Naar de inhoud

Uit alle delen van Groot Lanaken

Wat iedereen mag weten
akke.beakke.be

Archief

Uitslag Hilarion Thans Poëziewedstrijd en WOI

Lanaken - Afgelopen dinsdag 21 oktober vond de prijsuitreiking van de Hilarion Thans Poëziewedstrijd plaats in het Cultureel Centrum van Lanaken.
De genodigden zaten, samen met een aantal prijswinnaars en hun familie, in de Jan Rosierzaal te wachten op te uitslag. Van 3 maart  t.e.m. 20 juni organiseerde het gemeentebestuur van Lanaken, in samenwerking met het Cultureel Centrum de zevende editie van de Hilarion Thans Poëziewedstrijd. Een wedstrijd die om de drie jaar gehouden wordt met deelnemers uit heel Vlaanderen.

Het toeval wil, dat we in het 100ste jaar na de Groote Oorlog zijn beland en dat de naam van de wedstrijd ontleend is aan de Maaslandse dichter-schrijver Pater Hilarion Thans (1884-1963), kloosterling van de orde der Minderbroeders in Rekem. De dichter-schrijver, die in de 'Groote Oorlog' zijn vlucht moest nemen via het riool in Smeermaas, richting neutraal Nederland, om van daaruit tijdens de laatste 2 oorlogsjaren naar een oorlogshospitaal te gaan. Zijn schrijven tegen de Duitsers en hun zoektocht naar hem, deden hem de vlucht nemen. Een van zijn bekendste boeken is ‘Mijn oorlog’.
De jury beraadslaagde op 14 september en koos de winnaars per categorie, uit de 73 deelnemers, met de meer dan 140 inzendingen. Iedere deelnemer mocht twee gedichten inzenden. De prijzen werden overhandigd door schepen Sofie Martens.

De winnaar bij de volwassenen, Patrick Cornillie uit Lichtervelde, schreef zijn winnend gedicht, ‘Stuivekenskerke, bocht van Tervate’, geïnspireerd door de strijd aan de IJzer. Presentatrice Maren Lambrichts liet weten dat de jury unaniem was bij het toekennen van de eerste prijs en over hun lof voor de actualiteit van het gedicht, dat, volgens Maren, "van de winnaar een geducht concurrent maakt van de Canadees John Mccrae die het beroemde gedicht ‘in Flanders Fields’ schreef".
De twee andere winnaars bij de volwassenen waren: Els van Haute uit Zwijndrecht en Rosa Olaerts uit Zonhoven (niet aanwezig door omstandigheden). Bij de 8- tot 12-jarigen was de eerste prijs met het gedicht ‘Het heeft geen naam’, voor Roos Philips uit Mortsel, tweede prijs voor Chayenne Malinowski uit Rekem, en derde prijs voor Rhea Deleux uit Zutendaal. Bij de 12- tot 18-jarigen tenslotte, was de eerste prijs met het gedicht ‘Maan’, voor Diedelinde Buffel uit Oostkamp, de tweede voor Sanne Kerckhoffs uit Lanaken en de derde voor Karlijn van Hout uit Mol.
In de intermezzi speelden studenten van het conservatorium van Maastricht op viool en piano.De avond werd afgesloten met een receptie.



1669591-f6b8dfde7bda6117f929a4c8286a6c98.JPG

1669591-e89aff2c6ab5ed56a0c61ff883cf27f6.JPG

1669591-de746b908d2752986363b45f7f507376.JPG

1669591-03e9ca369b819d8a0922bdfdad5e4631.JPG

1669591-0ff6239e0620899262548d4c8edc9978.JPG

1669591-5fc142a63dbeb27d865fef177fb8bbd4.JPG

1669591-8a3bda555cdbc8e490b8d70ee2f542a0.JPG

1669591-a0489492184a2fcdfe1ac61d3ecdccae.JPG

1669591-86863d53f83dc9442f899f3ed6b1ce32.JPG

De waanzin begon in 1914

in de oorlog van John McCrae april 1915 


In Flanders Fields.
In Flanders Fields the poppies blow Between the crosses, row on row, That mark our place;
and in the sky The larks, still bravely singing, fly Scarce heard amid the guns below We are the Dead. Short days ago We lived, felt dawn, saw sunset glow, Loved, and were loved,
and now we lie In Flanders Fields Take up our quarrel with the foe: To you from failing hands we throw The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die We shall not sleep, though poppies grow In Flanders Fields

in de oorlog van John Mc Crae april 1915

in de oorlog van John McCrae april 1915 


In Flanders Fields.
In Flanders Fields the poppies blow Between the crosses, row on row, That mark our place;
and in the sky The larks, still bravely singing, fly Scarce heard amid the guns below We are the Dead.
Short days ago We lived, felt dawn, saw sunset glow, Loved, and were loved,
and now we lie In Flanders Fields Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw The torch;
be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die We shall not sleep, though poppies grow In Flanders Fields

In Flanders Fields.
Au Champ d'Honneur Au champ d'honneur, les coquelicots Sont parsemés de lot en lot Auprès des croix;
et dans l'espace Les alouettes devenues lasses Mêlent leurs chants au sifflement Des obusiers.
Nous sommes morts, Nous qui songions la veille encor'
A nos parents, à nos amis, C'est nous qui reposons ici, Au champ d'honneur A vous jeunes désabusés,
A vous de porter l'oriflamme Et de garder au fond de l'âme Le goût de vivre en liberté.
Acceptez le défi, sinon Les coquelicots se faneront Au champ d'honneur Traduction
en français door Major Jean Pariseau.


In Flanders Fields.
Geen Vlaamse klaproos of ze bloeit wel naast een kruis dat een verknoeid bestaan markeert;
en in de lucht geen leeuwerik of zijn gerucht verijlt wanneer een vuurmond loeit. En wij zijn dood.
Geen zon die gloeit, geen lief dat onze zinnen boeit;
wij slaakten onze laatste zucht in Vlaanderen. De vijand die gij zo verfoeit:
hij worde door het vuur verschroeid dat in u brandt.
Maar als gij vlucht maakt gij van ons een kille klucht des doods,
hoewel de klaproos groeit in Vlaanderen.
Nederlandse vertaling door Benno Barnard



1669401-cd882d2513aa4ccef0e956143d56d12d.jpg

Den Vijand

1669401-a4254b6b9e00eeb6dfbeccd6a5914c25.jpg

1669401-54707e817b913d78325c9f078065d2c3.jpg

de stroomdraad door Smeermaas

1669401-aca974c3de2a3e6e0bc8436c86a8d282.jpg

1669401-582ed751c79935727592d2238b9f3140.png

Vluchtelingenhulp Nederland

1669401-1c15550362a64362d6bdf494d5882b2f.jpg

1669401-acb16689a719bd3f290cc9f74d261f28.jpg

1669401-70fe7bbb074d5f30c103dd14cb33d98c.jpg

1669401-3606c2681ca4e6dcdd582d2763ff5c86.jpg

Schenking van Freule Riedi de Montagne, Kruisweg Jan Rosier 1898, een erfenis om trots op te zijn.

Met de Kruisweg van de geboren Lanakenaar, Jan-Willem Rosier, bezit Lanaken een ongeëvenaarde kunstschat die waarschijnlijk toeristisch onvoldoende uitgespeeld wordt. We mogen met rede trots zijn op de nalatenschap van Freule Riedi de Montagne, in wiens opdracht de veertien staties van Jesus’ lijden op wonderbaarlijke wijze verbeeld werden door de schilder Jan WIllem Rosier. Hij schilderde aan de volledige opdracht met onderbrekingen 10 lange jaren, om hem met een feestelijke inzegening aan het grote publiek te schenken, waarbij heel wat hoogwaardigheidsbekleders uit de kerk, de adel en het burgerleven getuige waren. Die inzegening gebeurde op de 28 juni van het jaar 1898.

