Bereidt het Belgisch establishment de post-Albert-periode voor ?

De Belgische politieke klasse wil een brede boom opzetten over de rol van de monarchie in het staatsbestel, en dit op aangeven van de pers zelf, in casu De Standaard en de Libre. Op zich een lofwaardig initiatief, waarbij alvast één essentiële correctie past. In DS van 20 en 21 maart wordt het Vlaams Belang nl. vermeld als een voorstander van het zgn. “protocollaire koningsschap”. Ik kan dat formeel ontkennen : wij zijn een radicale republikeinse partij die in een zelfstandige Vlaamse staat, onder een presidentieel regime, de verwezenlijking ziet van het democratisch optimum waar België steeds verder van afdrijft.
Dus geen koning, geen koninkrijk, ook geen verspilling aan een ceremoniële functie in een land zonder cohesie. En voor ons mag het vooruitgaan, daarin verschillen we grondig van mening met onze meer gematigde collega’s van de N-VA.
Anderzijds pleit ik voor een open institutioneel debat zonder taboes, maar de vraag is zeer of men echt de pandoradoos wel wil openen, die zou kunnen leiden tot de vaststelling dat de Belgische staat zelf een zinledige constructie is. In kleine lettertjes staat onder het inleidende DS-artikel van het voorbije weekend te lezen dat het een samenwerkingsproject betreft tussen de twee vernoemde kranten betreft, gesteund door het Prins Filipfonds, “dat de gemeenschappen in ons land dichter bij elkaar wil brengen door gemeenschapsoverschrijdende projecten te steunen”. Mooi,- maar begrijp ik het dan goed dat het koninklijk hof tegelijk het onderwerp én de sponsor is van dit “debat” ? Wat als de discussie, waar naar ik hoop toch ook het publiek in betrokken wordt, uitmondt in een presidentieel-republikeins verhaal, al dan niet gekoppeld aan dat van de Belgische boedelscheiding ?

Ik geloof niet dat er iets in de Belgische politiek gebeurt, zonder dat de partijstrategen in de respectievelijke achterkamertjes er hun licht over hebben laten schijnen. Als het politieke establishment dus dit debat wil voeren, dan denk ik in alle ernst niet dat ze tot “foute” conclusies willen komen. Ik zie alvast, als ik even in hun hoofden probeer te kijken, drie goede redenen om de kwestie van het protocollaire koningschap net nu op tafel te leggen.
Ten eerste is er het “probleem Filip”. De consensus is vrij algemeen dat de rechtmatige troonopvolger niet in staat is om zijn functie van staatshoofd te vervullen, zelfs niet binnen de door de grondwet voorziene beperkingen. M.a.w. zou Filip wel eens de doordrammerigheid van zijn nonkel, Boudewijn I, kunnen combineren met de nonchalance van zijn eigen vader, koning Albert. Een dodelijke combinatie, die snel zou leiden tot een val van de monarchie maar, - en dat is de echte vrees van de politieke klasse- misschien ook het einde van het regime. Dit maar om te zeggen dat al wie nog enige sympathie koestert voor de natie die in 1830 het levenslicht zag, nu het “protocollaire koningsschap” ziet als de ultieme buffer tegen het stuurloze projectiel dat het land na de troonsopvolging te wachten staat. Het is niet van harte,- de CD&V houdt als meest royalistische partij van Vlaanderen zelfs de boot af, maar het is beter om het staatshoofdschap bij te snijden op maat van Filip, dan in de toekomst voortdurend aan crisismanagement te moeten doen. Slim bekeken.
Dat brengt ons tot de tweede bedenking. Vreemd genoeg zijn het dit keer vooral de Franstalige partijen die gewonnen zijn voor een “modernisering” van de constitutionele monarchie. In heel het institutionele kluwen van BHV, de belangenconflicten, etc. komt daar dus opeens een thema tevoorschijn dat door haast alles spelers als “secundair” wordt betiteld, maar waar anderzijds toch enige dringendheid mee gemoeid schijnt te zijn, als we PS-voorzitter Di Rupo mogen geloven. Hoe kan iets bijkomstig toch urgent worden? Zou het kunnen dat de Grote Staatshervorming, die zowat naar de Griekse kalenden is verschoven, wordt omgewisseld voor een al-bij-al vrij onschuldige face-lift van de monarchie? Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat dit weer eens kadert in een operatie tijdwinnen, vooral vanuit Franstalige hoek: geef de Vlamingen iets om zich bezig te houden.

