1 april – 21 april 200829 augustus – 14 september 2008
Voorwoord.
Na mijn wandeltochten in 2006 en 2007 moest er toch nog een vervolg komen.
Ik heb gekozen voor de Ruta de la Plata. De aanvang in Sevilla en eindigt in Santiago de Compostela.
Het is een route, die van Zuid naar Noord Spanje loopt en vanaf Zamora westelijk naar Santiago.
Deze route wordt nu nog niet zoveel bewandeld, maar het zal binnen een paar jaar veel drukker worden, omdat de Camino Francés “overbevolkt” raakt. Elk jaar komt er ca. 10 á
15 % pelgrims bij.
De totale afstand van Sevilla naar Santiago bedraagt ca. 1000 km. Het is aan te raden deze route te lopen in het voorjaar of in het najaar, vanwege de grote hitte in de zomer in Andalusië en Extramadura.
De Extramadura is dun bevolkt. De dorpen zijn klein en liggen soms ver uit elkaar, soms wel 40 km.
De overnachtingen zijn in albergues, refugio, en hostals. Een hostal is een eenvoudig hotel en de prijs is laag.
De kwaliteit van de albergues is wisselend. Het gaat van goed tot slecht. Dat geldt ook voor de hostals.
In overleg met het thuisfront heb ik besloten deze tocht in 2 fasen te lopen.
Ik start 1 april in Sevilla en loop dan naar Salamanca en eind augustus van Salamanca naar Santiago.
Het 1e deel loop ik weer met Michel uit Fontainebleau en het 2e deel met Jef. We willen op dezelfde manier lopen als eerder. Overdag loopt iedereen meestal zijn eigen weg en ’s avonds zien we elkaar weer in de refugio of albergue.
===============
De historie.
Enkele eeuwen voor onze jaartelling waren de Romeinen in oorlog om Spanje te veroveren. Zij vonden Spanje erg belangrijk vanwege de vele grondstoffen. Het had ook veel vee en veel graan. Om dit land te kunnen veroveren, waren er wegen nodig om de troepen te kunnen verplaatsen.
De eerste gegevens van het tracé van de Ruta de la Plata dateren uit ca. 100 jaar vóór Christus.
Eerder was er al provisorisch een weg gebaand door bewoners, die hun vee verplaatsten op zoek naar geschikte plaatsen om het vee te laten grazen.
Later kwamen er ook de Grieken, die weer tin, goud en zilver ruilden tegen olijfolie, wijn en stoffen uit Galicië.
Later profiteerden zowel het militaire als handelsverkeer van deze route.
Een systematische aanleg van de route gebeurde onder de Romeinse keizers. De wegen werden op professionele wijze aangelegd en waren 5 tot 7 meter breed.
De weg werd voorzien van mijlpalen, miliaros, waarvan er nog steeds langs de route staan. Op de mijlpaal stond de naam van de keizer, die het traject van de weg had laten aanleggen.
Onderweg werden onderkomens gebouwd voor overnachting, verblijf en bevoorrading van de reizigers. Vaak bevonden deze onderkomens zich in een bevolkingskern.
Het verval van het Romeinse rijk in de 5e eeuw en de invallen van de Germanen bracht Spanje in verval. Het gebruik en onderhoud van de weg ging sterk achteruit. Door de goede kwaliteit van de weg bleef de kwaliteit lange tijd redelijk.
Rond 700 na Chr. konden de Moren deze weg nog gebruiken om snel op te rukken naar het noorden. In de 13e eeuw werden de Moren teruggedrongen en in ca. 1500 definitief verslagen.
In de Middeleeuwen werd de route in hoofdzaak gebruikt om jaarlijks de schapen te verplaatsen naar vruchtbaardere gebieden.
De oude route loopt gedeeltelijk in de buurt van de N630, evenals de Ruta de la Plata, welke de pelgrims bewandelen.
De route voor de wandelaars is vaak dezelfde weg als de oude heerweg. Alleen ligt de oude weg dan vaak onder de huidige weg of pad. Ook wel onder het asfalt van de N630.
In 1990 en 1991 hebben Vrienden van de Camino de Santiago de route gelopen en vastgelegd.
Sindsdien is de belangstelling voor de Ruta de la Plata gegroeid, mede doordat de Camino Frances “overbevolkt’ lijkt te worden.
Het aantal pelgrims, dat deze route volgt, stijgt zo snel, dat er hard wordt gewerkt om de voorzieningen voor de pelgrims uit te breiden. Ook hier wordt het steeds commerciëler.
===============
17-04-2008
Kaartje aanclicken
De route.
De route loopt van Sevilla naar Santiago de Compostela en trekt door de volgende provincies: Sevilla, Badajos, Caceres, Salamanca, Zamora, Ourense, Pontevreda en A Coruna.
Er worden enkele grote steden gepasseerd. Zoals Sevilla, Merida, Caceres, Salamanca, Zamora, Orense en Santiago de Compostela.
Het zijn steden met een rijke historie en waren zeer belangrijk in de Romeinse periode.
De route is onderweg redelijk goed gemarkeerd. Het gebeurt d.m.v. de bekende gele pijlen, in Andalusië ook door geglazuurde tegel met de schelp op de gevels. In de Extramadura met granieten blokken en Castilië door wit-rode blokjes.
Dag 0: 31 maart 2008. Etten-Leur – Sevilla
Om 6.00 uur staan we op. Ik heb goed geslapen. Dit is in tegenstelling tot de vorige grote tochten. Het lijkt erop, dat het went.
We hebben ruim de tijd, want de rugzak staat gereed voor vertrek. Er is zelfs nog tijd om samen koffie te drinken.
We gaan met de trein naar schiphol en ik vlieg met het vliegtuig naar Sevilla.
De trein vertrekt om 7.30 uur van Etten-Leur naar Roosendaal. We staan al om 7.00 uur op het station in Etten-Leur.
In Roosendaal moeten we overstappen op de trein naar Schiphol. Het is een Intercitytrein. Deze stopt alleen in de grotere steden.
Het weer is druilerig. Het regent constant een beetje.
Om ruim 9.00 uur zijn we op Schiphol. Ik kan meteen inchecken. Het vliegtuig vertrekt om 11.20 uur. Dus we hebben royaal de tijd om samen koffie te drinken.
Om 10.30 uur lopen we naar de douane en nemen afscheid voor, naar verwachting, voor 31/2 week.
Corrie neemt de trein naar Utrecht om Charlotte en Josie te bezoeken.
Om 10.45 uur kan ik instappen.
Het is een vliegtuig van Air Berlin. Het is een Boeing 757. Hier kunnen ca. 200 passagiers mee vervoerd worden.
Om ca. 13.45 uur is er een tussenlanding op Mallorca. Het is hier zonnig weer. Volgens het vliegpersoneel is het ca. 15 graden.
Om ca. 15.00 uur stijgen we weer op om naar Sevilla te vliegen. Het is weer een Boeing 757. Het vliegtuig is maar voor ca. 50% gevuld.
Om 16.30 uur landen we in Sevilla.
Het is hier een aangename temperatuur. Het is ca. 22 graden en volop zon.
Zodra ik mijn rugtas van de band heb gehaald, loop ik naar de uitgang. Heerlijke temperatuur.
De afstand naar Sevilla is ca. 10 km. Even overweeg ik deze afstand te gaan lopen. Ik doe het niet. Het is dag 0 en dan ga ik geen 10 km lopen. Dus ik neem een dure taxi.
Om ca. 18.00 uur arriveer ik in de vooraf gereserveerde Hostal Santa Maria.
Michel is er niet. Ik bel hem op. Hij ligt aan de rivier te slapen. Hij komt meteen.
De hostess geeft mij ook een kamersleutel, zodat ik niet op Michel hoef te wachten.
Het is een eenvoudige kamer. Ik pak mijn spullen uit.
Even later komt Michel. Het is leuk om hem weer te zien. We praten even bij. Hij heeft wat last van zijn knie en van een teen. Hij zegt, dat het moet lukken.
De Hostal is vlak bij de Cathedraal. Dus we gaan naar de Cathedraal. Helaas gesloten.
We gaan dan maar een café con leche drinken. Daarna gaan we weer naar de Cathedraal en naar de Reales Alcázares. Dit is een burcht uit de Romeinse tijd. Ook gesloten. Hier logeert de koninklijke familie, als zij Sevilla bezoeken.
Dan gaan we op zoek naar het beeld van Jacobus, het vertrekpunt van deze Camino Ruta de la Plata.
Na enig zoeken vinden we Jacobus boven een ingangsportaal van de Cathedraal.
De Cathedraal is gebouwd op de funderingen van een grote moskee van Sevilla. Het is een gotische kerk en qua grootte de derde grootste Christelijke kerk, na de Sint Pieter in Rome en de Sint Paul in Londen. Van de moskee zijn alleen de Patio met de Oranjebomen en de Giralde behouden gebleven.
Het is erg druk op straat. Heel veel mensen lopen te flaneren en druk met elkaar te praten.
Ik krijg van Corrie een sms-bericht, dat ze weer thuis is en dat ze leuk gewandeld heeft met Charlotte en Josie.
Net voor 19.00 uur kunnen we aan de zijkant nog de kerk in. Er wordt een H. Mis opgedragen. Er lopen ca. 50 toeristen door de kerk en er zitten 5 gelovigen in de banken.
Als we de kerk verlaten zien we een kantoortje, waar enkele mensen gereed staan om weg te gaan. Ik vraag waar we een Credential (pelgrimspaspoort) kunnen halen. Een man zegt, dat het in dit kantoor is. Dat is geluk hebben. Meteen het goede kantoor en net vóór 19.00 uur.
We moeten een officieel formulier invullen. Daarna krijgen we de Credential. Het is een Credential, speciaal voor de Ruta de la Plata. De man zet er meteen de eerste stempel in van de Cathedraal. We zijn er blij mee.
Het is heerlijk weer hier. Meer dan 20 graden. Om 20.30 uur gaan we op zoek naar een restaurant om te gaan eten. We eten op een buitenterras.
Ik neem een Paella met zeevruchten en een glas wijn uit Andalusië. Ik voel me nu al weer thuis en ik heb nog niet gelopen.
Om 21.45 uur gaan we terug naar de Hostal. Ik ga nog even schrijven. Michel bereidt de dag van morgen voor.
Om ca. 22.30 uur sluit ik mijn dagboek en ga slapen.
Dag 0 is voorbij.
Ik heb eigenlijk nog niet veel gezien van Sevilla. Ik wil hier nog een keer terugkomen. Het lijkt me een schitterende stad.
========================
16-04-2008
Dag 1: 1 april 2008. Sevilla – Guillena: 22 km. Cum. 22 km.
Om 7.30 uur staan we op. Het is nog donker buiten. Ik heb redelijk goed geslapen.
Om 8.00 uur staan we buiten. Als we naar het vertrekpunt lopen, kunnen we in een bar koffie drinken en iets eten. Ik neem een broodje, dat ik nog heb van gisteren.
Om 8.15 uur zijn we weg. We lopen door de straten van Sevilla naar de brug Puente de Triana.
Het is erg druk op straat.
We gebruiken het routeboek, want de markeringen zijn beperkt. De markeringen, die er zijn, zijn wel mooi. Behalve de gele pijlen zijn er ook mooie tegels gebruikt op de gevels.
We passeren de Kapel Del Cachorro met op de gevel een heel mooi tegeltableau.
Er staan in de stad veel sinasappelbomen. Vaak hangen er nog sinasappels aan. Ze zijn waarschijnlijk nog van het vorige seizoen. Ze zullen wel niet erg smakelijk zijn.
Net buiten Sevilla steken we een autosnelweg over, lopen langs een groot parkeerterrein voor vrachtwagens en lopen via een voetgangersbrug over de rivier de Gualdalquivir. Daarna lopen we ca. 2 km langs deze rivier en niet naar het dorp Camas.
We komen bij Santiponce.
Het is stralend weer hier. De zon schijnt volop. Het is om 10.00 uur al ruim 20 graden.
Op de akkers staan hier meest geen gewassen. Soms staat er graan ca. 10 cm hoog. Op het meeste land staan geen gewassen.
Hier lopen we langs een grote boerderij. Achter het hek lopen wel 10 honden, die erg tekeer gaan. Buiten het hek lopen ook een paar honden. Deze zijn ongevaarlijk, want ze staan niet eens op als we ze passeren.
Om ca. 10.00 uur zijn we in Santiponce. Als we Santiponce inlopen, passeren we een benzinestation. De benzine kost hier € 1,12. Dat is € 0,40 goedkoper dan in Nederland.
Ik pluk hier een sinasappel en proef deze. Hij is verschrikkelijk zuur. Het is wel duidelijk waarom er nu nog sinasappels aan de bomen hangen. Niet te “vreten”.
We drinken op een terras koffie en gaan daarna verder naar de ruïnes van Italica. Italica was ca. 200 jaar na Chr. een belangrijke Romeinse kolonie. Na een aardbeving in de 4e eeuw na Chr. kwam de kolonie tot verval.
We bezoeken de ruïnes. Het is maar goed, dat er overal tekeningen en plattegronden hangen, wat het geweest zou moeten zijn, anders was het niet te zien.
Het best bewaard is het amfitheater. Het is helemaal verweerd, maar het is wel indrukwekkend.
We spreken 2 Duitse pelgrims. Ze komen uit Hamburg.
Er lopen hier veel collega-pelgrims. Het zijn bijna allemaal Duitsers. Als ze elkaar zien, vragen ze maar meteen of de ander ook Duitser is. Dat is dan ook zo, behalve bij mij dan.
Als we Italica verlaten, is tegenover de uitgang een bar, waar we wat eten. Ik neem een Tortilla (omelet met stukjes aardappel). Het is in de bar maar een smerige boel. De tafels zijn niet schoon en er ligt erg veel rommel op de vloer.
Na Italica lopen we langs een hoofdweg verder. We passeren nu een Zwitser, die ook vandaag is gestart.
Het waait hier heel erg, maar de temperatuur is uitstekend.
We komen bij een aantal Eucalyptusbomen. Hier gaan we een breed puinpad op. Dit pad is volgens het routeboek ca. 7,5 km lang. Het pad loopt heuvel op, heuvel af, tussen landbouwgebied met bijna nog geen gewassen.
Halverwege ontmoeten we een man naast de fiets. In een kist achter op zijn fiets heeft hij een sinasappel. Hij geeft die aan ons en wenst ons Buen Camino.
De mensen zijn over het algemeen wel vriendelijk. Steeds horen we "Buen Camino" en zie ik ze denken: "nog 1000 km". Er zijn zelfs chauffeurs van auto’s die claxonneren en zwaaien. Ze zijn vriendelijk en behulpzaam, als je iets vraagt.
We komen bij een rivier. Er is geen brug, dus moeten we er doorheen. De rivier is wel 30 á 40 m breed. Volgens het routeboek kun je er doorheen lopen. Dus we trekken onze schoenen en sokken uit en lopen door het water naar de overzijde. Het water is niet erg koud. In het midden is het water ca. 40 cm diep. De bodem is redelijk vlak, zonder stenen of dergelijke.
Om ca. 14.45 uur zijn we enkele kilometers voor Guillena. We lopen langs een groot terrein met olijfbomen. De route loopt door een olijfbomengaard.
De bomen staan vol met bloesemknoppen. Onder de bomen ligt een irrigatiesysteem. Dit heeft al flink gefunctioneerd, want het looppad is soms erg modderig.
We komen bij een grote cactusplant, waarvan al veel bloemen in bloei staan.
Er staat een Duits echtpaar bij om foto’s te maken. Ik maak ook een paar foto’s. Zij willen in 2 maanden naar Santiago lopen.
Vlak voor Guillena lopen we tussen de sinaasappelgaarden. De ontluikende bloesem ruikt heerlijk.
Het is nu erg warm geworden. Ik denk tussen 25 en 30 graden.
Als we Guillena binnenlopen, gaan we op zoek naar de gemeenterefugio. Het is een sporthal. Het is er erg slecht. We moeten slapen op turnmatten en het ziet er smerig uit. Dit willen we niet.
We lopen naar het centrum en gaan naar Hostal France. Er is nog plaats. Er komen steeds meer pelgrims. Alleen Duitsers en een Zwitser (Walter). Zij zijn allemaal in de sporthal geweest en weggegaan.
Na het douchen gaan Michel en ik wat boodschappen doen. Ik neem een paar broodjes. Ook koop ik een paar telefoonkaarten. Dat is goedkoper dan mobiel bellen of met munten.
Als we terug in de hostal komen ga ik mijn dagboek schrijven.
Om 18.45 uur gaan we bellen. Het lukt niet met de telefoonkaarten. Wat blijkt: het zijn telefoonkaarten voor binnenland. Ik ga terug naar de verkoper en krijg mijn geld terug voor de niet gebruikte telefoonkaarten.
Om 20.30 uur kunnen we eten in de hostal. Michel en ik zitten aan tafel met de Zwitser Walter. Hij vertelt wat hij zoal heeft gedaan voor zijn pensionering en wat hem heeft gebracht tot deze wandeltocht.
Om ca. 21.45 uur zijn we klaar en moeten we voor het Menu del Dia (3 gangen met wijn)
€ 8,- betalen.
Daarna gaan we naar bed.
==========
Dag 2: Guillena – Castilblanco de los Arroyos: 18 km.Cum. 40 km.
We nemen een ontbijt aan de bar in de hostal. Het zijn 2 geroosterde halve stokbroodjes met boter en jam met café con leche. Het is niet veel, maar voor het vertrek is het voldoende.
Om goed 8.00 uur vertrekken we. Vóór 8.00 uur is het nog donker. Dan kun je alleen maar verkeerd lopen, omdat je de markeringen gemakkelijk kunt missen.
We lopen naar de sporthal en pakken hier de route weer op.
Het weer is goed, maar het is wel bewolkt.
We lopen langs een rijksweg, gaan van de weg af en lopen naar een rivier. We hoeven er niet doorheen, omdat er voor werkzaamheden een dam is gelegd.
We gaan langs de rivier naar een brug en vervolgens langs de rijksweg.
Na 1 km is er een pijl naar links. We kunnen van de weg af. Dat is mooi.
We lopen nu in de Sierra de Norte.
Het is een pad tussen mooie vrijstaande huizen. Even later komt er een man naar ons toe en zegt, dat de pijl niet goed is en dat we door moeten lopen en na 1 km linksaf moeten. Ik vertrouw hem niet. We gaan toch terug en gaan langs de rijksweg verder. Het is gevaarlijk. De berm is smal en de auto’s houden geen rekening met het gepeupel langs de weg.
Na 1 km gaan we links af door een industriegebied.
Hier zien we ook de Zwitser Walter. Toen wij vertrokken, zat hij nog te eten. We zijn dus toch misleid.
Na het industriegebied lopen we ca. 4,5 km over een pad met aan beide zijden olijfbomen, sinasappelbomen en graan. Het ruikt heerlijk door de bloesem.
In de berm staan al veel bloemen in bloei, zoals rozen, stokrozen en veel inheemse planten. Er staan zelfs palmbomen. We komen langs een ruïne van een kasteel, dat in het veld staat.
Tegen 10.00 uur komen we bij een Haciënda (uitgestrekt landgoed). We gaan via een ouderwetse prikkeldraadpoort naar binnen. Het is een natuurgebied van duizenden ha groot. Het landschap verandert meteen. Het zijn geen gestructureerde olijf- of sinaasappelgaarden, maar grasland met struiken brem, kurkeiken en soms olijfbomen.
Er staan struiken met prachtige bloemen. Ik probeer er mooie close-up foto's van te maken.
In de verte zie ik een paar koeien in het wild lopen.
Het is een breed pad van ca. 3 m breedte. In het begin is het pad prima, maar later wordt het steeds minder.
We ontmoeten iemand op een tractor. De man zegt, dat we verkeerd lopen en dat we een stukje terug rechts af moeten. We lopen terug. Inderdaad. Er staat een pijl, maar ook weer niet erg duidelijk welke richting hij aangeeft.
Om ca.11.00 uur lopen we de haciënda weer uit via eenzelfde prikkeldraadpoort. We gaan meteen weer een andere Haciënda in. Het blijft hetzelfde. Een mooi landschap met eiken en olijven.
Er zijn mannelijke en vrouwelijke eiken. De mannelijke hebben nu meeldauw en de vrouwelijke bloesem. De meeldauw bestuift de bloesem. Dit geeft later de eikels.
Niet ver van ons horen we autoverkeer. Dus het eind van de Haciënda nadert.
Michel en ik gaan in de schaduw zitten om te eten. Het is bijna 12.00 uur.
Na het eten gaan we verder en komen bij de autoweg. We moeten even langs de autoweg lopen. Daarna moeten we oversteken en via een smal pad lopen we richting Castilblanco. Het is dan nog ca. 4 km.
Vlak vóór Castilblanco staan er 2 pijlen. Een naar links en een rechtdoor. We nemen de linker. Fout. Er volgen geen markeringen meer. Dus terug.
We volgen de andere pijl. Een stuk verder gaan we links af het dorp in.
Op de kerktoren zien we ooievaarsnesten met ooievaars. Dus de ooievaars zijn al weer terug.
Castilblanco is een dorp met alleen witte huizen. Veel gevels hebben mooie tegeltableaus. Het ziet er hier verzorgd uit. Alleen jammer, dat er een doorgaande weg door het dorp loopt.
Na veel omzwervingen en veel vragen belanden we in de refugio. Het is een nette refugio. Op mijn kamer staan 5 stapelbedden en Michel slaapt op een andere kamer.
Ik ga eerst douchen en kleren wassen. Daarna gaan we naar een bar tegenover de refugio. Daar neem ik een salade en een cana grande (grote pils), want het is erg warm.
Om 16.00 uur gaan we terug naar de refugio en ga ik mijn dagboek schrijven.
Bij de ingang ligt een gastenboek. Ik kijk erin en zie, dat een kennisje mij groet. Heel leuk.
Na het dagboek schrijven doen Michel en ik boodschappen. Etenswaren en drank voor morgen. We passeren morgen geen dorpen. In alle boeken wordt geadviseerd voldoende eten en drinken mee te nemen.
In deze refugio heeft men Internet. Ik stuur snel een briefje rond.
Om 20.00 uur gaan Michel en ik eten in de bar tegenover de refugio. We bestellen een Menu del Dia (menu van de dag). Het bestaat uit een kippensoep met brood, 2 schijfjes varkensvlees en enkele frietjes en een puddinkje als nagerecht. Er wordt royaal brood bij geserveerd en een fles wijn. De kwaliteit van de wijn is het niveau van “spoelwater”. Ik leg Michel uit dat dit soort wijn in Nederland “Chateau Migraine“ heet. Het is voor hem nieuw, maar hij vindt het een goede typering van deze wijn.
Tijdens het eten komt een Duitse vrouw en man bij ons zitten. De man komt uit Bremen en de vrouw uit Bonn.
Als we klaar zijn gaan we naar de refugio. Ik kom om ca. 21.30 uur op de slaapkamer. Het licht is al uit en iedereen ligt al in bed. Ik ga ook meteen slapen.
=============
15-04-2008
Dag 3: 3 april 2008. Castilblanco de los Arroyos – Almadén de la Plata: 30 km.
Cum. 70 km.
Om 6.45 uur sta ik op. Michel en ik gaan naar de bar aan de overzijde voor een ontbijtje met koffie. Als we daar binnen komen, zijn er al de eerste gasten. De meesten voor koffie, maar er zijn er ook, die al aan de wijn of een borrel zitten.
We vertrekken om 7.45 uur.
Nadat we het dorp uit zijn, komen we bij een hoofdweg. De weg zullen we ca. 18 km moeten volgen.
Er rijden praktisch geen auto’s op deze weg. Het is de weg naar Almadén de la Plata. Halverwege zullen we de weg verlaten.
We lopen op de rand van de weg. Het is naast de autoweg.
Het is een mooi natuurgebied met veel kurkeiken. De stam van de meeste bomen is kortgeleden ontdaan van de schors. Dit is de kurk. Nu hebben de stammen een donkerrode kleur.
Om ca. 9.00 uur is het prachtig weer. Het is volop zon. De temperatuur is toch maar 16 graden. Het is windstil.
Ik trek mijn vest uit en zet mijn hoed op. Het is jammer, dat we over deze weg moeten lopen.
Om 9.15 uur passeren we 2 pelgrims, die langs de kant van de weg zitten te eten.
Om 10.15 uur lopen we nog steeds langs de weg. Het zal nog wel 11/2 uur duren.
We praten wat onderweg. Ineens zegt Michel: Jan, jij zegt, dat de Franse tafelwijn vaak een Chateau Migraine is. Weet jij welke kaas je daarbij moet eten? “La Vache Qui Rit”.
Ik vertel hem dat vorig jaar een Fransman mij “Kaaskop”noemde. Toen zei ik tegen hem, dat ik Frankrijk een mooi land vond, maar dan zonder de Fransen.
De natuur naast de weg is mooi. Veel bloemen. Ik kan echter zien, dat het voor veel planten nog te vroeg is voor de bloei.
In de schaduw van enkele Eucalyptusbomen eten we wat en rusten even. Het wordt steeds warmer. Het is nu 22 graden.
Om 11.00 uur komen we bij de ingang van het natuurreservaat: Parque de El Berrocal. Deze natuurgebieden worden Finca’s genoemd.
Hier komt bijna niemand, omdat het afgelegen ligt. Er komen praktisch alleen pelgrims, die het gebied doorkruisen. Tijdens onze doortocht zien we dan ook alleen enkele pelgrims.
We lopen over een breed puinpad. Links en rechts van het pad staan practisch alleen geschilde kurkeiken en wat struiken. Zo nu en dan staan er groepjes Eucalyptusbomen. Naast het pad is de grond geploegd. Het ziet er erg mooi uit.
Dit natuurgebied is langzaam stijgend, soms dalend. Uiteindelijk is de stijging ca. 220 m.
De temperatuur om 12.30 uur is ca. 25 graden. Het is windstil en een heldere, zonnige hemel.
Het lopen gaat goed. Ik moet wel veel drinken. Ik heb er op gerekend. Bij vertrek had ik 2 liter vocht meegenomen.
Plots houden de kurkeiken op en worden het naaldbomen en later afgewisseld door Eucalyptusbomen.
Om 13.30 uur gaan we weer in de schaduw zitten. De temperatuur blijft stijgen.
We verlaten dit natuurgebied en lopen door een meer verwilderd gebied. Er staat gaas omheen. Wij lopen buiten het gaas. Het is hier totaal anders. Er staan hier allerlei bomen en struiken door elkaar, zoals kurkeiken, naaldbomen, Eucalyptussen en allerlei struiken. De paden zijn een soort karrenspoor.
Er lopen ook wilde paarden. De meesten dragen bellen. Dat geeft veel herrie. Daarna ontmoeten we ca. 15 koeien op het pad. Als we dichterbij komen slaan ze op de vlucht.
We komen zo nu en dan op betere paden.
De laatste klim is een heel steile. Ik moet onderweg meerdere malen even rusten.
Als ik op het hoogste punt ben, zie ik tussen de bomen het plaatsje Almadén de la Plata liggen. Het zijn allemaal witte huizen.
Het is nu erg warm.
Het pad naar beneden is erg steil. In het begin is het pad goed, maar later wordt het verschrikkelijk slecht. Er liggen grote losliggende grote stenen. Het is nu goed opletten.
Halverwege wacht ik op Michel. Na ca. 15 minuten zijn we samen.
Samen gaan we verder naar Almadén.
Net vóór het dorp zien we de eerste zwarte varkens. Ze heten Pata Negra. Daar ze meestal in de gebieden lopen met veel kurk- en steeneiken eten ze veel eikels. Hierdoor krijgt het vlees een bijzondere smaak.
Om 14.30 uur lopen we Almadén in.
Het is zoeken naar de refugio. Het is een mooi gebouw met goede voorzieningen. Er zijn kamers met elk 5 stapelbedden. De beheerster is erg behulpzaam.
In de loop van de middag loopt het vol. Voor de laatsten, 2 Engelsen, is er geen bed meer. Zij gaan slapen op matrassen op het dakterras. Lijkt me voor de nacht een beetje koud, want ’s nachts koelt het flink af.
Na het douchen gaan Michel, een Fransman Renée en ik in het dorp een biertje drinken. Renée vertelt, dat hij 56 jaar oud is en al 5 jaar is gepensioneerd. Hij heeft in de mijnen gewerkt in de Elzas als elektricien. Deze werden 5 jaar geleden gesloten en iedereen werd met pensioen gestuurd. Nu is hij elk jaar minimaal 2 maanden van huis voor diverse wandeltochten.
Er zijn in dit dorp 2 kerken. Een Moorse en een katholieke. Beiden zijn gesloten.
Na terugkomst ga ik wassen en schrijven.
Om ca. 17.00 uur gaan er weer wat winkels open. We doen boodschappen voor morgen en ik bel naar huis. Alles is in orde.
Om 20.00 uur gaan we in het dorp eten met Renée. Renée woont in Verdun.
Om 21.30 uur lopen we terug naar de refugio en gaan meteen slapen.
===============
Dag 4: 4 april 2008. Almadien de la Plata – Monesterios: 37 km.Cum. 107 km.
Michel is om 6.00 uur al op. Hij loopt maar te drentelen. Om 7.30 uur is het pas licht. We hadden nog afgesproken niet te vertrekken, als het nog donker is, maar hij kan niet wachten. Ik denk, dat hij 37 km teveel vindt. We moeten wel, want daar is de eerste slaapgelegenheid.
Om 6.45 uur vertrekken we. Ik heb een klein lampje. Het is nog donker. Het weer is goed.
We lopen het dorp uit en lopen de bergen in.
Door de donkerte zien we de pijlen niet. Ook niet als we bij een hoofdweg komen. Hier zou minimaal een markering moeten zijn. Dus we gaan terug.
We komen een auto tegen en vragen de chauffeur naar de Camino. De man zegt, dat we terug moeten en door een poort verder moeten.
Om 7.45 uur zijn we bij de poort. Dus voor niets om 6.45 uur vertrokken. Nooit meer doen !!
We passeren voor het eerst weilanden met zwarte varkens.
We komen nu in de Finca’s. Dat zijn grote landerijen met duizenden hectaren grond, weilanden en natuurgebieden. Meestal staat centraal in de Finca een mooi vrijstaand landgoed.
De markeringen, gele pijlen, in het Spaans: flecha amarillos, zijn goed in dit gebied.
We gaan een Finca uit en een andere weer in. De scheiding is door gaas met poorten.
We lopen een tijd langs de bedding van een rivier.
Michel blijft regelmatig achter, omdat zijn wandelsnelheid lager ligt dan van mij. Regelmatig wacht ik op hem.
Hier staan overal steeneiken in het veld met een beetje karig gras eronder en hier en daar bremstruiken.
