Opgedragen aan Gilbert
Mag ik u een geheim toevertrouwen ? Het is al zowat vijfenvijftig jaar dat ik de binnenlandse politiek vrij intens volg en soms word ik de onoprechtheid zo beu als leven op een streng dieet. Het liefst van al schrijf ik over mijn grote liefde voor literatuur, theater, muziek, alhoewel in die sectoren de politiek zich binnengesmokkeld heeft met grote zakken verlokkelijk geld en beloftes van gemakkelijk leven. De arme bohémiens, die zich wegkwijnend op hun zolderkamers opwarmden aan hun laaiende manuscripten en vurige schilderijen, zijn de dag van vandaag ijverige militanten van het roodgroene vakbondslegioen. Vlaamse kunstwerken worden in New-York geveild voor enkele miljoenen dollars en in Antwerpen dreigt de schilder de stad af te branden als zijn rode chéri geen burgemeester wordt.
Maar toch … ik heb mijn leven lang zoveel kunnen genieten van de talenten die kunstenaars ons aanbieden, dat ik ze hun huidige politieke verdwazing vergeef, ze worden om de tuin geleid en laten zich, naiëf als velen zijn, omkopen door de charlatans uit het Land van de (valse) Glimlach.

DE GEK IN DE REGENTON
Vlaanderen kent een klein aantal grote dichters met een uitzonderlijk natuurtalent. Net achter hen komt een gans legioen van zeer bekwame woordkunstenaars. Zij bespelen gevoelens die ze uitdrukken in woorden en beelden die ons verbazen en ontroeren. Over een van hen wil ik het hebben en met u beknopt door zijn niet zo vrolijke leven wandelen.
Frans Buyle werd geboren te Sint Niklaas in 1913, een stad die in dezelfde literaire branche ondermeer Anton van Wilderode, Paul Snoeck en Tom Lanoye heeft voortgebracht. Ik denk dat velen nog nooit van Frans Buyle hebben gehoord, hij is nochtans aanwezig geweest in verschillende schoolbloemlezingen uit de jaren ’50 en ’60 en in Gerrit Komrij’s “Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw” zijn zes gedichten van hem opgenomen. Zijn meest gekende gedicht is ongetwijfeld
DE GEK IN DE REGENTON
Ze zeggen dat ik gek bent en het regent ;
ik drijf op ’t water en vermaak mij wat.
God in zijn liefde heeft ons wijs gezegend :
u met een woonst, mij met een regenvat.
De mensen blijven naar mijn daden kijken
en lachen luidkeels dan omdat ik lach.
Ik weet het doel niet dat ik moet bereiken
maar zwaai toch reeds de overwinningsvlag.
Eenzaam drijf ik des nachts over het water
en door de stilte valt dan soms een witte ster.
Ik vind die ginds wel in de diepte later :
en blijf als altijd van ieder doel te ver.
HET GEBROKEN GEWEER
Buyle, zoals de meesten van zijn dichtende collega’s, bezat een complexe en getormenteerde persoonlijkheid. Voor vele artiesten vormt het normale burgerlijke leven met zijn verplichtingen, tradities, conventies een moeilijk leefbare wereld ; zij beschikken over een of ander creatief talent dat hen onderscheidt van de rest en dat als het wat meezit, ook hén een behoorlijke participatie aan het korte leven toelaat. Een makkelijk bestaan hebben de meeste creatieve geesten echter niet : zij aanvaarden tenauwernood de regels van de gemeenschap, zij geven zich meer dan anderen over aan drank of drugs en het aantal zelfdodingen ligt hoger dan bij andere geledingen uit de maatschappij.
Buyle, net geboren voor de Grote Oorlog, was in zijn jonge jaren een fervent anti-mitarist. Hij sloot zich aan bij “Het gebroken Geweer” en weigerde zijn dienstplicht te vervullen. In een turbulent proces, waarin hij verdedigd werd door Paul-Henri Spaak, werd Buyle veroordeeld tot zes maanden cel. De Belgische Werklieden Partij gaf postkaarten uit met de foto van de dienstweigeraar. Echter geen enkele van zijn gedichten werd afgedrukt in de partijbladen of socialistische kranten : het individualistisch denken en schrijven van de man in de regenton werd niet gewaardeerd. Toen de dichter dit in de gaten kreeg, gaf hij zich onmiddellijk op bij het leger als soldaat en was hij eveneens direct held àf. Later zou Buyle deze periode in zijn leven betitelen als “zijn mooiste vergissing”.
DICHTER & CRITICUS
In 1937 verscheen zijn eerste gedichtenbundel “De Steen der Wijzen” die op een meer dan behoorlijke aandacht en erkenning mocht rekenen. Frans ontmoette een jonge vrouw, trouwde en na enkele jaren waren er drie kinderen. Hij werkte voor de kost in Sint Niklaas als tapijtwever en vulde zijn vrije tijd met dichten en schrijven.
