Woordenlijst Nr 21: Politiek
Afiesjus plakn: affiches plakken
Anplakn: aanplakken
Aparenteeriengu: apparentering
Biezitru: bijzitter in kiesbureau
Binulant: binnenland
Blown: man blauwe, liberaal
Blowu: vrouw blauwe, liberalen
Brugpensioeën: brugpensioen
Bugrooötiengskontrolu: begrotingskontrole
Bugrooötiengu: begroting
Bulastiengvooördeeël: belastingvoordeel
Bulastiengvriesteliengu: belastingvrijstelling
Bulastiengvurlijgiengu: belastingverlaging
Bulastiengvuroogiengu: belastingverhoging
Buleitsbuslisiengu: beleidsbeslissing
Bunoemiengu: benoeming
Bunoemn: benoemen
Burgumeeëstru: burgemeester
Burgurluk: burgerlijk
Burgurregtn: burgerrechten
Butoogiengu: betoging
Buudjet: budget
Buutulantpolutiek: buitenlandpolitiek
Buvoegteit: bevoegdheid
Buvoökiengu: bevolking
Buvrieënt: bevriend
Buzetiengu: bezetting
Deepuutoösju: deputatie
Dilugoösju: afvaardiging Fr délégation
Eeëstu mieniestru: eerste minister
Eeëtoflegiengu: eedaflegging
Erkieëziengu: herkiezing
Foertstemu: proteststem
Foldur: folder
Fraksju: fractie
Fraksjulijdur: fractieleider
Groeënu: Groenen
Groentwet: grondwet
Gumeeënturoöt: gemeenteraad
Kalootu: CD&V’er
Kaamur: kamer van volksvertegenwoordigers
Kabienit: cabinet
kartil: kartel
Kernkabienit: kerncabinet
Kieëzursliestu: kiezerslijst
Kieëziengu: verkiezingen
Komisju: commissie
Komuunootiïr: in verband met Vlaanderen - Wallonië Fr communautair
Kordoön sanietiïr: cordon sanitaire
Kowaliesju: coalitie
Kuumuul: uitoefening meerdere functies tegelijk Fr cumul
Liburaaln: liberalen
Liestutrekur: lijsttrekker
Liestuduuwur: lijstduwer
Liestustemn: lijststemmen
Mandatoöries: mandataris
Maniefistoösju: betoging Fr manifestation
Meeërdureit: meerderheid
Mielietant: militant
Mieniestru: minister
Mieniestur-preeziedent: minister-president
Mieniestru van buutnlaansjhu zaakn: minister van buitenlandse zaken
Mieniestru van binulaansjhu zaakn: minister van binnenlandse zaken
Mieniestur van kuultuur: minister van cultuur
Mieniester van eekonoomiesjhu zaakn: minister van economische zaken
Mieniestur van eenirzjie: minister van energie
Mieniestru van fienaansjus: minister van financies
Mieniestru van juustiesie: minister van justitie
Mieniestru van laansvurdeediegiengu: minister van landsverdediging
Mieniestur van lantbow: minister van landbouwMieniestur van mobielietijt: minister van mobiliteit
Mieniestur van oendurwies: minister van onderwijs
Mieniester van oentwikuliengssaamunwerkiengu: minister van ontwikkelingssamenwerking
Mieniestur van oopnboaru werkn: minister van openbare werken
Mieniestur van pensjioeën: minister van pensioenen
Mieniestur van sosjaalu zaakn: minister van sociale zaken
Mieniestur van voöksguzoentijt: minister van volksgezondheid
Mieniestur van Vurkeeër: minister van verkeer
Mieniesturoöt: ministerraad
Mindurijtsrugeeëriengu: minderheidsregering
Oenafankuluk: onafhankelijk
Oeëngeldug stemn: ongeldig stemmen
Oendurvooörzitur: ondervoorzitter
Ofiesjil: officieel
Oftreedn: aftreden
Opoziesju: oppositie
Oovurijt: overheid
Oovurloopur: overloper, van ene partij naar andere
Parlument: parlement
Partieë: partij
Peniengmeeëstur: penningmeester
Pijliengu: peiling
Plakoöt: verkiezingsbord
Poliesjuroöt: politieraad
Proviïnsjuroöt: provincieraad
Roöt: raad (gemeente-, provincie-, …..)
Roötszitiengu: raadszitting
Roojn: rode, socialist
Rooju: rode, socialisten
Rugeeëringsformoösju: regeringsformatie
Rugeeëriengskowaliesju: regeringscoalitie
Rugeeëriengu: regering
Rugiïrakoort: regeeraccoord
Sikrutoöries van du partieë: secretaris van de partij
Sinatuür: senator
Sjheepun: schepen
Sjheepunkoleezju: schepencollege
Sjheurliestu: afspliting van een bestaande politieke partij, scheurlijst
Sjhorsiengu van du zitiengu: schorsing van de zitting
Sosjaliest: socialist
Sosun: socialisten
Spietsjhun: speechen
Spreekgustoeëltu: spreekgestoelte
Staakiengu van stemn: staking van stemmen
Stemiengu: stemming, verkiezingen
Stemn voer utwieën: voor iemand stemmen
Stempligt: stemplicht
Stoöt: staat
Sunoöt: senaat
Tjeevu: tjeef, scheldnaam voor iemand van de CD&V
Tjeevustreeku: tjevenstreek, verwijt voor politiek bedrog en woordbreuk van de christendemocraten
Uproepiengu: oproeping
Upvolgur: opvolger
Uuttreedundu rugeeëriengu: uittredende regering
Uutvoeërundu magt: uitvoerende macht
Veeturoön: veteraan
Viep: VIP Very Important Person
Viesu eeëstu mieniestru
Vijlugijtsroöt: veiligheidsraad
Vlams Bulang: Vlaams Belang
Vlamsjhu Roöt: Vlaamse Raad
Voödurlant: vaderland
Voödurlantslieëfdu: vaderlandsliefde
Voöksliet: volkslied
Voökspartieë: volkspartij
Voöksroötpleegiengu: volksraadpleging
Voöksteliengu: volkstelling
Voöksvurgoöriengu: volksvergadering
Voöksvurteegnwooördiegiengu: volksvertegenwoordiging
Vooörkeurstemu: voorkeurstem
Vooörzitur: voorzitter
Vorstunuus: vorstenhuis
Vraagnurtju: vragenuurtje
Vriezinug: vrijzinnig
Vulplakn: volplakken (borden met kiespropaganda)
Vurgoödurzaalu: vergaderzaal
Vurgoöriengu: vergadering
Vurgoörn: vergaderen
Vurkieëzieng: verkiezing(en)
Vurkoozun zien: verkozen zijn
Wetgeevundu magt: wetgevende macht
Wooörtvoeërdur: woordvoerder
Zeetul: zetel
Zeetuln: zetelen
Zitiengu: zitting
Zweepupartieë: zweeppartij

