|
Prarayer
Aan het eind ietwat verheven Boven het rimpelend groen van het stuwmeer Het oude hotel het leistenen dak De gesloten luiken werend de hitte
De schim van de weduwe hier In Prarayer het eind van de wereld Van de straat over de verharde weg in het Muilezelpad tot hoog de rifugio
De bulten zomers ijs verscholen In de zuiderhoeken waarin de stolpen Koelende melk ver van de stinkende stal Waardoorheen de boer de beek jaagt
Dan kwamen het asfalt en de reling Dan de heren in pak en duizend dienders De molens voor beton en laatst de muur En uitgeput vertrok het ijs
|