Winterrestjes wijken, uit winterslaap ontwaakt mijn tuin, voorjaarsbloemen persen zich uit de grond, nog wat schuchter,onwennig,schuin. Vogels vieren nestelend het voorjaar in. De lijsters fluiten een nieuw lentelied. Ja 't is lente, ze boetseert het nieuwe groen, ik vergeet op slag mijn winterverdriet. De zon knipoogt de planten wakker, het voorjaar begint te kleuren en doordrenkt mijn tuin. Ik laat alles blij gebeuren. Mijn hart slaat een voorjaarsritme. De zon knabbelt aan de lenteknopjes. Ik kan niet blijven liggen in bed. Ik ben in mijn tuin en in mijn nopjes. Tuinkarweitjes kunnen weer, vol ongeduld wil ik beginnen, de lucht gonst en geurt. Kom lente,kom maar binnen.
Van alle mensen die men ontmoet tijdens ons leven, Ben jij de enige die u nooit zult verlaten of verliezen, Voor de problemen van uw leven bent u de enige oplossing
Rusteloos de ijver van de vogels gevaarlijk de kille wind over de heuvels het zaad smeekt om helder weer ergernis duurt langer dan hartezeer iedereen wordt overmoedig iedere vogel vliegt naar zijn makker alles wringt zich uit de aarde