De paden zijn van puin en het gebied is heuvelachtig.
Om ca. 9.30 uur lopen we nog in de schaduw, omdat de zon nog achter de bergen is. De temperatuur is goed en het wordt steeds warmer.
Het is hier erg stil. Het is een groot natuurgebied en er is niemand te zien. Soms hoor je een zuchtje wind. Er is ook bijna geen vogelgeluid.
We passeren een boerderij met veel zwarte varkens, veel geiten en ook veel schapen.
Ook lopen we langs een complex, dat fungeert als werkplaats voor uit te voeren werkzaamheden in de Finca. Er lopen een paar werklieden rond.
Het blijft heuvelachtig. Het is of klimmen of dalen.
We lopen richting El Real de la Jara. Ik zie in de verte al huizen staan en ook een mijlpaal met getal 3. Dit betekent, dat het nog 3 km is naar El Jara.
We passeren een gedenkteken van José Luis Salvador. Hij is de stichter van de Camino de Santiago Via de la Plata in zijn huidige vorm. Hij is in 1995 overleden.
Om 11.30 uur lopen we El Real de la Jara binnen. Het is weer een dorp met alleen witte huizen. Het ziet er erg verzorgd uit. Practisch alle dorpen in de Sierra Norte zijn wit.
In het centrum drinken we koffie en eten een broodje.
In de bar zit een Duitser, die zijn schoenen versneden heeft. Zijn schoenen zijn eigenlijk te klein. Hij kreeg blaren. Daarom heeft hij stukken uit zijn schoenen gesneden. Nu heeft hij nergens meer last van, zegt hij. Maar wat als het gaat regenen?
Om 12.15 uur gaan we verder richting Monesterio. Het is nog 20 km te gaan. Dus we moeten doorstappen. Bovendien wordt het flink warm.
We lopen nu over paden, die aan beide zijden zijn voorzien van gestapelde muurtjes van ca. 1,50 m hoog.
We verlaten de provincie Andalusië en komen nu in de provincie Extramadura. Deze provincie is zo groot als Nederland. De provincie is weer opgedeeld in 2 regio’s. De een met de hoofdstad Merida en de ander met de hoofdstad Badajos.
We komen weer door een gebied met in hoofdzaak eiken en struiken brem, die in bloei staan.
We moeten weer door een riviertje. We hoeven onze schoenen niet uit te trekken. Er liggen genoeg stenen, waar we op kunnen stappen. Er zitten veel kikkers. Het is een druk gekwaak langs de oever. Het zal wel paringstijd zijn.
Over deze afstand zijn we geen dorpen tegen gekomen. Er wordt ook geadviseerd voldoende vocht en eten mee te nemen. De temperatuur loopt op tot ca. 25 graden.
We zien hier voor het eerst granieten markeringen. Het zijn blokken van 60x60 cm. Aan één zijde een gele, blauwe of een geel/blauwe tegel. Geel betekent, dat het de route Ruta de la Plata is (dus nieuw). Blauw betekent, dat het de Romeinse route, Calzada Romana, is (dus oud). De geel/blauwe tegel betekent, dat het zowel de Romeinse als Ruta de Plata is ( dus je loopt nu over de Romeinse route). De gele baan aan de bovenzijde geeft de looprichting aan.
Overal staan hier eikenbomen. Je vraagt je af waarvoor dit hout gebruikt wordt, want de stam is meestal maar 2 meter hoog en meestal nog krom en vervormd.
Om 15.00 uur zijn we bij de kapel van St. Isidoris. Dan moeten we nog 8,5 km lopen.
We gaan uit het natuurgebied en moeten langs de N630 lopen. Na een paar km kunnen we over een pad lopen, onder de eucalyptusbomen, dat parallel loopt aan de N630.
De temperatuur stijgt nog steeds, maar ik kan er goed tegen. Het gaat goed.
Ik zie aan Michel, dat het vandaag wel erg veel voor hem is. Hij moet zijn ritme van elke dag wandelen nog vinden.
We gaan van het pad af en lopen weer naast de hoofdweg. Het is weer gevaarlijk.
Volgens het routeboek is de laatste klim de zwaarste. Maar elke keer als ik op een top ben, komt de volgende. Het zijn venijnige kuitenbijters. Michel ziet het niet meer zitten en begint te mopperen over de lange afstanden en dat ik te hard voor hem loop. De Cruz del Puerto is de laatste klim, maar ook de ergste en zwaarste. Om 16.30 uur bereiken we deze laatste top en zien we Monesterio liggen.
Het is een ook steile afdaling naar Monesterio.
Bij het binnenlopen van Monesterio zien we een hostal. We gaan niet verder.
In de bar tegenover de hostal drinken we eerst een cana grande ( grote pils). Dat hebben we wel verdiend vandaag.
We lopen naar de hostal Moya. Er is nog een kamer vrij. Niet goedkoop.
Na het douchen lopen we naar het dorp. Ik zou ook een mail willen sturen. Men verwijst mij naar de Casa Cultura (bibliotheek). Het kan nog net voor de sluitingstijd van 20.00 uur.
We doen nog wat boodschappen en om 20.30 uur kunnen we eten.
Er zijn nog 2 pelgrims bijgekomen.
We eten gezamenlijk. Het zijn de Zwitser Walter en de Duitser Günter, die ik vanmorgen tijdens het wandelen nog heb gesproken, toen hij verkeerd liep.
Ik neem een voorgerecht uit deze streek. Het is een soep met alleen ingrediënten uit deze streek. Het hoofdgerecht is het vlees van de zwarte varkens (pata negra). Het smaakt iets zoeter dan ons varkensvlees.
Om 22.00 uur gaan we naar bed.
Ik slaap als een roos.
=============
14-04-2008
Dag 5: 5 april 2008. Monesterio – Fuente de Cantos: 22 km. Cum. 129 km.
Om 6.45 uur staan we op. Om 7.30 uur kunnen we ontbijten. Het is een gebruikelijk ontbijtje. 2 Halve geroosterde stokbroodjes, boter, jam en koffie. Er zijn ook mensen, die hier komen ontbijten, alvorens naar het werk te gaan.
Er zijn maar 5 pelgrims in deze hostal. Ik had er meer verwacht bij de ingang van het dorp.
We hoeven niet te haasten, want het is vandaag maar een korte etappe.
Om 8.15 uur vertrekken we. We lopen het hele dorp door en om 9.00 uur zijn we het dorp uit.
We lopen voorbij een sportaccommodatie en gaan de natuur in.
Het pad is weer aan beide zijden voorzien van gestapelde muurtjes en overal staan in de weilanden steeneiken.
Er zijn hier veel weilanden met zwarte varkens, maar ook wel schapen.
We lopen weer door Finca’s.
Een Duitse vrouw passeren we en even later de Duitser Günter, die gisteren bij ons aan tafel zat. Als de vrouw een weiland passeert, komen een aantal varkens naar haar toe rennen. Ze loopt naar de varkens en roept: Ich liebe schweinen. De varkens schrikken en rennen weg.
Het gaat nu beter met Michel. Hij ziet het weer helemaal zitten. Hij wil langzamer lopen en blijft achter.
Dit natuurgebied is anders dan gisteren. Gisteren leek het meer gestructureerd. Gisteren hoorde ik weinig vogels, nu plaatselijk heel veel, vooral in de eucalyptusbomen.
Om ca. 9.30 uur stoppen we bij 2 granieten markeringspalen om wat te eten. Daarna gaat het steeds Finca uit en daarna weer Finca in.
Meestal staat het gras wat schraal. We lopen hier tussen de varkens.
Opeens loopt er een groot zwart varken op Michel af. Hij komt angstig teruggelopen. Hij durft er niet langs. Ik, als boerenzoon, loop gewoon door en het varken slaat op de vlucht. Dan heeft Michel weer praatjes.Hij was helemaal niet bang.
We komen een Frans echtpaar tegen. Zij lopen in de tegenover gestelde richting. Ze zijn gestart in Canceres en lopen nu naar Sevilla. Michel vindt het een leuke vrouw. Ik trouwens ook. Deze route is gemarkeerd in de richting van Santiago. Dus het zal niet altijd eenvoudig zijn.
We komen bij een punt, waar een granieten kubus staat richting links en een grote gele pijl richting rechts. We weten het niet en kiezen voor de kubus.
We komen nu in een Finca met links van het pad olijfbomen en rechts graan. Dat heb ik nog niet veel gezien. Het graan is niet hoger dan 25 cm en de aren zijn al aan het rijpen. Ik denk, dat dit graan geoogst zal worden, alvorens de droogte begint. Er ligt ook veel omgeploegd land, waar geen gewas op staat. We passeren steeds meer graanvelden.
We passeren weer eucalyptusbomen. Weer zitten er veel vogels in de bomen, die druk kwetteren en tsjilpen.
We zien in de verte vaag een klein dorpje liggen. Als we in de buurt komen, staat nergens een plaatsnaambord. We vragen aan iemand of dit plaatsje Fuente de Cantos heet. Hij zegt, dat dit dorp 6 km verder ligt aan deze weg. Dus een foute keuze gemaakt. We hadden de gele pijl moeten volgen. Dus we gaan weer verder richting Fuente.
Het is een saaie asfaltweg met gelukkig weinig verkeer. Het is niet ongevaarlijk, want de strook langs de weg is smal. Als er een auto aankomt, moet ik van
de weg. Sommige chauffeurs zijn niet erg vriendelijk.
Langs de weg liggen in hoofdzaak graanvelden, soms weilanden met schapen.
Het is warm. Het is nu 13.30 uur. Ik verwacht om 14.30 uur in Fuente te zijn.
Tegen 14.30 uur lopen we Fuente de Cantos binnen.
De albergue is een klooster. Het ziet er zeer goed uit. We slapen op een kamer met 2 stapelbedden.
René uit Metz arriveert hier ook. Hij laat zijn voet zien. Eén grote blaar over de breedte van zijn voet. Hij heeft vandaag meer dan 40 km gelopen. Dat ziet er niet best uit.
Ik kan hier mijn was doen. Drogen zal ook wel lukken, want de zon schijnt en het waait ook nog.
Michel en ik willen wat boodschappen gaan doen. Het is zaterdagmiddag. Dan zijn de winkels gesloten. We drinken wat en lopen terug naar de albergue. Daarna ga ik mijn dagboek schrijven. Ik moet ook nog een deel van gisteren schrijven. Ik moet oppassen voor achterstand.
Om 19.00 uur komt René terug met boodschappen. Hij heeft een winkeltje gevonden, dat open is. Wij gaan er ook heen en kopen bevoorrading voor morgen.
Om 20.00 uur gaan we naar een restaurant om te eten. We bestellen een menu del dia (dagmenu).
Even later komen nog 4 Duitse mensen binnen en schuiven aan bij ons. Een van de mensen is de Duitse vrouw van de varkens deze ochtend. Zij vertelt, dat het voor haar een tocht van bezinning is. Haar man is een paar jaar geleden overleden. Het zou voor haar een afronding kunnen zijn van het rouwproces. Ze loopt helemaal alleen.
Het is een leuk gezelschap. Michel praat met een jonge Duitse vrouw. Hij straalt helemaal.
De TV staat aan. Er worden stierengevechten uitgezonden vanuit Sevilla. De Spanjaarden in het restaurant/bar zijn heel enthousiast. Ook de mensen in de arena leven ontzettend mee. Het is een verschrikkelijk lawaai. De TV staat hard en de mensen proberen daar bovenuit te praten.
Het stierengevecht is een ongelijke strijd. Als de torero in het nauw komt, komen anderen om de stier af te leiden. Ook als de torero de stier ontwijkt met sierlijke bewegingen, wordt er enthousiast geapplaudisseerd. Als de stier zwaar vermoeid raakt, krijgt hij de doodsteek in zijn nek, direct in het hart, als het goed is.
Om 21.30 uur hebben we gegeten en vertrekken naar de albergue, alvorens iedereen nog Buen Camino toe te wensen.
Om 22.00 uur liggen we in bed.
===================
Dag 6: 6 april 2008. Fuente de Cantos – Zafra: 26 km.Cum. 155 km.
Om 7.00 uur staan we op. Om 7.30 uur kunnen we ontbijten. Wat heb ik goed geslapen vannacht.
Ik hoor fluisteren, dat het regent. Inderdaad het regent en de lucht is zwaar bewolkt.
Na het ontbijt is het regenen minder geworden.
Om 8.15 uur vertrekken we. Ik heb mijn poncho aangedaan, evenals mijn beenkapjes. Het regent nog een beetje, maar het is wel zwaar bewolkt.
We beginnen rustig. We hebben tijd genoeg, want we kunnen vroeg in Zafra zijn.
Het loopt goed met enkele pelgrims vóór en enkele achter ons. Het pad is een breed puinpad.
Het is zondagmorgen. Soms passeert een auto, maar de drukte is nu minder.
De temperatuur is nu uitstekend. Het is 15 graden. De hemel klaart langzaam op.
Het landschap is weer anders dan gisteren. Het lijkt er op, dat we nu in een gebied komen waar veel druiven gekweekt worden. Er zijn nu
grote velden met druivenplanten. Alleen de nieuwe twijgen komen nu net te voorschijn. De druivenplanten zijn hier veel lager dan bijvoorbeeld in Noord Spanje en Frankrijk. Er zijn ook geen draden gespannen om de planten te leiden.
Na de grote druivenvelden lopen we langs grote graanvelden. Ook zijn hier de planten klein en zijn al aan het rijpen. De graanopbrengst zal hier niet hoog zijn.
Het pad is redelijk vlak. Het is weinig klimmen of dalen. Het uitzicht is wijds.
Als we dan toch op en heuveltje komen, zien we het plaatsje Calzadilla de los Barros. Het is weer een dorp met allemaal witte huisjes.
We kunnen er geen koffie drinken. Dus gaan we verder.
Om ca. 10.00 uur stoppen we even langs de kant van het pad om wat te eten en te drinken. Ook trekken we de regenvoorzieningen uit.
Het is nu weer prettig lopen in korte broek en shirt.
Het volgende dorp ligt 15 km verder. Dus we kunnen pas over 3 á 4 uur koffie drinken.
Onderweg zie je eigenlijk nergens kapellen, die je kunt bezoeken. Als je dan eens een kerk of kapel ziet is deze altijd afgesloten. Dat is in Noord Spanje en Frankrijk wel anders.
Wel zie je overal grote ooievaarsnesten op de kerken en hoge gebouwen.
We komen weer bij een riviertje, waar we doorheen moeten. Met wat kunst- en vliegwerk kom ik bijna met droge voeten aan de overkant.
We passeren weer grote terreinen met olijfbomen. Ook zijn er veel velden, waar druiven en olijfbomen in rijen door elkaar staan. De druivenstammen lijken al oud. Misschien gaat de teelt, na het rooien van de druivenplanten, over op olijven.
We passeren een nieuwe onbewaakte spoorwegovergang. Even later gaan we over een mooie brug, die ook over de spoorlijn gaat.
Op en heuvel zien we het dorp Pueblo de Sancho Perez liggen. Langzaam naderen we het dorp. Het zijn weer de inmiddels bekende witte huizen.
We lopen naar het centrum. Rond een plein vóór de kerk zijn veel bars. De meesten zijn gesloten, vanwege de zondag. We gaan een bar in, die open is en bestellen koffie. We eten ook ons brood. De consumpties worden steeds goedkoper. Hier kost een café con leche grande slechts € 1,-.
We verlaten het dorp. Het is nu nog ca. 4 km.
Het is een breed pad. Al snel zien we in de verte Zafra liggen.
We lopen een tijd langs een spoorlijn en komen bij een oud stationsgebouw. Tegenover dit gebouw staat een nieuw gebouw.
We lopen Zafra in. Het is wel 2 km lopen naar het centrum.
Na enkele keren vragen komen we bij de albergue. Het gebouw is gesloten, vanwege verbouwing. Dat heb ik al gelezen in dagboeken van 2 jaar geleden. De bewoner legt uit, dat 1 km verder een hostal is. We lopen er heen. Het is hostal Arias.
Er is plaats. Wij nemen een tweepersoons kamer. We drinken eerst wat en gaan naar de kamer.
Het is een nette kamer. Misschien te netjes voor een pelgrim.
Ik ga douchen, wassen en schrijven.
Om 17.30 uur gaan we de stad in. Alle winkels zijn gesloten. Er is niets te koop.
Het is een mooi stadje met ca. 14.000 inwoners. Er staan mooie gebouwen. De kerk is ook mooi, maar het is zodanig ingebouwd, dat ik er geen goede foto van kan maken.
Om ca. 19.00 uur gaan we terug naar de hostal.
We kunnen pas om 21.00 uur eten. In de stad gaan de restaurants ook pas om 21.00 uur open. Dus wachten we maar in de bar. Het is een verschrikkelijke herrie in de bar. De TV staat erg hard en iedereen probeert er bovenuit te schreeuwen. Het is alsof iedereen met iedereen ruzie heeft. Het is voetbal op TV. De mensen leven ontzettend mee en maken veel lawaai.
Om 20.45 uur gaan we naar het restaurant. Gelukkig is dit in een andere ruimte. We zijn de enige gasten. Later komt er nog een vrouw bij.
Ik bestel een salade als voorgerecht, lomo (2 plakken gebraden rundvlees) met 8 frieten, zonder groenten, maar wel brood. Een yoghurt als nagerecht.
De salade is royaal. Veel sla, tomaat, paprika, uien en nog meer. Ook een fles wijn voor 2 personen behoort tot het menu del dia.
Om 22.30 uur zijn we klaar en lopen we door het nog steeds zeer lawaaierige café naar onze kamer en gaan slapen.
===================
13-04-2008
Dag 7: 7 april 2007. Zafra – Villafranca de los Barros: 21 km. Cum. 176 km.
Om 8.00 uur kunnen we ontbijten. Om 8.30 uur vertrekken we.
Michel weet zeker, dat we naar het centrum moeten. Ik volg hem.
In het centrum vragen we naar de Camino de Santiago. Men wijst ons dezelfde weg terug. Dus een extra loopje gratis. We komen weer bij de hostal uit.
We gaan via de toren van de gesloopte kerk San Francisco de stad uit.
Het is nu 9.00 uur. We gaan richting Los Santos Maimona. Dit dorp ligt ca. 5 km verder.
We lopen over een puinpad.
Het is zwaar bewolkt. De barman zei, dat de kans op regen groot was.
Er lopen een paar mensen voor ons en ook achter ons. We lopen via een “zachte”helling naar Los Santos.
We passeren vrij snel een Duitser, die we gisteren nog in de stad ontmoetten.
Als we op heuvel staan, zien we het plaatsje liggen. Weer met de witte huizen.
De begroeiing op het land bestaat weer uit olijfbomen en druiven. De olijfbomen zijn bijzondere bomen. In de zomer is het kurkdroog en in de winter is het, door de vele regens, erg nat. Dit klimaat doorstaan ze met verve. Ze kunnen ook erg oud worden, tot wel 1500 jaar.
Van de vruchten wordt olijfolie gemaakt.
Als we in Los Santos aankomen, blijken de bars nog gesloten. Ik koop in een winkeltje wat eten voor onderweg. Daarna zijn we weer snel het dorp uit.
Weer olijven en druiven. Er komen nu ook perzikbomen bij. Het zijn al hele vruchten, dit in tegenstelling tot de druiven, die nu pas beginnen uit te botten. Soms is er ook een graanveld.
De route is redelijk vlak.
Het wordt soms een beetje saai. Steeds hetzelfde, druiven, olijven, graan, puinwegen en varkens, die net zo stinken als bij ons, veel rechte wegen of paden en dorpjes op grote afstand van elkaar.
Vandaag is er weer een stuk van 15 km zonder bebouwing, waar we 2 auto’s zien.
Michel blijft weer achter. Als ik langs de kant mijn brood eet, komt hij bij.
We passeren een mijlpaal uit de Romeinse tijd. Er staat op wie toen de Romeinse keizer was en een teken van afstand t.o.v. Merida.
Om 11.00 uur klaart het op en gaat de zon weer schijnen. Het wordt ca. 20 graden.
We komen weer bij de N630, de hoofdweg van Zuid naar Noord Spanje. We lopen onder deze weg door . Het is dan nog ca. 5 km naar Villafrancade los Barros.
Een man met een scooter komt ons tegemoet en reikt ons een folder aan met de plattegrond van Villafranca, met daarop aangegeven de hostals, albergues en winkels. Dat komt goed uit.
We zien het dorp in een dal liggen. Ook weer witte huizen. Op de achtergrond bergen en een
bewolkte hemel. Het ziet er mooi uit.
.We gaan eerst wat eten, alvorens we naar de albergue gaan. Het is nu 13.00 uur. Daarna lopen we via de kerk naar de albergue. De kerk is goed gerestaureerd, maar ook nu weer gesloten.
De albergue zie er niet uit. De bedden liggen er nog bij, zoals de mensen vóór ons het hebben achtergelaten. Overal liggen nog spullen. De prullenbakken zijn nog vol. In de badkamer idem.
Kosten, incl. ontbijt € 15,- Veel te veel.
We moeten ook nog 20 minuten wachten, want de gastvrouw wil het nog een beetje opruimen.
De prullenbakken blijven vol.
In de schuur staat een tafeltje, vol met rommel. Ik maak het tafeltje leeg om hier te schrijven.
Intussen gaat het flink regenen en het koelt sterk af. Ik trek een lange broek en trui aan.
Deze plaats heet Villafranca de los Barros. “los Barros” heeft de volgende betekenis. Vroeger waren de mensen in dit dorp erg arm. Naast hun normale werk maakten ze potten van rode klei. Vandaar de toevoeging “los Barros”, wat modder betekent. Er zijn nu
nog steeds veel pottenbakkers in dit dorp.
In de loop van de middag gaan we het dorp in. We drinken in een bar koffie.
Het begint weer flink te regenen. Alles loopt onder water. We moeten op het trottoir blijven.
We komen de Duitse vrouw tegen. Ze is helemaal gestresst. Nog geen overnachtingplaats, geen koffie, een paar grote blaren en ze heeft een nagel van een teen eraf getrokken. Deze teen is nu ontstoken.
Ik geef haar mijn plattegrond, zodat ze de herberg kan vinden. Ze gaat eerst met ons koffie drinken. Dan klaart ze weer helemaal op.
Zij gaat naar de albergue en wij gaan naar de supermarkt, want die is sinds 17.30 uur open. Daarna lopen we terug naar de albergue.
Om 19.30 uur gaan we terug naar het centrum om te eten.
We gaan naar de bar, waar we koffie hebben gedronken. We kunnen om 21.00 uur eten. Dus, dan maar even wachten.
De TV staat weer aan. Het is weer stierengevechten uit Sevilla. Het is weer hetzelfde als eerder. Hard geluid en nog harder schreeuwende mensen, zowel in de bar als in de arena. Er zijn 2 gevechten. Weer verliezen de stieren.
Het eten bestaat uit een salade met aardappelkoek en brood. Het smaakt goed.
Om 22.00 uur lopen we terug naar de albergue en gaan meteen slapen. Het regent nog steeds. Het ziet er voor morgen niet goed uit.
==========
Dag 8: 8 april 2008. Villafranca de los Barros – Torremegia: 29 km.Cum. 205 km.
Om 7.30 uur kunnen we ontbijten. De gastvrouw is om 7.30 uur nog maar net uit bed. Dus het wordt iets later.
We eten in haar woonkamer. De TV staat al aan. Overal liggen stapels wasgoed en kleren. Ik vraag of ze van ons, Michel, Günter en mij een foto wil maken. Ze wil dat wel doen, maar dan moeten we in een andere opstelling gaan zitten, zodat de stapels wasgoed en de kleren niet op de foto komen.
Om 8.15 uur kunnen we vertrekken. Het wordt een eentonige dag.
Als we buiten het dorp komen, gaat het weer over brede puinpaden. Onder deze brede paden liggen vaak nog de oude Romeinse wegen. Na enige tijd moeten we van dit pad af en een andere volgen. Dit is een wandeling op een pad van ca. 20 km lengte, richting het noorden, zonder links of rechts af te slaan. Langs de route de gehele dag olijven en druiven.
We passeren de Duitse vrouw. Ze heeft vanwege de voetproblemen nieuwe schoenen gekocht. Het gaat nu goed, zegt ze.
Michel blijft achter en ik ga alleen verder. Ik passeer Günter, waar ik een stukje mee meeloop. Hij is pas met "vorpension" (prépensioen). Daarna passeer ik de Zwitser Walter.
Na ca. 14 km stop ik om wat te eten en te wachten op Michel. Daarna lopen we een tijdje samen. Ik word er moe van en ga alleen verder.
Om ca. 11.30 uur begint het flink te regenen. Ik trek snel mijn poncho aan.
Ik zie verder niemand meer. De begroeiing wisselt, maar altijd met meer of minder druiven en olijven.
Om 14.00 uur houd ik in en wacht op Michel, zodat we samen naar Torremegia kunnen lopen.
Op een heuvel zie ik het dorp liggen. De afdaling gaat over een modderig pad. Smerige rode klei, waarvan de potten worden gemaakt. Het kleeft aan mijn schoenen. Het blijft regenen.Bij een splitsing kunnen we links of rechts af. Ik ga links af. Michel vindt het te smerig en gaat rechts af. Ik zie links ook veel voetstappen van mijn voorgangers.
Ik ben veel eerder in het dorp dan Michel. Het regent flink. Ik wacht in een bar op hem. Na enige tijd komt hij ook.
De albergue is gesloten, maar er is een hostal.
Het is een armoedig dorp. De huizen zijn niet veel bijzonders. De regen maakt het nog triester.
In de hostal komen we alle pelgrims tegen van de afgelopen dagen. We hebben en nette kamer. Een beetje luxe voor de pelgrim.
Na het douchen was ik mijn kleren en hang deze aan de verwarming ter droging.
We gaan in de bar van de hostal wat drinken. Iedereen zit hier, ook de Duitse Edith. Het gaat nu goed met haar voeten.
Na een drankje ga ik schrijven. In de Casa Cultura (bibliotheek) kan ik internetten.
Na het internetten regent het verschrikkelijk hard.
We eten in de hostal met 5 man. Een menu de dia. Grote salade, kroketten met ham i.p.v. gemalen vlees, en yoghurt.
Om 22.00 uur gaan we naar bed.
============
12-04-2008
Dag 9: 9 april 2008. Torremegia – Merida: 15 km.Cum. 220 km.
We nemen in de hostal een ontbijtje en gaan om 8.15 uur op pad.
We gaan het dorp uit naar de N630 om hier langs te lopen naar Merida. Dit is ons geadviseerd, omdat de route door de regen zeer slecht en modderig zou zijn.
Het is niet prettig lopen langs de N630 door het voorbij razende verkeer, maar dat is beter dan onder de modder in Merida aan te komen.
De N630 volgt ongeveer de Romeinse Calzada. De Ruta de la Plata loopt practisch altijd in de buurt van de N630.
Het is zwaar bewolkt weer. Het is overal te zien, dat het veel geregend heeft. Als het zou gaan regenen heb ik alles snel bij de hand.
Het is saai langs de weg. Niets bijzonders te zien.
Om 12.00 uur arriveren we in Merida. We drinken koffie in een bar aan de rand van de stad. Het is druk in de bar.
Daarna gaan we richting centrum. De markeringen zijn niet te zien of zijn er niet.We moeten regelmatig de weg naar het centrum vragen. We lopen over de Romeinse brug over de Rio Guardiana de stad binnen. Naast de brug staat de Arabische burcht Alcazaba. Na diverse keren vragen, vinden we de albergue. Hij heet Albergue del Molino de Pan Caliente. Een grote mond vol. De albergue is een oude molen. Het enige, dat hier aan herinnert is, dat de molen in het water staat.We worden ontvangen door de hospitaleros. Hij zit buiten en ontvangt ons. Hij schrijft ons in en wijst ons het bed. Het zijn ca. 15 stapelbedden. Ik slaap onder, omdat ik vroeg ben.
Na de koude douche gaan we naar het centrum om wat te eten. In een bar drinken we koffie en ik neem een bocadilla.
Het is vandaag geen wasdag, want het regent regelmatig. Het zou alleen meer gewicht opleveren om te dragen voor morgen.
Michel gaat kaarten schrijven. Ik ga naar het Romeinse Amfitheater. Ik kom er om 14.00 uur aan. Hij wordt net gesloten voor de siësta. Om 16.00 uur zal hij weer geopend worden. Alle winkels worden nu gesloten. Ik loop terug naar de bar. Michel zit nog steeds te schrijven. Hij heeft er al 20 geschreven.
Ik ga op zoek naar een internetcafé of een Casa Cultura. Vragen en nog eens vragen. Ik word van het kastje naar de muur gestuurd. Tijdens mijn zoektocht passeer ik de Arco de Trajano, 2000 jaar oud.
Om 15.30 uur ben ik weer bij het amfitheater. Michel zit er nu ook te wachten. In afwachting van de openinggaan we met een treintje een rondrit door de stad maken. Alle bekende bezienswaardigheden passeren we, zoals het aquaduct Los Milagros. Het is 800 m lang en heeft 37 pijlers met een hoogte van 25 m. In het dorp Proserpina was een stuwmeer gebouwd. Dit ligt ca. 10 km van Merida.
Om 16.00 uur zijn we weer bij het amfitheater. We kunnen meteen naar binnen. Het bezoek aan het amfitheater is zeer de moeite waard, evenals de arena.
Daarna gaan we samen weer op zoek naar Internet. Na ca. 1 uur hebben we de Casa Cultura gevonden. Ik kan mijn mail nu versturen. Dan gaan we een pizza eten.
Daarna gaan we terug naar de albergue. Het is intussen druk geworden. Bijna alle bedden zijn bezet. Het is 21.00 uur. Ik ben moe van dat gescharrel door de stad en ga slapen. Het blijft nog lang rumoerig op de zaal.
=================
Dag 10: 10 april 2008. Merida – Alcuesar: 38 km.Cum. 258 km.
Om 7.45 uur vertrekken we. We lopen, volgens het routeboek, naar het centrum. We zien geen markeringen en vragen een voorbijganger naar de Camino de Santiago. Hij wijst ons terug naar de albergue. Daar aangekomen, zien we mensen de andere richting uitlopen. Wij gaan mee en zien ook de markeringen.
We lopen de stad uit en lopen langs het aquaduct. Wat is dit een imposant bouwwerk. 2000 Jaar geleden gebouwd met de middelen uit die tijd. Geen bouwliften of bouwkranen, allemaal handenarbeid.
Als we de stad uit lopen komen we in een vriendelijk natuurgebied, veel gras en brem.
We halen 3 pelgrims in en lopen met hen verder.
Het landschap is zeer mooi. Het is heuvelachtig en erg kleurig door de verschillende begroeiingen.
