Dé Reynders van de laatste kans

De voorbije week hees de voorman van de Franstalige liberalen, Didier Reynders, zich opnieuw op het voorplan, na maanden in de luwte te hebben vertoefd. Hij zette zich schaamteloos in de bloemetjes, omdat hij naar eigen zeggen tien jaar lang Financiën zo voortreffelijk heeft geleid. Het mag duidelijk zijn, Reynders is terug. Wat Reynders precies van plan is in het BHV-dossier, weet niemand. Het is allicht zijn ticket voor regerings-deelname na 2010.
Het was de week wel van Reynders. Een zoekopdracht naar alle artikels waarin zijn naam valt, die de afgelopen week zijn verschenen in de nationale pers, levert maar liefst 286 hits op. Een greep uit het rijke aanbod. 'Reynders laat prijsdaling sigaretten toe'. 'Reynders stuurt Belgische energiekoning naar KBC'. 'Reynders houdt rekening met val regering'. 'De grote Didier Reynders show'. 'Reynders niet gehaast in BHV-dossier'. 'Reynders opent charmeoffensief'. 'Reynders wilde politiek vaarwel zeggen'. 'Reynders prutst aan bankgeheim'. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.
Het begon allemaal met een weekendinterview in de kranten van SudPresse, waarin hij aan de zijde van zijn vrouw Bernadette liet weten dat hij tot twee keer eraan gedacht heeft te stoppen met politiek. Reynders heeft dan ook moeilijke tijden beleefd. Na de verkiezingsnederlaag van 2009 zat hij in de hoek waar de klappen vielen. Binnen zijn eigen Mouvement Réformateur kreeg hij af te rekenen met 'putschisten'. En het waren niet Janneke en Mieke, maar vader en zoon Michel, die de prins van Luik de oorlog verklaarden.
Reynders hield stand, maar niet zonder kleerscheuren. Zijn populariteit is in vrije val. In de peilingen is de Mouvement Réformateur teruggevallen naar 21 procent, terwijl de Parti Socialiste langzaam maar zeker uit het dal klimt. En blijkbaar is Reynders zelf het probleem: bij de MR-kiezers is zowel Ecolo-voorzitter Jean-Michel Javaux als PS-kopman Elio Di Rupo populairder dan hun eigenste kopman. En dan te denken dat Reynders in 2007 nog een historische verkiezingsoverwinning boekte: de Franstalige liberalen werden voor het eerst in de geschiedenis de grootste partij in Franstalig België. Dat was nog geen drie jaar geleden, een eeuwigheid in de politiek.
Charmeoffensief
Er zijn dus wel redenen te bedenken waarom Reynders er aan dacht de politiek vaarwel te zeggen, zoals hij zelf meegaf. Toch geloven weinigen dat Reynders daar echt aan gedacht heeft. Hij is er de man niet naar de handdoek in de ring te gooien en met de staart tussen de benen af te druipen. Nee, zijn ontboezemingen waren de prelude voor een weloverdacht charmeoffensief. Door te zeggen dat hij het moeilijk heeft gehad, blijkt hij ook maar een mens te zijn en niet 'monsieur Teflon', de arrogante en cynische politicus van wie kritiek afglijdt als water van een eend.
De volgende stap was de persconferentie die hij belegde om zichzelf in de bloemetjes te zetten. Aanleiding was dat hij inmiddels al tien jaar minister van Financiën is. Financiën mag dan jarenlang mismeesterd zijn, Reynders zelf vindt dat hij goed werk heeft geleverd. 'Al zal je er altijd wel vinden voor wie het glas niet halfvol, maar halfleeg is', klonk het uitdagend. Eigenlijk was het een pure provocatie, zoals alleen Reynders dat aandurft. 'Alles is veranderd, behalve ik', was nog zo'n uitspraak waarmee Reynders duidelijk maakte dat hij weer blaakt van zelfvertrouwen.
Brussel-Halle-Vilvoorde
Ook in de Wetstraat beseft men dat Reynders terug is. Het ging niet ongemerkt voorbij dat hij het stilzwijgen over BHV doorbrak. Reynders liet verstaan dat BHV niet zal kunnen worden opgelost, als het dossier los van een grote staatshervorming wordt aangepakt. Tegelijk liet FDF-voorzitter Olivier Maingain weten dat hij zich niet zal laten opjagen, als koninklijk bemiddelaar Jean-Luc Dehaene na het paasreces zijn konijn uit de hoed zal toveren. Het valt dus nog af te wachten of BHV voor de verkiezingen van 2011 gesplitst zal raken. En zo maakte Reynders duidelijk dat hij nog altijd meester is van het spel. De sluwe vos is zijn streken niet verleerd.
En het heeft zijn effect niet gemist. Plots besefte heel de Wetstraat weer dat Reynders weinig of niets te winnen heeft bij een splitsing van BHV. Integendeel, het zou het kartel van de Mouvement Réformateur (MR) met het Front Démocratique des Francophones (FDF) zwaar onder druk zetten. Het politieke lot van het Brusselse FDF is immers voor een groot deel verbonden aan de Franstaligen in de Vlaamse rand rond Brussel. Als die levensader wordt doorgeknipt, dreigt het FDF niet alleen de alliantie met het MR op te blazen, maar dan dreigt het FDF het MR zelfs te gaan bekampen in Wallonië. Lang was Olivier Maingain de hond die af en toe werd losgelaten om te blaffen, maar steevast weer aan de leiband werd gelegd als het serieus werd. Of dat nu nog het geval is, is hoogst twijfelachtig. Het afhaken van het FDF zou wel eens een fatale klap kunnen zijn voor de MR, waarvan de Franstalige liberalen nooit meer zouden herstellen. Uit zelfbehoud kan Reynders niet anders dan Maingain te vriend houden.
