Steentje
In een lange laan met bomen,
liep ik maar wat te dromen,
over vlinders in de lucht,
en een zwerver op de vlucht.
Ik vlucht ook voor alles om me heen,
mijn angst, verdriet en pijn, ik ben alleen.
Ik zie een steentje op de grond,
ik schop er tegen, alsof ik het eerlijk vond.
'T steentje kon er niets aan doen,
het ligt nu verder door mijn schoen,
mijn tranen druppelen op die laan
en ik weet het, ik heb een lange weg te gaan.

