Het heeft vannacht weer veel geregend. Er staan grote plassen op de paden.
We passeren een terrein met ontzettend veel zwarte varkens. Ze leven niet alleen van het gras, want er staan aan de rand van het terrein een paar grote voedersilo’s. Dus het is niet helemaal biologisch, maar ze lopen wel in de vrije natuur.
Om 10.00 uur stoppen we even met de groep langs de kant van de weg. We maken hier wat foto’s. We zijn met 2 Denen, 2 Duitsers, 1 Fransman en een Nederlander.
We passeren de stuwdam van Proserpina. Ook 2000 jaar oud. Deze stuwdam zorgde voor de waterbevoorrading van Merida, via het aquaduct in Merida.
Na 14 km komen we in het dorpje Carrascalejo. Het is een bijna verlaten dorp. Dus hier is geen koffie. Het dorp heeft wel een aardig kerkje, maar voor de rest ziet het er armoedig uit.
We arriveren daarna vrij snel in Aljucén Hier is een bar. Ik neem een bocadillo met koffie.
Michel blijft achter. Ik loop met Klaus verder. Hij woont in de buurt van München.
Het is nog ca. 20 km.
In het landschap zie ik brem, grasland en meerdere kleuren bloemen en heuvels op de achtergrond.
Klaus blijft achter.
De paden zijn goed beloopbaar. Het weer is wisselend. Dan zon, dan weer even regen. Ik trek op tijd mijn poncho aan.
Ik passeer een grote hoop schors van de kurkeiken. Het is nu 14.15 uur.
Het terrein is heuvelachtig.
Ik zie hier geen dieren meer. Eerder zag ik nog schapen en koeien. Het landschap is vriendelijk.
Om 15.00 uur gaat het plotseling verschrikkelijk hard regenen. Ik had net mijn poncho uitgetrokken. Voor ik mijn poncho weer aan heb, ben ik al flink nat.
De paden lopen meteen vol water en fungeren als afvoergoot. Dit duurt ca. ¾ uur. Wat kan er veel water vallen in een korte tijd.
Om 16.30 uur gaat het weer hard regenen. Waar komt dit toch allemaal vandaan? Gelukkig is het niet koud. Dat maakt het nat zijn beter draaglijk. Mijn schoenen staan vol water.
Ik kom bij een splitsing en twijfel of ik links of rechts af moet. Ik vraag aan een automobilist naar het dorp Alcuesar. Hij geeft aan links af te gaan.
Het pad staat onder water. Er komt steeds meer water in mijn schoenen.
Daarna kom ik op een asfaltweg, die naar het dorp leidt. Na 500 m ben ik bij de albergue. Het is een klooster, dat ook als gemeenschapshuis wordt gebruikt. Ik arriveer hier om 17.00 uur.
Ik word ontvangen door een vriendelijke hospitaleros. Ik krijg een eenpersoonskamer, omdat ik een lange dag heb gehad.
Er zijn al een paar mensen. Een Ierse, een Engelsman en de Duitser met de kapotgesneden schoenen. Zij hebben een korte etappe gedaan en hebben geen regen gehad. De Duitser voorspelt voor morgen een stralende dag.
Mijn kleren zijn doornat, mijn schoenen staan vol water. Ik stop mijn schoenen vol kranten. Een uur later vervang ik de kranten door toiletpapier.
Ik ga meteen douchen en buiten kleren drogen. Er hangen draden onder een afdak en het waait flink. Dus het drogen lukt wel.
Michel komt een uur later binnen. Totaal zijn we met ca. 10 man/vrouw.
Later gaan we boodschappen doen. Daarna praten we met een groepje over de dag van vandaag met de vele en harde regen.
Om 20.15 uur kunnen we eten in het klooster. Het is een gezamenlijke maaltijd.
We beginnen met soep met veel brood. Daarna vis met salade en als nagerecht fruit. En natuurlijk een glaasje wijn. Het is heel gezellig. Ik zit naast Klaus en tegenover mij een andere Duitser.
Klaus vraagt of ik de foto’s van het waterballet wil mailen. Dat beloof ik, als hij zijn emailadres geeft.
Om ca. 21.30 uur hebben we gegeten en ga ik slapen.
================
11-04-2008
Dag 11: 11 april 2008. Alcuesar – Aldea del Cano: 15 km.Cum. 273 km.
Om 8.00 uur vertrekken we. Het weer ziet er niet goed uit. Het is zwaar bewolkt. Iedereen zei gisterenavond, dat het mooi weer zou worden. Daar ziet het er in ieder geval niet naar uit.
Ik moet al snel mijn poncho aantrekken, want naast een koude wind begint het ook nog flink te regenen. Het voelt niet aangenaam.
Na een half uur bemerken we, dat we verkeerd lopen. We hebben al even geen markeringen meer gezien.
We lopen terug. Inderdaad we hebben een pijl gemist.
We slaan het goede pad in en lopen over paden, waar veel water staat. Het is laveren tussen nat en droog. Soms moet je op het randje lopen, omdat het pad over de volle breedte vol water staat. Ik krijg al snel natte voeten.
We komen bij een brede sloot, meer dan 2 meter breed. Hier moeten we over heen. Hier kan ik niet over springen. Ik zie, dat rechts de sloot smaller wordt. Dus ik loop langs de oever naar het smallere deel. Michel volgt. Ik kom op een punt, waar over de sloot prikkeldraad is gespannen. Dus we kunnen niet verder en moeten hier over de sloot. Het moet mij wel lukken. Ik spring en kom royaal aan de overkant. Dan Michel. Ik stel voor, dat hij mijn hand pakt en dan springt. Hij zet zijn stok in het water en springt. Zijn stok zakt in de bodem en hij belandt midden in de sloot. De sloot is ca.75 cm diep en hij staat tot zijn middel in het water. Zelfs zijn tas hangt 15 cm in het water. Arme Michel. Alles doornat. Hij zegt wel 10 maal: “merde, merde, merde, etc.”.
Ik trek hem uit de sloot. Hij druipt helemaal leeg en heeft het heel koud. We twijfelen. Hij wil terug naar de albergue, maar dan moet hij weer over de sloot. Dat ziet hij ook niet zitten. We kunnen nu niet meer naar Caceres met zijn schoenen vol water. Ik stel voor om naar het eerst volgende dorp te gaan en daar een hostal of hotel te nemen.
We gaan langzaam in de regen en door de wind verder. Ik heb met hem te doen. Hij is helemaal verkleumd.
Door de zwempartij hebben we te weinig aandacht voor een mooie Romeinse brug, die we passeren.
Bij een splitsing twijfelen we over de richting. De Duitser Günter haalt ons in. Als hij het verhaal hoort, heeft hij met Michel te doen en vindt hem een beetje zielig.
We lopen om 10.00 uur het dorp Casas de Don Antonio binnen. We vragen naar een hostal of hotel. Geen van beide in dit gehucht aanwezig. Wel 6 km verder in Aldea de Cana.
We proberen nog een bus. Niemand weet wanneer er bussen rijden. In ieder geval niet vaak per dag. Een taxi is ook niet te vinden.
Dan maar lopen en proberen te liften. Eerder heb ik gelezen, dat Spanjaarden pelgrims geen lift geven. Dat klopt dus. Er zit niets anders op dan te lopen. We lopen weer langs de N630. Er is weinig autoverkeer.
Het blijft maar regenen. Het is koud met veel wind. Zelfs ik heb het verschrikkelijk koud. Wat moet Michel wel niet voelen. Ik vraag het maar niet. Ik loop stevig door. Als hij achter blijft, wacht ik op hem. Ik merk, dat hij een bijter is en zeker niet kinderachtig.
Het wandelen gaat goed. Alleen heb ik het ontzettend koud door mijn natte voeten, kleren, regen en wind. Hoe moet Michel zich wel niet voelen.
Na 3 km houdt het op met regenen, maar de koude wind blijft. Door de wind drogen mijn kleren nu wel.
Tegen 12.00 uur arriveren we in Aldea del Cana.
We vragen naar de albergue. Als we voor de deur staan, zien we een restaurant naast de albergue. Daar gaan we eerst heen. Ook Günter en 2 Fransen zitten er te eten. Ik neem 2 café con leche en een bocadillo (sandwich).
Michel neemt eerst een glas wijn. Als hij een beetje is opgewarmd, krijgt hij zijn praatjes weer terug.
Om 14.00 uur gaan we naar de albergue. De sleutel krijgen we in het restaurant.
Het is een mooie albergue. Het is een gerestaureerd gebouw, helemaal in stijl teruggebracht met een groot openhaardvuur. Het is heel netjes. Je kunt zien, dat het dagelijks schoongemaakt wordt. Kosten: Donativo. Er zijn 2 kamers met elk 2 stapelbedden.
Ik ga meteen douchen en kleren wassen. Door de stevige wind moet ik mijn kleren vandaag wel droog kunnen krijgen.
Nadat alles ophangt, lopen we het dorp in. Alle winkels zijn gesloten. We komen ook Edith en Walter tegen. Zij hebben een kamer in het dorp. Ze geven een rondleiding door het huis. Ze hebben een mooie tuin ter beschikking, maar aan deze luxe hebben ze vandaag niets.
Daarna gaan Michel en ik iets drinken in het restaurant. Daar is ook de Duitser gearriveerd met de opengesneden schoenen. Hij is vanmorgen pas vertrokken, toen het droog was.
Om 16.00 uur gaan we terug naar de albergue en ga ik mijn dagboek schrijven. Het is erg koud in de albergue.
Om 17.00 uur komen nog 2 mannen binnen. Een Duitser en een Oostenrijker. De Oostenrijker vertelt over zijn eerdere tochten. Hij is eerder vanaf huis naar Santiago gewandeld, 3400 km.
Toen hij in Santiago aankwam had hij gemiddeld 40 km per dag gelopen.
Er is bij de kerk een telefooncel. Ik ga Corrie bellen. Alles is in orde. Het weer is thuis iets verbeterd.
Daarna gaan Michel en ik boodschappen doen. We willen vandaag zelf koken.
We nemen pasta, brood, kaas, yoghurt en een fles wijn.
Als we terug zijn, gaan we meteen koken. De 2 anderen koken ook zelf.
Het is gezellig met zijn vieren. Daarna drinken we samen koffie.
Ik doe de afwas, terwijl Michel naar huis belt. Zijn vrouw moet hartelijk lachen om zijn slootverhaal.
We lopen nog even naar de winkel en op de terugweg drinken we nog wat in het restaurant.
Als we weer in de albergue terug komen, liggen de 2 mannen al in bed. Zij willen morgen om 6.00 uur opstaan en vertrekken.
Om 22.00 uur lig ik in bed.
============
Dag 12: 12 april 2008. Aldea del Cano – Caseres: 23 km.Cum. 296 km.
Om 8.00 uur vertrekken we.
De 2 mannen waren vroeg op. Het ging met het nodige geluid gepaard. Michel werd er ook wakker van en ging er maar even uit om ze gezelschap te houden.
Om 6.00 uur vertrokken ze en het was weer even rustig.
We zijn het dorp uit. We gaan naar Caceres. Dat is 22 km lopen.
Het is helder weer. De zon schijnt volop, alleen is het koud.
Het lopen gaat goed. We lopen tot Valdesalor na 11 km. Net vóór Valdesalor passeren we een mooie Romeinse brug. We maken er wat foto’s van.
Als we Valdesalor binnen lopen, gaan we op zoek naar een bar. Het blijkt, dat in dit dorp geen bar is en de mensen verwijzen ons naar buiten het dorp bij een benzinestation.
In een straatje zien we een uithangbord van een pension. Daar bellen we aan. Het duurt even, maar de deur gaat open. De man wil ons wel koffie serveren, maar verontschuldigd zich, omdat er nog opgeruimd moet worden.
Hij laat ons in een zaaltje. Het is er ook een enorme bende. De vloer ligt vol papiertjes, schillen van nootjes, sigarettenpeuken en veel andere ondefinieerbare rommel. Hij vertelt, dat er gisteravond een bingo is geweest en dat hij gaat beginnen met opruimen. Het is een verschrikkelijke rommel. Het is ook hier hetzelfde als in alle bars. Alles wordt op de vloer gegooid. Iedereen vindt het normaal.
De barman maakt een tafeltje schoon en gaat koffie maken. Ik neem ook een bocadillo. Michel neemt koffie, wijn en krijgt iets speciaals. Het blijkt worst te zijn. Het ziet er een beetje raar gekleurd uit. Aan het gezicht van Michel zie ik, dat het hem niet smaakt. Hij geeft mij ook een stuk, want hij wil er van af. Het smaakt ook verschrikkelijk. Hij gooit de worst maar op de grond. Dat valt niet op tussen de rommel. Dat is toch nog een voordeel van de rommel.
Als we weggaan, begint de man te vegen. We nemen even de bezem over voor de foto’s. De barman vindt het ook wel komisch.
Als we buiten komen, zien we Edith en Walter. Ze zijn ook op zoek naar koffie. We bevelen het pension maar niet aan.
We verlaten Valdesalor. We volgen een stuk de N630. Dan weer links van de weg, dan weer rechts. Het is altijd in de nabijheid van de N630.
We gaan nog een heuvel op en dalen we af richting Caceres. In de buitenwijken vragen we naar de Plaza Mayor.Het is dan nog wel een uur lopen, voordat we de Plaza de Mayor bereiken. Onderweg vragen we nog diverse malen naar de weg.
Om 14.00 uur zijn we op het Plaza de Mayor. Het is een groot plein. Aan de ene kant de Cathedraal en aan de andere kant bars en restaurants.
Op een terras zit Klaus uit Beieren. Hij zit in een hostal aan het Plaza. Wij gaan ook naar deze hostal. Er is nog plaats en we nemen een tweepersoonskamer.
Caceres is een grote stad. Het heeft ca. 100.000 inwoners.
Na het douchen gaan we wat eten. We nemen een menu, want ik heb na 10.00 uur niets meer gegeten. Het is nu 16.00 uur. Het smaakt me uitstekend. We zitten op een terras.
Na het eten gaan we de Cathedraal bekijken. Er staan ook paleizen uit de 15 en 16e eeuw
Michel heeft last van zijn lies. Hij zal het even bekijken, maar hij wil misschien wel een paar dagen in Caceres blijven.
Om 19.00 uur wordt het fris buiten en gaan we een trui aantrekken. We gaan nog wat boodschappen doen voor onderweg, want morgen zijn de winkels gesloten.
Ik probeer nog de Nederlandse herberg te bereiken aan het meer Tojo-Staussie. Ik krijg geen aansluiting. Bij de receptie van de hostal probeer ik het nog eens. De gastheer zegt, dat de herberg is gesloten. Hij geeft een telefoonnummer van een andere albergue.
We vinden het risico te groot, want als het niet lukt, moeten we meer dan 45 km lopen. Voor Michel is het beter een korte etappe te maken.
In een bar drinken we nog wat. Het is weer stierengevecht op de TV.
Om 21.00 uur gaan we naar onze kamer en gaan om 21.30 uur slapen.
======================
10-04-2008
Dag 13: 13 april 2008. Caceres – Cesar de Cáceres : 11 km.Cum. 307 km.
Om 7.00 uur staan we op. Michel begint al meteen, dat 45 km teveel is. Ik zeg nogmaals tegen hem, dat we maar 11 km lopen en gaan tot Cesar de Cáceres.
Dan kunnen we nog 11/2 uur slapen. Dus weer onder de dekens.
Om 8.30 uur staan we op. Om 9.15 uur gaan we naar een nabij gelegen bar voor een ontbijtje met koffie.
Om 10.00 uur gaan we op pad. Gisterenavond hebben we nog bekeken hoe we de stad uit moeten. We vertrekken vanaf het Plaza de Mayor.
De zon schijnt, maar het waait stevig.
We volgen de route en komen langs de arena voor stierengevechten.
Aan de rand van de stad zijn er geen aanwijzingen meer te zien. Dit komt omdat de verkeerssituatie is gewijzigd en vernieuwd. De markeringen zijn nog niet terug aangebracht.
We lopen weer een aantal kilometers langs de N630. Dan weer links, dan weer rechts, soms wat verder er vandaan. De aanwijzingen zijn hier weer veel beter.
Tijdens het lopen bedenk ik, dat dit toch een geheel andere tocht is dan eerdere tochten. Deze is psychisch toch veel zwaarder. De ene dag moet je 35 km lopen, de andere dag 12 km. Je kunt niet zelf bepalen hoeveel km je loopt.Het is afhankelijk van de situatie. Bovendien lopen hier wel 85% Duitsers. Deze zoeken elkaar steeds op. Het kost meer energie om met hen contact te hebben. Het gevolg is, dat de 15% ook elkaar opzoekt.
Dan zie ik in de verte een pelgrim lopen. Ik zeg tegen Michel, dat ik hem wil inhalen. Michel zegt, dat hij de koffie betaalt als het lukt. Ik haal de man is. Het is Jossie uit de buurt van Bremen. Hij heeft gisteren tijdens het eten bij ons aan tafel gezeten. Ik loop een stuk met hem mee. Hij vindt ook, dat deze tocht psychisch wel zwaarder is. Hij was van plan tot Santiago te lopen, maar nu overweegt hij tot Salamanca te lopen en dan naar huis te gaan.
Ik besluit op Michel te wachten.
Als hij bij is, lopen we samen naar Cesar de Caseres. Het is een plaatsje met 4000 inwoners.
Als we het dorp inlopen, lopen we eerst door een mooie laan met bomen en planten. De winkels zijn allemaal gesloten. Het is vandaag zondag.
We vragen een paar keer naar de albergue. Als we er arriveren, blijkt hij gesloten te zijn. We vragen mensen waar de sleutel te verkrijgen is. Ze verwijzen ons naar de bar tegenover de albergue.
We gaan naar de bar. Ik bestel koffie en eet wat.
Om ca. 14.00 uur gaan we naar de albergue met de sleutel.
Ik ga meteen douchen en kleren wassen. Het waait flink, dus drogen moet lukken.
Er komen steeds meer mensen. Een uur later is er wel 15 man/vrouw. Het is wel een drukte tussen de stapelbedden.
Ik maak me zorgen over mijn schoenen. De hakken slijten snel. Ik moet ook zo vaak over het asfalt lopen. Het dempingmateriaal wordt zichtbaar. Dat is wel erg snel. Ik moet vanaf nu uitkijken waar ik loop. Het beste is zoveel mogelijk naast het asfalt te lopen.
Tot heden heb ik nog geen Nederlanders of Belgen gezien of gesproken.
Om 16.30 uur gaan Michel en ik toch kijken of er geen winkel open is. Alles is gesloten.
Dan gaan we maar iets drinken in de bar.
Om 17.30 uur gaan we terug naar de albergue. Ik ga schrijven.
We gaan de route voor morgen bekijken en komen langs een Ermita(kapel). Het is wel een kerk. De Ermita is gesloten. Er zitten een paar mensen op een bank. Een van de mensen heeft de sleutel. We kunnen naar binnen. Het ziet er mooi uit, alleen niet erg veel gebruikt, want het is er stoffig.
We gaan eten in de bar met Michel en Monique uit Orleans.
We zijn al om 19.00 uur in de bar.
Eerst is er stierengevechten en daarna voetbal met Real Madrid. Real kan kampioen worden. Real wint door een doelpunt van Schneider.
Als ik tijdens het eten wat vertel over de bezienswaardigheden van Orleans en daar in de buurt, zijn ze een beetje verrast.
Ik neem een salade, kip met een paar frietjes en een taartje na.
We hebben een gezellig gesprek. Zij praten goed engels.
Zij hebben een paar jaar geleden de tocht van huis via de Camino del Norte gelopen en ook de Via Podiensis. Dus we hebben elkaar veel te vertellen.
Om ca. 21.00 uur zijn we klaar en gaan terug naar de albergue en ik ga meteen slapen.
=================
Dag 14: 14 april 2008. Cesar de Caceres – Canaveral:34 km.Cum. 330 km.
Vannacht heb ik goed geslapen, ondanks dat we met 10 kamergenoten op een kamer sliepen.
Om 7.30 uur vertrekken we. Het is een heldere lucht. Dus waarschijnlijk vandaag geen regen.
We halen Michel en Monique in. Ze stappen een tijdje met ons mee. Ze praten Frans onderling. Dat is voor mij nu te vermoeiend. Ik loop door.
Vandaag is er waarschijnlijk geen mogelijkheid om iets te kopen onderweg. Ik heb 21/2 liter water bij me en ik heb gisteravond in de bar een tortilla meegenomen. Extra kilo’s, maar ik heb er geen problemen mee.
Om 8.30 uur komt de zon op. Het is een mooie horizon met de opkomende zon. Het is een open landschap met practisch alleen struiken en op de achtergrond, ver weg, de bergen.
Er lopen hier koeien in de wei. Ik kan beter zeggen in de natuur, want een weiland is voor ons iets anders.
Het is een vriendelijk landschap, heuvelachtig en overal rotsblokken, die uit de bodem rijzen en veel eenvoudige bloemen, zoals boterbloemen.
Het is ontzettend rustgevend hier te lopen. Zo nu en dan staat er een veestal. Niemand vóór me en ook niet achter me. Ik voel me hier goed.
Ik passeer diverse mijlpalen. Het zijn granieten palen van ca. 2 meter hoog. Er staan er zelfs 5 stuks bij elkaar. Soms ligt er een op de bodem. Het zijn markeringspalen van ca. 2000 jaar oud en werden gebruikt als wegwijzer. Ze stonden 1455 meter van elkaar verwijderd. Dat was een mijl. Vandaar de naam mijlpaal.
Ik loop alleen, want het tempo, dat de anderen liepen, was voor mij te laag. Het is ook een goed excuus om alleen te lopen.
In de verte, in een dal, zie ik de rivier Alimonte en daarna een meer en weer een rivier de Tajo. In het meer is een stuwdam gebouwd voor de opwekking van elektriciteit. Het water kleurt ontzettend blauw.
Het puinpad loopt door een natuurgebied met gras, brem en bloemen.
De temperatuur is 15 graden, maar het voelt door het wandelen en de rugtas beter aan.
We lopen weer een tijdje langs de N630.
Daarna verlaten we de weg weer en gaan de natuur in.
Ik wacht op de anderen en loop een tijdje met Michel uit Orleans. Als hij een telefoontje krijgt, loop ik door. Het gaat mij te langzaam. Ik word er moe van.
De natuur is erg mooi. Het ziet er zo rustgevend uit.
Ik loop een tijd helemaal alleen. Ik haal niemand in of niemand haalt mij in. Wat is het hier mooi. Soms lopen er koeien, soms schapen.
Om ca. 13.30 uur zie ik vanaf een heuvel Canaveral liggen. Het is weer een wit dorp.
De weg er naar toe lijkt geen eind te hebben. Het is een slingerweg. Soms lijkt het wel of ik van het dorp weg loop.
Ik wacht op Michel, als ik het dorp nader. Het duurt wel een ½ uur voordat hij er aan komt. Hij heeft onderweg met Michel en Monique gegeten langs de kant van het pad.
We lopen samen verder. Als er een aantal koeien op het pad lopen, is hij niet op zijn gemak. Hij is bang van de koeien en heeft het liefst, dat ik bij hem blijf.De bangerd.
Om ca. 15.15 uur lopen we Canaveral in. Ik vraag naar pension Malaga. We moeten het hele dorp door. Er is plaats voor ons. Het Duitse meisje uit Bonn is er al. Ze vertelt, dat ze een uur geleden is gearriveerd.
Na het douchen en wassen ga ik op zoek naar een schoenmaker. Om ca. 18.00 uur loop ik er heen. Helaas is hij gesloten vandaag. Dan maar boodschappen doen. Ik ga ook even internetten. Ik bekijk de mogelijkheden voor de terugreis van Salamanca naar Etten-Leur.
Om 20 .00 uur kunnen we eten in het pension.
We zitten aan tafel met 2 Engelsen, 1 van de Canarische eilanden, 2 Duitsers, 3 Fransen en ik. Ik zit naast Monique. Ze vertelt over haar belevenissen op de Camino Frances.
Om 21.30 uur hebben we gegeten. Daarna gaan we naar onze kamer. Om 22.00 uur ga ik slapen.
==============
09-04-2008
Dag 15: 15 april 2008. Canaveral – Galisteo: 29 km.Cum. 359 km.
We kunnen in het pension ontbijten. Om 8.45 uur vertrekken we.
We lopen weer langs de N630 en passeren een Ermita (kapel) San Cristobal.
Het is nu pittig klimmen en dalen. Het is goed weer en ik krijg het al snel erg warm, want ik heb vanmorgen mijn vest aangedaan.
De weersvoorspellingen voor de komende dagen zijn niet best.
We lopen weer door een natuurgebied met veel kurkeiken.
We komen uit bij een kruising van meerdere wegen van de A66, N630 en nog andere wegen. Het is allemaal nieuw. Er zijn geen markeringen te zien. We kiezen om langs de A66 te lopen.
De route loopt, volgens het routeboek, in de buurt van deze weg. Het duurt wel 4 kilometer. Dan zie ik ca. 50 meter van de weg een granieten markeringspaal staan. Die is van de route. Daar moeten we naar toe, maar er staat gaas tussen van wel 2 meter hoog. De route ligt in een natuurgebied. Wijze raad is duur. We kijken of er bij een viaduct de mogelijkheid aanwezig is in het gebied te komen. Als we geen mogelijkheid zien om in het gebied te komen, besluiten we toch om over het gaas te klimmen. Eerst goed rond gekeken of we de Guardia Civil niet zien, want die zijn niet kinderachtig.
Michel gaat eerst. Als hij aan de overkant is geef ik de rugzakken over het gaas aan. Dan ga ik. Het gaat tamelijk eenvoudig.
Als we over het gaas zijn, zien we iemand met rugzak op en neer lopen. Die is duidelijk op zoek. We lopen naar de markeringspaal. Het blijkt het meisje te zijn van de Canarische eilanden. Ze weet het niet. Wij geven haar de goede richting aan. Altijd naar het noorden. Ze loopt even met ons mee en blijft dan achter.
Het waait nu flink hard en het is frisser dan vanmorgen.
We lopen door een natuurgebied met gras begroeid.
Om 12.00 uur neem ik een pauze. Michel komt er ook bij. We eten samen. De vrouw van de Canarische eilanden passeert ons.
De markeringen zijn hier goed. We lopen steeds langs gaas.
Ik zie in de verte schapen lopen. Aan de horizon zie ik de bergen. De toppen zijn bedekt met sneeuw. We lopen hier op een hoogte van ca. 500 m. Dan moet de toppen van de bergen wel 2000 meter zijn.
Plotseling vliegt een adelaar boven ons. Hij kijkt waarschijnlijk of wij een geschikt hapje zijn. Dan vliegt hij verder.
We komen op een grote weg, waar we weer een paar kilometer langs moeten lopen.
We gaan van de weg af en lopen een natuurgebied in.
Op een heuvel zie ik Galisteo in de verte liggen.
Als we een paard passeren, doet Michel paardengehinnik na. Dat doet hij steeds. Dat gaat ook zo met varkens, koeien en schapen.
We komen bij een irrigatiekanaal. Even later zien we goten langs de route voor de irrigatie. In de goten worden nu stalen buizen ingestort. Regelmatig zijn er aansluitingen om de leidingen op aan te sluiten.
Dan passeer ik de Zwitser Walter. Zo te zien heeft hij problemen. Hij zegt er niets over. Aan zijn gezicht zie ik, dat hij veel pijn heeft.
Ik wacht op Michel. We kunnen rechtdoor de route vervolgen of links af naar Galisteo.
Wij gaan naar Galisteo. Michel vertrouwt het niet. Ik loop alleen vooruit naar de top van de heuvel om te kijken of ik Galisteo zie liggen. Als ik het dorp zie liggen geef ik een signaal. Op de heuvel zie ik een dorp, dat ommuurd is. Er staan ook veel huizen buiten de muur.
Als ik het dorp bereik, wacht ik op Michel bij een restaurant.
We drinken koffie op het terras. De eigenaar spreekt een beetje Nederlands. Hij vertelt, dat hij in de 70 jaren in Eindhoven heeft gewerkt bij Philips. Hij heeft er 7 jaren gewerkt.
Er komt ook een Duitser bij ons zitten. Wij hebben hem al eerder ontmoet.
We kunnen hier overnachten. Het is niet duur en we kunnen hier ook het avondeten gebruiken.
Na het douchen en wassen gaan Michel en ik boodschappen doen in het dorp.
Als ik terug kom, ga ik op het terras schrijven.
Daarna gaan we naar het dorp. Michel wil nog een paar kaarten posten. Ik maak een wandeling over de stadsmuur.
Vanaf de stadsmuur heb ik een mooi uitzicht over de wijde omgeving en de huizen. Veel huizen hebben slechte daken. Het moet hier regelmatig lekken.
De huizen zijn hier ook minder mooi als eerder.
Om ruim 20.00 uur gaan we eten. We zijn met vieren. Walter, de Duitser, Michel en ik. Walter vertelt, dat hij waarschijnlijk een ontstoken scheenbeen heeft. Hij was naar de dokter geweest, maar hij moest morgen terugkomen. Hij denkt, dat hij een paar dagen rust moet houden. De Duitser loopt ook naar Salamanca en gaat dan ook naar huis.
Het is wel gezellig samen.
Om 21.30 uur hebben we gegeten en gaan daarna naar bed.
==============
Dag 16: 16 april 2008. Galisteo – Olva de Placencia: 29 km.Cum. 388 km.
Om 7.30 uur staan we op en nemen een ontbijtje in de bar.
Als we zitten te eten komen ook Walter en de Duitser bij ons zitten. Walter gaat vandaag naar de dokter voor zijn been.
Om 8.15 uur vertrekken we. Het weer is redelijk. Het waait, maar het is nu droog.
We lopen om de stadsmuur heen en gaan naar de Romeinse brug. Het is een mooi gerestaureerde brug.
Er zijn hier weinig markeringen. We vragen een paar keer of we op Camino de Santiago lopen. We lopen goed.
We volgen ca. 4,5 km de autoweg. Daarna weer een andere weg. Allemaal asfalt. Dus ik probeer zo veel mogelijk naast de weg lopen. Mijn schoenen houden het redelijk.
We komen langs een groot bos met populieren. De stammen zijn kaarsrecht en de onderste 5 á 6 meter zijn zonder takken of bladeren.
Na 6 km bereiken we het dorp Aldehuela del Jerte en na 11 km Carcoboso. Dit is een grotere plaats dan ik had verwacht.
Het is vandaag markt. Op de markt hebben we nog een geanimeerd gesprek met wat kooplui. We maken een foto van ze.
Daarna gaan we koffie drinken in een bar. Daarna gaan we verder. Het weer is nu goed. De zon schijnt volop. Het is prachtig weer.
