NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Inhoud blog
  • Ka de tuinkabouter
  • Kabouter Puntmuts
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Schrijversblog
    Voor wie graag schrijft
    30-04-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ka de tuinkabouter

    Een nieuwe dag breekt aan. De zon werpt lange schaduwen in het voortuintje van een groot appartementsblok. De tuin is prachtig onderhouden. Geen grassprietje of onkruid is te zien. De rozen in het ronde perkje staan fier rechtop. De azalea's zijn te bewonderen in alle geuren en kleuren terwijl ze bloeien als nooit tevoren. De borders zijn aangeplant met een passie voor wilde planten. Hier en daar werden éénjarige bloemen geplant die voor een speels effect zorgen. Kortom het is een tuintje om 'U' tegen te zeggen. Dit alles is het werk van slechts één 'persoon': Ka de tuinkabouter. Hij staat fier rechtop met een schep en hark over zijn schouder. Hij staat in de schaduw van een ronde buxus die hij nog maar pas gesnoeid heeft. Op deze plek blijft de kabouter staan gedurende de hele dag. Je ziet hem echt niet bewegen. Alleen zijn ogen gaan van de ene naar de andere kant en houden alles scherp in de gaten. Langs het tuintje wandelen enkele mensen van en naar hun werk of ze brengen en halen hun kindjes van school. Ze blijven dan enkele ogenblikken vol bewondering staan kijken naar het mooie tuintje. Daar heb je het gezin Peeters. Het jonge koppel brengt hun kleuter naar school en ze blijven dan ook een poos voor het tuintje staan. Ze glimlachen en knikken goedkeurend.

    -'Kijk mama!' roept hun jonge spruit: 'daar staat een ...ka… ka…' Hij kijkt hulpeloos naar mama.          -'Kabouter lieverd. Maar je mag hem gerust Ka noemen, hoor'.

    -'Heeft Ka het tuintje zo mooi gemaakt?' vraagt hij verder. Vader en moeder glimlachen naar elkaar en knikken.

    -'Ja zeker Willem. 's Nachts als alle mensen slapen wordt Ka wakker en werkt hij in het tuintje zodat het er 's morgen mooi en verzorgt uitziet'.

    -'Helemaal alleen mama?' vraagt Willem nog. Vader en moeder knikken allebei. Dan sporen ze Willem aan om verder te stappen. De school wacht.

    Ka denkt aan de woorden van kleine Willem. -'Eigenlijk heeft de jongen gelijk. Al decennia lang onderhoud ik de tuin hier helemaal op mijn eentje. Het is tiptop in orde maar alleen is maar alleen. Het wordt tijd dat ik mij een kaboutervrouwtje zoek en daarna een grote tuin om ze samen te onderhouden. Misschien komen er wel kleine kaboutertjes!' denk de tuinkabouter nog verder.

    Ka neemt een besluit. Met zijn schop en hark op de schouder trekt hij erop uit. Hij wacht niet tot het donker is. Het is een rustig dorp en langs de verschillende voortuintjes stapt hij zoekend rond of hij een kaboutervrouwtje vindt. Hij ontmoet veel tuinkabouters op zijn zoektocht. Maar het zijn geen echte. Ze zijn van plastiek. Plastieken kabouters hebben geen hart en ziel en werken niet. Sommigen zijn omgewaaid door de wind en worden overwoekerd door klimop en mos. Alleen al aan de tuintjes kan Ka zien of er echte kabouters aan het werk zijn geweest. De volgende tuin ziet er ook al niet te best uit. Het onkruid staat twee kontjes hoog. Sommige lentebloemen zijn uitgebloeid en moeten verwijderd worden. Het siergazon moet hoognodig afgereden worden. Hier is werk aan de winkel. Ka's kabouterhanden beginnen te kribbelen. Maar hij moet verder.

