stad. De dag erna werden 41 verzetslieden voor de SintRomboutskathedraal geëxecuteerd. Ook de dagen erna bleef het in en om Mechelen onrustig. Twee eeuwen later, op 5 september 2011 werd in de pers bekendgemaakt dat hun stoffelijke resten teruggevonden waren in een massagraf, tijdens de aanleg van een ondergrondse parking.[1] In Vlaams-Brabant konden de opstandelingen, onder leiding van Emmanuel Rollier, ongeveer twee weken standhouden, maar de opstand werd gebroken op 5 november 1798. Anderen sloten zich aan bij het groeiende Kempense leger onder aanvoering van Emmanuel Jozef van Gansen. Hier begon de opstand in Geel op 15 oktober 1798. Ze hadden hun basis in de abdij van Tongerlo en beheersten kortstondig, en met wisselend succes, de wijde omgeving. Zij werden echter in de rug bestookt door Franse afdelingen uit de Bataafse Republiek. De ruggengraat van de opstand brak op 5 december 1798 toen het Brabantse katholieke leger na een achtervolging over Herentals, Geel en Diest [2] bij Hasselt na verraad werd verslagen. Men schat het aantal doden tussen 5.000 en 10.000. Repressie[bewerken] Er volgde een strenge repressie door het Franse regime waarbij de meeste leiders werden terechtgesteld (190 gefusilleerden, waaronder de leiders Constant, Corbeels en Meulemans), maar ook de verdachten onder de bevolking, jong en oud, het met de dood moesten bekopen. Er volgden 3000 aanhoudingen, honderden deportaties en een strenge toepassing van de militaire conscriptie. In totaal vielen er in deze opstand rond de 15.000 doden. Deze opstand, gevoed door een vaag federalisme, onder Robespierre een halsmisdrijf, vond minder aanhang in de grotere steden en geen weerklank in de Waalse dorpen, tenzij in het noorden van Henegouwen en Waals-Brabant. De benaming Boerenkrijg werd voor het eerst gebruikt in 1798 door een Mechelse kroniekschrijver.
Boerenkrijgstandbeeld te Herentals Leiders[bewerken] Leiders van de opstand waren onder meer Pieter Corbeels uit Turnhout (geboren in Leuven) (17551799), Emmanuel Benedict Rollieruit Sint-Amands (1769-1851), Michiel van Rompay uit Bonheiden en Emmanuel Jozef van Gansen uit Westerlo (1766-1842). In het zuiden van het land was de legendarische brigand Charles-François Jacqmin actief, die al in 1795 in Loupoigne (Waals-Brabant) een verzetsgroep vormde om tegen de Franse revolutionairen te strijden en het land terug onder Oostenrijks gezag te brengen. Daarbij gebruikte hij de naam Charles de Loupoigne; die naam is later in de volksmond verbasterd tot "Charlepoeng". Hij werd in juli 1799 eveneens verraden en door de sansculotten gedood tijdens een gevecht in Margijsbos te Loonbeek, bij Huldenberg. Luxemburg
Hardstenen Kruis in Haasdonk met de gouden tekst: IHS D.O.M. Ter gedachtenis van J.B. Tassijns – Alhier laffelijk vermoord – Den 5 oegst 1799 – Gedenkt, gij die voorbijgaat, En diep dit kruise groet, Gedenkt o volk van Vlaanderen, Hier vloeide onschuldig bloet, Hier viel Tassijns voor land en Kerk, Hier draagt de grond het heilig merk, Van enen martelaar – 18 september 1898 – R.I.P. In Duitstalige delen van Luxemburg (het Woudendepartement) kwam er wel een opstand, de Klöppelkrieg, maar ook deze werd snel de kop ingedrukt. Op 29 oktober 1798 trok een legertje van 2000 man op naar de stad Luxemburg, maar ze hebben zich wijselijk teruggetrokken. Bij Arzfeld is er een schermutseling geweest met enkele tientallen doden.  