
Vlaanderen zou beter wat meer investeren in de opvoeding van eigen jeugd.
Een krant of weekblad lezen kan nuttig zijn, maar men moet wel de tijd en de goesting hebben om halve waarheden zelf aan te vullen. Zo verscheen de afgelopen week in zowat alle Vlaamse media, alsof ze het onder elkaar afgesproken hadden, de blijde tijding dat Nederlandse studenten in grote getale neerstrijken op onze Vlaamse universiteiten. De reden is eenvoudig: bij onze Noorderburen geldt een strenge numerus clausus, en dit niet eens op basis van een toelatingsproef, maar gewoonweg door loting. Je zult maar het verkeerde strootje trekken, het lijkt Conscience wel. Maar belangrijker nog is de financiële drempel: in Nederland kost het jaargeld voor de univ 1700 Euro, in Vlaanderen slechts 570 Euro. Allen daarheen dus: momenteel zitten er zo’n vijfduizend Hollanders op onze academische banken. Vooral Antwerpen is populair, met een uitgesproken voorliefde voor geneeskunde en tandheelkunde, de zgn. “gamma-wetenschappen”.
Ze zijn zo lief, mijnheer.
De Standaard maakt er zelfs een leuk verhaaltje van (daarin is de krant tegenwoordig sterk), rond drie allerschattigste kaasboerinnen, Mandy, Karin en Simonne, die de loftrompet steken van de Antwerpse univ-sfeer (“Het heeft iets van Oxford”) en het onderwijzend personeel (‘Ze zijn zo lief, die Belgische professoren’). Door de ondraaglijke lichtheid van dit soort journalistiek komt evenwel het netto financiële plaatje niet in beeld. Want de krant vertelt er niet bij dat een universiteitsstudent per jaar gemiddeld zo’n 9000 Euro aan de Vlaamse gemeenschap kost. Voor geneeskunde loopt dat vlotjes op tot 15 à 20000 Euro. Het inschrijvingsgeld is dus maar een symbolisch bedrag. De vraag stelt zich dan of wij voor dat soort grensoverschrijdend academisch toerisme moeten afdokken, en of aan buitenlanders niet de volle pot moet worden aangerekend: uiteindelijk is het ons belastingsgeld, bedoeld om de opleiding van eigen jeugd te financieren. Waarbij dan natuurlijk meteen de vraag mag worden gesteld of echt iedereen naar de univ moet, en of de academische stormloop überhaupt niet dringend moet worden ingedijkt, want men schreeuwt om technische beroepen en vaklui (zie onze column “Bolognaise à volonté” van 4/10/2011).
Maar goed, de Hollandse dokters-in-spe dus. Het is zo met de ongebreidelde EU-migratie en het OCMW-toerisme (vooral vanuit Roemenië en Bulgarije), en het is met het academisch shoppen niet anders: aan de ene kant is het vrij verkeer van personen binnen de Europese Unie een schone doelstelling, Freude schöner Götterfunken, maar anderzijds leidt het verschil in sociale voorzieningen en overheidssubsidies soms tot echte volksverhuizingen. En altijd zijn België en Vlaanderen het land van melk en honing, terwijl we eigenlijk dat wilde weldoenersschap niet kunnen dragen en hopeloos in het rood geraken. Vandaar mijn boodschap aan de hongerstakende Marokkaan op de VUB-campus, en ik zal het nog straffer zeggen dan Maggie De Block: wij hebben helemaal niet de plicht om heel deze planeet van kost en inwoon te voorzien. Geen morele chantage dus, wie zijn mond dichtnaait, doet maar. Niet meer eten is een goede afslankmethode, maar mag geen truc zijn om een afwijking van de regels af te dwingen.
Hongerspelen
Een krant of weekblad lezen kan nuttig zijn, maar men moet wel de tijd en de goesting hebben om twee berichten naast elkaar te leggen en de puzzel compleet te maken. Diagonaal lezen heet dat: verknippen en herplakken, zeer aan te bevelen.
In hogervermelde kwaliteitskrant werd vrijdag j.l. op pagina 26 “The Hunger Games” besproken (in het Nederlands: “De Hongerspelen”),- een science-fiction-film die baadt in bloed en geweld. Alles draait rond een “spel”, ergens in een grootstad van de toekomst, waarbij 24 jongeren elkaar uitmoorden tot er nog één overblijft. De regisseur koos voor een zo realistisch mogelijke benadering. Is het een goed idee om 15-jarigen met dit soort horror-esthetiek te confronteren, alsof slachtpartijen iets ludiek en uitdagend hebben? Het gaat hier namelijk om de verfilming van een jeugdboek, jawel, dus kinderen toegelaten.