    Plots komt er een kopje uit de grond tussen al het onkruid. -'Dag Pier' groet Ka zijn vriend de regenworm.

    -'Is er een vogel of een mol in de buurt?' vraagt de worm een beetje angstig.

    -'Nee nee' lacht Ka want hij begrijpt wel waarom Pier de regenworm angstig om zich heen kijkt. Vogeltjes lusten af en toe wel een sappige dikke regenworm en ook de mol is een vijand van Pier.

    -'Ik moet eens een luchtje scheppen' zegt Pier 'met al die onkruidwortels moet ik tweemaal zo hard werken om een gangetje te graven. Maar ik ben zo bang om boven de grond te komen om even uit te blazen'.

     

    -'Dat begrijp ik wel Pier. Wees gerust er is geen merel, roodborstje of mol in de buurt'.

    -'Dank je wel Ka, maar ik moet nu weer verder. Ik mag niet te lang boven de grond rond kruipen anders droog ik uit en sterf ik. Nou tot ziens Ka'. En Pier de regenworm verdwijnt onder de grond.

    Een paar tuintjes verder blijft onze kabouter vol bewondering staan. -'Wat een mooie tuin. Deze wordt zeker door een tuinkabouter onderhouden'. Ka kijkt aandachtig rond en ontdekt een nog jonge kabouter die in de schaduw staat van een Chinese pioen. De struik is 80 cm hoog en heeft prachtige grote rode bloemen. Ka stapt tot bij de kabouter en maakt een praatje:

    -'Dag tuinkabouter, mijn naam is Ka, hoe maakt u het?'

    -'Heel goed Ka. Mijn naam is Hak. Ze noemen mij zo omdat ik steeds met een hak bezig ben. Vindt je mijn tuintje mooi Ka?'

    -'Zeker weten Hak! Het is één van de mooiste tuintjes in de buurt. Volhouden zou ik zeggen, maar nu moet ik verder'

     

    -'Waar ga je naartoe?' vraagt Hak nieuwsgierig. Ka vertelt wat hij van plan is en Hak knikt goedkeurend: -'Nu heb ik misschien wel goed nieuws voor je Ka. Gisteren stonden hier een paar kinderen bewonderend naar mijn tuintje te kijken en ze praten over een andere tuin waar een kaboutervrouwtje stond. Helemaal alleen'. Het kaboutergezicht van Ka klaart volledig op.

    -'Waar zou dat dan zijn Hak?' wil onze tuinkabouter weten.

    -'Precies weet ik het ook niet maar ze kwamen van ginder achter de hoek'.

    Dat is de richting die ik wil gaan, denkt Ka. -'Bedankt Hak. Tot ziens!'.

     

    Ka verhoogt het staptempo maar in de volgende tuin wordt zijn aandacht opgeëist door het getjilp van een groep heggenmussen die een nest hebben in een bijna volledig dicht begroeide haag. Ka hoort de zangvogels met een hoge piep roepen. Een teken van gevaar. Een heggenmus zit op de grond naar insecten te zoeken voor haar kroost.

    -'Wat gebeurt er allemaal mus?' vraagt Ka bezorgt. Mus begroet Ka en vertelt:

    -'Aan de andere zijde van de haag loopt er een kater steeds maar heen en weer. Soms ligt ze zelfs uren op de loer. Ze wacht tot onze kleintjes uitvliegen om ze dan te vangen en te verorberen'.

     

    Ka schudt zijn kabouterhoofd: -'Daar zullen wij eens een stokje voor steken. Wacht maar af mus'. Ka klimt langs de takken van de haag naar boven. Eens op het hoogste punt kijkt hij over de rand en ziet inderdaad een rosse kater ijsberend langs de haag stappen. Hij ruikt de jonge vogeltjes en miauwt meelijwekkend. Ka springt als een echte para naar beneden en belandt op de rug van de rosse kat. Deze schrikt en gaat er als een haas vandoor. Ka grijpt zich vast aan de vlooienband en vindt het leuk om op de rug van een kat paardje te rijden. Aan het eind van de straat springt Ka van de kat en rent terug naar de haag. De heggenmussen tjilpen terug blijgezind. Ze danken Ka en wensen hem het beste in zijn zoektocht naar geluk.

