Naar de inhoud

Woordenboek Westends Dialect

Laten we dat niet verloren gaan
akke.beakke.be

Berichten van 21 januari 2019 tot 27 januari 2019

Woordenlijst Nr 8: Eetwaren Snoep - Vis Vlees

Snoep
Boel du birleën: berlinerbol                 Fr boule de Berlin
Buturkoekn: boterkoeken
Buturkoeku: boterkoek
Deeliekatisu: lekkernij                    Fr délicatesse
Druuvusuukur: druivensuiker
Flambeerun: flamberen, doen branden van een gerecht door het met sterke drank te overgieten en aan te steken
Fondangsjokla: fondant chocolade
Frieskoo: frisco
Karamilu: karamel, bruin gebrande suiker
Kriïmtju: ijsroom                             Fr crème
Latu sjokla: regel chocolade
Lek(u)stok: stok met zoete lekkernij
Luku: Nieuwjaarswafel
Masuping: marsepein
Moejki lekn a mu kriïm: wil je eens likken aan mijn ijsroom

Muulumaakur: zure zuigstok
Muuzustroentjus: chocolade hagelslag
Neegurinutetn: negerzoen, schuimzoen
Nunubilu: vleesje
Ofzuugn: afzuigen
Podienk: pudding
Poözij: Paasei
Pralienu: praline
Reegul sjokla: reep chocolade
Riestartju: rijsttaartje
Sjhuum van sjheetu: merengue, eiwitschuim
Sjiekongs: witloof
Sjiekubak: kauwgomautomaat
Sjokla of sjokloötu: chocolade
Sjoklakafju: chocoladekoffie
Sjoklaletur: chocolade in de vorm van een letter
Sjoklameëk: chocolademelk
Smoefuln: snoepen
Smoefloöru: die graag en veel snoept
Smoetboln: oliebollen
Smoetbolu: oliebol
Sneukuln: snoepen
Sneukuloöru: iemand die graag snoep en smult
Snoepgoeët: snoepgoed
Snoepurieë: snoeperij
Speekuloösjukoeku: speculaas
Speku: een snoepitem
Spekumuulu: iemand die graag snoept
Spekupapiertju: papiertje rond snoep
Spekuwienkul: snoepwinkel
Spekn: snoep
Stuutudoozu: boterhammendoos
Stuutn breeën: boterhammen smeren
Stuutn smeërn: boterhammen smeren
Suukurbooönu: suikerboon
Suukurspinu: suikerspin
Tjieps: aardappelchips
Toörtu: taart
Vanielu: vanille
Vanielu-ies: vanille-ijs
Vanielusuukur: vanillesuiker
Vanielutartju: vanilletaartje
Zeurumuulu: zuurmuil
Zoeëtukoeku: peperkoek
Zoeëtustok: zoetstok


Eetwaren     Vis

Ansjovis: ansjovis
Dikoptju: dikkopje (niet eetbaar)
Eedulbut: heilbot

Fielee: vis ontdaan van de graten
Forelu: forel
Gernoörs: garnalen
Goetvis: goudvis (niet eetbaar)
Grieëtu: griet
Groötn: graten (niet eetbaar)
Groötu: graat
Gulu: gul
Kabuljow: kabeljauw
Knoroönu: knorhaan
Koolvis: koolvis
Krabu: krab
Krabukookur: krabkoker
Krabupooötn: krabbenpoten
Kriftu: kreeft
Langoestien:  Noorse kreeft, kleine zeekreeft              Fr   langoustine
Makreeël: makreel
Musul: mossel
Musuls: mosselen
Oeësturs: oesters
Oöju: haai   
Oörienk: haring
Paalieng: palingen
Paalienk: paling
Peekulnoörienk: pekelharing
Peurkork: kurk gebruikt bij het vissen (peuren) (niet eetbaar)
Ploötu: pladijs
Poosju (vis): hoeveelheid gevangen vissen
Rochu: rog
Rochuvlerku: vleugel van de rog
Rolumops: rolmops
Sardien: sardienen
Sardienu: sardine
Sjheëpu: schelp

Sjheluvis: schelvis
Sjheërmesju: scheermesje
Sjhuln: schollen
Sjhulu: schol
Skampies: scampis
Sprot(n): kleine vis(jes)
Steekuvisju: stekelbaars
Terubut: tarbot
Toengn: tongen
Toengsju: een kleine tong
Toengu: tong
Tonejn: tonijn
U noöju: een haai
Vesjhu vis: verse vis
Vislieëfebur: visliefhebber (niet eetbaar)
Vispanutju: vispannetje (niet eetbaar)
Vispersu: hengel
Visristorang: visrestaurant
Wietienk: wijting
Wuloks: zeeslakken
Zalmu: zalm
Zeeëduuvul: zeeduivel
Zeeëperutju: zeepaardje

