Harlekijn of bonte bessenvlinder.

Harlekijn of bonte bessenvlinder.

Landkaartje

Icarusblauwtje.

Dagpauwoog


Dagpauwoog (Inachis io) vleugelwijdte van 45-65 mm.
De ogen op de vleugels doen inderdaad denken aan de ogen van een pauwenveer. De 4 opvallende oogvlekken op de bovenkant van de vleugels, dienen echter om vijanden af te schrikken.
Dagpauwogen zien we al vroeg in het voorjaar vanaf april en mei verschijnen en ook nog eens van juli tot en met september. In de winter trekt de dagpauwoog zich terug onder bladeren of tussen spleten en kieren van een tuinhuisje of zolder. Zodra de lente zich laat voelen, komt de dagpauwoog terug naar buiten.
Klein geel weeskind.
Lange reis
De soort hoort thuis in Zuid-Europa. Zijn leefgebied strekt zich uit van Bulgarije tot Zuid-Frankrijk. Het exemplaar dat in Merelbeke werd gevangen, had er dus een lange reis opzitten. Het indivdu vertoonde beschadigde vleugels, mogelijk sporen van de verre trektocht. Dat deze zuidelijke gast richting West-Europa zwerft, gebeurt zelden. In Groot-Brittannië werden de laatste dertig jaar drie exemplaren van het klein geel weeskind gemeld. Voor de rest werd de soort nog niet eerder in West-Europa waargenomen
De laatste jaren vestigen zich steeds meer zuidelijke insectensoorten in onze regio. Door de hogere zomertemperaturen en zachtere winters kunnen sommige mediterrane soorten hier voor het eerst overleven. Of het klein geel weeskind zich in België zal kunnen handhaven, is maar zeer de vraag. De rupsen van deze nachtvlinder voeden zich vooral met bladeren van wintergroene eiken, zoals de steeneik, een boomsoort die in België van nature niet voorkomt. 