Wij publiceren vandaag om de reeks af te sluiten een interview van Walter De Ridder, de kleinzoon van Willem Elsschot. Vooraf verschenen er reeds gesprekken van de dochters Anna en Ida en de zonen Jan en Walter, alsook van Elsschots kleinkinderen Ida Dequeecker en Jan “Tsjip” Maniewski. Dit alles passend in het kader van een nadere kennismaking met pater familias Alfons De Ridder en als huldeblijk aan de gerenommeerde schrijver die Willem Elsschot was.
Ik was zijn loopjongen
Walter De Ridder, zoon van Walter De Ridder en kleinzoon van Elsschot, runt in Berchem het reclamebureau Markad NV – marketing, advertising, sales promotion. Hij is letterlijk de opvolger van zakenman De Ridder.
Walter kijkt van achter zijn bureau recht in de ogen van een levensgrote foto van Elsschot. “Maar hij kijkt wel niet naar mij”, lacht Walter, waarbij de typische Elsschottiaanse humor weer opduikt. “Ik probeer hier een beetje de geest op te wekken van den bompa. Ik geef vooral reclame-advies”, zegt Walter. “En neen, ik maak geen gebruik van grootvader. Alleen als ze vragen of hij familie is, antwoord ik bevestigend.”
“Mijn grootvader was geen overdreven uitbundig man en ook niet erg spraakzaam. We waren altijd een beetje op onze hoede, om niet te veel in de weg te lopen. Zijn gewoontes had hij het liefst niet te veel doorbroken. Zoals zijn dutje na het eten.”
“Een keer heeft hij me buitengezet. Ik weet niet meer wat ik miskuist had. Vertrek maar, zei hij. Ik was nog geen vijftig meter op straat, toen hij me vanuit de deur op zijn vingers toefloot. Kom eens efkes terug, zei hij. En ik kreeg 20 frank van hem. Zo erg is het allemaal niet, zei hij toen. Hij had meteen spijt gekregen van zijn brutale ingreep.”
“Ik was zijn loopjongen”, zegt Walter. “Wij woonden op een boogscheut van de Lemméstraat, in de Van Peltstraat, en dan belde hij soms: “De makker, Vieil Anvers.” En dan wist ik dat ik naar de gazettenwinkel om “toebak” moest. Kreeg ik altijd vijf frank. Zijn “toebak” of gazet waren altijd heel dringend. Wat dat betreft, was hij wel een beetje een potentaat.”
“Elsschot had ook iets met de kruidenierswinkel op de hoek van de Lemméstraat. De kruidenier wist perfect wat hij moest brengen, en hoe gauw als hij door de telefoon hoorde: “Ik beging te tellen, een…” “Hoe rapper hij was, hoe meer “pourboire” hij kreeg. Dat waren Spielereien van hem.”
“Ik zag hem geregeld”, vertelt Walter. “Door de week met de boodschapjes en alle zondagen ging ik goeiendag zeggen. En op donderdag kwam hij meestal kaarten met grootmoeder bij ons.”
“Elsschot had een geweldige mensenkennis. Hij wist nogal vlug: die moet ik en die niet. Zo had hij een grote sympathie voor Carmiggelt. Ik weet niet of hij Boon ontmoet heeft, maar hij voerde wel correspondentie met hem. Hij schreef hem zelfs eens zo brutaal zijn mening, dat de relatie tussen de twee een tijdje bekoelde. Anderen kon hij dan weer haten tot op het been.”
“Zijn oudste zoon, Walter, mijn vader dus, had een adoratie voor zijn vader. Ze waren precies twee broers als je ze bezig zag. Ze scheelden ook nauwelijks twintig jaar. Ze praatten heel gemoedelijk met elkaar, zonder gene.”
Walter senior werd de eerste Elsschot-verzamelaar. “Elsschot gooide alles weg, en mijn vader ging zijn handschriften dan uit de papiermand redden. Hij had zelfs zijn eigen boeken niet in huis.” En zo werd Walter de archivaris van Elsschot. “Elsschot moet een merkwaardige kerel zijn geweest”, grinnikt Walter junior. “Wat ik met hem gemeen heb? Hij lachte niet uitbundig, ik ook niet. Ik hoor hem nog zeggen: “Mensen die veel lachen, daar moet ge voor oppassen.”
