
Pioenrozen van Garfagnana..
hoe hellingen zich laten bevolken
voetstappen over smalle paadjes
omhoog en steil tussen rozen gaan
waar jij met het rozenkransje vrijt
en het vilt van de blaadjes wrijft
kijken wij over pollen met pioenen
groot als vuisten, zacht als wangen
dieprood en duizenden van hetzelfde
zo ver, zo hoog, vlakbij het blauw
uitzichtloos knuffelen wij naast zegge
want de blik naar elkaar breekt de
zonnestralen, spannen denkbeeldig
een groot doek over de rozen met
onze handen als wasknijpers vast, we
voelen samen het vel bijeen trekken
aanschouwen is hier van de bodem
eten, uit jouw hart, uit jouw mond
bloemblaadjes smaken als sla, rood sap
druipt langs je lippen, pioenrood,
dat langzaam op de kalkbodem spat
wandel mee, kijk naar Garfagnana,
zie het dal en de godverlaten vallei, ik
neem je mee naar de pomodoro, rood
zal alles zijn, gegriefd en geslepen, je
lijkt op een fee die de berg bevrucht



