Woordenlijst Nr 10: Gebouwen – Bouwwerken - Woningen en onderdelen ervan - Wonen
Aaänbusteediengu: aanbesteding
Agturdeuru: achterdeur
Agturkaamur: achterkamer
Agtruut: tuin of grond achter het huis
Alee: overloop Fr allée
Alukuupu: beerput
Alupit: beerputArduun: arduin
Asaänsuür: lift Fr ascenseur
Baksteeën: baksteen
Balatom: balatum
Balkong: balkon
Baluustraadu: balustrade, leuning van een balkon
Batkaamur: badkamer
Beërpit: beerputBelu: bel
Biebown: bijbouwen
Biedong: beton
Biedongblok: betonblok
Biedongmeuln: betonmolen
Biedongrot: betonrot
Biegubow: bijgebouw
Bieldieng: building
Binudeuru: binnendeur
Binumeur: binnenmuur
Blaf(u)teuru: vensterluik
Boeërdurieë: boerderij
Boeërof: boerderij
Boeërofstee: hoeve
Bojlur: boiler, waterverwarmer
Boöku: balk
Bowbudrief: bouwbedrijf
Bowgroent: bouwgrond
Bowjoör: bouwjaar
Bown: bouwen
Braku: barak => nu/zu weunt in u braku Fr baraque
Brantvijlugijt: brandveiligheid
Briekn: bakstenen Fr briques
Brieku: baksteen
Briekuljong: verbrijzelde bakstenen
Brievubusu: brievenbus
Bubown: bebouwen
Buklidiengu: bekleding
Buneen: beneden
Burguruus: burgerhuis
Buteeguliengu: betegeling
Buungalow: bungalow
Buuro: studie- of werkkamer Fr bureau
Buutudeuru: buitendeur
Buutugeevul: buitengevel
Buutumeur: buitenmuur
Buutuvurbluuf: buitenverblijf
Buuzu: buis
Buweunboör: bewoonbaar
Buweunur: bewoner
Bwatu: brievenbus Fr boîte aux lettres
Dagturdeuru: de achterdeur
Dalu: de hal
Dampukapu: dampkap
Deebara: opbergruimte Fr débarras
Dek: dak
Dekbudekiengu: dakbedekking
Derdu vurdieëp: derde verdiep
Deuru: deur
Deurugat: deuropening
Diepoo: depot
Diestriebuusju: verdeling, bezorging Fr distribution
Doeëniengu: hofstede, huis
Doeëniengsju: kleine hofstede
Droöjtrap: draaitrap
Dubulu deuru: dubbele deur
Duuvutoru: duivelstoren
Dweësboöku: dwarsbalk
Eestu vurdieëp: eerste verdiep
Eërdiengu: aarding
Eërt: haard
Eetaazju: verdieping Fr étage
Eetkaamru : eetkamer
Fasoödu: gevel Fr façade
Fondoösju: fundament Fr fondation
Gank : gang
Garaazju : garage
Garaazjupooörtu : garagepoort
Garu: opening => du deuru stoat up u garu: voor een stuk geopend
Geevlu: gevel
Gootsteeën: gootsteen
Goözu: gas
Groent: grond
Groentwoötur: grondwater
Grooötu kuustu: de grote schoonmaak
Guliekvloeërs: gelijkvloers
Iepoteeku: hypotheek
Iezoloösju: afdeklaag, isolatie Fr isolation
Iïrkoo: air conditioning
Ilutriek: elektriciteit
Ilutriekdroöt: elektrische draad
Ipurstu: bovenste verdieping
Kaavu: schoorsteen
Kaburdoesju: cafeetje (met rood licht)
Kaliju: klei
Karwiju: karwei
Kasien: vensterbank
Keldru: kelder
Kiendurkaamur: kinderkamer
Klienku: deurklink
Koeër: koer
Koök: kalk
Koönstruuksju: bouw, constructie Fr construction
Kornisju of Kornisu: dakgoot
Kortsluutiengu: kortsluiting
Kuusjhiengu: grote kuis
Kuustu: kuis
Latustooörs: rolluiken
Lavaboo: lavabo
Leuniengu: leuning
Lievieng: woonkamer, living
Liftu: lift
Lijdiengu: leiding
Lugt: verlichting