Geen probleem, zegt De Standaard, en laat een aantal jonge snaken aan het woord die zelfs in klasverband naar de film gingen kijken. Het lijkt maar slappe kost, onze jeugd is méér gewoon: ‘Ach, daar is toch niets aan’, vinden de leerlingen van Sint-Carolus uit Sint-Niklaas die in de Brusselse Kinepolis komen kijken. ‘Het is schrikken als ze elkaar doodsteken, maar voor de rest heb ik al veel gruwelijker films gezien. We zijn veel meer gewoon’, zegt Nick De Smit (16). ‘Troy of Sparta’, roepen de vrienden. Of ‘Saw’. In dezelfde zin wordt de schrijfster van het verhaal geciteerd, die opwerpt dat kinderen en jongeren via televisie en videospellen nu eenmaal doorlopend met geweld worden geconfronteerd. Dus wat is het probleem ?
Kijk, dat is een vreemde redenering, die zelfs het fenomeen van de kindsoldaten kan goedpraten, want ook hier treedt gewenning op, die door ons, ouderwetse zeurpieten, als afstomping wordt gekwalificeerd. Hoe meer geweld men om zich heen ziet of ondergaat, hoe hoger de drempel van het schokeffect en hoe meer men dingen als “normaal” beschouwt. Bij De Standaard beschouwen ze dat blijkbaar als een vooruitgang. Geen enkel spoor van duiding, geen zweem van kritiek in een krant die voor de rest toch altijd zegt wat wij wel en niet mogen denken.
Vierkantswortels
Maar op bladzijde 15 van dezelfde editie valt ons een klein laconiek bericht op: “Vier tieners executeren ‘kameraad’ in maffiastijl”. Het gaat om vier snotapen, jawel, tussen 15 en 17, die in de buurt van Rouen een schoolmakker met twee nekschoten afmaakten en dan in brand staken. Helemaal zoals in de film. Opnieuw kort citaat van de “geschokte burgemeester”: “We begrijpen echt niet wat er gebeurd is. La Feuillie is een stil dorp. Blijkbaar beseffen de vier nog niet wat ze gedaan hebben.”
Dat is het nu net: de abnorm is de norm geworden. Alles is om te spelen, voor de fun, en zo gekopieerd uit een film waarin dood en geweld gebanaliseerd worden. Psychologen noemen dat bewustzijnsvernauwing, zoals post-traumatische apathie bij kinderen die bijvoorbeeld zwaar oorlogsgeweld hebben meegemaakt. Niets raakt hen nog, alles is “normaal”, ook verhakkelde lijken of standrechterlijke executies, of erger nog.
Het vooruitzicht om met een toekomstige generatie opgescheept te zitten die vooral uit dat soort gehavende, door een geweldcultuur geconditioneerde persoonlijkheden bestaat, waarbij de sterksten de toon zetten en de regels dicteren, maakt eigenlijk elk politiek project overbodig. Gewoonweg omdat er dan zelfs geen maatschappij meer bestaat met een gemeenschappelijk belang, een grondwet, hooguit nog clans met elk hun eigen codes, hiërarchie, krijgsheren en tamtams. Afrikaanse toestanden dus.
In plaats van Hollandse tandartsen op onze kosten klaar te stomen of de multiculturele lat alsmaar lager te leggen, zou Vlaanderen misschien beter wat meer begaan zijn met de opvoeding van eigen jeugd. Met opvoeding bedoel ik dan “Bildung”, menselijke vorming en burgerlijke zelfbewustzijn gekoppeld aan culturele bagage,- niet alleen goed vierkantswortels kunnen trekken. Volgens recent onderzoek blijkt één derde van onze twaalfjarigen Europa niet op de kaart te kunnen situeren. Ook al zijn de resultaten voor Vlaanderen wat beter dan voor Brussel, het blijft hallucinant. Van de media gaat hier bitter weinig uit: zij zijn vooral met lifestyle bezig, de oppervlakkige kick en de kortstondige hype, afgewisseld met übersentiment.
Knippen en plakken is dus de boodschap. En dan blijft er nog veel papier over om uw aardappels op te schillen.
JS