Jan-Willem Rosier (Lanaken, 15 september 1858 - Antwerpen, 24 juli 1931) was een Belgisch kunstschilder. Hij schilderde portretten en 18e-eeuwse taferelen uit het dagelijkse leven maar ook godsdienstige taferelen.
Omstreeks 1870 ontmoette Rosier Godfried Guffens toen deze in de Sint-Ursulakerk van Lanaken schilderde. In 1880-81 studeerde hij aan de École nationale supérieure des beaux-arts te Parijs en reisde in 1882 naar Engeland voor een opleiding portretschilderen. Even later vestigde hij zich in Antwerpen. Toen hij in 1885 tot leraar aan de Antwerpse academie werd benoemd had hij Rik Wouters als leerling.
Hij werkte van 1888 tot 1898 aan het schilderen van de kruisweg . Op 28 juni 1898 werd de kruisweg in aanwezigheid van freule Elisabeth Riedi de Montaigne, die de kruisweg bekostigde, plechtig ingewijd. Aanwezig waren, naast de schenkster, mgr. Heylen, abt van Tongerlo en later bisschop van Namen, een schare monniken, mgr. Cartuyvels uit Leuven, leden van de Kamer en Senaat, Ruys de Beerenbroek, commissaris van Koningin Wilhelmina in Nl. Limburg, ridder van de Kewith Gellik, en meer andere adellijken, Pastoor Truyens en Jan Rosier zelf.
Tijdens de wereldtentoonstelling van 1894 te Antwerpen mocht hij een werk exposeren. In 1886 kreeg hij de derde prijs op de "Prijs van Rome". Er volgde nog een Gouden Medaille op een tentoonstelling te München. Een Argentijnse president kocht in 1883 een schilderij van hem tijdens een tentoonstelling in Argentinië. Tijdens de Eerste Wereldoorlog week hij uit naar Engeland en gaf in Londen les aan de London School of Arts. Na de oorlog keerde Rosier terug naar België. In 1927 moest hij omwille van zijn verslechterende gezondheid stoppen met schilderen, vier jaar later overleed een Groot-Lanakenaar.

Zijn kruisweg die in de kerk van Lanaken prijkt is een aantal malen gekopieerd en is daarom te bewonderen in meerdere kerken, maar er is maar een orgineel en dat hangt in de St. Ursullakerk te Lanaken.

Gekopieerd met toestemming van de schilder en na vervaardiging met zijn goedkeuring, alvorens te leveren aan de opdrachtgevers, maar ook gekopieerd zonder zijn toestemming. Met zekerheid één kruisweg is vervaardigd zonder zijn toestemming en hangt ergens in Nederland. De schilder zakte meerdere malen af naar Lanaken om de schilderijen die hij ging kopiëren te bekijken en te fotograferen.

De St. Hubertuskerk in Runkst is een van de kerken waar de kruisweg te bewonderen is die in opdracht van Karel Beyaerts vervaardigd werd . Beyaerts zelf is niet de schilder ,maar in zijn atelier werkten meerdere schilders voor het kopiëren van schilderijen De panelen waarop de kruiswegtaferelen te zien zijn, hebben een afmetingen van 70 x 110 cm. (die op doek in de St. Ursulakerk meet 100 x 60 cm)

In Maastricht besloot het Armbestuur om eveneens een Kruisweg te laten maken, voor de kapel van Calvarieberg. Ook hier werd een prijsopgave gevraagd aan Karel Beyaerts die destijds woonde in de Rue Notre Dame in Brugge. Hij had, zo blijkt uit de vraag, vanuit Maastricht reeds eerder de kruisweg gekopieerd, zowel voor Mechelen als Runkst.
De opdracht werd aanvaard. Het schilderen en de levering van de schilderijen werd voltooid in zes maanden. De levering van de kruisweg moest echter de goedkeuring van Jan Rosier krijgen alvorens te leveren, hetgeen overeengekomen was in het contract. Door ziekte van Jan Rosier liep daardoor de levering drie weken vertraging op. In februari 1905 was het eindelijk zover en kregen de schilderijen de goedkeuring mits enkele correcties. De kruisweg was geschilderd op acajou (Mahoniehout) panelen die net zoals de eerder vermelde kopieën de afmeting 70 x 110 cm hadden.
De Kruisweg van Lanaken die door Jan Rosier op doek geschilderd werd vervaardigde hij met onderbrekingen en duurde 10 jaar. Op de achtste statie is zijn dochter afgebeeld als één van de wenende vrouwen. De kortere tijd voor de vervaardiging ligt in het gegeven dat Beyaerts een aantal schilders ten dienste had die de Kruisweg te schilderen.

De kruisweg in de Kapel van Calvarieberg heeft in de daar gehangen tot het moment, dat Maastricht het nieuwe ziekenhuis St. Annadal bouwde en de kapel haar functie verloor. Op 14 meert 1968 werd de kruisweg dan in bruikleen, voor onbepaalde tijd, aan de St. Gulielmuskerk in de wijk Wittevrouwenveld te Maastricht.
Toen voor de eerste maal een toestemming werd gevraagd door Karel Beyaerts aan Rosier om de Kruisweg te mogen kopiëren verkreeg hij de toestemming, uiteraard tegen betaling. Zijn opdrachtgeefster en schenkster aan de kerk van Lanaken freule Riedi de Montagne kreeg hier melding van en was daar zeer ontstemt over. Zij liet dat schriftelijk weten aan Rosier die zich in een schrijven aan haar gericht verontschuldigde voor het feit dat zij het had moeten vernemen van derden en niet van hm zelf te horen had gekregen. Hij liet daarbij meteen ook weten dat hij zelf nooit eenzelfde meesterwerk voor een andere opdrachtgever zou produceren. Mevrouw moest daarbij wel bedenken dat hij het aan zijn echtgenote en kinderen als een verplichting zag voor hun onderhoud in te staan. Het feit dat haar kruisweg meermaals gekopieerd werd moest gezien worden als een eer.



1613919-53ee5e5717a20a15fefdcb803afaba6f.JPG

1613919-4475a38ce83e1cfd1f4ff947fb19e734.JPG

1613919-fb04b209fb4706368a36369ed7deb485.JPG

1613919-b035ec8cf915f76a6997e62542f76efb.JPG

1613919-2940b1f30d181cbf2568b1a7820047ef.JPG

1613919-8e941db37193bb2fc3bbca3b134e8239.JPG

1613919-452c16912908b301f549eab3db3f22e4.JPG

1613919-70feafcfc02d29e7f0dfba5ada447725.JPG

1613919-3bb050ef823210c070f0b654d79709b3.JPG

Van lente, pensioen, gepensioneerden en een bijna 106 jarige inwoner van Groot-Lanaken.

Het is al een paar dagen officieel lente, maar dit jaar hadden we al vroeg in maart temperaturen van rond de 20 graden. Ongewoon en sinds de meting van de meteorologische instituten de vroegste warme dagen sinds mensenheugenis.

Vandaag kwam het nieuws van de vindplaats van vlucht MH370; het vliegtuig dat drie weken geleden van de Radar verdween en nu gelokaliseerd werd in de Indische Oceaan. Ongeloof nog steeds in Peking bij de nabestaanden.

Obama, de Amerikaanse president voor het eerst in Nederland en België voor de Nucleaire top en ingelaste G7 (ipv G8, maar Rusland is hiervan uitgesloten). De Nederlandse dag eindigde bij Koning en Koningin Alexander en Maxima voor een Diner. De tweede dag gaat richting Brussel.

Maar al die bewegingen op de wereld worden niet meer zo gevolgd door de mensen die ik vandaag getroffen heb zij hebben wel heugenis.

