Woordenlijst Nr 18: Fruit en groenten
Abriekoozn: abrikozen
Abriekoozu: abrikoos
Andievju: andijvie
Andjoeën: ajuin
Andjoeëns: ajuinen
Aplu: appel
Apuloöru: appelaar
Artiesjokn; artisjokken
Aspirzjus: asperges
Banan: bananen
Bananu: banaan
Bananuboom: bananenboom
Bananupeelu: bananenschil
Bananusjhelu: bananenschil
Beeëtu: biet
Bijur: bes
Blomkooln: bloemkolen
Blomkoolu: bloemkool
Booön: bonen
Booön in tomatusowsu: bonen in tomatensaus
Booönu: boon
Braambijurs: braambessen
Brokolie: broccoli
Daaduls: dadels
Ditn en datn: dadels
Druuvn: druiven
Druuvu: druif
Druuvutju: druifje
Erweetn: erwten
Erweetu: erwt
Fiegn: vijgen
Fiegn agtr poösjhn: vijgen na Pasen
Fiegu: vijg
Fiegublat: vijgenblad
Fieguboom: vijgenboom
Frambooözu: framboos
Freezn of friïzn: aardbeien
Fruut: fruit
Groëenu koolu: groene kool
Groeënsul(s): groente(n)
Jantju rut: worm in appel of peer
Kapurtjus: kappertjes
Keeëstu: pit (van een vrucht)
Keëzn: kersen
Keëzu: kers
Kiewie: kiwi
Kleemantien: clementines
Knolsildrieë: knolselder
Koerzjitu: courgette
Kokosneutu: kokosnoot
Kools: kolen
Koönservn: conserven
Komkomur(s): komkommer(s)
Krieëkn: krieken
Krop salaa: krop salade
Limoeën: limoen
Look: knoflook
Majies: maïs
Mandarienu: mandarijn
Muloeënu: meloen
Niktarienu: nectarine
Neutu: noot
Olievn: olijven
Olievu: olijf
Oguurkn: augurken
Oobirzjienu: aubergine
Padustoeln: paddestoelen
Paprieka: paprika
Patatn: aardappelen
Peërn: peren
Peëru: peer
Peëruloöru: perelaar
Pisjn: perziken
Pisju: perzik
Pompoeën: pompoenen
Pompoeënu: pompoen
Pompulmoeëzu: pompelmoes
Pret: prei
Pruumn: pruimen
Pruumu: pruim
Purselu: peterselie
Raapu: raap
Radiezu: radijs
Robarbu : rabarber
Roo beeëtn: rode bieten
Rooökoolu: rode kool
Rooökools: rode kolen
Rozienu: rozijn
Salaa: sla, salade
Savoojkoolu: savooikool
Seenapul: sinaasappel
Seenapulpeelu: sinaasappelschil
Seenapulzop: sinaasappelsap
Sietroeën : citroenen
Sietroeënu : citroen
Sietroeënuzop : citroensap
Sildrieë: selder
Sjalotu: sjalot
Sjampienjongs: champignons
Sjhorsuneeëln: schorseneren
Sjiekongs: witloof
Sniebooön: snijbonen
Sniebooönu : snijboon
Spienoözju: spinazie
Spruutn: spruiten
Steekubijur: stekelbes, kruisbes
Suüfurblomu: zwavelbloem
Tomatn: tomaten
Tomatu: tomaat
Tusjhunterwu: maïs
Tuutufruut: mengeling van gedroogde groenten
U staalu pret: een bundel prei
Venkul: venkel
Ves: vers
Vesjgeit: versheid
Witloof: witloof
Witu booön: witte bonen
Woöturkers: waterkers
Workul: wortel
Zjunievurs: jenevers
Zo plat lik u fiegu: zo plat als een vijg

