|
Kenmerken van het verheerlijkt lichaam
1 Helderheid
1 Kor 15:42-43: Zo zal het ook zijn wanneer de doden opstaan. Wat in vergankelijke vorm wordt gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt, wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt.
De helderheid is de straling die voortvloeit uit de glorie van de ziel. Het manifesteert zich zichtbaar als een stralende pracht. Deze helderheid is geen aards licht, maar een bovennatuurlijke schittering. Onze Heer toonde deze glorie gedeeltelijk bij Zijn Gedaanteverandering op de berg Tabor en volledig na Zijn Verrijzenis. Hoewel soms verborgen om het zwakke geloof van de discipelen tegemoet te komen, straalde Zijn verheerlijkte lichaam goddelijke majesteit uit. Toen Hij aan Saulus verscheen op de weg naar Damascus, was Zijn helderheid overweldigend: "een licht uit de hemel, helderder dan de zon" (Handelingen 26:13). Dit toont aan dat de helderheid van Christus' verheerlijkte lichaam niet slechts symbolisch is, maar reëel en krachtig.
2 Onvergankelijkheid
Onvergankelijkheid is de vrijheid van alle lijden, pijn of dood. Na Zijn opstanding was onze Heer niet langer onderworpen aan honger, vermoeidheid of wonden. Hoewel Hij de heilige littekens van het lijden droeg als trofeeën van Zijn overwinning, veroorzaakten deze geen pijn of bloedvergieten meer.
Toen Christus aan de apostelen verscheen, zei Hij: "Zie Mijn handen en voeten, dat Ik het Zelf ben. Raak ze aan en zie, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals jullie zien dat Ik heb" (Lucas 24:39). Ondanks deze tekenen van het lijden leed Hij niet. "De dood zal geen macht meer over Hem hebben" (Romeinen 6:9).
H. Thomas van Aquino legt uit:
"Onvergankelijkheid sluit de vergankelijkheid en de gebreken van het huidige leven uit; zij behoort tot het lichaam in de heerlijkheid als gevolg van de zaligheid van de ziel" (Summa Theologica, Suppl., Q. 82, A. 1). En onze Heer openbaarde aan de H. Johannes dat in het hemelse Jeruzalem “God alle tranen van hun ogen zal afvegen; en er zal geen dood meer zijn, noch rouw, noch gehuil, noch verdriet, want de vroegere dingen zijn voorbijgegaan” (Openbaring 21:4).
3 Beweeglijkheid
Beweeglijkheid is het vermogen van het verheerlijkte lichaam om zich met gemak en snelheid te bewegen naar de wil van de ziel. Net zoals wij ons in gedachten direct van de ene plaats naar de andere kunnen verplaatsen, bijvoorbeeld Fatima en Lourdes, zo kan het verheerlijkte lichaam zich onmiddellijk van de ene locatie naar de andere verplaatsen.
Na de Verrijzenis was onze Heer niet langer gebonden aan de normale bewegingswetten. Hij verscheen en verdween naar believen en legde in een oogwenk grote afstanden af. Hij wandelde met de discipelen naar Emmaus en verdween voor hun ogen (Lucas 24:31). Hij verscheen plotseling te midden van de apostelen, hoewel de deuren gesloten waren (Johannes 20:19). Dit zijn geen louter symbolen – het zijn echte, historische gebeurtenissen die de beweeglijkheid van Zijn verrezen lichaam onthullen.
4 Fijnstoffelijkheid
Fijnstoffelijkheid is de vergeestelijkte aard van het verheerlijkte lichaam, waardoor het zich zonder weerstand door de materie kan bewegen. Het is een bevrijding van de materiële beperkingen van de gevallen wereld. Het verheerlijkte lichaam van onze Heer kon ongehinderd door gesloten deuren heen gaan. Zoals de H. Johannes schrijft: "Toen de deuren gesloten waren, waar de discipelen bijeen waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden" (Johannes 20:19).
Zijn verrezen lichaam was hetzelfde lichaam dat geleden had en gestorven was – maar het bewoog zich nu vrij door materiële barrières. Dit is geen spookachtigheid, maar de volmaaktheid van de lichamelijke natuur, niet langer belast door de verderfelijkheid van de zonde.
|