Nadat ik mijn pensioen ben gaan regelen, bij Miranda Kusters van het OCMW, besloot ik even binnen te wippen bij Hem. Ja Hem met een hoofdletter en dan bedoel ik Herman vuerstaek nu nog in de gezegende leeftijd van 105 jaar en die, bij leven en welzijn, binnenkort over de kaap van 106 zal gaan verblijft sedert afgelopen december in Rust- en verzorgingstehuis St. Anna. Het is tijd voor het middagmaal als ik er aan kom en Hem zit met enkele dames en een heer aan tafel. ‘Patat met wottele’ moot toch bekind zien in Wezent,  soep en een puddinkje, staat bij iedereen op tafel. Alleen Hem zal zijn eten van een verpleegster krijgen de rest van het gezelschap kan nog zelf overweg met het eten. Maar Hem schijnt geen trek te hebben en zegt op al het aangebodene, “ nei”! Op dat moment komt zoon Lucien binnen en zal ’t eten toch een andere wending nemen. Lucien begint met de pudding en Pa laat zich van zijn beste kant zien en begint te eten. Een half potje nam hij tot zich toen hij aangaf genoeg te hebben. We praten een beetje en ik merk dat het de zoon nu lukt om heel wat lepels soep binnen te spelen bij de eeuweling. Nu laat Hem weten er werkelijk genoeg van te hebben en naar zijn bed wil en daar geeft zijn zoon gehoor aan.

Als Hem weggebracht wordt, raak ik in gesprek met de dame naast mij, die het menu van de dag  in de tussentijd verorberd heeft. “Lekker Mevrouw”? “’t Gäët “ is haar reactie. “Lös geer aoch spruutsjes” vraag ik haar. “Iech eet ze neet zoe gäëre, ’n spruutsje of dreij eet iech dan gewoenlik, ze koke ze väöl te weik, ze mote eigelik ’n bitsje knapperig zien” . Uit ons verder gesprek zegt ze van Lanaken te zijn en dat ze als laatste aan de Lepelvormweg woonde kort bij de Camping. Zo’n drie jaar geleden heeft ze besloten om naar het verzorgingshuis te verhuizen, waarvan ze in het begin spijt had, maar zich toch na een tijdje er bij neergelegd heeft, nu vindt ze haar draai wel in het huis. Mieke Hensels zo heet het meisje dat nu drieënnegentig lentes telt. Pa en ma hadden vroeger op de Stationsstraat tegenover de Ster, de eerste frituur van Lanaken en toen het huis te klein werd zijn ze verhuisd naar de café tegenover de school (in de Koning Albertlaan) waar nu café …… ze twijfelt en komt niet op de naam, ik help haar en noem de naam Chevaljee, ze bevestigd de naam en zegt dan “ ’t waos toen wel ‘ne gewoene cafë neet zoe Sjik, dei man wat de zaak gekoch häët, dei häét dao ‘ne sjoene cafë van gemaok”. Als ik zeg dat hij nu weer te koop staat is ze verbaasd.

Als ik haar verlaat en naar de inkomhal ga om enkele namen te noteren omdat ik ze anders zou vergeten, komt er een mevrouw naast mij plaatsnemen. Haar bedrukt gezicht verraad dat ze zorgen heeft. “Good wäër hé medam” open ik het gesprek. “is ’t wërren genoog boete um met dit jëske nao boete te goon”? vraagt ze en wijst op een mooi  donker jasje dat ze aangetrokken heeft. Al gauw blijkt dat mijn nieuwe gesprekspartner  eveneens de gezegende leeftijd van 93 reeds bereikt heeft. “Ze koume miech seffens hole um nao ’t ziekehoes te goon want mien zuster is aan ’t sterve” , “neet zoe leuk”, is mijn reactie. “Geer zeet noe wel in ‘ne leeftied boe dat toch wel dékser gäët gebäöre, is 't neet?“. “Jao dat is zoe, mien zuster häët kanker”, zegt ze en haar ogen beginnen te tranen. Op dat moment, komt een grote kerel onze richting uit en gaat naast haar zitten. Het gesprek krijgt een andere wending, want in de stoel naast de vrouw zit op dat moment haar echtgenoot, de heer Hoebrechts Pierre, een bekende Lanakenaar zo blijkt uit ons gesprek en bij de herkenning van de man. Jarenlang is Pierre ‘de facteur’ geweest van Lanaken en daardoor kent Pierre heel wat mensen in Groot Lanaken bij naam en toenaam, hun besognes en hun talenten. We gaan hier niet in op de vele roepnamen alhoewel die een onderdeel van ons gesprek waren. Als ik zeg dat hij dan ook wel wat fooi heeft kunnen opstrijken bij de uitbetaling van de pensioenen, beaamt hij dat. “soms moos heer met miljoene op stap en dan euver dat brókske en dat tunnelke nao smeirmaos” zegt zijn vrouw. Iech höb heij in ’t röshoes aoch de pensioenen mote oetbetaole en dat waos miech ’n gedoons. D’n eine zaot bove op de zolder, de andere bij de keuij en d’n andere waos boete aon ’t wandele. Iederein moos toch oetbetaold weure. “t sjoenste waos dat ze allein geinterreseerd waore in de breefkes. ’t Zilvergeld interesseerde hun neet en waor fooi”.  Maar daar was Pierre het niet mee eens. Ik heb toen met de Zuster gesproken en gevraagd of ze mee wilde lopen met de uitbetaling en daarbij zou hij de deur op een kier zetten zodat de zuster mee kon luisteren en kijken. Hij heeft met de zuster een afspraak gemaakt en dat zonder dat zijn meerdere daarover ingelicht werden en de zuster moest het ook geheim houden. Pierre zou de cheques en het geld aan de zuster overhandigen die op haar beurt de uitbetaling zou verrichten. Later als Pierre de getekende cheques kwam ophalen zou de zuster dan de fooi die ze kreeg aan Pierre geven. Dat is zo lang goed gegaan totdat zijn meerderen bij  de Post op het lumineuze idee kwamen, om de cheques aan de directie te overhandigen, die tekenden voor ontvangst en de uitbetaling zou verrichtten, aan de gepensioneerden in het rusthuis.  Pierre vond dat een goed idee en heeft wijselijk maar niet gezegd dat dit al maanden gebeurde. Tijdens ons gesprek krijgt Pierre een kaartje aangereikt van het personeel. het blijkt een uitnodiging te zijn van twee nog in dienst zijnde collega's. Niet meer voor lang in dienst want Pierre en zijn echtgenote worden uitgenodigd op de afscheidsborrel door Alice en Jean Pierre die binnenkort met pensioen gaan.

Als ik het Rusthuis verlaat ga ik richting Smeermaas via de koning Albertlaan en de brug van Tournebride. Daar op de brug, kijk ik richting Neerharen en zie een prachtige gele omzoming van het kanaal, op de plaats waar het jaagpad nog niet zo lang geleden een nieuwe verharding gekregen heeft. Ik sla dus links af en ga richting al dat schoons om dat op de gevoelige plaat vast te leggen.

Als ik daar foto’s aan het schieten ben komt er een man aangewandeld die net nog de eenden aan het voeren was die in het kanaal rondzwemmen. Hij komt dat regelmatig doen en vandaag is het genieten in het zonnetje.

Na een kort gesprek en de vraag of hij van Lanaken afkomstig is bevestigd hij dat. Mijn nieuwe gesprekspartner vandaag blijkt Lambert Aerts te zijn en voor zijn pensioen was hij, ja zeker, facteur en ook met hem ging het over de uitkering van pensioenen en de fooien en ook hij bevestigde dat hij soms miljoenen bij zich had bij de uitbetaling. “Ik reed toen zelfs ook met een auto naar Bilzen en ik kon maar heel langzaam rijden, een fietser stak mij destijds op gemak voorbij”. “zoveel post’?, was mijn vraag, “Ja ook post maar heel veel geld”. Repliceerde hij.

De mannen hadden in feite een gevaarlijke job, die nu in onze tijd niet meer denkbaar is nu zijn de geldtransporten in handen van privé ondernemingen.

Mijn pensioen komt op rekeningnummer. En waar men vroeger de deur openzette voor de facteur en hier en daar een borreltje, pintje of kopje koffie klaar stond, gaat moeders nu naar een ongezellige ruimte, waar zelfs geen man meer achter de balie zit, enkele nummers intikken en dan ’t commando geeft ok, en dat allemaal zonder een eurocent fooi.





