|
Een tijdje geleden las ik een citaat van Raoul Vaneigem, hij is een Belgische filosoof en was één van de belangrijkste denkers van de Franse studentenbeweging in ‘68. Het citaat luid als volgt:
‘"Heeft het schoolsysteem zich tot op heden niet voornamelijk laten leiden door één motief: ‘de technieken van de dressuur te verbeteren om het dier rendabel te maken?’ "
Het viel deze man op dat scholen maar één enkel doel hadden, plicht, gezag en tucht, plezier was uit den boze en enthousiasme moest worden onderdrukt. Maar is er eigenlijk al zoveel verschil te merken, na deze mei ’68? Ik denk het niet.
Al haast heel de lager school en nu ook op de middelbare school, strijd ik voor mijn zoon die onder het label ADHD gebukt loopt en waar ze zijn enthousiasme willen onderdrukken door het geven van rilatine. Is ons denken dan zo af gestompt dat we de geneeskundige wereld, de plaats van de kerkelijke tuchtvaders hebben laten innemen en het achteloos slikken wat de nieuwe goden ons te vertellen hebben.
Het onderwijs, een plek waar een kind zich zou moeten kunnen ontplooien, zijn nieuwsgierigheid en leergierigheid naar al wat nieuw is, zou moeten kunnen leren ontdekken, wordt nu een ‘valkuil’ voor zij die ‘anders’ zijn. Wat is er nu zo bepaald ‘anders’ aan deze kinderen?
Het begin
Hij is het tweede kind in een gezin van drie , komt kort na zijn broertje en in een zeer drukke periode van mijn leven. Het was zelfs niet de bedoeling dat er zo snel een tweede kindje zou volgen, maar goed, hij diende zich aan en het leven ging zoals dat gaat. Hij sliep niet ’s nachts en huilde telkens het donker werd. De eerste maanden lijkt dit allemaal nog ‘normaal’ , maar na een periode van vijf maanden, raakte ik uitgeput. Ik zocht raad bij, moeders, grootmoeders, schoonzussen, zussen, vriendinnen en dokters enz. Maar niemand scheen een oplossing voor me te hebben. Ik las boeken, wat deed ik toch zo verkeerd. Iedereen had wel raad en dat het niet ‘normaal’ was, dat een kind van toen bijna een jaar, nog steeds niet door sliep ’s nachts. Elke nacht stond ik aan zijn bed, om zijn tutje te geven, te wiegen, hem even mijn vinger te lenen en zodat hij dan weer in slaap viel voor een half uurtje, om het hele ritueel weer van voren af aan te herbeginnen, tot het dag werd
Ik werd er moedeloos van, artsen vertelde me dat ik harder moest optreden en hem mee in bed nemen was iets uit den boze, dat doe je niet met een kind, dat is slecht voor zijn opvoeding. Ik luisterde, tot ik zo totaal uitgeput en moe was en hij op een nacht bij me in bed kroop en wij beide sliepen tot de dageraad. Ik was de gelukkigste mens ter wereld en hij ook. Deze nachtelijke toestanden duurde nog tot hij een jaar of drie was,’s nachts huilde hij zich nog vaak wakker of werd angstig wakker. Hij sliep in ons bed in en wanneer wij gingen slapen, legde we hem in zijn bedje, als hij dan toch tijdens die nacht bij ons kwam gekropen, lieten we dat maar toe, ongeacht of de maatschappij dit nu afkeurde of niet. Wij hadden een gezonde nachtrust en het zorgde er voor dat ik in de dag veel minder prikkelbaarder was voor onze kinderen en mijn omgeving. De artsen die dit afkeurde, liet ik maar zeggen.