Eetwaren    Vlees

Amburgur: hamburger
Antrukoot: tussenribstuk                  Fr entrecôte
Baarbukjoe: barbecue, vleesrooster
Beeënespu: beenhesp
B
iefstik: beafsteak, biefstuk
Blaankit du voo: kalfsblanket          Fr blanquette de veau
Blindu vienkn: blinde vinken
Bloeëlienk: beuling of bloedworst
Boeletu: gehaktbal                                    Fr boulette
Boeletn: gehaktballen
Boelie: soepvlees                            Fr bouillie
Boeërupatee: boerenpaté
Bolutjus in tomatusowsu: balletjes in tomatensaus
Brosjitu: klein braadspit                    Fr brochette
Eeëndubost: eendenborst
Espu – gukokt of gurokt: gekookte of gerookte hesp
Espuwostu: hespenworst
Fieli ameeriekeën: filet américain
Foönduu: vlees gaar maken in hete olie     Fr fondu
Gin spieëru vet: niet het minste vet (aan vlees)
Goelasj: goulash (Hong), stoofvleesgerecht
Gukapt (vlees): gehakt
Gukaptbolutjus: gehaktballetjes
Gureegult: spek met vet
Iskalopu: dun schijfje of lapje van vis, vlees of gevogelte         Fr escalope
Kieëkubilutjus: kiekenbilletjes
Kieëkubost: kiekenborst
Kieëkuvleuguls: kiekenvleugels
Koejugukapt: rundsgehakt
Koejuleevur: rundslever
Koejuvleeës: rundsvlees
Koeskoes: couscous, N-Afrikaans gerecht op basis van gierst meestal met vlees en/of groenten
Kokiejus: gevulde visschelpen       Fr coquilles saint-jacques
Koöfvleeës: kalfsvlees
Koövugukapt: kalfsgehakt
Koövuleevur: kalfslever
Koövuniertjus: kalfsniertjes
Koövuragoe: kalfsragoût
Koövusjnietsul: kalfschnitzel
Koövutoengu: kalfstong
Koövuzweezuriek: kalfszwezerik
Kordoön bleu: stukje opgerold kalfsvlees gevuld met ham en kaas en vervolgens gepaneerd                    Fr cordon bleu

Kortletu: kotelet, varkensrib      Fr côtelette
Kriïmpatee: crèmepaté
Lasanju: ovengerecht bestaande uit lagen deeg en een vulling        It Lasagne bolognese
Leevur: lever
Leevurwostu: leverworst
Loempieja: loempia
Lookwostu: lookworst
Mergpuupu: mergpijp
Mutsu: maag van het varken
Niertjus: niertjes
Osusteërt: ossenstaart
Patee: pastei                                                            Fr pâté
Ragoe: ragout, eerder gegaarde stukjes gesneden vlees, gevogelte of vis in een gekruide saus        Fr ragoût
Rebutjus: ribbetjes
Rolaadu: rollade
Rookwostu: rookworst
Rosbief: rosbief
Rowelu: stuk vlees van het varken
Ruumstik: rumsteak
Salamie: salami
Sjarkuutrieë: vleeswaren verwerkt in worst, …   Fr charcuterie
Sjhaapukortletu: schapenkotelet
Sjhaapuvleeës: schaapsvlees
Sjharulkieëkn: scharrelkieken
Sjhelu spek: schijf spek
Sjhoeërespu: schouderhesp
Sjnietzul: schnitzel (wiener-, jäger-)
Smoet: smout
Smoetkuupu: smoutkuip
Soepuvleeës: soepvlees
Sosiesn: worsten
Spek
Spieëru: klein stukje 
Stik oo pwaavru: pepersteak                   Fr steak au poivre
Tartaar: rauw rundsvlees opgediend met een rauwe eierdooier              Fr  tartare
Tjiepolaata: chipolata
Toespiezu: toespijs
U baarbukjoeë: een barbecue
U sosiesu broön: een saucis braden
U wostu broön: een worst braden
Utsupot: hutsepot
Vesjhu sosiesun: verse wordten
Vetu dermus: dikke darmen van het varken
Veugulnesju: vogelnestje
Vleeës: vlees
Vleeëskeuriengu: vleeskeuring
Vleeësmeuln: vleesmolen
Vleeësvurwerkiengu: vleesverwerking
Vleeëswoörun: vleeswaren
Vleeëswostu: vleesworst
Wostu: worst
Zwienugukapt: varkensgehakt
Zwienuleevur: varkenslever
Zwienuvleeës: varkensvlees

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Woordenboek Westends Dialect

↑ Terug naar de berichten