    In het volgende tuintje blijft Ka stomverbaasd staan. Er staan mooie lentebloemen te bloeien rondom een perk met een groen gazon. Maar van het gras is echter weinig te zien. Het is de ene molshoop naast de andere. Tientallen hopen bruine aarde steken bijna een halve meter boven de grond. Langs deze weg verlaat de mol even zijn onderaardse gangen om nestmateriaal te verzamelen. Ka schudt zijn hoofd. Dit kan zo niet langer. Hij gaat naar een molshoop en roept in de gang op de mol. Heel snel steekt de zwarte mol boven de molshoop uit.

    -'Waarom maak jij in deze mooie tuin molshopen Mol?' vraagt Ka. Mol kijkt rond maar veel ziet hij niet. Een mol is niet blind maar heeft heel kleine oogjes en daar hangt zijn vacht ook nog eens voor. Dus ziet de mol haast niets.

    -'O! Euh! Sorry hoor. Ik wist het niet. Waar moet ik dan naar toe?' vraagt de mol aan Ka.

    De tuinkabouter tuurt scherp om zich heen. -'Aan de overzijde van de straat is een koeienweide.' legt Ka uit aan de mol: -'Ik denk dat je beter die kant uit gaat mol. Daar stoor je niemand'.

    -'Welke kant is dat Ka?' vraagt mol. Hij ziet totaal niet de weide aan de overzijde van de straat. -'Naar het noorden mol. Aan de overzijde is de weide. Altijd maar noordwaarts'.

    De mol dankt Ka en kruipt meteen onder de grond om een gangetje te graven onder de straat door tot in de weide. Onze tuinkabouter blijft in de tuin tot het donker wordt. -'Tijd voor actie!' denkt Ka dan en begint meteen de tuin onder handen te nemen. Struiken worden gesnoeid, onkruid wordt gewied, de molshopen worden terug de grond ingestampt en met graszaad ingezaaid. Tegen de morgen ziet de tuin er helemaal anders uit. De magnolia of tulpenboom geurt als nooit tevoren. De iris met haar mysterieuze trio van bloembladeren schitteren in bijzondere kleuren. Ook de kleine bloemetjes van de hyacint verspreiden weer hun heerlijke geur. Menig passant blijft verwondert bij het tuintje staan. Gisteren was dit nog een wildernis en vandaag lijkt het tuintje op een mooie prentbriefkaart. Ka is trots op zichzelf. -'Daar doen wij kabouters het toch voor? Voor de erkenning en de mooie lovende woorden van de mensen' denk hij. Dan schiet het hem ineens te binnen dat hij verder moet. Op zoek naar een kaboutervrouwtje. Hij legt het tuingerei op zijn schouder en springt over het lage muurtje naar de volgende tuin.

    Daar aangekomen maakt Ka kennis met een kleine cavia: -'Wat doe jij hier cavia?' vraagt Ka.

    -'Mijn adoptieouders hebben mij hier enkele dagen geleden achtergelaten' vertelt het knaagdier treurig: “Iemand neemt je wel mee naar huis” vertelden ze nog voor ze op vakantie vertrokken'.

    Ka schudt zijn kabouterhoofd: -'Het is alle jaren hetzelfde liedje' gromt de tuinkabouter: -'Eerst willen ze een dier in huis, maar als ze op vakantie vertrekken moet het dier weer weg. Treurig is dat'. De cavia knikt begrijpend. -'Ik loop hier al twee dagen rond maar niemand neemt me mee' snikt de cavia. Ka krijgt zowaar medelijden met het arme dier.

