Woordenlijst Nr 11: Liefde Huwelijk of andere relatie
Aaängutrowt: aangetrouwd
Aavunturtju: avontuurtje, korte vlucht uit de relatie
Afeëru: buitenechtelijke relatie Fr affaire
Agtur utwieën zu gat loopn: altijd bij iemand willen zijn, ook als die dat niet wil
Aliementoösju: voorziening Fr alimentation
Amang: aanhouder, lover Fr amant
Anbidur: aanbidder
Ankurn agtur utwieën: niet zonder iemand kunnen
Anoedur: minnaar maar ook iemand die blijft aandringen => dun anoedur wint
Asan ruuzju maakn: altijd ruzie maken
Bieslaap: bijslaap
Biezit: bijzit
Broek vul goestiengu (of goestu): geil zijn
Bruuloft: bruiloft
Buturbrieftju: boterbriefje, bewijs dat men getrouwd is
Dijtn: daten, afspreken
Eereksju: erectie
Ertrown: hertrouwen
Flikur: flikker, homo
Flirtn: flirten
Fuftug joör gutrowt: vijftig jaar getrouwd, gouden bruiloft
Geërn zieën: houden van => van utwieën, van utwadu
Goeët int bedu: goed in bed
Guluk int spil, oeënguluk in du lieëfdu: geluk in het spel, ongeluk in de liefde
Gusjhit: gescheiden
Gusjhit van taaflenbedu: gescheiden van tafel en bed
Gutrowt zien voe tgelt: niet getrouwd zijn uit liefde maar omdat de partner rijk is
I roetu zien met utwieën: een relatie hebben met iemand
Ju vint/wuuf budrieëgun: je man/vrouw bedriegen
Kapootu: condoom
Kenisun: een relatie aangegaan hebben, vrijen
Kiendurloos: relatie zonder kinderen
Kiendurweëns: kinderwens
Kloarkomn: klaarkomen, orgasme krijgen
Knufuln: knuffelen
Koedan warmu lieëfdu: koude handen, warme liefde
Kopul: koppel
Kozien: kozijn Fr cousin
Leeërn rieën up u noedu vielo: door een oudere (getrouwde) vrouw ingewijd worden in de liefde
Leevn lik kat e noent: slecht overeenkomen
Lekn: kussen
Lieëf: lief
Lieëfdu: liefde =>
Lieëfdu makt blint: liefde maakt blind
Lieëfdu up teeërstu guzigt: op het eerste gezicht
Lisbiejinu: lesbische vrouw
Luduvudu: liefdeverdriet
Met du mantul van du lieëfdu budekn: met de mantel van de liefde bedekken, vergeven
Minoöru: minnaar
Minoresu: minnares
Mitrisu: minnares Fr maîtresse
Moku: meisje of verloofde
Monookienie: monokini
Mu lieëf: mijn lief
Mukoör geërun zieën: houden van elkaar
Mukoör misun: elkaar missen
Mukoör nie kun misun: elkaar niet kunnen missen
Munoögu: huishouden Fr ménage
Net/zet durmee tu doeën: hij/zij heeft er een relatie mee
Net u nandru: hij heeft een andere
Neukn: neuken, de liefde bedrijven
Nie van du stroötu gugrogt: niet van de straat geraakt, (nog)nooit een relatie gehad hebben
Nis of zis nog nie van du stroötu: nog niet verloofd of getrouwd
No doeërn goön: naar een hoerenkot gaan
Od u noedu sjheuru in brandu vlieëgt: als een oudere verliefd wordt
Oedn van mukoör: houden van elkaar
Oedu lieëfdu roeëst nie: oude liefde roest niet
Oeërujaagur: hoerenjager
Oeërukot: hoerenkot
Oentrow: ontrouw, bedriegen van partner
Oentugt: ontucht
Ofmaakn: verbreken (van vrijage)
Ofspraaku: afspraak
Oftrekn: masturberen
Omelziengu: omhelzing
Oomooguuwuluk: homohuwelijk
Oörmenoörmu goön: arm en arm gaan
Oovurspil: overspel
Orgasmu: orgasme
Ovreeënkomn: overeenkomen
Palufun: liefkozen
Peenies: penis
Pieëpurn: kussen
Poepn: neuken
Pot: lesbienne
Randeevoe(tju): afspraak(je) Fr rendez-vous
Rieku gutrowt zien: getrouwd zijn met een rijke man of vrouw
Ruloösju: relatie
Siks: sex
Sjharul: scharrel, losse verkering
Sjhatju: schatje
Sjhidiengu: scheiding
Sjhijdn of sjkheeën: scheiden
Sjhooönbroeëru: schoonbroer
Sjhooönmoeëdru: schoonmoeder
Sjhooönvoödru: schoonvader
Sjhooönzustru: schoonzuster
Sjhooten up utwieën: iemand in de gaten hebben om er een relatie mee aan te gaan
Sleep: onderste van trouwkleed dat langs de grond sleept en daarom opgeheven wordt
Smooörvurlieëft: smoorverliefd
Speelvajoögu: huwelijksreis
Stiefmoeëdru: stiefmoeder
Stiefvoödur: stiefvader
Streeëliengu: streling
Swietu: gevolg bij een chique huwelijksplechtigheid
Teegn ju zjielee trekn (utwieën): iemand aanhalen, tegen de borst drukken
Tetuzot: man die van borsten houdt
Tisof: de relatie is verbroken
Tis weeran: de relatie is er weer
Tjestug joör gutrowt: zestig jaar getrouwd, diamanten bruiloft
Toopu weun: samenwonen
Topuzot: zeer verliefd
Totju: kusje
Trow: huwelijk
Trowfeeëstu: trouwfeest
Trowfotoo: huwelijksfotoTrowkleeët: trouwkleed
Trown voe du kerku: kerkelijk huwelijk
Trown voe du wet: wettelijk huwelijk
Trowrienk: trouwring
Tugoaruweun: samenwonen
U nartnen: een stijve hebben
U noar in du butur: een haar in de boter
U noent met u noeët an: zegt men van een vrouw die er niet goed uitziet maar toch de interesse van de man opwekt
U noeëru lik u peërt: een vrouw die heel wat minnaars had/heeft
U sjheivu sjhatsu rieën: vreemd gaan
U sjhooön kopul: een mooi koppel
Up u nandur goön: vreemdgaan, scheve schaats rijden
Veuguln: de liefde bedrijven
Vint: man
Vooörspil: voorspel
Vrieguzel: vrijgezel
Vrieoözju: vrijage
Vrijn: vrijen
Vrimdu goön: vreemdgaan
Vurlang: verlangen
Vurlieëft: verliefd
Vurlooviengu: verloving
Vuroediengu: verhouding
Vuroovriengu: verovering
Vursieëriengu: versiering
Vursieërn: versieren
Vuuvuntjestug joör gutrowt: vijf en zestig jaar getrouwd, briljanten bruiloft
Vuuvuntwientug joör gutrowt: vijf en twintig jaar getrouwd, zilveren bruiloft
Wuuf: vrouw
Wuuvuzot: vrouwenzot
Zet u nandreeën: ze heeft iemand anders
Zet utwieën andurs: ze heeft iemand anders
Zis i roetu me: ze heeft een relatie met
Zjuubielee: jubileum
Zorgun voe mukoör: voor elkaar zorgen
Zot zien van utwieën: verliefd zijn op iemand
Zu lieëfdu vurkloörn: zijn liefde verklaren
Zu zien weg van mukoör: ze zijn niet meer samen

