Zijn naam was Albrecht, majoor van de "chaskes", de Garde-Civique ofte de Burgerwacht.
Ter gelegenheid van de Congofeesten in 1909 werd de toenmalige koning Albert I uitgeleide gedaan na zijn bezoek aan Antwerpen door een compagnie van de Burgerwacht, onder het commando van Majoor Albrecht. Hij commandeerde vanzelfsprekend uitsluitend in het Frans. De meesten van de "jefkes", de algemene troetelnaam voor de vrijwilligers, behoorden tot de hogere burgerij en zij vonden het gans normaal dat alles in het Frans verliep. Vlaams was de taal van het gewone volk, de knechten, de meiden en de boeren.
Onder de Antwerpse toeschouwers waren er echter enkele uitgesproken flaminganten en bij een van de bevelen die Albrecht brulde, riep een moedige jongeman, Grote genaamd, "In Vlaanderen Vlaams". Waarop de woedende militair zijn paard wendde naar de onverlaat die het gewaagd had te protesteren en met één sabelhouw kliefde hij de strooien hoed van de Vlaamsgezinde in tweeën.
Half Antwerpen stond op stelten en 's anderdaags stond de beschadigde hoed als een relikwie uitgestald in een boekhandel van de Lange Nieuwstraat. Albrecht werd door Antwerpen van dan af "Majoor Kopaf" genoemd.
In verschillende liedjes werd het gebeuren bezongen . Wij vonden er twee terug :
Daar is een man in onze stad
Kopaf !
Die onlangs nog dien naam niet had
Kopaf !
Maar die hem kreeg door zijnen moed
Bij 't klieven van een strooien hoed
Kopaf, Kopaf, Kopaf !
******
Weer stonden ze op de Kunstlei klaar,
En spraken dapper Frans met haar,
Rompez les rangs ! riep de majoor.
Maar uit het volk riep een Sinjoor :
Beveel in 't Vlaams ! maar d'arme bloed
Kreeg fluks een klap op zijnen hoed.
En de muziek speelde plezant
Het Lied van 't vrije Vaderland
Ray
Bron : Jet Jorssen

Burgerwacht
1 reactie op dit bericht
U bent veel te bescheiden
U dicht madam Truttebenul te veel eer toe want zij is enkel de hoer van de linkse poco-kerk die haar standjes slechts netjes speelt in opdracht van de pooiers van het bilzieke etablissement.
Nog zo een trut die waarschijnlijk in een nette "witte" villawijk woont en zich hooghartig boven de "Vlaamse boerkes" waant wat een condicio sini qua non is voor Europese ambitie.
Het is om moedeloos van te worden: de ziekelijke neiging om eigen volk en cultuur te verachten en vreemde culturen te eren en op te hemelen. Respect te eisen voor andere culturen en de eigen cultuur en bevolking af te doen als minderwaardig en zelfs racistisch terwijl het kleinste kind voelt hoe verachtelijk het wordt bekeken door de unilullige baard- en andere mosselmannen.
Bedankt Ray dat u het fragment nog eens in de aandacht brengt. Het is niet alleen verbazend dat de nullen zoiets uitzonden maar wat mij het meest verwonderd is dat het nu al meer dan 60.000 keer bekeken werd. De, al of niet correcte, platte, vulgaire, serene, foute, juiste of fascistische(vanuit "linkse" hoek natuurlijk), reacties bij het fragment zeggen meer dan madam Truttebenul ooit kan verwoorden. (Het fragment op zichzelf al) Daarvoor is ze echter te blind en doof.
Besluit:
Madam Truttebenul is slechts een kleine nietszeggende opgeblazen pion in het bilzieke schimmenspel.