Wat Reynders precies van plan is in het BHV-dossier, weet eigenlijk niemand. Zelfs medestanders kunnen maar moeilijk inschatten welk spel de meesterstrateeg zal spelen. Hij laat nooit in zijn kaarten kijken. Wat wel duidelijk is, is dat het BHV-dossier een belangrijke troef is voor Reynders. Het is misschien wel zijn ticket voor regeringsdeelname na 2010, waardoor de bittere pil van een nieuwe verkiezingsnederlaag toch nog te slikken zou zijn en Reynders zijn hachje zou kunnen redden. Om BHV te splitsen, en om een staatshervorming mogelijk te maken, is een tweederdemeerderheid vereist. En daarvoor zijn de liberalen langs weerszijde van de taalgrens nodig.
Troef
Die troef zal Reynders niet uit handen geven, zelfs niet als het zou leiden tot de val van de regering-Leterme. Ook dat maakte Reynders de voorbije week duidelijk. Hij maakte de invoering van het zogenaamde Twin Peaks-model voor het toezicht op de banken afhankelijk van een eventuele val van de regering. U leest het goed: in een amendement had Reynders laten opnemen dat de onmiddellijke invoering van het Twin Peaks-model niet zou doorgaan, mocht de regering-Leterme vallen. Er gingen koude rillingen over de rug van de coalitiepartners, die plots weer beseften dat het allerminst een certitude is dat de regering de rit zal uitrijden. Reynders mag dan verzwakt zijn, uitgeteld is hij allerminst.
Reynders heeft zich maanden gedeisd gehouden en zijn wonden gelikt, maar blijkbaar is hij weer helemaal terug. Niet dat het niet meer rommelt in zijn eigen partij - de 'putschisten' komen nog geregeld samen en Reynders weet dat. Maar de oproerkraaiers zijn monddood gemaakt. In de gewapende vrede die is afgesloten, heeft Reynders aanvaard dat de putschisten hun eigen mannetje - Willy Borsus - naar voren schoven. Hij leidt de Mouvement Réformateur in Wallonië. Voor Reynders is dat nog zo'n slechte zaak niet, want het heeft de putschisten geneutraliseerd. Als ze nu nog aanvallen, schieten ze in hun eigen voet.
Godsgeschenk
En Reynders heeft nog andere flanken afgedekt. Zo was het belangrijk dat de striemende kritiek op zijn wanbeleid bij Financiën zou worden gesmoord. Vroeger kon het hem weinig schelen, want die kritiek was jarenlang een exclusieve Vlaamse aangelegenheid geweest. De publieke opinie in Wallonië lag er niet wakker van, Reynders' blazoen werd er niet door besmeurd. Zo kon hij tien jaar lang de kritiek weglachen en minister van Financiën blijven. Maar inmiddels worden de 'wantoestanden' bij de fiscus hem ook in Wallonië aangerekend. Daar heeft de Parti Socialiste wel voor gezorgd. En ook bij CD&V klonk de kritiek op Reynders almaar luider.
Het was dan ook een godsgeschenk voor Reynders dat CD&V de leiding van de federale overheidsdienst Financiën opeiste. CD&V heeft er de kabinetschef der kabinetschefs, Hans D'Hondt, gedropt. Reynders zet op sleutelposten bijna altijd zijn eigen mannetjes, maar D'Hondt werd geen strobreed in de weg gelegd. Voor CD&V en de PS wordt het nu wel moeilijk om de federale overheidsdienst Financiën nog te bekritiseren. Vandaar ook dat Reynders schaamteloos de lof zong over de tien jaar dat hij aan het roer stond van Financiën. 'Er is tussen 1999 en 2010 onnoemelijk veel veranderd op Financiën. Het enige wat níét is veranderd in al die tijd, ben ikzelf'. Het was de arrogantie ten top, Reynders is inderdaad niet veranderd.
Reynders heeft dus niet stilgezeten, hij heeft in stilte de weg vrijgemaakt voor zijn 'comeback'. Reynders is klaar om opnieuw kiezers te winnen, wat meteen ook nodig is om zelf politiek te overleven. Een nieuwe zware verkiezingsnederlaag zou voor Reynders wel eens echt een vaarwel van de politiek kunnen betekenen. Reynders moet zijn partij bij de volgende verkiezingen opnieuw in de federale regering loodsen. Zichzelf opvolgen als partijvoorzitter zit er namelijk sowieso niet in: door de gewijzigde statuten van de partij is hij niet opnieuw verkiesbaar. Voor Reynders is er geen alternatief, alleen als hij zichzelf opnieuw in de regering kan hijsen, alleen als hij nog eens minister van Financiën kan worden, heeft hij nog een politieke toekomst. Wat we nu te zien krijgen, is een Didier Reynders van de laatste kans.
Wim Van de Velden











