Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 14 augustus 2009 tot 15 augustus 2009

Mary Jo Salter, Guillaume van der Graft, Susanne Mischke, Wanda Schmidt, Roger Willemsen

De Amerikaanse dichteres Mary Jo Salter werd geboren op 15 augustus 1954 in Grand Rapids, Michigan.

 

 

John Lennon

 

 

The music was already turning sad,

      those fresh-faced voices singing in a round

            the lie that time could set its needle back

 

 

and play from the beginning. Had you lived

      to eighty, as you’d wished, who knows?—you might

            have broken from the circle of that past

 

 

more ours than yours. Never even sure

      which was the truest color for your hair

            (it changed with each photographer), we claimed

 

 

you for ourselves; called you John and named

      the day you left us (spun out like a reel—

            the last broadcast to prove you’d lived at all)

 

 

an end to hope itself. It isn’t true,

      and worse, does you no justice if we call

            your death the death of anything but you.

 

 

 

II

 

 

It put you in the headlines once again:

      years after you’d left the band, you joined

            another—of those whose lives, in breaking, link

 

 

all memory with their end. The studio

      of history can tamper with you now,

            as if there’d always been a single track

 

 

chance traveled on, and your discordant voice

      had led us to the final violence.

            Yet like the times when I, a star-crossed fan,

 

 

had catalogued your favorite foods, your views

      on monarchy and war, and gaily clipped

            your quips and daily antics from the news,

 

 

I keep a loving record of your death.

      All the evidence is in—of what,

            and to what end, it’s hard to figure out,

 

 

riddles you might have beat into a song.

      A younger face of yours, a cover shot,

            peered from all the newsstands as if proof

 

 

of some noteworthy thing you’d newly done.

 

 

 

 

 

 

mary-jo-salter
Mary Jo Salter (Grand Rapids, 15 augustus 1954)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Guillaume van der Graft (eig. Willem Barnard) werd op 15 augustus 1920 geboren in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2007.

 

 

ZELDEN GELUKT HET...

 

Zelden gelukt het te schrijven
op een zo simpele wijze
dat de woorden als kinderen
ademen in het
bed van de taal
onder de dekmantel van het gedicht
Soms slapen ze allemaal
als rozen
soms richt
een zich op
kleine slapeloze
en vraagt om iets onbestaanbaars
Men geeft hem ecn pop, een betekenis,
een pose
iets ongehoords
Men haast zich het licht aan te steken
men blijft op de rand
van de taal zitten lezen
woord voor woord
hand in hand.

 

 

 

 

 

BELOKEN PASEN

 

Streng weer, geen zachtmoedige lente,
regen en koude strepen wind;
beeldhouw de tijd, maak een kind
uit de windselen van het onbekende,

 

doop het met hoop, put liefde
uit de leegte, doe niets te niet,
er mocht een ster zijn die warm wordt,
die de leegte opwindt en verschiet van vreugde,

 

er mocht een ster zijn die weet
en wij zouden erop kunnen wonen,
aarde kan week en onstuimig zijn,
leed opzuigen, goed zijn voor zonen en dochters.

 

 

 

 

 

VanDerGraft
Guillaume van der Graft (Rotterdam, 15 augustus 1920)

 

 

 

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 15 augustus 2008.

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en draaiboekauteur Susanne Mischke werd geboren op 15 augustus 1960 in Kempten. Na het gymnasium studeerde zij bedrijfskunde. Na o.a. gewerkt te hebben als actrice en journaliste publiceerde zij in 1994 haar eerste roman „Stadtflut“, een satirische detective rond de stad Berlijn. In 1996 verscheen de roman „Mordskind“, in 1997 het hoorspel „Die Witwen“. Zij schreef twee draaiboeken voor de detectivserie Kobra 11. In 2005 verscheen de roman "Wölfe und Lämmer"

 

Uit: Mord am Muttertag

 

„Streife fahren bringt überhaupt nichts“, sagte Ferdi mißgelaunt. „Er hat sich noch nie eine von der Straße geschnappt. Immer in ihren Wohnungen. Wenn sie mal eben zur Mülltonne gehen, oder zum Briefkasten, oder ein Fläschchen Wein aus dem Keller holen und nur ganz kurz die Tür auflassen .. “

„Möglich“, antwortete Siggi. „Aber man kann nicht in jedes Haus, in dem so eine Alte wohnt, einen Polizisten stellen. Auf Streife sehen uns die Leute und haben das Gefühl, daß was für ihre Sicherheit getan wird.“

„Es war klar, daß es wieder uns Ledige trifft“, maulte Ferdi. „Sonntagsschicht bei so einem Wetter!“

„Dienst ist Dienst. Denk an den Zuschlag.“

„Ich hab Durst“, knurrte Ferdi. „Fahr zum Kiosk. Scheiß Muttertagsmörder.“

Er holte noch einmal tief Atem und schaute hinauf zum samtblauen Maihimmel, so sehnsüchtig wie einer schaut, der eine lange Haftstrafe anzutreten hat. Wenn ich ein Vöglein wär .. dachte er und drückte resigniert auf den vergoldeten Klingelknopf. Es dingdongte. Er hörte, wie sich die Absätze ihrer Gesundheitsschuhe in den Kokosläufer bohrten, der Schlüssel schabte im Schloß, die Tür öffnete sich gerade so weit, wie es die massive Kette zuließ.“

 

 

 

 

Mischke
Susanne Mischke (Kempten, 15 augustus 1960)

 

 

 

 

De zwitserse dichteres en schrijfster Wanda Schmid werd geboren op 15 augustus 1947 in Zürich. Zij is werkzaam als schrijfster en bibliothecaresse. In 1995 verscheen van haar de dichtbundel Wer zuerst das Schweigen, in 2000 de verhalenbundel Friedhofsgeflüster. Verder bundels van haar zijn Sonnenfinten, 2004 en Apfelblütenstecher, 2008.