Maaänsardu: gebroken dak FR mansarde
Mazoetpit: mazouttank
Meur: muur
Netspaniengu: netspanning
Nof (du): de tuin
Nuus (u): een huis
Oedumanuus: rusthuis
Oeëngusjhikt: ongeschikt
Oenbuweunboör: onbewoonbaar
Of: tuin
Ofloop: afloop
Ofstee: boerderij
Oftrekn: afbreken (van een huis)
Ogstu vurdieëp: hoogste verdiep
Omijniengu: omheining
Oogbow: hoogbouw
Opurvlaktu: oppervlakte
Ovutju: tuintje => u novutju: een tuintje
Paljee: overloop Fr palier
Papier plakn: papier plakken, behangen
Plaaänsjee: houten vloer
Plafong: zoldering Fr plafond
Plintu: plint
Plong: zekering Fr plomb
Pit: put
Plat dek: plat dak
Pompu: pomp
Pooörtu: poort
Prieëzu: stekker
Radiatuür: radiator, verwarmingselement Fr radiateur
Riejooln: riolen
Riejoolu: riool
Rookmeldru: rookmelder
Ruutn: ruiten
Salamaänzjee: eetkamer Fr salle à manger
Salong: woonkamer, zitkamer, ontvangstruimte Fr salon
Sieteërn: waterput Fr citerne
Sjambrang: deuromlijsting Fr chambranle
Sjhaavulieng: schaverlingen
Sjhapstal: schaapstal
Sjheuru: schuur (voor hooi of stro)
Sjhowu: schoorsteen
Sjofaazju: verwarming Fr chauffage
Sjofaazjukeetlu: chauffageketel
Sjofaazjukeldru: chauffagekelder
Slapkaamur: slaapkamer
Steliengu: stelling
Stoörs: rolluiken
Stopkontakt: stopcontact
Stortbat: stortbad
Studentukaamur: studentenkamer
Sument: mortel
Teegul(s): tegel(s)
Terupapieër: teerpapier
Tirasu: terras Fr terrasse
Tirmoostaat : thermostaat
Toetuuzunt: bij ons thuis
Toru: toren
Trap(n): trap(pen)
Tu nuutkantu: op de buiten
Tu nuutkantu weun: op de buiten wonen
Tuus: thuis
Tvurtrek: toilet
Twalet: toilet
Twidu vurbluuf: tweede verblijf
Twidu vurdieëp: tweede verdiep
Twiwuünstu: dubbel huis
Up du buutn weun: op de boerenbuiten wonen
Up teeëste vurdieëp: op het eerste verdiep
Uprit: oprit
Uptrekn (van huis): verdieping(en) bijbouwen
Uus: huis
Uutbreidiengu: uitbreiding
Vastgoeët: vastgoed
Ventieloösju: ventilatie Fr ventilation
Vieërtoru: vuurtoren
Vielawiek: villawijk
Vielookot : fietsenberging
Viïnstur: venster
Viïnsturkasien: vensterkozijn
Viranda: veranda
Vloeër: vloer
Vloeërbudekiengu: vloerbedekking
Vloeërn: vloeren leggen
Vloeërvurwarmiengu: vloerverwarming
Vogtugijtsgroöt: vochtigheidsgraad
Volsjhu plafong: vals plafond
Vooördeuru: voordeur
Vooörplatsu: voorkamer
Vowtu: opkamer
Vruuzn: verhuizen
Vurandriengu: renovatie, wijziging
Vurbluuf: verblijf
Vurdieëpiengu: verdieping
Vureuriengu: verhuring
Vureurn: verhuren
Vurlugtiengu: verlichting EN verluchting
Vurpagtn: verpachten
Vurpagtiengu: verpachting
Vurtrek: WC
Vurwarmiengu: verwarming
Vurzakiengu: verzakking
Weun: wonen
Weunkaamur: woonkamer, living
Woöturkroanu: waterkraan
Woöturpit: waterput
Woöturtoru: watertoren
Wuünstu: woning
Ziedeuru: zijdeur
Zjaloezieë: vliegenraam
Zoldru: zolder
Zoomuruus: zomerhuis
Zoomurvurbluuf: zomerverblijf
Zu weun in tol van fluutol: ze wonen afgelegen op de buiten
Zulu: drempel
Zwoöjdeuru: zwaaideur