1570897-40652065e113bf7ed173a988dd99458b.JPG
De 105jarige Hem met een van zijn zonen Lucien, in het rusthuis.
1570897-f9418688e6aaf51389a4c707bcd144ae.JPG
De facteur Pierre met zijn verdrietige echtgenote vlak voor ze op bezoek gaat bij haar stervende zus.
1570897-a7c0ae8cc35f92bfcb0aa7275295be5f.JPG
Nog een hele weg voor de boeg tot aan hun pensioen.
1570897-365313d2cf5eb50ea7aaf8c8fd14512b.JPG
De mooie omzoming van het kanaal, Lente!
1570897-2a14a4f7bc7d376f177821d1ac193f3e.JPG
gepensioneerd facteur Lambert op de plaats waar hij vroeger speelde.
1570897-ce135dcb22f92662fa877eecfbfb7b31.JPG
AL vroeg er bij deze vlieg die in een bijenkleedje steekt.
1570897-2bb6a54029154c9441cf3a01378d14f5.JPG
Hier bij de duiker speelden wij, nu bedenk hoe gevaarlijk dat wel was.

Onder een mooi beeld richting Sluis Neerharen.
1570897-04c12c84df5e16442799ddf9528dfc6e.JPG

Teleurstelling en euforie bij gemeenteraadsverkiezingen Maastricht

’n Avondje verkiezingsuitslagen volgen in Maastricht. Het was een aparte belevenis, de spanning was te snijden.  Bij de eerste bekendmaking van enkele kiesbureaus  (15 van de 63)klonk er een gejuich bij de SP zij sprongen  van 4.87 naar 14.8%  een toename van 10%. Het zou zo blijven evalueren totdat de 63 kiesbureaus geteld waren en leverde de partij vijf zetels op een winst van 3 zetels.

Wethouder Aarts (VVD) had zijn positie ingenomen vlak bij de Secretaris’ kamer en bleef daar staan totdat de gehele uitslag bekend was. Zijn eerste daad in deze nieuwe legislatuur was daarna de handen schudden van de leden van de grootste partij de Seniorenpartij Maastricht.

In het midden van de zaal had Wethouder Nuss (PVDA)  een vaste stek ingenomen en naargelang de avond vorderde en daarmee de uitslag steeds duidelijker werd werden ook de rimpels op zijn voorhoofd duidelijker.

Verlies was er bij PVDA, CDA, VVD.

Zonder meer kan de zittende bestuursploeg gewoon verder gaan met haar beleid tenzij er een partij afziet van deelname, maar dat moet de toekomst uitwijzen.

De voorbije meerderheid met 22 zetels werd gevormd door . PVDA, SPM, VVD, Groen Links en D66.  Nu samen goed voor 23 zetels van de 39.

De onderhandelingen kunnen beginnen De Senioren als grootste partij zijn als eerste aan zet.

 



1568575-a3ee0bd603ebacaf9241ae419434c793.JPG

1568575-9c72838c66e7580be5e3ff7bd6c8e80d.JPG

1568575-1023904c095bc2a0ce5b5cf708bd56b8.JPG

1568575-e149ae961f9f08edf92f42c897c673e8.JPG

1568575-4f170ac190138f7e2d2a09b919e2953a.JPG

1568575-d384b61c8f641fe3fdb70d64ffbe7ef6.JPG

1568575-8e7fad442d42e8514e3777d5f98eca5e.JPG

1568575-a383429c6955f90474cc2ea34bff46ac.JPG

1568575-5168e46040aa8730c9c47f538b5609b8.JPG

Veel belangstelling voor historie Carnaval Smeermaas

Jean Marie Haesen is een verwoed verzamelaar van carnavalsattributen, meer bepaald medailles, pins en afbeeldingen. Niet alleen van Smeermaa, Groot-Lanaken en het Maasland, de verzamelaar gaat ook elk jaar naar Keulen en Aken, waar hij een enorme hoeveelheid medailles heeft kunnen strikken. 

De verzameldrift nam een aanvang toen Jean Marie zelf in 1998 prins werd bij de Grenspumpelére. Op verplaatsingen krijgt de residerend prins dan steeds pins,of medailles omgehangen van zijn vele collega-prinsen en prinsessen, en in een prinsenjaar zijn er dat heel wat.

Jean Marie wilde wel eens weten hoe het carnaval gevierd werd in het Rijnland en trok in zijn eentje na zijn prinsdom, op de 11e van de 11e naar Keulen. Ook Aken is een vaste plaats om te bezoeken, waardoor er van beide plaatsen een groot aantal medailles prijken in zijn verzameling. Vanaf die eerste bezoeken is hij daar elk jaar te vinden en werd daar besmet met ‘het medaillevirus’, waaraan hij lijdende is tot op de dag van vandaag. “In het begin kwam alles in een vitrinekast in de living maar op een gegeven moment heeft Janine (zijn echtgenote) mij naar de zolder verwezen, waar mijn verzameling een vaste plaats heeft gekregen” zegt de trotse verzamelaar.

 Voorzitter Servé, ex-prins Dominique en andere leden van het bestuur van de carnavalsvereniging ‘Nit te geluive’ opperden het idee om deze geweldige verzameling aan het grote publiek te tonen. En dat idee werd uitgebreid met kleding en foto’s die nog in bezit zijn van oud-leden en aanhangers van het carnaval in het grensgehucht Smeermaas en het kostuum van ex-prins Carlo van de Raod van Laon tot Aoke. Afgelopen weekend was het zover en mocht de verzameling voor één keer naar het ontmoetingscentrum van Smeermaas, waar het door heel wat mensen bekeken werd.

“In begin dachten we de tentoonstelling hier in huis te houden, maar met het aanbrengen van kostuums van oud-prinsen en –prinsessen hebben we geopteerd voor een tentoonstelling in het O.C.”, laat Jean Marie nog weten “en dat is een goede oplossing gebleken." 

Heel wat bezoekers haalden herinneringen op uit de rijke geschiedenis van het carnaval in Smeermaas, die begon met de eerste raad van elf, ‘de Pumpelérs’ in 1956. Zij installeerden als eerste Hooglustigheid ‘Jefke Huismans’ de bakker van Smeermaas. De vereniging ging echter al na een vijftal jaren teloor en er volgde een soort van interbellum. De idee voor een nieuwe raad van elf werd weer opgepikt in begin jaren '70, precies 11 jaar later.

Op Aswoensdag na het carnaval 1971 zaten toen enkele vaste klanten aan de tap in café Corona, bij waard en waardin Renee en Paula in Smeermaas. Zij keuvelden over het afgelopen carnaval.

“ ’t waos merk l…, bove de brögk zoate ze met vastelaovend ’n pötsje te kaorte” zei de witte Giel, “dao moot toch veraandering in kaome”. Hoe meer de waard zijn geestverruimende vocht aan de man bracht, hoe meer de idee gestalte kreeg, om een nieuwe raad van elf in het leven te roepen. Op die bewuste Aswoensdag werd door De witte Giel (+) grootvader van de verzamelaar, Juul de Backér (+), Jeng Simons (+) alias Puk, Nick Hendriks (+), en de toenmalige waard René Heemskerk (+), de basis gelegd voor een nieuwe raad van elf, die de toepasselijke naam ‘de Grenspumpelére’ toebedeeld kreeg een verwijzing naar de eerste raad en naar hun hobby, pintelieren. Hun eerste prins was, zijne hooglustigheid, Prins Bartho I. De Grenspumpelére hielden het 3 x 11, plus 2 jaren vol waarna de, nieuw gevormde, carnavalsvereniging ‘Nit te Geluive’, in 2007 de scepter overnam tot op de dag van vandaag,

Het begon met prins Johnny Penders van Nit te geluive en enige tijd geleden werd de 43e prins van Smeermaas gekozen, Prins Michaël de eerste resideert nu over Smeermaas. 

De dag na de tentoonstelling ligt de woonkamer en de gang bij de familie Haesen vol met de spullen die dienden tijdens de geslaagde dag in het ontmoetingscentrum van Smeermaas.