Er waren nog kleinere heropflakkeringen in de periode 1799-1800, toen de kansen van de Fransen op de internationale slagvelden even leken te keren. De dokterszoon Jan Cornelis Elen uit Scherpenheuvel, Van Gansen en zijn boezemvriend, Geert Helsenvoerden nog maandenlang enige guerrillagevechten. Maar toen de landing van de Engelsen in augustus 1799 in Den Helder opnieuw uitdraaide op een mislukking hielden zij zich verder schuil. Na 1800 waren er geen vermeldenswaardige feiten meer. Na de bevrijding door de geallieerde legers voerde het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden geen repressie tegen de Fransgezinden en de verzetsstrijders van de Boerenkrijg werden niet in ere hersteld. De traditionele Belgische geschiedschrijving plaatst dit verzet helemaal in het antirevolutionaire kamp. Moderne historici zien in deze strijd een laatste stuiptrekking van het ancien régime in een poging de vernieuwing van de maatschappij af te wenden. Hendrik Conscience schreef een geromantiseerd epos over deze opstand en heeft deze strijd wat geïdealiseerd. Hij schreef het volgende: "Vandaag durft niemand van de nog levende patriotten beweren dat hij aan deze heroïsche strijd heeft meegedaan" (De Boerenkrijg, 1853). Ook August Snieders schreef meerdere romans en novelles over de Boerenkrijg.
In Hasselt (Oude Truierbaan, aan de Kapel van Hilst waar de slag plaatshad) wordt deze gebeurtenis jaarlijks door het Boerenkrijgcomité herdacht met een optocht en een mis. Aan het Leopoldplein staat ook een gedenkteken van de Boerenkrijg, ontworpen door François De Vriendt en Albert Baggen. In 1853 schreef Hendrik Conscience een roman over de Boerenkrijg. Archeologen vonden in 2011 op het Sint-Romboutskerkhof in Mechelen een massagraf met daarin 41 skeletten, lichaamsresten van gefusilleerde boerenkrijgers. In Herentals staat op de Grote Markt voor de Lakenhal een monument dat doet herinneren aan de bloedige slag om Herentals op 28 oktober 1798. Willy Vandersteen tekende in 1948 een eenmalig stripverhaal rond de Boerenkrijg genaamd "De Jonge Brigand". De Boerenkrijg vormt ook de achtergrond voor het Suske en Wiskealbum De gladde glipper Op het kerkplein van Overmere (Oost-Vlaanderen), waar de opstand uitbrak, bevindt zich het Boerenkrijgmonument. In Haasdonk (Oost-Vlaanderen) wordt deze gebeurtenis jaarlijks herdacht op 13 oktober door het branden van kaarsjes op de vensterbanken en boven de deuren. Het eerste lied over deze gebeurtenis heet "Voor Outer en Heerd". Het tweede lied "O Kruise den Vlaming" verhaalt in de laatste strofe over het kruis van Haasdonk: O Kruise den Vlaming door moeders hand, Op ’t voorhoofd gedrukt en in ’t harte geplant! O Kruis voor de nachtrust! O Kruis voor het werk! O Kruis op de haardstêe! O Kruis op de Kerk! Geen hand zal u schenden. Geen storremgeweld
Dat ’t Kruisbeeld in Vlaanderen ooit nedervelt. (bis)
Eens velde de vijand het Kruisbeeld ter neer: Toen grepen ons jongens naar vaders geweer, En moeder verborg hun haar vliemende smart, En spelde hun bevend het Kruis op het hart. O gaat nu, mijn kindren, en strijdt voor Gods Kruis. Het voer’ u ten zege, en ’t breng’ u weer thuis. (bis)
Niet één heeft het hoofd voor den kogel gebukt; Zij vielen, het Kruis aan hun lippen gedrukt; Het Kruis op hun borst was wel rood van hun bloed, Doch sterven voor ’t Kruis dat is Vlamingenmoed. O Moeder, en ween niet in ’t eenzame huis. Uw kind is gestorven in d’armen van ’t Kruis. (bis)
O Kruise dat rijst aan de rand van het woud, O Kruise van hardsteen met letters van goud, Gij zijt met de Vlaming in 't graf neergedaald, Gij rijst uit zijn graf nu, en zegepraalt. O Kruis in het bloed onze helden geplant, Bewaar steeds, en zegen ons Vlaanderland". (bis)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:21 Reageer op dit bericht