Buyle, die geen universitaire studies had verricht, was een man van zelfstudie en hij bekwaamde zich door zijn vele lectuur en scherp verstand in het schrijven van kritieken over poëzie, een specialisme dat hij vlot beheerste dankzij zijn eigen lyrische gave. Weldra ontpopte hij zich tot een criticus van formaat, zeker omdat hij objectieve argumenten hanteerde : als het goed was, werd dat duidelijk aangetoond en als het slecht was, helaas ook. Dit leverde Buyle heel wat vijanden op in het wereldje, en aangezien hijzelf ook dichtte, was hij ver van populair, wat dan weer zorgde voor problemen met de publicatie van eigen werk. Jeroen Brouwers zegt het zo : “Buyle bespotte wat artistiek inferieur was nooit zonder deugdelijke ijzerharde argumentatie”.
Na zijn socialistische escapade had Buyle zich afgekeerd van de politiek. Tot hij in Brugge op een niet bekend moment kennis maakte eind jaren ’30 met Joris van Severen en fel onder de indruk kwam van diens persoonlijkheid. Buyle stortte zich onmiddellijk op de studie van het Verdinaso en hij werd van dan af een onvoorwaardelijk aanhanger van Groot-Nederland en de Dietse gedachte.
JOURNALISTIEK EN LIEFDE
Na de Duitse inval kwam de schrijver eindelijk aan een betrekking als journalist bij de krant “Het Vlaamsche Land”, de oorlogsuitgave van de Gazet van Antwerpen en kon hij zich voltijds uitleven in zijn literaire kronieken. Hij mengde ze met zijn Dietse opvattingen maar trok nooit uitdrukkelijk de kaart van de collaboratie of deze van de zogenoemde en opportune Deutschfreundlichkeit. Ongetwijfeld heeft Buyle enkele vriendelijke pro-forma recencies geschreven over collegae die tot zijn ideologisch kamp behoorden. Maar lang niet altijd. De schrijver (en ambtenaar) Urbain Van de Voorde, die nadrukkelijk aanwezig was in de collaboratie, noemde hij een reuze-zeur wat hem tot lang na de oorlog zuur zal opbreken want Van de Voorde bleef een rol spelen in de na-oorlogse letterkunde, gezien hij officieel buitenschot bleef bij de genadeloze repressie.

Frans & Liane op Luchtbal waar zij woonden
In 1942 vond op privévlak wel een ingrijpende gebeurtenis plaats : Buyle ontmoette op de redactie de 8 jaar jongere Liane Bruylants, de dochter van de klassieke zangeres Francine Bruylants. De Verdinaso-bohémien werd halsoverkop verliefd op het mooie en artistieke meisje, dat de liefde niet schuwde. Hij verliet Sint Niklaas en zijn gezin en betrok met Liane een appartementje op Luchtbal.
Na de oorlog werd de krant “Het Vlaamsche Land” onmiddellijk onder sekwester geplaatst en al de medewerkers ontslagen en tijdelijk opgesloten. Men kon Buyle niets ten laste leggen maar rond hem bleef wel het aureool hangen van de” zwarte” journalist-schrijver. Zijn Vlaams-nationale vrienden die niet achter slot of grendel zaten, konden niets voor hem en de “witten” bekeken hem met de nek. Na enkele maanden cel (wat in die periode gans normaal was) en een proces, dat hem niets ten laste legde, kon hij vrij naar huis gaan.
HET OFFICIELE BELGIE SLUIT DE DEUREN
Buyle solliciteerde en zocht werk maar hij ving overal bot. Hij werd de typische man van de dertien stielen en evenveel ongelukken en wat eens een flamboyante persoonlijkheid was geweest, verwerd tot een constant drinkende, chagrijnige eenzaat. In die periode geeft hij nog een flinterdun bundeltje uit met de titel “Verboden Zone, Klein handboek ten behoeve van literaire valse munters” dat opent met het kwatrijn :
Doelloos dwaal ik door wind en regen
Terneergeslagen en verdoemd.
Alleen nog met het slijk der wegen
Wordt aarzelend soms mijn naam genoemd.
De relatie met Liane is er een geworden met vele problemen van drank, geldgebrek, karakteriële botsingen tussen twee emotionele mensen, en derde personen die zich willen ontfermen over het aantrekkelijke, bohémienachtige meisje dat in diepe zonde leeft met een getrouwde man. Trouwens Bruylants bleek zelf nog getrouwd te zijn, het was pas in 1947 dat ze officieel scheidde van haar man. En Buyle bleef zijn ganse leven getrouwd met zijn eerste vrouw. Vreemd is het dat het Archief en Museum van het Vlaams Archiefleven (u weet het, zij liggen in onze bovenste schuif !) op hun webstek Buyle en Bruylants vermelden als echtgenoten. Het is niet erg, het is slechts een detail en wie weet, beschikt het AMVC (die meelezen op deze blog) over beter informatie dan wij ?