Op het land naast de weg staat veel graan en er is ook veel weiland. Het ziet er hier gecultiveerd uit. Overal lopen koeien. Dat heb ik nog niet eerder gezien. Ook volop fluitende vogels en tjilpende krekels.
Om ca. 11.00 uur gaan we van het asfalt af en gaan de natuur in.
We lopen door een groot natuurgebied. Het is opgedeeld door gestapelde muurtjes, vele kilometers lang.
In het veld overal grote en kleine rotsblokken. Soms op elkaar liggend, gecreëerd door de natuur door vele eeuwen heen. Er zijn blokken van vele tonnen gewicht. Als je er over nadenkt, dat dit zo geordend is door de natuur, is het toch wel mooi.
De markeringen zijn hier heel goed. We lopen uren door dit natuurgebied.
Om 14.00 uur arriveren we bij de Finca Venten Quemada. Hier moeten we van de route af naar Olivia de Plascencia. Dat is nog 6 km.
We nemen deze route, omdat we anders moeten lopen naar Aldeaneva del Camino. Dan is het nu nog ca.20 km lopen. Dus we nemen de extra km van de route af voor lief.
Het is een asfaltweg. Ik kan gelukkig naast het asfalt lopen. Het lijkt wel of ik alleen maar over asfalt moet, sinds ik problemen heb met mijn schoenen.
Het is ca. 11/4 uur lopen.
Ik haal Michel en Monique in. Zij gaan naar dezelfde albergue als wij.
We bereiken Olivia. Het is even zoeken, maar na enkele keren vragen komen we bij de albergue.
Michel belt de beheerster. Ze komt meteen. Er komt ook een Duitser bij. Hij vertelt, dat hij vorig jaar van Sevilla naar Salamanca is gelopen. Hij is naar huis gevlogen en zijn bagage is nooit thuis aangekomen, inclusief zijn fototoestel. Nu heeft hij de afstand van Sevilla met het openbaar vervoer gedaan en overal opnieuw foto’s gemaakt.
Nadat we onze rugtassen hebben binnen gezet gaan we wat drinken in de bar.
We gaan om 17.00 uur terug naar de albergue. Alles is in gereedheid gebracht en we kunnen naar onze kamers. Ik slaap met Michel en Jozef op een zaal met 8 stapelbedden. Dus we hebben ruimte genoeg.
We kunnen internetten in de Casa Cultura. Om 18.00 uur gaan Michel en ik er heen. Ik bekijk de treinreis voor maandag 21 april.
Als ik terug ga doe ik meteen boodschappen voor onderweg.
Om 20.30 uur kunnen we eten in de albergue. Het is een leuk gezelschap.
De Duitser Jozef is 61 jaar. Hij weegt, ik schat, minimaal 120 kg. Hij heeft voorheen minimaal 100 marathons gelopen. Hij woont in de buurt van Heidelberg. Hij heeft ook al heel lange wandeltochten gedaan. Onder andere van huis naar Denemarken, Genua en Venetië. Als je hem ziet zou je het niet geloven.
Michel en Monique zijn beide onderwijzer geweest. Ze kunnen hier leuk over vertellen. Ze spreken beide redelijk goed Spaans.
Om 21.45 uur zijn we klaar.
Ik ga mijn dagboek schrijven. Om 22.30 uur ben ik klaar en ga meteen slapen.
============
08-04-2008
Dag 17: 17 april 2008. Oliva de Plasencia – Aldanueva del Camino: 27 km.
Cum. 415 km
Om 7.00 uur ontbijten we. De gastvrouw had alles klaar gezet. Daarna vertrekken we.
Jozef is al om 6.30 uur vertrokken. Het is zijn 1e dag.
We lopen het dorp uit en gaan richting Caparra, de triomfboog.
Het is zwaar bewolkt en er is regen voorspeld. Het is nu droog. We lopen gedeeltelijk over asfalt. Daarna over een pad. Aan beide zijden van het pad staan weer muurtjes. Ik blijf het grappig vinden. Hier vindt je ze regelmatig, in Frankrijk idem.Wat is dat een werk geweest om de muurtjes te stapelen.
In de weilanden lopen koeien, zwarte, witte en bruine koeien. Er lopen soms ook kalveren bij. Alles loopt door elkaar. De kleur is anders, anders zou je denken dat je hier in Nederland loopt, maar dan 40 jaar geleden.
Om 9.00 uur komen we bij de Arc van Caparra. We maken wat foto’s en bewonderen het bouwwerk.
Caparra was een stad in de 1e eeuw na Chr. In 74 na Chr. kreeg Caparra stadsrechten. Het werd een belangrijke stad. Het werd een belangrijke etappeplaats aan de Romeinse weg.
Naast de Arc is een gedeelte van de stad bloot gelegd.
Na enige tijd gaan we verder en lopen de natuur in, in hoofdzaak weiland met koeien. Het gras is soms drassig. Ik loop alleen vooruit.
Om ca. 11.00 uur kom ik bij een rivier.
Er liggen wat stapstenen in de rivier. Ik kan er over heen zonder natte voeten. Ik wacht op de anderen en help hen om over de rivier te komen. Het lukt iedereen zonder natte voeten. We gaan verder over het gras.
Dan komen we bij een geasfalteerde weg. We kunnen over een terrein lopen naast de weg. Het is soms erg drassig. Het duurt wel een uur.
Daarna moeten we weer over asfalt verder. Het is weer de N630. Deze weg wordt onderhand een nachtmerrie. Hij komt steeds terug.
We komen bij een nieuwe brug en moeten een stuk omlopen en via stapstenen weer de rivier oversteken. Daarna gaan we weer over de asfaltweg verder.
In de verte zie ik een dorp liggen. Zou dit de eindbestemming zijn voor vandaag? Ik vraag het aan een vrouw. Nee, het is Granja. Dan moeten we nog ca. 6 km lopen. Men wijst ons naar een rotonde.
Er zijn hier nergens aanwijzingen. We gaan via de N630. Deze weg loopt door Aldanueva.
We volgen de weg. Ik probeer snel door te stappen en zal bij het dorp op Michel wachten.
Net voor Aldanueva zie ik aanwijzingen. Ik wacht op Michel. In de verte zien we ook Michel en Monique aankomen. Zij hebben, na lang zoeken, wel de route gevolgd.
Ik loop door tot de albergue. Als de anderen aankomen, bekijken we de albergue. Het is helemaal niks. Het ziet er niet netjes uit. Bovendien is er alleen koud water. Michel en Monique blijven toch hier. Michel en ik gaan verder.
Wij drinken in een bar koffie en ik neem een bocadillo. De barman wijst ons de weg naar Hostal Montesol.
Om 15.30 uur arriveren we daar. De hostal ligt net buiten het dorp en ligt, hoe kan het ook anders, aan de N630. dit is ook weer de route voor morgen.
De kamer is heel goed.
Na het douchen en wassen ga ik schrijven. Om 16.30 uur ben ik daar mee klaar.
We doen wat inkopen voor morgen. We zien Michel en Monique in het centrum van het dorp en spreken af vanavond samen te gaan eten. Het regent al een tijdje.
Om ca. 19.00 uur gaan we naar de bar. Ze zijn er al en we drinken een aperitief. Om 20.00 uur kunnen we eten.
Er komt ook een Nederlander bij. Hij heet Jos en woont in Voorschoten. Hij maakt de route per fiets. Hij is in Malaga gestart, naar Cadiz gefietst, daarna naar Sevilla en rijdt nu tot Fisterra. Eerder is hij al vanaf huis naar Santiago gefietst. Hij is net met prépensioen gegaan.
Ook de Deen Jurgen komt bij ons zitten. Hij is eerder al in Arles en Le Puy gestart. Een man met ervaring. De eerste 2 weken liep hij met de vriendin van zijn vrouw. Ze komt hem met zijn vrouw morgen ophalen en gaan nog een paar dagen vakantie vieren. Ze is nu in Salamanca.
Monique heeft het druk met Carla, de nieuwe vrouw van Sarkozy. Ze weet er alles van en praat er druk over. Michel vindt het maar niks. Hij schaamt zich een beetje, maar Monique gaat gewoon door.
Ik bel tussendoor nog even naar Corrie. Ze vertelt, dat Gerard in het ziekenhuis ligt voor een galoperatie. Eind mei is er een afscheidsfeest van Daan. Het feest van de kerkvrijwilligers was leuk.
We nemen nog koffie na. We moeten € 7,- per persoon betalen, incl. aperitief, extra wijn en koffie. Dan ben je een echte pelgrim.
Om 21.30 uur gaan we terug naar de hostal en om 22.00 uur gaan we naar bed.
=================
Dag 18: 18 april 2008. Aldanueva del Camino – Calzada de Bejar: 23 km. Cum. 438 km.
We vertrekken om 8.00 uur. Het is nu droog, maar er is zware bewolking.
We lopen langs de N630. De temperatuur is zeker niet hoger dan 8 graden.
Er passeren 2 grote Nederlandse caravans. Even later staan ze bij een benzinestation. Ik loop er langs en zeg, dat het niet echt vakantieweer is. Ze zijn verbaasd en vragen waar wij mee bezig zijn. Als ik het uitleg, begrijpen ze er niets van. De enige opmerking, die ze meegeven is, dat het niets voor hem zou zijn. Dat had ik ook niet verwacht, als ik naar zijn buik kijk.
We blijven langs de weg lopen. Soms moeten we van de weg af om er later weer op te komen.
Om ca. 9.30 uur lopen we Bajor de Montemayor in.
We zoeken een bar om koffie te drinken. In het centrum vinden we deze. Hier drinken we koffie en eten wat.
Terwijl we koffie drinken, gaat het verschrikkelijk regenen. Het blijft duren.
In de bar is een wand, die water doorlaat, dat van de bergen sijpelt.
Als we vertrekken trekken we onze poncho’s aan.
Het duurt even voordat we het dorp uit zijn. We lopen weer langs de N630.
We gaan nu richting Calzada de Bejar. We moeten flink klimmen over de oude Romeinse weg, Calzada, bestaande uit grote granietblokken.
Daarna verlaten we de bewoonde wereld.
Als we terugkijken op Banos de Montemayor hebben we een heel mooi uitzicht over de bergen en het dorp.
We lopen langs Puerto de Bejar.
Hier verlaten we de provincie Extramadura en komen in de provincie Castilia y Leon.
Het blijft maar regenen.
We lopen over berghellingen en dalen naar een riviertje. We passeren een nieuw viaduct. De wanden zijn beschilderd met de Ruta de la Plata van Merida tot Astorga.
Het blijft maar regenen, soms zelfs erg hard, zelfs zo erg, dat de paden vol water lopen en het moeilijk is om de voeten een beetje droog te houden.
Er zijn hier weer grote rotsen en ook grote rotsblokken. Overal ook weer gestapelde muurtjes.
Ik moet steeds switchen tussen de grote plassen en watergeulen. Het lukt meestal, maar in de loop van de middag heb ik wel natte voeten.
We passeren een Romeinse Mijlpaal van meer dan 2000 jaar oud.
De paden worden steeds moeilijker begaanbaar met zoveel water.
Om ca. 13.00 uur wordt het regenen minder en na verloop van tijd is het zo goed als droog.
Om ca. 14.00 uur komen we in de plaats Calzada de Bejar. Als we het dorp inlopen, zien we al meteen de albergue. Dat is snel.
Als we eenmaal binnen zijn begint het verschrikkelijk hard te regenen.
De albergue wordt gerund door een vrij jong stel. We worden vriendelijk ontvangen en krijgen een kop bouillonsoep.
Ze praten ook ontzettend hard.Er zijn ca. 20 slaapplaatsen. Er zijn stapelbedden en enkele tweepersoonskamers. Het is hier wel erg koud, want er is geen verwarming.
Als we gedoucht hebben is het weer droog en gaan Michel en ik naar het dorp. Het is een klein dorp met misschien 100 inwoners. De helft van de huizen zijn bouwvallen en staan meest leeg. De mensen moeten hier erg arm zijn. Er lopen alleen oude mensen.
Op de armoedige kerk heeft zich weer een ooievaar genesteld. De kerk is weer afgesloten. Het gemeentehuis is ook armzalig.
We komen langs de plaatselijke bar. We gaan naar binnen. We nemen een vieux. Michel kent dit niet. Hij vindt het lekker, maar wel sterk. Een glaasje is teveel voor hem.
Terwijl we in de bar zitten, begint het weer hard te regenen. Dan ziet het dorp er nog triester uit. Overal staan op de straat grote plassen.
Om ca. 17.00 uur gaan we terug naar de herberg. Ik ga schrijven.
Later gaan Michel uit Orleans en ik nog iets drinken in de bar. Ook Jurgen uit Denemarken gaat mee. We drinken een vieux, want dat warmt ons een beetje op.
Tegen 19.30 uur gaan we terug naar de albergue, waar we meteen kunnen eten.
We zitten aan tafel met 3 Fransen, 3 Duitsers en ik. Ik zit tegenover een Duits stel, dat ik nog niet eerder heb gezien. Ze komen uit de buurt van Augsburg. Het zijn aardige mensen.
Na het eten vraagt Michel of ik ook koffie wil drinken in de bar. Ik wil gaan slapen, want ik heb het erg koud.
Ik lig vóór 21.00 uur in bed.
===============
07-04-2008
Dag 19: 19 april 2008. Calzada de Bejar – Fuenterroble de Salvatierre: 21 km.
Cum. 459 km.
Vandaag heb ik tot 7.30 uur geslapen en nog goed ook.
Na het ontbijt vertrekken we. Het regent behoorlijk hard. Ik trek mijn poncho en beenkappen aan. We lopen door het trieste dorp. Eerst lopen we een stuk over asfalt en daarna gaan we een graspad op.
Al snel zien we, dat dit een pad is met veel water en veel wateroverlast. We komen bij een stuk, dat helemaal onder water staat. Hier moeten we doorheen. Er omheen is niet mogelijk. Michel en Michel en Monique zien het niet zitten en gaan terug en gaan proberen om via een omweg verder te gaan.
Jurgen en ik gaan verder. Het is soms heel slecht. Mijn schoenen staan al vol water. We moeten zelfs over een muurtje en verder door het weiland, dat ook gedeeltelijk onder water staat. Regelmatig moeten we door het water lopen en schep ik mijn schoenen vol. Het is eigenlijk niet te doen. We gaan verder
Volgens mijn routeboek moeten we weer door een rivier waden. We arriveren bij de rivier. Het is door de vele regen wel 40 meter breed geworden. Ik twijfel wat te doen. Jurgen wil gaan. Dan ga ik ook. We trekken onze schoenen en sokken uit. Jurgen gaat voorop. Hij heeft de langste benen. En ik volg. Het Duitse stel komt ook aanlopen. Zij willen ook door de rivier lopen.
We beginnen voorzichtig. Het water is erg koud.Na een paar meter sta ik al 50 cm in het water en het wordt snel meer. Dit is niet te doen. Jurgen en ik gaan terug. De Duitsers gaan ook niet verder. We trekken onze sokken en schoenen weer aan.
De hospitaleros vertelde gisteren, indien het water te hoog was, je ook via een boerderij over een brug kon.
Wij gaan terug en zien na een paar honderd meter een boerderij in de verte. We gaan door een poort richting boerderij. Als we daar arriveren, zien we een brug. Daar gaan we overheen en nemen het eerste pad richting de route. We komen weer bij een poort. Deze is op slot. Hier moeten we overheen. Het is een flinke klim met de rugtas.
Het regent nog steeds. Het is niet lekker. Het is ook nog koud met mijn natte voeten.
We komen weer op het pad, dan vervolgen we de route.
Al vrij snel komen we weer bij een rivier. Hier liggen granieten stapstenen, maar de meesten liggen 10 cm onder water.
Ik ga voorop. Er is een flinke stroming. Het is wel link, want ik heb mijn stokken in mijn handen en ik heb mijn poncho aan, die overal heen waait. Ik plaats mijn stok in het water om mijn evenwicht te bewaren. Hij blijft haken en valt in het water. Ik kan hem nog net met de andere stok redden, op gevaar af zelf in het water te vallen. Het lukt me van de ene steen op de andere te stappen of te springen. Ik haal de overkant zonder in het water te duikelen, maar wel met volle schoenen. Waar ben ik toch mee bezig?
Iedereen haalt de overkant en lopen verder. Regelmatig moet ik door het water. Het maakt nu niet meer uit. Mijn voeten zijn toch al doornat.
We lopen door het dorp Valverde de Aldelacave. Hier is helemaal niets.Er zijn ook alleen armetierige huizen, oude mensen en een sobere kerk met een groot ooievaarsnest. De ooievaars maken geen verschil tussen arm en rijk. Zij nestelen overal.
We vragen aan de mensen of er een bar is. Nee, er is geen bar, ca. 3 km verder in Valdelacasa.
Ik laat hier het water uit mijn schoenen lopen. Het regent nog steeds. Dat geeft het dorp een nog armoediger aanblik.
We verlaten het dorp en gaan over een asfaltweg verder. Het Duitse stel loopt een stukje voor ons.
In Valdelacasa vragen we of er een bar is. Die is er. Als we daar aankomen is het Duitse stel al gearriveerd.
Ik bestel koffie en een bocadilla.
Even later komen Michel (2x) en Monique ook binnen. Zij hebben, nadat ze zijn terug gegaan, via een asfaltweg naar Valverde de Aldelacave en dezelfde weg naar Valdelacasa als wij.
Het is leuk ze weer te zien.
Na 1/2 uur gaan we weer verder. Het is nu nog ca. 8 km. We besluiten via een asfaltweg te gaan en niet het routeboek te volgen. Het risico van waterpartijen is te groot. De barvrouw legt ons uit hoe we het beste de asfaltweg kunnen bereiken.
Als we vertrekken regent het nog steeds en het blijft regenen. Het is vandaag nog niet droog geweest.
Mijn voeten zijn doornat en koud. We lopen over de asfaltweg in de regen.
Onderweg kruip ik zo diep mogelijk in de poncho, vanwege de regen en de kou. Een poncho houdt goed de wind tegen.
Als we in Fuenterroble de Salvatierra aankomen, komen we weer in een armoedig dorp. Wat is het in deze streek toch een armoede.
We vragen naar de albergue en vinden deze vrij snel. Het is nu droog.
De albergue is het huis van de pastoor. We worden ontvangen door Richard en Mia uit Gilze-Rijen. Zij zijn hier gedurende 6 weken hospitaleros. Het is weer eens leuk Nederlands te kunnen praten. Zij hebben al 6 keer de Via de al Plata gedaan.
We kunnen ons verwarmen bij de openhaard. Dat is lekker. De schoenen kunnen nu drogen.
De Duitsers zijn er ook al.
Jurgen heeft hier een stempel gevraagd. Hij had hier een afspraak met zijn vrouw en is nu onderweg naar Salamanca.
Als we binnen zitten begint het buiten te sneeuwen. Wat een klimaat.
Richard vertelt, dat de route, die ik vandaag gelopen heb, gisteren door de politie was afgezet, vanwege de wateroverlast. Vanmorgen zijn de “pelgrims”, die hier hebben overnacht hebben, met de bus naar Salamanca gereden. Wat is dat Nu!!! Zijn dat nu “Pelgrims”?
Mia vertelt, dat zij in Alphen hebben gewoond. Ik vraag of zij Piet en Kees kennen. Ja, die kennen zij goed.
Wij slapen op de zolder. Er zijn 10 stapelbedden. Wij zijn de enige slapers. Het is er verrekte koud. De douches hebben koud water. Een koude zolder en koude douches. Nou dan ben ik snel gedouched.
Michel 2x en ik gaan wat eten in de enige bar. Onderweg kunnen we de huizen bekijken. Wat erg. Ik heb medelijden met de mensen hier. We eten en drinken wat. Daarna gaan we terug. Later kunnen we nog boodschappen doen.
Ik ga schrijven. Terwijl ik zit te schrijven praat Mia constant tegen mij. Het schiet zo niet op.
Om 18.00 uur ben ik klaar. Michel en ik gaan boodschappen doen. Daarna drinken we wat in de bar. Ik neem een Sol et Sombre (zon en schaduw). Het is een cognac Vieux en Amice. Het smaakt prima. Het is iets Spaans. Ik moet het niet teveel drinken, anders ga ik alles dubbel zien.
Daarna gaan we terug naar de albergue.
Om 19.30 uur lopen we naar het restaurant om te eten. We zijn met 6 man/vrouw. Het Duitse stel, Michel, Monique en Michel en ik.
Om 21.00 uur lopen we terug naar de albergue en ik ga slapen.
==================
Dag 20: 20 april 2008. Fuenterroble de Salvatierra – San Pedro de Rozados: 33 km.
Cum. 482 km.
Het was erg koud vannacht op de zolder. Ik heb hierdoor niet best geslapen.
Om 6.45 uur staan we op en vertrekken om 7.30 uur. Richard heeft uitgelegd hoe we het best kunnen lopen, vanwege de wateroverlast. Het is meest over asfalt en het is ca. 3 kilometer extra. We vertrekken met zijn vieren.
We lopen eerst ca. 200 m verkeert. Na vragen komen we op de route. Het is een lange asfaltweg.
Het is koud en het regent. Ik heb mijn poncho en beenkappen aangedaan. Met de poncho heb ik niet zo veel last van de koude wind.
We lopen langs weilanden met gestapelde muurtjes. In de weilanden staat heel veel water.
Het zou vandaag ca. 14 graden worden, maar dat is het nu zeker nog niet, want het voelt erg koud aan.
We komen nu langs een plaats, waarvan gisteren nog een foto in de krant stond. Op deze foto was te zien, dat in deze plaats 5 cm sneeuw lag.
We komen in de plaats Casafranca. Het is een gehuchtje. Er is niets te beleven. Dus snel verder.
De volgende plaats is Endrinal.
We lopen langs weilanden. In een wei lopen koeien met gevaarlijke hoorns. Vlak langs de weg zie ik ooievaarsnesten in de bomen. Als we er langs lopen vliegen ze op. De nesten zijn hele kunstwerken. Soms zijn ze gebouwd in een zijtak van de boom. Rond het ooievaarsnest vliegen allerlei kleine vogeltjes. Die hebben weer hun nestjes gebouwd in het ooievaarsnest.
In een weiland lopen een groot aantal grijze koeien of vaarzen. Ze zijn erg schuw. Als wij in de buurt komen lopen ze weg.
Om ca. 11.00 uur arriveren we in de plaats Frades de la Sierra. Hier kunnen we koffie drinken.
In de bar is men zeer verbaasd, dat wij hier langs komen. Normaal komen hier geen pelgrims. Dit ligt ook helemaal buiten de route.
Na nog een keer vragen komen we op de weg naar Pedro de Rorados. Het is nog 18 km.
Buiten het dorp zien we op de bergen wel 25 windmolens staan. We lopen er omheen. Het lijkt wel of ze steeds vlak bij blijven.
Ik verwacht uiterlijk om 16.00 uur in San Pedro de Rorados te zijn.
Om 13.00 uur klaart het wat op en het regent iets minder.
Er staan hier veel zieke of dode bomen. Ze zijn bedekt met groene schimmel of zwammen. Dat heb ik in Noord Spanje, onderweg naar Santiago, ook gezien.
Het is een erg lange asfaltweg. Het is de gehele dag klimmen en dalen. We komen vandaag op een hoogte van ca. 975 m.
De natuur is hier weer geheel anders dan een paar dagen geleden. Geen eiken, geen witte of paarse bloemen of brem. Het is in hoofdzaak weiland.
Om ca. 13.30 uur zien we weer markeringen. Dus we zijn nu weer op de route.
Eerst zijn Michel en Monique achter gebleven en daarna Michel.
Waar het mogelijk is, ga ik van het asfalt af en loop via een zandpad. Dit duurt kilometers lang.
Een paar kilometer voor San Pedro ga ik van het zandpad af en ga ik over een pad tussen akkerland naar San Pedro en volg de markeringen.
We komen om ca. 15.30 uur in het dorp. Het is een mooi dorp in de verte, maar als je het dorp inloopt, zie je weer de armoede.
De albergue staat goed aangegeven. We worden ontvangen door de beheerster. Michel en ik hebben een kamer met 2 stapelbedden. Wij zijn de eersten, dus wij slapen beneden. Michel en Monique krijgen een tweepersoons kamer.
Als we ons geïnstalleerd hebben, gaan we in een bar eerst wat eten. Daarna douchen en schrijven.
Het Duitse stel arriveert 11/2 uur later dan wij. Zij hebben ook een alternatieve route genomen.
Het blijft de gehele dag regenachtig.
Het is vandaag zondag. Dus de winkel is gesloten. De vrouw wil voor ons om 19.00 uur de deur wel even openen, zodat wij wat boodschappen kunnen doen.
Om 20.00 uur gaan we eten in een bar. We zijn met vieren. De Duitsers eten in een andere bar.
Om 21.00 uur gaan we terug naar de albergue en ik ga meteen naar bed, want het is er weer koud.
==================
06-04-2008
Dag 21: 21 april 2008. San Pedro de Rozados – Salamanca: 25 km.Cum. 507 km.
We vertrekken om 7.30 uur richting Salamanca. We pakken alles in het donker in, omdat de Duitsers nog slapen.
Michel en ik nemen bij vertrek afscheid van Monique en Michel.
Het is vandaag de laatste dag. We lopen weer over de weg, omdat door de regen van de laatste dagen de paden erg slecht zijn geworden. Er schijnt overal wateroverlast te zijn. Dus wij nemen, met tegenzin, weer de weg.
Het is een mooie horizon met de opkomende zon.
Het is erg koud vanmorgen. Er is een koude wind met een lage temperatuur.
Na 10 km zien we in de verte Salamanca liggen, als wij op een heuvel staan. Het moet toch nog 31/2 á 4 uren lopen zijn. Het lijkt erg dichtbij. Maar dat is niet zo.
Het landschap is wel aardig, er rijden niet zo veel auto´s. Maar het asfalt blijft.
Om 11.00 uur komen we in een voorstad van Salamanca. De plaats heet Aldeatejada (wat een naam!!). Hier zijn bars, waar we koffie kunnen drinken.
Daarna gaan we weer verder. We moeten even zoeken naar de Romeinse brug over de Rio Tormes.
Het is weer zo’n mooie brug. Daarna gaan we door een park richting Cathedraal.
Er zijn 2 Cathedralen. Een uit de 12e eeuw en een uit de 16e eeuw.
We volgen de schelpen in de bestrating en komen bij de albergue. Hij is nu gesloten, maar we kunnen even naar binnen. We krijgen de stempel.
Ik ga me verkleden, want wij willen de trein naar huis nemen, als dat mogelijk is.
Terwijl wij daar zijn, komen Monique en Michel ook binnen.
De Duitser van enkele dagen geleden. Hij is met de bus aangekomen. Dan komt er ook een Nederlands stel uit de Achterhoek. Zij zijn ook met de bus gekomen, omdat de vrouw een beenblessure heeft en enkele dagen rust moet nemen. De Duitser vertelt, dat de Zwitser Walter naar huis is. Na een bezoek aan de dokter enkele dagen geleden is hij, op advies van de dokter, gestopt.
Nadat we alles in orde gebracht hebben, gaan Michel en ik richting station.
We komen langs de Cathedralen, Palazzo Mayor en komen bij het station.
Daar worden we geadviseerd met de bus naar Vallodolit te rijden en verder met de trein te reizen.
============
De terugreis.
We gaan met de taxi naar het busstation en kunnen vrij snel met de bus weg. Het is ca. 11/2 uur rijden.
In Vallodolit moeten we 21/2 uur wachten, alvorens de trein vertrekt.
We gaan nog de stad in. Er zijn geen winkels om nog een souvenir te kopen.
Om ca. 20.30 uur vertrekt de trein. Het is een nachttrein. We zitten met 4 in een coupé. Het is verschrikkelijk benauwd.
Er zit een jongeman, die een stuk van de Camino heeft gelopen en nu op terugreis is.
Om 22.00 uur komt iemand van de trein en wij moeten onze coupé even verlaten. Ze willen de bedden in orde maken.
Na een kwartier kunnen we terug. Je kunt niet meer zitten, dus ik moet in bed gaan liggen. Het is zo benauwd en er kan geen raam open.
Ik lig tot ca. 24.00 uur wakker en daarna word ik regelmatig wakker.
Om 7.00 uur ga ik uit bed en naar de gang. Daar is het wat frisser. Het restaurant zit vol, anders had ik een ontbijtje genomen.
Om 8.30 uur komt Michel ook boven water. Hij heeft redelijk geslapen. We gaan naar het restaurant. Het is nu niet druk meer. Wij kunnen hier ontbijten en koffie drinken.
Als we teruggaan, zijn de bedden weer verwijderd.
Rond 10.00 uur vertraagt de trein en op een station blijft hij staan. Er zijn problemen met het spoor. Hij staat hier 1 uur.
Om ca. 11.30 uur zijn we in Parijs, gare Austerlitz. Met de metro ben ik in 20 minuten op station Gare du Nord.
Ik koop hier een kaart naar Brussel met de Thallys. Ik moet 11/2 uur wachten. In Brussel koop ik een kaart naar Roosendaal.
Om ca. 16.00 uur arriveer ik in Etten-Leur, waar Jeanne, Jef en Corrie staan te wachten. Al met al 3 uur vertraging.
===============
05-04-2008
Voorwoord Ruta de la Plata deel 2.
In april j.l. heb ik de Ruta de la Plata gedaan van Sevilla tot Salamanca.
Een mooie tocht met alle weersomstandigheden, die zich in een jaar kunnen voordoen.
Van hitte in het zuiden tot kou voor Salamanca, windstil tot een strakke koude tegenwind, droogte tot regen, hagel en sneeuw.
Het is een mooie ervaring om op terug te kijken.
In april hebben Michel en ik veel met elkaar opgetrokken, maar hij is nu niet in de gelegenheid om deze tocht af te maken.
Ik had al eerder met Jef afgesproken, dat hij het 2e gedeelte ook mee zou gaan. We wandelen al enkele jaren regelmatig samen en hij heeft in 2007 de Camino Frances gedaan.
We hebben gekozen om het 2e gedeelte aan te vangen eind augustus, omdat het dan iets minder warm is in Midden Spanje.
De route loopt van Salamanca naar Santiago de Compostela. Hij is ca. 500 km lang.
We gaan met de trein en arriveren ’s morgens om 9.00 uur in Salamanca.
We zullen de rest van de dag gebruiken om Salamanca te bezichtigen en ons voor te bereiden op het vertrek op 29 augustus.
De route.
De route van het 2e deel loopt van Salamanca naar Santiago.
De Camino loopt in noordelijke richting en buigt bij Granja in westelijke
04-04-2008
Dag 0. 27 augustus 2008. Etten-leur – Salamanca.