Er was maar een minpuntje, iemand heeft zich ontfermd over een medaille van Keulen. Ik hoop dat hij er veel plezier aan beleefd”, besluit Jean Marie, “Maar hij kan ze nog altijd terugbezorgen en in mijn brievenbus steken aan de Maaseikersteenweg 95 in Smeermaas”.

A"ls er mensen zijn die medailles of pins hebben van carnaval en ze aan mij willen afstaan zal ik ze persoonlijk komen ophalen”, laat de verzamelaar nog weten. Zijn gsm-nummer is 0472/873918.



1539288-bbbb8c0ee1f0b553a439cc16790c74a2.JPG

1539288-ee73a2e9b5417ef48cb2a0bd3a112307.JPG

1539288-a5569138e5a5b0b3252aeb25989b0f45.JPG

1539288-01f9d6a2f1e66304333788f41aba3c4e.JPG

1539288-56d06afdeba449d282f815e8f583bab5.JPG

1539288-430f155b8ab2167c13647d58f8fb46ae.JPG

1539288-e716014645543c3d139fe8e86dead9c5.JPG

1539288-b08ef2318bb9b9a9bb10c01a3608a835.JPG

1539288-fba955a635b94d28c0b4499ec027f06a.JPG

Wat was de reden van De Caritat de Peruzzis om in het verzet te gaan tijdens de Groote Oorlog?

In het begin van de 1e wereldoorlog, kreeg Lanaken te kampen met grote geldnood. Een 40 tal huizen waaronder het huidige Alicebourg, werden, even als de schoolgebouwen, gendarmerie, Pastorij en kapelanij in brand gestoken, op 4 oktober 1914, bij de beschieting van Lanaken, door de Duitse Troepen, in gevecht met de groep vrijwilligers van Burgemeester Edgard De Caritat de Peruzzis 1879-1914.

De weder opbouw van de overheidsgebouwen kostte aan de gemeente handen vol geld, dat niet aanwezig was en waarvoor leningen opgehaald werden, met toestemming van de bevoegde overheid.  
Naast deze enorme schadeposten en de ontstane grote werkeloosheid, doordat de grens met Nederland was afgezet met een elektrische prikkeldraadversperring. Door deze versperring konden de mannen niet meer op hun werk geraken, in de Maastrichtse fabrieken. Tevens kreeg Lanaken, doordat het een grensgemeente was, hogere inkwartieringskosten voor de Duitse troepen te betalen, dan andere gemeenten.
Kwam daar nog eens boven op, dat de Duitse overheid een aantal gemeenten, waaronder Lanaken, belastte met de kosten, voor het vernielen van een huis in Vroenhoven, dat toebehoorde aan een Nederlands onderdaan.

De gepensioneerde officier, uit het Nederlands leger, Waldema Fresow, woonde in Vroenhoven (grenzend aan Maastricht) en werd al snel door de bevolking ervan beticht, al te goede relaties te onderhouden met de Duitse bezetters. Om die reden, werd hij op een dag opgewacht door een aantal Belgen, die hem bij thuiskomst ontvoerden en per militair voertuig afvoerden naar Antwerpen, om daar te verschijnen voor de krijgsraad. Door deze Antwerpse krijgsraad werd de man echter vrijgelaten.  

Wie waren de mannen die de man ontvoerden en naar Antwerpen brachten. Waren daar mannen van de verzetsgroep van de Caritat de Peruzzis bij?

Waarom ging de Caritat de peruzzis overigens in het verzet? Hij was burgemeester van Lanaken, gehuwd en vader van drie (twee) kleine kinderen. De toekomst van het jonge gezin, werd onderbroken op de 4e augustus met de inval van de Duitsers. In de beginperiode van de Groote Oorlog, had Edgard, als Burgemeester, aan de oproep voldaan, om de klas van 14 op te roepen en ze zelfs naar het kamp van Beverloo te brengen met kar en paard. Het daarvoor gerekwireerde paard, van limonademaker Willems, sneuvelde daar zelfs bij, waarvoor later aan de gemeenteraad een vergoeding werd gevraagd van 1000 franken.

Uit de zitting van april 1916 blijkt het volgende: “Aangaande de schadeloosstelling van het gestorven paard, toebehoorende aan Joseph Willems-Gelissen, limonaden-fabrikant alhier, dat voor het Belgisch Gouvernement gerekwireerd geworden is voor het vervoer der militianen der lichting 1914 naar het kamp van Beverloo en dat tijdens het transport bezweken is, beslist de raad de noodige maatregelen te nemen opdat den eigenaar ten minste eene som van 400 franken nu konde bekomen in afkorting op de waarde van zijn gestorven paard, aangezien hij oogenblikkelijk geld nodig heeft”.

Andere burgemeesters in zijn omgeving werden opgepakt en gevankelijk weggevoerd, omdat zij de klas van 14 opgeroepen hadden en in sommige gevallen eveneens naar het kamp hadden gebracht.

Naar de Limb. Koerier verneemt, zijn de Heren. “Victor Marres, burgemeester, en M Schiepers, secretaris, van de nabij Maastricht gelegen gemeente Vroenhoven (Montenaken), door Duitsche Dragonders gevangen genomen en meegevoerd. Eveneens is dit het geval met dhr M. Scholberg', burgemeester van de iets verder gelegen gemeente Sichen-Sussen-Bolre Deze aanhoudingen zijn geschied naar aanleiding van het door de Duitschers uitgevaardigde bevel dat de Belgische gemeentehoofden niet de bij kon. Besluit  voorschreven oproeping  voor manschappen  der jongste lichting mochten uitvoeren, of voor hun vervoer zorgen. De Duitschers stellen zich nl. op het standpunt  het bezette deel van België thans Duitsch grondgebied geworden is en dat er geen orders van een vreemden  Soeverein (in casu den koning der Belgen) mogen worden uitgevoerd”. Bron: Tilburgsche courant 28-09-1914.

Was dat voor de Caritatde Peruzzis de aanleiding om een aanhouding te ontlopen en in het verzet te gaan? Stond een arrestatie ook hem te wachten? Het is aannemelijk, dat dit zijn feitelijke beweegreden was, om in het verzet te gaan. Hij had namelijk in opvolging van het Koninklijk Besluit, de lichting van 14 opgeroepen en zelfs vervoerd naar het kamp van Beverloo.

Zijn aangehouden collega burgemeesters kwamen voor de krijgsraad.

Men schrijft ons uit Maastricht:”Gisteren is te Tongeren in hooger beroep het geding behandeld tegen de burgemeesters en secretarissen der gemeenten Vroenhoven, Sichem, Sussen Bolre, Fall-Mheer, Millen, Groot Spouwen en Klein Spouwen, ter zake van het oproepen der lichtingen 1914. Weer werden de beklaagden vrij gesproken. Nog altijd weigert echter de majoor Sterzel uit Tongeren de vrijgesprokenen in vrijheid te stellen. Hij zegt ze te willen houden tot het einde van den oorlog”. Bron: Het nieuws van den dag: kleine courant 16-10-1914. 

Het verhaal van Waldemar Fresow, de Nederlandse gepensioneerd militair die in Vroenhoven woonde in het begin van de Groote Oorlog en die bij regelmaat aangehaald wordt in de gemeenteraadsverslagen van Lanaken i.v.m. de oorlogsschatting van 4.000 frank.

“MAASTRICHT, 10 Oct 1914. (Van onzen Maastrichtschen correspondent).