    -'Ik breng je naar een tuintje waar kinderen wonen. Zij zullen je wel adopteren' weet Ka en neemt het knaagdiertje onder een arm. Cavia's wegen amper 500 tot 700 gram. Ze wegen dus bijna niets. Een paar tuintjes verder groeit alleen maar gras. Een uitstekende plek voor een hongerige cavia. In het huisje hoort Ka verschillende kinderstemmen en dit is dus een uitstekende plaats voor het diertje. -'Hier moet je blijven cavia. Eet je buikje maar goed rond. Als de kinderen jou zien nemen ze je zeker mee naar binnen'.

    -'Bedankt Ka' zegt de cavia nog en begint onmiddellijk van het malse gras te eten.

    Even verder ontmoet onze tuinkabouter een oude bekende. Tante eend. Ze heeft net de straat overgestoken en houd halt bij onze vriend. Achter haar lopen acht kleine kuikentjes. -'Dat is de kroost van mijn zus' legt tante eend uit: -'Ze heeft een zware depressie van haar jongens gekregen. Tja, dan zorg ik er maar voor zeker?' vertelt de tante alsof het tegen haar zin is voor de kleintjes te zorgen. Ka weet wel beter. Tante eend heeft zelf geen kuikens  en zorgt als geen ander voor de kroost van haar zus.

    -'Waar ga je naar toe tante?' vraagt Ka.

    -'Het is etenstijd Ka, en wij trekken naar het park. De mensen strooien broodkruimels en daar zijn wij eenden verzot op. Soms is het wel spijtig want de meeste mensen gooien grote stukken brood in het water. Als eenden daar te veel van eten zoeken ze zelf geen eten meer in de natuur. Brood is niet echt goed voor eenden. Het zwelt in ons buikje door het vele water en gaat opnieuw gisten. Dat is dan weer slecht voor onze darmen. Het liefst en het gezondste voor ons eenden is zelf eten zoeken. Op deze manier vervelen we ons niet'. Ka knikt begrijpend en wenst tante eend veel sterkte met haar kroost.

    Op de hoek van de straat komt Ka in een tuin die prachtig aangelegd is. Hij herkent het onmiddellijk: 'dit is het werk van een kaboutervrouwtje'. Tussen het kort geknipte gazon werden rechthoekige bloemperken aangebracht die op hun beurt omzoomd zijn met een laag muurtje van taxus. Elk bloemenperk heeft een andere kleur door de vele éénjarige bloemen. Ka kent al de bloemen bij naam: witte margriet, het vingerhoedskruid, het vlijtige liesje, de petunia's, de begonia's en de anjer. De bloemen verspreiden een heerlijke zoete geur. Tientallen vlinders worden erdoor aangetrokken. Kleine vogeltjes proberen in het gras nog een zaadje of insect mee te pikken. Vooraan werd een sierfonteintje geplaatst in zwart grijze kleur wat deze tuin een meer waarde geeft. Naast de fontein staat een kabouter. Een vrouwtjeskabouter waar Ka direct verliefd op wordt. Liefde op het eerste gezicht: het bestaat nog altijd.

    Ze draagt een hoge puntmuts en haar gele haar is gevlochten. Ka stapt recht op haar toe:

    -'Dag mooi kaboutervrouwtje, mijn naam is Ka. Wie ben jij?' vraagt Ka nieuwsgierig.

    -'Mij noemen ze Lisa. Wat kan ik voor je betekenen Ka?' vraagt Lisa. Onze tuinkabouter vertelt haar dat hij op zoek is naar een kaboutervrouwtje om samen een grote tuin te onderhouden en daarna een gezinnetje te stichten. Lisa's ogen schitteren. Hier heeft ze lang op moeten wachten. Maar eindelijk komen haar dromen toch uit.

    -'Oh Ka. Ja, ik wil graag een paar kinderkaboutertjes. Maar waar vinden we een grote tuin om met ons gezinnetje te onderhouden?' vraagt Lisa bezorgt.

