Louis Baretta : 50 jaar later


Ik las in 't Pallieterke van 25 juli een artikel "De kleine charme en de grote schande van de stad Veurne" dat met een schok een lang vergeten naam terug opriep : die van de schilder Louis Baretta.
Het was alsof ik een oude kennis na meer dan 50 jaar opnieuw ontmoette. Of juister gezegd, zijn schaduw, want Baretta leefde tussen 1866 en 1928. Ik heb hem natuurlijk nooit gekend, maar wel heel even oog in oog gestaan met zijn werk.
In de jaren '50 heb ik ooit in Veurne rondgewandeld met Lutgard uit Geluwe (ik ben er bijna honderd procent zeker van dat zij een Lernout was) en en wij zijn toen, omdat we niets anders durfden te doen, een museumpje binnengewandeld (het was niet veel meer dan een grote woning in mijn herinnering althans) en daar botsten wij op de huiveringwekkende schilderijen van Baretta. Niet bepaald een inspiratie voor twee romantische jonge mensen die op zoek waren naar mekaars liefde en die oog in oog stonden met morbide afbeeldingen van een leven dat wij ons niet konden of wilden voorstellen.
We zijn het museum ontvlucht en we zijn ook enige tijd later, mekaars leven ontvlucht. De afstand Geluwe-Antwerpen was in die tijd te groot om de vlam van de eeuwige liefde brandend te houden.
De Brave Hendrik van 't Pallieterke heeft uit de nevels van het verleden, Louis Barette te voorschijn getoverd en na enig internetsurfen heb ik een en ander verzameld over deze zoveelste peintre maudit, een zeer getormenteerd man, een vriend van Fernand Khnopff en een volledig ten onrechte vergeten kunstenaar. De stad Veurne bezit een rijke collectie schilderijen en etsen van Baretta. Ik sluit me graag aan bij het pleidooi van De Brave Hendrik opdat Veurne, de provincie West-Vlaanderen en de Vlaamse Gemeenschap het oeuvre van deze kunstenaar in ere herstellen. We hebben te maken met een talent dat in het buitenland op handen zou gedragen worden.
Ray
Louis Baretta was een tijdgenoot van James Ensor en Fernand Khnopff, met wie hij bevriend was. Hij was een getormenteerde ziel die zich identificeerde met de Christusfiguur. Vele van zijn doeken zijn geïnspireerd door de bijbel en zijn gewelddadige beelden die bol staan van lijden, bloed en dood.
Baretta wordt geboren in 1866 en volgt les aan de Brusselse Academie voor Schone Kunsten bij Jean-François Portaels. Onder invloed van Félicien Rops ontwikkkelt hij zich tot een virtuoos tekenaar en etser.
Vanaf het prille begin van zijn carrière wordt duidelijk in welke richting hij zal evolueren. Het schilderij waarmee hij op de academie de tweede prijs behaalt, is een “Maria-Magdalena aangevallen door de woedende massa”, een zeer gewelddadig doek.
Rond 1900 is hij korte tijd leraar aan de Sint-Lucasschool in Schaarbeek. Na een aanvaring met de broeders over het gebruik van een mannelijk naaktmodel wordt hij ontslagen en trekt hij zich terug op zijn zolderatelier op de Rogierlaan. Hier zal hij de rest van zijn dagen in armoede verder werken aan een oeuvre dat bestaat uit getormenteerde zelfportretten en religieus getinte, symbolistische taferelen. Na zijn dood in 1928 zal zijn leerling Joseph Vuylsteke zich over zijn erfenis ontfermen.
Dankzij Vuylsteke komen de werken van Baretta lin 1937 in Veurne terecht. Veurne heeft een lange traditie van boeteprocessies en is dus de geschikte plaats voor een Barettamuseum, vindt Vuylsteke.
Na de dood van de conservator van het Baretta-museum in 1962 verdwijnen de schilderijen van de Brusselse schilder op de zolder van het stadhuis en in de gangen van het Bischoppelijk College. Daar zijn ze onlangs door de nieuwe curator ontdekt en letterlijk onder het stof uit gehaald.
















