Naar de inhoud

Woordenboek Westends Dialect

Laten we dat niet verloren gaan
akke.beakke.be

Berichten van 4 februari 2019 tot 10 februari 2019

Woordenlijst Nr 9: Oneerlijkheid Diefstal Misdaad

Aaängiftu doeën: misdrijf aanmelden bij de politie
Aaänrandiengu: aanranding
Aaänrandiengu up du eeërboörijt: aanranding op de eerbaarheid
Aaänslag: aanslag (op het leven van een persoon)
Aaliebie: alibi  u naaliebie en, ginaaliebie en
Agtur slot en grendul: opgesloten, achter slot en grendel
Agturvoögun: achtervolgen
Andnols brieng: kapotmaken
Andoeën: aandoen (iemand iets)
Andul in blanku slavin: handel in blanke slavinnen
Anoediengu: aanhouding
Anoedn: aanhouden
Antboejn: handboeien
Arandiengu: aanranding
Arest: arrest
Asiezunof: assisenhof
Avukoöt: advokaat
Bak: gevangenis > in du bak zitn: in de gevangenis zitten
Bandieët: bandiet
Bandieëtustreeku: bandietenstreek
Bandietiesmu: banditisme
Bankoovurvol: bankoverval
Bie du kraagu vatn: bij de kraag vatten
Bie tveeërtieënstu zetn: misleiden, bedriegen
Biegamie: bigamie, twee keer gehuwd
Binbreekn: binnenbreken
Blankoo strafblat: blanco strafblad
Blintdoekn: blinddoeken
Bloeën: bloeden
Bloeët: bloed
Bloeëtbat: bloedbad
Bloeëtproef: bloedproef
Bloeëtsjhandu: bloedschandeBlown: smokkelen
Bloözun int zaksju: blazen in het zakje, alcoholtest
Blown: smokkelen 

Boeëtu: boete
Boeëtudoeëniengu: boetedoening
Bomaaänslag: bomaanslag
Bommeldiengu: bommelding
Bomoto: bomauto
Bomoentplofiengu: bomontploffing
Brantkasu: brandkast
Brantstigtiengu: brandstichting
Brazuletn: handboeien
Budrieëgluk bankroet: bedrieglijk bankroet
Budrieëgn: bedriegen
Budrieëgur: bedrieger
Budrieëgurieë: bedriegerij
Budrijgiengu: bedreiging
Budrijgn: bedreigen
Budrog: bedrog
Budwelmiengu: bedwelming
Buken: bekennen
Bukentmaakiengu: bekendmaking
Bukentunisu: bekentenis
Buleedugiengu: belediging
Bunowt maakn: bang maken
Bunowt zien: bang zijn
Burooviengu: beroving
Busjhermdu gutuugu: beschermde getuige
Busjhermiengu: bescherming
Busjhieëtiengu: beschieting
Busjhuldugiengu: beschuldiging
Bustrafiengu: bestraffing
Butastiengu: betasting
Buteugliengu: beteugeling
Butoogiengu: betoging
Butraapn: betrappen
Buwieslast: bewijslast
Buwiezun: bewijzen
Buzwoör: bezwaar (tegen een straf)
Dagvoördiengu: dagvaarding
Deugnietrieë: deugnieterij
Dieëf: dief
Dieëfstal: diefstal
Doödur: dader
Dooötbloeën: doodbloeden
Dooötdoeën: vermoorden, uitschakelen
Dooötsbudrijgiengu: doodsbedreiging
Dooötsguvoör: doodsgevaar
Dooötsjhieëtn: doodschieten
Dooötrieën: doodrijden
Dooötslag: doodslag
Dooötsloön: doodslaan
Dooötvoln: doodvallen
Doöku: dolk
Drijgbrieëf: dreigbrief
Drugdieëlur: drugdealer
Druggubruuk: druggebruik
Drugandul: drughandel
Du keelu oovursnieën: de keel oversnijden
Dwangbuuzu: dwangbuis
Dwangsomu: dwangsom
Eeërstu aaänleg: eerste aanleg
Eeëturdoöt: heterdaad
Eerowienu: heroine
Eetoflegiengu: eedaflegging
Fliek: politieagent
Foefuln: foefelen
Foejeern: aftasten, fouilleren
Frodeern: fraude plegen
Froodu: fraude
Gangstur: gangster
Geeliengu: heling
Geltstrafu: geldstraf
Giezuliengu: gijzeling
Goözumasjhur: gasmasker
Gowdieëf: gauwdief
Grafsjhendiengu: grafschennis
Gublintoekt: geblintdoekt
Gumasjhurt: gemaskerd
Gumeeëntupoliesju:gemeentepolitie
Guregt: gerecht
Guregtuluk vurleedn: gerechtelijk verleden
Gusjhoept: gestolen
Gutuugu(n): getuige(n)
Gutuugu tun lastu: getuige ten laste