“Hij was veeleer introvert. Ik ben dat ook. Mijn vader was extravert, hij was de verteller van de familie. Spijtig dat we zijn merkwaardige verhalen over Willem Elsschot nooit hebben opgenomen.”
Om te besluiten hebben wij voor literaire gastronomen nog wat lekkers op het bord. Geen borrelhapjes, geen opgewarmde kost, maar zinnen om u te doen watertanden. Met onbeperkte houdbaarheidsdatum. Van Willem Elsschot natuurlijk.
Uit Lijmen: (over het transport van aflijvigen)
Het gebruikelijke stapvoets rijden, waarvan met paarden onmogelijk kan afgezien worden, en dat de overspannen zenuwen van de aanwezigen op zulk een zware proef stelt, kan vervangen worden door een snelheid van 20 tot 30 km per uur, zonder enig opzien te baren. Met paarden is zulks onmogelijk, doordat de kadans moet aangehouden worden. “Dat is waar, Laarmans, want een dravend paard ziet er vrolijk uit, en dat mag niet.”
Uit Het Been: (mijmerende Laarmans)
Zolang ik bij hem in de leer was geweest had hij haar nooit bij name genoemd, terwijl hij nu aan Martha refereerde als was ik aandeelhouder in dat mens.
Uit Tsjip: (Over de vraag hoe vader Fons het best zijn onredelijke dochter benadert)
Ik heb dus op een gunstige gelegenheid gewacht. Maandag was zij de gang aan ’t dweilen, maar als die vloer nat is kan ik haar niet naderen en zo van op een afstand mist een gesprek het plechtige dat goed zou passen bij wat ik met haar te behandelen heb.
Eveneens uit Tjip: (mijmerende vader)
Op ’t ogenblik loopt alles nog goed. Ik breng het geld in huis en mijn vrouw verdeelt het in de vorm van voedsel en wat er verder nodig is om in ’t leven te blijven en er als mensen uit te zien. Zij zorgt voor reinheid van lichaam en ziel, kijkt vorsend ieders klederen en geweten na, roept tot de orde als het niet anders kan en biedt ons haar tranen als laatste argument om elk van ons te doen volharden in ’t vervullen van zijn plicht. Maar als ieder kind zijn levensgezel zal gevonden hebben en zelf een nest zal hebben gebouwd, als er dus niets meer te beheren zal zijn, dan loopt onze heerschappij van zelf ten einde. En Adèle is de eerste die over de rand van ’t nest klautert en vast besloten de wijde wereld invliegt. De anderen kijken haar verlangend na en ik druk de hand van mijn vrouw vaster in de mijne.
Raymond
Na dit stuk volgen er nog 3 artikels door onze medewerker Raymond (we mogen hem niet Mijnheer Raymond noemen, alhoewel hij dat wel is) :
op 24 mei : WE en de mosterdverzen
op 28 mei : WE en de dronken Nederlander
op 31 mei (de sterfdag van WE) : een kort herdenkingsstuk
7 reacties op dit bericht
Zij, hij
Hij, moet ik die dan op roken
Waarom niet bij ons?
Staat er nergens een legerkazerne te huur?
Als partikulier bedrijf die met gepast personeel zou werken zijn er genoeg kandidaten die deze taak op zich zouden willen nemen voor kleine criminelen.
Met de slogan "wie werkt krijgt eten" is er veel op te lossen.
Voor grote misdadigers en moordenaars zijn er vergeetputten in de mijnen.
Wereldleiders!!!!!!
Wie is dan die wereldleider?
Waar zit die wereldleider?
Napoleonnetje uit Berlare???? ha ha ha, ha ha ha, ha ha ha.....ik kom niet meer bij.
Of soms die lollypop uit Amerika?
Kan het nog wansmakelijker?
Wat krijgt men als twee blunders kinderen creëren????
Monsters.
Hallo Vlaanderen!!!!