De te Vroenhoven (Belgisch-Limburg) bij Maastricht wonende W. Fresow, gepensionneerd onderofficier van het Nederlandsche leger, werd in de tweede helft der vorige maand (midden augustus dus) door de Belgen gearresteerd. Toen Fresow met zijn wagen uit Maastricht arriveerde, werd hij nabij zijne woning, in een Belgischen militairen auto gezet. Ofschoon Fresow heftig protesteerde, het hielp hem niet, en de man werd naar Antwerpen gebracht. Daar heeft hij moeten terechtstaan voor den krijgsraad en zich moeten verantwoorden voor de opvallende vriendelijkheden, welke hij voor de Duitschers betoonde. De krijgsraad heeft Fresow vrijgesproken en hij is in zijn dorp teruggekeerd”. Bron: De Tijd,  godsdienstig-staatkundig dagblad 10-10-1914

Tijdens zijn afwezigheid, rond 15 augustus, kort na de inval van de Duitsers, had men zijn huis zodanig vernield, dat de Duitse overheid zich genoodzaakt voelde om de dorpen: Veldwezelt, Vlijtingen, Vroenhoven en Lanaken verantwoordelijk te stellen en een oorlogsschatting op te leggen als schadevergoeding. Elk aangeduid dorp moest bijdragen voor het lenigen van de schade aan het huis, welke schade in totaal geschat werd op 12.000 frank en waarbij Lanaken alleen al, voor een derde belast werd.

Op de 19e october  1914, kwam dit als eerste punt op de agenda van de gemeenteraad in Lanaken.  (de raad werd voorgezeten door 1e Schepen Mathijs Winten 1841-1929. Burgemeester de Caritat de Peruzzis, die de raad als burgemeester voor het laatst had voorgezeten op 21 juli, was toen reeds overleden in Hamont, tijdens een gevecht met de Duitsers op 7 oktober)

De som van 4000 frank moest voor vrijdag 23 oktober, op last van de heer Arrondissement Commissaris, gestort zijn, anders zouden de schepenen en secretaris in het gevang belanden.
De raad besloot nu in de zitting van 19 oktober: “om aan de Geldersche Krediet vereeniging te Maastricht, de som van 4.000 franken te ontleenen; het schepen college te verzoeken de regeling dezer leening, het in ontvangst nemen en betaling dier som naar behoore te doen”.

De toestemming werd verkregen en de geleende som werd in bewaring gesteld, op de Bank Schaetzen en Cie te Tongeren, waar het in beslag werd genomen door de Duitse Overheid. (Bank Schaetzen werd opgericht in 1881, door Bankier Oscar Joseph Schaetzen, 1836-1907,  die tot 1881, provincieraadslid was voor de katholieke partij)

In de gemeenteraadsvergadering van zaterdag 25 april 1915 wordt de gestorte som teruggeëist en besluit de raad:

“Met eenparigheid van stemmen, het schepencollege te machtigen in recht te handelen om de teruggave der gestorte som van 4.000 fr te bekomen. Ten dien einde hetzij eischer, hetzij als verweerder voor alle rechtbanken te verschijnen; gevende buitendien volstrekte macht om de gemeente Lanaeken voor het gerecht en elders waar het noodig kan zijn te vertegenwoordigen en hare belangen te verdedigen. Aan de Heeren Bellefroid, advokaat te Hasselt en Meijers, advokaat te Tongeren”.

Uit de gemeenteraadsvergadering, , van 28 augustus 1916, waarbij Dr Alfred Lejeune, voor het eerst als dienstdoend Burgemeester-voorzitter de raad voorgaat blijkt: dat aan de gemeente deze som terug is betaald, maar dat ze integraal aangewend werd, voor de inkwartieringskosten van de Duitse troepen. “Gezien onze beraadslaging van 1914, houdende aanvraag om eene leening van 4.000 franken te mogen aangaan bij de Geldersche Krediet Vereeniging te Maastricht en bestemd als contributie in de zaak Frésow;  Gezien dat voormelde som, ons is terugbetaald geworden en het zelve is moeten gebruikt worden tot voldoening van inkwartieringskosten, bij gebrek aan andere geldmiddelen;
Besluit de Raad, aan de bevoegde overheid de goedkeuring dezer beslissing te vragen en deze geldleening na den Oorlog terug te betalen”.

Enkele  opvallende berichten over Fresow, verschijnen in verschillende kranten na de Oorlog, als de grond in Vroenhoven onder zijn voeten te warm wordt en de man zich weer gevestigd heeft in Maastricht.

De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad 16-03-1922

“Waldemar Fresow, een Duitscher van geboorte en oud-onderofficier van het Nederl. Leger, woonde in 1914 te Montenaken (België). Bij de bezetting door de Duitschers werd hij tot burgemeester benoemd. Dezer dagen heeft het Assisenhof te Tongeren, onder voorzitterschap van den Luikschen raadsheer Neven, hem veroordeeld tot 20 jaar dwangarbeid. Fresow woont inmiddels te Maastricht”.

En de Limburgse Koerier

MAASTRICHT. 20 Jaren dwangarbeid.

“Waldemar Fresow, een Duitscher van geboorte, welke als onderofficier van het Nederlandsche leger, jaren lang te Maastricht in garnizoen heeft gelegen, woonde bij het uitbreken van den oorlog te Montenaken. even over de Hollandsche grenzen Toen de Duitschers daar hun intrede deden werd hij door hen als burgemeester van Montenaken benoemd. Op een nacht werd hij door een afdeeling van het Belgische leger gevangen genomen en naar Antwerpen gebracht. Hij werd echter door de Duitschers ontzet en werd naar zijn woonplaats teruggevoerd. Toen de macht van de Duitschers ten einde liep, ging hij weer naar Hollandsen gebied terug. Thans is hij door het Assisenhof van Tongeren onder voorzitterschap van den raadsheer van liet Luiksche Gerechtshof Neven, bij verstek tot 20 jaren dwangarbeid veroordeeld, wegens het bewijzen van diensten aan den vijand”. Bron: Limburgse koerier 16 mrt 1922

Uit de Rechtszaal. Twintig jaar dwangarbeid.

“Waldemar Tresow, Duitscher van geboorte, die langen tjjd in het Nederlandsche leger gediend had, woonde in het begin van den oorlog in Montenaken (België.) Door de Duitschers werd hij, om de diensten hun bewezen door het requireeren van paarden, enz., benoemd tot burgemeester van Montenaken.“Een Belgische patrouille, hem beschouwend als heulend met den vijand ontvoerde hem én zou korte metten met hem gemaakt hebben;'indien de Duitschers hem niet ontzet hadden. Toen hij de kans schoon zag, trok hij naar Nederland (Maastricht).  Door het Assisenhof te Tongeren, voorgezeten door den Luikschen raadsheer Neven, werd hij dezer dagen veroordeeld tot 20 jaar dwangarbeid”. Bron dagblad voor de Arbeiderspartij 16-03-1922

20 JAAR DWANGARBEID.

“De Duitscher Waldema  Fresow die lang als onderofficier in Nederlandschen dienst bij Maastricht in garnizoen had gelegen, woonde bij het uitbreken van den oorlog even over  de grens in Montenaken. De Duitschers benoemden hem tot burgemeester dezer gemeente. Op een nacht lichtte een sterke Belgische patrouille hem op en ontvoerden hem naar Antwerpen. Daar zouden korte metten met hem zijn gemaakt, ware hij niet door de Duitschers ontzet geworden. Toen het voor de Duitschers begon mis te loopen, maakte hij zich tijdig uit de voeten en vestigde zich weder te Maastricht. Thans heeft het Assistenhof te Tongeren hem tot 20 jaren dwangarbeid veroordeeld, wegens het bewijzen van diensten aan den vijand. Bron Het Vaderland” : staat- en letterkundig nieuwsblad 16-03-1922

Na de Groote Oorlog is de Nederlander van Duitse afkomst naar Nederland gevlucht en komt hij in opspraak als blijkt, dat hij vijf jaren lang een huis dat eigendom is van de gemeente, bewoond heeft zonder een gulden huur te betalen en zich zelfs verrijkt aan gemeentegrond.

Uit den Raad van Maastricht. Een exploitant van gemeente-eigendommen.

