Vrijdag 26 december 2008
kapel onze lieve vtouw van de oudenberg
De top van de oudenberg bevind zich 110 m boven de zee spiegel.
in de 7é of 8é eeuw voordat vlaanderen tot het christendom werd bekeerd werden
al zoenoffers gebracht op de oudenberg.
Er is een oude legende die spreekt van een wonderbaar mirakel,
Een zekere Jan Tant van de Leuvense lakengilde was met zijn koets onderweg
toen hij en zijn metgezellen verast werden door een hevig onweer. Zijn metgezellen werden
getroffen door de bliksem en overleefden het niet .
Maar hij beloofde als hij deze dolle rit zou overleven en veilig zijn bestemming bereikte
hij een kapel zou laten bouwen op de oudenberg en hij bleef gespaard.
De eerste histoische vermelding gaat terug tot 1294. Rond 1300 werd de kapel eigendom van de sint-adriaansabdij.
De graven van vlaanderen legden in deze kapel na de troonsbestijging de eed af of ze lieten hem
afleggen door een afgevaardigde omdat ze de abdij zouden beschermen.
Het maria-beeldje komt van op een berg nabij peruwelz.Tussen twee bossen stond
daar een oude eik die dienst deed als scheidingspaal,in de boom was een beeldenis uitgehouwen waarin een mariabeeldje stond ook volledig in het hout, blootgesteld aan alle weer en wind
bleef van dit beeldje niet veel meer over maar toch blijfden ze dit vereren.
In 1603 lag in peruwelz een oude man ziek in bed de latere abt van de abdij de pastoor van de parochie een zekere Martin Lebrun kwam de oude man de laatste sacramenten toedienen
en vertelde aan de pastoor van het oude beeldje.
De pastoor ging op zoek naar het beeldje en vond aan de oude boom nog een groene tak
uit die tak liet hij twee mariabeeldjes snijden het enen bleef terplaatse ,het andere kwam op 17 mei
1648 naar de kapel in Geraardsbergen.
dit beeldje werd enorm vereerd wanneer de aartsbisschop van mechelen aflaten verleende
aan iedereen.
In 1724 werd de kapel herbouwd.
Tijdens de franse revolutie werd de kapel en de abdij verkocht ,om het beeldje te beschermen
werd het beeldje 12 jaar lang verborgen.
in 1807 werden er door de nieuwe eigenaar opnieuw erediensten gehouden in de kapel en in
1839 werd ze aan de paters josefieten geschonken door zijn familie.
Er brak in 1849 een cholera-epidemie uit, duizenden bedevaarders trokken naar de kapel en velen werden er genezen.
Paus Leo de 13é kroonde op 31 julie 1887 het wonderbeeldje.
In 1905 was de bouwvallige kapel te klein geworden voor de duizenden bedevaarders en
de paters jozefieten lieten ze afbreken en bouwden een grotere kapel met een koepeldak er op
in 1906 was ze klaar en op 8 september werd ze ingezegend in aanwezicheid van 12000 bedevaarders.
In 1936werd door verscheidene mariavierders een bronzen mariabeeld geschonken dat nu nog de daklantaarn siert en in 1955 werd er een beiaard in toegevoegd.
in de 7é of 8é eeuw voordat vlaanderen tot het christendom werd bekeerd werden
al zoenoffers gebracht op de oudenberg.
Er is een oude legende die spreekt van een wonderbaar mirakel,
Een zekere Jan Tant van de Leuvense lakengilde was met zijn koets onderweg
toen hij en zijn metgezellen verast werden door een hevig onweer. Zijn metgezellen werden
getroffen door de bliksem en overleefden het niet .
Maar hij beloofde als hij deze dolle rit zou overleven en veilig zijn bestemming bereikte
hij een kapel zou laten bouwen op de oudenberg en hij bleef gespaard.
De eerste histoische vermelding gaat terug tot 1294. Rond 1300 werd de kapel eigendom van de sint-adriaansabdij.
De graven van vlaanderen legden in deze kapel na de troonsbestijging de eed af of ze lieten hem
afleggen door een afgevaardigde omdat ze de abdij zouden beschermen.
Het maria-beeldje komt van op een berg nabij peruwelz.Tussen twee bossen stond
daar een oude eik die dienst deed als scheidingspaal,in de boom was een beeldenis uitgehouwen waarin een mariabeeldje stond ook volledig in het hout, blootgesteld aan alle weer en wind
bleef van dit beeldje niet veel meer over maar toch blijfden ze dit vereren.
In 1603 lag in peruwelz een oude man ziek in bed de latere abt van de abdij de pastoor van de parochie een zekere Martin Lebrun kwam de oude man de laatste sacramenten toedienen
en vertelde aan de pastoor van het oude beeldje.
De pastoor ging op zoek naar het beeldje en vond aan de oude boom nog een groene tak
uit die tak liet hij twee mariabeeldjes snijden het enen bleef terplaatse ,het andere kwam op 17 mei
1648 naar de kapel in Geraardsbergen.
dit beeldje werd enorm vereerd wanneer de aartsbisschop van mechelen aflaten verleende
aan iedereen.
In 1724 werd de kapel herbouwd.
Tijdens de franse revolutie werd de kapel en de abdij verkocht ,om het beeldje te beschermen
werd het beeldje 12 jaar lang verborgen.
in 1807 werden er door de nieuwe eigenaar opnieuw erediensten gehouden in de kapel en in
1839 werd ze aan de paters josefieten geschonken door zijn familie.
Er brak in 1849 een cholera-epidemie uit, duizenden bedevaarders trokken naar de kapel en velen werden er genezen.
Paus Leo de 13é kroonde op 31 julie 1887 het wonderbeeldje.
In 1905 was de bouwvallige kapel te klein geworden voor de duizenden bedevaarders en
de paters jozefieten lieten ze afbreken en bouwden een grotere kapel met een koepeldak er op
in 1906 was ze klaar en op 8 september werd ze ingezegend in aanwezicheid van 12000 bedevaarders.
In 1936werd door verscheidene mariavierders een bronzen mariabeeld geschonken dat nu nog de daklantaarn siert en in 1955 werd er een beiaard in toegevoegd.




