    -'Dat gaan we samen zoeken Lisa. Ik heb jou gevonden en dan vinden we een reuzen tuin ook' zegt Ka. Hand in hand wandelen Lisa en Ka langs de tuintjes in de richting van het station.

     

    Hoog in een boom langs hun pad zit een roodborstje. -'Weet jij soms waar we grote tuinen kunnen vinden roodborstje?' roept Ka naar de vogel.

    Het roodborstje komt naar beneden gevlogen tot vlak bij de twee kabouters. -'Aan het station moeten jullie linksaf en daar begint de villawijk. Rond de villa's vinden jullie super grote tuinen met vijvers en al. Daar moeten jullie naar toe'. Lisa en Ka danken de vogel hartelijk en zetten hun weg verder. Linksaf aan het station en langs de brede tuinhekken in smeedijzer stappen onze vrienden langs de villa's die omringt worden door grote tuinen. Sommige domeinen zijn met groene zeildoek afgespannen zodat niemand iets van het domein kan zien. Dit is niet wat onze twee vrienden willen. Lisa en Ka zoeken een grote tuin die iedereen mag bewonderen. Ze bereiken bijna het einde van de straat als ze voor een groen hek met brede spijlen blijven staan. Een brede asfaltweg kronkelt tussen verschillende soorten loofbomen. Het gras moet hoognodig afgereden worden. De bloemenperken moeten gewied worden. De bewoners hebben als decoratie kabouterhuisjes in de tuin gezet.

     

    Als dat geen uitnodiging is. Langs het pad staan arduinen tuinvazen en beelden op een sokkel. Ka en Lisa  knikken goedkeurend. Ze glippen beiden door de verticale tralies van de inkompoort en in de schaduw van de talrijke bomen lopen ze tot bij een kabouterhuisje. Ze kunnen er binnen en ze willen hier voor altijd blijven wonen. Ze voelen zich er volkomen thuis. Ze kunnen vanaf nu schuilen in een huisje als het regent of sneeuwt. Ka wil onmiddellijk in de tuin beginnen werken maar Lisa wil eerst de woning van de mensen zien. Ze wil weten met wie ze gaat samenwerken. Ze wandelen door een brede dreef die afgeboord is met oude eiken- en lindebomen die hen naar een groot kasteel leiden. Ontelbare torentjes met kleine ramen steken hoog de lucht in. Het lijkt echt op een middeleeuws sprookjeskasteel. Voor het bordes werd een grote fontein aangelegd. Een grote waterstraal spuit de lucht in. Boven aan de trap is een groot zonnig terras met een decoratieve balustrade. Lisa en Ka hebben hun tuin gevonden.                                

    Een paar jaar later ziet het tuinkasteel er helemaal anders uit. Wandelaars blijven vaak staan voor de afsluiting om de tuin te bewonderen. Het is een lust voor het oog om al die mooie bloemen te zien bloeien. Verwelkte bloemen worden meteen verwijderd en vervangen door nieuwe kleurrijke boeketten. De perken zijn netjes opgeharkt. Geen sprietje onkruid krijgt een kans om te groeien. Maria “de kasteelvrouw” wandelt zoals elke morgen in haar tuin en je merkt op dat ze ervan geniet. Een nieuwsgierige voorbijganger spreekt haar vanaf het toegangshek aan:

    -'Goede morgen mevrouw! Mag ik u wat vragen?'

    -'Jazeker wel' antwoordt de eigenares van het kasteel en komt dichtbij het toegangshek staan.

    -'Onderhoud u deze grote tuin helemaal alleen, of heeft u de hulp van een enkele tuinmannen?'

