
Door omstandigheden was ik deze morgen rond 9 uur, na een lange wandeling van bij het Sportpaleis in de omgeving van het Tsjing-Tsjangsplein terechtgekomen. Een beetje hijgerig de eigen sportieve mogelijkheden overschat hebbende , stond ik zogenaamd te kijken naar het beeld van Panamarenko, toen ik achter mij een vrouwenstem hoorde, die me zegde "Schoein hé, menier ..."
Het gebeurt niet elke dag meer aangesproken te worden door vrouwvolk, dus die kans laten we niet voorbijgaan. Mevrouw woonde in de omgeving en was op weg naar de Aldi, die zich bevindt ter hoogte van het vroegere lokaal van de Kommunistische Partij, de Club Jef van Exterghem. Voor de Antwerpse ingewijden : dat is vlakbij het oude Postgebouw. Ik informeerde bij mijn aanspreekdame, hoe zij de buurt ervaarde en dat was duidelijk een tienpuntenvraag. Mevrouw, die me al zonder de gebruikelijke vrouwelijke schroomvalligheid had toevertrouwd, dat ze 79 was, richtte haar hoop op de toekomst. "Wij zullen het niet meer meemaken, maar eens zal het hier een aangename buurt worden" sprak ze vol overtuiging.
Zij stond in nauw contact met het buurtcomité en ze onderhield de beste betrekkingen met de politie en "het wijkteam".
In het in twee delen gescheiden Nicosia op Cyprus wordt de taak van een wijkteam uitgevoerd door de Verenigde Naties. In Antwerpse probleemwijken is deze vredesmacht in handen van een wijkcomité, bestaande uit wijkbewoners en betoelaagde vrijwilligers. Met de vreemdelingen komt het nog wel goed, sprak de enthousiaste vrouw. De Marokkanen en de Turken die trekken zich niet te veel aan van de buurt en zij leven hun eigen leven. Zij willen geen inmenging van buitenaf. Met de Balkanners is het moeilijker : die luisteren naar niets of niemand. Ook niet naar het wijkteam of de politie. En de negers ? Da's een wereld op zich, menier, ge weet niet wat ge daar aan hebt.
Toen ik haar zegde, dat het mij toch niet zo vlot scheen te gaan, negeerde ze die opmerking. Zij schreef regelmatig een brief als er bijvoorbeeld een tegel los zit in het voetpad of als er een put is in het wegdek. "Dat wordt onmiddellijk hersteld, mijnheer". Toen we voor de Aldi stonden, nam ze me bij de arm : "Het kan natuurlijk zijn, dat ze naar mij luisteren, omdat ik Dewever heet, ik ben geen familie, maar ik denk dat het helpt". Waarop ik haar zegde : "Al goed dat ge niet Dewinter heet" maar het was niet de bedoeling dat ik de grappige aangever zou zijn, want ook deze opmerking verdween oor-in, oor-uit.
"Kijk, zie je die man met zijn baard op de bank ?" en ze wees naar iemand die er mij uitzag als een dakloze. "Da's een belg, hij heet Carlos en hij zit hier elke dag en vraagt geld aan de mensen, alhoewel hij een toelage ontvangt van het OCMW. Van mij krijgt hij niks, maar hij noemt me zijn schatteke. Dat moet ge tegen mij niet zeggen, menier. De vreemden zeggen dat niet." Ik had niet meer de moed om te antwoorden, dat de vreemdelingen haar simpelweg negeren. Wie ben ik in deze buurt van mijn stad, die al lang mijn stad niet meer is, om de cynische wijsneus uit te hangen ?
Ik heb vriendelijk afscheid genomen van mijn tijdelijke wijkdame en haar nog een lang en gezond leven toegewenst.
De beste manier om het hoofd boven water te houden in deze omgeving is de problemen minimaliseren. En als je Dewever heet, heb je een punt voor.
Ray
2 reacties op dit bericht
Oorzaak en gevolg
Voor wie ...