Maar het slapen was niet zijn enige ‘anders’ zijn. Het spelen liep ook langs andere wegen. Hij kon met autootjes spelen door ze allemaal op een rijtje te zetten achter elkaar, dan de voorste een stukje naar voren te plaatsen om dan de 2de er net achter te plaatsen, en de 3de enz…. een elle lange file maakte hij van om en bij de 20tig auto’s. Als zijn oudere broertje er dan eentje uit wou nemen, om ook met een autootje te spelen, tierde hij de hele buurt bij elkaar. Ik begreep er niets van, wat kon die ene auto hem nu schelen, hij had er nog een hele hoop bij hem. Eindeloze discussies, tranen en boze woorden, waren deel van een dag, als onze ‘begrippen’ niet overeen kwamen. Zijn motoriek ontwikkelde zich ook niet zoals zijn 10 maand oudere broertje. Hij voortdurend van zijn stoel, over zijn voeten, stak zijn vingers over tussen, om zodoende ergens klem te geraken en het keelgat open te zetten. Ik zag dat hij ‘anders’ was en deed, dan zijn broertje en later ook zijn zusje. Ik begreep hem niet echt, hij was een lief, nieuwsgierig kereltje, maar zo onhandig en levendig. Vaak vergeleek ik hem met een jonge hond, die onstuimig van uit de tuin komt binnen gerent, met modder aan zijn poten, om dan kwispelend voor je te komen staan, totaal geen gedacht dat je hem op dat moment eigenlijk kunt vervloeken om zulke onhandigheid.
Schooltijd
Naar school gaan, deed hij eigenlijk graag, hij was heel leergierig, maar van het onderzoekende soort. Op een kussentje zitten en aandacht naar de juf haar verhaaltje luisteren was hem heel moeilijk, als zijn fascinatie uitging naar de grote rode bal die hij net kon zien op de speelkoer. Tijdens zijn laatste kleuterklasje kwam zijn juf naar mij op me te vragen of ik niet iets ‘speciaals’ had gemerkt aan hem. Ik vertelde haar dat ik hem ‘anders’ vond en wist dat hij geen ‘zittend gat’ had en dat ik soms niet wist hoe ik hem moest aanpakken. Hoewel je zag dat hij het zo goed meende, kon hij je de stuipen op het lijf jagen. Een knuffel bij hem, geen meestal gepaard met een paar flinke elleboog stoten in je ribben, een kopstoot onder je kin en een overheerlijke ‘snottebellen zoen’ op je wang. Het was een kind waar ik de ‘handleiding’ maar niet van begreep. Dus adviseerde de toenmalige juf om eens langs het CLB te gaan. Het was het begin tijdperk van ADHD, een eerste opkomen van een hype, die zich (zo weet ik later) vanuit Amerika hier had aangediend. De man op het CLB kon me enkel een foldertje geven en me door verwijzen, naar een ziekenhuis waar ze ‘gespecialiseerd’ waren in testen voor deze specifieke kinderen. Ik was zo blij dat ik eindelijk, tekst en uitleg kreeg, over hoe ik met mijn kind kon omgaan zonder dat we beide altijd zoveel frustratie opliepen van elkaar. Want de maatschappij druk was hoog, steeds meer hoorde je de woorden ‘druk’ kind, hyperactief kind en dan keken ze geheid naar mijn kind. En ik geloofde het nog ook in het begin.
De diagnose
De diagnose werd gesteld door een linguïsten in het ziekenhuis, hij had ADHD, was dus over actief en had aandachtstoornissen. De school werd op de hoogte gebracht en we hadden eindelijk een etiket waar we het kind konden onderplakken. De school blij en ik toen ook blij. Ik zocht allerlei lectuur over het hoe en wat dit, voor mij nog nieuwe fenomeen, wel was. Mijn oudste zoon was ook in het ziekenhuis getest om reden van mogelijke dyslexie, maar ze hadden dan ook maar een test op ADHD bij hem uitgevoerd. Maar hij zou enkel dyslexie hebben volgens dit onderzoek. Beide werden ze naar een neuroloog gestuurd vanuit het ziekenhuis, ook had ik een adres mee gekregen van een kinesist bij mij in de buurt. Ik begon alles te verslinden wat ook maar enig sinds mij kon helpen een betere relatie met mijn zoon op te bouwen. Boeken als ‘zit stil’ ‘Superouders’ enz…. ik las het allemaal. Maar tegelijk leerde ik mijn kind ook anders kennen en dit gebeurde heel spontaan door de kinesist waar hij liep. Deze vrouw gaf eigenlijk aan dat hij niet ‘anders’ was in de ‘verkeerdelijke’ zin, zoals een maatschappij vind dat iemand zou moeten fungeren, maar dat hij enkel zijn eigen evenwicht niet direct vond in hem zelf. Zij leerde hem niet zo gespannen te zijn en rust te zoeken, zijn zelfvertrouwen en zelfbeeld op te bouwen. Want dat hadden alle artsen, neurologen en ja zelfs ik over het hoofd gezien. We waren zo druk bezig om van hem iemand te maken die past in een maatschappij, ongeacht of hij nu wel of niet gelukkig er mee was en hij de arme stumper trachtte maar aan onze verwachtingen te voldoen. No wonder dat er zoveel frustratie’s zaten tussen mij en hem. Toen ik dat door kreeg heb ik echt zitten huilen van verdriet. Plots zag ik dat het zo simpel was, gewoon iemand aanvaarde zoals hij is, maakt hem wie hij is. Maar hier begon het zware gevecht tegenover een maatschappij en scholen die hem willen plooien naar een beeld dat een maatschappij heeft van een ‘normaal’ kind, gesteund en gevoed door de ideeën van psychologen, psychiaters, artsen, neurologen en wetenschappers enz….