 

 

 

Luftperlen im Wasser...

Luftperlen im Wasser
aufgefädelt auf einem Frauenhaar
Mohnblumen bersten
Mauersegler schlafen im Flug
die Wiese trägt das Gras
kokett in Büscheln
und dort in der Kuhle nachtschwarzes Moos
und ein rostiges Stück Stacheldraht

 

 

 

 

Eva

 

Im Schlangenreif
nichts gehört
mit beweglichen Lippen
den Kreis
gerade gezogen
die Rache
nicht gestillt
vom Schweigen
entbunden
zur Sprache gebracht
Ahnung von Freiheit

 

 

 

 

 

Wanda-Schmid
Wanda Schmidt (Zürich, 15 augustus 1947)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, essayist en televisiepresentator Roger Willemsen werd geboren in Bonn op 15 augustus 1955. Van 1984 tot 1986 was hij werkzaam als assistent voor literatuurwetenschappen aan de Ludwig-Maximilians-Universität München. Ook werkte hij als vertaler, uitgever en zelfstandig schrijver. In 1988 vertrok hij voor drie jaar als correspondent naar Londen. Hij vertaalde werk van Umberto Eco en Thomas Moore en schreef eigen boeken als Die Abruzzen oder Kopf oder Adler. Zijn tv-loopbaan begon Willemsen in 1991 bij de Pay-TV-zender Premiere, waar hij meer dan 600 afleveringen van de interviewserie 0137 presenteerde. Van 2004 tot 2006 presenteerde hij als opvolger van Elke Heidenreich en Daniel Cohn-Bendit de Literaturclub op de Zwitserse televisie.

 

Uit: Deutschlandreise

 

„Auch für die anderen wird durchaus etwas getan: Es gibt ein "Asia Bistro", Wohnungen auf dem Dritten Förderweg, Immobilien mit dem Zusatz "geklärte Eigentumsverhältnisse", das "0" in "Sun World" trägt eine Sonnenbrille, und die lokale Versicherung verspricht den humpelnden Trinkern, Arbeitslosen, bärtigen Tätowierten, den blähbäuchigen Alkoholikerinnen und abgestumpften Hundehaltern: "Drei intelligente Gewinnstrategien schon bei 50 Euro Monatsbeitrag". Sie leben und sie reden für eine andere Welt.

Aber auch in dieser hier bettelt niemand. Es hätte keinen Sinn. Und weil es zwar ein Tourismus Amt gibt, aber keinen wirklichen Fremdenverkehr, löst der Tourist Irritationen aus. Er bewegt sich nicht mit den Schritten des Tagelöhners oder Arbeitslosen. Er sucht was, wendet ein anderes Zeitmaß auf die Kulisse an, sieht eine Fassade hoch, und schon tun es zehn andere, um festzustellen: nie gesehen! Aber wie auch, wenn kein Sommerfrischler da ist, den Blick der Einheimischen zu lenken. Diese betrachten sich niemals selbst, sie werden betrachtet.

Als Fremder sucht man immerzu das Eigentliche, irgendetwas, was hinter allem ist, das Wesentliche, aber man kommt nur durch Fassaden und Tapetentüren. Manchmal stehen einzelne gehässig renovierte Kleinodien dazwischen, wie um den Verfall noch bewusster zu machen. Der Rest ist Kapitulation. Nirgends sonst wendet die Architektur so schamlos ihre Materialien nach außen: Gips, Bimsstein, Ziegel, Mauerwerk, geborstenes Holz, blätternde Farbe. Was sich hier zum Ensemble versammelt, ist die Baukunst der Niederlage.“

 

 

 

willemsen
Roger Willemsen (Bonn, op 15 augustus 1955)

 

 

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 15e augustus ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 18:28 Reageer op dit bericht

Heinrich Eichen, Leonie Ossowski, Benedict Kiely, Thomas de Quincey, Matthias Claudius

De Duitse dichter en schrijver Heinrich Eichen werd geboren op 15 augustus 1905 in Bonn

 

 

Abends treten Elche

 

Abends treten Elche aus den Dünen,

ziehen von der Palve an den Strand,

wenn die Nacht wie eine gute Mutter

leise deckt ihr Tuch auf Haff und Land.

 

Ruhig trinken sie vom klaren Wasser,

darin Sterne wie am Himmel steh'n,

und sie heben ihre starken Köpfe

lauschend in des Sommerwindes Weh'n.