    -'Nee hoor!' laat Maria weten en ze praat net zo luid dat iedereen het kan horen:

    -'Ik heb de hulp van een kabouterfamilie! Kijk daar staan ze. Naast het grote kabouterhuisje. Ik heb een groter moeten kopen want het gezinnetje is uitgebreid met twee kabouterjongens.                                          

    Wacht ik laat het u zien'. Ze draait zich om en tussen de bladertakken van een bloeiende struik rododendrons neemt ze iets groots en zwaars van de grond. Met een grote namaak paddenstoel stapt ze terug naar het toegangshek om het publiek te woord te staan. Maar er staat niemand meer aan het hek. Met opeen geklemde lippen schud ze haar hoofd:

    -'Eerst vragen ze iets en dan gaan ze lopen'. Maria zet het kabouterhuisje terug naast Lisa en Ka:      

    -'Niemand gelooft dat jullie al dit werk doen, kabouters. Maar ik weet wel beter! Zal ik jullie in het zonnetje zetten? Het is mooi weer vandaag'. Maria neemt Lisa, Ka en de twee kabouterjongens in de arm en zet ze even verder in het zonnetje weer neer. Uit het zicht van de wandelaars kan onze kabouterfamilie nog van elkaar genieten tot de avond valt. Als het donker wordt beginnen Lisa en Ka in de tuin te werken. De kabouterkinderen helpen een handje mee. Ze willen de stiel ook leren voor als ze groot zijn en op eigen benen willen staan.

    30-04-2018 om 23:08 geschreven door Luc Verschooten

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    12-04-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kabouter Puntmuts

    Tim wordt al heel vroeg wakker en kleed zich vlug aan. Door het raam kijkt hij naar buiten. Het is nog donker en hij hoort alleen de wind die door de bomen giert. Hij sluipt stil zijn kamer uit om  mamma en pappa niet wakker te maken. Vooral mamma niet. Ze is altijd ongerust als hij nog maar een paar stappen van het kleine boswachtershuisje weggaat.

    -'Niet te ver gaan Tim!’ roept ze dan bezorgt. Maar vandaag wordt hij zes jaar oud en hij wordt al flink groot. Daarom wil hij alleen het bos verkennen, als een echte boswachter, net als zijn pappa. Ook dieren ontmoeten en spannende verhalen vertellen zoals pappa altijd doet na zijn ronde door het bos.

     

    Stil sluipt Tim naar buiten. Hij voelt zich plots helemaal alleen. Alleen door de koude stapt hij op het bospad. Alle bladeren zijn van de bomen en het is een beetje mistig in het bos. Pappa vertelt dat het snel winter wordt. Daarom dat Tim de dieren in het bos nog even wil zien voor ze aan hun winterslaap beginnen. Tim stapt zonder kijken het bospad af en onmiddellijk wordt hij door de mist omgeven. Hij ziet zelfs bijna geen boom meer staan. Angstig kijkt hij achterom. Zelfs het boshuisje is in de mist verdwenen. Hij wordt wel een beetje bang. Plots hoort hij gekraak. 'Hé!' roept iemand stil.

    Tim kijkt naar beneden en ziet een kleine kabouter staan met een puntmuts op.

    -'Wil je wel eens uitkijken waar je trapt, jongetje?' Tim schrikt en doet een stap naar achter. Hij heeft zijn voet op een paddenstoel gezet en nu is deze helemaal kapot. Tim bukt zich en wil de paddenstoel weer rechtzetten, maar puntmuts de kabouter houdt hem tegen.

    -'Niet doen Tim, deze paddenstoel is giftig voor de mensen. Wij, kabouters, wonen erin omdat we weten dat jullie mensen deze paddenstoelen niet plukken'.

    -'O, sorry, hoor' stamelt Tim: 'Ik wist het niet'.

    -'Neen', zegt de kabouter. 'Het geeft niet. Deze paddenstoel was al oud en versleten. Nu wordt het hoog tijd om een nieuw huisje voor mij te zoeken'.