Het gevecht
Hij zat in het tweede leerjaar en de toenmalige juf vond dat hij niet stil genoeg zat voor haar klas en dat hij teveel frutselde aan zijn boeken, pennezak enz… dat hij vaak niet oplettend genoeg was en dat hij met de diagnose ADHD wel rilatine moest nemen. Ik zat in tweestrijd met mezelf. Dit was allemaal nieuw voor mij, medicatie voor een kind van amper 7. Ik vond het een griezelige gedachten, maar ja als er geen andere oplossing was, goed dan maar. Zijn neuroloog schreef dit vlotjes voor, hoewel we vaak interessante gesprekken hadden, maar hij wees me op geen enkel neveneffect, nee, het kon allemaal geen kwaad en het zou hem een betere toekomst geven. Hoe kon een pil nu een betere toekomst geven?!
Op een morgend gaf ik hem zo'’n pilletje, we reden naar school en inderdaad na een half uurtje leek hij heel rustig te zijn, tijdens de schooldag, nam hij nog een halfje in de refter en na school, was zijn juf in de wolken. Hij had heel de dag mooi braaf stil gezeten en opgelet! Toen hij thuis kwam, was het pilletje uitgewerkt en ik kreeg een kind dat ik niet echt herkende, hij huilde om de haverklap, werd agressief tegenover zijn broer en zus, ik voelde aan dat het de medicatie moest zijn, maar we hielden het nog voor een week vol, de neuroloog had me gezegd dat dit heel normaal was, het lichaam moest zich aanpassen. Ik vond het vreemd, dat ik zo'’n agressief kind kreeg, die gedurende de dag ontzettend braaf bleek te zijn op school, maar thuis een duivel bleek te zijn. Naarstig zocht ik naar meer uitleg en schuimde het internet af, naar rilatine, wat het was en waarom kinderen zo raar deden na uitwerking ervan. De week erna lichte ik de juf in, dat ik dit niet meer zou geven om de reden die ik hierboven al gaf. Zij verweet me dat ik dat wel moest doen!!!! dat hij ADHD had, alsof dit een ongeneeslijke besmettelijke ziekte was, die kost wat kost onder controle moest gehouden worden. Dat mijn kind dat zo veranderde door een medicatie, dat het mijn kind niet meer was, dat scheen niemand te interesseren, hij deed een aangepast gedrag in een klas. Ging zelfs een stap verder, na al hetgeen dat ik al had gelezen over rilatine nam ik het zelf, ik wou weten wat zulke dingen doen in je hersenen. Het werd een ‘trip’ , eigenlijk zouden ouders van ADHD kinderen eens zo'’n pilletje moeten nemen. Je bent super geconcenteerd, maar spijtig genoeg maar op één ding tegelijk, daarom waarschijnlijk ook het succes van deze drug. Ik ben toen naar de school gereden met een gejaagdheid en concentratie en heb in één adem verteld wat mijn gedacht was over heel deze ‘hype van ADHD en rilatine’. Ik vroeg aan de meest alternatieve leerkracht van die school om aub, tegenwerk te geven ivm deze diagnose en rilatine.
Hij vertelde dat hij het met mij eens was, maar niet kon, hij moest mee op de paardenmolen, er moesten vanuit het ministerie zoveel lessen en gradatie’s worden behaald, het ging niet meer over kinderen dingen leren, het ging over ‘cijfers en tabellen’ over criteria behalen voor statistieken. Over subsidies verkrijgen, imago van scholen, dus drukke, levendige kinderen, konden niet worden ‘gebruikt’, kinderen moesten allemaal hetzelfde zijn, in doen en laten.