“Bij een voorstel van een woningbouwvereniging tot aankoop van een aan de gemeente toebehoorend terrein met huis gelegen aan de Bleekerij No. 8, waarvoor fl.3.000,00 was geboden en waarvoor aan den raad goedkeuring werd gevraagd, kwam een eigenaardige zaak aan het licht. klauwen (S.D.A.P.) maakte B. en W.' er een heftig verwijt van, dat van 1920 af ,dus bijna vijf jaar lang, iemand in dat huis van de gemeente heeft gewoond,, zekere Waldema Fresow, zonder daarvoor ook maar een cent huur te betalen, terwijl hij zich bovendien, een in de nabijheid liggend stuk terrein van de gemeente had toegeëigend, en weer aan een ander had verhuurd voor fl. 27,00 per maand. - Ruim vier jaar lang, woonde hij daar dus voor niets en trok elk jaar nog: fl. 324,00 aan huur op. Spreker begrijpt niet hoe zoo iets mogelijk is. en wijt dit in hoofdzaak aan het slordig beheer van B en W, vooral  van het vorige kollege. De voorzitter zegt dat in deze zaak reeds een onderzoek is ingesteld. Toen de gemeente in 1920. dat pand kocht, behoorde Fresow niet onder de huurders. Klauwen deed het voorstel een nauwkeurig onderzoek in te stellen, Opdat zeer duidelijk uitkome, aan wie de schuld ligt, en die meneer Fresow bovendien te vervolgen wegens inbraak en oplichting”. Bron:Het volk : dagblad voor de Arbeiderspartij 24-09-1925.

Uit dit alles blijkt dat de Belgen die Fresow, in het begin van de oorlog ontvoerden om hem te berechten voor heulen met de vijand, het bij het rechte eind hadden.

De Duitschers in Lanaken 1914

Een verslaggever van de Graafschapbode maakte het volgende verslag dat op 1september 1914 verscheen.

De bedoelde zondag viel op 30 augustus toen de feiten zich afspeelden.

De toestand in en om Maastricht.

Zondag (30 augustus) begaven zich zoowel 's morgens als 's middags, een groot aantal wandelaars in de richting van Smeermaes en Lanaeken, een paar grensdorpjes op een half uur afstand van Maastricht, waar sedert Donderdag Duitschers waren ingekwartierd. Door onze grenswacht werd echter niemand doorgelaten, die geen behoorlijke pas kon toonen. Tegen 12 uur werd vanuit de richting Tongeren schieten gehoord en tegen hallf twee waren toen al de aanwezige Duitsche troepen overhaast in die richting afgetrokken. In de boerderij van Kallen tegenover het station was een sterk detachement cavalerie Ingekwartierd, een koe was geslacht en een groot aantal kippen, eenden en konijnen hadden eveneens het leven moeten laten. De binnenplaats lag als bezaaid met afgeslagen kippenkoppen en veeren Ook hadden zij nog een paard meegenomen. De boer had een zoogenaamd bonnetje, een eenvoudig uit een notitieboekje gescheurd blaadje, daarvoor in betaling gekregen. Op de keukendeur was met krijt geschreven :„Wachtstube 3e Komp.' Ook op andere, plaatsen waren nog paarden meegenomen, in 't geheel een 15-tal en allen hadden bonnetjes gekregen. Bij Amedée Martens, een café, kreeg ik er een te zien. Het luidde: „1 Pferd an die 3e Comp. Landw. inf. Rgt 20 afgegeben. Lanaeken 23-8-1914. SÜNGER, Landw. Unterofficler".

De Burgemeester (Edgard de Caritat de Peruzzis toen nog in leven) toonde mij voor een bedrag van 6000 Mark van die bons. Hij had zes paarden moeten afgeven en had op zijn landgoed Peterheim gedurende eenige dagen een aantal Duitsche officieren Ingekwartierd gehad. Zaterdagavond was een soldaat van het 20e landweer regt., geboeid. Op aanwijzing van een burger, bij wien hij 60 francs uit de kast had gehaald, werd hij met een touw vastgebonden, in een kamertje opgesloten en door twee gewapende manschappen bewaakt. Toen de troep vertrok, werd hij of zijn paard vastgebonden meegevoerd. In de Gendarmerie, waar een aantal gehuwde gendarmen woonden, Is op werkelijk vandalistische' wijze huisgehouden. Alies Is daar kort en klein geslagen Met woest geweld zijn de kleederen en beddegoed vernield, kachels en fornuis omvergegooid, spiegels en schilderijen stuk geslagen en de boeken en papieren door elkaar geworpen en vertapt. Op de markt werd de Belgische vlag van het raadhuis gehaald en verbrand en op een in aanbouw zijnd hoekhuis de Duitsche vlag uitgestoken. In den winkel van Delzaine werd alles wat voor het venster stond, de straat opgegooid Van andere molestaties hoorde ik echter niets Op alle plaatsen waar zij in de café's waren geweest, hadden zij ruimschoots betaald. Bij eer boer op de Smeermaes, waar er zes waren geweest, gaven zij aan het dochtertje bij hun verrek ieder 20 pfennig. Er zullen, evenals overal elders in de maatschappij, ook in het Duitsche leger goede en kwade elementen zijn.

De burgemeester van lanaken zal daarna aan het hoofd van een groep vrijwilligers de Duitsers regelmatig bestoken. De groep de Caritat verplaatst zich op motoren. Zo is er een aanval op Duitse soldaten in het dorp Mopertingen bekend

Den 27e september had eene schermutseling plaats in de parochie (Mopertingen), tusschen Belgische vrijwilligers, die te Lanaken verbleven en Duitsche patroeljes: twee Duitsche soldaten werden nog al ernstig gekwetst, Daarop volgden eenige angs(t)volle dagen voor de gemeente, De Duitschers kwamen met versterking terug: De vrijwilligers trokken zich terug in de richting van Lanaken achtervolgd door den vijand, De Duitschers schoten op de vluchtende burgerbevolking: het is als een wonder dat niemand geraakt werd, de Burgemeester, zijn broeder Lambert Jans, zijn schoonbroeder Arthur Meyers, Hendrik Parthoens en andere burgers werden gevangen genomen, Hendrik Parthoens wed mishandeld zoodanig dat hem het bloed langs het aangezicht drupte, Zij werden verantwoordelijk gesteld voor het optreden der Belgische vrijwilligers, Indien er door deze nog geschoten werd op het grondgebied Mopertingen, dan zouden zij allen worden doodgeschoten en de gemeente zou worden afgebrand, Dewijl er gedurende eenige dagen niets meer was voorgevallen werden de hogergenoemden in vrijheid gelaten, doch gedurende vele dagen moesten de leden van de gemeenteraad zich beurtelings als gijzelaar stellen te Bilzen. Enkele dagen later zijn dan de hier onder vermelde feiten voorgevallen. 

Edgard zal in oktober van 1914 als enige van die groepvrijwilligers het leven laten te Hamont eveneens bij een gevecht met de Duitse troepen die hen vanaf 4 oktober na een aanval op Lanaken, waarbij de Duitsers heel wat openbare huizen en burgerwoningen in brand staken, doen vluchten richting Hamont. Na de dood van De Caritat werd zijn lichaam naar Maastricht getransporteerd en gaven zijn mannen zich over aan de nederlandse Grenswacht, die hen arresteerden en interneerden.

republikeinse kalender

Als je genealogisch onderzoek doet kom je de periode tegen waarin de Fransen ook in onze streken de republikeinse kalender invoerden. Er bestaan richtlijnen om die data om te vormen tot de Gregoriaanse kalender. Ik vond een artikel in een almanak uit het jaar 1899.

De Franse republikeinse kalender, ontworpen door de wiskundige Charles-Gilbert Romme en de schrijver, acteur en dichter Fabre d'Églantine, werd ingevoerd tijdens de Franse Revolutie als gevolg van de scheiding van Kerk en Staat. De tijd werd niet langer vanaf de geboorte van Christus gerekend, maar vanaf 22 september 1792, de geboorte van de Eerste Franse Republiek.

Tekst uit de Almanak van 1899 in overgang naar een nieuw millennium de 20e eeuw. Uit het Hoogduits vertaald. geschreven door  pastoor L. Kist.

