
In complete verwarring glijdt het Wetstraattoneel af naar een vertoning die het midden houdt tussen een vaudeville en een tragedie. Men spreekt over een hypertheatrale “drama queen” Elio Di Rupo en zijn één-tweetjes met het paleis. Maar heeft Di Rupo nog speelruimte? Heeft hij nog kaarten in zijn mouw zitten? Neen, het spel is uit, al durft niemand dat openlijk toegeven. Die taboesfeer is opmerkelijk: niemand wil het ondenkbare uitspreken en het politieke bankroet van de Belgische staat vast stellen. Ook de Vlaamse media weigeren vooralsnog om buiten het Belgische paradigma te denken. “Gedoemd om voort te ploeteren” luidt het credo.
In De Standaard van gisteren, 22 november, worden vijf alternatieven voorgesteld en even snel weer afgevoerd: een noodregering, nieuwe verkiezingen, een zakenkabinet, Leterme in lopende zaken, een coalitie zonder liberalen. Het zijn inderdaad alle scenario’s die hooguit wat tijd kunnen kopen, in de hoop dat de financiële markten kalmeren en de Belgische obligaties niet massaal worden gedumpt. Over alternatief nr. 6 wordt niet gesproken: Vlaamse partijen verlaten de onderhandelingstafel en beginnen aansluitend het spoeddebat in het Vlaams parlement over de onafhankelijkheid. De soevereiniteitsverklaring, die er snel kan komen, moet in de eerste plaats de internationale gemeenschap (én de markten uiteraard) officieel in kennis stellen van de geboorte van een nieuwe Europese entiteit. Een staat met een eigen grondwet, een eigen schatkist, een eigen economisch programma.
Prioriteit nr 1 is nu, de financiële tsunami die op ons afkomt, in te dijken en politiek een voldongen feit te stellen, met de mededeling dat Vlaanderen geen nieuwe schulden van de Belgische staat meer erkent. Daar zal een prijskaartje aan hangen, we zullen de huidige schuld uiteraard mee afbetalen, maar het zal lager zijn dan nog eens 20 jaar transfers die door Elio Di Rupo in het vooruitzicht zijn gesteld.
Collega-partijvoorzitter Bart De Wever heeft, zoals altijd, een beetje gelijk maar trekt de redenering niet ten gronde door en speelt met een wankele metafoor. “Als het huis in brand staat, moet men niet filosoferen over de inrichting”, aldus De Wever. Dat is wel waar, maar als het huis in een zodanige staat van verval is, dat er niets meer te blussen valt, dan zou ik het rustig en gecontroleerd laten uitbranden, en vanaf het fundament opnieuw beginnen. Die idee van tabula rasa of new deal ontbreekt nog altijd bij de Vlaamse politieke klasse, ook bij de N-VA. Geholpen door beroepspolitologen als Carl Devos (“Op elke climax volgt een anti-climax”) en Dave Sinardet (een van de smaakmakers in het restauratieve G-1000-project), wordt de Wetstraat uitgeroepen tot een verdoemde maar onontwijkbare plek.
Dat is een collectief waandenkbeeld, waardoor de Vlamingen het recht ontzegd wordt op een eigen, historisch-politiek perspectief, een eigen toekomst. Het verbouwen van de Belgische ruïne is nutteloos. In de jaren van de grote sier, het Verhofstadt-tijdperk, toen er nog geld over de balk kon gesmeten worden in een blauw-rode honeymoon-sfeer, kon men zich nog vrolijk maken over België, zijn compromissen en zijn “surrealistische” creativiteit om groteske oplossingen te bedenken voor onwaarschijnlijke knopen. BHV is er het spreekwoordelijk voorbeeld van.
