|
Boodschappen van Jezus en OLVrouw van de Rozenkrans aan Gisella Cardia
28/2 Jezus: Ik zeg het je nogmaals: De aarde die aan jullie was toevertrouwd, is een woonplaats geworden voor demonen en trotse zondaars – zij was immers een van Mijn volmaaktheiden! Maar de bewoners van de aarde hebben zich ontuchtig gedragen om een ereplaats te verkrijgen, niet in het Koninkrijk van God, maar op aarde. De zeven zonden staan als een afschuwelijk ornament op het hoofd van het Beest, dat de aarde en haar bewoners meevoert naar de weiden van het Kwaad, samen met de oneindige goddeloosheid die begaan is om, ten koste van alles, te verkrijgen wat zijn meedogenloze hebzucht begeert.
Is de aarde niet doordrenkt met het bloed van onschuldigen en martelaren? En zo, als je zo doorgaat, weet dan dat je triomf van korte duur zal zijn en betaald zal worden met een helse eeuwigheid. Ik zal komen, en het zal recht zijn. Jezus, die jij kent met de eigenschappen van grootheid, eeuwigheid, liefde, verlossing, wijsheid en Drie-eenheid. Ik kom om vrede te brengen aan de gelovigen en heilig oordeel aan de levenden. Ik kom om Mijn volk te verzamelen met liefde en wijsheid. Aanroep Mij en Ik zal je antwoorden; aanroep Mij door Mijn Moeder en Ik zal aanwezig zijn. Geef niet op, maar strijd tegen het kwaad, en de glorie in het Koninkrijk der Hemelen zal je toebehoren. Ik zegen jullie, Mijn volk, en Ik geef jullie Mijn vrede.
Commentaar: De mensheid stevent af op eeuwige verdoemenis door de begeerten van het vlees, de dorst naar macht en de hoogmoed. Jezus zal terugkeren en allen oordelen, en ieder zijn beloning geven: vrede en liefde voor Zijn kinderen, en eeuwige verdoemenis voor de zondaars. De tijd van barmhartigheid zal eindigen, en dan zal ieder rekenschap afleggen voor zijn eigen daden. De weg naar het Koninkrijk van God is een strijd tegen de zonde, maar de aanwezigheid van Jezus en OLVrouw zal onze kracht zijn – laten we Hen altijd aanroepen!
26/2 Jezus: Ik zeg jullie dat op de laatste dag, bij het Grote Oordeel, onderscheid gemaakt zal worden tussen hen die aan de rechterhand van de Mensenzoon staan en hen die aan zijn linkerhand staan. Wanneer Ik kom als de rechtvaardige Rechter, zal Ik antwoorden: ‘Zoals jullie je hart gesloten hebben voor de noden van jullie broeders, zo sluit Ik voor jullie de poorten van het Koninkrijk. Wat jullie niet gedaan hebben voor de geringsten onder jullie, hebben jullie ook niet voor Mij gedaan – en met een nog grotere schuld, omdat jullie Mij, Mijn Evangelie en de Wet kenden.
Ga weg van Mij, jullie die onrecht bedrijven, want Mijn broeder is wie op Mij lijkt; en jullie, die een hypocriet masker dragen, lijken niet op Mij, omdat jullie zonder liefde zijn, die Mijn wezen is.’ Hierin ligt de gelijkenis in liefde: de volmaaktste liefde in de Eerstgeborene onder de broeders. Liefde die zo volmaakt mogelijk werd in de broeders van Christus en in het geloof. Wie niet in liefde leeft en geen werken van liefde verricht, is geen broeder van Christus – die Zijn broeders liefhad tot de dood toe – en is daarom geen mede-erfgenaam van Hem. Zij die geroepen waren, bleven noch doof voor de roeping, noch werden zij moe om Hem te volgen. Integendeel, met heldhaftigheid gingen zij en blijven zij in Zijn voetsporen treden.
Zij raakten niet ontmoedigd toen de liefde voor de Heer voor hen een opeenvolging van beproevingen en lijden werd. Evenmin achtten zij zich minder geliefd toen God toestond dat mensen en gebeurtenissen tegen hen tekeer gingen. Integendeel, wetende wie hen geroepen heeft – Zijn liefde en Zijn barmhartigheid – voelen zij Hem als Vader en Broeder, zelfs in de meest pijnlijke uren; en vertrouwend op Christus, in wie zij vast geloven, voltooien zij hun reis naar de hemel, vanwaar de roeping kwam. Niemand kan van deze regel afwijken als hij in de heerlijkheid wil blijven waartoe God hem geroepen heeft.
Jezus, mens geboren uit Maria — vervuld met gaven en zeer geliefd door de Vader — was een trouwe beschermer en sterk in het rechtvaardig gebruiken van de ontvangen gaven, zoals dat voor alle mensen zou zijn gebeurd als zij onschuldig en vol genade waren gebleven. (Jezus en Maria) kenden de verdorvenheid van het vlees niet; maar met genade verenigd met een smetteloze ziel, gingen zij het eeuwige Koninkrijk binnen, in volledige verheerlijking.
Commentaar: Jezus herinnert ons eraan dat ieder van ons onderworpen zal zijn aan twee oordelen: een persoonlijk oordeel direct na de dood, en een universeel oordeel, wanneer Hijzelf aan het einde der tijden terugkeert om allen te oordelen. Als we tijdens ons leven onze broeders en zusters in nood niet hebben geholpen, zullen we niet waardig bevonden worden om het Koninkrijk van God binnen te gaan. Het oordeel zal daarom gaan over liefde, omdat God zelf liefde is — het is Zijn wezen. Wie liefde in zijn hart heeft, lijkt op God; wie werken van liefde verricht, is Zijn broeder; wie in liefde leeft, is zelfs in staat zijn leven te geven, te sterven voor anderen, zoals Jezus voor ons deed.
De eerste apostelen begonnen na de dood van Jezus en na het ontvangen van de Heilige Geest (Pinksteren) met drie activiteiten: ze verkondigden het Evangelie aan alle volken, hielpen mensen in nood (diakonie) en waren missionarissen. In de naam van Christus doorstonden ze allerlei beproevingen: gevangenschap, geseling, mishandeling, verdrijving uit Jeruzalem, vernedering… en toch doorstonden ze alles met heldhaftigheid, omdat ze Jezus kenden; ze begrepen Hem.
24/2 OLVrouw: Lieve kinderen, dank jullie wel dat jullie verenigd zijn in gebed en dat jullie naar Mijn roep in jullie harten luisteren. Kinderen, Ik zeg jullie dat het protestantisme en het modernisme de Kerk zijn binnengedrongen en de gelovigen in verwarring hebben gebracht, zodat zij niet meer weten wat goed en wat kwaad is. Bedenk dat verwarring niet van God komt, want Hij is Orde (Genesis 1). Houd vast aan de Waarheid, die Eén is en dat voor eeuwig zal blijven (Marcus 13:31).
Bid voor de vele satanische sekten die in de wereld bestaan; let op jullie kinderen. Kinderen moeten leren wie God is (Marcus 10:14). Vertel hun dat Hij een Vader, Broer en Vriend is die hen oneindig liefheeft en dat ze Hem kunnen vertrouwen (Matteüs 6:9). Leer hun bidden (Lucas 11:1); laat hen niet achter in de wereld, in die zondige wereld. Nu zegen Ik jullie in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
|