Naar de inhoud

Woordenboek Westends Dialect

Laten we dat niet verloren gaan
akke.beakke.be

Berichten van 15 april 2019 tot 21 april 2019

Woordenlijst Nr 19: Huisgerief Keukengerief Meubelen Slaapgerief

Aparoöt: apparaat
Bakn: bakken
Baskuulu: weegschaal
Basing: kuip
Batkuupu: badkuip
Bedu: bed
Bedugoeët: beddegoed
Bedulaakn: bedlaken
Beduspreeë: bedsprei
Beekur: beker
Beeltbuuzu: beeldbuis
Beezum: bezem
Benu: grote mand
Bleeëkn: bleken (de was)
Blikwoötru: bleekwater
Bloempot: bloempot
Boeëdulliestu: boedellijst
Boeëdulsjhidiengu: boedelscheiding
Boekukasu: boekenkast
Brieëvunbusu: brievenbus
Broomes: broodmes
Broön: braden  => ik broön, ik bradu, gubroön
Brooötmes: broodmes
Brooötplanku: broodplank
Brooötrooöstur: broodroosterBroöpanu: braadpan
Bumeubuln: bemeubelen
Bustek: bestek
Bustul: borstel
Buufetkasu: buffetkast
Buufetstoovu: kookfornuis
Buuroo: bureau       Fr bureau
Buuroolampu: bureellamp
Buuroostoeël: bureaustoel
Buuzustoovu: Leuvense stoof
Dampukapu: dampenkap
Deeëgrolu: deegrol
Dieëpvrieëzur: diepvries
Dievang: divan
Doeksju: doekje
Doesju: douche
Doozunoopundoeëndur: dozenopener
Draprieë: draperie, gordijn
Drienkbeekur: drinkbeker
Driswaar: opbergmeubel      Fr dressoir
Droogkasu: droogkast
Du vuulu wastu uutangn: de vuile was uithangen
Dwil: dweil
Eërt : haard
Feu kontienuu: kachel    Fr feu continu
Fluuwienu: kussensloop
Fotuj: zetel              Fr   fauteuil
Friegoo: ijskast
Frietpot: pot om frieten in te bakken
Fruutpersu : fruitpers
Fursjetu: vork           Fr fourchette
Gazetubak : gazettenbak
Goözu: gas
Goözukroönu: gaskraan
Goözuvieër: gasvuur
Gordien: gordijnen
Gordienu: gordijn
Greit gudoön: klaargemaakt (eten)
Grooötu kuustu: grote kuis
Ieskasu: ijskast
Kafjumeuln: koffiemolen
Kafjukanu: koffiekan
Kakstoeël: kinderstoeltje
Kanapee: slaapbank            Fr  canapé
Kasu: kast
Keënki: olielamp
Kiendurbedu: bedje voor een kind maar ook bed waarin een kind gebaard wordt
Kitu: kan, emmer
Kleeërkasu: keerkast
Kloksju: klokje
Kobujaagru: lange borstel
Koeviïrs: bestek                 Fr couverts
Kompjoeëtur: computer
Koödru: kader
Koödurs: kaders
Koolkitu: koolemmer
Korkutrekur: kurkentrekker
Kruuku: kruik
Kruumuldieëf: kruimeldief
Kuuswuuf: kuisvrouw
Lampadiïru: staande lamp                Fr lampadaire
Lampu: lamp
Lavaboo : lavabo
Leeplu: lepel
Luustur : luster
Matrasu: matras
Matu: mat
Meëkkanu: melkkan
Miekroogoöf: microgolf
Mooör: warmwaterketel
Mostoörtpot: mosterdpot
Munoözju: huishouden             Fr ménage
Neërt (u): een haard
Neutukraakur: notenkraker
Noofkusn (u): een hoofdkussen/kopkussen
Oentruumiengu: ontruiming
Ofruumn: afruimen
Ofwasmasjienu: afwasmachine
Oofkusn: hoofdkussen
Oopuneërt: open haard
Oörbustul: haarborstel
Oovurgordien: overgordijnen
Oovurgordienu: overgordijn
Orloozju: uurwerk     Fr horloge
Paksju: pakje
Paravang: kamerscherm                Fr paravent
Pasuviet: roerzeef               Fr passe vite
Patatumesju: aardappelmesje
Patatusjheldurtju: mes om aardappelen te schillen, aardappelmesje
Peepurvatju: pepervaatje
Pispot: oud gebruik om een kleine behoefte in de slaapkamer te doen
Sjoözju: deken
Stroojzak: strozak
Plantu: plant
Portretukoödru: kader voor foto’s
Posteuru: beeld(je)
Prieëzu: stopcontact       Fr prise de courant
Radiejateur : radiator, chauffageelement    Fr radiateur
Rolu: rol
Rusoorbak: waarop de matras gelegd wordt
Saladieru: slakom             Fr saladière
Salongtaaful ; salontafel
Sarzu: deken
Seulu: emmer
Sjhabu: legplank
Sjheurbustul: schuurborstel
Sjhild(u)rieë : schilderij
Sjhoeblienk: schoensmeer
Sjhoebustul: schoenborstel
Sjhoedoozu: schoenendoos
Sjhoetrekur: schoentrekker
Sjhof: lade
Sjhutuldoek: schotelvod
Sjhutulmasjienu: schotelmachinu
Sjhutuls wasjhun: afwassen
Sjhuumspoön: schuimspaan
Sjhuuvu: schuif
Sjofaazju: verwarming                                Fr chauffage
Sjofaazjukeetlu: chauffageketel
Sluünsu: vod
Speegul: spiegel
Spoeënsu: spons
Stoöndu kloku: staande klok
Stoeël: stoel
Stofsluünsu: stofdoek
Stofzuugur: stofzuiger
Stoovu: kachel
Stuutudoozu: boterhammendoos
Suüfurdoozu: stekjesdoos
Suüfurs: stekjes
Taaful: tafel
Taafulkleeët: tafelkleed
Taboeritu: krukje                       Fr tabouret
Talooöru: teljoor
Tapiet: tapijt
Tasu: tas
Tiluviezju: televisie
Toolu: tafelbedekking              Fr toile
Tregtur: trechter
Trekur: aftrekker
Tvuulblek en tzwientju: het vuilblik en het handborsteltje
Twalet: toilet
Upblienkn: opblinken
Upruumiengu: opruiming
Upruumn: opruimen
Upzet: opzet, schikking van gerief in huis
Uusoedn: huishouden
Vaagubustul: veegborstel
Vaksju: vakje
Vlieëguvangur: vliegenvanger
Voözu: vaas
Voeëtbanksju: voetbankje
Voeëtmatu: voetmat
Vurlotu broödpanu: braadpan met afgesleten email
Vurlugtiengu: verluchting
Vurziep: vergiet
Vuulbak: vuilbak
Vuulblek: vuilblik
Waafuliezur: wafelijzer
Waskeërn: wasmachine
Wasmasjienu: wasmachine
Wasspeln: wasspelden
Wasspelu: wasspeld
Wastu: was
Woöturbedu: waterbed
Woöturkroönu: waterkraan
Woötursteeën: aanrecht of pompbak
Zaksju: zakje
Zeetlu: zetel
Ziftu: zeef
Ziftn: zeven
Zipzop: zeepsop
Zoetvatju: zoutvaatje
Zwientju: handborsteltje

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Woordenboek Westends Dialect

↑ Terug naar de berichten