Guvang: gevangenis
Guvangunisu: gevangenis
Guvlugt: gevluchtGuwaapunt: gewapend
Guwelt gubruukn: geweld gebruiken
Ieleegaal: illegaal, onwettelijk
Ienkulbant: enkelband
In buroep goön: in beroep gaan
Kanabies: cannabis
Kasoösju: cassatie, verbreking
Kiendurregtur: kinderrechter
Klagt indieën: klacht indienen
Kloroformu: chloroform
Kluuzu: kluis
Kokajienu: cocaïne
Kokuduukn: vermoorden
Komusoörus: commissaris
Kortgudieng: kortgeding
Koruupsju: corruptie
Kwetseuru: kwetsuur
Kwoöwiluwerk: wat gedaan wordt met slechte intenties
Lastur: laster
Leuguns: leugens
Lieëgn: liegen
Liekiedeern: liquideren
Lieksjhowiengu: lijkschouwing
Loesju: verdacht    Fr  louche
Mafia: maffia
Marieguwaana: marihuana
Martuliengu: marteling
Meedupligtug: medeplichtig
Meeliburn: op sluikse manier meenemen
Meënsjhusmokul: mensensmokkel
Messteeku: messteek
Mijneet: meineed
Misanduliengu: mishandeling
Misanduln: mishandelen
Misbruuk maakn: misbruik maken
Misbruukn: misbruiken
Misdoeën: misdoen
Misdoöt: misdaad
Misdoötfielmu: misdaadfilm
Misdoötromang: misdaadroman
Misdrief: misdrijf
Misplatst: misplaatst
Mooört: moord
Mooörtaaänslag: moordaanslag
Mooörtpoogiengu: moordpoging
Mooördunoöru: moordenaar
Mosliemtiroriest: moslimterrorist
Nagtgrugtu: nachtlawaai
Neerusjhieëtn: neerschieten
Neerusteekn: neersteken
Neeruvoln: neervallen
Nootguval: noodgeval
Nootweer: noodweer
Oeëngudektu sjik: ongedekte cheque
Oeënguvoörluk: ongevaarlijk
Oeënsjhult: onschuld
Oeënsjhuldug: onschuldig

Oenbutrowboör zien: onbetrouwbaar zijn
Oendurmien: ondermijnen
Oendurweërult: onderwereld
Oentduukn van bulastieng: ontduiken van belastingen
Oentoereekuniengsvatboör: ontoerekenigsvatbaar
Oentslag uut du bak: vrijkomen
Oentsnapiengu: ontsnapping
Oentsnapn: ontsnappen
Oentsnapt: ontsnapt