Het is weer zover. Het lijkt een gewoonte, dat ik weer vertrek. Niet meer gespannen voor vertrek.
Het lijkt wel of iedereen het ook normaal begint te vinden. Als ik zeg waar ik heen ga, kijkt niemand er meer van op. Of men vraagt: wanneer vertrek je weer?
De trein vertrekt om 14.30 uur in Etten-Leur.
Jeanne en Corrie rijden mee tot Roosendaal.
We drinken nog met zijn viertjes koffie in de stationsrestauratie.
De trein moet om 15.34 uur vertrekken. Om 15.30 uur wordt omgeroepen, dat de trein een vertraging heeft van 15 minuten. We hebben in Antwerpen 25 minuten om over te stappen. Dat wordt dan nu 10 minuten. Het zal toch niet weer fout gaan, zoals een jaar geleden. Dat wordt kritiek.
De trein staat onderweg ook nog een paar keer stil en hij rijdt langzaam.
We arriveren in Antwerpen om 16.28 uur en de Thallys vertrekt om 16.28 uur.
We hebben geluk. De Thallys vertrekt op hetzelfde perron. We kunnen meteen instappen en de trein vertrekt direct. Wat een geluk!!
Als we de trein niet gehaald hadden, hadden we pas morgen kunnen vertrekken, met alle gedoe van nieuwe kaarten, etc.
De trein stopt nog in Brussel en rijdt daarna met grote snelheid door Noord Frankrijk naar Parijs, Gare du Nord.
Hier nemen we de metro naar Gare d’Austerlitz. We arriveren hier ruim een half uur voor vertrek en kunnen meteen instappen in de TGV. Het is een slaaptrein.
We hebben een coupé voor 4 personen.
Eerst komt een Spanjaard een praatje maken. Hij reist naar Burgos. Er komt nog een Fransman bij uit Parijs. Hij heeft ook een rugzak bij zich.
Ik vraag waar hij heen reist. Hij reist naar Burgos en gaat wandelen tot Leon. Hij is enkele jaren geleden gestart in Le Puy en hij hoopt over enkele jaren in Santiago aan te komen.
Ik kan redelijk goed Frans met hem praten. Hij praat niet zo snel.
Om 20.30 uur drinken Jef en ik koffie in de restauratiewagen en om 21.15 uur gaan we slapen. Ik slaap boven.
Het is weer erg benauwd. 4 Man in een dergelijk kleine ruimte met te weinig ventilatie.
Ik kan niet slapen door het schudden en het lawaai van de trein.
Om 5.00 uur staan we op. Dan kunnen we dit benauwde hok verlaten en gaan op de gang staan. Het is een smal gangetje. Als iemand wil passeren moet je in een inhammetje gaan staan.
Als ik naar het toilet ga, zie ik de Fransman. Hij zal in Burgos uitstappen. Ik schud hem de hand en wens hem “Buen Camino”.
Om ca. 6.30 uur zijn we in Vallodolit. We stappen hier uit en gaan kaartjes kopen naar Salamanca. Dat gaat vlot.
In het restaurant drinken we onze eerste café con leche.
Om 7.00 uur lopen we naar het perron. De trein vertrekt om 7.30 uur. We kunnen meteen instappen.
Als de trein vertrekt is het nog echt donker.
Deze trein zal tot Salamanca nog 13 maal stoppen.
Om 7.45 uur begint het al aardig licht te worden.
Het is te zien, dat het hier tropisch warm kan zijn. Er staan in de natuur alleen eiken en dennen en veel verdord gras.
Om 9.10 uur arriveren we in Salamanca. Het is al ruim 20 graden.
We besluiten eerst naar de albergue te gaan. Deze is pas om 16.00 uur open, maar je kunt er wel je rugzak achter laten. Dit herinner ik me van april j.l.
We passeren het Palazzo de Mayor en maken daar enkele foto’s.
In de buurt van de albergue biedt een Spanjaard ons aan naar de albergue te brengen.
In de albergue worden we ontvangen door 2 Spaanse hospitaleros. Zij komen uit Valencia en blijven hier 2 weken als vrijwilliger.
We krijgen van de dames een nieuwe Credential voor Salamanca naar Santiago.
Een van de dames vertelt, dat geadviseerd wordt de weg N630 aan te houden tot Zamora. Er zijn overal werkzaamheden gaande voor de nieuwe weg met bijbehorende viaducten, etc. Dat is balen. 65 Km over asfalt, naast een weg met druk verkeer.
We laten onze tassen achter en gaan de stad in om wat te bezichtigen en te eten.
We bezoeken de beide Cathedralen, de Catedral Nueva en de Catedral Vieja ( de oude en de nieuwe) en de Casa de los Conchas (het huis van de schelpen). Het is de bibliotheek. De gevels zijn voorzien van Jacobsschelpen.
Salamanca is de oudste universiteitsstad van Spanje. Per jaar studeren hier ca. 50.000 studenten.
Daarna gaan we eten. We nemen een bocadilla ham met koffie.
We gaan op een bank in het park bij de albergue zitten. Ik ga schrijven.
De dames van de albergue komen ook naar het park. Ze vragen of we mee naar een museum gaan. Het is een tentoonstelling met Chinese kunst uit de periode van de Ming-Dinastie. Het is wel interessant. Het is kunst van vóór het jaar 1000. Het is meest beeldhouwkunst. Voor mij lijken de verhoudingen niet altijd juist.
Daarna gaan Jef en ik terug naar de Cathedraal. Er wordt een H.Mis opgedragen. We nemen ook plaats in de kerk.
Aan het eind van de mis vraagt de priester elkaar de hand te schudden. 2 vrouwen voor ons keren zich om en geven ons de hand.
Na de mis vragen de dames of we de Camino lopen, omdat Jef een shirt aan heeft met een Camionschelp. Als we dat bevestigen, willen ze alles weten.
Zij zijn ook pelgrim en zijn gestart in Sevilla. Vanwege de grote hitte stoppen ze hier en rijden morgen naar Leon om daar de Camino te vervolgen naar Santiago.In de Extramadura was het meer dan 40 graden. Een van de 2 nam dagelijks 5 liter water mee, omdat er meestal onderweg geen bevoorrading mogelijk was. Ze komen uit Australië.
Jef en ik gaan wat drinken. Het is echt warm hier.
Daarna gaan we terug naar de albergue. Om 15.15 uur kunnen we al naar binnen. We zetten onze rugtas bij ons bed en doen nog wat boodschappen voor morgen, zoals brood, kaas (la vache qui rit) en voor het ontbijt een paar croissants.
Daarna lopen we nog naar het Palazzo de Mayor.
Om 18.30 uur gaan we weer terug naar de albergue. Ik ga nog wat schrijven en we krijgen van de dames koffie aangeboden. Daarna gaan we weer naar het Palazzo de Mayor, waar het weer druk is.
Om 20.00 uur kunnen we gaan eten. We kunnen op een terras eten.
We hebben een leuke ober, die ons wel wat Spaanse woorden wil leren, zoals: copa, la querta, vaso en servessa.
We eten een menu del dia. Het bestaat uit een gemengde salade, frietjes met 2 schijfjes vlees (lomo) en flam als nagerecht, met een lekker flesje wijn. Dit alles voor € 9,=.
Om 21.30 uur gaan we terug naar de albergue.
Wij zijn de enige pelgrims vannacht hier.
Het is een mooie en nette albergue. Eerder ben ik op de Ruta de la Plata alleen maar mindere tegen gekomen.
Om 22.00 uur gaan we naar bed. Morgen gaat het beginnen.
=======
Dag 1: 29 augustus 2008. Salamanca – El Cubo de la Tierra del Vino: 35 km.
Cum. 35 km.
Om 6.30 uur staan we op. We hebben goed geslapen. Dat is ook niet verwonderlijk na 2 uur slapen in de nachttrein.
Gisteren hebben we gemerkt, dat het pas om 7.30 uur licht is. We willen niet in het donker vertrekken. Dat is in het verleden al zo vaak fout gegaan.
We eten in de keuken enkele croissants met limonade.
Om 7.30 uur vertrekken we. De hospitaleros slapen nog.
We gaan richting Palazzo de Mayor. Na 10 minuten passeren we een bar. We gaan hier eerst een café con leche drinken, want het kan vandaag onze laatste zijn. Hier lees ik in de krant, dat het vandaag 32 graden zal worden. Morgen wordt 28 graden voorspeld. De dagen er na wordt het iets minder warm. Dus vandaag wordt de test.
Daarna door naar het Palazzo de Mayor. Hier is men druk met het plaatsen van tafels en stoelen op de terrassen en de bevoorrading van de winkels. Er is volop bedrijvigheid.
We hebben gisteren de route voorbereid hoe we de stad uit moeten komen. Daarna passeren we enkele rotondes.
We zien onderweg, dat het om 8.00 uur al 24 graden is. Dus dat belooft nog wat voor vandaag.
Als we de stad uit zijn, komen we bij de N630. Deze weg ken ik nog van april j.l. Vele malen gezien en langs moeten lopen. Het is redelijk druk en lawaaierig.
Al snel komen we in de plaats Aldeaseca. Ondanks het advies van de dames besluiten we toch de Camino volgens het routeboek te volgen en niet langs de N630 te blijven lopen.
Na enkele kilometers houdt de bewegwijzering op. Er zijn hier volop werkzaamheden bezig voor een nieuwe weg met nieuwe viaducten. Deze projecten worden flink gesubsidieerd door de EU.
We besluiten weer richting N630 te gaan. We lopen door een groot riool(nog niet in gebruik) en komen weer bij de N630. We besluiten deze weer te volgen.
We begrijpen nu wat de dames bedoelden. De aanleg van de nieuwe infrastructuur heeft hier de Camino op zijn kop gezet en de markeringen zijn niet aangepast.
Om ca. 10.45 uur passeren we de rivier Aroyo de la Encia.De rivier staat helemaal droog en is nu eigelijk geen rivier meer.
Het land naast de N630 is begroeid met gras. Door de droogte is alle begroeiing verdord. Hier en daar staan wat groene struiken en bomen, die tegen de hitte en droogte bestand zijn.
Aan de andere kant van de weg loopt een Schot met rugzak en kilt aan. Hij loopt de Camino in tegenover gestelde richting. We zwaaien naar elkaar.
Om 11.00 uur wordt het steeds warmer.
Om ca. 11.15 uur arriveren we in Calzada de Valdunciel. Hier kunnen we koffie drinken.
We vervolgen de Camino toch weer volgens het routeboek. We beginnen nu al de N630 te haten.
We lopen door een landbouwgebied. Het graan is gemaaid en de zonnebloemen zijn uitgebloeid. De zonnebloemen beginnen zwart te kleuren.
We komen weer uit bij de N630. Deze vervolgen we weer. Het is nu flink warm. Om 13.00 uur is het 34 graden. Ik kan er goed mee omgaan. Jef vindt het minder.
Het is druk op de weg. Regelmatig claxonneren er auto’s. We vragen ons af of dit is om aan te moedigen of dat men ons voor gek verklaart. We zullen het nooit weten. Het is een saaie weg.
Op plaatsen, waar de Camino de N630 verlaat, is deze geblokkeerd door een hoop zand. Hier zijn overal werkzaamheden gaande aan de nieuwe infrastructuur.
We lopen zeker 17 km langs de weg. Het is verschrikkelijk saai. Er zijn geen dorpen of benzinestations. Aan de linkerzijde de werkzaamheden, rechts een natuurgebied.
Om ca. 13.30 uur duiken we in een nieuwe tunnel. Er waait een heerlijk windje doorheen. We eten en rusten wat. Daarna gaan we weer verder langs de N630.
De thermometer geeft 34 graden aan. We hebben plezier van onze petten met nekdoekje. Het voorkomt, dat onze nekjes te erg verbranden.
Bij de afslag naar Castillo zien we weer pijlen, die naar de Camino verwijzen. We willen deze toch weer volgen. Na 50 m zien we, dat een hoop zand de route verspert. Er wordt niets gedaan om de markering aan te passen door de werkzaamheden. Zoek het maar uit.
We lopen weer terug naar de N630.
Wat een saaie dag vandaag. Alleen maar asfalt. Wat hebben wij daar een hekel aan!!
Om 15.30 uur verlaten we de provincie Salamanca en komen in de provincie Zamora. Ik maak een foto van dit bord.
Het is nu nog ca. 3 km naar El Cubo. Om 16.00 uur verlaten we de N630. Nog 1 km.
In El Cubo blijkt, dat de albergue naast de kerk gesloten is.
We gaan op zoek naar Casa Carmen. Na enkele keren vragen komen we er vrij snel.
We zijn de enige gasten. Carmen is een vrouw van ca. 70 jaar. Ze mist de meeste tanden, maar ze is erg aardig.
Ze wijst ons de kamer. Het ziet er goed uit.
We gaan meteen douchen, want het is nog steeds erg warm. Daarna kleren wassen.
Na de huishoudelijke werkzaamheden gaan we naar de Tienda (winkeltje) voor de dagelijkse boodschappen.
We kunnen vanavond ook bij Carmen eten. De boodschappen bestaan in hoofdzaak uit voldoende drinken voor morgen. Daarna gaan we wat drinken in een bar.
Als we terug zijn bij Carmen ga ik schrijven.
Om 20.00 uur kunnen we eten. Carmen heeft goed gezorgd. We eten een salade, spaghetti, lomo met frietjes en puddinkje. Daarbij een fles wijn. De wijn zit een limonadefles. Waarschijnlijk koopt Carmen de wijn in per 50 liter of meer.
Buiten zitten haar kinderen met kleinkinderen. Deze zijn op bezoek. Het lijkt soms wel oorlog. Zo gaat het hele spul, inclusief Carmen, tegen elkaar tekeer. Dit is hun manier van converseren met elkaar. Niet slecht bedoeld waarschijnlijk.
De eerste dag zit erop. Het wandelen ging goed, alleen erg saai door de weg. Het was vandaag Camino Autoroute in plaats van Camino de Santiago.
Om 21.45 uur gaan we slapen.
=================
03-04-2008
=================
Dag 2: El Cubo de la Tierra del Vino – Zamora: 30 km Cum. 65 km
Om 6.30 uur staan we op. We hebben weer goed geslapen. Het was heel rustig, maar wel erg warm.
We ontbijten om 7.00 uur.
Als we in de eetkamer komen, staat de tafel al gedekt. Een servet, een kop en 4 cakejes op een bord. Dus voor elk 2 cakejes.
Carmen kijkt TV, terwijl we de droge cakejes wegwerken.
Om 7.30 uur vertrekken we. Het is net voldoende licht.
Op advies van de dames in Salamanca volgen we vandaag de N630. Het wordt dus weer een saaie dag langs de N630. We moeten niet klagen. Het wordt weer mooi weer, maar we moeten wel 30 kilometer langs de N630.
Bij vertrek is het ca. 16 graden.
Het is niet druk op de weg. Het is zaterdag, dus geen vrachtverkeer en slechts zo nu en dan een auto op de weg.
Mijn wandelstok, die ik gisteren met wat olie beter schuifbaar wilde maken, werkt niet meer. Hij is niet meer te fixeren, dus niet meer bruikbaar. Ik gooi hem maar weg en zal proberen snel een nieuwe te kopen. Hopelijk in Zamora.
Om 9.00 uur is het ca. 20 graden.
We lopen met een tempo van ca. 5 kilometer per uur. Dit kan ik controleren aan de hand van de paaltjes langs de weg. Deze staan elke 500 m en geven de afstand aan naar Zamora. Bovendien staat er elke 50 m een klein paaltje. Ik controleer dit regelmatig. Steeds 6 minuten van paal naar paal. Je moet wat naast een saaie autoweg.
We proberen zo vroeg mogelijk in Zamora te zijn. Zamora is een mooie stad met heel veel kerken, een Palazzo de Mayor met zijn kerk, het stadskantoor en politiebureau en vele terrassen.
Om 10.15 uur arriveren we in Corrales. Hier zijn langs de weg enkele bars. We stappen een bar in en bestellen koffie. We worden geholpen door een onvriendelijke vrouw.
Daarna gaan we verder, steeds langs de N630.
We moeten nog 16 kilometer lopen naar Zamora.
Na Corrales zijn er weer volop activiteiten aan nieuwe wegen. Soms kunnen we over de verdichte zandbaan lopen. Dit is prettiger lopen, maar meestal is het asfalt.
Om 13.00 uur zijn we in Morales de Vino. Veel namen eindigen hier op Vino. Het was vroeger een echte wijnstreek. Alleen zien we weinig wijngaarden. Dat komt omdat hier ooit een druivenziekte heeft geheerst, die alle planten vernietigde. Toen is men over gegaan op andere teelten.
In Morales nemen we op een terras een sandwich met koffie.
We gaan verder. Het is intussen erg druk geworden op de weg. Veel autoverkeer en veel lawaai.
De temperatuur is opgelopen tot 28 graden. Naast de weg is een natuurgebied met veel eiken en verdroogd gras.
Het wordt, naar gelang de tijd verstrijkt, veel drukker.
We passeren een kapel, waar we een paar foto’s maken. We kunnen in de kerk, omdat er zojuist een dienst is geweest.
We vervolgen de route naar Zamora. We lopen te ver door, omdat er geen markeringen zijn. We komen Zamora binnen via de verkeerde brug. Na enkele keren vragen komen we toch bij de goede brug. Het is een Romeinse brug uit de 12e eeuw, de Puente de Piedra, over de Rio Duero. Deze rivier vormt gedeeltelijk de grens tussen Portugal en Spanje.
We vragen naar de Palazzo de Mayor. Dat is de richting naar de albergue.
We passeren een albergue. Deze gaat pas open om 16.30 uur. Het is nu 15.30 uur. We willen naar de Jeugdherberg. Onderweg daarheen passeren we al enkele kerken.
We komen op de Palazzo de Mayor. Midden op het plein staat een kerk. De San Juan. Verder aan het plein het gemeentehuis, het politiebureau en veel restaurants met terrassen.
In het politiebureau vragen we naar de jeugdherberg Dona Urraca. We worden vriendelijk geholpen en krijgeneen stadsplattegrond mee. Het is niet ver lopen. Aan de balie wordt ons verteld, dat de Jeugdherberg gesloten is wegens vakantietijd. Normaal slapen hier studenten, maar zij hebben nu vakantie.
We lopen terug naar de albergue, die we eerder passeerden. We arriveren daar om 16.00 uur.
We gaan op een bank zitten met een mooi uitzicht over de stad.Om 16.30 uur gaat de albergue open. We worden ontvangen door een man met een witte doktersjas aan.
Er zijn nog geen andere pelgrims. Dus waarschijnlijk zijn wij weer de enigen vandaag.
We krijgen een kamer met 3 stapelbedden. Dus we hebben weer ruimte genoeg. Het ziet er allemaal erg mooi uit. Waarschijnlijk is het een gerestaureerd pand. Na de huishoudelijke taken gaan we naar de receptie om de Credential te laten stempelen en te betalen. Kosten € 4,=Weer belachelijk weinig, als je het onderkomen ziet. De man geeft ons nog een advies voor een Menu del Dia voor € 8,=
We gaan naar de stad. Het is zaterdag. Dan zijn er maar weinig winkels meer open om 18.00 uur.
Na wat zoeken vinden we een Tienda en ook toevallig een sportzaak voor wandelstokjes enze zijn niet duur. In de Tienda kopen we broodjes en drinken voor morgen. We hebben met dit weer toch minimaal 2 liter per man per dag nodig.
We gaan op een terras een biertje drinken. Bij het afrekenen vraagt de man € 8,40. Ik protesteer, dat dit niet kan. We hebben 2 consumpties genomen en geen 4. De man zegt, dat het klopt. We betalen en gaan verder. Even later komt de man ons achterop en zegt, dat hij zich vergist heeft, geeft ons € 4,= terug en biedt zijn excuses aan.
Om 20.00 uur gaan we naar het Palazzo de Mayor en gaan op een terras zitten. Er vinden in het gemeentehuis enkele trouwerijen plaats. Als de paartjes naar buiten komen worden ze bedolven onder de confetti en rijst. Er klinken zware knallen door vuurwerk. Er wordt gefilmd en er worden foto’s gemaakt. Daarna rijden de jonge paartjes in open auto’s door de stad.
Op de gebouwen rond het plein zijn veel ooievaarsnesten. Jef vertelt mij, dat de ooievaars al vertrokken zijn naar de warmere gebieden. Ik geloof Jef. Hij is de natuurkenner. Een half uur later komen ooievaars aanvliegen en gaan op de gebouwen zitten. Het worden er wel 50. Ik vraag Jef wat er aan de hand is. Dan zegt Jef, dat het te maken heeft met de trouwerijen. Ik geloof hem weer. Misschien overleggen ze ook wel over de vertrekdatum. Ik geloof hem weer.
Om 20.30 uur kunnen we in het restaurant terecht om te eten. Het menu bestaat uit een Russisch ei, vis of kip en yoghurt en koffie na. De Tinto wordt niet vergeten.
Om 21.30 uur lopen we terug naar de albergue. Het is erg druk op straat. Er wordt weer geflaneerd in mooie kleding door zowel jong als oud.
Om 22.00 uur gaan we slapen. We hoeven morgen niet vroeg op, want morgen lopen we maar 20 kilometer.
Het asfalt en de warmte hebben onze voeten geen goed gedaan. Dus morgen rustig aan.
==================
Dag 3: 31 augustus 2008. Zamora – Montamarta: 20 km.Cum. 85 km.
We staan vanmorgen pas om 7.30 uur op, want het is vandaag slechts 20 km.
We hebben allebei door het vele lopen op het asfalt enkele gevoelige plekken onder de voeten. Dan kunnen de voeten wat rust krijgen. We krijgen alleen in het begin wat asfalt.
Het was vannacht erg onrustig buiten door de uitgaande jeugd.
Om 7.45 uur is het pas goed licht. Om 8.15 uur vertrekken we.
We lopen naar het Palazzo de Mayor, langs het gemeentehuis. We hebben de route gisteren ter plaatse bekeken.
Het is goed weer, lekker fris, ca.18 graden.
Het is heel rustig in de stad. De straten worden schoon gespoten. Er zijn nog geen bars open om koffie te drinken. Het is zondag.
We lopen de stad uit en komen bij een rotonde. We zien een grote Supermercado van Dia. Er staat een bord met de tekst: Cafetaria. Er staan een aantal auto’s. Wij gaan erheen voor koffie.
We nemen elk 2 café con leche en lopen terug naar de rotonde. Hier staan de markeringen aangegeven voor de looprichting.
We moeten eerst langs de grote weg. Volgens het routeboek moeten we langs de N630 lopen. Dit is niet de N630.
Na enkele kilometers moeten we rechtsaf. Dit kan ik niet herleiden in mijn routeboek.
We vragen het aan en fietser. Hij zegt, dat wij goed lopen voor de Camino de Santiago. Dus we volgen de pijlen.
Het terrein waar we door lopen is bezaaid met hopen puin, maar we zien wel regelmatig pijlen. Dus we lopen goed. Midden tussen de hopen puin staat een huis, dat geheel is ommuurd. Het stinkt hier verschrikkelijk. Het lijkt wel een grote vuilnisbelt.
Om 9.45 uur komen we bij een nieuwe weg uit. Hier houden ook de pijlen op. We gaan richting het noorden.
We komen uiteindelijk uit op de N630. Hier zien we weer pijlen. Dus we lopen op de route.
We komen in het dorp Roales del Pan.
Voor in het dorp passeren we een tuin, die geheel in het teken staat van de Camino de Santiago.
Er staan beelden, die een pelgrim, een morendoder en allerlei andere Camino-attributen uitbeelden.
We lopen door het langgerekte dorp.
We passeren de kerk en lopen daarna het dorp uit en komen op een grindweg. Dit pad loopt de natuur in. Het pad loopt door een akkerlandgebied met overal velden met gemaaid graan, soms met zonnebloemen en soms druiven.
Er staan geen boerderijen langs het pad. Niets te zien, dan practisch alleen gemaaid graan. Soms is het land al geploegd.
In de verte zien we steeds de N630. Deze weg is van Sevilla tot Granja de rode draad van de Camino. Steeds lopen we in de buurt van deze weg.
Om 11.45 uur pauzeren we op een gemaaid graanveld.
We eten onze melkbroodjes met smeerkaas. We rusten ca. 30 minuten. We zitten op een hoger punt en de zon brandt hier flink en het is heet. Ik lees 35 graden.
We gaan verder over hetzelfde grindpad.
Het landschap is heuvelachtig. Soms denken we, als we op een heuvel staan, dat we in de verte een dorpje zien liggen. Het is niet goed te zien, omdat het dorp in een dal ligt en wij nog een paar heuveltjes moeten nemen.
We komen bij een splitsing van wegen. De pijl staat naar rechts. Even verder een verwijzing naar een albergue en naar een hostal. Wij volgen de richting naar de albergue. Regelmatig komt de aanwijzing terug.
Via een tunneltje komen we aan de andere zijde van de N630. We moeten rechtsaf naar de albergue.
Als we arriveren bij de albergue is er niemand. De deur is niet afgesloten.
Het is nu 13.30 uur. We zijn vroeg. We kunnen nu alles op het gemak doen.
We douchen, kleren wassen en ophangen. De overnachtingkosten van € 4,= moeten we deponeren in een brievenbus.
Terwijl ik ga schrijven, doet Jef boodschappen bij een nabij gelegen benzinestation. Naast het benzinestation is een restaurant, waar we vanavond zouden kunnen eten.
Om 16.15 uur is de was droog. Wij zijn weer blij.
Tot vandaag hebben we nog geen medepelgrims gezien, behalve die ene Schotse tegenligger.
Na het schrijven gaan we koffie drinken in het restaurant en halen nog wat eten voor morgen.
Het is nog steeds erg warm buiten.
We reserveren in een restaurant. Om 20.00 uur kunnen we eten.
We gaan wat op bed liggen tot het 20.00 uur is.
De albergue is nog vrij nieuw. De materialen, die gebruikt zijn, zijn vaak al eerder gebruikt, zoals de kasten, keuken, tafels, stoelen, e.d. Het wordt niet zo goed onderhouden. Het is toch wel mooi, dat zo’n klein dorp een albergue heeft. Per slot van rekening moet de gemeenschap, van een paar honderd mensen, de kosten opbrengen. Deze albergue kost € 4,= per nacht per persoon. Vandaag 2 gasten. Het moet duidelijk zijn, dat dit op jaarbasis veel meer geld kost dan het oplevert.
Om 20.00 uur gaan we naar het wegrestaurant.
Het voorgerecht bestaat uit een groot bord linzensoep. Daarna lomo, 3 plakjes gebakken varkensvlees met 6 frietjes en yoghurt naturel na, met natuurlijk de Vino Tinto. Dit alles kost per persoon € 10,= .
Om 21.15 uur lopen we terug naar de albergue. Het is al donker. We gaan meteen slapen.
====================
02-04-2008
Dag 4: 1 september 2008. Montamarta – Granja de Moreruela: 24 km.Cum. 109 km
Om 7.30 uur staan we op. Ik heb goed geslapen, Jef minder.
Om ca. 8.15 uur vertrekken we. We laten de sleutel aan de binnenzijde van de voordeur in het slot zitten. Dus de deur blijft open, zoals we deze gisteren ook aantroffen.
We lopen terug naar de route en lopen door het dorp en passeren een kerk uit de 16e eeuw. Buiten het dorp lopen we langs de Ermita del Castillo, die gerestaureerd wordt en in Renaissancestijl is gebouwd.
We komen op een brede puinweg tussen gemaaide graanvelden. In de verte zien we weer de N630. We lopen er parallel aan.
Even verder komen we in een gebied met meer bomen en in de verte bossen. Het zou leuk zijn, als we eens door de bossen konden lopen. Tot nu is het landschap meestal kaal.
We komen bij een stuwmeer Embalsa de Ricobayo. De natuur verandert hier. Alles in de buurt van het meer is hier groen. Hier is te zien, dat het land regelmatig onder water loopt.
Het weer is goed. We kunnen steeds ‘s morgens in korte broek vertrekken.
We volgen de pijlen en komen langs mooie huizen of beter gezegd villa’s met zwembaden, prachtige groene tuinen en gazons. Buiten de villa’s is het gras verdord.
We komen langs een grote ruïne Castrotorafe. Het was in de 15e eeuw een vesting en de hoofdvestiging van de Santiago-orde in het koninkrijk Leon. Deze vesting was belangrijk, maar toen de brug over de rivier de Esla werd vernield, kwam de vesting tot verval.
Na de ruïne gaan we richting Fontanillas de Castro. We passeren het dorp aan de rand en gaan richting Riego del Camino.
Het blijft steeds hetzelfde. Gemaaide graanvelden en verdord gras.
Even na het dorp komt ons een herder tegemoet met ca. 100 schapen, 2 honden en een paard.
Ik vraag de herder of ik een foto mag maken. Dat mag. Hij wil ook een foto van mij maken, als ik op het paard zit. Ik wil dit niet. Het lukt hem niet een foto van ons te maken. Hij drukt steeds op de verkeerde knop. Dan doen Jef en ik het maar. Hij blijft maar tegen mij praten. Ik versta er niets van. Ik geef hem maar een hand en loop verder, want ik begrijp er helemaal niets van. Het is een mooie man, zonder tanden en een door de zon getekend gezicht.
Het landschap blijft maar hetzelfde.
In Riego del Camino drinken we koffie in de bar van Pepe. Pepe is wereldberoemd in de pelgrimwereld. Hij is nors en laat bijna iedereen teveel betalen.
Achter de bar staan en liggen allerlei Camino-attributen, zoals beeldjes, schelpen sleutelhangers, ansichtkaarten en meer. Het is allemaal te koop.
Jef wil, zonder te vragen, er een foto van maken. Hij vliegt op en wil het niet hebben en is erg boos.
De verhalen over Pepe zijn in alle dagboeken beschreven. Bijna iedereen komt er, want hij heeft de enige bar in de verre omgeving. Zoals ik hem nu ervaar, moeten de verhalen kloppen.
Om 12.45 uur gaan we verder. Het is nog ca. 11/2 uur lopen naar Granja. In de verte nog steeds de N630. Gelukkig, dat dit morgen is afgelopen. Wij gaan dan richting het westen en de N630 loopt verder naar het noorden, richting Leon.
De temperatuur is boven 25 graden.
In de verte zien we Granja liggen. Dan is het nog ca. 1 uur lopen.
In Granja is de albergue goed aangegeven. Granja is een vrij grote plaats.
De herberg staat naast een museum van de kloosterorde Cisterciënzers.
Het is een mooie albergue met een bar. Volgens mij is het een particuliere albergue.
We kunnen hier vanavond ook eten en morgenvroeg ontbijten.
