Fine, de sterke vrouw achter Willem Elsschot


Het kan niet ontkend worden: hoe uithuizig Willem Elsschot soms ook was, toch hechtte hij heel veel belang aan zijn gezin. Centraal daarin stond de figuur van Fine, zijn vrouw Als hij niet met haar getrouwd was geweest, zou hij (nog) veel minder geschreven hebben. Hij kwam er zelf herhaaldelijk voor uit: "Ik heb geen fantasie, ik schrijf gewoon op wat ik zie, en wat onze Fine vertelt".
Fine was heel levendig, heel spraakzaam en kon vinnig vertellen en zou zich door niemand uit haar lood laten slaan. Ze was heel vatbaar voor humor en ze zag de zaken nuchter. Ze heeft een groot aandeel in zijn werk gehad. Elsschot luisterde steeds oplettend naar haar. En waren er mensen die ze niet goed kon uitstaan, dan liet ze hem duidelijk verstaan dat hij ze niet in huis moest halen. Dan gaf hij toe, het was haar domein. Als zij haar veto stelde, was het gedaan. Ze kwam uit een heel gewoon milieu, had geen studies gedaan, maar ze was een vrouw met een feilloze geraffineerde smaak. Wat dat betreft heeft Fine waarschijnlijk meer gegeven aan hem dan dat ze van hem gekregen heeft
Ze had de allures van de meesteres des huizes met een haast dierlijke liefde voor de kinderen, die "jong" van haar, die trouwens voor haar door het vuur zouden gegaan zijn.
Haar schoonzoon Kelner, een Waal, heeft dat met een prachtige uitdrukking getypeerd: "La Reine-Mère".
Toch wordt in het Elsschot-oeuvre de relatie tussen Fine en Fons romantischer voorgesteld dan ze in werkelijkheid was, al was ze alles wel beschouwd zeker de moeite. Dat Fons thuis maar al te graag een goed glas wijn of een stevige borrel jenever lustte zinde haar niet, maar kon nog net door de beugel. Het lag evenwel voor de hand dat deze twee sterke karakters wel eens moesten botsen. Het ging er dan aan toe zoals in de meeste huwelijken: hoe dikwijls ze ook van mening verschilden of kibbelden, elkaar missen konden ze niet. Wel was er tegelijkertijd een sfeer van onderhuidse spanning aanwezig. Fine bevond zich meestal in de keuken of boven in de naaikamer, haar twee domeinen In de naaikamer hield ze zich dan bezig met kranten lezen, muziek beluisteren of naaien. Terwijl hij soms beneden langs de borrelkast ijsbeerde en haar cassante toespelingen op zijn hang naar die kast in koop moest nemen.
Met het ijsberen was er zijn bromberen, het in zichzelf spreken. Dat was zijn manier van nadenken: niet neuriën, maar mompelen. Naar buiten toe bleef hij de totaal ongenaakbare man, die ook in het feestgewoel in zichzelf gesloten bleef. Nooit werd hij uitbundig, hij bleef integendeel meestal heel gereserveerd. Te midden van het vrolijkste tumult handhaafde hij een vorm van afwezigheid, hield hij hen die hem fysiek bijna aanraakten op een gereserveerde wijze op afstand.
We zijn midden de jaren 1950, de kinderen zijn al lang het huis uit, de wilde jaren zijn voorbij, en toch viel er altijd wel iets te beleven ten huize Elsschot. Maar dat wordt stof voor een van mijn volgende bijdragen.
Raymond.


















