De grootste kromspreker uit de belgische politiek, het zelfingenomen orakel van Brakel, de voetmat van het keuninklijk paleis, heeft weer een dommigheid uit zijn mond laten rollen, waar een normaal mens zich onmiddellijk voor verontschuldigt.
Decroo heeft in een quizprogramma op de radio verklaard, dat de Nederlandstalige liedjes te simpel zijn van tekst en structuur. Later heeft hij zijn domme uitspraak genuanceerd.
Iedereen, die een klein beetje op de hoogte is over die materie, heeft het recht om inderdaad te beweren dat Laura Lynn koningin van de taalarmoede is, evenals vele zangers van het zogenaamde levenslied. Daarnaast zijn er echter heel wat behoorlijke tekstschrijvers in Zuid- en Noord-Nederland. Iemand als Decroo die zich tot de Vlaamse cultuur verhoudt als een bosneger, moet zich geen straffe uitspraken veroorloven, temeer omdat hijzelf een archaïsche taal hanteert vol neologismen die zijn grote taalarmoede bewijzen.
Men zingt op klinkers en niet op medeklinkers en keelklanken. En dàt is een probleem bij Nederlandstalige liedjes. De keerzijde van de medaille is dat we in een aantal gevallen deze klankenhandicap goedmaken met boeiende, originele teksten.
De simpele van Brakel steunt zijn kennis en uitspraken op algemeenheden die hij links en rechts opvangt. In zijn huiskring, met madame Desguin wordt natuurlijk Frans gesproken. Madame, die de mentaliteit van de 19de eeuw niet ontgroeid is, verklaarde onlangs geschokt "dat zelfs zonen van beenhouwers advocaat worden". Dergelijke personages lijken weggelopen uit de romans van Cyriel Buysse, helaas zijn het prominenten uit het huidige belgische bestel. Decroo is een hufter, zijn vrouw een antieke vergissing.
En nu een tekst van Hans Teeuwen over liefde ...ten bewijze dat wij erg goede tekstschrijvers hebben. Dit is ongetwijfeld té moeilijk voor kromsprekers als Decroo.
Verleid me, verstik me,
pak m’n vrijheid af.
Bemin me, beperk me,
ga je gang, ik ben laf.
Je wil samensmelten,
- een onnozel idee -
Maar ik ben romantisch,
ik ga d’r in mee…
Kneed me en knecht me,
wees lief en gemeen.
Gun me de plek
van het blok aan je been.
Als jij mijn vrouw bent,
ben ik je man.
Dan vechten we samen,
voor dat wat niet kan.
We doen nóg meer water bij onze wijn,
totdat er alléén nog maar water zal zijn.
Helder maar smaakloos, geen kleur meer, geen gloed,
zo leven we samen, de dood tegemoet.
Weg met de eenzaamheid, leve de sleur,
jaloezie, irritatie, gesprekken, gezeur.
De liefde geeft hoop, de liefde heeft zin,
de liefde is een valstrik, maar ik trap er zo graag in.
Steeds dezelfde fouten,
steeds dezelfde pijn.
Bijna net zo gruwelijk,
als helemaal alleen te zijn.
Misschien is het deze keer anders,
misschien is het deze keer waar.
Is alle wijsheid van de wereld maar een fout,
ik wil het graag geloven, want ik houd zoveel van haar.
Het spel is weer begonnen,
ik zit er midden in.
Verslaafd als een verslaafde,
verzetten heeft geen zin.
Ik kan alleen verliezen,
mijn hart en mijn verstand.
De liefde laat pas los,
als ze is opgebrand.
Dan ben je weer jezelf,
alleen en onbemind.
Maar volwassen en verstandig,
totdat het weer begint.
Hans Teeuwen uit Industry of Love
Savat
http://www.gazetvanantwerpen.be/nieuws/binnenland/default.asp?art={3A1BB0B4-CCD2-443B-841D-7E396979FA04}
2 reacties op dit bericht
Lusthuizenstraat...
De maskers vallen af
DE MASKERS VALLEN AF klik hier
Matthias Storme