Zondag 15 augustus 2010
Poëzie
nr 30
De bladeren rijzen door de stugge nevel.
Er zijn geen klanken meer, er is geen lied.
Slechts in het dorre riet
een vroom geprevel.
Nu komt de tijd dat men naar binnen ziet.
Want wij zijn arm en knagen aan 't verleden
en spelen met de kaarten van verdriet.
Het schoonste sprookje steld ons niet tevreden
en door de nevel lokt de toekomst niet.
Het leven vloot en de as blijft in ons hangen.
't verlangen,
stijgt om mede te vergaan.
Doch in de weemoed blijft 1 lichtje branden.
Het licht dat we in de zomer overslaan.
Waarvoor wij slechts tot onze scha en schande,
rondom de wintertijd om olie gaan.
De bladeren rijzen door de stugge nevel.
Er zijn geen klanken meer, er is geen lied.
Slechts in het dorre riet
een vroom geprevel.
Nu komt de tijd dat men naar binnen ziet.
Want wij zijn arm en knagen aan 't verleden
en spelen met de kaarten van verdriet.
Het schoonste sprookje steld ons niet tevreden
en door de nevel lokt de toekomst niet.
Het leven vloot en de as blijft in ons hangen.
't verlangen,
stijgt om mede te vergaan.
Doch in de weemoed blijft 1 lichtje branden.
Het licht dat we in de zomer overslaan.
Waarvoor wij slechts tot onze scha en schande,
rondom de wintertijd om olie gaan.
Geschreven door Tony Verbeeck om 22:45
Reageer op dit bericht