gratiebossen

De Gratiebossen zijn bossen nabij de wijk Kamershoek van de gemeente Berlare, in de provincie Oost-Vlaanderen. Het huidige bos is een stuk kleiner dan het bos dat er vroeger was gelegen. Tot in 18e eeuw was het een groot en uitgestrekt bos, vanop de Kouter in Zele tot diep in Overmere. Naast het bos is er ook de gelijknamige straat, een zijstraat van Kamershoek, die voor het bos ligt. Befaamde bewoners van het Gratiebossen waren de bende van Jan Praet, overdag huis aan huis verkopers en 's nachts pleegden ze overvallen op een huis waar ze overdag waren geweest. Men overviel ook voorbijgangers in het bos. De naam van het bos dateert uit deze periode, de rovers beroofden de voorbijgangers namelijk zonder gratie.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:17 Reageer op dit bericht

uitbergen

Uitbergen is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Berlare. De oppervlakte bedraagt 6,48 km². Bij de fusie met Berlare in 1977 waren er 1.605 inwoners. Het Donkmeer ligt gedeeltelijk in Uitbergen. Uitbergen is een van de oudste dorpen in het land van Dendermonde. Het is nog niet te vinden op een kaart van het jaar 879 gemaakt onder het bestuur van Boudewijn met de ijzeren arm en zijn vrouw Judith. Maar een oorkonde van Keizer Lotharius, dagtekenend van 966 en voorkomende in het Cartularium van de St-Baafsabdij (Gent) vermeldt het onder de naam Villa Bergina, als deeluitmakende van de bezittingen van de abdij. Een villa was een groot boerenhof bewoond door een Heer of zijn plaatsvervanger. Rondom stonden de hutten van de dienstknechten. De bevolking van een villa beliep soms tot 500 op 1000 personen. Van dit latijnse woord is het Franse woord village (dorp) afgeleid. Dorp zou komen van terp, torp, hoogte, heuvel op de welke de inwoners vluchtten of zich gingen vestigen om aan de overstromingen te ontsnappen. In latere documenten van de 13e eeuw schrijft men Huitberghine. In een Franse oorkonde van 1306 schrijft men Utbergues en Utberges. In 1312 vinden wij Uytberghe en Hutenbergina. In 1578 Uutberghen. Wat de betekenis mag zijn van die naam blijft een raadsel. Verschillende schrijvers hebben hem op verschillende wijzen verklaard. Het waarschijnlijkste is dat Uitbergen een interessante woonplaats was omwille van zijn zandheuvels. Hier konden de eerste bewoners zich beveiligen tegen de overstromingen van de Schelde. Deze heuvels zijn in de 20ste eeuw afgegraven omwille van de zavel. Er was de Molenberg (aan de Moleneindestraat), de Kouterberg ( nu Fonteinstraat) en de Rijsberg (achteraan de Grote Kouterstraat).
De Sint-Pieterskerk: de achtzijdige bakstenen vieringtoren in vroeg-gotiek is het oudste gedeelte van de kerk en klimt vermoedelijk in de kern op tot de 12de eeuw. Het koor met twee traveeën werd opgetrokken in zandsteen. Het wordt doorbroken door tweelichtvensters met drielobtracering. Het kerkschip en de zijbeuken dateren van 1906 en werden gebouwd onder leiding van architect Jules Goethals uit Aalst. Het interieur heeft een overwegend neogotische aankleding. Het voormalig gemeentehuis (1927) is van de hand van Valentin Vaerwyck en sluit stilistisch aan bij dat van Zomergem, van dezelfde architect. Toen was Albert Visart de Bocarmé burgemeester van Uitbergen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door rami om 09:10 Reageer op dit bericht

Meer van toen

↑ Terug naar de berichten