Maar nu is het surrealistische tijdperk definitief achterhaald, en wenkt het echte failliet, dat talloze gezinnen uit die fameuze middenklasse zal kieperen, recht de armoede in. Op zo’n moment volstaan de oude recepten en de belegen grappen niet meer. De Vlaamse beweging heeft, sinds de jaren ’80 van vorige eeuw, haar participationistische strategie (“Van verraad tot verraad naar de Vlaamse staat”) steeds meer in vraag gesteld. De ironie van de geschiedenis wil, dat de internationale economische constellatie nu de ultieme impuls geeft aan Vlaanderen om op eigen vleugels te vliegen, niet gehinderd door het rondfladderen van schier waardeloze Belgische obligaties.
Geen deelstaat dus, maar staat, via een onmiddellijke betekening. Is dit een “irrealistisch” scenario? Neen, het is eigenlijk vrij eenvoudig. En het grote voordeel is, dat het de onderhandelingen rond “staatshervorming” verplaatst naar een interstatelijke conferentie. Voor de liefhebbers: Gerolf Annemans en Steven Utsi hebben in hun boek “O2 – De Ordelijke Opdeling van België” heel gedetailleerd de techniek van deze republiekvorming, die alles behalve utopisch is, beschreven.
Zoals het er nu uitziet, zal het eerder om een secessie (eenzijdige afscheiding) gaan dan een “dismembratio” (ontbinding van een staat, en uiteengaan met wederzijds akkoord), om de eenvoudige redenen dat Franstalig België, zoals het zelf aangeeft, “niet wil verarmen”. Natuurlijk niet, niemand wil verarmen. Maar die verlatingsangst is in schrille tegenspraak met de blijvende agressie en sociale druk van de francofonie in de Vlaamse rand, die zich momenteel al tot Aalst, Mechelen en Leuven uitstrekt. Bescheidenheid zou de francofone gemeenschap dus sieren, en vooral: de gedwongen scheiding zou een deconditionerend effect kunnen hebben, een “klik” in de geesten kunne maken, waardoor ook zij de teller mentaal op nul kunnen zitten. Ik durf het hopen voor hen. Ook Wallonië moet uit zijn eigen fixaties geraken. De huidige crisis is misschien een opportuniteit daartoe.
Onder het internationaal erkende principe van het “uti possidetis” (oude binnengrenzen die nieuwe buitengrenzen worden) wordt de officiële taalgrens een staatsgrens, die het gewestelijk gebied Brussel omsluit. Daarover kan dan, post factum, wél onderhandeld worden: wat geeft Vlaanderen aan Brussel, in ruil voor rechten van de Nederlandstalige minderheid, het medegebruik van deze stad als internationaal overlegcentrum, het regelen van de grensoverschrijdende mobiliteit, enzovoort.
Is dit een “egoistisch” scenario? Neen, anders zijn alle Europese staten, van Frankrijk tot Litouwen, “egoïstisch” in hun streven naar een maximaal Bruto Nationaal Geluk van de eigen bevolking. De solidariteit zal blijven, Vlamingen zijn niet gierig, maar ze zal deel uitmaken van een Europese afspraak, en niet van perverse interne transfermechanismen die verantwoordelijkheid ontmoedigen en wanbeleid belonen.
We hebben knappe koppen in huis, genre Matthias Storme, om de secessie juridisch en staatsrechterlijk te omkaderen. We hebben eminente economen, zoals Peter Degadt, om een efficiënte staatshuishouding, gekoppeld aan een werkbaar sociaal zekerheidssysteem, op de rails te zetten.
Objectief is er niets dat ons tegenhoudt. Alleen subjectief wordt er nog steeds geprutteld in de TINA-sfeer (“There Is No Alternative”), een compleet irrationele dogmatisering van het status-quo. België is een doodlopende zaak, punt uit, laten we daar ook de conclusies uit durven trekken.
Vlaanderen behoort nog steeds tot de sterkere economieën van Europa, we komen zonder veel moeite op een AAA-status wat kredietwaardigheid betreft. Met de winst daaruit kan een mooi sociaal zorg-pakket worden samengesteld. Een republiek moet immers levenskwaliteit genereren. Waar wachten we op?
Bruno Valkeniers