 

Langsam schreiten wieder sie von dannen,

Tiere einer längst versunk'nen Zeit.-

Und sie schwinden in der Ferne Nebel

wie im hohen Tor der Ewigkeit.

 

 

 

 

Eichen
Heinrich Eichen (15 augustus 1905 – 30 mei 1986)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Leonie Ossowski werd als Jolanthe von Brandenstein geboren op 15 augustus 1925 in in Röhrsdorf. Aan het eind van WO II vluchtte zij eerst naar Hessen, later naar Beieren. Begin jaren vijfftig  begon zij met het schrijven van kore verhalen. Bij een bezoek aan de DDR kreeg zij de opdracht een draaiboek te schrijven voor een speelfilm. In 1958 verscheen haar roman „Stern ohne Himmel“ in de DDR. In 1968 verscheen haar eerste roman in de BRD.

 

Uit: Espenlaub

 

„Sollte Billi später einmal von Lorenz gefragt werden, auf welche Weise sie Ariel kennengelernt habe, wird sie es mit großer Wahrscheinlichkeit nicht mehr wissen. Ihre Erinnerungen werden sich ineinander verschieben, und das Bild, das sie dann vor Augen hat, wird mit der Wirklichkeit nichts mehr zu tun haben. Jetzt ist das etwas anderes. Billi vergißt nichts, hat nichts vergessen und bringt auch nichts durcheinander.
Zum erstenmal sieht sie ihn auf dem Markt. Er sitzt in der Sonne am Brunnen, die Dreifaltigkeitskirche hinter sich, und hat eine Rose in der Hand. Das sieht ungewöhnlich aus. Billi fällt nicht nur die Rose in der Hand des jungen Mannes auf, sondern auch sein Haar. Schwarz wie Schuhwichse. Locken wie auf einem Puppenkopf hängen unordentlich in das weißhäutige Gesicht, aus dem sie Augen, schwarz wie die Haare, anlächeln. Der Mund, wenn auch etwas schief und mit viel zu roten Lippen, lächelt ebenfalls. Billi muß an Tomaten denken. Auch die Rose ist rot. T-Shirt, Hose, Socken und Schuhe sind wiederum schwarz. Um den Hals trägt er eine froschgrüne Kette, deren Perlen unregelmäßig sind und auf kein Material schließen lassen.
Billi hat den jungen Mann noch nie in Worms gesehen. Ein Typ wie der wäre ihr sofort aufgefallen. Hier kennt jeder jeden. Sie weiß nicht, warum, aber sie bleibt vor ihm stehen und starrt ihn an.
Hast du Rosen gern? fragt er und zeigt Zähne, weiß wie Kreide.
Billi nickt, ohne es zu wollen. Vom Obststand sehen ein paar Frauen neugierig herüber und grinsen sich vielsagend an.
Hier, sagt der junge Mann mit den Puppenjungenlocken, drückt ihr die Blume in die Hand, steht auf und geht weg, ohne sich umzusehen. Billi dreht die Rose zwischen den Fingern, sieht ihm nach und findet seinen Gang affig.“

 

 

 

Leonie_Ossowski
Leonie Ossowski (Röhrsdorf, 15 augustus 1925)

 

 

 

De Ierse schrijver en journalist Benedict Kiely werd geboren in Omagh op 15 augustus 1919.

 

Uit: The Collected Stories Of Benedict Kiely

 

“At the age of five, when asked what he wanted to be when he grew up, Isaac said he wanted to be a German. He was then blond and chubby and not at all pugnacious. Because he stuttered, he pronounced the word, German, with three, sometimes with six, initial consonants. He had heard it by his father's bedside where, propped most of the day on high pillows, the old fusilier remembered Givenchy and Messines Ridge in the hearing of his friends: Doherty the undertaker Mickey Fish, who sold fish on Fridays from a flat dray and from door to door, and who stopped young women - even under the courthouse clock - to ask them the time of evening Pat Moses Gavigan who fished pike and cut the world's best blackthorns; and the Cowboy Carson, the only man in our town who lived completely in the imagination. Occasionally the old fusilier read aloud out of one or other of the learned anthropological tomes dealing with the adventures of Tarzan the ape man, but mostly the talk was about Germans. Isaac, quiet on his creepie stool, liked the sound of the word. Bella, the loving wife of the old fusilier, had received her husband home from the war, we were told, in a glass case, the loser by a stomach shot away when - all his superior officers dead - he, the corporal, gallantly led an action to success, carried the kopje or whatever it was they carried in Flanders, and stopped just short of advancing, like the gallant Dublins, into the fire of his own artillery.”

 

 

 

 

Kiely
Benedict Kiely (15 augustus 1919 - 9 februari 2007)

Portret door Stephen McKenna

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Thomas De Quincey werd geboren op 15 augustus 1785 in Manchester.