Howard Gutman, de Amerikaanse ambassadeur in België, wist al waar het licht brandt: het zwaartepunt van de macht in het Belgische systeem ligt bij de PS, en nergens anders. Dus richtte hij zich expliciet tot mevr. Onkelinx om Belgische steun te krijgen voor de Amerikaanse Afghanistan-politiek. Diezelfde Laurette Onkelinx gunt ons nu heel subtiel een blik in de strategische achterkeuken van Franstalig België: “Terwijl we nadenken over een nieuw institutioneel model zouden we ook moeten werken aan de modernisering van de rol van de monarchie”. Let op het subtiele woordgebruik dat een verschil in tempo uitdrukt: nadenken (“réflechir”) als het gaat over de staatshervorming, werken (“travailler”) aan een hermodellering van de monarchie.
Door de institutionele discussie in tweede lijn achter het monarchie-debat te plaatsen, wordt eigenlijk ook opnieuw de vraag naar de zinvolheid van het voortbestaan van de Belgische constructie niét gesteld: het zal blijven bij een kleine staatshervorming, de gekende borrelnootjes waar men de Vlamingen mee paait. Op het einde zal het nieuwe België geregeerd worden door een vorst op eeuwige vacantie. Een protocollair staatshoofd is in feite de ideale belichaming van een land zonder emotionele cohesie, maar institutioneel “gebetonneerd” (met dank aan VLD-voorzitter De Croo voor deze metafoor). Een koning zonder macht, als ultieme cement van een land zonder eenheid: this must be Belgium.
De derde en laatste overweging sluit hierop aan: de neo-Belgische strategie ziet in de internationalistische en Europese context de ultieme overlevingskans. Vanuit het algemeen aanvaarde inzicht dat de Belgische identiteit op een non-identiteit berust, de afwezigheid van iets dat een land, een volk, een cultuurgemeenschap fundamenteel kenmerkt, is het de logica zelve om het Manneken-Pis gehalte volop uit te spelen in de Europese ruimte. Brussel/België ziet zichzelf als een draaischijf en knooppunt, met een soort operettevorst die louter in dienst staat van het decorum, de achtergrond waartegen de echte macht, de leiders uit Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittanië, zich laten fotograferen. De zgn. protocollaire invulling van het Belgische koningschap past perfect in de droom om België geruisloos te laten opgaan in Europa, zonder separatistische stoorzenders. Een très grand Bruxelles is daarvan het epicentrum, zo wil het dit scenario, Vlaanderen en Wallonië vormen dan het hinterland van deze geïnternationaliseerde zone. Wij zijn het symbool van de Europese eenheid-in-verscheidenheid, een miniatuurversie van Europa, met een koning die dit idee folkloristisch kan omlijsten. Het klinkt denigrerend, deze bloempotfunctie, maar, zoals hoger gesteld: voor Filip is dit de ideale job.
De waarheid is natuurlijk wel, dat Europa al even weinig positieve emoties oproept, en een al even miniem publiek draagvlak bezit, als België. De mensen schikken er zich in, meer niet, het complexe en bureaucratisch gedoe maakt hen niet meer boos maar eerder murw. De waarheid is ook, dat tegenover het Europa van de 19de eeuwse natiestaten steeds sterker het Europa van de zelfstandige regio’s komt opzetten. De paradox is daarbij, dat aan de nieuwe EU-lidstaten, die vooral het gevolg zijn van de Oostblok-desintegratie (Tsjechië, Slovenië, Estland, Letland, Litauen: allemaal landen met minder inwoners dan Vlaanderen) die status wél gegund wordt, terwijl de oude natieblokken krampachtig pogen om de autonomistische ambities van hun eigen regio’s (Vlaanderen, Catalonië, Baskenland, Schotland…) te blokkeren, althans wat de Europese Unie aangaat.

