Zolang de zon haar stralen geeft, De vogels zingen in de lucht, De boom zijn blad bemint, Een kind er voor ons is, Blijft vriendschap nog dat grote geschenk dat 't leven adem geeft.....
Mijn dorp is de zomer: zwetend, zuchtend onder de middagzon. Maaidorsers op gouden velden maken wolken stof. Oude boer op sandalen vezelt, prevelt, kan de paarden van toen nooit vergeten.
De wind leest jouw naam in gouden nevels, voert mijn gedachten over alle grenzen heen: dankbaar in herinnering bewaren al het goede uit jouw leven, geloven in een nieuw bestaan, thuiskomen bij jou.....
Weten dat er iemand is : een reisgezel met warm gevoel die met je streeft naar 't zelfde doel, niet wijkt voor enige hindernis. Als dat geen bron van vreugde is !
Die mijn leven kiem en vonken gaaft, zodat het werd en groeien kon uit duister van het niet naar dag-en zonneluister, waar het speels naar blauwe verten draaft......