 

Uit: Confessions of an English Opium-Eater

 

“Arrived at my lodgings, it may be supposed that I lost not a moment in taking the quantity prescribed. I was necessarily ignorant of the whole art and mystery of opium-taking: and, what I took, I took under every disadvantage. But I took it:—and in an hour, oh! heavens! what a revulsion! what an upheaving, from its lowest depths, of the inner spirit! what an apocalypse of the world within me! That my pains had vanished, was now a trifle in my eyes:—this negative effect was swallowed up in the immensity of those positive effects which had opened before me—in the abyss of divine enjoyment thus suddenly revealed. Here was a panacea . . . for all human woes: here was the secret of happiness, about which philosophers had disputed for so many ages, at once discovered: happiness might now be bought for a penny, and carried in the waistcoat pocket: portable ecstasies might be had corked up in a pint bottle: and peace of mind could be sent down in gallons by the mail coach. But, if I talk in this way, the reader will think I am laughing: and I can assure him, that nobody will laugh long who deals much with opium: its pleasures even are of a grave and solemn complexion; and in his happiest state, the opium-eater cannot present himself in the character of l’Allegro: even then, he speaks and thinks as becomes Il Penseroso. Nevertheless, I have a very reprehensible way of jesting at times in the midst of my own misery: and, unless when I am checked by some more powerful feelings, I am afraid I shall be guilty of this indecent practice even in these annals of suffering or enjoyment. The reader must allow a little to my infirm nature in this respect: and with a few indulgences of that sort, I shall endeavour to be as grave, if not drowsy, as fits a theme like opium, so antimercurial as it really is, and so drowsy as it is falsely reputed.”

 

 

 

 

Quincey
Thomas de Quincey (15 August 1785 – 8 December 1859)

Portret door Sir John Watson Gordon

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Matthias Claudius werd op 15 augustus 1740 geboren in het Duitse stadje Reinfeld in de buurt van Lübeck.

 

 

Der Mensch

 

Empfangen und genähret

vom Weibe wunderbar,

kömmt er und sieht und höret

und nimmt des Trugs nicht wahr;

gelüstet und begehret,  

und bringt sein Tränlein dar; 

verachtet und verehret,

hat Freude und Gefahr;

glaubt,  zweifelt,  wähnt und lehret,

hält nichts und alles wahr;

erbauet und zerstöret;

und quält sich immerdar; 

schläft,  wachet, wächst und zehret;

trägt braun und graues Haar;

und alles dieses währet,

wenn'  s hoch kommt,  achtzig Jahr.

Dann legt er sich zu seinen Vätern nieder,

und er kömmt nimmer wieder.

 

 

 

 

Christiane

 

Es stand ein Sternlein am Himmel,

Ein Sternlein guter Art;

Das tät so lieblich scheinen,

So lieblich und so zart!

 

Ich wußte seine Stelle

Am Himmel, wo es stand;

Trat abends vor die Schwelle,

Und suchte, bis ich's fand;

 

Und blieb denn lange stehen,

Hatt große Freud in mir:

Das Sternlein anzusehen;

Und dankte Gott dafür.

 

Das Sternlein ist verschwunden;

Ich suche hin und her

Wo ich es sonst gefunden,

Und find es nun nicht mehr.

 

 

 

 

claudius

Matthias Claudius (15 augustus 1740 - 21 januari 1815)

Portret, vermoedelijk door Friederike Leisching, rond 1797

 

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 15 augustus 2008.

 

Geschreven door Romenu om 18:25 Reageer op dit bericht

R.J. Peskens, Daan Zonderland, Jan Campert, Edna Ferber, Marga Kool

De Nederlandse schrijver R.J. Peskens (auteursnaam van uitgever Geert van Oorschot) werd geboren in Vlissingen op 15 augustus 1909.

 

Uit: Mijn Tante Coleta

 

“Toen we moe werden van de wind en de inspanning ertegenin te lopen, liep ze naar de voet van het duin, klom er een eindje tegenop en ging tussen het zware, dichtgeplante helm zitten. Ze duwde haar stok diep in het zand. Ik zette mijn stok naast de hare en onze vlaggen wapperden niet meer. Ik ging dicht naast haar zitten, en pakte haar stevig vast. Ze weerde me af en zei: nou moet je niet aan me komen. Ik liet haar onmiddellijk los en ineens liet ze haar hoofd tussen haar opgetrokken knieën zakken en begon onbedaarlijk te huilen. Ik legde mijn arm om haar schouders, aaide in haar in de war gewaaide haren en ik had graag willen vragen waarom ze nou ineens zo huilde, maar ha tegelijk het gevoel of het huilen alleen van haar was en ik er mij niet mee mocht bemoeien. Plotseling stond ze op en wilde onze vlaggestokken uit het zand trekken. Ze legde haar hand op mijn arm en zei dat we die moesten laten staan. Zullen we aan de andere kant teruggaan, vroeg ik. Ja, zei ze. We klommen het hoge duin op, daalden van de top naar beneden. Op het fietspad stak ze haar arm tussen de mijne. Ik was helemaal gelukkig door het mij helemaal overweldigende gevoel dat ik bij haar was, haar troostte en beveiligde en naar huis bracht. Toen de eerste huizen van de stad in zicht kwamen, stond ze plotseling stil, maakte haar arm uit de mijne los, legde haar beide handen op mijn schouders en zei: ik wou dat je mijn broer was. Als een oudere broer nam ik haar in mijn armen. Ze huilde opnieuw. Ik wou dat ik nog een kind was, zei ze. Waar de duinen in de zeedijk overgingen, zei ze dat ik maar niet verder moest meegaan. Ze nam geen afscheid, ging alleen verder en keek geen enkele keer om. Ze verdween in het donker van de avond, Het was of de wind ineens een beetje was gaan liggen.”

