Men zegge het voort (nr 845)


Ik had niet verwacht dat, toen ik gisteren in een Antwerps restaurant iets ging eten, de eigenaar van de zaak me zou vragen of het me stoorde dat hij even aan mijn tafel kwam zitten. Niet dus. Ik had niets dringends te doen en wou met veel genoegen naar zijn verhaal luisteren.
"Ik werk nu als eigenaar ongeveer 17 jaar in dit restaurant samen met mijn echtgenote. We hebben 6 vaste medewerkers. Drie in de keuken en drie obers. Tot een tiental jaar geleden verdienden we goed ons brood. De laatste jaren is het vet van de soep en kan ik alleen zeggen dat ik overleef maar ook niets meer. In onze buurt zijn er slechts twee restaurants. Het mijne en dit van een collega dat slechts op enkele meters van hier is gevestigd. Nooit hadden we enig probleem tussen ons beiden alhoewel we geen of weinig contact met elkaar hadden. Begin dit jaar verkocht mijn mededinger zijn zaak aan een industrieel uit Antwerpen die de zaak kocht voor zijn zoon. Wegens veranderingswerken bleef het restaurant meer dan een maand gesloten en haalde ik tijdens die periode een zeer goede omzet. Ik was me welbewust dat mijn zakencijfer terug tot vroegere behaalde cijfers zou dalen wanneer de nieuwe zaak zou openen.
Maar na de opening daalde mijn cijfer tot onder de vroegere behaalde getallen. Snel vernam ik dat, zowel voor eten als drank, de nieuwe uitbater 15 tot 20% onder mijn prijzen lag. Ik was wel ongelukkig maar dacht dat hij dit niet lang zou kunnen volhouden. Maar enkele weken geleden vernam ik dat hij in de keuken een stagiair in dienst had die hem door de VDAB was geleverd! Hij hoefde die man niets te betalen en zou ook nog van allerlei voordelen kunnen genieten indien hij die later in dienst nam, hetgeen echter geen verplichting was. Tevens vernam ik dat 2 van zijn drie obers eveneens door het VDAB werden geleverd. Tijdens de eerste maanden hoefde hij slechts 1/3 van de loonkost te betalen en de rest was voor "de overheid"!! Aangezien mijn grootste kost uit loonkost bestaat is het me totaal onmogelijk om op te boksen tegen een concurrent die slechts een fractie betaalt van wat ik reeds jaren dag in dag uit aan diezelfde overheid moet betalen voor sociale lasten.
Vandaag verneem ik dat indien die man nu twee of drie van die gesubsidieerden in de toekomst zou aanwerven dat hij dan gedurende een lange tijd véél lagere sociale bijdragen moet betalen. De nieuwe onnozelaars van beroepspolitiekers menen op deze wijze méér mensen aan het werk te krijgen. Daardoor maken ze de bedrijven die jaar na jaar het volledige pak hebben betaald nu stilaan kapot. Een opgeroepen advokaat gaf me de raad mijn zaak te sluiten en opnieuw met een andere vennootschap te beginnen. Hij kan alles fiscaal regelen via boekhouders die ik niet ken en er voor zorgen dat ik in de toekomst dan ook van allerlei voordelen kan genieten. Kan het nog zotter?
De door mij betaalde belastinggelden dienen nu om mijn concurrent de gelegenheid te geven me kapot te maken!! IK begin dit corrupte land te haten en samen met mijn echtgenote denken we er nu aan nog enkele jaren in het buitenland een restaurant te kunnen uitbaten. We zijn nog geen 50 en hebben onvoldoende reserves om te stoppen met werken. Wat denkt U daarvan?"
We hebben de man ons medeleven willen duidelijk maken; hebben bevestigd dat hij gelijk had; dat we er jammergenoeg weinig konden aan veranderen en dat we er eveneens aan beginnen te denken om de laatste jaren van ons leven ver van deze steeds stijgende chaos te willen doorbrengen.
Dag na dag gaat ons land meer en meer kapot en worden we bedrogen door beroepshuichelaars. Ik wacht alleen nog de volgende verkiezing af om een besluit te treffen.
Men zegge het voort ...
Freddy Van Gaever












