Naar de inhoud

Woordenboek Westends Dialect

Laten we dat niet verloren gaan
akke.beakke.be

Berichten van 24 juni 2019 tot 30 juni 2019

Woordenlijst Nr 27: Kinderen Verzorging Speelgoed

Agturkomurtju: geboren vele jaren na broers of zusters
Adopsju: adoptie
Baarmoeëdur/-moeëdru: baarmoeder
Bavetu: bavet
Bijbie: baby
Bijbieklirtjus: babykleertjes
Bijbiesietn: babysitten
Bijbiesietur: babysit
Bijbievoeëdiengu: babyvoeding
Blokdoozu: blokkendoos
Bolu: bal
Booörlienk: boorling
Bostvoeëdiengu: borstvoeding
Broekvintju: klein kind (dat nog de korte broek draagt)
Bubbel: klein kind
Budorvun: bedorven
Buutnegtluk kient: buitenechtelijk kind
Buvoliengu: bevalling
Dooödgubooörn: doodgeboren
Drieëlienk: drieling
Driewieëlur: driewieler
Du bost geevn: borstvoeding geven
Duuvulskiend: duivelskind
Eeënandug: eenhandig
Futeuru: kinderwagen
Futu: fopspeen
Iïn slaapu wieëgn: in slaap wiegen
Joeëns: kinderen
Joeënsnaamu: jongensnaam
Juutukako: schommel
Kadee: kleine
Kakstoeël: kinderstoel
Kakurnesju: kakkernestje, jongste kind
Kepukient: dat door iemand het liefst gezien wordt
Ketn: knikkers 
Ketu: knikker
Keuntju: konijntje
Kiendurbedu: kinderbed
Kiendurbieslag: kinderbijslag
Kiendurfuteuru: kinderwagen
Kiendurjoörn: kinderjaren
Kiendurspeelgoeët: kinderspeelgoed
Kiendurziektu: kinderziekte
Kient: kind
Kient in uus zien: kind in huis zijn
Kient nog kroöjen: op niemand meer kunnen rekenen, alleen op zichzelf
Kient van du reekniengu zien: kind van de rekening zijn
Kijzursnee: keizersnede
Kleurboek: kleurboek
Kleutur: kleuter
Kleuturjinu: kleuteronderwijzeres
Kleutursjhoolu: kleuterschool
Knuful: knuffel
Koeveuzu: broedmachine     Fr couveuse
Kriesjhun: krijsen, wenen
Krisju: kinderkribbe, opvang     Fr crèche
Kwielubabu: slabbetje
Leeërn loopn: leren lopen
Leeftiet: leeftijd
Leegoo: lego
Meisjusnaamu: meisjesnaam
Mindurjoörug: minderjarig
Moeëdurmeëk: moedermelk
Moeëdursjhooöt: moederschoot
Moeëdurskientju: volwassen maar nog steeds verwend kind
Moeëduruus: moederhuis
Moeëtn is dwang en bleëtn is kiendurguzang: het wel willen doen maar niet als het verplicht wordt
Moeëtuwerk: moeten trouwen omdat je zwanger bent
Muziekdoozu: muziekdoos
Nog kient nog kroöjen: geen kinderen hebben
Oogapul: oogappel
Ot kient mor u naamet: als het kind maar een naam heeft
Otootju: autootje
Pampur: pamper
Papflesjhu: papfles
Papkient: papkind, bedorven
Pekln: bikkelen
Peutur: peuter
Piejaanoo: piano
Pleegguzin: pleeggezin
Pleegmoeëdru: pleegmoeder
Pleegoedurs: pleegouders
Pleegvoödur: pleegvader
Plijmobiel: playmobil
Poepunolutju: achterwerk van een kind
Potju: pis- en kakpot voor kinderen
Poziesju: toestand van zwangerschap
Prentuboek: prentenboek
Pupu: pop
Pupukasu: poppenkast
Puuzul; puzzel
Ramuloöru: rammelaar
Rotbudorvn: rotbedorven
Seultju: emmertje
Siendroom van Down: Mongool
Siendroom van Toerit: syndroom van Tourette
Sjaritu: kinderwagen
Sjheptju: schepje
Sjhooltiet: schooltijd
Sjhreeëm: wenen
Slierboönu: glijbaan
Snotneuzu: klein kind
Speelgoeët: speelgoed
Speelpleku: speelplaats in een school
Spoörpotju: spaarpot
Staapulblokn: stapelblokken
Step: autoped
Taafulfoetbal: tafelvoetbal
Teërlienk: teerling
Tkient bie du naamu noemn: het kind bij de naam noemen, zeggen waar het op staat
Tkient van du reekniengu: het kind van de rekening, enige die schade lijdt
Tkient wegsmietn met tbatwoötur: het kind weggooien met het badwater, samen met het slechte ook het goede weggooien
Toetur: schommel
Trampolienu: trampoline
Tring: trein
Tromul: trommel
Trontienitu: autoped       Fr trotinette
Tweeëlienk: tweeling
U boertju: een puf vóór het slapengaan
U budorvn stroent: een bedorven kind
U kiendurant is gow guvult: een kinderhand is rap gevuld
U kient koopn: een kind krijgen/baren
U polutju geevn: een handje geven
U zundagskient: een zondagskind, iemand die altijd veel geluk heeft
Up zu potju goön: op zijn potje gaan
Upvang: opvang
Upvoeëdiengu: opvoeding
Uut du kleeënu kindurs zien: de kinderen zijn groot/volwassen/uit het huis
Van kientsbeeën of: van kindsbeen af
Vielootju: fietsje
Vieërlienk: vierling
Voendulienk: vondeling
Voogdieë: voogdij
Vooörkient: voorkind
Vooörligtiengu: voorlichting
Vroetvrowu: vroedvrouw
Vroeggubooörtu: vroeggeboorte
Vroegriepu: vroegrijp
Vulgroejt: volgroeid
Vurtroeëtuln: vertroetelen
Vurwagtiengu: verwachting
Vuuflienk: vijfling
Weezu: wees
Weezukient: weeskind
Weezuus: wezenhuis
Wieëgu: wieg
Wieëgulietju: wiegenlied
Wupplanku: schommel, wipplank
Zu keelu oopnzetn: zijn keel openzetten, hard schreeuwen
Zundagskient: zondagskind (dat altijd veel geluk heeft)
Zuuglienk: zuigeling

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door stammer om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Woordenboek Westends Dialect

↑ Terug naar de berichten