 

 

 

 

 

Peskens

R.J. Peskens (15 augustus 1909 - 18 december 1987)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Daan Zonderland (pseudoniem van Dr. Daniel Gerhard (Daan) van der Vat) werd geboren in Groningen op 15 augustus 1909. Zie ook mijn blog van 15 augustus 2006.

 

 

In de grote stad van Londen

 

In de grote stad van Londen

Wonen honderdduizend honden

Die op sanitaire gronden

Telken dage vele malen

Stil staan bij lantarenpalen

Londen nam tot onze stichting

Dan ook op zich de verplichting

Voor een goede straatverlichting

Iets dat, volgens vele honden,

Elders zelden wordt gevonden.

 

 

 

 

De graaf

 

Er woonde in Jemeppe

(Een plaatsje dicht bij Luik)

Een graaf die Vlaams en Frans sprak

En bovendien nog buik.

Vlaams sprak hij met de boeren

En Frans met de pastoor

En met zijn knechten sprak hij Vlaams

Met Frans er tussen door.

Doch buik sprak hij uitsluitend

In zijn studeervertrek,

Als hij behoefte voelde

Aan een intiem gesprek.

 

 

 

 

 

zonderland
Daan Zonderland (15 augustus 1909 – 5 augustus 1977)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Jan Campert werd geboren op 15 augustus 1902 in Spijkenisse.Zie ook mijn blog van 15 augustus 2006.

 

 

Rebel, mijn hart

 

Rebel, mijn hart, gekerkerd en geknecht,

die aan de tralies van den al-dag rukt,

weest om Uw tijd'lijk lot geenszins bedrukt,

al zijn Uw kluisters hard, de muren hecht.

 

Want in den aanvang werd het U voorzegd,

dat het aan enkelen steeds gelukt

het juk te breken, dat hun schouders drukt,

laat dus niet af, maar vecht en vecht en vecht.

 

Breekt uit en blaast de doove sintels aan,

die zijn verdoken onder rookend puin;

vaart storm-gelijk over den lagen tuin,

die Holland heet: slaat dood'lijk toe en snel,

opdat het kwaad schrikk'lijk zal ondergaan,

o hart, mijn hárt, o bloedroode rebel.

 

 

 

 

Alleen

 

Tusschen deze vier wanden heb ik haar bemind.

Buiten vlerkt de nacht over de daken.

Wij zijn de laatsten die nog waken,

ik en de herfstige wind.

 

De kamer is lijk zij altijd was,

het boek ligt open waar ik ben gebleven,

de klok telt tergend het trage leven,

in de lamp flikkert het gas.

 

Een doffe pijn weegt in mijn hoofd

- ergens hangt de geur van haar haren -

mijn handen zijn dood: gevallen blaêren,

en het vuur is gedoofd.

 

 

 

 

JanCampert
Jan Campert (15 augustus 1902 - 12 januari 1943)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Edna Ferber werd geboren op 15 augustus 1885 in Kalamazoo, Michigan.

 

Uit: Giant

 

“This March day the vast and brassy sky, always spangled with the silver glint of airplanes, roared and glittered with celestial traffic. Gigantic though they loomed against the white-hot heavens, there was nothing martial about these winged mammoths. They were merely private vehicles bearing nice little alligator jewel cases and fabulous gowns and overbred furs. No sordid freight sullied these four-engined family jobs whose occupants were Dallas or Houston or Vientecito or Waco women in Paris gowns from Neiman-Marcus; and men from Amarillo or Corpus Christi or San Angelo or Benedict in boots and Stetsons and shirt sleeves.

All Texas was flying to Jett Rink's party. All Texas, that is, possessed of more than ten million in cash or cattle or cotton or wheat or oil. Thus was created an aerial stampede. Monsters in a Jovian quadrille, the planes converged from the Timber Belt and the Rio Grande Valley, from the Llano Estacado and the Trans-Pecos; the Blacklands the Balcones Escarpment the Granite Mountains the Central Plains the Edwards Plateau the boundless Panhandle. High, high they soared above the skyscraper office buildings that rose idiotically out of the endless plain; above the sluggish rivers and the arroyos, above the lush new hotels and the anachronistic white-pillared mansions; the race horses in rich pasture, the swimming pools the drives of transplanted palms the huge motion picture palaces the cattle herds and the sheep and mountains and wild antelope and cotton fields and Martian chemical plants whose aluminum stacks gave back the airplanes glitter for glitter. And above the grey dust-bitten shanties of the Mexican barrios and the roadside barbecue shacks and the windmills and the water holes and the miles of mesquite and cactus.

There were, of course, a few party-goers so conservative or so sure of their position in society, or even so impecunious, as to make the journey by automobile, choosing to cover the distance at a leisurely ninety miles an hour along the flat concrete ribbon that spanned the thousand miles of Texas from north horizon to the Gulf.”

 

 

 

 

Ferber
Edna Ferber (15 augustus 1885 – 16 april 1968)

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en dichteres Marga Kool werd geboren in Beekbergen op 15 augustus 1949.