Ogen openen vóór het te laat is, de klok tikt verder, tik-tak, tik-tak, nog wat noord-afrikaners halen, u weet wel, die met die zéér rijke cultuur waarin men vrouwen dood stenigt als ze naar een andere vent ‘gekeken’ hebben, dat hij overal de’n duivel uitlaat is niet aan de orde, maar owee als zij het burkatje even optilt…….dan komt de familie in actie, zoals weer recent in turkije waar een vrouw de oren en de neus afgesneden werden en in een veld achter gelaten werd als vuil., zeer rijke cultuur, we staan er op te wachten!!!!!!! Tot 07-06-2009.
Lees ik daar in een gesprek tussen Dewinter en Lambert het volgende:
“Ik ken mensen die hier illegaal werken in een achterkamertje van een hotel en er aardappelen schillen tegen een hongerloon.”
Is dat geen misdaad die illegalen op ons grondgebied?
Moeten de vreemdelingenpolitie hiervan niet in kennis gesteld worden?
Is die Lambert hier niet in de fout door dat niet te melden?
Moeten we die waardeloze partijshopper niet wandelen sturen met als reden ‘ONBEKWAAM & ONBETROUWBAAR” Man man man, wat is me dat een lul van een vent, hij gelooft zijn eigen waanzinfantasie, voor alle duidelijkheid Lambert, in Vlaanderen zijn enkel de Vlaamse normen, waarden, wetten, taal, grondgebied én cultuur aan de orde, en ja, iedereen mag en moet zichzelf blijven maar mag nooit gaan provoceren zodat de eigen bevolking angst krijgt in zijn eigen straat/dorp/land.
Men respecteert de maatschappij waarin men gaat leven, zoniet, opsodemieteren geblazen, punt.
Dat gelul over die multicul waanzin begint mateloos te ergeren, Vlamingen hebben NIETS tegen vreemdelingen als die hier leven en werken zoals de Vlaamse maatschappij leeft en werkt, hier leven circa 180 nationaliteiten onder elkaar, met circa 176 zijn er zelden tot nooit ‘problemen’, integendeel, zij vormen met ons één maatschappij, maar……met enkele nationaliteiten zijn er ALTIJD problemen, niet met de nationaliteit maar met de waanzin die tussen hun oortjes gepropt zit, laat dat nu toch de islam/moslim zijn????
Hoe zou dat toch komen?????
Zoals Dewinter het zegt betreffende de moslims:
Met Ons Samen Leven Is Moeilijk.
Is het voor sommige (huichelaars) zo vreemd dat wij westerlingen/Vlamingen niets moeten hebben van die barbaarse onmenselijke gewelddadige waanzin?
We weten het, de huichelaars vissen naar stemmetjes, maar straks vormen die een zo sterke groep OP ONS GRONDGEBIED dat die huichelaars wel het éérste slachtoffer zullen worden want voor iedere ‘weldenkende burger’ is verraad een van de lafste daden na moord.
En wie prijst er moord aan als een heldendaad? Juist.
Laten we op 07-06-2009 de éérste stap zetten naar ONZE “Onafhankelijke Vrije Democratische Republiek Vlaanderen” dan kunnen enkele dagen later starten met een einde te stellen aan die toestroom van dat brutaal barbaars geweld naar ons land, dan gaat de subsidiekraan naar verschillende waanzinnige instellingen eveneens definitief dicht, dan kunnen de huidige verraders maken dat ze snel wegkomen.
Wie geen werk heeft als vreemdeling hoort hier niet thuis, de geldkraan gaat dicht, want de eerste woorden die ze allemaal kunnen uitspreken zijn ‘mutualité en ocmwee’ want daar valt te vangen OP ONZE KOSTEN.
Nog 15 dagen………
Ik begrijp niet goed ...
Tenzij Nederland destijds enkele gevangenissen "als reserve" zou gebouwd hebben -hetgeen ik sterk betwijfel- moet ik wel besluiten dat het vervolg- en bestraffingsbeleid er nog veel lakser is dan bij ons.
Moest Hamlet nog geleefd hebben, dan zou hij zeker besloten hebben dat "there is something extremely rotten in the continent of Europe".
Die...
zotter
Maak Plaats!
Er zullen een duizendtal (uit het apenlandse) gevangenen op vakantie naar Nederland mogen gaan op onze kosten. Daar zijn cellen te huur.