Hier treffen we de 1e pelgrim. Hij ligt flink te snurken, als we binnen komen. Het is een Spanjaard en is bezig met zijn siësta. (Dat duurt wel tot 17.30 uur.)
Na de dagelijkse werkzaamheden ga ik schrijven en Jef gaat het dorp verkennen en op zoek naar een Tienda.
Hij komt terug op een fiets. Deze stond ergens gestald en niet op slot. Hij heeft hem even geleend.
Om 17.00 uur gaan we boodschappen doen.
Daarna lopen we naar de splitsing van de route. Een route via Astorga, Ruta de la Plata en de andere via Ourense, de Camino Mozerabe. Wij nemen morgen de route via Ourense. Het monument is uitgesneden plaatstaal met de beeltenis van een kerk. Rechts staat Astorga en links Ourense. Wij gaan morgen links af in westelijke richting.
Het wordt steeds warmer buiten.
Als we terug bij de albergue komen, willen we naar het museum van de Cisterciënzer orde. Maar is vandaag gesloten.
Om 20.00 uur kunnen we eten. We gaan op tijd en drinken vooraf nog iets. De Spanjaard komt ook bij ons zitten. Hij spreekt alleen vloeiend Spaans, meer niet.
We bestellen macaroni, frietjes met ei en yoghurt na.
Het valt op, dat de Spanjaarden nog volop roken in de bars en restaurants. Bijna iedere Spanjaard rookt.
De Spanjaard woont in Merida en heet Valentin. Hij is vanmorgen gestart in Riego. Hij heeft overnacht in een vieze albergue in Riego. Hij had ook bij Pepe gegeten. Dat was hem niet bevallen.
Hij loopt de Ruta de la Plata in fases. Dit is de laatste fase naar Santiago. Hij loopt morgen, evenals wij, ook naar Tabara.
Het is toch opmerkelijk hoe het mogelijk is met elkaar te kunnen converseren, als de wil aanwezig is. Alleen hij volhart in het Spaans praten en vertellen.
Jef vraagt of hij van Nistelroy kent. Die kent hij wel.
Vanaf nu noemt hij Jef van Nistelroy, want Jef kan hij niet onthouden.
Om 22.00 uur hebben we gegeten. Het was een pelgrimsmenu. Dat betekent hier gezond en voldoende, als je een stevig voorgerecht neemt.
Wij gaan meteen slapen.
==============
Dag 5: 2 september 2008. Granja – Tabara: 26 km.Cum. 135 km.
Om 6.30 uur staan we op, want we willen om 7.00 uur ontbijten. We willen om 7.30 uur vertrekken.
Om 7.00 uur is de bar nog gesloten. We eten maar wat van onze voorraad.
Om 7.30 uur gaat de bar open. We nemen een koffie en vertrekken.
We passeren het monument van de splitsing . Wij kiezen voor Ourense. Deze route heet nu Camino Mozerabe.
De lucht is helder. De temperatuur is ca. 20 graden en het is heerlijk wandelweer.
De weg bestaat uit fijn gemalen puin. Het is erg stoffig.
Tot Tabara zullen we slechts één dorp passeren en dat is pas na 20 kilometer. Dus we moeten nog 4 á 5 uur wachten op de volgende koffie. Geen probleem.
We passeren een heel oude boerderij. Het lijkt op afstand een bouwval. Als we dichterbij komen, beginnen veel honden te blaffen en komt een oude vrouw naar buiten. We wensen haar “Buenas Dias” en lopen door.
Even verder komen we bij een T splitsing zonder aanwijzing. Dat is een probleem.
Ik kijk om en zie, dat de vrouw ons nakijkt. Ik loop terug en zij komt ons al tegemoet.
Het is net of zij vooraf weet, dat wij niet weten waarheen we moeten. Ze zegt, dat we rechtsaf moeten en daarna weer rechtsaf.
We gaan rechtsaf. Daarna zien we weer regelmatig markeringen.
We passeren een mooie granieten markeringspaal. Het is een paal, die geplaatst is door de gemeente Granja.
We lopen verder en krijgen mooie uitzichten. Het is een lang pad met aan beide zijden gemaaid graan. Dit is weer een Meseta. Het graan gaat over in een natuur, die steeds groener wordt. Er komen nu veel populieren en steeneiken.
In de verte zien we weer een schaapsherder met veel schapen. We zullen hem niet ontmoeten, want hij loopt op een pad, dat parallel loopt aan ons pad of in het veld.
Om 9.00 uur blijft het landschap groener worden. Ik zie veel struikjes, die ik in april volop in bloei heb zien staan. Nu is alles uitgebloeid en staan ze vol in de zaadbolletjes. Ik stop er wat in mijn broekzak.
De hellingen staan vol met deze struikjes. Wat vond ik de bloemen mooi. Vaak heb ik ze gefotografeerd. Deze struikjes moeten goed tegen de hitte en droogte bestand zijn.
De natuur verandert veel op een paar kilometer.
Om 9.30 uur komen we op een asfaltweg en we moeten links af.
We komen bij het meer Embalsa de Ricobayo en de rivier de Rio Esla.
Over de rivier ligt een mooie Romeinse brug. We hebben mooie uitzichten, die steeds veranderen, als we verder lopen.
De rivier loopt tussen hoge rotsten. Er is nagenoeg geen verkeer op de weg.
Als we de brug gepasseerd zijn, doen we de rugzak af en gaan wat eten en drinken.
Als we verder gaan, moeten we meteen na de brug links af. We moeten over rotsblokken de helling af. Zodra we beneden zijn moeten we weer meteen naar boven door het struikgewas over een smal pad. Het is erg goed opletten, want het is niet ongevaarlijk.
Als we weer boven zijn, hebben we weer andere uitzichten over het meer en de rivier.
Na ca. 30 minuten klauteren, gaan we de helling af en wordt het terrein vlakker.
Het is een mooi terrein met hier en daar bomen en verdord gras tussen rotsblokken.
De route gaat slingeren over het terrein met markeringen, aangegeven op de stenen.
We komen uit op een breed pad, dat we vervolgen.Naast het pad staan veel bomen en struikjes.
Om ca. 10.30 uur is het 24 graden en er waait een heerlijk windje. Het is een lang pad. Als we links of rechts afslaan, volgt er weer een lang pad.
We horen of zien practisch geen vogels. Of dit met de droogte of temperatuur te maken heeft is niet duidelijk. Of het komt misschien wel door de vele jagers, die je regelmatig ziet. In het voorjaar heb ik ook bijna geen vogels gezien.
We komen bij de ingang van de Finca Villa de la Rosa. Hier gaan we op een muurtje zitten en eten wat. Het is nu ca. 11.00 uur.
Als we de bossen uitkomen, gaat het terrein weer over in een Meseta met in hoofdzaak graan en soms zonnebloemen.
We lopen nu richting een windmolenpark op de bergen, dat we al enkele dagen in de verte zagen opdagen. Alleen nu zijn we er dichterbij.
Na een heuvel zien we nu Faramontanos de Tabara liggen en nog verder Tabara.
We komen een Spanjaard tegen. Hij vraagt waar we vandaan komen en waar we heen gaan. Hij zegt, dat FaramontanosTabara nog ca. 4 kilometer is en Tabara 6 kilometer verder. Hij wenst ons “Buen Camino”. Het is ca. 12.00 uur.
Het is een heel lang pad naar Faramontanas. Een mooi breed puinpad.
Om 13.00 uur zijn we in Faramontanas. We lopen langs de kerk en zien een bar.
Hier nemen we koffie met een tortilla.
Valentin komt ook langs. Hij groet en gaat aan de bar zitten. Zijn rug is doornat van het transpireren onder zijn rugtas. Ik maak er een foto van.
Hij moet er om lachen, als hij de foto ziet.
Om 13.45 uur gaan we verder.
Buiten het dorp gaan we weer verder over een breed puinpad. Aan beide zijden ligt nog niet in cultuur gebracht land. Langs het land zijn om de 100 meter putten geplaatst met pijpen voor wateraansluitingen. Dus dit terrein zal binnen enkele jaren omgetoverd zijn in vruchtbaar landbouwgebied.
Het is weer een pad van enkele kilometers lengte. Daarna rechts af, dan weer rechts af. Daarna weer een lang recht pad.
Als we vlak bij Tabara zijn, zien we geen aanwijzingen meer. We proberen links, rechts en rechtdoor. Alles geprobeerd. Rechtdoor blijkt de juiste route.
We arriveren in Tabara en komen op het Plaza de Mayor.
We passeren een bar met terras. Er zitten enkele pelgrimfietsers. Wij nemen er ook plaats. De fietsers beginnen tegen ons Duits te praten. Het blijken Belgen te zijn, die van Santiago naar Sevilla fietsen. Ze komen uit Maaseik.
We gaan verder. Bij een restaurant vragen we naar een hostal. We kiezen vandaag voor een hostal, want we hebben de informatie, dat de albergue hier slecht is. Dit restaurant blijkt ook een hostal te zijn. We kunnen hier overnachten.
Het is een mooie grote kamer op de 2e verdieping.
Na de dagelijkse werkzaamheden gaan we wat boodschappen doen.
Ik ga op een terras mijn dagboek schrijven. Jef doet intussen boodschappen en bekijkt de route voor morgen.
Er komen meer pelgrims langs en groeten. Ook komt Valentin voorbij. Hij slaapt in de albergue.
Als Jef terug komt, gaan we de kerk bezoeken, die net open is. Bij het verlaten ontmoeten we een Ierse man en een Duitse vrouw. Ik praat met de man. Hij zegt, dat hij sinds een week, weer eens Engels kan spreken.
Als Jef en ik in de hostal wat drinken, komen zij ook binnen. Zij overnachten hier ook. Zij hebben ook het eerste deel tot Salamanca in april gedaan en zijn vorige week weer gestart in Salamanca.
We spreken af later op de avond met hen te eten in de hostal.
Om 21.00 uur kunnen we aan tafel. De vrouw woont in Neurenberg en heet Sonja. De man heet Michel. Hij heeft 2 maal de Camino Frances gedaan, zij 1 keer. Het is eigenlijk wel gezellig.
Om ca. 22.30 uur hebben we gegeten.
Jef en ik gaan naar bed.
==================
Dag 6: 3 september 2008. Tabara – Santa Croya de Tera: 24 km.Cum. 159 km
Om 7.00 uur staan we op. We drinken om 7.30 uur koffie in de bar en vertrekken.
We lopen voorbij de kerk en gaan direct de natuur in.
De lucht is zwaar bewolkt. Ook de TV gaf vanmorgen kans op regen. We hebben er op gerekend. De beenkappen heb ik aan en de poncho is binnen handbereik.
We komen op een breed pad en het loopt langzaam omhoog.
De markeringen zijn nog vrij nieuw en het zijn er voldoende.
We komen nu vlak bij het windmolenpark op de bergen, dat we al dagen in de verte hebben gezien.
We komen nu in een gebied, dat steeds groener wordt. Er staan veel heideplanten, de bekende struikjes en lage dennen.
Verderop zijn de hellingen compleet groen door de begroeiingen.
We passeren geploegde akkers, waar een aantal eikenbomen staan. De toppen zijn uit de bomen gezaagd. De takken hangen tot op de grond.
We zien een bos, dat vorig jaar is afgebrand. De boomstammen zijn zwart geblakerd, maar er zijn ook bomen waar weer groene takken aan zitten. Dat geldt ook voor de struikjes.
In de verte zien we Bercianos liggen. Het is nog ruim 1 uur lopen, voordat we het dorp bereiken.
Om 10.45 uur lopen we het dorp in. Het is zoeken naar een bar. We vinden er een. De ingang van de bar blijkt via de garage te zijn.
Een oud vrouwtje helpt ons. We drinken ieder 2 café con leche. Kosten € 2,= per persoon.
Daarna lopen we weer snel het dorp uit en lopen het buitengebied in. Het is nog ca. 2 uur lopen naar Santa Croya de Tera.
Op het land staan hier soms ook aardappelen en op een paar akkers ook groenten. Er staan hier ook populierenbomen. Het lijkt wel, dat het hier vochtiger is als eerder.
We moeten een lange helling op met goede markeringen. Soms zijn de markeringen op de grond aangebracht met losse stenen in de vorm van een pijl.
We passeren een rieten hut met een tafel en blokken om op te zitten.
Er staat een groot bord, waarop reclame wordt gemaakt voor de albergue van Anita.
Voor Croya passeren we een irrigatiekanaal met aftakkingen van goten en putten. Het land is hier redelijk groen.
We zien Santa Croya liggen en arriveren in het dorp om 12.45 uur.
We moeten het hele dorp door om de albergue van Anita te bereiken. Na enkele keren vragen, komen we er om 13.00 uur aan.
We worden ontvangen door Anna, de dochter van Anita. Het is een vriendelijk meisje. Ze laat ons het hele huis zien. Het is groot en erg mooi. Er zijn 2 zaaltjes met elk 20 bedden. Het ziet er perfect uit. Het keukenblad is van graniet. Het sanitair ziet er erg goed uit met nette douches.
Na de rondleiding ga ik douchen.
Ik kan hier internetten. Ik zet een bericht op “Waarbenjijnu”. Het is een erg trage computer met een slechte internetverbinding. Met veel geduld lukt het een bericht te versturen.
Om 15.00 uur kunnen we wat eten. Daarna ga ik schrijven. Om 16.30 uur ben ik hiermee klaar.
Sonja en Michel komen ook in deze albergue. Later komt er ook nog een Spaans meisje bij. Dus er komen er elke dag bij.
De wijn in deze albergue is gratis. Deze wordt door de zoon gemaakt. Om 19.00 uur zit iedereen al volop aan de wijn. Ze vragen of wij er ook bij komen. Het Spaanse meisje heet Maloes. Ze stopt ermee. Haar grote teen is heel dik en erg blauw. Ze gaat morgen weer naar huis. Ze woont in Valencia.
Om 20.00 uur kunnen we eten. Het is een gezonde maaltijd.Het is heel gezellig. Maloes is een jolige meid. Door de vele wijn doet ze niet anders dan lachen en voelt volgens mij geen pijn. Ze leert ons weer een paar Spaanse woorden.
Om 21.30 uur schenkt Anna nog een klein heet borreltje in. De vlammen slaan uit mijn mond, maar het smaakt.
Om 22.00 uur gaan Jef en ik naar bed. De anderen gaan nog even door.
Het weer is vandaag erg meegevallen. Er was wel veel bewolking, maar er is geen regen gevallen.
============
01-04-2008
Dag 7:4 september 2008. Santa Croya de Tera – Mombuey : 40 km.Cum.199 km.
Vanmorgen staan we om 7.00 uur op. We nemen 2 yoghurt en vertrekken.
Nu regent het als we buiten komen. Echt niet leuk.
We trekken de poncho en de beenkappen aan.
We lopen over een grote brug over de Rio Tera. Ergens in de brug zou een beeld van Jacobus zijn opgenomen. Door de regen vergeten we het beeld op te zoeken.
Alle dorpen in de buurt van deze rivier eindigt de naam op “Tera”.
Nu zien we pas hoe breed deze rivier is met snelstromend water.
We lopen richting Santa Marta de Tera.
Als we in Santa Marta arriveren, zien we 3 pelgrims lopen. Een van hen is Valentin.
Valentin wijst ons de goede route. De richting, die wij opgingen, was een alternatieve route.Er staan ook meerdere pijlen in de verschillende richtingen. Dus we kiezen de route, zoals zij nu lopen.
Buiten het dorp lopen we door een populierenbos. De bomen staan in alle richtingen kaarsrecht in een lijn.
Om ca. 9.00 uur houdt het op met regenen. De poncho gaat meteen uit, want het is erg warm met poncho. We hangen hem over onze rugtas, zodat hij altijd bij de hand is.
We lopen verder. Opeens mist Jef zijn poncho. Hij is van zijn rugtas geschoven. Sjonge, sjonge… Dan maar weer teruglopen. Na ca. 500 meter vinden we de poncho. Dus 1 kilometer extra.
Om ca. 9.15 uur lopen we langs de oever van de Rio Tera. Het is een snelstromende rivier.
Na een kwartier gaat het weer regenen. Poncho weer aan.
Om ca. 9.30 uur gaan we een brug over en gaan we aan de andere kant van de rivier verder.
Het lopen gaat goed. De natuur is goed en de regen houdt weer op.
We gaan richting Cazadilla de Tera.
Om ca. 10.00 uur komen we uit het natuurgebied en lopen verder over het asfalt en komen in Cazadilla de Tera. We passeren de 3 pelgrims, die bij een vervallen kerkje zitten te eten.
Wij gaan op zoek naar een bar. We vragen diverse malen waar een bar is. We worden van het kastje naar de muur gestuurd. We gaan verder.
Buiten het dorp gaan we aan de kant van het pad zitten om wat te eten en te drinken.
De 3 collega’s passeren ons weer.
Als we de route vervolgen lopen we langs een irrigatiekanaal met snelstromend water. Aan de andere kant van het pad staan weer de putten met de goten.
Als we in Olleros de Tera aankomen, kunnen we in een bar koffie drinken.
Na Olleros de Tera is er ook een alternatieve route. Volgens het routeboek is de alternatieve route niet interessant. Dus wij willen de route volgen, welke het boek adviseert.
Bij een splitsing staan er in 3 richtingen pijlen aangegeven. Op gevoel en met het kompas denken wij, dat de middelste de juiste route is. Deze gaan we volgen. De route is goed gemarkeerd.
We zien in de verte een Ermita. We laten een Spanjaard uitleggen waar we exact zijn. Uit zijn uitleg blijkt, dat we toch op de alternatieve route lopen. Dus minder fraai en een aantal extra kilometers.
We passeren de mooie Ermita en vervolgen de route, die goed gemarkeerd is.
In de verte zien we een enorme stuwdam. Hij staat ook aangegeven in het routeboek.
We zien een pelgrim uit de bosjes komen. We begrijpen er niets van. De anderen zijn er niet bij. De route is toch goed aangegeven. Ze zijn misschien per abuis van de route afgeweken.
De route gaat van de weg af. Het is een hele poos worstelen over paden tussen struiken en bomen. Dan klimmen, dan weer dalen. Jef vindt er niets aan. Ik houd er wel van.
Hij loopt hijgend achter mij aan.
Na een ½ uur komen we weer op de asfaltweg en zijn vlakbij de stuwdam.
Het is een enorme grote stuwdam. Minimaal 1 kilometer lang met een groot hoogteverschil tussen de ene en de andere zijde van de stuwdam. Het is indrukwekkend.
We kunnen te voet over de dam. Voor auto’s is de dam niet toegankelijk.
Aan het eind van de dam moeten we linksaf en lopen langs het stuwmeer. Vanaf deze zijde is de stuwdam niet zo indrukwekkend door de hoge waterstand.
We lopen over een asfaltpad. We zien hier een nieuw markeringsbordje, dat we nog niet eerder zagen.
We arriveren in Villar de Farfón. Het weer is opgeklaard en de zon begint te schijnen. Het is mooi weer. De temperatuur stijgt naar 25 graden.
Villar is een gehucht met misschien 200 inwoners. We zijn er snel doorheen.
Daarna gaan we op weg naar Rionegro del Puente.
Het gaat over heuvelachtig terrein met in de verte de bergen. Het is duidelijk, dat de bergen er aan komen. Het duurt nog een paar dagen, voordat we er zijn.
In Rionegro eten en drinken we wat. Nu hebben we 32 kilometer afgelegd vandaag. Het is nog ca. 8 kilometer naar Montbuey.
Als we Rionegro verlaten, gaat het eerst naast de N525. Het is eenzelfde verkeersader naar het westen als de N630 naar het noorden.
Daarna gaan we verder door een natuurgebied met veel verdroogd gras en bomen.
Een koppel honden volgt ons. We proberen ze terug te sturen. Dat lukt niet erg. Als wij blijven staan, blijven zij ook staan. Ze verstaan erg slecht Nederlands. En ook “Perro kkksssttt” helpt ook al niet. Dan maar niet meer omkijken en doorgaan. Enige tijd later kijken we om en zien ze stil staan en naar ons kijken. Ze komen niet meer mee.
We komen in Montbuey. We lopen naar het centrum en vragen naar de albergue. Deze is snel gevonden. Het lijkt ons niet zo schoon en besluiten naar een hostal te gaan.
De eerste hostal is gesloten. Dan naar een hotel. Deze ligt wel 1 kilometer buiten het dorp. We komen de andere pelgrims tegen. Zij gaan wel naar de albergue. Het hotel is “complet”. (pelgrimsonvriendelijk?) Dan maar terug naar de albergue.
Als we er aankomen hebben de 2 andere pelgrims zich al geïnstalleerd. Ze lachen wel, als we binnen komen. De ene is Valentin en de andere is een Italiaan en heet Fausto. Hij vraagt hoe wij heten. Jef is in het Italiaans Guiseppe en Jan is Giovanni. Dus zo noemt hij ons voortaan.
Ik praat wat met de Italiaan. Hij spreekt een paar woorden Frans en een beetje Engels. Valentin spreekt alleen Spaans.
Fausto is gestart in Sevilla. Voor Salamanca heeft hij de bus genomen, vanwege het slechte weer. Hij loopt door naar Fisterra, daarna Muxia en weer naar Santiago. Daarna met de trein naar Porto. En dan met het vliegtuig naar Milaan/Bergamo, waar hij woont.
Om 19.00 uur gaan Jef en ik boodschappen doen. Daarna ga ik in een bar schrijven met een pilsje.
Om 20.00 uur ben ik klaar.
We vragen hoe laat we kunnen eten. Dat kan pas om 21.30 uur. Dat is voor ons veel te laat. We gaan terug naar de albergue en eten wat brood met kaas en koeken.
Om 22.00 uur gaan we slapen.
Er is intussen nog een fietser bij gekomen. Hij is niet erg spraakzaam.
=============
Dag 8: 5 september 2008. Mombuey – Puebla de Sanabria: 33 km.Cum. 232 km.
Om 7.00 uur staat iedereen op, behalve de fietser.
We eten een yoghurt en vertrekken om 7.45 uur.
Het regent nog niet, maar het is wel zwaar bewolkt. We doen onze beenkappen al aan en de poncho hangt paraat.
We verlaten het dorp en lopen even langs de weg en gaan door de natuur naar Valdemerilla en Cernadilla.
We lopen weer door een mooie natuur.
Om 10.00 uur gaat het regenen en flink ook. We trekken tijdig onze poncho aan. Het geeft ook een goede bescherming tegen de koude. Tijdens het regenen is het maar 12 graden.
We lopen door Entrenas Het is maar een gehucht. Overal zien we stapels kachelhout afgedekt met lang gras of riet.
Om ca. 11.00 uur kunnen we onze poncho uittrekken, maar een kwartier later weer aan.
Om ca. 12.00 uur kunnen we koffie drinken in Asturianos.
We komen een Spaans stel tegen, die er ook koffie hebben gedronken. Ze proberen ons duidelijk te maken, dat het daar niet helemaal pluis is, maar we gaan toch naar binnen.
We komen de bar binnen met de poncho aan.
We moeten plaats nemen aan een tafeltje en alle spullen bij elkaar houden bij het tafeltje.
De vrouw ziet er niet bepaald vriendelijk uit. Ze houdt ons in de gaten.
Even later komen Fausto en Valentin ook binnen. Zij doen hetzelfde. De vrouw reageert naar hen toe agressiever dan tegen ons.
Als Fausto wat koeken uit zijn tas haalt om te eten, ontploft ze. Als hij iets wil eten, moet hij dat in de bar kopen. Valentin gaat buiten op het terras, onder een afdak, zitten en eet daar zijn brood. Fausto gaat met de vrouw de discussie aan, waardoor ze rood aanloopt van woede.
We gaan gelijktijdig weg de regen in.
Er is geen mogelijkheid veel rond te kijken, want we zitten onder de hoed en in de poncho.
We vervolgen de route naar San Salvador. Daar is een mooie Ermita.
Daarna verdwalen we even, omdat de pijl op de weg gedeeltelijk wordt bedekt door de regenwaterstroom.
Na een kwartier lopen we terug en vinden de pijl. Hierna zijn de markeringen duidelijk aangegeven.
We lopen langs Palacios de Sanabris. We lopen verder door de natuur en kruisen de N525.
We lopen om 15.30 uur Puebla de Sanabria binnen. Het is een groter dorp dan we eerder vandaag zijn gepasseerd.
Al snel vinden we een privé-albergue. We gaan naar binnen. Het ziet er goed uit. Fausto en Valentin discussiëren met de eigenaar over de prijs. Ze gaan verder, omdat ze € 12,= per nacht teveel vinden. Zij gaan op zoek naar de gemeente albergue. Weer door de regen.
Als zij weg zijn vraag ik de eigenaar of de verwarming hoger kan, want het is koud en alles is doornat. De verwarming kan niet aan, maar hij heeft een gaskachel. De gasfles is leeg. Hij haalt meteen een nieuwe en sluit deze aan. De kachel moet in de gang blijven staan.
Kranten en WC papier in de schoenen en alle kleren rond de kachel.
Na een uur komen de twee mannen terug. De gemeente albergue is gesloten. Gisteren lachten zij, nu lachen wij.
We hebben al gedouched en zijn klaar.
Later komen ook nog Sonja en Michel.
Om 18.00 uur gaan Jef en ik het dorp in en doen wat boodschappen.
Het regent nog steeds flink.
Ik bel Corrie. Alles is in orde.
Jef en ik eten in een bar een pasta. Dan gaan we terug naar de albergue
We wisselen het papier in onze schoenen en draaien onze kleren bij de kachel. Het is vol rond de gaskachel geworden. Iedereen heeft doornatte kleren.
Om 20.00 uur gaat iedereen eten. Wij blijven in de albergue en zorgen, dat onze kleren een goed plaatsje hebben bij de kachel.
We drinken een wijntje.
Om goed 21.00 uur komt iedereen terug. We drinken met zijn allen de fles leeg. Het is erg gezellig.
Om 22.00 uur gaan wij slapen. De anderen maken de fles leeg.
==============
Dag 9: 6 september 2008. Puebla de Sanabria – Lubian: 30 km. Cum. 262 km.
Om ca. 7.00 uur staat iedereen op. Het is even druk in de keuken. Als de albergue vol is, moet het op de zalen en in de keuken een bende zijn. We zijn gelukkig maar met 6 man/vrouw.
Ik gebruik meestal het onderste bed om op te slapen en het bovenste om mijn spullen op te leggen.
We drinken chocomel en eten wat cakejes. Deze zijn in de prijs begrepen.
Het weer is opgeklaard. De voorspellingen zijn ook goed.
Volgens het routeboek wordt het vandaag geen gemakkelijke dag. Er moet veel geklommen en gedaald worden. Bovendien kunnen de paden slecht zijn.
Vandaag bereiken we de hoogste top van deze Camino. Het is de Puerto de Padornela op een hoogte van 1355 meter. We beginnen op 960 meter.
In het routeboek staat, dat de markeringen nogal eens ontbreken.
We moeten eerst door het dorp. Gisteren is het feest geweest in het dorp. Er lopen nogal wat dronken mensen op straat. Dit om 8.00 uur in de morgen.
Op een pleintje liggen een paar jongens in een fontein en zwemmen rond. Het is fris, maar dat zullen de jongens door de alcohol niet voelen.
We moeten naar boven. De kerk ligt op een heuvel.
Vóór het kerkplein staat een grote tent. Een paar mensen vegen de scherven bijeen. Tussen de scherven zwalken nog een aantal mensen met volle glazen drank in de hand.
We komen uit bij 4 andere pelgrims. Het zijn Fausto, Valentin en een stelletje.
We lopen gezamenlijk verder. Zij lopen ongeveer hetzelfde tempo als wij.
We lopen eerst langs de weg, later gaan we van de weg af en een natuurgebied in.
Het is een pad met karrenspoor, lang gras, plassen en veel puin.
Even verder moeten we ons een weg banen door het struikgewas.
Aanwijzingen zijn er niet. Eén Spanjaard kijkt steeds in paperassen en geeft aan hoe we moeten lopen. Hij zal het wel weten.
We moeten flink door het lange gras. Dit duurt wel een tijdje. Tussen het gras is een plat getrapt paadje van 30 cm breedte, dat ontstaan is door de enkele duizenden pelgrims, die hier jaarlijks passeren. Dit is het enige pad door het hele terrein.
De bergen komen steeds dichterbij.
Jef geeft iedereen een snoepje en zegt in zijn Spaans of Italiaans, dat het een viagrapil is. Grote hilariteit. Fausto vindt dit wel leuk en heeft het de rest van de dag alleen over viagra. Sommigen gaan nu sneller, anderen weer langzamer lopen. Iedereen houdt er iets aan over.
We lopen langs het plaatsje Terroso en gaan richting Recquejo. Hier zullen we koffie drinken.
In dit dorp is een bar.
Er stopt een auto. Er komt een man uit de auto met een valk. Hij vertelt, dat hij valkenier is en geeft een kleine demonstratie.
Als we verder gaan en vragen naar de route adviseert een man ons niet de route te volgen, daar de route, vanwege de regen, zeer slecht begaanbaar is en dat er veel lang gras staat.
We volgen toch de route.
Ik praat met het Spaanse stel. Ze wonen in Salamanca en zijn daar ook gestart.
Als ze gewandeld hebben gaan ze met de bus of taxi terug naar het vertrekpunt en rijden de volgende dag met de auto naar het vertrekpunt, waar ze de dag eerder gestopt zijn. Zij doen dit, omdat dan de bagage in de auto kan blijven.
Al snel ondervinden we wat de man in Recquejo bedoelde. We komen uit bij grote varens, waar we doorheen moeten. Mijn kleren en schoenen worden doornat.
We proberen weer op de hoofdweg te komen, daar het lopen door de varens niet te doen is.
Het lukt vrij snel.
Het is zaterdag vandaag. Er is nagenoeg geen verkeer op de weg.
Deze weg loopt langzaam omhoog en gaat naar de top van de berg, de Puerto de Padornelo.
Het is hier frisjes, ca. 15 graden, wel goed loopweer.
Vlak voor ons zijn de bergen met de windmolens. In Padornelo kunnen we weer koffie drinken. In een bar annex slager.
De vrouw uit Salamanca biedt ons vers stokbrood aan met worst uit Salamanca. Het smaakt uitstekend. De man vertelt, dat hij zondagavond naar huis gaat en maandagmorgen terug komt met nieuwe ham. Ik zeg tegen hem, dat ik klant ben.
Iedereen trekt hier een jas of vest aan, want op deze hoogte is het flink koeler.
We volgen na Padornelo weer de route en passeren de top op 1355 meter. Het is hier koud.
We lopen over een brug over een vallei met pijlers, die wel 50 meter hoog zijn. Het uitzicht over de bergen en de vallei is hier erg mooi.