 

Uit: Boeren en stedelingen  (Column)

“De gegoede Nederlandse stedelingen hebben zich genesteld op het platteland en in forensendorpen en Vinex-wijken. De boeren uit Turkije en Marokko hebben hun plaats overgenomen. Met hun klederdrachten, hun naoberschap, hun familiebanden, hun sterke, zware geloof, hun sociale controle, hun eigen dialect, hun tongval als ze Nederlands spreken. Ze koken uit gastvrijheid grote hoeveelheden, ze slachten een schaap, ze bidden en vieren hun feestdagen, ze houden de vrouwen liefst zoveel mogelijk thuis, ze laten de zorg voor hun zieke ouders niet aan een ander over. Ze slaan hun ogen neer als ze een buitenstaander aanspreken. Ze krijgen moeilijker een baan omdat ze een accent hebben, ze hebben een onderwijsachterstand.
Ze doen ongeveer alles wat wij vijftig jaar geleden deden op ons eigen Nederlandse platteland.
We moeten er maar gauw een boek van maken. Voor je het in de gaten hebt is het allemaal weg. Als wij hen daar tenminste rustig de tijd voor gunnen.“

 

 

 

 

margakool
Marga Kool (Beekbergen, 15 augustus 1949)

 

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 15 augustus 2008.

 

Geschreven door Romenu om 18:24 Reageer op dit bericht

Wolf Wondratschek, Carola Herbst, Danielle Steel, Erwin Strittmatter

De Duitse dichter en schrijver Wolf Wondratschek werd geboren op 14 augustus 1943 in Rudolstadt.

 

 

Im Sommer

 

Einsam sein im Sommer
und hundemüde auf einen
Liebesbrief warten,
das ist schlimm;
und abends zuschauen wie sich
Lana Turner in Robert Mitchum verliebt;
und wenn morgens die Sonne aufgeht,
hast du niemand getroffen,
in der Tür steckt kein Zettel "Ruf mich an."
Ein Maler würde das Blau immitieren,
eine Flugzeugladung Menthol;
ein Dichter würde lieben oder sterben;
ich starre, ohne hinauszuschauen,
aus dem Fenster, frühmorgens,
und sage "Ich liebe dich"
ohne irgendetwas
oder irgendwen
zu meinen

 

 

 

 

Lied von der Liebe

 

Wir lagen, faul vor Liebe,

noch im Gras, da färbten schon

sich über uns die Blätter.

 

Dann standen die Bäume kahl.

Ich sah den Himmel, mehr davon,

als mir lieb war.

 

Nein, mit der Liebe unten

hat der Himmel nichts zu tun.

Ich nahm eine Handvoll Erde.

 

Da hast du gesagt: das da

in deiner Hand, so will ich,

daß ich werde.

 

 

 

 

 

wondratschek
Wolf Wondratschek (Rudolstadt, 14 augustus 1943)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Carola Herbst werd geboren op 14 augustus 1960 in Rostock. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2008.

 

Uit: Johanna und das Meer

 

„Die See lag so ruhig, dass sich vereinzelt am Himmel hängende Wolken in ihrer fast unbeweglichen Oberfläche spiegelten. Das Gelbgrün der Sandbänke schied sich deutlich vom Dunkelgrün der Seegraswiesen. Doch die scharfen Farbkontraste des Flachwassers verloren sich allmählich im einheitlichen Blau der tieferen Wasserzonen.

Margitta hatte ihr Theaterglas mitgenommen und beobachtete fasziniert von dem erhöhten Plateau der vor ihr abrupt abfallenden Kliffküste die Verwandlungskünstlerin zu ihren Füßen, die See. Weit draußen konnte sie Segelschiffe ausmachen, die vermutlich vor Warnemünde auf Reede lagen, die kleinen Segelboote fehlten jedoch an diesem Sonntagvormittag. Die ungewöhnliche Flaute brachte die Bootsführer der Ausflugsjollen um ihre Tageseinnahmen.

In Küstennähe schwammen drei Schwäne in ihrer unnachahmlich majestätischen Art, sie senkten nach einer nur ihnen bekannten Choreografie immer wieder die langen Hälse ins Wasser, um den Meeresboden nach Leckerbissen abzusuchen.

„Hier, schau sie dir an", einladend hielt sie Johanna das Glas vor die Nase, „sie sind wunderschön."

Johanna lehnte an einem der Baumstämme, die sich im Laufe ihres langen Lebens den stürmischen Nordwestwinden hatten beugen müssen und nun ihre Äste unwillig landeinwärts reckten. Da der Wuchs dieser Bäume durch ständige Anfechtungen der Natur immer wieder gestört wurde, sahen sie merkwürdig verrenkt und knorrig aus, beinahe griesgrämig, wie ein verwachsenes Weiblein. Der friedliche und ruhige Eindruck, den Wind und Meer momentan vorgaukelten, war demnach trügerisch. Die Elemente setzten nicht nur den Bäumen, sondern auch der Landschaft zu, abgebrochene Steilküstenabschnitte, die wie Fremdkörper auf dem Strand lagen, waren stumme Zeugen ihrer Kraft. Mitgerissene Sträucher und Gräser hatten dort unten noch nicht aufgegeben zu grünen, sie konnten nicht ahnen, endgültige Opfer der nächsten Sturmflut zu werden.“

 

 

 

 

Herbst
Carola Herbst (Rostock, 14 augustus 1960)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Danielle Steel werd geboren in New York op 14 augustus 1947.

