Februari
De vorst verlaat de nok van het dak, en schildert bloemen op de ruiten, geen vogel zit nog op zijn tak; t'is bitterkoud en ijzig buiten, de schaatser kerft zijn kras in het ijs, en zweeft zo sierlijk langs de beemden, de winter maakt ons eigenwijs tot ook de warmte gaat vervreemden, Maar binnen gloeit de kachel rood, en droomt men al van avonturen ,al zijn verlangens reuzegroot niet eeuwig branden voort de vuren.






