Vlak na de brug gaan we door een tunnel van ca. 350 meter lengte. De tunnel heet Tunel de Aciberos. Het is echt koud in de tunnel. Het is ca. 6 graden en er waait een flinke wind door de tunnel.
Er rijden nog steeds bijna geen auto’s hier.
Na de tunnel gaan we weer van de weg af en lopen door mooie, rustige natuur. Na ca. 1 kilometer komen we helaas weer op dezelfde weg uit.
Even verder denken we, dat we weer van de weg gaan. We zien helemaal geen aanwijzingen meer.
In de verte zien we Lubian liggen. Het ligt in een dal. De berghelling is helemaal met groen begroeid.
We blijven met 6 bij elkaar.
De afstand naar Lubian blijkt groter te zijn dan we dachten. We passeren een kerkhof. Dan denk ik, dat het dorp niet ver kan zijn. Hier geldt dat niet. Het is veel verder.
We vragen het nog onderweg. Men zegt ons, dat Lubian niet ver meer is.
Door de vele bochten in de weg is het dorp ook in de verte niet te zien. Maar na een bocht staan we in Lubian. Het is 15.30 uur.
De herberg hebben we snel gevonden. Het is een gemeente albergue. De sleutel moet ergens opgehaald worden. Dit doet Valentin. Na enige tijd komt hij terug. Hij wil de sleutel in het sleutelgat steken. De sleutel past niet. Hij heeft autosleutels meegekregen. Dus weer terug.
Om 16.00 uur kunnen we binnen.
Het is een mooie albergue, alleen weinig keukengerei.
We zijn met dezelfde mensen als gisteren. Sonja en Michel komen om ca. 18.00 uur binnen.
Ik ga eerst mijn kleren wassen, daarna douchen en schrijven.
Om 18.00 uur gaan we boodschappen doen. Er is geen restaurant. We nemen een bocadillo mee voor het avondeten en een paar yoghurt.
Jeanne belt Jef, dat ze naar de dokter is geweest, vanwege maagklachten. Ze heeft pillen gekregen. Jef heeft het er even moeilijk mee.
Om 19.30 uur zijn we terug in de albergue. We gaan eerst eten. Daarna weer schrijven.
Om 20.30 uur ben ik hier mee klaar.
Jef komt binnen met een fles wijn. We drinken een glaasje met Sonja en Michel. Sonja vertelt, dat ze al een paar dagen een flinke blaar heeft. Ze heeft hem “Hugo”genoemd.
De rest van de avond is best gezellig met hen.
Om 22.00 uur gaan wij slapen.
=======================
31-03-2008
Dag 10: 7 september 2008. Lubian – A Guidina: 26 km.Cum. 288 km.
Om 7.00 uur staan we op, eten wat en vertrekken om 7.45 uur.
Het is koud buiten. Het is exact 0 graden. De lucht is helder. We zitten hier op een hoogte van 1024 meter. Dat merk je wel.
Ik heb gisteren in de krant gelezen, dat het mooi weer wordt vandaag.
Het is vandaag zondag. Er is geen kip te zien op straatAls we het dorp verlaten dalen we eerst en daarna krijgen we een pittige klim, die naar de weg gaat.
Als we op de weg zijn, gaan we er weer snel af. Het is een pad tussen 2 rijen gestapelde muurtjes. Deze muurtjes blijven mij fascineren. Hoe oud zouden ze zijn? Hoeveel tijd kost het om die muurtjes te bouwen. Aan de verwering van de blokken te zien, moeten ze al erg oud zijn en er zijn stenen bij, die meer dan 50 kilogram wegen. In de muur zit toch een verband, zodat de muurtjes hun stevigheid krijgen. En dan allemaal zonder specie, leem of ander hechtingsmateriaal. Soms zijn de muren wel 2 meter hoog. Als je soms de afscheidingen tussen de weilanden ziet, zijn het vaak vele kilometers.
Het wordt een steil pad, soms even een beetje vlak, maar dan verder weer steil.
We komen weer dichter bij een windmolenpark op de bergen.
Het is hard werken aan het begin van de dag.
We moeten vandaag naar de top Puerto de Canda op 1262 meter. Het is een steile klim naar deze top. Na de top komen we in Galicië.
Gisteren was de klim naar de Puerto de Padornelo een lange, niet steile klim. Vandaag is het een korte, maar steile klim.
Over een gedeelte van het pad komt het water ons via het pad tegemoet. Het is een slecht en modderig pad. Dit staat ook in het routeboek zo beschreven.
We lopen tussen de bomen en struiken. Het wordt steeds groener.
Als we het bos uitkomen, komen we even op een vlak stuk. Hier is volop zon.
Dan komt er weer een flinke kuitenbijter.
Op de grens met Galicië ligt de top van de berg, de Puerto de Canda. Sonja staat boven met haar camera om iedereen te fotograferen.
Hier nemen we even rust. We zijn nu met 8 man-vrouw.
Op de grens staat de 1e kilometerpaal met hierop aangegeven de afstand naar Santiago.Deze palen staan in Galicië elke 500 meter. Het is nog 246,244 km naar Santiago.
Het is nu 9.45 uur. We maken foto´s bij het monument.
Na 15 minuten gaan we verder.
Plotseling maak ik een flinke duikeling over een uitstekende steen. Waarschijnlijk, omdat ik niet goed oplet door de vermoeidheid van het klimmen. Ik val op dezelfde knie, als de eerste dag. Weer en schaafwond over de vorige.
We komen in het dorp a Canda. Er is geen bar. Dus we lopen door.
Regelmatig zien we afstandspalen naar Santiago. Allemaal zonder afstandsplaatjes.
We lopen even over een asfaltweg. Daarna gaan we weer de natuur in. We moeten lopen over grote rotsblokken.
Ik wil een foto maken. Mijn camera doet het niet meer. Het scherm is gescheurd. Ik zie niets meer op het scherm. Ik zal later kijken of er nog iets mogelijk is.
Even verder gaan Jef en ik wat eten in de berm. Ik bekijk de camera. Ik denk, dat alleen het scherm stuk is door de val en dat het overige nog functioneert. Ik kan ook geen foto´s terugkijken. Ik blijf foto´s maken en vanavond kan ik misschien met het toestel van Sonja bekijken of mijn camera nog werkt.
We zullen nu wat meer foto´s maken met de camera van Jef.
Om 10.30 uur arriveren we in het plaatsje Vilavella. Weer geen bar.
Het is mooi zonnig weer geworden. Het is meer dan 20 graden. We gaan verder.
Om ca. 11.00 uur lopen we over een berghelling. We passeren weilanden met koeien. Dat hebben we nog niet vaak eerder gezien. Aan alles is te zien, dat het hier regelmatig regent. Alles is veel groener dan 50 kilometer terug.
We moeten vaak waterloopjes oversteken, die het pad kruisen. Vaak horen we het klotsen van snelstromende beekjes of riviertjes.
We komen op een groot plateau met ontzettend veel grote en kleine rotsblokken.
Het is nu ca. 12.00 uur.
Tussen de rotsblokken groeien heideplanten, die nu in bloei staan, brem en andere struiken.
Op de achtergrond liggen de bergen. Het is op het plateau klimmen en dalen. Geen groot hoogteverschil, maar wel doorlopend.
De zon schijnt hier volop en er waait een lekker windje. Het is ca. 20 graden. Het is hier heerlijk wandelen.
We lopen door het plaatsje O Pareiro. De helft van de huizen zijn bouwvallen en zijn niet meer bewoond.
We lopen hier slechts ca. 45 kilometer van de Portugese grens verwijderd.
We lopen na het plateau door een mooi natuurgebied en komen in het dorp O Canizo. Het is ook weer een bouwvallig dorpje.
Na het dorp komen we meteen op de N525. Deze moeten we volgen tot A Guidina. In de verte zien we Fausto en Valentin lopen. We halen ze in en lopen met hen verder naar de albergue.
De albergue staat goed aangeduid.
We arriveren in de albergue om ca. 13.45 uur.
We moeten even wachten, omdat de albergue gesloten is. Valentin heeft gebeld naar de hospitaleros.
Om 14.15 uur kunnen we naar binnen.
Even later komen de anderen ook. We zijn weer met 6 man-vrouw. Dus hetzelfde clubje dan gisteren. Ik bekijk met het toestel van Sonja mijn foto’s. De foto’s zijn gelukt. Dus ik kan gewoon foto’s maken.
We worden meteen ingeschreven en de Credential afgestempeld. Kosten € 3,00.
Het is een mooie propere herberg. We slapen allemaal boven. Voor iedereen 3 bedden. Dus er is ruimte genoeg om je spullen ergens neer te leggen.
Jef en ik gaan eerst koffie drinken en wat eten in een bar tegenover de albergue. Het smaakt geweldig. Ik had echt honger. We eten een tortilla.In de bar treffen we een Spanjaard, die 15 jaar bij Zwanenburg in Oss heeft gewerkt. Hij spreekt goed Nederlands. Hij en zijn vrouw hebben 15 jaar in Nederland gewerkt. Toen ze terug gingen zijn ze een restaurant begonnen.
Als we terug lopen zien we in de verte een telefooncel. Jef probeert Jeanne te bellen. Het lukt niet. Ik bel ook Corrie en vraag of zij Jeanne wil bellen en vragen of zij Jef mobiel wil bellen. Even later belt ze. Ze zegt, dat het goed met haar gaat.
Daarna gaan we douchen en kleren wassen. Het is goed droogweer.
We gaan ook de route voor morgen bekijken. We zoeken de splitsing voor de noord en zuidroute.
Het was vandaag een mooie dag. Veel mooie natuur gezien. De route was goed gemarkeerd.
Om 20.00 uur gaan Jef en ik met Sonja en Michel in de pelgrimsbar eten, vlakbij de albergue.
Als we in het restaurant zitten, komt nog een Spanjaard bij ons zitten. Hij start morgen hier zijn Camino. Hij woont in Alicante.
Het menu del dia is een flinke maaltijd.
Voorgerecht: een groot bord macaroni met gehakt. Het hoofdgerecht: 4 plakken lomo (varkensvlees) met veel frietjes en het nagerecht is een yoghurt. En natuurlijk de fles Tinto. Ook krijgen we nog een borreltje na. Het is weer een klein glaasje met een drankje, maar met 40% alcohol.
Het is een gezellige avond.
Om 21.30 uur gaan we terug naar de albergue en gaan meteen slapen.
================
Dag 11: 8 september 2008. A Guidina – Laza: 36 km. Cum. 324 km.
Gisteren hebben we afgesproken met zijn allen om 7.00 uur te gaan ontbijten in de Bar de Peregrino, maar iedereen staat pas om 7.00 uur op.
Jef en ik gaan om 7.30 uur naar de bar.
We eten een grote croissant met koffie. Intussen loopt iedereen binnen.
We vertrekken om ca. 8.00 uur.
Bij de splitsing nemen wij de rechter route.
We gaan over een asfaltweg en lopen richting de bergen, die op de achtergrond liggen.
Het is vandaag een dag van 36 kilometer.
Langs de weg heeft er regelmatig brand gewoed. Veel bomen staan er geblakerd bij en de begroeiing op de bodem begint zich langzaam te herstellen.
Om ca. 9.00 uur komen we in Venda de Teresa. In dit dorp is niets te zien, alleen een 15tal blaffende honden.
We passeren een mooi meer in een dal tussen de bergen. Het is helder blauw water.
Er komen ook riviertjes uit in het meer. Het is een verzamelpunt van het regenwater, dat van de bergen komt.
In het meer liggen enkele eilandjes.
We hebben mooie uitzichten. Op de bergen staan geen bomen, maar de hellingen zijn begroeid met brem en heideplanten. Vaak staat de hei in bloei.
We komen in Venda Capela. Langs het dorp ligt een enkel spoorlijntje, dat we gisteren ook zagen.
Het spoor is uitgehouwen uit de rotsen.
Het dorp is één ruïne. De meeste huizen zijn bouwvallen en meestal onbewoond. Ik begrijp niet, dat hier mensen kunnen wonen. Geen enkele voorziening, zoals winkels, bar of iets dergelijks.
Verderop stoppen we langs de kant van het pad. We eten wat en doen onze vesten uit. Het is nu ca. 10.00 uur.
Als we verder gaan gaat het pad langzaam omhoog.
Het is vandaag totaal anders dan gisteren. Gisteren was het laatste gedeelte redelijk vlak met grote rotspartijen. Vandaag meestal dalen en berghellingen in allerlei vormen.
We blijven over een asfaltweg lopen.
Om 10.30 uur lopen we door Venda Bolana. Het is hier niet anders dan in de vorige dorpen. Het is triest te zien hoe de mensen hier wonen. Nu schijnt de zon, maar bij koude en regenachtig weer ziet het er nog veel triester uit.
Om 12.00 uur komen we in Campobecerros. Dit is een grotere plaats en het ziet er meteen veel beter uit. We kunnen hier koffie drinken.
We komen een fietser tegen, die de route in tegenovergestelde richting fietst. Het is een Duitser. Hij stopt bij ons. Hij vertelt, dat het gecompliceerder is dan hij vooraf had gedacht. Hij moet nu de markeringen volgen in tegenovergestelde richting.
Als we deze plaats verlaten hebben, krijgen we nog 2 klimmetjes.
We passeren Portacamba. Het is weer een klein dorp met dezelfde bouwvallen als eerder.
Op de laatste top staat weer een groot houten kruis. Daarna nog even, na een korte afdaling, een korte klim. Daarna begint het afdalen. Het is een afdaling van ca. 11 kilometer.
Op de berghellingen zien we steeds meer bomen. Het is toch mooi hier, al wandelend, van de omgeving te genieten.
We lopen steeds over asfalt. We zien geen auto’s of mensen. Op de hellingen zien we weer regelmatig geblakerde vlakken door branden van de laatste jaren.
Het gaat nu snel naar beneden.
We komen langs As Eiras. Dit dorp ziet er veel beter uit. Hier zijn op de berghellingen ook meerdere dorpen.
We komen bij een grasveld, waar een grote waterfontein en een afdak speciaal voor pelgrims is gebouwd. Onder het afdak staat een houten tafel met stoelen. Een rustplaats voor de pelgrims.
Wij maken ook even gebruik van deze rustplaats.
Het is nu nog 6 kilometer naar Laza.
We lopen nu regelmatig in de schaduw van dennenbomen.
Als we zo nu en dan in de zon moeten lopen is het erg warm, want het is windstil en het is een brandende zon.
Er passeert ons een auto. Dat is opmerkelijk. Die hadden we het laatste uur nog niet gezien.
We zien regelmatig dorpjes in de verte op de hellingen.
We gaan de asfaltweg af en gaan steil tussen heideplanten en bremstruiken naar beneden. Dit duurt 30 minuten en het is erg goed opletten.
Om 15.30 uur lopen we Laza binnen. Er staan goede aanwijzingen naar de albergue.
We moeten bij de Brandweerkazerne de sleutel ophalen, betalen en onze Credential laten stempelen.
Ik kan hier straks terugkomen om te internetten.
We zijn om 16.00 uur in de albergue. Het is een zeer nette albergue en nog vrij nieuw.
Op onze kamer zijn al 3 Spanjaarden gearriveerd, die nadrukkelijk allemaal liggen te rusten of siësta doen.
Ik ga meteen douchen en schrijven. Om 17.00 uur gaan we terug naar de Brandweerkazerne voor Internet.
Na het internetten doen we boodschapjes.
Als we terug in de albergue komen, lopen er wel 20 militairen rond in de albergue. Bij navraag blijkt, dat er grote bosbranden zijn in Tabara. Zij moeten paraat zijn om mogelijk opgeroepen te worden om te assisteren bij het blussen van de branden.
We eten in de albergue. Het bestaat uit geroosterd brood met kaas en yoghurt na. Daarna ga ik verder met schrijven.
Om 21.00 uur ben ik klaar. We drinken nog een wijntje en om 22.00 uur gaan we slapen.
De militairen worden niet opgeroepen.
================
Dag 12: 9 september 2008. Laza – Xunqueira:33 km.Cum. 357 km.
Om 7.30 uur vertrekken we bij mooi weer. We hebben er zin in vandaag.
Buiten het dorp zijn de markeringen beperkt, zelfs slecht. We vragen aan iemand naar de Camino. De man zegt, dat we goed lopen. Verdrop zijn de markeringen beter.
We lopen door het plaatsje Soutele Verde.
Het is weer een dorp, zoals we eerder gezien hebben. Weinig huizen bewoond en veel bouwvallen.
We lopen door druivenvelden. Er staan hier ook kastanjebomen. Alleen de kastanjes zijn nog niet rijp en zijn erg klein.
Op de achtergrond zijn de bergen, gedeeltelijk begroeid met bomen, brem en hei.
We lopen nu op een hoogte van ca. 500 meter en we gaan naar ca. 950 meter.
Het is een steile klim.
We lopen door het dorp Tamicelas. Het is hier weer hetzelfde als in de andere dorpen. Er wonen hier niet meer dan 200 mensen.
Na dit dorp moeten we flink klimmen. Voor de klim stoppen we even, want het wordt flink warm. We trekken onze truien uit en eten wat. Sonja en Michel passeren ons.
Daarna begint de klim. Het is erg steil en we moeten over rotsblokken. Het zweet breekt ons uit.
We moeten goed opletten, want uitglijden of verstappen is goed mogelijk. Ik kan nu geen 3e schaafplek op mijn rechter knie gebruiken. We lopen hier ons eigen tempo.
Na een half uur is het even vlak. Dat komt goed uit. Dan kan ik even op adem komen.
Om 10.00 uur zijn we bijna een uur aan het klimmen. Het is ontzettend zwaar en ik transpireer heel erg.Op deze momenten is een rugzak van 13 kg een erg zware last.
We lopen over berghellingen en elke bocht is een verassing. Zal het blijven stijgen, wordt het vlak of misschien dalen. Meestal wordt het stijgen.
We komen uit op een asfaltweg en nu wordt het dalen. Gelukkig.
In de verte zien we een dorp liggen. Als dat het dorp Albergueria is dan hebben we het snel gedaan. We dachten hier om ca. 11.00 uur aan te komen.
Om 10.20 uur lopen we het dorp in. We klimmen nog even en we zijn in het centrum. Wat heet centrum in een dergelijk dorp.
We gaan op zoek naar de bar: Rincon del Peregrino. De bar is snel gevonden. Deze bar is heel bekend bij de pelgrims.
Als we binnen komen, zien we het al. Het hele plafond en alle wanden hangen vol met Jakobsschelpen. Allen zijn voorzien van naam, datum en land van herkomst. Het ziet er mooi en indrukwekkend uit.
Iedereen die er binnen zit zijn bekenden. We drinken een paar koppen koffie en we nemen de tijd om alles te bekijken.
De barman geeft ons ook een schelp om daar onze informatie op te schrijven. Dat doen we natuurlijk graag. Wij willen ook, dat onze schelp hier over 20 jaar nog hangt.
Om 11.00 uur vertrekken we en lopen het dorp door.
Na het dorp lopen we over een pad met aan beide zijden gestapelde muurtjes.
De zon schijnt fel. Ik lees 28 graden.
Het wordt weer klimmen. Het lopen gaat goed. Na deze klim wordt het voor de rest van de dag meest dalen.
Tegen 12.00 uur zien we in de verte een groot houten kruis op de top van de berg, op 960 meter. Vanaf nu wordt het meer dalen dan klimmen. We dalen vandaag naar een niveau van 532 meter in Xunqueira de Ambia (wat een naam), waar we zullen overnachten.
We komen een stel tegen, dat de Ruta de la Plata in tegenovergestelde richting loopt. Ze groeten en lopen snel door.
We passeren een markeringspaal met een schelp en afstandsplaatje. Nog 147,2 kilometer naar Santiago. Meestal zijn de plaatjes verwijderd en als souvenir meegenomen.
Na een flink stuk dalen tussen hei en brem komen we op een asfaltweg. Het is een nieuwe asfaltweg. Er zijn geen auto’s te zien. Het is vreemd, dat er zoveel nieuwe wegen aangelegd zijn en aangelegd worden en betaald met subsidie van EU. Soms zie je maar 1 auto per uur passeren.
Na een paar honderd meter verlaten we de asfaltweg weer, geen auto gezien, en gaan door de natuur verder met dalen. Dit blijft duren.
Om 12.15 uur komen we in Vilar de Barrio. We hebben dan 19 kilometer afgelegd.
We halen het stelletje uit Salamanca in en de andere 3 “ploeggenoten”.
We komen bij een markt. We kopen een paar sinasappelen en perziken. Kosten € 1,=.
We passeren onze collega’s en lopen het dorp uit.
Voor het dorp Vilar de Gomareite hebben we nog een kuitenbijter.
We gaan verder over asfalt.
Het volgende dorp ligt 5 kilometer verder. Het heet Bobadela. Daar willen we koffie drinken.
Om 13.30 uur is het 30 graden.
We lopen een hele tijd over een kaarsrecht pad van wel 4 kilometer lengte. Dit moet eindigen in Bobadela.
Langs het pad struiken en op de achtergrond de bergen.
In het dorp is geen bar aanwezig. We gaan buiten het dorp in het gras in de schaduw zitten. We eten en drinken wat.
Het is nog 6 kilometer naar Xanqueira. We lopen een stuk door een eikenbos. Hier is het heerlijk koel.
Daarna gaan we verder over een pad met aan beide zijden taxus- en heideplanten.
We lopen door het dorp Padroso.
Om 14.45 uur komen we bij een boerderij, waar een boer bonen uit gedroogde schillen aan het kloppen is. Ik vraag of ik een foto van hem mag maken. Het mag. De man vindt het zelfs leuk. Hij vertelt, dat het nog 2 kilometer lopen is.
We moeten over een rotsachtig terrein verder. Uiteindelijk komen we op een asfaltweg. Deze weg blijven we volgen.
Voor het dorp is een sportcomplex. Hier moeten we zijn. We komen, op het eerste gezicht, in een mooie, nette albergue. Er is al een Spaans echtpaar, dat we nog niet eerder zagen.
We gaan snel douchen voor de anderen komen.
Ik heb een douche, waarvan het water niet wegloopt. Dus ik ben de eerste en de laatste in deze douche. Daarna komen de anderen binnen. Ik zie, dat een Wc-bril ontbreekt, de deuren kunnen niet op slot. Er mankeert hier nogal wat aan onderhoud.
Jef en ik gaan naar het dorp. In een bar moet je betalen en een stempel halen. Kosten € 3,=
We doen wat boodschappen en drinken nog wat in de bar. We bezichtigen het Palazzo de Mayor. Het is een mooi centrum.
We gaan terug naar de albergue en ik ga schrijven. Het is nu 17.30 uur.
Om 19.00 uur ben ik klaar.
Jef en ik gaan naar een bar/restaurant om te eten. Als we binnen komen, kunnen we meteen aan tafel.
We worden geholpen door een vrouw, die alleen zeer snel Spaans spreekt en niet de minste moeite doet om uit te leggen wat het menu vandaag is.
We zeggen maar: si, si. We zien wel wat het wordt.
Het voorgerecht: peulen met stukjes gebakken spek. Het smaakt goed. Hoofdgerecht: frietjes met 4 plakken gebakken vlees. Dit smaakt ook goed. Als nagerecht: yoghurt. En natuurlijk een fles Tinto. Kosten € 8,= p.p.
In 30 minuten is alles geregeld. Het ene gerecht was nog niet op of het volgende werd al gebracht. Ze had grote haast.
Dan gaan we terug naar de albergue.
Jef en ik hebben een slaapzaaltje met Sonja en Michel. De anderen slapen in een andere zaal.
Er ontstaat grote hilariteit, als Jef het rokje van Sonja aantrekt en door de andere slaapzaal rent.
De anderen bescheuren het zich. Fausto komt niet meer bij. Valentin zit net te bellen. Hij overleeft het ook bijna niet. Ik hoor hem door de telefoon roepen: Holanda, Holanda!!! Het Spaanse stel, dat we voor de eerste keer zien, weten niet wat er allemaal gebeurt.
Ik ga om 21.00 uur slapen.
================
30-03-2008
Dag 13: 10 september 2008. Xunqueira – Ourense: 22 km.Cum. 379 km.
Iets voor 8.00 uur vertrekken we. Het is zacht weer, een beetje bewolkt en mistig.
Net voor het dorp gaan we van de weg af en komen voorbij het dorp op een asfaltweg. Het is meteen klimmen.
We doen vandaag een korte etappe. Ourense is een mooie stad. Daar willen we wat van meenemen.
Langs de weg staan mooie grote huizen. Het is wel in tegenstelling met de huizen in de dorpen van de voorbije dagen.
Om 8.45 uur komen we in Ousende. Hier zijn veel koffiebars.
Als we de bar ingaan, komt Fausto ons verwelkomen. Er zitten 5 bekenden binnen.
We drinken koffie en gaan verder.
Om 10.00 uur lopen we nog steeds over de asfaltweg. Er staan ook nog de mooie huizen langs de weg. De ene nog mooier dan de ander. De meeste zijn bekleed met natuursteen. En de daken zijn met natuursteen leien bedekt. Granieten muren op de erfafscheidingen en mooie inrijpoorten.
Langs de weg staan veel eikenbomen, zodat we regelmatig in de schaduw kunnen lopen. Het is toch wel warm geworden.
We lopen door meerdere dorpen. Zoals Vende de Rio, Pareiras, la Castellana, etc.. De dorpen liggen hier veel dichter bij elkaar.
Om 11.00 uur passeren we een benzinestation. De prijs van Euro 95 is hier € 1,195. Dat is € 0,40 goedkoper dan in Nederland.
In Roboredo drinken we weer koffie. Een grote Café con Leche. Kosten € 1,=
Na Roboredo lopen we door een groot industriegebied. De schoorstenen blazen zware rook uit.
De hemel is grijs van de smog. Bovendien stinkt het erg. Het kan hier niet gezond zijn.
Na Roboredo gaan we richting Ourense.
We gaan van een weg af. Het is hier erg druk. Dit is in tegenstelling tot de vorige dagen met de stille wegen.
We komen in Seixalbo Cento, een voorstad van Ourense.
Alle huizen hebben hier een groentetuintje, zelf midden in het dorp. Er worden aardappelen, diverse groenten, rode en gele pepers, tomaten, paprika’s, enz. gekweekt.
Na Seixalbo gaan we nog een heuvel op, afwijkend van de route, naar een Ermita. De kapel is gesloten. We kunnen door glas en een zwaar stalen hekwerk naar binnen kijken.
Daarna lopen we Ourense binnen. Het is een grote stad met ca. 115.000 inwoners.
Het is nu 12.30 uur. De zon doet flink zijn werk. Het is erg warm. De hemel is een beetje grijs door de smog van het industriegebied.
We volgen de markeringen naar de albergue. Regelmatig zijn koperen schelpen in de bestrating opgenomen om de richting aan te geven naar de Albergue.
We moeten nog 45 minuten lopen naar de albergue. Toch moeten we nog een paar keer de weg vragen.
We passeren weer een markering van de kunstenaar Carballo. Deze hebben we al vele malen gezien. Alle aanwijzingen zijn uniek.
Om ca. 13.30 uur komen we bij de albergue. Iedereen van de vorige albergue komt hier ook heen.
De albergue is een oud klooster van San Francisco. Het klooster wordt gerestaureerd. De albergue is onder gebracht in een gedeelte, dat klaar is. Het ziet er erg stijlvol uit. Mooie slaapzaaltjes en net sanitair.
Fausto wil naar het ziekenhuis. Hij heeft veel last van zijn knie, vooral bij het dalen. Valentin gaat met hem mee om als tolk te fungeren.
In de loop van de middag komen er nog een paar fietsers bij.
Na het douchen en kleren wassen gaan Jef en ik naar de stad. We bekijken de Cathedraal de San Martin. Hij is nu gesloten. Het is ook niet druk in de stad. Iedereen, behalve wij, heeft siësta.
We lopen nog wat door de stad en doen nog wat boodschappen voor morgen.
Ourense is een grote stad. Er staan diverse kerken en er zijn veel winkelstraten.
Om 17.00 uur zijn we terug in de albergue. Ik ga schrijven tot 18.00 uur.
Om 18.00 uur gaan we terug naar de stad. We moeten een lange trap op om in de stad te komen. Het is nog steeds erg warm. De Cathedraal is nu open. Het is een mooie kerk van binnen met mooie beeldhouwwerken op de pilaren.
We kopen nog een paar ansichtkaarten, die we vandaag nog willen versturen.
Op een terras drinken we een grote bier. We worden flink beetgenomen. Kosten € 7,50.
Het is weer parade in Ourense. Het is nu weer erg druk op straat. Iedereen loopt te flaneren door de straten, vaak met de mooiste kleren aan.
We lopen terug naar de albergue. Als we vlak bij de albergue zijn, zien we een bar, die reclame maakt voor een Menu del Dia voor € 8,=.
We gaan de bar binnen en worden vriendelijk ontvangen door de bardame.
We eten hier uitstekend met weer de Tinto en koffie na.
Ook Valentin komt hier eten. Hij maakt wat grapjes met Jef en belt weer veel. Hij noemt Jef: van Nistelroy, omdat Jef dat ook tegen elke Spanjaard zegt. Dus Jef heet vaak bij iedereen van Nistelroy.
Ook het jonge stel met de vader komen hier eten. Het meisje vertelt, dat ze veel last heeft van haar knie. Als het niet gaat morgen, wil ze gedeeltelijk met de bus gaan.
Als we klaar zijn is Fausto terug van het ziekenhuis. Hij is helemaal opgelucht. Zijn knie heeft een laserbehandeling gehad. Hij voelt niets meer. Hij mag van de dokter morgen weer gewoon verder.
Om 21.15 uur gaan we slapen.
===================
Dag 14: 11 september 2008. Ourense – Cea: 22 km.Cum. 402 km.
We gaan koffie drinken in de bar, waar we gisteren gegeten hebben. Om ca. 8.00 uur vertrekken we.
Het regent flink. We doen de beenkappen en poncho aan.
Het is een donkere, sombere morgen. Als we de bar verlaten is het nog donker.
Het duurt bijna een uur voor we Ourense uitlopen.
We lopen over de mooie Romeinse brug over de Rio Mino.
Er zijn 2 routes. Wij kiezen voor de westelijke route.
Een man komt bij ons lopen en wijst ons de richting, welke we moeten volgen.
Hij blijft wel 30 minuten bij ons lopen en vertelt, dat hij vele jaren in Duitsland heeft gewerkt. Hij heeft in de bouw gewerkt. Hij heeft in hoofdzaak gewerkt aan bungalowparken voor Neckerman. Hij is nu onderweg naar zijn werk.