 

Uit: Matters of the Heart

 

“Hope Dunne made her way through the silently falling snow on Prince Street in SoHo in New York. It was seven o'clock, the shops had just closed, and the usual bustle of commerce was shutting down for the night. She had lived there for two years and she liked it. It was the trendy part of New York, and she found it friendlier than living uptown. SoHo was full of young people, there was always something to see, someone to talk to, a bustle of activity whenever she left her loft, which was her refuge. There were bright lights in all the shops. It was her least favorite time of year, December, the week before Christmas. As she had for the past several years, she ignored it, and waited for it to pass. For the past two Christmases, she had worked at a homeless shelter. The year before that she had been in India, where the holiday didn't matter. It had been a hard jolt coming back to the States after her time there. Everything seemed so commercial and superficial in comparison. The time she had spent in India had changed her life, and probably saved it. She had left on the spur of the moment, and been gone for over six months. Reentry into American life had been incredibly hard. Everything she owned was in storage and she had moved from Boston to New York. It didn't really matter to her where she lived, she was a photographer and took her work with her. The photographs she had taken in India and Tibet were currently being shown in a prestigious gallery uptown. Some of her other work was in museums. People compared her work to that of Diane Arbus. She had a fascination with the destitute and devastated. The agony in the eyes of some of her subjects ripped out your soul, just as it had affected hers when she photographed them. Hope's work was greatly respected, but to look at her, nothing about her demeanor suggested that she was famous or important.“

 

 

 

 

 

danielle_steel
Danielle Steel (New York, 14 augustus 1947)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Erwin Strittmatter werd geboren op 14 augustus 1912 in Spremberg.

 

Uit: Die Tabakpfeife

 

„Alles, was Großvater im Bauernkalender las, war für ihn NATURREINE WAHRHEIT. Was in den Zeitungen stand, war teils wahr und teils erlogen. In den Büchern standen erdichtete Geschichten, und etwas ausdichten konnte Großvater sich selber. Er tat es auf dem Kutschbock beim Klappern des Fuhrwerks: »In der Linde, der krummen, hörst du Bienchen und Hummchen summen...«
Wenn wir Großvater beim lauten Versemachen ertappten, machte er: »Simm, simm, simm«, als striche er alles durch, sah uns an und sagte: »Ja, ja, so ist das, so ist das!« - Nach der Meinung der Dorfleute konnte ein Häusler, der Verse machte, nicht ganz richtig im Kopfe sein.
Abends, nur abends, rauchte Großvater seine lange Tabakpfeife. Sie hatte einen Porzellankopf, und der war mit einer Waldlandschaft bemalt: Zwischen giftgrünen Bäumen stand ein röhrender Hirsch, dem viel Atemdampf aus dem Geäse kam.
Die Tabakpfeife war eine Lehrerpfeife, und Großvater war stolz auf sie. Er hatte sie zusammen mit einem hölzernen Lehnsessel auf einer Auktion erstanden. Sie gehörte zum Nachlaß des Lehrers aus Großvaters Heimatdorf Klein-Partwitz; der Lehrer hatte Kopetzki geheißen und war nach Großvaters Meinung der beste Vogelkenner des Sorbenlandes gewesen. »Er konnte dir jeden Vogel nachmachen, er war dir schon selber ein Vogel.« Großvater blies und puffte bläuliche Tabakwölkchen in die Stube. Er rauchte nur Rippentabak; denn der war am billigsten, und er kaufte ihn in der Kreisstadt beim Zigarrenmacher in kleinen Bündeln. Den Tabak schnitten meine Schwester und ich mit Großvaters scharfem Jagdnicker, den wir sonst nicht anrühren durften.
Die KAUFMANNSTREICHHÖLZER waren für den tiefen Porzellankopf an Großvaters Pfeife zu kurz, und sie waren vor allem UNGESUND, wie Großvater behauptete, deshalb fertigten wir Schwefelhölzchen an, wenn Großmutter bei einer Nachbarin zum Schwatz war. Wir waren dann für längere Zeit sicher, denn Großmutter schwatzte gern und nichts als PAPPEREPAPP, wie Großvater sagte. Er schnitt mit seinem Jagdnicker zweifingerlange Hölzchen von einem Kiefernkloben, während auf der glühenden Herdplatte in einer alten Kasserolle Schwefelklumpen flüssig gemacht wurden. Schwefel war SEHR GESUND, wenn man Großvater glauben durfte, und wir glaubten es ihm, weil er selber glaubte, was er sagte.“

 

 

 

 

Strittmatter
Erwin Strittmatter (14 augustus 1912 – 31 januari 1994)

 

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 14 augustus 2008.

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e augustus ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 20:17 Reageer op dit bericht

Sir Walter Scott, Julia Mann - da Silva-Bruhns, John Galsworthy, Marie Delle Grazie

De Schotse dichter en schrijver Sir Walter Scott werd geboren in Edinburgh op 14 augustus 1771.