In Frankrijk werd tijdens de groote revolutie het moderne heidendom plechtig ingeleid met de afschaffing van den ouden, christelijke Almanak en de invoering van eenen materialistischen. Het Convent (naam dien de nationale vergadering in de Fransche revolutie na den 10en augustus 1792 aannam), sprak hieromtrent zijne bedoeling onverholen uit. Fabre d’Englantine, een ongeloovig, heet gebakerd toneeldichter, zei op den 6 october 1793 in het Convent:

 “wij kunnen de jaren, tijdens welke de koningen ons verdrukten, niet beschouwen als eenen tijd waarin wij geleefd hebben. De vooroordeelen van den troon en van de Kerk bevlekten elke bladzijde van den almanak, waarvan wij ons bedienden. Dat is echter nog niet het ergste. Het langdurig gebruik van den gregoriaanschen kalender heeft het geheugen des volks met een aantal denkbeelden opgevuld, die het langen tijd heeft vereerd en welke nog altoos eene bron zijn van godsdienstige dwalingen (?). Het is dus meer dan tijd deze droomen van domheid (!) te vervangen door datgene, wat door de rede als waar is erkend, en in de plaats van priestervoordeelen de waarheid van de natuur te verkondigen, Gij moogt in zaken  van onderwijs het volk geen andere denkbeelden onder het oog brengen, den die, welke geheel en al het karakter van algemeen nut hebben. Derhalve moet gij door den almanak, het meest gelezen volksboek, liefde tot den landbouw inprenten. Het landbouwbedrijf is voor een volk, dat door hemel en aarde met oveel voorliefde wordt betracht, eene hoogstbelangrijke zaak…… de priesters hebben op iederen dag eenen heiligen geplaatst. In deze lange rij is geen methode; zij heeft geen nut; het is veeleer eene aaneenschakeling van bedriegerijen. De Heiligen moeten uit den almanak verdwijnen en plaats maken voor essentiële, wezenlijk bestaande dingen, namelijk de nuttige voortbrengselen der aarde, de werktuigen, waarvan wij ons bij den akkerbouw bedienen, de huisdieren, deze trouwe helpers bij onzen arbeid.  Deze huisdieren hebben veel meer waarde voor ons, dan de door Rome Heilig verklaarde geraamten uit de katakomben…. Daarom vermelden wij achter iederen dag: de zaden, de struikgewassen, de boomen, de knolgewassen, de bloemen en vruchten, welke de natuur ons dan juist oplevert, en achter ieder quintidi (vijfde dag der decade (week van 10 dagen). Het huisdier, hetwelk daarop betrekking heeft, en achter ieder decadi (tienden dag) het werktuig, dat de werkman in de volgende dagen noodig heeft. Daardoor zullen wij tevens verwijzen, dat de tijd gekomen is, dat de boer hooger staat dan alle koningen de aarde te zamen, en dat de akkerbouw als de eerste kunst der burgerlijke samenleving geldt. Op die manier zal ieder burger van Frankrijk weldra het noodzakelijkste van  den akkerbouw verstaan, en weldra zullen de stedelingen leeren, wat de natuur op iederen tijd van het jaar voortbrengt”.

De christelijke feestkringen, de feest- en herinneringsdagen der heiligen, de tijd van advent en vasten de octaven van é h. Sacrament en Allerzielen werden afgeschaft.

 Het eerste jaar en de eerste dag van den nieuwen republiekeinschen kalender begon op den 22 september 1792. Het jaar was verdeeld in 36 decades (weken van 10 dagen). De 12 maanden, ieder van 30 dagen, heetten; Vendémiare, (Wijnmaand van 22 september tot 21 october), brumaire, (Nevelmaand) frimaire ( rijp- of rijmmaand), Nivóse ((sneeuwmaand), ventóse (windmaand), pluvóse (regenmaand), Germinal (kiemmaand of spruitmaand), florial (weidemaand), messidor (oogstmaand), thermidor (hittemaand), fructidor (vrucht- of fruitmaand).

De laatste dag van deze maand was de 16e september van ons jaar. De vijf overige dagen (in een schrikkeljaar 6) van het republikeins jaar (jours complememtaires, aanvullingsdagen of sansculottides naar de sans culottes (broekloozen) tengellooze aanhangers der volkspartij genoemd) heetten: de eerste (17 september) jet feest van het genie, de tweede het feest van den arbeid, de derde het feest der daden, de vierde het feest der belooningen, en de vijfde het feest der meening. De 10 dagen van iedere decade (week) heette: primidi, duodi, tridi, quartidi, quintidi, sextidi, octidi, nonidi en decadi, de rustdag.

Buitendien had iedere dag van het jaar nog zijn bijzonderen naam. De namen der dagen van de eerste maand of vendémiaire werden aldus genoemd: a

1. Druif 2. Saffraan, 3. Kastanje, 4. Tijloos (in de herfst bloeiende krokusachtige bloem) , 5. Paard, 6. Balsemijn, 7. Gele knol of raap, 8. Duizendschoon, 9. Pastinaak (pinksterwortel), 10 kuip, 11. Aardappel, 12. Gele immortelle (helicryse of strobloem), 13. Paddestoel, 14. Breukkruid, 15. Ezel, 16. Nachtschoone (geurende bloem, latijnsMirabilis jalapa ), 17. Pompoen, 18. Boekweit, 19. Zonnebloem, 20. Wijnpers, 21. Hennep, 22. Perzik, 23. Pootraap, 24. Gort (gepelde gerst), 25. Os, 26. Melanzaanappel (aubergine), 27. Druivenkruid, 28. Gouden liefdesappel (tomaat, latijnse naam poma amoris) , 29. Gerst, 30. Vat, ( dat waren alzoo de moderne heiligen der eerste maand van den republikeinsche almanak).

Hoe edel, hartroerend, leerrijk en verdienstelijk een dag te beleven gewijd aan het paard, den ezel, den os, de kuip en het vat. Alle professoren, onderwijzers en onderwijzeressen, allen vaders en moeders, allen gouverneurs en gouvernantes werd ingescherpt hunnen leerlingen en kinderen den nieuwen almanak te verklaren, hun die in het geheugen te prenten en hen aan het gebruik te gewennen, Maar de Franschen bekreunden zich geenszins om de namen, die men aan de 365 dagen had gegeven: ze noemden ze met de getallen der 30 dagen. Zij noemden bijvoorbeeld de eerste dag des jaars 1 vendémaire.

De republikeinsche kalender was zeer ingewikkeld en wijl ook de indeeling der uren veranderd was, bracht hij eene groote verwarring te weeg met betrekking tot de bepaling van geboortedagen, de vervaldagen van rente en eindigen van contracten. Na een veertienjarig bestaan werd hij door een decreet van den 9 september 1805 door Napoleon afgeschaft en sedert den 1 januari 1906 houdt men zich in gansch Frankrijk aan den Gregoriaanschen almanak. Tot op den huidigen dag (geschreven in de almanak van 1899) ondervindt Frankrijk nog de nadelige gevolgen van dezen heillozen kalender. Het volk verleerde het vieren van de zon- en feestdagen: men werkte op die dagen openlijk: de godsdienst-uitoefeningen werden niet bijgewoond, en jaren achtereen naderde men niet tot de H. sacramenten. Dit was en is nog vaak het geval bij de mannen in de groote steden .

De beide opstellers van den eersten republikeinschen almanak, Gilbert Romme en Philippe françois Nizaire Fabre dÉglantine, twee verwoede voorvechters van de revolutie en hevige Jacobijnen stonden voor den dood van Lodewijk XVI: beiden werden later door de eigen partij van verraad beschuldigd en ter dood veroordeeld. Fabre werd den 5. April 1794 met Danton en Camille Desmouline op het schavot geguillotineerd. Romme, zijn doodvonnis vernemende, doorstak zich met eenen dolk, even als zijn vijf medemakkers, Duquesnoy, Gonjou, Bourbotte, Duroy, en Soubrany. Fabre en nog twee anderen waren onmiddellijk dood, 3 april 1794. De drie anderen werden bloedend naar het schavot gesleurd en onthoofd.

Meer van Uit alle delen van Groot Lanaken

↑ Terug naar de berichten