Strijden
Nu vecht ik dus al vanaf het tweede leerjaar voor mijn kind zijn rechten, om onderwijs te krijgen zoals het hoort te zijn voor ieder kind, zonder dat het ervoor moet gedrogeerd worden. Ik hoopte zelfs, dat de diagnose die hem ooit werd opgeplakt, teniet te kunnen doen, maar schijnbaar werkt dit zo niet. Heel zijn lager school is dit hem blijven achtervolgen, hij was niet dat kind, hij was die ADHD-e’r, hij viel in het gat van anonimiteit. Hij was geen klein jongetje, hij was een DIAGNOSE geworden, een etiket.
Telkens opnieuw moest ik naar school komen, want alles wat hij deed werd vergeleken met het gedrag dat wetenschappers hadden omschreven als ADHD gedrag. Toen hij het middelbaar binnen stapte, trachtte ik zijn diagnose achterwege te laten, om eens te zien wat er gebeurde, maar het is me niet gelukt. Ze hebben zijn diagnose allang onder hun neus. Het stigma blijft mijn zoon achtervolgen. Evenals de vraag om hem rilatine te geven. Elke mogelijk schuldgevoel hebben ze me al trachten te geven. Dat ik als moeder hem verwaarloos, zijn kansen af neem, hem de mogelijkheid ontzeg om een carrière op te bouwen en telkens moet ik dit weerleggen : ‘ik ontneem hem niets, jullie ontnemen hem zijn ‘zijn’. ‘ Wanneer gaan jullie iemand eens aanvaarden zoals hij is, hij is niet brutaal, niet opzettelijk stout, stoort niet opzettelijk de klas,…… want dat vertellen de leerkrachten mij allemaal. Hij is een schat van een jongen, als hij maar eens kon ‘stil zitten’. Dit jaar moet hij zijn jaar overdoen (wegens echtscheiding problemen, die ook een tol hebben geëist en waar hij niets aan kan doen) toch worden deze gelinkt aan zijn ADHD diagnose. Het is een land- en tuinbouwschool, die vind je niet overal en het zijn net deze vakken, waar mijn zoon zijn hart en ziel in stopt. Ik kreeg zelfs de waarschuwing van zijn directeur, dat als hij in september niet van gedrag verandert (een gedrag waarvan elke leerkracht vind dat hij een lief kind is, enkel niet altijd even geconcentreerd is), hij geen andere keuze heeft, dan hem de laan uit te sturen. Dit heeft zelfs niets meer met mijn zoon te maken , dit is een persoonlijke zaak tussen dat zijn directeur gesteld heeft tegenover mij, omdat ik telkens weiger om mijn zoon rilatine te geven, duidelijk met reden waarom. Maar voor deze man met functie ben ik niet geschoold genoeg en zijn ego is groter dan zijn verstand, zo lijkt mij. Maar mijn kind kan wel eens, het kind van ZIJN rekening worden…….
Slotsom
‘Waarom’, zo zou je kunnen stellen, zoals Raoul Vaneigem ook deed, ’zouden jonge mensen zich nog langer aanpassen, aan een maatschappij zonder vreugde en zonder toekomst, die volwassenen nog slechts berustend kunnen verdragen, in toenemende verbittering en onbehagen?’ Als leergierige kinderen, die niet kaarsrecht op een stoel, stil zitten, hun glans in hun ogen moeten verliezen, door het nemen van een medicatie, omdat een maatschappelijk beeld dit verlangt. Dan zeg ik nee!! Omdat een medische wereld en welzijnssector te blind zijn, om te kijken welke ravage ze aan het aanrichten zijn bij kinderen, dan hou ik mijn handen boven het hoofd van mijn kind. Hij is een mens, geen diagnose. Geen cijfer op de economische beurshandel van farmaceuten, geen diagnose op de tafel van een psychiater of psycholoog, hij is een kind, die voelt, leeft en ademt en enkel maar graag gezien wil worden. Hij is ‘aangepaster’ dan al diegenen die hem willen veranderen. Hij verdraagt dat ze hem ‘een diagnose’ vinden, een jongen met een ‘afwijking’, hij doet niemand pijn, kon ik maar eens hetzelfde zeggen van het omgekeerde………….
Een moeder van een toffe knul.
|
1 reactie op dit bericht
Sorry ik ben 28 en weet pas 15/11/2007 dat ik Add heb