 

Uit: Bride of Lammermoor

 

„I am too stubborn in habits, and too little polished in manners, to envy or aspire to the honours assigned to my literary contemporaries. I could not think a whit more highly of myself were I found worthy to "come in place as a lion" for a winter in the great metropolis. I could not rise, turn round, and show all my honours, from the shaggy mane to the tufted tail, "roar you an't were any nightingale," and so lie down again like a well-behaved beast of show, and all at the cheap and easy rate of a

cup of coffee and a slice of bread and butter as thin as a wafer. And I could ill stomach the fulsome flattery with which the lady of the evening indulges her show-monsters on such occasions, as she crams her parrots with sugar-plums, in order to make them talk before company. I cannot be tempted to "come aloft" for these marks of distinction, and, like imprisoned Samson, I would rather remain--if such must be the alternative--all my life in the mill-house, grinding for my very bread, than be brought forth to make sport for the Philistine lords and ladies.

This proceeds from no dislike, real or affected, to the aristocracy of these realms. But they have their place, and I have mine; and, like the iron and earthen vessels in the old fable, we can scarce come

into collision without my being the sufferer in every sense. It may be otherwise with the sheets which I am now writing. These may be opened and laid aside at pleasure; by amusing themselves with the perusal, the great will excite no false hopes; by neglecting or condemning them, they will inflict no pain; and how seldom can they converse with those whose minds have toiled for their delight without doing either the one or the other.”

 

 

 

 

 

Scott
Sir Walter Scott (14 augustus 1771 - 21 september 1832)

Portret door Sir William Allan

 

 

 

 

 

De moeder van (o.a.) de Duitse schrijvers Heinrich en Thomas Mann, Julia Mann-da Silva-Bruhns werd geboren op  14 augustus 1851 in Paraty in Brazilië.

 

Uit: Tonio Kröger

 

„Der Mutter Tonios jedoch, seiner schönen, schwarzhaarigen Mutter, die Consuelo mit Vornamen hieß und über-haupt so anders war als die übrigen Damen der Stadt, weil der Vater sie sich einstmals von ganzen unter auf der Landkarte herausgeholt hatte [...] waren die Zeugnisse grundeinerlei...“ – „Tonio liebte seine dunkle und feurige Mutter, die so wunderbar den Flügel und die Mando-line spielte [...]”

 

 

 

 

JuliaMann
Julia Mann - da Silva-Bruhns (14 augustus 1851 – 11 maart 1923)

Julia Mann met haar kinderen Julia, Heinrich en Thomas rond 1880

 

 

 

 

 

De Britse schrijver John Galsworthy werd geboren op 14 augustus 1867 in Kingston Hill in Surrey.

 

Uit: The Forsyte Saga

 

“It was that famous summer when extravagance was fashionable, when the very earth was extravagant, chestnut-trees spread with blossom, and flowers drenched in perfume, as they have never been before; when roses blew in every garden; and for the swarming stars the nights had hardly space; when every day and all day long the sun, in full armour, swung his brazen shield above the Park, and people did strange things, lunching and dining in the open air… And the lime-flowers that year were of rare prime, near honey-coloured. At the corners of London squares they gave out, as the sun went down, a perfume sweeter than the honey bees had taken—a perfume that stirred a yearning unnameable in the hearts of Forsytes and their peers, taking the cool after dinner in the precincts of those gardens to which they alone had keys.. And that yearning made them linger amidst the dim shapes of flower-beds in the failing daylight, made them turn, and turn, and turn again, as though lovers were waiting for them—waiting for the last light to die away under the shadow of the branches.“

 

 

 

 

Galsworthy
John Galsworthy (14 augustus 1867 - 31 januari 1933)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Marie Eugenie Delle Grazie werd geboren op 14 augustus 1864 in Bela Crkva.

 

 

Meine Liebe

Gold'ner als die Sonne glüht,
Reiner als der Mondenschein,
Schöner als die Rose blüht,
Wohnt die Lieb' im Herzen mein.

Wenn der Lenz von dannen zieht,
Nimmt er jede Blüth' vom Baum;
Meine Liebe geht nicht mit,
Bleibt ein ew'ger Frühlingstraum.

Und wenn Rosen nicht mehr glüh'n,
Nicht mehr lacht der Mondenschein,
Blumen, die da nicht verblüh'n,
Zaubert sie in's Herz hinein.

 

 

 

 

 

DelleGrazie
Marie Delle Grazie (14 augustus 1864 – 19 februari 1931)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijfster Sibilla Aleramo (eig. Rina Faccio) werd geboren in Alessandria op 14 augustus 1876. Zie ook mijn blog van 14 augustus 2007.

 

De Zwitserse schrijfster Alice Rivaz werd geboren op 14 augustus 1901 in Rovray, in het Franstalige deel van Zwiserland.

 

De Duitse schrijver Johannes Trojan werd geboren op 14 augustus 1837 in Danzig.

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Ernest Lawrence Thayer werd geboren op 14 augustus 1863 in Lawrence, Massachusetts.

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 14 augustus 2008.

 

Geschreven door Romenu om 20:14 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten