Manten weet van wanten : Pieter de Crem


In de laatste aflevering van Volt mocht minister De Crem zich komen verantwoorden voor een Vierschaar van de nieuwsredactie van de Overbodige Onvlaamse Openbare Omroep over zijn Afghanistanbeleid. Het hoeft geen betoog dat de Rechtbank enkel bestond uit Simpelen die heel hun leven teren op de Rode Korf zonder Zorgen en daarbuiten niet veel afweten. Er was de man met het droeve gelaat, Johan de Poortere, die zich als een gemiddelde soocialistsche militant uit 1970 gedroeg, Martine Tanghe die telkens zij het woord "vrede" uitspuwde, zover vooroverboog dat ze De Crem bijna van zijn stoel duwde en tenslotte was er het lieftallige schandknaapje van Martine, de jongen met de bizarre tweeslachtige naam Kobe Ilse die kefte en gromde maar nooit verder kwam dan een hijgerig "Maar, mijnheer de minister ..." De 0000 op zijn best ! De Crem is er niet de man naar om zich van de wijs te laten brengen door dit trio vooringenomen amateurs.
Laat de beroepspolitici tegen mekaar schreeuwen : van behoorlijke journalisten (en hun schandknaapjes in opleiding) verwachten de kijkers een ernstige houding, zodat zijzelf hun mening kunnen vormen. Daarvoor moeten we niet bij de VRT zijn. Dat weten we al lang.
Savat






