Surinamers met Surinamers, Marokkanen met Marokkanen. Er zijn nu al 55 ‘etnische’ woongroepen voor ouderen. Ook in verpleeg- en verzorgingstehuizen zijn er tientallen aparte vleugels voor allochtone ouderen.
Chan Bisoen (65) wrijft in zijn ogen. Hij is moe. Tot vannacht vier uur zat hij op de bank bij medebewoner Dharmenderdew Mangal (68) van de Surinaams-Hindoestaanse woongroep Shravan. Beetje praten, beetje drinken. Daarom is hij vorig jaar vanuit Purmerend verhuisd naar deze woongroep in de Amsterdamse wijk IJburg: om nieuwe vrienden te maken, om met andere bewoners roti te eten, Hindi te spreken en naar Hindoestaanse films te kijken. ‘We hebben dezelfde taal, hetzelfde verleden’, zegt Bisoen, die inmiddels voorzitter is van de bewonersvereniging.
Oprichting
Woongroep Shravan bestaat nu twee jaar en is een van de ruim 55 woongroepen voor allochtone senioren in Nederland, zegt Yvonne Witter, adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Zeker tien groepen zijn in oprichting. ‘We verwachten dat de trend doorzet en het aantal groepen toeneemt.’ Het aantal allochtone ouderen stijgt de komende tien jaar snel. Nu zijn er 210.000 allochtonen die ouder zijn dan 55, in 2015 staat de teller volgens het NOOM (Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten) op 360.000.
Surinamers, Indonesiërs en Chinezen, de groepen die het langst in Nederland zijn, vormen het vaakst senioren-woongroepen. Maar er zijn volgens Witter ook twee woongroepen voor Marokkaanse ouderen en een stuk of vijf voor Turkse. Zo’n groep huurt meestal verschillende woningen in een appartementencomplex: ieder heeft z’n eigen appartement, en er is een gemeenschappelijke ruimte. De verhuurder is vaak een corporatie, in het geval van Shravan is dat Rochdale.
‘Twee keer per week is er een gemeenschappelijke avond’, zegt Bisoen. ‘Dan gaan we drinken, sjoelen, kaarten.’ Tot voor kort aten ze ook samen op vrijdagavond, de vrouwen kookten. Maar daar is een einde aan gekomen. ‘Er was te veel kift tussen de vrouwen. Ja, er is veel geroddel hier.’
Nemen de gebreken toe en redden ouderen het niet meer in een woongroep, dan kunnen ze naar een verzorgings- of verpleeghuis. Naar een speciale gang of vleugel voor Hindoestanen, Turken, of Marokkanen. Daarvan zijn er ‘zeker enkele tientallen in Nederland’, zegt woordvoerder Jaap Knoppert van ACTIZ, de brancheorganisatie van verpleeg- en verzorgingstehuizen. ‘Dat aantal is de afgelopen jaren gegroeid.’ Een exact getal is niet bekend. In enkele gevallen wonen allochtonen van verschillende etnische achtergronden bij elkaar op een gang of vleugel.
Inrichting
Op 12 september is in Boxtel het eerste zorg- en verpleeghuis voor Turkse en Marokkaanse ouderen geopend: Sefkat. ‘Iedereen die zich prettig voelt bij deze levenstijl is welkom’, zegt coördinator Deniz Özkanli. Er is een gebedsruimte, de kok is Egyptisch, een groot deel van het personeel begrijpt de cultuur van de ouderen. Meer dan de helft van het verzorgend personeel spreekt Arabisch, Berbers of Turks. Ook bij de inrichting is rekening gehouden met de afkomst van de ouderen. Özkanli: ‘We hebben een binnenhuisarchitect in handen genomen. Er is gekozen voor mediterrane sferen.’ Er zitten kleurtjes op de muur, de gordijnen en meubels passen bij de sfeer. ‘Maar niet over the top, het moest niet op de Efteling lijken.’
‘Onder de nieuwe generaties allochtonen worden de familiebanden minder sterk’, zegt Brieuc-Yves Cadat, adviseur Leefbaarheid bij Movisie. Kinderen zijn volgens hem minder vaak bereid voor hun ouders te zorgen. Soms willen de ouders hun kinderen niet tot last zijn, zegt hij. ‘Tegelijkertijd zijn ze vaak eenzaam en hebben ze moeite met de Nederlandse samenleving. Woongroepen zijn daarop een antwoord.’
Maar niet alle ouderen kiezen voor een woongroep vanwege de sociale contacten en hulp die men elkaar kan bieden. Bisoen: ‘De ene helft komt voor het groepsgebeuren, de andere omdat je hier makkelijk een woning kunt vinden. Ben je boven de 55, en pas je in de doelgroep, dan heb je snel een woning. Er zijn geen wachtlijsten.’ De huurprijs is niet al te hoog, omdat het sociale huurwoningen zijn.
‘Het was een idee van mijn zoon’, zegt Santa Mangal (62), die sinds vorig jaar met haar man Dharmenderdew in woongroep Shravan woont. In hun woonkamer hangen schilderijen van hindoe-goden. ‘Hij kwam met het idee, omdat ik last van mijn knieën heb en daardoor slecht kan lopen. Hier wonen we gelijkvloers.’
Dat ze samen met andere Hindoestaanse ouderen woont, is ook belangrijk voor haar. ‘Ik heb behoefte aan een praatje. Ik kan niet alleen maar de hele dag tegen mijn man praten. Hindoestanen begrijpen elkaar, we hebben een gedeeld verleden.’ Nee, vriendinnen heeft ze er niet. Wel kennissen. ‘Vrienden gaan alleen maar roddelen op een gegeven moment.’ En nee, met Nederlanders is niets mis, zegt haar man: ‘Daar kan ik heel goed mee praten. Hier verderop woont ook een oudere man, die spreek ik vaak.'
Bron: Depers.nl - Remco Tomesen