Oentugt: ontucht
Oentvoeëriengu: ontvoering
Oereern: hoereren
Ofkiekn: afkijken (bij examen)
Ofpakn: afpakken
Ofpersn: afpersen
Ofpersiengu: afpersing
Ofsjhrievn: afschrijven (bij examen)
Ofslagtiengu: afslachting
Ofstrafiengu: afstraffing
Ofstrafn: afstraffen
Oftapn: aftappen (elektriciteit bvb)
Oftroguln: aftroggelen
Ofzetn: afzetten, bedriegen in geldzaken
Omsienguln: omsingelen
Omukoopn: omkopen
Ooggutuugu: ooggetuige
Oösumtest: ademtest
Oovurmeeësturn: overmeesteren
Oovurtreediengu: overtreding
Oovurvol: overval
Oovurvoln: overvallen
Opspooriengu: opsporing
Parket: parket
Patroeju: patrouille
Peënsujaagur: stroper
Pesturieë: pesterij
Piek-poket: zakkenroller
Piekn: wegpakken
Plofkraak: een geldautomaat tot ontploffing brengen
Plunduriengu: plundering
Poliesjunoent: politiehond
Poliesjuregtur: politierechter
Potju brikt, potju butaalt: wie iets breekt moet het ook betalen (ook figuurlijk)
Priesong: gevangenis
Proses: proces-verbaal
Prostietuusju: prostitutie
Purzoeënsjen up utwieën: iemand verdenken
Rijsun: racen
Reesiedieviest: residivist, iemand die in herhaling valt na een of meerdere misdrijfgevallen
Regtbank: rechtbank
Regtspraaku: rechtspraak
Regtur: rechter
Rieën oendur iïnvloeët: rijden onder invloed
Rieftju Raftju: minderwaardig, gemeen volk
Ruklaseeriengu: reclassering
Rukoönstruuksju: reconstructie
Sanksju: sanctie
Seeponeern: seponeren
Selu: cel
Sieriïnu: sirene
Sjhaakiengu: schaking
Sjantaazju: afpersing                                         Fr chantage
Sjhaaduloossteliengu: schadeloosstelling
Sjheeëfsloön: stelen
Sjhieëtn: schieten
Sjhieëtpartieë: schietpartij
Sjhoepn: stelen
Sjhoolu van vurbeeturnisu: opvoedingsschool
Sjhootn losn: schoten lossen
Sjhult: schuldSjhuldug:  schuldig
Sjhurk: schurk
Sjhurkustreekn: schurkenstreken
Slagtofur: slachtoffer
Sluukstortn: sluikstorten
Smaat: smaad
Smokuln: smokkelen
Smokuloöru: smokkelaar
Smokulwoöru: smokkelwaar
Speuroent: speurhond
Spiejonaazju: spionage
Spooörwegpoliesju: spoorwegpolitie
Stoakiengu: stalking
Stoeër doeën: stoer doen
Strafblat: strafblad
Strafboör: strafbaarStrafu: straf
Stroopurieë: stroperij
Tguregt: het gerecht
Tiroriest: terrorist
Tjoepn: stelen
Toereekuniengsvatboör: toerekenigsvatbaar
Traalies: tralies
U brantkasu kraakn: een brandkast kraken
U katju in tdoenkur niepn: een katje in het donker knijpen, iets in ’t geniep doen
U koptju klindur maakn: vermoorden, een kopje kleiner maken
U proses a ju beeën en: een proces-verbaal oplopen
U ruutu iïnsloön: een ruit inslaan
U slot forseern: een slot forceren
U strafu uutzitn: een straf uitzitten
Up du boek guzet: een bon krijgen van de politie
Up du vlugt: op de vlucht
Upang: ophangen
Upligtiengu: oplichting
Upligtru: oplichter
Upligturieë: oplichterij
Uproeërpoliesju: oproerpolitie
Upsluutn: opsluiten
Upspooriengu: opsporing
Utwadu of utwieën up ut spoor zien: iets of iemand op het spoor zijn
Uuszoekiengu: huiszoeking
Uutstel: uitstel
Vandaliesmu: vandalisme
Veedieëf: veedief
Vermooördn: vermoorden
Viengurofdruk: vingerafdruk
Vlieëgtuugkaapur: vlieguigkaper
Vlugtmisdrief: vluchtmisdrijf
Vlugtn: vluchten
Vlugtpoogiengu: vluchtpoging
Voeëtspooör: voetspoor
Volsjheit in gusjhriftu: valsheid in geschrift
Volsmuntur: valsmunter
Volsmunturieë: valsmunterij
Volsu sjik: valse cheque
Vonis: vonnis
Voöksupstant: volksopstand
Voöksvuroödur: volksverrader
Vooörarest: voorarrest
Vooöroendurzoek: vooronderzoek
Vooörtvlugtug: voortvluchtig
Vooörwoörduluku strafu: voorwaardelijke straf
Vrieloötn: vrijlaten
Vriespraaku: vrijspraak
Vurantwooördiengu moeëtn oflegn: verantwoording moeten afleggen
Vurbeurtvurkloöriengu: verbeurdverklaring
Vurdagtu: verdachte
Vurdenkiengu: verdenking
Vurduusturiengu: verduistering
Vurgeëldiengu: vergelding
Vurgeevn: vergiftigen
Vurgiftugiengu: vergiftiging
Vurgriep: vergrijp
Vurjoöriengu van u misdrief: verjaring van een misdrijf
Vurkeeërspoliesju: verkeerspolitie
Vurkragtiengu: verkrachting
Vurmoeëdn: vermoeden
Vurmooördn: vermoorden
Vurnieëliengu: vernieling
Vurnieëtugiengu: vernietiging
Vurooördeeëliengu: veroordeling
Vurooördeeëln: veroordelen
Vurooörn: verhoren
Vuroödur: verrader
Vuroödurluk: verraderlijk
Vursmagtn: versmachten
Vurvolgiengu: vervolging
Vurvolsjhun: vervalsen
Vurvolsjhiengu: vervalsing
Vurvoögn: vervolgen
Vurweërn: verweren
Vurwoeëstiengu: verwoesting
Vurwoendiengu: verwonding
Wegfrutn: wegvluchten
Wegvursperiengu: wegversperring
Werkstrafu: werkstraf
Wet:wet
Wienkuldieëfstal: winkeldiefstal
Witubooördunkriemienalietijt: witteboordencriminaliteit
Witwasjhun: witwassen (van geld)
Woöreit: waarheid
Wurgn: wurgen
Wurgiengu: wurging
Zeedunfijtn: zedenfeiten
Zeedunpoliesju: zedenpolitie
Zeëfmooört: zelfmoord
Zeëfvurdeediegiengu: zelfverdediging
Zeurun: valsspelen
Zitiengu: zitting (van gerecht)
Zjuuzju: onderzoeksrechter                        Fr juge
Zwartwerk: zwartwerk
Zweërn: zweren
Zwoöjlugt: zwaailicht van de politieauto of van de ziekenwagen

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Woordenboek Westends Dialect

↑ Terug naar de berichten