Conclusie: de bereidheid van het Belgische establishment om te sleutelen aan de monarchie is vooral ingegeven door de wens om het status-quo te handhaven. In een land waar de treinen op elkaar botsen en niemand de verantwoordelijkheid wil nemen, zijn façades cruciaal. De discussie over de bevoegdheden van de koning is er een over het geslacht der engelen. Voor mij hoeft het mistgordijn van het monarchie-debat dus niet. Het leidt ons af van de essentie, namelijk dat er in de 21ste eeuw voor een failed state als België geen plaats meer is, tenzij het land zich inderdaad vergenoegt in de status van draaischijf en Euro-kiosk. Is het dat wat wij willen? Ik zou eigenlijk veel liever zien dat een krant als De Standaard een debat opstart over wat er allemaal in een Vlaamse grondwet zou moeten staan. Niet de kleine lettertjes, maar vooral de grote ethische lijnen, naar het model van de Amerikaanse grondwet die al meer dan twee eeuwen meegaat en gemakkelijk op een paar A4-velletjes kan. De concrete invulling van een nieuwe bestuursvorm, een jonge natie, een eigen democratie met eigen spelregels, dat lijkt me vandaag dringender aan de orde dan het op maat uittekenen van de job van de kroonprins.
Bruno Valkeniers
Voorzitter Vlaams Belang
Deze tekst werd aan de redactie van de Standaard overgemaakt ter publicatie en werd niet aanvaard.
2 reacties op dit bericht
EU slaat steeds vaker toe
De Europese rechter slaat toe en de Nederlandse kiezers staan buiten spel. De kleine inkomenseis die Nederland stelt aan buitenlandse (veelal gedwongen of verblijfsvergunninghongerige) huwelijkspartners is onrechtmatig, oordeelde het Hof van Justitie in Luxemburg vorige week. Deze dreun komt hard aan bij het ministerie van Justitie, bij CDA, VVD en PVV en bij oud-minister Rita Verdonk, nu Kamerlid voor Trots op Nederland. Enkele partijen, waaronder natuurlijk de PVV, willen dat Nederland desnoods die links-simplistische Europese verdragen opzegt. Groenlinks en de PvdA verwelkomen uiteraard de uitspraak, en willen de wet snel 'repareren' (lees: versoepelen) zodat de poorten nóg verder opengaan dan ze al zijn.
Verdonk voerde in 2004 een ietjes strengere huwelijkswetgeving in om de komst van nieuwe kansloze profiteurs naar Nederland een halt toe te roepen. Er kwam een verplichte inburgeringstoets die overigens niets voorstelt, de leeftijdsgrens werd verhoogd naar 21 jaar en de inkomenseis voor gezinsvormers ging naar 120 procent van het minimumloon. Gezinsherenigers moesten een inkomen op het niveau van het minimumloon (plus allerlei subsidies) hebben.
De maatregelen leidden aanvankelijk tot de komst van een paar minder buitenlandse huwelijkspartners. Maar later steeg dat aantal weer. De wet bleek te kunnen worden omzeild door een paar weken in een andere Europese lidstaat te gaan wonen en via die route naar uitkeringsparadijs Nederland te komen. Ook werden inkomens kunstmatig opgekrikt. Tegen die fraude wordt intussen streng(?) opgetreden. Vorig jaar kondigde het kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie nieuwe en 'stevige' maatregelen aan, zoals hogere opleidingseisen, maar die blijven door de val van het kabinet liggen.
Nu de wet van Verdonk onderuit is gehaald, is het helemaal gedaan met strenge eisen aan importhuwelijken. De Raad van State had het Hof in Luxemburg om advies gevraagd over de zaak van een 65-jarige Marokkaanse AOW'er die sinds 1970 in Nederland verblijft. Hij trouwde in 1972. Zijn vrouw vroeg pas in 2006(!) een verblijfsvergunning aan.