    -'Ik help je wel kabouter puntmuts. Want ik heb je huisje kapot gemaakt' zegt Tim nog. De kabouter knikt en samen gaan ze op weg om een nieuwe paddenstoel te vinden.

     

    Tussen de bomen stappen Tim en de kabouter voorzichtig verder op zoek naar een mooie grote paddenstoel. Een mooi huisje voor een kabouter met een puntmuts. Er staan heel veel soorten paddenstoelen in het bos.

    Maar in elke huisje woont al een kabouter en in sommige paddenstoelen mag niemand wonen, omdat de grote mensen ze plukken om op te eten. Daar kan geen kabouter in wonen.

    Plots horen ze snikken. Vlakbij, op de tak van een dikke boom zit een kleine eekhoorn. De pootjes kunnen een waterval van tranen niet tegenhouden.

    – Waarom huil je eekhoorn?' vraagt Tim.

    -'Ik vind geen eikels en straks begint de winter. Ik moet nog eten hebben voor mijn kleine kapoenen' snikt mamma eekhoorn.

    -'Kunnen wij helpen?' vraagt Tim aan de kabouter.

    -'Jazeker!' antwoordt puntmuts en samen zoeken ze onder de afgevallen bladeren naar eikels.

    Al  gauw hebben ze een handvol gevonden. De eekhoorn is dolblij. Nu heeft ze genoeg om de winter door te komen. Haar kindjes zullen genoeg te eten hebben.

     -'Dag kabouter, dag Tim!' roept mamma eekhoorn hen nog achterna.

     

    Blij stappen Tim en de kabouter verder tussen de bomen. Nog steeds op zoek naar een leuke grote paddenstoel om in te wonen. Bij een grote beukenboom zit een kleine egel een beetje sip te kijken.

    -'Wat is er aan de hand, egel?' vraagt de kabouter.

    -'Ik kan mijn nest nergens meer vinden!' zegt de egel. 'En ik moet aan mijn winterslaap beginnen anders wordt het te laat en sterf ik van de kou.'     

    -'Wij zullen je helpen egel!' roept Tim.

     

    Met hun drieën zoeken ze onder droge bladeren, onder omgevallen bomen en onder struiken naar het holletje van de egel. Een zacht gepiep trekt de aandacht. Een baby egel steekt zijn snuit uit een klein holletje onder een kleine kale boom. De baby egel roept zijn broertje. Baby-broer was tijdens het spelen afgedwaald en vond zijn nestje niet meer. -'Dank je wel Tim en kabouter puntmuts. Nu kunnen we aan onze winterslaap beginnen'.

     

    Wat verder ziet Tim een mooie paddenstoel staan. Een rode paddenstoel met witte stippen. Hij loopt er snel naartoe en kijkt goed of hij niet bewoont is. Nee hoor de paddenstoel is vrij. Kabouter puntmuts is dolblij. Hij dankt Tim hartelijk en gaat vlug naar binnen.

     

    De zon schijnt ondertussen door de bomen. De mist is verdwenen en Tim ziet dat hij dichtbij het boshuisje is. Pappa en mamma staan bij de deur en roepen zijn naam.-'Tim! Kom binnen, het is te koud buiten. We moeten nog ontbijten'. Tim is blij dat hij terug is bij pappa en mamma.

    -'Waar heb je gezeten, kapoen?' vraagt pappa nieuwsgierig.

    -'Gewoon, zegt Tim, 'wat wandelen rond ons huisje'. Tim vertelt niets over zijn avonturen in het bos. Maar voortaan blijft hij wel op de bospaden wandelen en kijkt naar de paddenstoelen of er geen puntmuts tevoorschijn komt.

    12-04-2018 om 00:49 geschreven door Luc Verschooten

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 30/04-06/05 2018
  • 09/04-15/04 2018

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Inhoud blog
  • Ka de tuinkabouter
  • Kabouter Puntmuts

    Laatste commentaren


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!