|
Bij de SPORTENDE mens zijn armen en benen trouwe bondgenoten.
Zij brengen hem in beweging, zij stuwen hem vooruit.
Handen en voeten vormen de raakpunten
Op de weg, op de bodem, op de mat en op de grasmat,
op de tatami, de wipplank, de surfplank en de schaats.
Handen bieden een stevige greep, een forse stoot, een betrouwbaar draagvlak.
Voeten houden ons in evenwicht, bieden veerkracht bij elke sprong.
Zij duwen ons uit de startbokken en waarborgen een soepele tred.
Beiden zijn onmisbare instrumenten voor snelheid en beweeglijkheid,
voor kracht en behendigheid, evenwicht en zelfbeheersing.
Ook een DIENENDE mens kan beide moeilijk missen.
Handen om te geven en te ontvangen, om zorgend nabij te zijn.
Voeten om op weg te gaan naar de berooide medemens.
God heeft geen andere handen en voeten dan de onze
om zijn mensen liefdevol nabij te zijn.
|