Die werd geweigerd omdat haar man, die sinds 2005 een werkloosheidsuitkering had, minder verdiende dan 120 procent van het minimumloon. Aan die inkomenseis moest de man voldoen, omdat hij twee jaar voor zijn huwelijk als 'tijdelijk' gastarbeider naar Nederland was vertrokken. Volgens de wet gezinsvorming en geen gezinshereniging.
Het Hof van Justitie in Luxemburg concludeert dat Nederland dat onderscheid niet mag maken, omdat het strijdig is met de richtlijn gezinshereniging van de EU. Die rept niet over het tijdstip van voltrekking van het huwelijk. Saillant detail: Verdonk zat er in Brussel bij toen die richtlijn tot stand kwam. Ze zegt nu dat uit de richtlijn niet valt op te maken dat het verschil niet mag worden gemaakt. Verdonk: 'En er is natuurlijk wel degelijk een verschil of je allang bent getrouwd of een bruid gaat halen.'
Die inkomenseis kan ook al niet door de beugel, vindt het brave Hof. Lidstaten mogen wel een bepaald referentiebedrag aanhouden, maar moeten elke situatie apart beoordelen. Flauwekul, vindt Verdonk. 'Die eis moet voorkomen dat mensen terugvallen op de bijzondere bijstand en dus ten laste komen van de belastingbetaler.' Volgens demissionair minister van Justitie Ernsto Hirsch Ballin (CDA) staat het beleid nog recht overeind, maar de irritatie is groot in Den Haag en Brussel. VVD-Kamerlid Paul de Krom: 'We willen juist voorkomen dat migranten onmiddellijk in een achterstandspositie terechtkomen. Dit is een enorme stap terug. Dan moeten we maar zorgen dat we een opt out op de Europese wetgeving krijgen zoals Denemarken.'
Ook CDA-europarlementariër Wim van de Camp wil opeens dat Nederland de inkomenseis koste wat kost handhaaft. 'Zo nodig moeten we de Nederlandse en/of de Europese wetgeving aanpassen. Eventueel kunnen, indien nodig, andere dan inkomenseisen aan immigratie worden gesteld. Er staan miljoenen arme mensen te wachten aan de buitengrenzen van de Europese Unie. Het is onmogelijk die in Europa op te nemen,' zegt hij.
Louis Bontes, PVV-europarlementarier, gaat eurocommissaris Cecilia Malmström (Immigratie) alvast vragen de richtlijn gezinshereniging aan te passen. 'Het is aan de lidstaten zelf om te bepalen welke inkomenseisen ze stellen. Deze uitspraak fietst dwars door ons restrictieve beleid. Onacceptabel,' zegt Bontes. Oud-PvdA-minister Eberhard van der Laan, van het circus-ministerie Wonen, Wijken en Integratie zei vorig jaar nog dat integratie dweilen met de kraan open blijft als er veel kansarme importbruiden en bruidegoms bij komen. Maar PvdA-europarlementariër Emine Bozkurt is natuurlijk blij met de Luxemburgse uitspraak. Ze wil dat het kabinet snel een eind maakt aan de in haar ogen onterechte inkomenseis. 'Iemand die een aanvraag voor gezinshereniging doet, moet in staat zijn in het eigen levensonderhoud en dat van de partner te voorzien. De inkomenseis van 120 procent van het minimumloon gaat de redelijke onderhoudsplicht ver te boven en is daarom ongewenst,' zegt Bozkurt, die alle energie wil steken in.... jawel hoor, inburgeringslessen.
De communisten, met de lieflijke naam GroenLinks, zijn uiteraard ook tevreden. 'Inkomenseisen mogen nooit zo hoog zijn dat mensen hun geliefde niet naar Nederland kunnen halen. We moeten zorgen dat migranten emanciperen,' zegt europarlementariër Judith Sargentini. Ze beaamt: dat kost tijd. En ook ook een hoop belastinggeld, maar dat liet ze gemakshalve onvermeld...
Zie ook: Elsevier
merkwaardig ?