WILLEM ELSSCHOT, DE WITTE RIDDER
Alleszins éen van de galante redders in nood die zich graag boog over het ongelukkige meisje was Willem Elsschot, bijna 30 jaar ouder dan het meisje. Het is Liane Bruylants zelf die Martine Cuyt heeft ingelicht over deze affaire. Cuyt heeft ze dankbaar opgenomen in haar biografie uit 2004 “Willem Elsschot. Man van Woorden”. In de burgerlijke kringen die (terecht overigens) Elsschot vereren om de schrijver die hij geweest is, heerste verontwaardiging, ongeloof en gegniffel. De enige nog levende dochter, Ida de Ridder, reageerde zoals het een dochter past : “Dat gaat niemand aan”. En dat is nog juist ook ; wij wilden dit echter niet onvermeld laten, omdat Buyle zich eerder enigszins afstandelijk had uitgelaten over het dichterschap van Elsschot. In 1943 schreef hij dat de dichtkunst van Elsschot weinig waarde bezit : “Het is geen poëzie, veeleer pittig gerijm doch er gaat een plastische kracht vanuit, zodat men ze niet kan vergeten.” Wij willen dit interpreteren, alsof Buyle bedoelde : de poëzie van Elsschot blijft vooral overeind omdat hij een groot prozaïst is. Buyle loofde wel het gedicht “Bij het doodsbed van een Kind” waarvan hij zegde “dat het de eeuwen zal trotseren”.
Liane Bruylants verklaarde nog aan Martine Cuyt :”Ik heb vele minnaars gehad” en aan Jeroen Brouwers schreef zij in verband met Buyles alsmaar toenemende misantropie en levensmoeheid : “Ach, ik ga ook niet steeds vrijuit.”
HET EINDE VAN DE MAN IN DE REGENTON
Het paar sukkelde verder, zij richtten samen nog een uitgeversbedrijfje op, Libris, en drukten in bescheiden oplages enkele bundels van hen samen en van elk apart. Buyle vertaalde Engelse detectives en schreef onder schuilnaam een soortgelijk werk. De producten van uitgeverij Libris werden niet in de boekhandel aangeboden maar privé verspreid.
In 1977, toen Frans Buyle 64 was, is het hem allemaal te veel geworden. Hij had al kennis gemaakt met de psychiatrie en de drank speelde een afschuwelijke rol in zijn leven. Toen hij na een auto-ongeval op de rechtbank zijn rijbewijs moest komen inleveren, heeft hij zich die dag verhangen. Teleurstelling, drankproblemen en ingeworteld pessimisme.
Uit het gedicht “Verdwenen Graf” dat Liane Bruylants opgedragen heeft aan haar levensgezel dit fragment :
Eén enkel vers
gelezen of gefluisterd
zal in ’t oneindige astrale
verhalen
dat niets van alles
van alles iets
ooit
tevergeefs is geweest.
Bronnen :
“De schemer daalt” door Jeroen Brouwers
“ "Willem Elsschot – Man van Woorden” door Martine Cuyt
Een artikel van Henri-Floris Jespers uit Vrijbuiter van 1977
Met dank aan Agrippa van AMVC voor de foto's en algemene info
RAY
7 reacties op dit bericht
@Hubert-Deinze , er is een eenvoudiger truk
Alle computerproblemen zijn dan opgelost, ik rammel mijn 2 glazen ogen dan eens rond in een glas Javel en steek ze terug in en klaar komt Kees. In het begin pikt het wel een beetje, maar dat went na een week of acht.
PC problemen ? Hoelang nog ? Ik zie het niet meer zitten.
zelf leren , met vallen en opstaan.....
Niks van aantrekken,
heer Ray, ik vind dat het trouwens nogal meevalt.
Ikzelf sukkel ook altijd met de ordinator van Jomme. En onze apotheker waar ik net vandaan kom eveneens. Daar moest voor iets 300mg. staan maar er stond 225 mg. Algemene belangstelling achter mijn rug van wachtenden. Wordt dan wel opgelost, maar dat kost tijd.
Ik heb de tijd van lei en griffel nog meegemaakt, en dat was veel gemakkelijker. Ben waarschijnlijk blijven steken in dat tijdperk.
Allemaal de groeten, en die zijn Vlaams.
sprokkeloudje
Ik was in verbinding met "Angeltjes"en mij vals gebit is tussen mijn toetsenbord geklemd geraakt en ik krijg het niet meer los. Ik heb nog getracht met mijn beenprothese het gebit los te wrikken maar mijn pacemeker slaat altijd TILT
Sorry hoor maar ik doe mijn best om alles te herstellen maar ik kan mijn looprek niet vinden
naar de foeter
Reeds decenia geleden deed ik een profetische uitspraak
DE COMPJOETER NAAR DE FOETER ! Mijne maat Eddy Wally zal het wel chewellldeg gevonden hebben. Niks boven een ouderwets telraam !