DIEST , AARSCHOT en brouwerij HAACHT


In 1499 kwam Diest door ruil in het bezit van Engelbrecht II van Nassau , graaf van Nassau. Een van zijn opvolgers, René van Chalon, voerde ook de titel Prins van Orange . Zo bleef Diest eigendom van het huis Orange-Nassau tot in 1795, toen de Zuidelijke Nederlanden bij Frankrijk werden aangehecht. De oudste zoon van Willem van Orange, Philips Willem, ligt er begraven in de Sint Sulpitiuskerk. Heden ten dage voert koning Willem-Alexander der Nederlanden nog steeds de adellijke titel Baron van Diest.


De tweede groep volgde een andere weg en had geen paraplu nodig ...

Alle straten waren opvallend bevlagd .
Aan de rand van de stad bevindt zich het door Unesco erkend begijnhof. Net zoals in andere steden werd het begijnhof gebouwd op goedkope, marginale gronden buiten het centrum, in dit geval het lage drassige terrein aan de Begijnenbeek.

De begijnen dreven veelvuldig handel, hadden veel contacten met buitenstaanders. Pastoor Van Essche stelde nieuwe statuten op en voerde ingrijpende hervormingen door. Hiermee reageerde hij tegen de lossere zeden, bijgeloof en verminderende devotie . Er kwamen volgende maatregelen:
- Het begijnenkleed werd zwart in plaats van grijs, als uiting van boete en inkeer.
- Contacten tussen begijnen en stedelingen werden zo veel mogelijk beperkt. Een weg dwars door het begijnhof die naar de Demer en de vesten leidde kon worden afgesloten (in ruil stond de pastoor een stuk land van het begijnhof af aan de stad voor een nieuwe weg rondom het begijnhof).
- Handelsactiviteiten moesten worden beperkt.
Zowel begijnen als omwonenden voelden zich benadeeld door deze maatregelen en trokken naar de schepenbank. Door de aard van de beschuldigingen die werden geuit tegenover de pastoor, kwam ook de inquisitie eraan te pas. In 1548 werd de pastoor echter van alle beschuldigingen vrijgesproken.

Bij aankomst in de kruidentuin werden wij vriendelijk ontvangen door een Mevrouw die in een oud begijnhuisje cursussen geeft en zelf gemaakte vlierbollen verkoopt aan de bezoekers.

Bezoek aan de stad AARSCHOT


Volgens een legende zou het toponiem Aarschot komen van Arendschot. Het verhaal gaat dat Aurelianus een arend neerschoot en op de plek waar die vogel neergekomen is, zou Aarschot, of Arendschot, gesticht zijn. De plaats waar de bek van de vogel neergekomen zou zijn heet nu Bekaf.





Het was ingenieur Eugène De Ro, die in 1898 het eerste bier brouwde en de bestaande melkerij omdoopte tot "Brouwerij en Melkerij van Haecht". Al vlug speelde de brouwer in op het nieuwe fenomeen, de pils.



























































Onder impuls van voorzitter Jean-Marc kwam deze muzikale namiddag tot stand. Het was dan ook een hele eer voor onze aanwezige leden kennis te kunnen maken met verteller, zanger en pianist dhr. Norbert DETAEYE.











