SP-a onder de knoet van de Loge van de vrijmetselarij - Lode Hancké
Naar aanleiding van het overlijden van Joz Wijninckx (gewezen minister en boegbeeld van de Hobokense socialistische partij en in zijn jeugdjaren een uitgesproken Vlaamsgezinde) stuitten wij op een brief van Lode Hancké over de loge en de socialistische partij. Het weze ons toegelaten (door wie ?) te onderstrepen dat in onze persoonlijke ervaring Lode Hancké een van die socialisten van de oude stempel is, die met gedrevenheid zijn ideaal beleefde maar tevens een correct en beschaafd man was.
Na 1980 is de loge gaan rekruteren onder topfiguren in de Antwerpse SP. Dat was nieuw, want de vorige generatie had, zoals Jos Van Eynde me vertelde, afgesproken dat ze nooit die stap zou zetten-en tel het maar na: Eekelers, Van Eynde, Major, Craeybeckx, Detiège, Schroyens, Christiaenssens, Geldolf, Debruyne, Wijn, Block, Cornet, Wilms… zijn buiten de loge gebleven. Begin jaren ’80 was er een logedoorbraak: Willy Calewaert, Joz Wijninckx, Marcel Colla, Guy Peeters, Fred Erdman, Fred Nolf, Jan Calewaert, Jan Claes, Tuur Van Wallendael, Robert Voorhamme, Bob De Richter-en ik vergeet er nog.
Ikzelf ben driemaal gevraagd toe te treden tot de loge. Ik heb driemaal geweigerd. Eén keer had de vraag in grote stijl plaats, bij wijze van spreken met een hoge hoed op, in de buitenlucht, buiten gehoorsafstand van wie dan ook. Bij elk van de drie gelegenheden drongen de heren aan met dezelfde woorden: ‘Ge zult er nooit spijt van hebben-nooit.’ Wat betekende dat anders dan steun voor de carrière? Het zou een mooie licentiestudie kunnen worden: nagaan hoezeer de loge bezit nam van de SP (van de top, niet van de arbeiders, want die zijn niet welkom), wie parlementslid werd en wie minister.
Ikzelf werd door de heer Peeters uitgenodigd om op 28 februari 1995 te verschijnen voor het lijstcomité, waarin, op een totaal van vijf leden, nog twee andere mutualisten zetelden: Eric Dubois, toen nog in de gratie, en Fred Erdman, senator sinds zes jaar, advocaat van de mutualiteit, die mee over een andere kandidaat mocht komen oordelen. Vier dagen voordien had ik van twee logeleden de mededeling gekregen dat ‘daar’ beslist werd dat ik de tweede plaats voor de Kamer zou krijgen, met de verplichting na één jaar ontslag te nemen. Ik heb dat geweigerd. Het verhaal van de twee logeleden klopte.
De eigenaardige ervaringen waarover Piet Vermeylen het had, zijn mij evenmin ontgaan, net zomin als de verzieking van de sfeer in de partij, waar uitverkoren broeders niet zelden méér sympathie toonden voor de broeders in andere partijen dan voor de kameraden in de eigen partij. En nog een onderwerp voor een licentiethesis: een onderzoek van de BSP-verkiezingsuitslagen in Antwerpen zonder logeleden van 1945 tot 1980, en die van de SP na 1980.
http://forum.politics.be/showthread.php?t=40341














1 reactie op dit bericht
Iedereen...
Moest een familielid behoren tot dergelijk allooi ik zou me schamen.
Voor diegenen die we reeds kennen is 'respect' totaal onbestaande, enkel walging.