Gisteren zijn we gedaald van 530 meter naar 140 meter. Vandaag stijgen we weer naar 525 meter. Zo gaat het bijna elke dag. De ene dag klimmen, de andere dalen.
Om ca. 9.00 uur zijn we Ourense uit. Meteen begint een steile, lange klim over het asfalt. Het is zwaar. Onder de poncho is het erg warm. Ik ben nog niet warm gelopen. Dus dat maakt het extra zwaar.
We passeren de aanleg van een nieuwe hoge snelheidslijn van Ourense naar La Coruna. Er wordt hier een hoog viaduct aangelegd.
We komen in de plaats Castro de Beiro.
Om 10.00 uur lopen we een zandpad op. Het terrein is hier tamelijk vlak.
Het regenen houdt op. De poncho’s gaan uit. En worden meteen opgeborgen. Nu is het weer heerlijk en het loopt lekker.
We komen op een asfaltweg en lopen door.
Aan de kant van de weg staan Mimosastruikjes, die nog in bloei moeten komen.
We hebben ca. 10 kilometer afgelegd en moeten dus nog 12 kilometer.
Het klaart helemaal op. De zon begint volop te schijnen. Het wordt nog een mooie dag.
We steken een asfaltweg over en vervolgen het pad. Aan de kant van het pad eikenbomen en varens.
Voor het dorp Ponte Mandras lopen we over een mooie Romeinse brug over de Arroyo de Orban.
We lopen door het dorp. Er is geen bar te vinden.
Bij een mooie fontein eten en drinken we wat. We bergen onze regenspullen op in de rugtas.
Vaak worden de fonteinen door de bewoners gebruikt om kleren in te wassen. Wij hebben dit meerdere malen gezien.
Als we willen vertrekken, ziet het er toch weer dreigend uit. We hopen, dat het meevalt.
Als we verder lopen, zien we toch nog een bar. Hier nemen we toch nog maar koffie. De vrouw vertelt, dat het nog 5 kilometer is naar Cea. In de bar hangt een bord waarop staat, dat het 87 kilometer is naar Santiago.
Het is nu 12.00 uur. We moeten er voor 13.30 uur kunnen zijn.
We gaan verder over een pad. Op de achtergrond zien we weer de bergen met windmolens.
Om ca. 12.30 uur is het ca. 22 graden.We lopen over een Calazada, een oud Romeinse weg. Het pad bestaat uit grote rotsblokken. Dit duurt ca. 1 kilometer. We moeten van het ene rotsblok op het andere stappen. Jef heeft hier een hekel aan. Ik niet. We moeten wel goed opletten.
Om ca. 13.00 uur gaan we dit pad af. We lopen door een natuurgebied om een dorp heen.
Om 13.30 uur arriveren we in de albergue. Het is een oud gebouw met 2 horreos voor de ingang. Het is wel gerestaureerd.
Op de begane grond zijn de sanitaire ruimtes en boven is een slaapzaal voor 40 personen. Als er 40 man is dan is het wel erg krap. Maar die komen er vandaag niet. Wij zijn de eerste pelgrims.
We worden ontvangen door een man van ca. 50 jaar oud. Hij schrijft ons in en we betalen € 3,= p.p. Hij is niet erg actief. Als wij naar boven gaan, gaat hij op de bank liggen. Om 14.00 uur gaat hij eten.
Wij gaan snel douchen en kleren wassen voordat de anderen komen.
Er komen 3 mannen binnen. Een man heeft een rugzakje. Alle drie hebben ze een wandelstok. Ze komen alleen om een stempeltje. Ik verdenk hen van buspelgrims.
Als we klaar zijn gaan we wat eten in het dorp. We eten een bocadillo (sandwich stokbrood met kaas).
Het is een redelijk groot dorp met ca. 3.000 inwoners. Er zijn veel huizen mooi gerestaureerd. Midden op het Palazzo de Mayor staat een toren met klok met een mooie slag.
Als we terug in de albergue komen ga ik even rusten en daarna schrijven. Jef doet intussen wat boodschappen en gaat de route voor morgen bekijken. Mijn dagboek is om ca. 18.00 uur klaar. We gaan samen de route nog eens bekijken.
Er zijn 2 mogelijkheden voor de route van morgen. De ene is 6 kilometer langer. Onze voorkeur gaat uit naar de korte.
We lopen het dorp in en vragen aan enkele mensen de Camino. Zij wijzen allemaal naar de sportvelden. Wij trekken hieruit de conclusie, dat dit onze route is.
We komen langs een Pulporestaurant. We vragen hier hoe laat we kunnen eten. Dat is om 20.30 uur.
Daarna lopen we naar de Casa Cultura (bibliotheek) om de mogelijke terugreis te bekijken op Internet. De informatie is, dat we dagelijks in de namiddag kunnen vertrekken en dan arriveren we 22 uur later in Roosendaal.
Als we terugkomen in de albergue is iedereen weer gearriveerd.
Jef en ik gaan om 20.00 uur naar het restaurant. We moeten wachten tot 20.30 uur. We drinken wat vooraf.
We bestellen Lasagne, lomo met frietjes en yoghurt en wijn. Ik heb de laatste weken veel meer frietjes op dan normaal in een jaar.
Om 21.30 uur lopen we terug naar de albergue en gaan meteen slapen.
Dag 15: 12 september 2008. Cea – Laxe: 38 km.Cum.439 km.
Om 7.45 uur vertrekken we. We hebben vannacht, zoals gewoonlijk, goed geslapen.
In dit dorp staan veel horreos. Dit zijn opslagschuurtjes voor maïs.
Het is zwaar bewolkt, maar niet koud.
We lopen langs de sportvelden het dorp uit.
Buiten het dorp komen we in de natuur. De bewolking wordt erger. We twijfelen of we het droog houden vandaag.
We kijken tegen de bergen. Het is een mooi gezicht met de dorpjes tegen de hellingen en de zware bewolking daar boven aan de hemel.
We passeren Fausto met vriendin, die gisteren is aangekomen en Valentin.
We vervolgen de route.
Na 7 kilometer komen we op een asfaltweg en zien dat de afstand naar Oseira nog 2 kilometer is. Dan hebben we toch de andere route genomen. Dan hebben de bewoners ons toch de verkeerde informatie gegeven. We hebben het 3 maal gevraagd.
Even later zien we het klooster Monasterio de Oseira liggen. Het is een groot klooster, dat in het vrije gebied staat. Het is geheel ommuurd door een muur van ca. 2,5 meter hoogte. We komen er langs. Tegenover het klooster is een bar. Hier gaan we koffie drinken.
Fausto met zijn gezelschap komt binnen, als wij weg gaan. Hij had ook de andere route willen nemen. Dus ook fout.
Na Oseira moeten we meteen weer flink bergop over rotsblokken en stenen. Het is erg zwaar. Duurt meer dan een half uur. Soms stoppen we even om op adem te komen.
Om 11.00 uur denken we boven te zijn.
Het weer wordt steeds dreigender en er vallen zo nu en dan druppels regen.
We trekken onze beenkappen aan en hebben onze poncho aan onze rugtas hangen, zodat we deze, indien nodig, snel kunnen aantrekken.
We komen weer op een asfaltweg. Na een paar honderd meter gaan we de natuur in en is het weer klimmen.
Even later komen we in het dorp a Gouxa.
We lopen het dorp door. En komen op een T kruising. Geen markering voor links of rechts.
We gaan links af richting de N525. Daar moeten we, volgens het routeboek, terecht komen.
Na 15 minuten lopen we niet naar de weg, maar er vandaan. We besluiten terug naar het dorp te lopen en naar de route te vragen.
We vragen het een vrouw. Ze wijst ons de route. De betreffende pijl was voor ons bijna niet te zien.
We vervolgen de route.
Hier verlaten we de provincie Ourense en komen in de provincie Pontevredra.
We gaan nu wel richting N525 over een pad, dat heuvelachtig is en met stenen is bezaaid.
Corrie en Jeanne zouden vandaag naar 's-Hertogenbosch gaan. Ik stuur een sms en vraag of de Bossche Bollen smaken. Ik krijg een sms terug met het bericht, dat de reis niet is doorgegaan vanwege het slechte weer.
Voor Castro Dozon moet het vanmorgen flink geregend hebben. Op het pad staan grote plassen water.
Een van de eerste huizen in Castro Dozon is een bar. Hier gaan we koffie drinken en een bocadillo eten. Het duurt lang voor deze klaar is. Ik denk, dat men nog naar de bakker om brood moest.
Een Spaans echtpaar komt hier ook langs. Zij hebben de korte route genomen.
We hebben nu 21,5 kilometer afgelegd. We moeten nu nog 16 kilometer lopen.
Als we om 13.15 uur de bar verlaten, zien we in de verte Fausto met zijn gezelschap aankomen.
We steken de weg over, passeren de kerk en verlaten het dorp.
We lopen over een pad met aan beide zijden eikenbomen met daar onder braamstruiken. Er hangen er erg veel aan en allemaal rijp. Ik moet er steeds van snoepen.
De zon schijnt nu volop. Niks geen beenkappen of poncho’s.
We passeren een boerderij. De boerin komt net naar buiten. Ze groet ons en loopt een stuk met ons mee. Jef vraagt, met zijn kennis van de Spaanse taal, of zij ook naar Santiago gaat. Nee dat niet. Ze gaat de koeien uit de wei halen en naar de stal brengen. Na ca. 300 meter gaat ze een weiland in en haalt de koeien bij elkaar. We mogen een foto van haar maken. Als we verder gaan, zwaait ze ons nog na. Wat en leuke vrouw.
Als we op een asfaltweg lopen worden we gepasseerd door een paar fietsers, die ons met grote snelheid voorbij razen. Ze roepen “ Buen Camino”.Het zijn, volgens ons, gesponsorde pelgrims. Een en al reclame op de fiets en kleding.
Om 15.00 uur lopen we nog steeds door de natuur tussen 2 hoge gestapelde muren van wel 2 meter hoogte. De muren zijn begroeid met bramenstruiken.
In de verte zien we grote viaducten over valleien voor de hoge snelheidstrein in aanbouw.Het is indrukwekkend om te zien.
We komen in de plaats. Er is een bar. We gaan naar binnen en bestellen een cola. We vragen in welke plaats we nu zijn. Het blijkt A Xesta te zijn. Ik schat, dat het nog ca. 8 kilometer naar Laxe is.
Na een paar kilometer komen we uit bij de werken voor de spoorlijn. Grote viaducten en bruggen in aanbouw. Grote tracés voor het spoor worden aangelegd. We moeten er een stuk voor omlopen.
Verderop weer hetzelfde. Hier zijn de omleidingen van de route goed aangegeven.
We komen bij de plaats Donson. Onderweg vraag ik nog aan iemand of dit alles voor het nieuwe spoor is. Het is inderdaad voor de Ligne Rapide van Ourense via Santiago naar Coruna.
We blijven in de bossen lopen. Het is hier ca. 18 graden, maar in de zon is het beduidend warmer. We lopen nog steeds goed door. Nog geen vermoeidheidsverschijnselen of i.d.
De laatste kilometers dalen we steeds. Het gaat redelijk snel.
Als we het bos uitkomen, komen we bij een verkeersweg, afgezet met gaas.
We moeten linksaf en we lopen een tijdje langs het gaas.
Aan het einde zien we een bordje met hierop aangegeven, dat het nog 1 kilometer is naar de albergue in Laxe.
Om 17.00 uur arriveren we in de albergue. Het is een royale albergue. Hij is groot opgezet, vrij nieuw met veel betonwerk.
Een paar grote slaapzalen, veel douches en een grote keuken.
We eten eerst wat, want we hebben honger als 2 paarden.
Daarna douchen, wassen en schrijven.
Om 20.00 uur is alles afgewerkt.
Bij de albergue wordt reclame gemaakt voor Bar José, waar een menu del dia gegeten kan worden. Wij gaan bij José eten.
Het is ca. 500 meter lopen naar de bar. Het is een gezellige bar. Hier ziet het er leuk uit. De bar is door een open houten wand gescheiden van de eetruimte ( comedor ).
We eten een standaard menu. Dat is een soep, vlees met frietjes en yoghurt na, met de Vino Tinto.
Het Spaanse stelletje met de vader komen hier ook eten. Ik vraag aan het meisje hoe het gaat. Het gaat niet goed met haar knie. Ze gaan morgen met de bus verder.
Om ca. 21.30 uur gaan we terug naar de albergue en gaan meteen slapen.
====================
29-03-2008
Dag 16: 13 september 2008. Laxe – Outura: 31 km.Cum. 470 km
Het is vandaag zaterdag. Om ca. 8.00 uur vertrekken we. Er is goed weer voorspeld.
Het is nu erg fris buiten. De thermometer geeft +2 graden aan.
Ik heb vannacht slecht geslapen. Valentin sliep bij mij in de buurt. Hij lag de gehele nacht verschrikkelijk te snurken. Het leek wel of hij een heel bos eucalyptusbomen aan het omzagen was.
Tegen 4.00 uur viel ik eindelijk in slaap.
Om 6.00 uur was Valentin al volop bezig zijn tas in te pakken. Hij had goed geslapen.
Als er iemand naar het toilet ging, sprong het licht in de open traphal aan, waardoor ook de slaapzaal gedeeltelijk verlicht was. Waar is dit nu voor nodig?
We lopen in de buurt van een paar varkensstallen. Het stinkt hier verschrikkelijk.
We lopen door de natuur. Er staan hier veel eucalyptusbomen en bramenstruiken.
De eucalyptusbomen zijn erg lang met een dunne stam. Het is bijna niet te geloven, dat zulke slanke bomen bij storm niet omwaaien.
We lopen over een oude Romeinse weg ( Calzada ) en over een oude brug.
Links en rechts van de weg veel bomen en struiken, zodat ik geen goede foto van de brug kan maken.
Na een flinke klim komen we op een asfaltweg.
Het is nu 9.00 uur. Het is nog steeds erg koud. Ik heb erg koude handen.
Het is te zien, dat het zaterdag is. Er zijn geen mensen te zien.
Om ca. 10.00 uur arriveren we in Silleda. Het is een redelijk grote plaats met alle voorzieningen. We kunnen koffie drinken. Fausto met zijn gevolg komt hier ook koffie drinken.
We trekken onze trui uit, want het is intussen flink warmer geworden. De zon schijnt volop.
We lopen over een asfaltweg. Regelmatig verlaten we deze weg om er even verderop weer op te komen.
We lopen vaak parallel aan een verkeersweg. Dan even op de weg, dan weer er vandaan.
Na verloop van tijd steken we de weg over om aan de andere kant de route te vervolgen.
We komen weer in de buurt van varkensstallen, want het stinkt hier weer heel erg. Volgens mij laat men de mest gewoon in de sloten lopen. Het stinkt hier overal.
Om 11.00 uur lopen we het dorp Bandeira binnen.
Na dit dorp gaan we weer verder over de asfaltweg. Naast de weg staan eucalyptusbomen met mimosastruikjes eronder.
We passeren steeds meer huizen, waar bewoners een schelp op de gevels hebben aangebracht, die als markering dient voor de pelgrims. Het is een schelp, die op een tegeltje is verwerkt.
Het is nu 12.00 uur en we lopen nu al sinds Bandeira alleen over asfalt.
Na de bomen komen we in een gebied met maïs en gemaaid graan. Ook komen er steeds meer weilanden.
Op de achtergrond kijken we weer op de bergen, met meerdere dorpen tegen de hellingen.
Regelmatig zien we afstandszuilen naar Santiago. Steeds zijn de afstandsplaatjes verdwenen. Wat jammer toch. Nu treffen we een zuiltje, waar het plaatje nog op zit.
We komen langs een maïsveld, waar het weer ontzettend stinkt naar varkensmest. We kunnen zien, dat hier een gierkar is geloosd op het maïsveld tussen de maïsplanten.
We passeren een afstandszuil. Hier is het afstandsplaatje nog aanwezig. De afstand naar Santiago is nog 30,40 kilometer.
We passeren 3 jongens van ca. 17 jaar. Zij eten van de druiven van de druivenstruiken. Een jongen rijdt met een fiets, waarvan de banden lek zijn. Het lijken weekendpelgrims.
Om 13.00 uur lopen we nog steeds over het asfaltweggetje. Het is nog steeds niet druk. Er rijden nagenoeg geen auto’s. Er zijn ons enkele pelgrimfietsers gepasseerd.
In het dorp Bassuas gaan we in het gras wat eten. Hier passeren de jongens ons weer.
Het is hier nog 5 kilometer naar Castro. Onderweg passeren wij de jongens weer.
Net voor Castro is een bar. Hier gaan we koffie drinken en wat eten. De Spanjaard uit Allicante komt hier ook koffiedrinken.
De 3 Spanjaarden met het kleine rugzakje en wandelstokken komen hier ook langs. Ik verdenk hen nog steeds van bus- of autopelgrimage.
Fausto, met zijn gevolg, komt er ook aan, maar zij drinken geen koffie.
Na Castro is het nog ca. 4 kilometer naar Outeiro. Het is nu 14.00 uur.
We moeten na de bar een omleiding van de route volgen, vanwege nieuwe, grote werken aan wegen. De omleiding is goed bewegwijzerd
We komen in een dorp. We denken, dat het Outeiro is. Dat is niet het geval het blijkt Ponte Ulla te zijn.
We lopen een kilometer verder en komen op de N525. Dit is geheel afwijkend van het routeboek.
Na Ponte Ulla is het weer flink klimmen. Dit laatste stuk heeft zeker een stijging van 250 meter. Het is weer erg vermoeiend.
Op een afstandspaal zien we, dat het nog 18,30 kilometer is naar Santiago. Dus het is nu nog ca. 3 kilometer naar Outeiro. Dat is meer dan we eerder dachten.
Om 15.00 uur lopen we Outeiro binnen en passeren een mooie kapel. Outeiro is een gehucht met een paar huizen.
De albergue ligt buiten het dorp. We arriveren er om ca. 15.30 uur. Het ziet er weer goed uit.
Wij zijn de eerste pelgrims.
Na het douchen en wassen gaan we op zoek naar het restaurant om wat te eten. Het ligt op ca. 1 kilometer afstand.
We passeren druivenvelden met rijpe druiven. We snoepen ervan.
Als we bij het restaurant arriveren blijkt, dat het gesloten is wegens vakantie.
Verderop zien we langs de weg wat huizen staan. We lopen er heen. Er is ook een bar. We gaan naar binnen en drinken wat. We vragen of in de buurt een Supermercado is. Deze is ca. 1 kilometer verder.
Dus naar de Supermercado. Hij is open. We nemen voldoende boodschappen mee om vanavond in de albergue te kunnen eten.
Daarna lopen we terug. Als we in de albergue aankomen, hebben we 7 kilometer afgelegd voor de boodschappen.
Het is drukker geworden. Alle bekenden zijn er weer. Ook de 3 jongens zijn gearriveerd.
Later komen ook nog 3 Maleisische vrouwen en een Duitse jongen. De laatsten waren in Barcelona op vakantie en zijn gestart in Ourense. Als ze in Santiago zijn gearriveerd reizen ze weer terug naar Barcelona.
’s Avonds eten Jef en ik in de albergue en drinken een wijntje met Fausto en zijn gevolg.
We spreken af, dat we morgen, na de pelgrimsmis, op het voorplein op elkaar wachten om foto’s te maken.
Om 21.00 uur gaan we slapen.
Morgen is het nog 15 kilometer naar Santiago.
===============
Dag 17: 14 september 2008. Outeiro – Santiago de Compostela: 17 kmCum.487 km.
We vertrekken om 6.45 uur. De temperatuur is goed. Het is een heldere sterrenhemel.
We willen vroeg in Santiago zijn om voor 12.00 uur ons te melden bij het pelgrimsbureau. Dan worden we bij aanvang van de pelgrimsmis in de Cathedraal vermeld.
We moeten voor 11.00 uur in Santiago kunnen zijn. Het zal dan wel druk zijn in het pelgrimsbureau.
Het is echt donker. We lopen samen met de anderen. Iedereen heeft een koplampje of een zaklamp bij zich. We kunnen met de hulp van elkaar de markeringen goed zien.
We lopen door eucalyptusbossen.
Om 7.45 uur begint het licht te worden. De lampen kunnen uit.
Jef en ik laten de anderen achter en gaan op eigen tempo verder.
We lopen weer langs mooie huizen met grote granieten muren om de tuinen. Overal lopen een paar honden binnen de muren. Als we aan komen lopen, beginnen de honden te blaffen. Als we zijn gepasseerd, beginnen de honden van het volgende huis. Zo wekt de ene buur de andere.
Ik wil een paar foto’s maken. Mijn fototoestel doet niets meer. Jef zal nu wat meer foto’s maken.
Om 8.30 uur is het volledig licht. Het is heerlijk fris.
In de omgeving zien we regelmatig rookpluimen in de lucht en even later een flinke knal. We fantaseren of het misschien jagers zijn. Nee, dat is het niet. We vragen het iemand. Deze man vertelt, dat er in een dorp feest is.
Om 9.00 uur passeren we een bordje, waar opstaat, dat het nog 5,75 km is naar Santiago.
Tegen de berghelling zien we de buitenwijken van Santiago. We gaan richting deze buitenwijken.
Om ca. 9.45 uur zien we in de verte de torens van de Cathedraal boven de huizen uitrijzen.
Het is wel mooi om na 2,5 jaar weer bij de Cathedraal aan te komen. Toen had ik niet verwacht, dat ik er nog een keer zou aankomen.
In de buitenwijken is het druk verkeer.
Om ca. 10.00 uur komen we bij een bar, waar we koffie gaan drinken. Fausto met zijn gevolg komt ook binnen.
Daarna gaan we verder. De Cathedraal komt steeds dichterbij.
We zien ook steeds meer pelgrims lopen. Ze komen uit alle richtingen Santiago binnen.
Om 10.30 uur komen we op het voorplein van de Cathedraal. Het is een goed gevoel hier aan te komen.
Jef en ik feliciteren elkaar, dat we dit bereikt hebben.
Het echtpaar uit Salamanca komt naar ons en feliciteren ons, wij hen ook uiteraard.
Het is erg druk op het plein. Anders dan 2,5 jaar geleden. Toen stortregende het en niemand was op het plein. Nu is er volop zon en er zijn veel mensen.
De meeste mensen zijn toeristen.
We gaan naar het pelgrimsbureau. Het is druk. De trap naar het kantoor op de 1e verdieping staat vol pelgrims.
Fausto en zijn gevolg staat boven aan de trap. Zij zijn nog niet bij de Cathedraal geweest.
Het gaat redelijk snel.
Om 11.15 uur zijn wij aan de beurt. We worden geholpen door een juffrouw. Ze feliciteert ons en vult de Compostela in en reikt ons deze aan.
We gaan naar beneden. De rij staat nu tot op het trottoir. De dames uit Maleisië staan er ook bij. Ze zwaaien naar ons.
Het is buiten mooi weer. We gaan terug naar de Cathedraal en gaan naar binnen. We zoeken een plaatsje. Alle zitplaatsen zijn bijna allemaal bezet door toeristen. We kunnen in het gangpad blijven staan. Onze rugtas staat bij ons op de grond.
Als ik omkijk, zie ik Sonja en Michel ook in de kerk.
Bij aanvang van de mis worden de pelgrims genoemd per land en waar ze gestart zijn. Spanjaarden vernoemd uit welke provincie of grote stad zij komen. Wij komen uit Holanda.
De mis begint na de opsomming. Er staan wel 10 priesters rond het altaar. Hier is weer een plechtige mis. Jammer, dat alles in het Spaans wordt uitgesproken.
Het wierookvat (Butafumeiro)hangt op ca. 6 meter hoogte. Het is een vervanger en is ook kleiner. Het origineel is in restauratie.
Het is toch wel bijzonder hier te zijn. Het zet je wel aan het denken. Wat is er de laatste 2,5 jaar gebeurd? Welke mooie en niet mooie dingen. Een geboorte en een sterfgeval. Voor mij 2 uitersten.
Aan het eind van de mis wordt het wierookvat neer gelaten en wordt wierook op het vuur gelegd. Het begint flink te roken. Het ruikt als vroeger, toen ik nog misdienaar was.
Het vat wordt een beetje opgetrokken en in beweging gebracht.
Aan een vierdelig touw wordt door 8 helpers, gekleed in bruine pij, getrokken. Even later vliegt het vat door de lucht boven het gangpad naar de zijbeuken.
Ik begrijp niet, dat er nooit ongelukken gebeuren. Het gaat zo snel. Dit duurt enkele minuten. Daarna laat men het vat uitslingeren.
Als het vat stil hangt wordt er luid geapplaudisseerd.
Na afloop gaan we de kerk uit en gaan naar het midden van het plein. Daar staan de anderen al te wachten. We zijn met ca. 10 man/vrouw.
Er wordt een meisje gevraagd de foto’s te maken. Ze maakt met ieders toestel een foto.
Als deze cessie achter de rug is, spreken we af, dat we om 18.00 uur hier weer terug komen om gezamenlijk iets te drinken en afscheid te nemen. Vanaf morgen gaat ieders zijn eigen weg. Enkelen gaan morgenvroeg verder naar Fisterra. Anderen gaan over enkele dagen verder. En weer anderen gaan de komende dagen naar huis. Er komt iemand naar ons toe en vraagt of we een overnachtingadres zoeken. Dat doen we inderdaad. We gaan deze keer niet naar Seminar Minor. Deze herberg is buiten de stad. We willen in de buurt van het centrum blijven.
De hostal is vlak bij de Cathedraal. We gaan met hem mee om te kijken. Binnen 10 minuten zijn we bij de hostal. De eigenaar laat ons de kamer zien. Het ziet er perfect uit en de prijs ook redelijk. Het is hostal O Potron.
We blijven hier 2 nachten.
We laten onze rugtas achter en gaan naar het station om de terugreis te regelen.
Het station ligt aan de rand van de stad. Het is ca. 30 minuten lopen.
We kunnen elke dag vertrekken. Echter niet ’s middags maar ’s morgens om 9.00 uur. De trein, die ’s middags vertrekt heeft op diverse stations te korte overstaptijden. De treinen rijden hier niet erg op tijd. Als we een aansluiting missen, moeten we wachten tot de volgende dag. We kunnen vertrekken op dinsdag om 9.00 uur en arriveren in Etten-Leur op woensdag om 13.00 uur.
Als dit geregeld is, gaan we naar het centrum om wat souvenirs te kopen.
We bezoeken ook nog de Cathedraal. Nu zijn er geen diensten.
Het is de gehele middag erg mooi weer.
Om 18.00 uur is iedereen weer op het plein en we gaan wat drinken.
We nemen afscheid van iedereen en hebben met sommigen emailadressen uitgewisseld om later nog wat foto’s te sturen.
Met Sonja en Michel spreken we af ’s avonds samen te gaan eten.
Daarna gaan Jef en ik naar een Internetcafé om een e-mail te sturen met de mededeling, dat we in Santiago zijn gearriveerd.
Om 20.00 uur treffen we Sonja en Michel en gaan eten in een restaurant naast onze hostal. Zoals Sonja en ik eerder hebben afgesproken, drinken we een Sol et Sombre (Brandy met Anice). We kunnen morgen toch uitslapen en hoeven niet te wandelen.
Het was een gezellig samenzijn.
==============
Terugreis
Op maandag bezoeken we nog de Cathedraal en de pelgrimsmis. We zorgen, dat we nu een mooie plaats hebben in de kerk.
De rest van de dag blijven we in het centrum. We zijn nu relaxed.
We zien nog veel pelgrims aankomen en praten met meerderen.
Dinsdagmorgen om 8.30 uur zijn we op het station. De trein vertrekt om 9.00 uur. We drinken hier voor de laatste keer een Café con Leche met een Tortilla.
Het is een lange reis van 28 uur voor we in Etten-Leur arriveren.
We worden hartelijk ontvangen door onze vrouwtjes.
============
Jan Aartsen
September 2008
28-03-2008
Ruta de la Plata 2008. Afgelegde afstanden per dag.
Deel 1:
Dag 1: 1 april. Sevilla – Guillena22 km
Dag 2: 2 april. Guillena – Castilblanco de los Arroyos:18 k
Dag 3: 3 april. Castilblanco de los A. – Almadien de la Plata :30 km
Dag 4: 4 april. Almadien de la P. – Monesterios :37 km
Dag 5: 5 april. Monesterios – Fuente de Cantos :22 km
Dag 6: 6 april. Fuente de C. – Zafra :26 km
Dag 7:7 april. Zafra – Villafranca de los Barros:21 km
Dag 8: 8 april Villafranca de los B. – Torremegia:29 km
Dag 9: 9 april.Torremegia – Merida:15 km
Dag 10: 10 april.Merida – Alcuesar:38 km
Dag 11: 11 april. Alcuesar – Aldea del Cano: 15 km
Dag 12: 12 april. Aldea del C. – Caceres:23 km
Dag 13: Caceres – Cesar de Caceres:11 km
Dag 14: 14 april. Cesar de C. – Carnaveral :34 km
Dag 15: 15 april. Carnaveral – Galisteo: 29 km
Dag 16: 16 april. Galisteo – Olivia de Placencia:29 km
Dag 17: 17 april. Olivia de P. – Aldanueva del Camino:27 km
Dag 18: 18 april. Aldanueva del C. – Calzada de Bejar:23 km
Dag 19: 19 april. Calzada de B. – Fuenterroble de Salvatierra:21 km
Dag 20: 20 april. Fuenterroble de S. – San Pedro de Rozados :33 km
Dag 21: 21 april. San Pedro de R. – Salamanca:23 km
Deel 2
Dag 1: 29 augustus 2008. Salamanca – El Cubo:35 km
Dag 2:30 augustus 2008El Cubo – Zamora:30 km
Dag 3:31 augustus 2008Zamora – Montamarta:20 km
Dag 4:1 september 2008Montamarta – Granja:24 km
Dag 5:2 september 2008Granja – Tabara:26 km
Dag 6:3 september 2008Tabara – Santa Croya:24 km
Dag 7 :4 september 2008Santa Croya – Mombuey :40 km
Dag 8 :5 september 2008 Mombuey – Puebla de Sanabria: 33 km
Dag 9 :6 september 2008Puebla – Lubian:30 km
Dag 10:7 september 2008Lubian – a Guidina:26 km
Dag 11:8 september 2008 a Guidina – Laza:36 km
Dag 12:9 september 2008 Laza – Xunqueira:33 km
Dag 13: 10 september 2008Xunqueira – Ourense:22 km
Dag 14: 11 september 2008 Ourense – Cea:22 km
Dag 15: 12 september 2008 Cea – Laxe:38 km
Dag 16: 13 september 2008 Laxe – Outura:31 km
Dag 17: 14 september 2008 Outura – Santiago de Compostela: 17 km
Totaal afgelegde kilometers Ruta de la Plata:1014 km